CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Projectplan Uitvoering SIG HBFO versie februari

Raadsvergadering 17 maart 2026, gemeente RhedenBij agendapunt: Samenwerkingsovereenkomst SIG Aanvraag HBFO12.762 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1. Gebiedsgerichte, integrale aanpak en gezamenlijke ambitie Het gebiedsplan HBFO is het resultaat van een gebiedsgerichte en integrale aanpak in een duidelijk afgebakend gebied: de uiterwaarden van de IJssel (Havikerwaard, Beimerwaard, Fraterwaard en Olburgerwaard). Dit gebied kenmerkt zich door een unieke verwevenheid van landbouw, natuur, water en cultuurhistorie. De gezamenlijke gebiedsopgave is helder: duurzame voedselproductie verbinden met versterking van natuurwaarden, verbetering van waterkwaliteit, klimaatadaptatie en behoud van het karakteristieke landschap. Uitdagingen zoals verdroging, stikstofdruk, biodiversiteitsverlies, waterveiligheid en toekomstbestendig landgebruik zijn in samenspraak met provincie, gemeenten, waterschap, landgoederen en landbouwers benoemd. De ambitie is niet sectoraal maar integraal: landbouw wordt niet gezien als afzonderlijke functie, maar als drager van het landschap en partner in het realiseren van natuur- en waterdoelen. Door gezamenlijke uitvoering wordt gewerkt aan een robuust en veerkrachtig gebied waarin functies elkaar versterken in plaats van beconcurreren. Landbouwers spelen hierin een centrale rol. Zij zijn niet alleen uitvoerders, maar medeontwikkelaars van de oplossingen. De verduurzaming van de landbouw vormt het fundament onder het gebiedsplan. 2.

Aansluiting bij provinciale, gemeentelijke en waterschapsdoelen Het gebiedsplan sluit direct aan bij provinciale doelen uit onder meer de Kadernota Agrifood ‘Toekomst voor de Gelderse Boer’, het Natuurbeheerplan en het stikstofbeleid. Het draagt concreet bij aan: kringlooplandbouw en vermindering van externe input; natuurinclusieve landbouw en versterking van biodiversiteit;

PAGE \*

• •

• • •

verbetering van bodemkwaliteit en koolstofvastlegging; emissiereductie en duurzame energieopwekking; versterking van de landbouwstructuur en het verdienvermogen.

Ook de doelen van Waterschap Rijn en IJssel worden ondersteund, met name op het gebied van waterkwaliteit (KRW), nutriëntenreductie, waterberging en klimaatadaptatie. De gemeentelijke ambities voor een duurzaam, natuurinclusief en klimaatbestendig buitengebied worden versterkt door investeringen in landschappelijke kwaliteit, ecologische verbindingen en toekomstbestendige agrarische bedrijven. De ambitie van het gebiedsplan reikt verder dan beleidsconform handelen: het plan positioneert het HBFO-gebied als voorbeeldgebied waarin landbouw, natuur en wateropgaven integraal worden gerealiseerd. 3. Ambities van de betrokken landbouwers en borging van continuïteit De betrokken landbouwers hebben als gezamenlijke ambitie hun bedrijven duurzaam, klimaatbestendig en economisch rendabel te ontwikkelen. Zij zetten in op: • • • • •

kringlooplandbouw en extensivering waar mogelijk; vermindering van chemische middelen en emissies; verbetering van bodemkwaliteit en waterbeheer; investeringen in duurzame energie en innovatieve stal- en voersystemen; versterking van biodiversiteit via groenblauwe dooradering.

Essentieel is dat verduurzaming hand in hand gaat met economisch perspectief. Door investeringen in efficiëntere bedrijfsvoering, emissiereductie en het leveren van ecosysteemdiensten wordt het verdienvermogen versterkt en blijft bedrijfsopvolging mogelijk. Het gebiedsplan borgt daarmee zowel de duurzaamheid als de continuïteit van de landbouw in het HBFO-gebied. Landbouw blijft de drager van het landschap, maar ontwikkelt zich in samenhang met natuur- en wateropgaven.

7b

Diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen

Toelichting De diversiteit van het samenwerkingsverband: welke partijen investeren samen in oplossingen voor de gebiedsopgave die is opgenomen in het gebiedsplan? Dit wordt beoordeeld aan de hand van de volgende aspecten: 1. Nemen, naast landbouwers, voor de beschreven gebiedsopgave relevante gebiedspartijen deel zoals overheden, collega-ondernemers, terrein beherende organisaties, natuur- en landschapsorganisaties, kennispartijen, grondeigenaren? Of anderzijds betrokken partijen, zoals boerenorganisaties, landgoedeigenaren, ketenpartners, adviseurs of burgers? 2. Hoe divers is de samenstelling van de samenwerking? Wat is de toegevoegde waarde van iedere afzonderlijke partner en hoe vullen zij elkaar aan in de samenwerking? Waarom zijn dit de juiste partners voor de gezamenlijke uitvoering van het gebiedsplan? 3. In hoeverre dragen alle partners de kosten en investeringen voor het plan, welke financiële bijdragen leveren alle partners zelf?

PAGE \*

1. Diversiteit van betrokken partijen Het samenwerkingsverband bestaat uit een brede en complementaire groep partijen die gezamenlijk investeren in oplossingen voor de gebiedsopgave. Binnen het samenwerkingsverband nemen deel: • • • •

11 agrarische ondernemers; Landgoed Middachten; Stichting Twickel; Gemeente Rheden (penvoerder).

Daarnaast zijn relevante gebiedspartijen betrokken bij afstemming en uitvoering, waaronder: • • • • •

Gemeente Doesburg: Gemeente Bronkhorst: Waterschap Rijn en IJssel; Gestichten Doesburg (grondeigenaar); Vereniging Boerennatuur

Hiermee zijn landbouw, natuur- en landschapsbeheer, grondeigendom, overheid en collectieve agrarische belangen vertegenwoordigd. 2. Toegevoegde waarde en complementariteit De samenwerking is inhoudelijk complementair: Landbouwers Zijn de grootste grondgebruikers en realiseren de maatregelen in de praktijk. Zij brengen ondernemerschap, uitvoeringskracht en kennis van bodem- en bedrijfsvoering in. Landgoederen (Middachten en Twickel) Beheren grote delen van het gebied en verbinden landbouw met natuur, landschap en cultuurhistorie. Zij brengen langetermijnbeheer, ecologische expertise en gebiedscoherentie in. Gemeente Rheden Zorgt voor bestuurlijke verankering, beleidsmatige afstemming en projectmatige uitvoering. De gemeente bewaakt de samenhang met ruimtelijke en omgevingsdoelen. Waterschap en overige overheden Brengen specialistische kennis in op het gebied van waterbeheer, waterkwaliteit, klimaatadaptatie en omgevingsdoelen. De combinatie van grondgebruikers, grondeigenaren en overheid maakt het mogelijk om integraal te sturen op landbouw, natuur, water en landschap. Geen van de partners kan de gebiedsopgave zelfstandig realiseren; de samenwerking is noodzakelijk om de gezamenlijke ambitie waar te maken. 3. Gezamenlijke investering en financiële betrokkenheid

PAGE \*

Alle partners dragen financieel bij aan de uitvoering van het plan. • • •

De landbouwers investeren in machines, stalverbeteringen en duurzame energie op hun bedrijven. De landgoederen investeren in landschaps- en biodiversiteitsmaatregelen binnen hun eigendommen. De gemeente draagt bij aan projectcoördinatie, proceskosten en organisatorische ondersteuning.

Hiermee is sprake van gezamenlijke risicodragende inzet. Iedere partner investeert binnen de eigen verantwoordelijkheid en draagt bij aan de realisatie van de gezamenlijke gebiedsdoelen

7c

Draagvlak voor het gebiedsplan

Toelichting Het draagvlak voor de uitvoering van het gebiedsplan wordt beoordeeld door te kijken naar of de uitvoering van het gebiedsplan obstakelvrij is. In samenhang met de volgende aspecten wordt het draagvlak voor het gebiedsplan als volgt beoordeeld: 1. Op welke steun, bijvoorbeeld van lokale overheden of lokale gevestigde andere ondernemers en partijen, kan de uitvoering van het gebiedsplan van de partners in het samenwerkingsverband rekenen en hoe is dit onderbouwd? Hoe divers is de opsomming van betrokken belanghebbende gebiedspartijen die draagvlak hebben getoond voor de uitvoering van het gebiedsplan? 2. Hoe heeft afstemming plaats gevonden met deze in het gebied aanwezige andere belanghebbende partijen die niet mee participeren in de uitvoering van het gebiedsplan, maar wel een belang hebben bij de uitvoering van het gebiedsplan?

1. Aantoonbare steun en breed draagvlak De uitvoering van het gebiedsplan kan rekenen op brede bestuurlijke en maatschappelijke steun. Binnen het samenwerkingsverband participeren landbouwers, landgoederen en gemeente Rheden actief in de uitvoering. Daarnaast hebben andere gebiedspartijen hun steun uitgesproken, onder meer via intentieverklaringen en bestuurlijke betrokkenheid, waaronder: • Waterschap Rijn en IJssel; • Gemeente Doesburg (en overige aangrenzende gemeenten); • het agrarisch collectief / boerenorganisatie, Vereniging Boerennatuur ; • relevante grondeigenaren in het gebied. Deze steun is onderbouwd door formele verklaringen, bestuurlijke betrokkenheid en actieve deelname aan overlegmomenten. Daarmee is sprake van een divers draagvlak vanuit landbouw, natuurbeheer, waterbeheer en overheid. Ook maatschappelijk sluit het plan aan bij de brede wens om natuur, landschap en duurzame landbouw te versterken binnen het unieke gebied tussen Veluwe en IJssel. De voorgestelde maatregelen dragen bij aan behoud van landschappelijke kwaliteit, waterveiligheid en leefbaarheid, waardoor het plan positief aansluit bij de belangen van inwoners en recreanten. Door deze brede bestuurlijke en maatschappelijke steun is de uitvoering van het gebiedsplan naar verwachting obstakelvrij. 2.

Afstemming met overige belanghebbenden Bij de totstandkoming van het gebiedsplan HBFO is actief afgestemd met belanghebbende partijen die niet direct participeren in de uitvoering, maar wel een belang hebben bij het gebied. Deze afstemming heeft plaatsgevonden via:

PAGE \*

• • • •

organisatie van bijeenkomsten en gebiedstafels waarin knelpunten, wensen en ambities gezamenlijk zijn besproken; het delen van conceptplannen met Waterschap Rijn en IJssel en betrokken gemeenten; consultatie van relevante gebiedspartijen in de voorbereidende fase; het bieden van mogelijkheden tot advisering of deelname aan deelprojecten.

Door deze brede consultatie zijn aandachtspunten tijdig meegenomen in de planvorming en is het risico op bezwaren of uitvoeringsbelemmeringen geminimaliseerd.

7d

Effectiviteit van de activiteit

Toelichting De mate van effectiviteit wordt beoordeeld aan de hand van de volgende aspecten: 1. In hoeverre draagt het gebiedsplan bij aan de doelen van de openstelling: klimaat, milieu (bodem, water en lucht) en biodiversiteit met daarnaast doelen vanuit provinciaal beleid of beleid van gemeenten of waterschappen. Een gebiedsplan dat bijdraagt aan zowel klimaat, milieu als biodiversiteit, zal hoger scoren dan een gebiedsplan dat enkel bijdraagt aan één van deze doelen. Is ook een nulmeting over deze doelen opgenomen om te kunnen sturen op streefbeelden en beoogde resultaten? 2. Zijn de doelen van het gebiedsplan op een logische wijze uitgewerkt naar activiteiten zoals investeringen, kennisoverdracht en bewustwording en samenwerking voor innovatie? 3. In hoeverre worden nieuwe kennis, concepten en innovaties in het project meegenomen om een grotere effectiviteit te realiseren in bijvoorbeeld de landbouw?

1. Integrale bijdrage aan klimaat, milieu en biodiversiteit Het gebiedsplan levert een integrale bijdrage aan alle doelen van de openstelling: klimaat, milieu (bodem, water en lucht) en biodiversiteit. De maatregelen versterken elkaar en zorgen voor een breed effect op meerdere beleidsdoelen tegelijk. •

•

•

Klimaat: Investeringen in duurzame energie (zonnepanelen en energieopslag), elektrificatie van machines en klimaatadaptieve maatregelen zoals verhoging van het organisch stofgehalte dragen bij aan reductie van broeikasgasemissies en vergroting van klimaatbestendigheid. Milieu (bodem, water en lucht): Compostering van maaisel, toepassing van mestscheiding, mechanische onkruidbestrijding en regenwateropvang verminderen nutriëntenuitspoeling en chemische belasting. Bodemstructuurverbetering draagt bij aan duurzaam waterbeheer. Biodiversiteit: Aanleg van landschapselementen, natuur-inclusief graslandbeheer en versterking van groenblauwe structuren vergroten de biodiversiteit en versterken ecosysteemdiensten.

Het plan sluit hiermee aan bij provinciale, gemeentelijke en waterschapsdoelen en draagt gelijktijdig bij aan meerdere beleidsdoelen. Nulmeting en monitoring Binnen het project wordt, voor zover passend en op basis van beschikbare informatie, per deelnemend bedrijf een nulmeting uitgevoerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van aanwezige bedrijfsgegevens, zoals bodemanalyses, energieverbruik, inzet van gewasbeschermingsmiddelen,

PAGE \*

nutriëntenstromen en bestaande landschapselementen. De nulmeting dient als referentie om de ontwikkeling en de bijdrage van het project aan de GLB-doelen op het gebied van klimaat, biodiversiteit, bodem en water inzichtelijk te maken. De voortgang en resultaten worden gedurende en na afloop van het project gevolgd aan de hand van: • registratie van gerealiseerde investeringen (facturen en opleveringsbewijzen); • monitoring van energieproductie en energieverbruik; • beschikbare bedrijfsadministratie met betrekking tot meststoffen- en middelengebruik. Daarnaast wordt aandacht besteed aan minder direct kwantificeerbare effecten, zoals biodiversiteitsontwikkeling, verbetering van bodemkwaliteit, klimaatmitigatie en waterkwaliteit. Deze worden waar mogelijk zichtbaar gemaakt door het volgen van veranderingen in landschapselementen, relevante bodemindicatoren en praktijkwaarnemingen van deelnemers. 2. Logische vertaling van doelen naar activiteiten De doelen van het gebiedsplan zijn concreet uitgewerkt in samenhangende werkpakketten die direct bijdragen aan de beoogde effecten. • • •

Doelen op klimaat en milieu zijn vertaald naar investeringen in duurzame energie, emissiereductie, bodemverbetering en efficiënter nutriëntenbeheer. Biodiversiteitsdoelen zijn vertaald naar aanleg en beheer van landschapselementen en natuur-inclusieve landbouwmaatregelen. Bewustwording en samenwerking worden versterkt via gezamenlijke kennisdeling en overleg binnen het samenwerkingsverband.

De gekozen activiteiten zijn praktisch uitvoerbaar en direct gekoppeld aan de geformuleerde gebiedsopgaven. Hierdoor ontstaat een logische en doelgerichte aanpak. 3. Inzet van kennis, concepten en innovatie Het project maakt gebruik van bewezen innovaties en nieuwe toepassingen binnen de agrarische praktijk, zoals mechanische onkruidbestrijding, mestscheiding, energieopslag en elektrificatie van machines. De kracht van het project ligt in de gebiedsgerichte toepassing en opschaling van deze technieken in samenhang. Door samenwerking tussen landbouwers, landgoederen en overheid wordt bestaande kennis effectief benut en geïntegreerd in een breder gebiedsconcept. Hiermee wordt innovatie niet alleen technologisch ingezet, maar ook organisatorisch en gebiedsgericht versterkt.

7e

Efficiëntie van de uitvoering van de activiteit

Toelichting Bij efficiëntie wordt gekeken naar de hoogte van de kosten die gemaakt moeten worden om de beoogde doelen en resultaten die opgenomen zijn in het gebiedsplan te bereiken. De mate van efficiëntie wordt beoordeeld aan de hand van de volgende aspecten: 1. Welke input, bijvoorbeeld geld, kennis en kunde, wordt ingezet en benut om de beoogde resultaten te kunnen realiseren?

PAGE \*

2.

Hoe efficiënt is de samenwerking georganiseerd, in hoeverre wordt de uitvoering van het gebiedsplan bijvoorbeeld projectmatig aangepakt? Zijn duidelijke werkafspraken tussen de partners in het samenwerkingsverband vastgelegd en is sprake van kennisdeling om van elkaar te leren?

De uitvoering van het gebiedsplan is efficiënt en projectmatig georganiseerd. De gemeente Rheden treedt op als penvoerder en wordt ondersteund door een projectenbureau dat zorgdraagt voor coördinatie, planning, financiële controle en voortgangsbewaking. Door deze centrale organisatie worden administratieve lasten voor individuele deelnemers beperkt en wordt dubbele inspanning voorkomen. De partners zetten eigen financiële middelen, kennis en uitvoeringscapaciteit in om de beoogde resultaten te realiseren. Investeringen worden waar mogelijk gebundeld en afgestemd, waardoor schaalvoordeel ontstaat en kennisuitwisseling tussen deelnemers wordt gestimuleerd. Hierdoor wordt met een gerichte inzet van middelen maximale impact bereikt. Binnen de projectstructuur (kernteam en projectgroep) zijn duidelijke werkafspraken gemaakt over verantwoordelijkheden, besluitvorming en rapportage. Door periodiek overleg en gezamenlijke evaluatie wordt van elkaar geleerd en kan waar nodig worden bijgestuurd.

7f

Haalbaarheid van de activiteit

Toelichting Bij haalbaarheid wordt gelet op de kans van slagen van de uitvoering van het gebiedsplan, gedurende de uitvoering maar ook in de tijd na ‘oplevering’ van het gebiedsplan. Belangrijk element hierin is in hoeverre de toekomst van de landbouw geborgd is. De mate van haalbaarheid wordt beoordeeld door in samenhang te kijken naar: 1. Staan de voorgenomen investeringen in verhouding tot de toekomst voor de voortzetting van de bedrijven? Zijn de investeringen logisch haalbare gekozen investeringen? In hoeverre zullen de investeringen leiden tot het genereren van een bestendig inkomen voor de boerenbedrijven? Bevat het gebiedsplan een beschrijving van de structurele inbedding van de resultaten na afloop (waaronder beheeren exploitatiekosten)? 2. Is voorzien in de nodige flexibiliteit voor aanpassingen in de plannen, wat, waar, wie, hoeveel, wanneer? In hoeverre zijn mogelijke risico’s geïdentificeerd en hoe is risicomanagement beschreven in het gebiedsplan? 3. In hoeverre zijn vergunningen voor de voorgenomen activiteiten en investeringen in het gebiedsplan reeds in bezit? Past het gebiedsplan binnen de vigerende richtlijnen voor ruimtelijke ordening van het gebied?

1. Logische investeringen en structurele inbedding De voorgenomen investeringen zijn logisch en passend binnen de bedrijfsvoering van de deelnemende landbouwbedrijven. Het betreft voornamelijk vervangings- of optimalisatieinvesteringen die bijdragen aan kostenverlaging (energie, meststoffen, gewasbescherming), efficiënter nutriëntenbeheer en verduurzaming van de productie. De bedrijven beschikken over continuïteitsperspectief en zijn bereid om eigen middelen in te zetten naast de subsidie. De investeringen versterken zowel de duurzaamheid als het verdienvermogen van de bedrijven, onder meer door lagere energiekosten, efficiënter gebruik van inputs en het leveren van ecosysteemdiensten. Daarmee ondersteunen zij de lange termijn continuïteit en bedrijfsopvolging. De resultaten worden structureel ingebed in de bedrijfsvoering. Machines, energie-installaties en stalverbeteringen hebben een meerjarige gebruiksduur en maken blijvend onderdeel uit van het productieproces. Landschapselementen en biodiversiteitsmaatregelen worden opgenomen in het reguliere beheer van bedrijven en landgoederen, waardoor ook na afloop van het project blijvend effect wordt gerealiseerd.

PAGE \*

2. Flexibiliteit en risicomanagement Het gebiedsplan is zodanig opgezet dat flexibiliteit mogelijk blijft binnen de kaders van de doelstellingen. De uitvoering vindt gefaseerd plaats en wordt periodiek geëvalueerd binnen het samenwerkingsverband, waardoor tijdig kan worden bijgestuurd indien omstandigheden wijzigen. Mogelijke risico’s betreffen marktontwikkelingen, beleidswijzigingen of vertraging in vergunningprocedures. Deze risico’s worden beheerst doordat de meeste investeringen passen binnen bestaande regelgeving en grotendeels voortbouwen op huidige bedrijfsvoering. Door centrale coördinatie via de penvoerder en regelmatige voortgangsoverleggen wordt actief gestuurd op planning, uitvoering en risicovermindering. 3. Vergunningen en ruimtelijke inpassing Voor het merendeel van de voorgenomen investeringen zijn geen aanvullende vergunningen vereist, aangezien het voornamelijk gaat om vervanging, optimalisatie of verduurzaming van bestaande bedrijfsmiddelen binnen de geldende agrarische bestemming en de bestaande milieuruimte van de deelnemende bedrijven.

Voor investeringen met een bouwkundig of milieutechnisch karakter – zoals staloptimalisaties, mestopslag of -verwerking, energie-installaties (waaronder zonnepanelen en energieopslag) en de aanleg van landschapselementen – wordt per locatie vooraf getoetst welke verplichtingen gelden onder de Omgevingswet en aanverwante regelgeving. Indien een omgevingsvergunning, melding of watervergunning noodzakelijk is, wordt deze tijdig aangevraagd en wordt de uitvoering afgestemd op de geldende voorschriften. Op basis van de huidige inzichten zijn er geen planologische belemmeringen die realisatie van het gebiedsplan in de weg staan. De activiteiten sluiten aan bij de geldende omgevingsvisies en beleidskaders van gemeenten en provincie, waarin verduurzaming van de landbouw, versterking van biodiversiteit en klimaatadaptatie expliciet worden ondersteund.

7g

Mate van urgentie van de activiteit

Toelichting Bij urgentie is het van belang om te zien in hoeverre de voorgenomen investeringen en maatregelen urgent zijn voor de beschreven gebiedsopgave in het gebiedsplan. Is in de regio, het gebied, sprake van een urgente opgave voor de doelen klimaat, milieu en biodiversiteit?

De urgentie van het gebiedsplan HBFO is hoog en gebiedsspecifiek. In het uiterwaardengebied van de IJssel komen meerdere opgaven samen op het gebied van klimaat, milieu en biodiversiteit. Het betreft een gebied waar landbouw, Natura 2000, waterveiligheid en cultuurhistorie direct met elkaar verweven zijn. Hierdoor werken ecologische, hydrologische en sociaaleconomische ontwikkelingen direct op elkaar in. 1. Urgentie in relatie tot Europese en nationale doelen De Europese Unie stelt drie centrale doelen: beperking van klimaatverandering, duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen en herstel van biodiversiteit. In het HBFO-gebied staan deze drie doelen tegelijkertijd onder druk: • toenemende klimaatextremen (droogte en piekneerslag) beïnvloeden bodem en waterhuishouding; • de waterkwaliteit (KRW) vraagt om vermindering van nutriëntenbelasting; • biodiversiteit staat onder druk door versnippering en afname van landschapselementen.

PAGE \*

Het gebied ligt in de invloedssfeer van Natura 2000 (Rijntakken en Veluwe), waardoor ook stikstofreductie en natuurherstel urgente thema’s zijn. 2. Urgentie binnen provinciale ambities De provincie Gelderland zet in op versterking van natuurinclusieve en kringlooplandbouw. In het Actieplan Natuurinclusieve Landbouw worden vier niveaus onderscheiden, waarbij bedrijven zich stapsgewijs ontwikkelen richting een systeem waarin natuurlijke processen leidend zijn. Zonder gerichte investeringen is doorgroei naar hogere niveaus moeilijk haalbaar. Daarnaast streeft de provincie naar circa 10% groenblauwe dooradering van het landschap. In het HBFO-gebied is deze ambitie relevant vanwege de ligging binnen het Gelders Natuurnetwerk en de gewenste versterking van ecologische verbindingen tussen Veluwe en IJssel. De aanleg van landschapselementen binnen dit project draagt direct bij aan deze provinciale opgave. 3. Urgentie voor landbouw en gebiedssamenhang De landbouwbedrijven in het gebied staan onder druk door stijgende kosten, beleidsveranderingen en klimaatontwikkelingen. Tegelijkertijd zijn zij essentieel voor het beheer van het uiterwaardenlandschap. Zonder verduurzaming en versterking van het verdienvermogen komt de continuïteit van bedrijven in het gedrang, met negatieve gevolgen voor natuurbeheer en landschappelijke kwaliteit.

Door nu te investeren in bodemverbetering, emissiereductie, biodiversiteitsversterking en duurzame energie wordt voorkomen dat problemen zich opstapelen en dat de transitie later ingrijpender en kostbaarder wordt. De samenloop van klimaatopgaven, natuurherstel, waterkwaliteit en landbouwtransitie maakt de uitvoering van het gebiedsplan niet alleen wenselijk, maar noodzakelijk voor een robuust en toekomstbestendig HBFO-gebied.

8.

PROJECTMANAGEMENT 8a

Risico’s en randvoorwaarden

Toelichting Geef hieronder een toelichting op de voorziene risico’s en randvoorwaarden die van invloed zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren. Beschrijf hierbij tevens de wijze waarop deze risico’s en randvoorwaarden beheersbaar worden gemaakt.

De uitvoering van het gebiedsplan vindt plaats binnen een dynamische context waarin beleidsmatige, economische en klimatologische ontwikkelingen van invloed kunnen zijn. De belangrijkste risico’s en randvoorwaarden zijn hieronder benoemd, evenals de wijze waarop deze beheersbaar worden gemaakt. 1. Beleids- en regelgeving Veranderingen in wet- en regelgeving (bijvoorbeeld rondom stikstof, energie of ruimtelijke ordening) kunnen invloed hebben op de uitvoering van investeringen. Dit risico wordt beperkt doordat de maatregelen passen binnen bestaande agrarische bestemmingen en voortbouwen op huidige bedrijfsvoering. Indien vergunningen nodig zijn, worden deze tijdig aangevraagd en vindt afstemming plaats met de bevoegde instanties. 2. Marktontwikkelingen en economische onzekerheid Schommelingen in energieprijzen, mestkosten of landbouwprijzen kunnen invloed hebben op de financiële positie van bedrijven. De investeringen binnen het project zijn echter juist gericht op

PAGE \*

kostenreductie (energie, inputgebruik) en efficiëntieverbetering, waardoor bedrijven minder kwetsbaar worden voor externe prijsschommelingen. 3. Klimaat en uitvoeringsomstandigheden Extreem weer kan de planning van sommige werkzaamheden beïnvloeden (bijvoorbeeld aanplant of bodemmaatregelen). Door gefaseerde uitvoering en flexibiliteit in planning kunnen werkzaamheden worden aangepast aan seizoens- en weersomstandigheden. 4. Samenwerking en organisatie Een goede samenwerking tussen partners is een randvoorwaarde voor succes. Dit wordt geborgd door een duidelijke projectstructuur met kernteam en projectgroep, vaste overlegmomenten en heldere taakverdeling. De gemeente Rheden treedt op als penvoerder en bewaakt planning en voortgang. 5. Structurele borging na afloop Een randvoorwaarde voor blijvend effect is dat resultaten na afloop van het project worden voortgezet. Dit wordt geborgd doordat de investeringen onderdeel worden van de reguliere bedrijfsvoering en het beheer van landgoederen. Door deze risico’s tijdig te onderkennen en beheersmaatregelen toe te passen, wordt de kans van slagen van het gebiedsplan als hoog ingeschat.

8b

Monitoring en evaluatie

Toelichting Geef aan op welke wijze u de voortgang van de uitvoering van het gebiedsplan gaat monitoren en evalueren gedurende het project. Indien u gebruik maakt van kritische prestatie-indicatoren ten behoeve van de doelsturing en doelbereik van het gebiedsplan geef dan hieronder een toelichting.

De voortgang van het gebiedsplan wordt gedurende de looptijd actief gemonitord en periodiek geëvalueerd binnen het samenwerkingsverband. Monitoring vindt plaats op zowel financieel, organisatorisch als inhoudelijk niveau. Monitoring van voortgang en uitvoering • Registratie van gerealiseerde investeringen (facturen, opleveringsbewijzen, fotodocumentatie); • Periodieke voortgangsoverleggen binnen de projectgroep; • Centrale projectadministratie onder verantwoordelijkheid van de penvoerder; • Jaarlijkse voortgangsrapportage waarin uitvoering en besteding worden verantwoord. Inhoudelijke monitoring (kritische prestatie-indicatoren) Om te kunnen sturen op doelbereik worden indicatoren gebruikt, zoals: • ontwikkeling van het organischestofgehalte van de bodem (op basis van bodemanalyses); • reductie in gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen; • gerealiseerde oppervlakte of lengte aan landschapselementen; • energieproductie uit duurzame installaties; • gerealiseerde investeringen in emissiearme technieken. Deze indicatoren worden per deelnemend bedrijf geïnventariseerd bij de start (nulmeting) en gedurende het project gevolgd op basis van beschikbare bedrijfsgegevens.

PAGE \*

Evaluatie en bijsturing Tijdens kwartaaloverleggen wordt de voortgang besproken en waar nodig bijgestuurd. Aan het einde van het project wordt een evaluatie opgesteld waarin wordt beoordeeld in hoeverre de beoogde doelen zijn gerealiseerd en welke lessen zijn geleerd voor toekomstige gebiedsontwikkeling. Met deze systematische monitoring en evaluatie wordt de doelgerichtheid en effectiviteit van het gebiedsplan geborgd.

8c

Projectadministratie

Toelichting Geef een beschrijving van de wijze waarop de administratie voor het project wordt opgezet. Het is belangrijk dat alle kosten die voor het project worden gemaakt centraal bij de penvoerder worden bijgehouden en gecontroleerd kunnen worden. Geef onder andere aan hoe voor dit project het inkoopproces, het betalingsproces en eventuele urenregistratie geregeld is. En laat zien op welke wijze de rechtstreekse relatie van facturen met het project wordt aangetoond.

De projectadministratie wordt centraal gevoerd door de penvoerder (gemeente Rheden) en ondersteund door het projectenbureau. Alle project-gerelateerde kosten worden afzonderlijk geadministreerd en voorzien van een duidelijke projectcodering, zodat directe herleidbaarheid is geborgd. Inkoopproces Investeringen worden door de deelnemende partners uitgevoerd conform geldende projectvoorstel. Offertes en opdrachtbevestigingen worden bewaard in de projectadministratie. Indien aanbestedingsprocedures van toepassing zijn zullen deze gehanteerd worden. Betalingsproces Facturen worden gecontroleerd op inhoudelijke juistheid, aantoonbare relatie met het goedgekeurde project en subsidiabiliteit. Betaling vindt plaats via de reguliere financiële administratie van de betreffende partner. Kopieën van facturen, betaalbewijzen en – indien relevant – opleveringsbewijzen worden centraal verzameld door de penvoerder. Urenregistratie Indien uren subsidiabel zijn, worden deze geregistreerd met behulp van een urenregistratie met vermelding van projectnaam, datum, activiteit en aantal uren. Door deze werkwijze is een directe relatie tussen gemaakte kosten en projectactiviteiten aantoonbaar en controleerbaar.

8d

Beginselen van goed financieel beheer

Toelichting Geef aan op welke wijze bij de uitvoering van het project en met name het aangaan van verplichtingen de beginselen van goed financieel beheer worden toegepast. Met andere woorden, hoe wordt ervoor gezorgd dat kosten van derden worden gemaakt tegen marktconforme tarieven en op welke wijze wordt dit aantoonbaar gemaakt in het projectdossier?

PAGE \*

Bij de uitvoering van het project worden de beginselen van goed financieel beheer toegepast: doelmatigheid, transparantie en marktconformiteit. Voor indiening van het subsidie aanvraag wordt afhankelijk van de aard en omvang van de investering – meerdere offertes opgevraagd of wordt een benchmark gedaan. Daarnaast wordt indien van toepassing gewerkt volgens de geldende inkoop- en aanbestedingsregels van de betrokken organisatie. Hiermee wordt geborgd dat kosten marktconform zijn. De gemaakte keuzes worden vastgelegd in het projectdossier, inclusief offertes, opdrachtbevestigingen en een onderbouwing van de selectie van leveranciers. Facturen en betaalbewijzen worden centraal geadministreerd en gekoppeld aan de betreffende projectactiviteiten. Door deze werkwijze is aantoonbaar dat middelen doelmatig worden besteed en dat verplichtingen zorgvuldig en tegen marktconforme tarieven worden aangegaan.

9.

Financieel 9a

Begroting

Toelichting Voeg hier een kopie in van het overzicht “Subsidiabele activiteit” uit het begrotingsformat. (Zie hiervoor het tabblad “Begroting”). Tip! Kopieer het geselecteerde bereik in het Excel bestand en plak het als afbeelding in dit Word document. Pas voor de leesbaarheid de schaal van de afbeelding aan.

Totaal subsidie €

2.016.680

€

1.575.790

€

38.440

€

-

€

-

landbouwbedrijven (NIET alleen waterkwantiteit)

€

262.000

Kennisoverdrachtsactiviteiten

€

-

Ruilverkaveling (voorbereiding en uitvoering)

€

-

Innovaties (ontwikkelen en beproeven)

€

6.050

Innovaties (investeringen in bedrijfsmiddelen)

€

-

Draagvlakontwikkeling en samenwerkingsactiviteiten

€

134.400

Subsidiabele activiteit: Productieve investeringen groen- blauw of dierenwelzijn Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven (NIET gericht op het watersysteem) Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven (gericht op het watersysteem) Niet productieve investeringen op nietlandbouwbedrijven (ALLEEN waterkwantiteit) Niet productieve investeringen op niet-

9b

Toelichting begroting

Toelichting

PAGE \*

Licht hieronder of in een aparte bijlage uitgebreid de begroting van uw project toe. Zorg dat de begrote kosten gekoppeld zijn aan de projectactiviteiten. Licht toe welke aannames gedaan zijn bij het opstellen van de begroting en onderbouw deze met documentatie zoals offertes of loonstroken. Motiveer waarom u vindt dat de begrote bedragen passend en redelijk (marktconform) zijn. Wees zo duidelijk mogelijk!

De begroting is rechtstreeks gebaseerd op de projectactiviteiten en is met zorg en op realistische uitgangspunten opgesteld. Per investering/activiteit is vooraf onderzoek gedaan naar de te verwachten kosten. Hierbij is gebruik gemaakt van offertes van leveranciers, prijsopgaven, ervaringscijfers uit de praktijk en beschikbare benchmarks binnen de sector. Op deze wijze is geborgd dat de begroting aansluit bij actuele marktprijzen en uitvoerbaar is binnen de projectperiode. In een separate bijlage is per activiteit een nadere onderbouwing van de kosten opgenomen, inclusief offertes, prijsindicaties of gehanteerde uitgangspunten. De kosten hebben voornamelijk betrekking op investeringen die bijdragen aan verduurzaming, innovatie en versterking van biodiversiteit, bodem- en waterkwaliteit en klimaatprestaties. Daarnaast zijn kosten opgenomen voor projectorganisatie, begeleiding, monitoring en kennisdeling, die noodzakelijk zijn voor een zorgvuldige uitvoering en borging van de projectresultaten. Binnen de begroting is nadrukkelijk rekening gehouden met de subsidievoorwaarde dat maximaal 25% van de subsidie mag worden besteed aan de onderste ondersteunende activiteiten. In het voorliggende project blijft dit aandeel beperkt tot circa 13%, waardoor ongeveer 87% van de subsidie direct wordt ingezet voor investeringen.

Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de gestelde verhouding en ligt de nadruk aantoonbaar op concrete maatregelen en impact in de praktijk. De begrote bedragen worden passend en marktconform geacht, aangezien deze zijn gebaseerd op offertes en realistische inschattingen van de benodigde inzet.

9c

Aangevraagde subsidie

Toelichting Voeg hier een kopie in van het overzicht “Subsidie” uit het begrotingsformat. (Zie hiervoor het tabblad “Controle”). Tip! Kopieer het geselecteerde bereik in het Excel bestand en plak het als afbeelding in dit Word document. Pas voor de leesbaarheid de schaal van de afbeelding aan.

PAGE \*

Totaal subsidie

Aandeel

€ 1.071.206,00

100%

€

630.316,00

59%

€

38.440,00

4%

Verdeling

Subsidiabele activiteit: Productieve investeringen groen- blauw of dierenwelzijn Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven (NIET gericht op het watersysteem)

87%

Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven (gericht op het watersysteem)

€

-

0%

€

-

0%

Niet productieve investeringen op nietlandbouwbedrijven (ALLEEN waterkwantiteit) Niet productieve investeringen op nietlandbouwbedrijven (NIET alleen waterkwantiteit)

€

Kennisoverdrachtsactiviteiten

€

-

0%

Ruilverkaveling (voorbereiding en uitvoering)

€

-

0%

Innovaties (ontwikkelen en beproeven)

€

Innovaties (investeringen in bedrijfsmiddelen)

€

Draagvlakontwikkeling en samenwerkingsactiviteiten

€

262.000,00

6.050,00 134.400,00

24%

1% 0% 13%

13%

PAGE \*

10. Overig 10a Wat wilt u verder nog melden over uw project? Toelichting Geef hieronder eventuele zaken over uw project aan die u niet onder één van voorgaande hoofdstukken kwijt kunt.

Het gebiedsplan HBFO laat zien dat de transitie van de landbouw niet hoeft te leiden tot tegenstelling tussen landbouw, natuur en water, maar juist kan uitgroeien tot een gezamenlijke ontwikkelopgave. In dit gebied werken ondernemers, landgoederen en overheid samen aan een toekomstbestendig landschap waarin duurzame voedselproductie hand in hand gaat met biodiversiteitsherstel, klimaatadaptatie en waterbeheer. De kracht van dit project ligt in de gebiedsgerichte samenwerking en de bereidheid van landbouwers om actief te investeren in verduurzaming binnen hun eigen bedrijfsvoering. Daarmee wordt niet alleen gewerkt aan beleidsdoelen, maar aan een structurele versterking van het gebied als geheel. Het HBFO-gebied kan hiermee dienen als voorbeeld van hoe integrale gebiedsontwikkeling in de praktijk vorm krijgt: met landbouw als drager van het landschap en als partner in maatschappelijke opgaven.

10b Bijlagen Toelichting Geef -indien van toepassing - hieronder aan welke bijlagen u toevoegt aan uw projectplan.

Nog later toe te voegen:

PAGE \*

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=f0846df1-3a60-47af-8e4f-0b8e3848b5b6