Ontwerpbestemmingsplan Havikerwaard 53, De Steeg-060422
Tekst van het document
Het doel van de Nationale Landschappen is om de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten te behouden, duurzaam te beheren en waar mogelijk te versterken. Landgoed Middachten valt onder Nationaal Landschap Veluwe. Nationaal Landschap Veluwe is opgedeeld in veertien deelgebieden. Deze gebieden vertegenwoordigen samen het geheel van de Veluwe en de omringende flanken van de Veluwe. De kernkwaliteiten per landschap worden omschreven in “Kernkwaliteiten Gelderse Nationale Landschappen', bijlage 6 van Omgevingsverordening Gelderland (december 2018). Nationaal Landschap Veluwe
26
(concept ontwerp)
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg In de Omgevingsverordening Gelderland voor de Gelderse Nationale Landschappen zijn de begrenzingen weergegeven van de gebieden, ook zijn er per landschap landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten opgesteld. Bij het omgaan van de kernkwaliteiten in de Nationale Landschappen zijn er verschillende situaties met bijbehorende hoofdafwegingen voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven en bepalingen over wat de provincie en gemeente vraagt. Deze beoordeling wordt gedaan door een basis afwegingsformule van 'ja, mits' en 'nee, tenzij'. De afwegingsformule voorhet plangebied luidt als volgt: Beleidscategorie
Leidend
Nationaal Landschap en GO Groene Ontwikkelingszone (GO)
Afwegingsformule 'Ja-mits': ja voor ontwikkeling van functies die hier thuishoren, mits ontwikkelingen de samenhang tussen de natuurgebieden bevorderen, het functioneren als netwerk versterken en overgangen tussen natuurbestemmingen en andere functies zoneren
Het rustpunt voor recreanten valt binnen de Groene Ontwikkelingszone. Dit betekent dat ontwikkelingen van allerlei aard in principe mogelijk zijn, mits ze voldoen aan hierboven genoemde voorwaarde. Het plaatsen van een picknicktafel en informatievoorziening is een zeer kleinschalige ontwikkeling en heeft geen nadelige gevolgen voor de Groene Ontwikkelingszone. Conclusie Groen en landschap vormen geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. 4.1.13 Ecologie Kader Gebiedsbescherming De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden.
De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Natura 2000-gebieden die in het GNN liggen conform de Wet natuurbescherming. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregiem met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de verordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt. De planlocatie ligt op 3 km meter afstand van het Natura 2000-gebied Veluwe en 20 meter afstand van het Natura 2000-gebied Rijntakken (IJssel). De locatie grenst aan het Natuurnetwerk Nederland Gelderland. Er wordt een inschatting gemaakt of de voorgenomen ingreep mogelijk een negatief effect kan hebben op de beschermde natuurwaarden. De ontwikkelingsdoelen natuur en landschap voor de Groene Ontwikkelingszone zijn samen te vatten tot: • •
ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N348, A348, spoorlijn en Middachterallee
(concept ontwerp)
27
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg • • •
ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën, poelen ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. landgoedelementen, grafheuvels, ontginningen, houtwallen) en beheersvormen ontwikkeling ecosysteemdiensten
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt bepaalde planten- en diersoorten, onder andere door een verbod op het verstoren of beschadigen van beschermde soorten.
Beoordeling Natura 2000 en Gelders Natuurnetwerk Het projectgebied ligt op beperkte afstand van zowel Natura 2000-gebied Rijntakken en Veluwe als van gebieden aangewezen binnen het Gelders Natuurnetwerk. Omdat er alleen een wijziging van de gebruiksmogelijkheden zal plaatsvinden is er niet de verwachting dat de ontwikkeling zal leiden tot de aantasting van de betreffende natuurgebieden. Volledigheidshalve is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd waaruit blijkt dat de stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie zal afnemen (bijlage 1 bij de toelichting). Soortbescherming De voorgenomen ontwikkeling ziet alleen op een wijziging van de gebruiksmogelijkheden van de bestaande bebouwing. De bebouwing heeft niet leeggestaan en is momenteel in gebruik als plattelandswoning. De tuin wordt landschappelijke ingericht met inheemse beplanting. Er worden geen bomen gekapt. Er zijn geen fysieke aanpassingen van het gebouw noodzakelijk. Een onderzoek naar de aanwezige soorten is dan ook niet aan de orde. Stikstof Met de uitspraak van de Raad van State in mei 2019 inzake van Stikstof is het beleidskader nog niet duidelijk. Mede op aanraden van de Provincie Gelderland is met een AERIUS berekening de stikstofuitstoot van zowel de inrichtingswerkzaamheden als de gebruiksfase in beeld gebracht.
Door Bureau Econsultancy is onderzoek verricht naar de stikstofdepositie in februari 2022 (zie bijlage 1 bij de toelichting). De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase met peiljaar 2023 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. Conclusie Ecologie vormt geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan. 4.1.14 Veiligheid In het vooroverleg van het bestemmingsplan wordt de Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden (VGGM) betrokken. Het verzoek is reeds door de gemeente ter beoordeling voorgelegd aan Brandweer Gelderland Midden (onderdeel van VGGM: Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden). De beoordeling geeft geen aanleiding voor het stellen van aanvullende voorwaarden.
28
(concept ontwerp)
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Hoofdstuk 5
Beschrijving bestemmingsplan
Zoals in hoofdstuk 1 al is aangehaald, kent onderhavig bestemmingsplan dat volgens de huidige digitale vereisten is opgezet, andere bestemmingen ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan. Ook zijn de laatste wijzigingen in regelgeving en beleid hierin verwerkt. Niet gewijzigd is het uitgangspunt van flexibele bestemmingsplannen. Het geldende bestemmingsplan is hiervoor als uitgangspunt gebruikt. De bestemming Agrarisch met waarden – natuur en landschap geldt voor het volledige plangebied van dit bestemmingsplan. Middels dubbelbestemmingen (archeologie) en functieaanduidingen voor de groepsaccommodatie, vergaderlocatie en plattelandswoning is een specificatie aangegeven voor het gebruik van de gronden en opstallen. Er is getracht te anticiperen op de laatste inzichten op het gebied van bestemmen van percelen en gronden in het buitengebied. In de regels wordt het toegestane gebruik beschreven. Verder valt het plangebied binnen de werkingssfeer van het bestemmingsplan Parapluplan Rheden Archeologie 2013. De krachtens dat plan geldende dubbelbestemmingen voor archeologie zijn overgenomen in het voorliggende plan, met bijbehorend beschermingsregiem.
(concept ontwerp)
29
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische aspecten
Algemeen
Een bestemmingsplan is een juridisch instrument en bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en regels leggen de bouw- en gebruiksmogelijkheden vast van de grond en de opstallen. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf of overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vervat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn. Per 1 januari 2010 geldt de verplichting dat bestemmingsplannen volgens een landelijke digitale opzet (digitale standaarden) worden opgesteld. De Wro geeft voorts een aantal verplichtingen, die bij de totstandkoming van een bestemmingsplan gevolgd moeten worden.
Daarmee wijkt onderhavig bestemmingsplan in de (benaming van) bestemmingen, gebruikte symbolen en de (opbouw) van regels af van de systematiek zoals die is gehanteerd bij de vaststelling van het bestemmingsplan Landelijk gebied.
6.2
Procedure bestemmingsplan
De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, moet worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.
6.3
Verbeelding en regels
De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. De wijze waarop een bestemmingsplan vorm krijgt, is vastgelegd in landelijke standaarden.
30
(concept ontwerp)
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg 6.3.1
Verbeelding
Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ter nadere invulling c.q. verbijzondering van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels. Voor de verdere uitleg hiervan wordt verwezen naar onderstaande uitleg onder 6.3.2. Voor de beschrijving van het bestemmingsplan wordt verwezen naar Hoofdstuk 5 Beschrijving bestemmingsplan. 6.3.2
Regels
De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken. Deze worden kort beschreven. Daarna volgt een toelichting op de planregels. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2). Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Eerst de bestemmingsregels en vervolgens de dubbelbestemmingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend worden de (eventuele) afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van het bouwen en het gebruik omschreven. Daarna de specifieke gebruiksregels en de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, voor zover dit aan de orde is. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan.
Denk aan de anti-dubbeltelregel en de regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen. Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden. De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. In dit hoofdstuk worden ook regels gegeven over het ondergronds bouwen. Daarbij zal in voorkomende gevallen door middel van een geohydrologische onderzoek aangetoond moeten worden dat grondwaterstromen niet worden verstoord. De oppervlakte van een ondergrondse ruimte wordt niet meegeteld indien een maximum is gesteld. Ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels: Nota Parkeernormen Rheden 2015. Wat voldoende is, wordt op basis van de normen niet alleen bepaald bij de beoordeling van een bouwaanvraag, maar ook bij een wijziging in het gebruik.
(concept ontwerp)
31
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg Voorwaardelijke verplichtingen Landschapsmaatregelen In de specifieke gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, voor het gebied binnen de plangrenzen en opgenomen in een anterieure overeenkomst. Binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan dient de aanleg van de landschapsmaatregelen te hebben plaatsgevonden, conform het 'Landgoed Middachten, inrichtingsplan boerderij Havikerwaard 53, De Steeg' (bijlage 2 bij de regels). De landschapsmaatregelen moeten na realisatie in stand worden gehouden. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Voor zover relevant worden de planregels hierna nog artikelsgewijs nader toegelicht. Begrippen Voor een goede uitleg van de regels moeten de begripsbepalingen correct worden toegepast. Zij bieden uitsluitsel over de gebruikte termen en zijn doorslaggevend bij de interpretatie van de regels. Ten aanzien van het begrip 'bijgebouw' (1.19) kan nog worden opgemerkt dat expliciet niet is gekozen voor de term 'bijbehorend bouwwerk' waar in de Wabo van wordt gesproken. Dit vloeit voort uit de keuze om in beginsel geen functieonderscheid voor te schrijven tussen hoofd- en bijgebouw.
Opgemerkt wordt dat een carport onder het begrip overkapping valt. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe dient te worden gemeten. Bij het toepassen van de betreffende regels (zoals opgenomen in de algemene aanduidingsregels van dit plan) dient dus te worden gemeten conform de aangegeven meetmethodiek. Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap Binnen deze bestemming is het agrarisch gebruik van de gronden geregeld. Daarnaast is binnen deze bestemming een aantal aanduidingen opgenomen voor het toestaan van bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De maatvoering hiervoor is opgenomen in de regels van deze bestemming. Waarde - archeologie 1 en 2 Deze dubbelbestemmingen zijn gebaseerd op het archeologiebeleid in de gemeente Rheden. In de regels van de verschillende dubbelbestemmingen wordt de bescherming van de archeologische waarden geregeld via een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen de aanlegvergunning). Zonder een dergelijke vergunning mag niet zomaar de grond worden geroerd, en daardoor blijven de (mogelijke) archeologische waarden in de grond onaangeroerd. De vergunningsplicht ziet er op toe dat éérst inzicht ontstaat in de mogelijke waarde van de bodem waarna, op basis van een afweging, alsnog een vergunning afgegeven kan worden voor het roeren van de bodem.
Om inzicht in de mogelijke waarde van de bodem op het gebied van archeologie te verkrijgen is onderzoek nodig. Dit onderzoek zal vaak een archeologisch bureauonderzoek zijn gevolgd door een archeologisch booronderzoek. Deze dienen uitgevoerd te worden door deskundige onderzoekers die voldoen aan de benodigde certificeringen. Op basis van die eerste onderzoeken kan vervolgonderzoek nodig zijn (proefsleuvenonderzoek en eventueel opgraven). Indien aangetoond kan worden dat binnen (bepaalde delen van) het te onderzoeken gebied geen archeologische waarden meer aanwezig kunnen zijn, kan (met betrekking tot deze delen) worden afgezien van archeologisch onderzoek. Voor de verschillende te onderscheiden gebieden geldt dat een omgevingsvergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen aanlegvergunning genaamd). Waarbij de oppervlakte van de bodemingreep en de diepte ervan bepalen of een omgevingsvergunning nodig is of niet. Er moet dus aan beide criteria worden voldaan voordat een omgevings- vergunning nodig is. De diepte is daarbij maatgevend op het diepste punt (dus een ingreep boven de maatgevende oppervlakte en op één punt dieper dan de maatgevende diepte is vergunningplichtig). 32
(concept ontwerp)
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
De volgende gebieden worden onderscheiden waarbij per gebied het maatgevend minimale oppervlakte (in vierkante meters) wordt aangegeven als ook de maatgevende diepte (in strekkende centimeters). Verwachtingswaarde
categorie-indeling volgens archeologische beleidskaart
onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen
Dubbelbestemming
hoge verwachting
archeologisch gebied met hoge verwachting
groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm
Waarde - Archeologie 1
middelhoge verwachting
archeologisch gebied met middelhoge verwachting
groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm
Waarde - Archeologie 2
Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze zou zich kunnen voordoen indien een deel van een bouwperceel dat al bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken wederom bij een dergelijke berekening, doch nu ten behoeve van een ander bouwperceel wordt betrokken. Algemene bouwregels Voor diverse geringe bouwonderdelen geldt, dat deze bij de toets aan de planregels als zodanig buiten beschouwing worden gelaten. Daarnaast is een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen. Hoofdregel is, dat hetgeen bovengronds is toegestaan, ook ondergronds kan worden toegestaan. Daarnaast zijn enkele verbijzonderingen opgenomen. De tekst van de regeling volgt uit het Bro. Algemene gebruiksregels Voor de redactie van dit artikel is de algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. In beginsel is de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming bepalend. Verder wordt nog voorzien in een regeling ten aanzien van het parkeren en de parkeernormen. De parkeernormen zijn voor alle bestemmingen van toepassing. Zij zijn als bijlage 1 bij de regels opgenomen en maken als zodanig onderdeel uit van de regels van het voorliggende bestemmingsplan.
Algemene afwijkingsregels Aan burgemeester en wethouders wordt hier de bevoegdheid gegeven om af te wijken van de bestemmingsregels. Evident is dat niet alle afwijkingsregels op alle bestemmingen van toepassing zijn. Voorts is van belang dat het bestaan van de bevoegdheid niet mag leiden tot een automatisme in het afwijken: conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten burgemeester en wethouders de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afwegen. Overigens is de bevoegdheid beperkt in die zin dat geen omgevingsvergunning voor afwijken mag worden verleend indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een aantal met name genoemde belangen. Algemene procedureregels Op het stellen van nadere eisen zijn de algemene procedureregels van toepassing. Het is nodig deze in het bestemmingsplan te regelen omdat de Awb hierin niet voorziet. Overgangsrecht De redactie van dit recht volgt uit het Bro. Bij het overgangsrecht wordt onderscheid gemaakt naar bouwwerken en gebruik.
(concept ontwerp)
33
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg Bij bouwwerken gaat het er om of ze op de peildatum in enigerlei opzicht afwijken van het plan. Doorgaans betreffen die afwijkingen de bouwregels. Ze mogen gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd of na een calamiteit worden herbouwd, mits de bestaande afwijkingen naar hun aard niet worden vergroot. Bij de vraag of de afwijking wordt vergroot kan ook het gebruik relevant zijn. Van de mogelijkheid tot gedeeltelijke vernieuwing of verandering zijn uitgesloten de illegale bouwwerken. Daaronder worden verstaan de bouwwerken die zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning - voor zover vereist - zijn gebouwd in strijd met het toen geldende bestemmingsplan. Voor een vergroting van de inhoud van een bouwwerk met niet meer dan 5% kan met een omgevingsvergunning eenmalig worden afgeweken. Peildatum voor bouwwerken is het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het gebruik is bepaald dat bestaand, met het plan strijdig gebruik mag worden voortgezet. Een uitsluitingsclausule is opgenomen voor gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Deze regel laat de wrakingsjurisprudentie onverlet.
6.4
Vergelijking met geldende bestemmingsplan
Afgezien van de ruimtelijke verschuiving van functies zijn alle bestemmingen en aanduidingen overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan Landelijk Gebied. Indien nodig zijn de regels geactualiseerd naar de laatste inzichten.
6.5
Reikwijdte bestemmingsplan
Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevings- vergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand.
6.6
Handhaving
Het bestemmingsplan maakt op een eenvoudige wijze duidelijk wat is toegelaten en is daarmee goed handhaafbaar. Burgemeester en wethouders kunnen bestuursrechtelijk optreden tegen activiteiten die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Daartoe is beleid vastgesteld. Daarnaast kan ook via de strafrechtelijke weg worden opgetreden. Een overtreding van de regels is een strafbaar feit waarop de Wet op de Economische Delicten van toepassing is.
34
(concept ontwerp)
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient de economische uitvoerbaarheid te worden onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien: a. het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, en b. het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is, en c. het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, en het inrichten van de openbare ruimte en woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is, of d. één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van toepassing is, te weten: 1. het totaal der wettelijk te verhalen exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000,00, of 2. er geen verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening aan de orde zijn, of 3. de verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op de nutsvoorzieningen betreffen. De Wet ruimtelijke ordening kent voorts een regeling welke voorziet in een tegemoetkoming in schade indien deze boven het normale maatschappelijke risico uitstijgt.
Burgemeester en wethouders hebben ter zake van planschade een verordening vastgesteld. beoordeling Onderhavig bestemmingsplan betreft deels een private ontwikkeling en deels een actualisatie van het geldende bestemmingsplan. Waarbij in beginsel wordt aangesloten op het bestaande. De nieuwe ontwikkelingen zijn met name de wijziging van de gebruiksmogelijkheden ten behoeve van een groepsaccommodatie en een kleinschalige vergaderlocatie. In hoofdstuk 5 wordt verder aangegeven hoe is omgegaan met actuele inzichten ten aanzien van plansystematiek en de gemaakte keuzes. conclusie Het verhaal van kosten is gedekt door middel van leges, een exploitatieplan hoeft niet te worden vastgesteld. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat gezien de beperktheid van de aanpassingen in de regels en verbeelding en de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan geen zodanige waardeveranderingen worden voorzien dat zij niet gedragen kunnen worden. Gelet op het vorenstaande is de economische uitvoerbaarheid verzekerd.
(concept ontwerp)
35
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Hoofdstuk 8 8.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak
kader De gemeente kent op grond van de Gemeentewet een inspraakverordening. Deze verordening verplicht niet tot het geven van inspraak bij de voorbereiding van bestemmingsplannen. beoordeling Gezien de aard van onderhavig bestemmingsplan waarbij de bestaande mogelijkheden uitgangspunt zijn, de nieuwe ontwikkelingen inzichtelijk zijn en o.a. de wijzigingen in de standaardplanmethodiek in de fase van voorbereiding van het bestemmingsplan bekend zijn gemaakt en ter inzage hebben gelegen, bestaat geen aanleiding om onverplicht inspraak te geven. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan voor de wijziging van de gebruiksmogelijkheden binnen de bestaande bebouwing is PM zienswijze ingediend. conclusie Volstaan is met de wettelijke procedure zoals opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening.
8.2
Vooroverleg
kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening wordt vooroverleg gepleegd met de besturen van de betrokken gemeenten, waterschappen en met diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor een goede ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Van de kant van de provincie Gelderland en het rijk is bericht in welke gevallen zij vooroverleg nodig vinden. beoordeling Onderhavig bestemmingsplan noodzaakt tot overleg met de betrokken partners van het Landgoed Middachten. Deze overleggen hebben inmiddels plaatsgevonden, waarbij alle partners hebben aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de voorgenomen ontwikkelingen. conclusie Op basis van de resultaten van het vooroverleg kan het ontwerpbestemmingsplan als ontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen worden gelegd.
8.3
Zienswijzen
Het Besluit ruimtelijke ordening voorziet erin dat, voordat de formele procedure wordt gestart met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, wordt kennis gegeven van het voornemen om een bestemmingsplan te vervaardigen. De vooraankondiging is op PM geplaatst in de Regiobode,een huisaan-huisblad. En is daarnaast gepubliceerd in het elektronische Gemeenteblad op de website www.overheid.nl. De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan is ingevolge de Wet ruimtelijke ordening op PM bekendgemaakt in de Regiobode, de Staatscourant en in het elektronische Gemeenteblad. Gedurende de termijn van terinzagelegging van PM tot en met PM heeft eenieder de mogelijkheid gehad zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren te brengen. In deze periode was het bestemmingsplan via www.ruimtelijkeplannen.nl digitaal te raadplegen. De analoge versie lag ter inzage in het gemeentehuis. Er zijn PM zienswijzen naar voren gebracht. Het bestemmingsplan kan aan de raad worden voorgelegd ter vaststelling. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor beroep ter visie gelegd. 36
(concept ontwerp)
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Stikstofdepositieonderzoek
(concept ontwerp)
37
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Regels
38
(concept ontwerp)
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, Locatie Havikerwaard 53, De Steeg’; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0275.BPLG51-ON01 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van de aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aanduidingsvlak een vlak, door aanduidingsgrenzen van andere vlakken gescheiden; 1.6 aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie; 1.7 achtergevel de gevel van een gebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende gebouw; 1.8 agrarisch bedrijf een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden, fokken en/of africhten van dieren, inclusief
pensionstallen als ondergeschikte nevenactiviteit; 1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde; 1.10 bed and breakfast het bieden van kortstondig toeristisch verblijf en ontbijt aan huis; 1.11 bestaand zoals legaal aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan; 1.12 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.13 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14 bijgebouw uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.15 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.16 bouwgrens de grens van een bouwvlak;
(concept ontwerp)
39
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg 1.17 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd; 1.18 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.20 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.21 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen metaal of ander materiaal die (in)direct met de grond is verbonden hetzij (in)direct steun vindt in of op de grond; 1.22 bovenbouw een gedeelte van een hoofdgebouw dat moet passen binnen de contour die ontstaat door: 1. een verticale verlenging van twee zijden van het op de verbeelding aangegeven bouwvlak met 1,20 meter, gerekend vanaf de bovenkant van de onderliggende bouwlaag, gevolgd door een schuin vlak met een binnenhoek van 60 graden, en 2. een verticale verlenging van de overige zijden; en welke contour slechts mag worden doorbroken door dakkapellen.
(Binnen deze contour kunnen zich mogelijk één of meer bouwlagen bevinden die niet worden meegeteld bij het aantal bouwlagen bedoeld in de artikelen in hoofdstuk 2 van deze regels); 1.23 evenement periodieke en/of incidentele manifestatie zoals een (ruil)beurs, concert, (jaar)markt, kermis, circus, taptoe, sportmanifestatie, (buurt)feest; 1.24 extensief recreatief medegebruik vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, paardrijden, (water) fietsen en kanoën al dan niet met bijbehorende voorzieningen zoals paden, banken, picknicktafels, wegbewijzering e.d.; 1.25 facilitaire voorzieningen voor het landgoed gebouwen voor beheer en onderhoud voor onder andere opslag van hout en/of materieel, zaagmachines, sanitaire voorzieningen en biogasinstallatie voor het kasteel; 1.26 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.27 groepsaccommodatie een groepsverblijf met meer dan tien slaapplaatsen, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd door groepen als kort verblijf met een seizoensgebonden karakter; 1.28 grondgebonden agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel ten behoeve van de teelt van gewassen of de weidegang van vee; 1.29 huishouden een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren waarbij sprake is van continuïteit is in samenstelling en onderlinge verbondenheid; 1.30 hobbymatig houden van vee het niet bedrijfsmatig en voor eigen particulier en hobbymatig gebruik houden van geringe aantallen vee zoals koeien, paarden en schapen;
40
(concept ontwerp)
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg 1.31 kap een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden; 1.32 maaiveld de bovenkant van het aansluitende afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden; 1.33 natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur, zoals geologische, geomorfologische, bodemkundige en/of biologische elementen; 1.34 nutsvoorziening een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en electriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten; 1.35 opslag het opbergen van goederen - inclusief (vloei)stoffen en materialen - met de bedoeling en op een dergelijke wijze, dat men later weer over de goederen kan beschikken; 1.36 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand; 1.37 overige bouwwerken bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.38 permanente bewoning gebruik van (een deel van) een gebouw als hoofdverblijf; 1.39 plattelandswoning een agrarische bedrijfswoning
welke is gelegen binnen een agrarisch bouwblok welke gebruikt mag worden door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf; 1.40 seksinrichting een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een hiervoor bedoelde inrichting worden in elk geval verstaan: een bordeel, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en erotische massagesalon, al of niet in combinatie met elkaar; 1.41 vergaderlocatie een ruimte waar besprekingen worden gehouden; 1.42 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.43 wijziging een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening.
(concept ontwerp)
41
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het maaiveld tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, tenzij in deze regels anders is bepaald, waarbij de goot ter plaatse van een dakafronding in de zin van een wolfseindendak niet wordt meegerekend en met uitzondering van ondergeschikte dakkapellen; 2.3 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het maaiveld tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, tenzij in deze regels anders is bepaald, met uitzondering van: • ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; • ondergeschikte dakkapellen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het maaiveld, tenzij in deze regels anders is bepaald;
42
(concept ontwerp)
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. een groepsaccommodatie ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden – groepsaccommodatie’ voor maximaal 12 personen; c. een plattelandswoning ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – plattelandswoning’; d. een vergaderlocatie ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – vergaderlocatie’; alsmede voor: e. Het uitoefenen van een beroep aan huis in een ondergeschikt deel van de woonruimte of in een al dan niet vrijstaand bijgebouw, mits: 1. de activiteit wordt uitgeoefend door in ieder geval de bewoner van de woonruimte; 2. de ruimte(n) waar de activiteiten plaatsvinden niet groter is dan 50 m²; 3. de ruimtelijke uitstraling of uitwerking in overeenstemming is met een woonfunctie. f. instandhouding en ontwikkeling van de landschappelijke, aardwetenschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden; g. bed en Breakfast; h. ondergeschikt extensief recreatief medegebruik, voorzover de onder 3.1, sub g, genoemde waarden niet onevenredig worden aangetast; i. het op hobbymatige basis houden van dieren; j.
erftoegangswegen, parkeren, groenvoorzieningen, sloten en andere waterpartijen, hemelwaterinfiltratievoorzieningen en rioleringswerken en andere bijbehorende voorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 bedrijfsgebouwen, plattelandswoningen Bedrijfsgebouwen, plattelandswoningen voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd binnen het bouwvlak, waarbij de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing niet meer mag bedragen dan op de verbeelding is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak'; b. goothoogte van 1. bedrijfsgebouwen maximaal 6 m; 2. plattelandswoning maximaal 4,5 meter; c. bouwhoogte van 1. bedrijfsgebouwen maximaal 12 m; 2. plattelandswoning maximaal 10,5 meter; d. inhoud van een plattelandswoning, maximaal de bestaande inhoud van de woning; 3.2.2
bijgebouwen bij de plattelandswoning
Bijgebouwen bij de plattelandswoning voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd binnen het bouwvlak; b. gebouwd minimaal 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning; c. in afwijking van artikel 3.2.2 lid b zijn bestaande bijgebouwen voor (het verlengde van) de voorgevel van de woning toegestaan; d. afstand tot het hoofdgebouw maximaal 20 m; e. gezamenlijke oppervlakte per plattelandswoning maximaal 80 m2; f. goothoogte maximaal 3 m; g. bouwhoogte maximaal 6 m.
(concept ontwerp)
43
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
3.2.3 overkappingen bij de plattelandswoning Overkappingen bij de plattelandswoning voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd binnen het bouwvlak; b. oppervlakte maximaal 40 m2; c. goothoogte maximaal 3 m; d. bouwhoogte maximaal 4,5 m. 3.3
Nadere eisen
1. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats van bebouwing met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het landschaps- en bebouwingsbeeld; c. de milieusituatie; d. het uitzicht van woningen; e. de verkeersveiligheid. 2. Bij de afweging of er sprake is van een onevenredige aantasting van het landschaps- en bebouwingsbeeld worden de beeldkwaliteitseisen betrokken zoals die zijn geformuleerd in het welstandsbeleid. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Algemeen a. De gronden binnen deze bestemming mogen uitsluitend worden gebruikt en bebouwd ten behoeve van het onder 3.1 vermelde gebruik; b. Het onder lid 3.1, sub b en d bedoelde gebruik is slechts toegestaan wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de functie genoemd onder lid 3.1, sub c c. Als strijdig gebruik wordt in ieder geval gekenmerkt het gebruik van gronden buiten het bouwvlak ten behoeve van opslag van mest in mestzakken, foliebassins en sleufsilo's; d. Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het (laten) gebruiken van een vrijstaand bijgebouw als zelfstandige woonruimte; e. Het onder lid 3.1, sub b en c, bedoelde gebruik is slechts toegestaan mits het niet betreft enig horecabedrijf, met dien verstande dat een bed-and-breakfast-inrichting is toegestaan. 3.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschapsmaatregelen Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 3.1 van de opgenomen bestemmingsomschrijving zonder dat binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden dit bestemmingsplan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen heeft plaatsgevonden conform de in Bijlage 2 bij de regels opgenomen ‘Landgoed Middachten, Erfinrichtingsplan boerderij Havikerwaard 53, de Steeg’.
De landschapsmaatregelen moeten na realisatie in stand worden gehouden. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en wethouders (omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden) de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het vellen, rooien en beschadigen van houtgewassen anders dan bij wijze van verzorging van de aanwezige houtopstand; b. het bebossen of beplanten met houtopstanden; c. het verlagen van de bodem en ophogen en egaliseren van gronden; d. het graven, dempen, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, pelen, beken en andere watergangen of hemelwaterinfiltratie-voorzieningen;
44
(concept ontwerp)
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg e. het verlagen van het grondwaterpeil; f. diepploegen; g. het verbreden van oppervlakteverhardingen ten behoeve van (erf)ontsluitingswegen en voet-en fietspaden als ook het aanbrengen van oppervlakteverhardingen ten behoeve van (erf)ontsluitingswegen en voet- en fietspaden; h. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies respectievelijk het aanbrengen van constructies in verband met bovengrondse leidingen; 3.5.2 Uitzondering verbod Het vervatte verbod in artikel 3.5.1 geldt niet voor de uitvoering van de volgende werken en/of werkzaamheden: a. werken en/of werkzaamheden welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn; b. werken en/of werkzaamheden waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving een vergunning of afwijking noodzakelijk is en waarvan deze specifieke regelgeving dezelfde waarden beoogt te beschermen als de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; c. het aanleggen van erfverhardingen en erfbeplanting binnen het bouwvlak en het bouwperceel van de bestemming Agrarisch. d. werken en/of werkzaamheden die van zeer geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen; e.
het aanleggen en het in stand houden van de landschapsmaatregelen zoals in bijlage 2 bij de regels opgenomen 'Inrichtings- en beeldkwaliteitsplan'. 3.5.3 Weigering vergunning De vergunning wordt geweigerd: a. dan nadat de aanvrager de noodzaak van het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden aantoont op basis van een onderzoek door een terzake deskundige partij waarbij tevens de mogelijke nadelige gevolgen voor de cultuurhistorische - en/of archeologische, aardwetenschappelijke, landschappelijke, natuurwaarden en de waterhuishoudkundige kwaliteiten in beeld zijn gebracht; b. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de gegeven bestemming; c. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de landschappelijke-, natuur-, cultuurhistorische- dan wel monumentale waarden en kwaliteiten onevenredig worden of kunnen worden aangetast. 3.5.4 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.5.1. verbod zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de volgende belangen ontstaat of kan ontstaan aan al dan niet aanwezige: a. cultuurhistorische waarden; b. landschappelijke waarden zoals openheid en/of kleinschaligheid en/of hoogteverschillen; c. natuurwaarden; d.
archeologische (verwachtings) waarden; e. (geo)hydrologische waarden; f. aardwetenschappelijke waarden; g. monumentale waarden. waartoe de aanvrager de noodzaak van het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden aantoont op basis van een motivatie, waar nodig voorzien van en onderzoek door een terzake deskundige partij.
(concept ontwerp)
45
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde en voor gronden met een bekende archeologische vindplaats. 4.2
Bouwregels
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 100 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door de erkend archeoloog; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c.
Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ter plaatse van de aangewezen gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden groter dan 100 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren: 1. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 2. het ophogen van de gronden met meer dan 100 cm (waarbij het in de aanhef genoemde dieper graven dan 30 cm niet geldt), tenzij die werkzaamheden voortvloeien uit een verleende omgevingsvergunning; 3. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van sleufdrainage, ontginnen, frezen en aanbrengen van heipalen; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting alsmede het verwijderen van stobben; 5. het graven, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; 6. het verlagen van het grondwaterpeil of het veranderen van de samenstelling van het grondwater; 7.
het aanbrengen of vervangen van riolering en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen dan de daarmee verband houdende constructies; 8. alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden van het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik; 9. het slopen van ondergrondse gebouwen of een gedeelte daarvan; 10. het afdekken en/of overbouwen van archeologische vindplaatsen. b. Het onder a opgenomen verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: 1. welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn, of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; 2. waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving vergunning of afwijking noodzakelijk is; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud betreffen.
46
(concept ontwerp)
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg c.
De vergunning wordt niet verleend: 1. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de gegeven bestemming; 2. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de gronden onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. dan nadat een advies is ontvangen van een erkend archeoloog of een deskundig bureau over het door de aanvrager aan burgemeester en wethouders over te leggen rapport, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. d. In afwijking van het bepaalde in c kan de vergunning om zwaarwichtige redenen, voor een deel van de werken of werkzaamheden, alsnog worden verleend onder de voorwaarde dat voorafgaande aan de uitvoering van de vergunning adequaat archeologisch onderzoek plaatsvindt.
(concept ontwerp)
47
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. 5.2 Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door de erkend archeoloog; 4.
de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c. Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ter plaatse van de aangewezen gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren: het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 1. het ophogen van de gronden met meer dan 100 cm (waarbij het in de aanhef genoemde dieper graven dan 30 cm niet geldt), tenzij die werkzaamheden voortvloeien uit een verleende omgevingsvergunning; 2. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van sleufdrainage, ontginnen, frezen en aanbrengen van heipalen; 3. het aanbrengen van diepwortelende beplanting alsmede het verwijderen van stobben; 4.
het graven, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; 5. het verlagen van het grondwaterpeil of het veranderen van de samenstelling van het grondwater; 6. het aanbrengen of vervangen van riolering en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen dan de daarmee verband houdende constructies; 7. alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden van het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik; 8. het slopen van ondergrondse gebouwen of een gedeelte daarvan; 9. het afdekken en/of overbouwen van archeologische vindplaatsen. b. Het onder a opgenomen verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: 1. welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn, of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; 2. waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving vergunning of afwijking noodzakelijk is; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud betreffen. c. De vergunning wordt niet verleend:
48
(concept ontwerp)
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg 1. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de gegeven bestemming; 2. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de gronden onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. dan nadat een advies is ontvangen van een erkend archeoloog of een deskundig bureau over het door de aanvrager aan burgemeester en wethouders over te leggen rapport, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. d. In afwijking van het bepaalde in c kan de vergunning om zwaarwichtige redenen, voor een deel van de werken of werkzaamheden, alsnog worden verleend onder de voorwaarde dat voorafgaande aan de uitvoering van de vergunning adequaat archeologisch onderzoek plaatsvindt.
(concept ontwerp)
49
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Artikel 6 6.1
Waterstaat – Waterstaatkundige functie
Bestemmingsomschrijving
De op de verbeelding voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. afvoer van hoogwater, sediment, ijs en de waterhuishouding; b. scheep- en recreatievaart; c. voorzieningen ten behoeve van de aanleg, onderhoud en verbetering van de hoofdwaterkering, het aanpassen van bestaande kribben, plaatsen van bakens en het constructief aanpassen van aanmeergelegenheden; d. vergroting van de afvoercapaciteit. 6.2 Bouwregels Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mag, in afwijking van de regels behorende bij de ter plaatse geldende bestemming, niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van het in lid 6.1 vermelde gebruik en met een maximale bouwhoogte van 5 meter; b. de gedeeltelijke of gehele vervangende herbouw/vernieuwing van een bouwwerk, mits de oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot ten opzichte van de bestaande oppervlakte; c. gebouwen en bouwwerken waarvoor op grond van artikel 6.12 lid 2 van het Waterbesluit geen watervergunning is vereist.
6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2 voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), mits de afvoercapaciteit van de rivier in voldoende mate is gewaarborgd. Hieromtrent wordt de beheerder van het oppervlaktewaterlichaam gehoord.
50
(concept ontwerp)
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
(concept ontwerp)
51
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 53 De Steeg