Ontwerpraadsbesluit Vaststelling Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2023 (22.78)
Tekst van het document
Informele hulp bij hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen is minder goed denkbaar. Als ook hiervoor een pgb wordt aangevraagd, is voor het college van belang dat gewaarborgd is dat de in te kopen voorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt (artikel 2.3.6 lid 2 onderdeel c van de wet). Hierbij weegt het college mee of de voorziening in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt (artikel 2.3.6 lid 3 van de wet). In lid 7 is een tarief opgenomen voor niet-professionele hulp door een hulpverlener die niet uit het sociale netwerk van de cliënt komt. Denk bijvoorbeeld aan een buurtgenoot waar de cliënt verder geen sociale relatie mee heeft. Het college vindt het terecht hier een lager tarief voor te hanteren, dan voor een hulpverlener die wel gediplomeerd is voor de hulp. Door het tarief gelijk te stellen aan het wettelijk minimumloon, kan de cliënt altijd aan zijn arbeidsrechtelijke verplichtingen voldoen. Artikel 13 Financiële tegemoetkoming Een financiële tegemoetkoming is een geldbedrag dat een cliënt krijgt als tegemoetkoming in de kosten die gemaakt worden om een voorziening aan te schaffen of hulp te organiseren. De financiële tegemoetkoming hoeft niet kostendekkend te zijn, maar moet wel in de buurt komen van de daadwerkelijk gemaakte kosten.
Het college hanteert een financiële tegemoetkoming voor de kosten voor verhuizing en herinrichting. De exacte hoogte hiervan is vooraf lastig bepalen. Een financiële tegemoetkoming is voor deze voorziening dan ook een geschikt instrument. Artikel 14 Abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen Het college mag van cliënten een bijdrage in de kosten vragen voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen. In dit en het volgende artikel zijn de regels over deze bijdrage in de kosten opgenomen. Lid 1 Hierin is vastgelegd dat een eigen bijdrage verschuldigd is zolang er gebruik wordt gemaakt van de voorziening. Hier wordt mee bedoeld dat een eigen bijdrage verschuldigd is gedurende de tijd dat een cliënt ‘in zorg' gemeld staat bij de aanbieder. De eigen bijdrage is niet langer meer verschuldigd op het moment dat de gemeente een 'einde zorg' bericht heeft ontvangen van de aanbieder. pagina
21
ons kenmerk
22.78B
22.78 Raadsvergadering 1 november 2022 Agendapunt DR
Lid 2 Het college kan ook voor het gebruik van een algemene voorziening (behalve voor cliëntondersteuning) een bijdrage in de kosten van de gebruiker vragen. Als de gemeente dit wenst, dan moet dit in de verordening worden geregeld. In dit artikel staat alleen de algemene voorziening waarvoor het abonnementstarief van € 19,00 per maand geldt. Uit de wet volgt dat het abonnementstarief verplicht is voor algemene voorzieningen waarbij een duurzame hulpverleningsrelatie wordt aangegaan tussen de cliënt en de hulpverlener. Bij een duurzame hulpverleningsrelatie gaat het in belangrijke mate om persoonlijke hulpverlening, is arbeid verreweg de grootste kostencomponent, is de continuïteit van de band tussen cliënt en hulpverlener belangrijk voor de ondersteuning van de cliënt en wordt er langdurig gebruik gemaakt van de voorziening. Bij de algemene voorziening Hulp bij het huishouden is sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie en heeft de gemeente ervoor gekozen het abonnementstarief te hanteren. Lid 3 Voor maatwerkvoorzieningen in natura en pgb’s en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen geldt het abonnementstarief van in totaal maximaal € 19,00 per maand. Het CAK stelt de eigen bijdrage vast en int deze.
Lid 4 Op grond van de wet en het uitvoeringsbesluit is er voor een rolstoel en kindvoorzieningen met uitzondering van woningaanpassingen geen bijdrage verschuldigd. De gemeente heeft daarnaast besloten ook voor een voorziening in de verhuis- en herinrichtingskosten en voor bemoeizorg geen bijdrage te vragen. Lid 5 Vervoer kan op grond van het uitvoeringsbesluit worden uitgezonderd van het abonnementstarief. In dit artikel is dit geregeld voor collectief vervoer. Reden voor deze uitzondering is dat er bij deze vorm van vervoer per rit lage prijzen worden gevraagd en het gebruik in veel gevallen incidenteel is. Er is daarom een afzonderlijke bepaling opgenomen over de hoogte van de bijdrage in de kosten voor het vervoer. Lid 6 t/m 9 Sinds de invoering van het abonnementstarief, hoeft er niet meer voor alle voorzieningen gecontroleerd te worden of de bijdrage de kostprijs te boven gaat. In lid 6 is geregeld voor welke voorzieningen deze controle nog wel geldt. In lid 7, lid 8 en lid 9 is uitgelegd hoe de kostprijs tot stand komt. Lid 10 Aan jeugdigen tot 18 jaar kan alleen een bijdrage in de kosten worden opgelegd voor een woningaanpassing. Voorwaarde voor het kunnen vragen van deze bijdrage, is dat dit door de gemeenteraad in de verordening is bepaald.
Artikel 15 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van voorzieningen ligt bij de gemeente en de aanbieders. De gemeente moet in de verordening regelen welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, waaronder eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten (artikel 2.1.3 lid 2 onderdeel c van de wet). Deze bepaling geeft hier uitvoering aan. In lid 1 staan een aantal voor de hand liggende kwaliteitseisen. Het in lid 3 genoemde jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek is verplicht op grond van artikel 2.5.1 lid 1 van de wet.
pagina
22
ons kenmerk
22.78B
22.78 Raadsvergadering 1 november 2022 Agendapunt DR Artikel 16 Meldingsregeling calamiteiten en geweld In artikel 3.4 lid 1 van de wet is bepaald dat de aanbieder bij de toezichthoudend ambtenaar, direct melding doet van iedere calamiteit en geweld bij de verstrekking van een voorziening. In artikel 6.1 van de wet staat dat het college personen aanwijst die toezicht houden op de naleving van de wet. In aanvulling hierop regelt dit artikel dat er door het college een regeling wordt opgesteld over het doen van meldingen en dat de toezichthoudend ambtenaar deze meldingen onderzoekt en het college adviseert over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. Artikel 17 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet Om niet-gebruik, misbruik en oneigenlijk gebruik van een maatwerkvoorziening in natura of een pgb te voorkomen is het allereerst van belang dat de cliënt op de hoogte is van zijn rechten en plichten. Op basis van dit artikel wordt de cliënt hier op een begrijpelijke manier over geïnformeerd. Een cliënt moet het college informeren over veranderingen die van invloed kunnen zijn op de toegekende voorziening.
Het college heeft ook daarnaast de mogelijkheid om periodiek te onderzoeken of er aanleiding is om de beslissing om een maatwerkvoorziening in natura of een pgb te verstrekken te heroverwegen (artikel 2.3.9 van de wet). Als hier aanleiding toe is, kan het college op grond van artikel 2.3.10 van de wet de beslissing vervolgens herzien of intrekken. Als het college een beslissing intrekt omdat de cliënt opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, dan kan het college overgaan tot het vorderen van geldswaarde van de ten onrechte ontvangen maatwerkvoorziening in natura of pgb (artikel 2.4.1 lid 1 van de wet). Het vierde lid is een ‘kan’-bepaling. Een pgb wordt verstrekt met de bedoeling dat men daarmee een voorziening treft. Als drie maanden na de beslissing tot het verstrekken van het pgb nog geen voorziening is getroffen, kan het college de toekenning van het pgb geheel of gedeeltelijk in te trekken. Deze bepaling is te zien als een verbijzondering van de bepaling in lid 3 onderdeel f (dat ook voor maatwerkvoorzieningen in natura geldt).
Op basis van lid 7 is het mogelijk om de SVB te verzoeken om betalingen uit het pgb tijdelijk op te schorten, bijvoorbeeld in situaties waarbij de cliënt tijdelijk in het ziekenhuis is opgenomen of voor langere tijd in het buitenland verblijft. De voorziening hoeft dan niet direct te worden beëindigd, maar kan tijdelijk worden stopgezet. Artikel 18 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb's Het college moet periodiek onderzoeken of er aanleiding is om een besluit tot verstrekking van een maatwerkvoorziening te heroverwegen (artikel 2.3.9 van de wet). Soms bestaat er ook twijfel over de kwaliteit, doelmatigheid en rechtmatigheid van geleverde ondersteuning. Op basis van dit artikel moet het college ook periodiek onderzoeken of de verstrekte maatwerkvoorzieningen in natura en pgb’s worden gebruikt of besteed voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt, of de besteding op een rechtmatige manier gebeurt en of de geleverde ondersteuning van goede kwaliteit is. Er kan onderzoek worden gedaan naar het handelen van een cliënt, maar ook naar de aanbieder. Het onderzoek kan bijvoorbeeld bestaan uit dossieronderzoek, bezoek aan de cliënt, bezoek aan de locatie waar de cliënt ondersteuning krijgt en gesprekken met de aanbieder.
pagina
23
ons kenmerk
22.78B
22.78 Raadsvergadering 1 november 2022 Agendapunt DR Artikel 19 Jaarlijkse waardering mantelzorgers Mantelzorgers van cliënten in de gemeente komen in aanmerking voor een jaarlijkse blijk van waardering (artikel 2.1.6 van de wet). Een cliënt is een persoon die gebruikmaakt van een algemene voorziening, maatwerkvoorziening of pgb, of door of namens wie een melding is gedaan (artikel 1.1.1 van de wet). Het gaat dus ook om mantelzorgers van cliënten die een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning hebben gemeld, ook al is daar geen Wmo voorziening uitgekomen. Verder is de woonplaats van de cliënt bepalend. Het kan dus ook gaan om mantelzorgers die in andere gemeenten wonen. Artikel 20 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen Deze bepaling is een uitwerking van artikel 2.1.7 van de wet. Daarin staat dat bij verordening kan worden bepaald dat door het college aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daardoor aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming wordt verstrekt ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. De tegemoetkoming kan op aanvraag kan verstrekt. De beslissing op een dergelijke aanvraag is een (subsidie)beschikking. De bepalingen in de Awb, onder andere over bezwaar en beroep en subsidies, zijn hierop van toepassing.
Verstrekking van de tegemoetkoming is mogelijk voor kosten voor medisch afval en voor een maaltijdservice. Een tegemoetkoming is alleen mogelijk voor ingezetenen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen en een minimuminkomen (aan te tonen met de GelrePas). Het college heeft de verstrekking van de tegemoetkoming in de meerkosten uitgewerkt in de nadere regels. Artikel 21 verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden Voor een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan, moet de gemeente in de verordening hierover regel stellen (artikel 2.6.6 lid 1 van de wet). In artikel 5.4 van het uitvoeringsbesluit is uitgewerkt wat hierin van de gemeente wordt verwacht. Doel is dat een vaste of reële prijs wordt vastgesteld voor diensten die derden verlenen in opdracht van het college. In dit artikel is dit uitgewerkt. Artikel 22 Jeugdwet en artikel 23 Participatiewet Het college vindt goede samenhang en integrale dienstverlening belangrijk. Dit artikel regelt de afstemming tussen de dienstverlening op basis van de Wmo met de Jeugdwet en met de Participatiewet. Artikel 24 Klachtregeling De cliënt kan ontevreden zijn over het gedrag van een gemeenteambtenaar, bijvoorbeeld over de wijze waarop een gesprek is gevoerd of een gebrek aan deskundigheid.
Daarvoor staat de klachtenprocedure van de gemeente open. In de Awb staan regels over hoe het college moet omgaan met klachten tegen hem of zijn medewerkers (titel 9.1 Awb). Lid 2 gaat over de afhandeling van klachten door aanbieders. De gemeente is verplicht in de verordening te bepalen voor welke voorzieningen een is vereist (artikel 2.1.3 lid 2 onderdeel e van de wet). Het ligt voor de hand dat cliënten die zich benadeeld voelen zo veel mogelijk deze klacht eerst bij de betreffende aanbieder indienen. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de aanbieder de klacht snel in behandeling neemt en de klacht ook snel afhandelt. Als de afhandeling niet naar wens is, staat de weg naar de gemeente voor het indienen van de klacht open. pagina
24
ons kenmerk
22.78B
22.78 Raadsvergadering 1 november 2022 Agendapunt DR Artikel 25 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning In de verordening moet staan voor welke voorzieningen een regeling vereist is voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn (artikel 2.1.3 lid 2 onderdeel f van de wet). Dit is uitgewerkt in lid 1. In lid 2 staan een aantal instrumenten die het college kan inzetten om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd. Artikel 26 Betrekken van ingezetenen bij het beleid Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 2.1.3 lid 3 van de wet. Daarin staat dat in de verordening wordt bepaald hoe ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van de wet. Met lid 3 wordt het aan het college overgelaten om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven. Artikel 27 Evaluatie Geen verdere toelichting nodig. Artikel 28 Hardheidsclausule In bijzondere gevallen kan het college in het voordeel van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening. Afwijken van de in de wet zelf genoemde bepalingen kan niet. Voor toepassing van de hardheidsclausule wordt zo nodig advies ingewonnen. Afwijken kan alleen maar in het voordeel, en nooit in het nadeel van de betrokken cliënt. Verder is met nadruk gemeld: in bijzondere gevallen.
Het gebruik maken van de hardheidsclausule is een uitzondering en geen regel. Het college moet dan ook duidelijk aangeven waarom in een bepaalde situatie van de verordening wordt afgeweken. Dan is ook duidelijk waarom dat in andere situaties niet gebeurt. Artikel 29 Intrekking oude verordening en overgangsrecht Geen verdere toelichting nodig. Artikel 30 Inwerkingtreding en citeertitel Geen verdere toelichting nodig. Velp, 1 november 2022 De raad voornoemd,
voorzitter.
griffier.
pagina
25
ons kenmerk
22.78B