ontwerp bp Thematische herziening 2023
Tekst van het document
11
BAAC bv
Rheden, de Rhederhof
Vondsten uit de Volle en Late Middeleeuwen (1000-1500): Er zijn een aantal vondsten die vermoedelijk uit de Volle en Late Middeleeuwen komen. Deze vondsten komen uit de boringen 10, 38, 42, 46 Boring 10 (vondstnummer 9): Op 90 cm diepte is een Pingsdorf wandscherf gevonden uit vermoedelijk de 10e - 12e eeuw. In deze boring is ook houtskool aangetroffen. Boring 38 (vondstnummer 38): Op 100 cm diepte is een gedraaide wandscherf met verfrest gevonden. Het gaat hier vermoedelijk om een Pingsdorf-scherf uit de 10e eeuw.) Boring 42 (vondstnummer 39): Op 120 cm diepte is een handgevormde kogelpotscherf gevonden die niet nader te dateren was als van vóór 1200. Boring 46 (vondstnummer 40): Op 90 cm diepte is een Pingsdorf wandscherf aangetroffen uit vermoedelijk de 10e - 12e eeuw.
4.3
Archeologische interpretatie Uit de vorige paragraaf blijkt dat de vondsten kunnen worden ingedeeld in 4 perioden: IJzertijd, Romeinse Tijd, Merovingische Tijd en Middeleeuwen. In een ideale, onverstoorde situatie is het aannemelijk dat de vondsten uit de IJzertijd het diepst zitten en de Middeleeuwse vondsten het dichtst aan het oppervlak. Dit is echter slechts in één situatie duidelijk het geval, namelijk in boring 26. Hier zit een ijzertijdscherf op 140 cm, terwijl vondsten uit de Romeinse Tijd op 100 cm beneden maaiveld zitten. Het blijkt in het onderzoeksgebied echter onmogelijk om vondsten uit één periode aan een bepaald niveau te koppelen. Als gekeken wordt hoever de vondsten boven de grens tussen esdek en C-horizont liggen, lijken de Merovingische scherven zelfs meer onder in het esdek te liggen (tabel 1). Voor het ontbreken van vondstniveaus zijn een paar mogelijke oorzaken aan te geven: - De meeste vondsten zitten in het esdek en zijn dus mogelijk verploegd. Op deze manier kunnen Merovingische scherven dieper in het profiel zitten dan Romeinse scherven. Het is dientengevolge moeilijk om de exacte locatie van een vindplaats aan te geven, aangezien de vondsten bij de bewerking van het esdek verplaatst kunnen zijn. Slechts In boring 18, 19, 30 en 31 bevindt het materiaal zich op de overgang van esdek naar C-horizont (zie tabel 1).
De kans is dus aanwezig dat hier de oorspronkelijke situatie goed bewaard is gebleven. - Het onderzoeksterrein is gelegen op de flank van een stuwwal. Hoewel sinds het begin van het Holoceen deze hellingen over het algemeen gestabiliseerd zijn door vegetatie, is het mogelijk dat ten gevolge van grootschalige ontbossingen in de Middeleeuwen een nieuwe piek in de hellingsactiviteit is opgetreden. Dit zou dan ook de grote dikte van het pakket (soms 2 meter dik) verklaren dat op de Chorizont ligt. Bij verplaatsing van hellingmateriaal is het denkbaar dat een deel van het vondstmateriaal verplaatst is. De afwezigheid van vondsten in het bovenste deel van de bodem, lijkt er echter op te wijzen dat het colluvium eerder een conserverende dan een eroderende werking heeft gehad. - De bodemclassificatie in het onderzoeksgebied is over het algemeen onduidelijk. Waarschijnlijk is er in het onderzoeksgebied een esdek aanwezig, 12
BAAC bv
Rheden, de Rhederhof
maar de interpretatie is wellicht niet juist. Er zijn wel overeenkomsten, zoals een dikke A-horizont, maar ook verschillen, zoals de grote dikte van het pakket en de vage overgang tussen A en C-horizont. Boring
IJzertijd
Romeinse Tijd
3
30
8
60
10
60
16
Merovingische Tijd
60 30-40
19
0-10
0-10
21
40
25
60
26
Middeleeuwen
10
50
30
0-20
31
10-20
32
40
38
50
42
50
45 46
40 60
Tabel 1.: Hoogte van de archeologische indicatoren, gegroepeerd per periode, boven de Chorizont.
Ondanks alle onzekerheden omtrent de landschappelijke ontwikkeling van het gebied blijft het echter een onweerlegbaar feit dat nagenoeg het hele onderzoeksterrein een bijzonder rijk archeologisch gebied lijkt te zijn. De De grote hoeveelheid Romeins en Merovingisch schervenmateriaal duidt op meerdere archeologische vindplaatsen. De toestand van de scherven is over het algemeen goed; vanwege de situering op relatief grote diepte onder het maaiveld zijn de vondsten goed geconserveerd. Aangezien er dichter onder het maaiveld geen vondsten zijn gedaan, bestaat de kans dat een pakket hellingmateriaal is afgezet bovenop de vindplaatsen. In het geval de vindplaatsen door deze hellingprocessen geërodeerd zouden zijn, dient er ook vondstmateriaal in het colluvium aangetroffen te worden. Dit is echter niet het geval, zodat mag worden aangenomen dat de vindplaatsen nog grotendeels intact zullen zijn. De ruimtelijke en historische context tussen de vindplaatsen is echter onduidelijk. Interessant in dit verband is de relatie met het in de jaren '20 van de 20e eeuw opgegraven IJzertijd urnenveld en het Romeinse grafveld (zie paragraaf 3.3). 13
BAAC bv
Rheden, de Rhederhof
Nederzettingen lagen vaak ongeveer honderd meter van de begraafplaatsen af. Als gevolg van de grote ruimtelijke spreiding van de vondstlocaties is de begrenzing van de nederzettingen moeilijk te geven. Waarschijnlijk strekken de vindplaatsen zich uit over de grenzen van het onderzoeksgebied. Een speciaal punt van aandacht verdient de omgeving van boring 3. In deze boring zijn over een traject van circa 30 centimeter veel ijzerslakken gevonden. Op de aangrenzende stuwwal heeft in de (Laat) Romeinse en Merovingische Tijd een centrum van ijzerwinning gelegen (Heidinga, 1972). Dit ijzer werd uit het Veluwegebied geëxporteerd naar andere regio’s. Als gevolg daarvan wordt op diverse archeologische vindplaatsen op en langs de Veluwe een opvallend hoog percentage importaardewerk aangetroffen onder het Merovingische aardewerk. Ook voor de Rhederhof valt niet alleen een hoge vondstdichtheid op, maar ook een ongewoon grote hoeveelheid importaardewerk voor een vindplaats ten noorden van de Rijn. De combinatie van ijzerslakken en Merovingisch aardewerk, waaronder een opvallend groot aandeel importaardewerk, geven aan dat de hier gelegen nederzetting(en) een rol vervuld kunnen hebben bij de ijzerwinning op de Veluwe. Eventueel verder onderzoek kan belangrijke informatie opleveren over de sociaal-economische mechanismen achter de economische bloei van de Veluwe in de Vroege-Middeleeuwen.
14
BAAC bv
5 5.1
Rheden, de Rhederhof
Conclusies en aanbevelingen Conclusies De doelstelling van dit onderzoek is het vaststellen van eventueel aanwezige archeologische resten en/of vindplaatsen in het plangebied de Rhederhof te Rheden. Uit het onderzoek is gebleken dat in het gehele onderzoeksgebied archeologische sporen te verwachten zijn van eventuele nederzettingen uit de IJzertijd, Romeinse Tijd, Vroege en Late Middeleeuwen. De Rhederhof is gelegen op de flank van het Veluwemassief, waarop waarschijnlijk een esdek is opgebracht. De bodemopbouw in het gebied is echter niet duidelijk. Vermoedelijk is in de Middeleeuwen een pakket colluvium bovenop de vindplaatsen afgezet. Het ontbreken van vondsten in het bovenste deel van het colluvium lijkt er op te wijzen dat dit een conserverende werking gehad moet hebben gehad. Het begrenzen van de verschillende vindplaatsen is onmogelijk, aangezien er geen duidelijke vondstniveaus en vondstconcentraties aan te geven zijn. De archeologische indicatoren zijn over het hele gebied verspreid. Vermoedelijk strekken de vindplaatsen zich uit tot over de grenzen van het onderzoeksgebied.
5.2
Aanbevelingen Vanwege de vele vondsten uit diverse perioden wordt voor het gehele plangebied de Rhederhof een aanvullend onderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen. Aangezien niet in het hele plangebied bodemingrepen te verwachten zijn, wordt geadviseerd om eerst in kaart te brengen welke delen van het terrein verstoord gaan worden. Op basis hiervan kan een plan van aanpak voor vervolgonderzoek worden opgesteld. Ook de gebieden die ten tijde van het booronderzoek niet toegankelijk bleken, dienen, in het geval van verstoring, nader onderzocht te worden.
15
BAAC bv
6
Rheden, de Rhederhof
Literatuur en kaarten Literatuur Bureau B+B Stedenbouw en Landschapsarchitectuur bv, 1997: Ruimtelijke ontwikkelingsvisie voor de Rhederhof te Rheden. Amsterdam Berendsen, H.J.A. 1996: De fysisch-geografische regio's van Nederland. Voorlopige uitgave. Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, Vakgroep Fysische Geografie, Universiteit Utrecht. Groenewoudt, B.J., 1994: Prospectie, waardering en selectie van archeologische vindplaatsen: een beleidsgerichte verkenning van middelen en mogelijkheden. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort. Heidinga, H.A. 1984: De Veluwe in de Vroege Middeleeuwen; aspecten van de nederzettingsarcheologie van Kootwijk en zijn buren. Academisch Proefschrift, Universiteit van Amsterdam.
Geraadpleegde kaarten Bodemkaart van Nederland (1:50.000), 1975: Blad 40 West Arnhem. Stichting voor de Bodemkartering, Wageningen. Geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000), 1980: Blad 40 Arnhem. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen & Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Grote Topografische Atlas van Nederland (1:50.000), 1997, Wolters-Noordhoff bv, Groningen. Historische Atlas van Gelderland (1:25.000), 1989: Blad 470 Rozendaal. Verkend in 1865 en 1871. Herzien in 1903. Uitgeverij Robas Producties, Den Ilp
16
Bijlage 1: Archeologische en geologische tijdvakken
Bijlage 4: Overzicht codering textuurclassificatie
Textuurbenaming Veldcodering
Hoofdnaam
Toevoeging
Ks1
klei
zwak siltig
Ks2
klei
matig siltig
Ks3
klei
sterk siltig
Ks4
klei
uiterst siltig
Kz1
klei
zwak zandig
Kz2
klei
matig zandig
Kz3
klei
sterk zandig
Lz1
leem
zwak zandig
Lz3
leem
sterk zandig
Zk
zand
kleiig
Zs1
zand
zwak siltig
Zs2
zand
matig siltig
Zs3
zand
sterk siltig
Zs4
zand
uiterst siltig
Bijlage 5: Relevante vondstenlijst
Bijlage 5: Vondstenlijst - I Project: Rheden - Rhederhof
BAAC bv
Projectnummer:02.030
Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ‘s-Hertogenbosch Hofstraat 4-6 7411 PD Deventer
Vondstnummer
Megaboornummer
Diepte t.o.v. maaiveld (cm)
Bodemlaag
Inhoud
A A R D E W E R K
1
1
60
Bruine laag
1
2
1
100
Bruine laag
3
3
80
Bruine laag
4
3
100
Bruine laag
5
3
150
Oude Ab
6
3
160
Grens B/C
7
7
80
Grijsbruine laag
8
8
50
Donkerbruin
2
9
10
90
A
4
10
12
80
A
11
14
80
B
1
1
12
16
100
A2
4
1
13
16
120
A2
1
14
18
120
A2
1
15
18
140
A2
4
16
18
160
A2
2
17
18
170
Grens A2 / C
18
19
120
A2
Vondsten
B A K S T E E N
H U T T E N L E E M
Monsters
N A T U U R S T E E N
V U U R S T E E N
G L A S
M E T A A L
S L A K / S I N T E L
L E E R / T E X T I E L
H O U T s k o o l
B E W E R K T B E E N
B O T / S C H E L P
I N H U M / C R E M A
D I V E R S E N
1 1
1 1
1 3
2
4
8 1
1
1 1
2
1 1 1
1
1
2
1
1 1 2
1
1
O R G A N I S C H
A N O R G A N I S C H
D E N D R O
C 1 4
D I V E R S E N
Datum
Opmerkingen/ vondstomstandigheden
28//05/02
Ondetermineerbaar
28//05/02
Ondetermineerbaar
28//05/02
VS = natuurlijk, anders zeer afgerond; Metaal = ondetermineerbaar
28//05/02
1 slak; 1 sintel; 1 versinterd fragment
28//05/02
1 x handgevormd AW (ROM?); slakken: o.a. vloeislak + verglaasd
28//05/02
slak: verglaasd tefriet; 1 x ijzerenplaatje; veel houtskool
28//05/02 28//05/02
VS = natuurlijk; 1 wandscherf = NT; 1 wandscherf = ondet.
28//05/02
1 wandscherf= Pingsdorf; 3 wandscherven = ondet. (vermoedelijk ROM)
29//05/02
VS = natuurlijk
29//05/02
Wandscherf = ondet.
29//05/02
2 x wandscherf =ondet.; 1 x wandscherf = handgevormd AW (ROM / VME)
29//05/02
1 wandscherf = ruwgevormd, vroeg Mayen? (8e eeuws)
29//05/02
1 wandscherf = ondet.
29//05/02
4 wandscherven = ondet.
29//05/02
2 x wandscherf = ondet.;
29//05/02
Mogelijk VS - afslag
29//05/02
Natuursteen = verbrande lei
Bijlage 5: Vondstenlijst - II Project: Rheden - Rhederhof
BAAC bv
Projectnummer:02.030
Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ‘s-Hertogenbosch Hofstraat 4-6 7411 PD Deventer
Vondstnummer
Megaboornummer
Diepte t.o.v. maaiveld (cm)
Bodemlaag
Inhoud
A A R D E W E R K
19
19
140
Grens A2 / C
2
20
20
120
A2
21
21
70
A2
22
23
110
A2
23
25
100
A2
2
1
24
26
90
A2
2
1
1
25
26
100
A2
4
1
1
26
26
140
A2
3
1
27
27
70
B
28
29
150
Grens A2 / C
1
1
18/06/02
AW: ondet.
29
30
90
A2
2
3
18/06/02
Zie tekst
30
30
110
Grens A2 / C
2
18/06/02
Zie tekst
31
31
100
A2
3
18/06/02
Zie tekst
32
31
120
Grens A2 / C
1
18/06/02
AW: Late Hessen Schortens (8e eeuw)
33
32
90
A2
1
31/07/02
Kogelpotscherf
34
32
120
A2
2
31/07/02
1 handgevormde wandscherf (ondet.); 1 gedraaide wandscherf (8e eeuws)
35
35
100
A2
2
31/07/02
1 gedraaide wandscherf (ondet.); 1 handgevormde wandscherf (ondet.)
36
36
60
A2
1
31/07/02
AW ondet.; VS = natuurlijk
Vondsten
B A K S T E E N
H U T T E N L E E M
Monsters
N A T U U R S T E E N
V U U R S T E E N
G L A S
M E T A A L
S L A K / S I N T E L
L E E R/ T E X TI E L
H O U T s k o o l
B E W E R K T B E E N
B O T / S C H E L P
I N H U M / C R E M A
D I V E R S E N
1 2
1
1
8
1
1 2
1
A N O R G A N I S C H
D E N D R O
D I V E R S E N
Datum
Opmerkingen/ vondstomstandigheden
29//05/02
1 wandscherf; 1 bodemscherf
1
29//05/02
VS = natuurlijk
1
29//05/02
1 wandscherf: ondet.
29//05/02
VS: waarschijnlijk onbewerkt
18/06/02
1 handgevormde wandscherf; 1 ruwgevormde wandscherf (Vroeg Mayen)
18/06/02
VS = onbewerkt
18/06/02
Zie tekst
18/06/02
Zie tekst
18/06/02
Baksteen = dakpan (grijs)
1 1
O R G A N I S C H
C 1 4
Bijlage 5: Vondstenlijst - III Project: Rheden - Rhederhof
BAAC bv
Projectnummer:02.030
Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ‘s-Hertogenbosch Hofstraat 4-6 7411 PD Deventer
Vondstnummer
Megaboornummer
Diepte t.o.v. maaiveld (cm)
Bodemlaag
Inhoud
A A R D E W E R K
37
37
60
A2
3
38
38
100
A2
1
31/07/02
1 gedraaide wandscherf met verfrest (vermoedelijk Pingsdorf, 10e eeuw)
39
42
120
A2
1
31/07/02
1 wandscherf: ondet.
40
45
120
A2
1
1
31/07/02
1 wandscherf: ondet.
41
46
100
A2
2
2
09/08/02
1 handgevormde wandscherf (ondet.); 1 wandscherf (Pingsdorf)
42
48
110
A2
5
09/08/02
AW: ondet.
Vondsten
B A K S T E E N
H U T T E N L E E M
Monsters
N A T U U R S T E E N
1
V U U R S T E E N
G L A S
M E T A A L
S L A K / S I N T E L
L E E R/ T E X TI E L
H O U T s k o o l
B E W E R K T B E E N
B O T / S C H E L P
I N H U M / C R E M A
D I V E R S E N
O R G A N I S C H
A N O R G A N I S C H
D E N D R O
C 1 4
D I V E R S E N
Datum
Opmerkingen/ vondstomstandigheden
31/07/02
2 x handgevormde wandscherf (ondet.); 1 wandscherf wit (18e eeuws)
68 Thematische herziening 2023 (ontwerp)
Bijlage 2 Grontmij
Archeologisch onderzoek Nimmer Dor
69 Thematische herziening 2023 (ontwerp)
ONTVANGEN 2 3 OKI 2006
Archeologisch onderzoek Nimmer Dor te Laag Soeren Inventariserend veldonderzoek GRONTMIJ ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 174
Definitief
ISSN: 1573-5710
Opdrachtgever: Gemeente Rheden
Grontmij Nederland bv Assen, 6juni 2006
Grondmij 174.pdf ^ Grontmij
191815, rev. O
Verantwoording
Titel
:
Archeologisch onderzoek Nimmer Dor te Laag Soeren
Projectnummer
:
191815
Documentnummer
:
191815
Revisie
:
0
Datum
:
6 juni 2006
Auteur(s)
:
Mevr. drs. N. Groen-Lubbers/ mevr. drs. L. Soetens
e-mail adres
:
laura.soetens@grontmij.nl
Gecontroleerd Paraaf gecontroleerd Goedgekeurd Paraaf goedgekeurd
^ Grontmij
Mevr. drs. M. Hopman
^ '-'-A a :
••
dhr.i
/
^ iKnol
h
191815, rev. O blad 2 van 10
Administratieve gegevens
Datum opdrachtverstrekking
Juli 2005
Opdrachtgever
Gemeente Rheden
Uitvoerder
Grontmij Nederland bv mevr. drs. L. Soetens
Bevoegd gezag
Gemeente Rheden
Locatie
gemeente
Rheden
Plaats
Laag-Soeren
toponiem
Nimmer Dor
RD-coördinaten
NO:X:202.531;Y:455.287 ZW:X: 202.390; Y: 455.122
i^ Grontmij
kaartblad
33G
CIS-code
17669
191815, rev. O blad 3 van 10
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2
Inleiding Algemeen Aanleidingen doelstelling
5 5 5
2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.3
Bureaustudie Werkwijze Resultaten Bureauonderzoek Historische, huidige en toekomstige situatie Geologie en Bodem Archeologie Archeologische verwachting
6 6 6 6 6 7 7
3 3.1 3.2 3.3
Veldonderzoek Werwijze Bodem Archeologie
9 9 9 9
4 4.1 4.2
Evaluatie Samenvatting Aanbeveling
10 10 10
Bijlage 1 Locatie plangebied Bijlage 2 Locatie boringen Bijlage 3 Boorprofielen
^Corontmij
191815,rev.O blad 4 van 10
1
Inleiding
1.1
Algemeen
In opdracht van de Gemeente Rheden heeft Grontmij een archeologisch Inventariserend Veldonderzoek (IVO) uitgevoerd op de locatie Nimmer Dor te Laag Soeren. Het terrein, circa 2,7 hectare groot, wordt in het westen begrensd door de Harderwijkerweg. De oostelijke begrenzing wordt gevormd door de Prof. Talmaweg. De noordgrens valt samen met de gemeentegrens tussen de gemeenten Rheden en Brummen. Het plangebied strekt zich in zuidelijke richting ongeveer 140 meter uit (zie bijlage 1). Het gebied ligt circa 14,3 meter boven het NAP. 1.2
Aanleiding en doelstelling
De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de geplande nieuwbouw van woningen op het terrein. Deze werkzaamheden zullen de bodem en mogelijk eventueel aanwezige archeologische resten daarin verstoren of vernietigen. Het doel is het opsporen en in kaart brengen van eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied. Het onderzoek bestaat uit een korte bureaustudie, het uitvoeren van een karterend booronderzoek en een rapportage.
4^ Grontmij
191815, rev, O blad 5 van 10
Bureaustudie
2.1
Werkwijze
Voor het bureauonderzoek is onder andere aandacht besteed aan de geologische/geomorfologische alsmede bodemkundige aspecten van het plangebied en zijn archeologische gegevens geïnventariseerd. Tevens zijn het historische en huidige grondgebruik beschreven. De volgende bronnen zijn voor dit onderzoek onder meer geraadpleegd: • De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) • De Bodemkaart van Nederland 1:50000 blad 33 Oost • Het Centraal Archeologisch Archief (CAA) en het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is een archeologische verwachting opgesteld. Deze verwachting is vervolgens in het veld door middel van het karterend booronderzoek getoetst. 2.2 2.2.1
Resultaten Bureauonderzoek Historische, huidige en toel<omstige situatie
In de Grote Historische Atlas van Nederland 1:50000, 3 Oost-Nederland 1830-1855 is te zien dat het plangebied destijds in gebnjik was als akkerland. Momenteel is het plangebied in gebruik als grasland. De bodem lijkt in het verleden weinig te zijn verstoord. De opdrachtgever is voornemens woningbouw in het plangebied te realiseren. 2.2.2
Geologie en Bodem
De geologische afzettingen die in het plangebied voorkomen en de huidige vorm van het landschap bepalen dateren uit het Pleistoceen en het Holoceen (zie tabel 1). Gedurende de zeer koude en droge periode van het MiddenWeichselien trad op grote schaal winderosie op. Er werd veel zand verplaatst dat als een dek over grote delen van het gebied werd afgezet. De betreffende zanden behoren tot de Oude Dekzanden. In het Vroege en Late Dryas-stadiaal (Laat Weichselien) waren de klimatologische omstandigheden van dien aard, dat er weer zandverstuivingen optraden. Het opgestoven materiaal wordt Jong dekzand genoemd. Deze dekzanden worden aangeduid als de Formatie van Twente. In deze dekzanden heeft bodemvorming plaatsgevonden.
^ Grontmij
191815, rev. O blad 6 van 10
Bureaustudie
Tabel 1: indeling van het Kwartair chronostratigrafie Holoceen Kwartair
Pleistoceen
jaren geleden Subatlanticum
3.000-Heden
Subboreaal
5.000-3.000
Atlanticum
8.000-5.000
Boreaal
9.000-8.000
Preboreaal
10.000-9.000
Laat Weichselien (ijstijd)
130.000-10.000 120.000-W.OOO
Saalien (ijstijd)
800.000-130.000 200.000-130.000
Midden Vroeg
2.400,000-800.000
De bodem van het plangebied zelf is niet door STIBOKA gekarteerd voor de Bodemkaart van Nederland. De directe omgeving bestaat uit een veldpodzolgrond van grof zand met grind en fluviatiele afzettingen ouder dan het LaatPleistoceen (classificatie Bodemkaart gHn30F met grondwatertrap VII: gemiddelde hoogste grondwaterstand meer dan 80 cm en gemiddelde laagste grondwaterstand meer dan 160 cm beneden het maaiveld). 2.2.3
Archeologie
Het plangebied heeft geen waardering op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW), omdat deze kaart grotendeels gebaseerd is op de Bodemkaart. Het terrein ten oosten van het plangebied, met een haarpodzolgrond, heeft een hoge trefkans voor archeologische resten. Ten noorden van de onderzoekslocatie is een middelhoge trefkans op archeologische resten aanwezig. Het gebied was in alle archeologische perioden geschikt voor bewoning. Uit het plangebied zelf en de directe omgeving zijn geen waarnemingen of terreinen van archeologische betekenis bekend in het Centraal Archeologisch Archief en het Centraal Monumenten Archief (CM A) van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Tabel 2: overzicht van archeologische perioden Periode
Tijd
Laat-Paleollthicum (Oude Steentijd) Mesolithicum (Midden Steentijd) Neolithicum (Nieuwe Steentijd) Bronstijd Ijzertijd Romeinse Tijd Vroege Middeleeuwen Late Middeleeuwen Nieuwe Tijd
tot 9000 voor Christus 9000 - 4900 voor Christus 5325-1900 voor Christus 1900 - 800 voor Christus 800 - 12 voor Christus 12 voor Christus - 450 na Christus 450-1050 na Christus 1050-1500 na Christus 1500 na Christus - heden
23
Archeologische verwachting
Uit het bureauonderzoek blijkt dat er een kans bestaat dat zich in het plangebied archeologische waarden bevinden. Deze kans is gebaseerd op de in de ' Ten behoeve van de dateringen is gebruik gemaakt van Lanting en Van der Plicht, 1996, 2000 en 2002.
1^ Grontmij
191815, rev. O blad 7 van 10
Bureaustudie
directe omgeving voorkomende bodemtypen. De hoger gelegen en goed ontwaterde haarpodzolgronden en vaaggronden die drogere delen vormden in het landschap vormden in de (pre)historie favoriete bewoningslocaties. Archeologische resten bevinden zich in de bovengrond. Er kunnen resten worden verwacht uit alle archeologische perioden.
ij^Grontmij
191815, rev. O blad 8 van 10
3
Veldonderzoek
3.1
Werkwijze
Het veldwerk is verricht op 14 juli 2005 door een archeoloog en een veldbodemkundige. Hierbij zijn 16 grondboringen verricht met behulp van een edelmanboor met een diameter van 10 cm. De boringen zijn ingemeten met behulp van DGPS. De boringen zijn uitgevoerd tot 0,20 m in de ongestoorde C-horizont (niet door bodemvorming beïnvloede natuurlijke ondergrond). De opgehoorde grond is gezeefd op een 4 mm zeef en onderzocht op archeologische indicatoren zoals verbrand of bewerkt vuursteen, houtskool, verbrand bot, aardewerk en cultuurlagen. 3.2
Bodem
De bodem in het plangebied bestaat uit fijn zand. In een paar boringen (nummers 3, 7, 10, 12 en 16) is bodemvorming aangetroffen in de vonn van een duidelijk zichtbare B-horizont (inspoelingslaag). De bouwvoor is in het hele gebied 0,25 tot 0,45 m dik. Bij boring 4 was de bodem verstoord tot een diepte van 1,30 m beneden maaiveld. Bij de andere boringen lag de Ahorizont (bouwvoor) direct op de C-horizont (gele zand). 3.3
Archeologie
Er zijn bij het veldonderzoek geen archeologische resten aangetroffen.
4^Grontmij
191815, rev, O blad 9 van 10
4
Evaluatie
4.1
Samenvatting
In opdracht van de Gemeente Rheden heeft Grontmij een IVO uitgevoerd in het gebied Nimmer Dor te Laag Soeren. Aanleiding voor het onderzoek is geplande woningbouw. Bij graafwerkzamheden ten behoeve van de woningbouw wordt de bodem verstoord en daarmee archeologische resten vernietigd. Doel van het IVO is het opsporen en in kaart brengen van eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen in het plangebied. Tevens wordt inzicht verkregen in de bodem, geologie en mate van verstoring. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat er zich in het plangebied archeologische resten kunnen bevinden uit alle perioden. De hogere delen in het dekzandlandschap waren in het verleden een gunstige plaats voor bewoning. Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische resten aangetroffen. De bodem in het plangebied is gedeeltelijk verstoord tot in het gele zand.
4.2
Aanbeveling
Naar aanleiding van de resultaten van het archeologische onderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen aanleiding is op te veronderstellen dat zich binnen het plangebied archeologische waarden bevinden. Hiermee is het plangebied ons inziens vrij van beperkingen ten aanzien van graafwerkzaamheden. Hoewel er geen beperkingen zijn tijdens graafwerkzaamheden, willen wij erop attenderen dat het onderzoek is gebaseerd op een steekproef (overeenkomstig de richtlijnen). Indien tijdens de uitvoering onverhoopt archeologische resten worden aangetroffen, dient direct contact te worden opgenomen met het bevoegd gezag, de gemeente Rheden.
4^ Grontmij
191815, rev, O blad 10 van 10
Bijlage 1 Locatie plangebied
^ Grontmij
191815, rev, O
200
201
202
203
456
455
454
Sell aal! :25.000
j^ Grontmij
Locatie plangebied Bron: Grote Provincie Atlas, Gelderland/Veluwe
bijlage: 1 PN: 191815
Bijlage 2 Locatie boringen
Ç Grontmij
191815, rev. O
Archeologisch Onderzoek Nimmer Dor te Laag Soeren
^ Grontmij
Locaties boringen
projectnummer: DR 191815
Opdrachtgever: Gemeente Rheden
versie 0
Schaal: 1:2500 Bron: Veldwerk Grontmij juli 2005
datum: 08-08-05
getekend
gecontroleerd
LS
MH
Â
Bijlage 3 Boorprofielen
^ Grontmij
191815, rev. O
m.v.-1
MFH2
MFH2
yihf'tÏ? MFH2
MF Hl
.*.*.•.
TvvHMFHï
:• MF HIP MF Hl
MG
MF G Hl
: MFH2
• MF
MFG
MF
MGL
w
MGG
'.' MGL
-lm MFGHl MGG15%
10 m.v.-1
MFH2
•.•.•.
.".".'. MFH2
MF
•••••t •l-.-.- MGH3
MGH2
Jb>l.
11
MG
12
MG
14
13 MFGH2
P
•! v!\
MFGHl
MFG20%
MFGH2
yy^
MG
;;;;;;; MG
G30%
m.v.-1
MF Hl
MFH2
MF Hl
MGG
-lm
MFGH2
MFGH2
MFGH2
15 MFH2
:•:•:
MFH2
MF Hl MFH2
MGGHl
MF Hl
•:•:•:•
MF Hl •'.•'.•'. '.'.•.•.'.•.•.' MF
-lm
v:|:-
•:*•:•
.*.*.•.•.*.•.•.
MF
MF MG
MF Hl MG G Hl
'.' .' .•'.
MFG15%
MG
16 m.v.
üm
MF Hl MF
-lm
voor verklaring van de boorprofieltekens zie bijgaand verklaringsblad project:
Ê^ Grontmij
DORTF LAAGSOEREN opdrachtgever:
onderdeel:
GEMEENTE RHEDEN
Boorprofielen
schaal: 1:50 wijzigingen: code: d.d.:
tekening nr:
datum:
order nr:
01052064 get: YH
© Grontmij
bestek: ace:
aug. '05
bijlage nr:
3
191815 in 1
bladen bladnr:
]
Legenda Minerale sedimenten
geur
Indeling naar lutumgehalte (delen < 2 um) (voor waterafzettingen)
m
n
Indeling naar leemgehalte (delen < 50 ixm) (voor windafeettingen)
zeer klnarm zand [O - 3% lutum)
zeer leemarm zand (O - 5% leem)
matig Iderarm zand (3 - 5% lutum)
matig leemami zand (5 - 10% leem)
kleiig zand (5 - 8% lutum)
zwak iemig zand (10-18% leem)
zeer lldite zavel (8 - 12% lutum) matig lichte zavel (12 -18% lutum)
sterk Iemig zand (18 - 33% leem)
m
zeer sterk Iemig zand (33 - 50% leem)
zware zavel (18 - 25% lutum)
IE
siltige leem (meer dan 85% leem)
zwakke geur
-^
matige geur
^
sterke geur
•9-
uiterste geur
olie O
geen olie-water reactie
€>
zwakke olie-water reactie
IB-
matige olie-water reactie
-B-
sterke olie-water reactie
S
uiterste olie-water reactie
pi .d.-waarde
® 9 S ^ 9 •
matig zware klei (35 - 50% lutum)
m
geen geur
•€>
zandige leem (50 - 85% leem)
n
lichte klei (25 - 35% lutum)
o
zeer zware klei (meer dan 50% Itftum)
>o >i >10 >100 >1000 >10000
Veen monsters
geroerd monster kleiig veen zandig veen
ongeroerd monster
overig
Aanduidingen (gebruikt in combinatie met bovenstaande indeling) Indeling van zand naar korrelgroorte UF 2F MF MG ZG
uiterst fijn zand zeer fijn zand matig fijn zand matig grof zand zeer grof zand
(M50-cijfer (M50-cijfer (M50-cijfer (M50-cijfer (M50-cijfer
Indeling naar gehalte organische stof 50- lOSum) 105- 150 urn) 150- 210nm) 210- 420 (xm) 420- 2000 urn)
Hl H2 H3 H4 V
humusarm matig humeus zeer humeus humusrijk venig U-, SO.
«M
•s«
1 »•
-H7
1 25 Xlutw
SI
•
bijzonder bestanddeel
i
Gemiddeld hoogste grondwaterstand
X
grondwaterstand
•
Gemiddeld laagste grondwaterstand
www.grontmij.com
Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek - Bibliotheek
rsn:
*10021998* 100017409 bc: 10021998 GRONT 174
88 Thematische herziening 2023 (ontwerp)
Bijlage 3 Synthegra
Archeologisch onderzoek Nimmer Dor
89 Thematische herziening 2023 (ontwerp)
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Nimmer Dor te Laag Soeren gemeente Rheden
Opdrachtgever
Status:
Definitief
Paraaf
Datum
Gemeente Rheden Postbus 9110
Projectleider
6994 ZJ De Steeg
drs. E.A. Schorn
Projectnummer
Autorisatie
Synthegra Rapport S110103
drs. E.A. Schorn (senior prospector)
Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Fax +31 (0)88 81 81 989, Internet: www.synthegra.nl
08-07-2011
Project:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Nimmer Dor te Laag Soeren
Projectnummer: S110103
COLOFON
Opdrachtgever
: Gemeente Rheden te De Steeg
Project
: Nimmer Dor
Projectnummer
: S110103
Titel
: Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Datum
: 08-07-2011 (2e concept 30-06-2011, 1e concept 27-05-2011)
Projectleider
: drs. E.A. Schorn (senior prospector/fysisch geograaf)
Auteurs
: drs. E.A. Schorn (senior prospector/fysisch geograaf)
Nimmer Dor te Laag Soeren
Tekenaar
: dhr. J. Heersink (GIS/CAD-specialist)
Autorisatie
: drs. E.A. Schorn (senior prospector)
Druk
: Synthegra bv, Doetinchem
ISSN
: 1874-9771
Synthegra bv Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Fax +31 (0)88 81 81 989, Internet: www.synthegra.nl
© Synthegra bv, 2011
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
2 van 14
Project:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Nimmer Dor te Laag Soeren
Projectnummer: S110103
INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
4
SAMENVATTING
5
1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING Onderzoekskader Onderzoeksdoel en vraagstellingen Ligging en huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied
6 6 6 7 7
2 2.1 2.2 2.3
VOORONDERZOEK Inleiding Verwachtingsmodel Conclusie en aanbeveling
8 8 8 8
3 3.1 3.2 3.3 3.4
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK Methode Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens Archeologische indicatoren Archeologische interpretatie
9 9 9 10 10
4 4.1 4.2 4.3
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Inleiding Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen
11 11 11 13
LITERATUUR
14
Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Boorpuntenkaart Bijlage 3: Boorprofielen
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
3 van 14
Project:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Nimmer Dor te Laag Soeren
Projectnummer: S110103
Administratieve gegevens Toponiem
: Prof. Talmaweg
Plaats
: Laag Soeren
Gemeente
: Rheden
Provincie
: Gelderland
Projectnummer
: S110103
Bevoegde overheid
: Gemeente Rheden (adviseur namens gemeente dhr. J. Habraken)
Opdrachtgever
: Gemeente Rheden
Uitvoerende instantie
: Synthegra bv
Datum uitvoering veldwerk
: 13 en 16 mei 2011
Uitvoerders veldwerk
: drs. E.A. Schorn (senior prospector)
Onderzoeksmelding (ARCHIS)
: 46.701
Datum onderzoeksmelding
: 12-05-2011
Onderzoeksnummer (ARCHIS)
: 36.719
Kaartblad
: 33G
Periode
: laat-paleolithicum tot en met nieuwe tijd
Oppervlakte
: circa 2,75 ha
Perceelnummer(s)
: onbekend
Grond eigenaar / beheerder
: onbekend
Grondgebruik
: geploegd, voorheen grasland
Geologie
: hellingafzettingen (Formatie van Boxtel)
Geomorfologie
: daluitspoelingswaaier
Bodem
: veldpodzol
Depot
: Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Gelderland, te Nijmegen
De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende vier coördinaten:
noordwest
X: 202379
Y: 455136
noordoost
X: 202622
Y: 455136
zuidoost
X: 202622
Y: 454902
zuidwest
X: 202379
Y: 454902
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
4 van 14
Project:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Nimmer Dor te Laag Soeren
Projectnummer: S110103
Samenvatting Inleiding Synthegra heeft in opdracht van de gemeente Rheden een archeologisch karterend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Prof. Talmaweg in Laag Soeren (afbeelding 1.1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van woningen.
Specifieke archeologische verwachting eerder uitgevoerd onderzoek Voor het plangebied zijn al twee onderzoeken uitgevoerd1. Er is geen specifieke archeologische verwachting opgesteld. Globaal genomen zeggen beide onderzoeken dat er in het plangebied een kans bestaat op vindplaatsen vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd.
Archeologische interpretatie veldonderzoek Uit het huidige veldonderzoek is gebleken dat de veldpodzolgronden, voor zover nog aanwezig, grotendeels door recente ploegactiviteiten zijn verstoord en dat in vooral het middengedeelte van het plangebied nog een concentratie is van deel intacte veldpodzolgronden. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien de veldpodzolbodem grotendeels is verstoord, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. Daarnaast zijn er ook geen archeologische indicatoren aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een vuursteenvindplaats. Daarom kan de kans op het aantreffen van vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum op laag worden gezet.
Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de Chorizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Tijdens het booronderzoek zijn echter geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode. Daarom kan de kans op het aantreffen van nederzettingsresten uit de perioden neolithicum tot en met de nieuwe tijd op laag worden gezet.
Aanbeveling Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd.
1
P. Fijma 2002, N. Groen-Lubbers en Soetens 2006.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
5 van 14
Project:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Nimmer Dor te Laag Soeren
Projectnummer: S110103
1
Inleiding
1.1
Onderzoekskader Synthegra heeft in opdracht van de gemeente Rheden een archeologisch karterend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Prof. Talmaweg in Laag Soeren (afbeelding 1.1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van woningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de bebouwing zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord, dat in dit gebied vanaf 30 cm beneden maaiveld verwacht kan worden.
Door de graafwerkzaamheden die zullen gaan plaatsvinden, kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Daarom is op basis van het Verdrag van Malta, waaruit de Wet op de Archeologische Monumentenzorg uit 2007 is voortgevloeid, voorafgaand aan de graafwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd. De gemeente Rheden heeft al twee keer eerder onderzoek voor het plangebied Nimmer Dor laten uitvoeren Bureauonderzoek met veldonderzoek door middel van boringen).
2
Beide
onderzoeken gaven aan dat er geen vervolgonderzoek nodig was, waarbij gezegd dient te worden dat het onderzoek uit 2006 is uitgevoerd ten noorden van het huidige plangebied en de boordichtheid van het onderzoek uit 2002 als verkennend moet worden beschouwd. De gemeente heeft om een nieuw karterend booronderzoek gevraagd binnen de grenzen van het huidige plangebied Nimmer Dor. Het booronderzoek is 3 uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 3.2 en de Leidraad Inventariserend 4
Veldonderzoek. Het veldwerk is uitgevoerd op 26 februari 2011.
De bevoegde overheid, de gemeente Rheden, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen.
1.2
Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het karterend booronderzoek is het toetsen van het opgestelde verwachtingsmodel door de intactheid van de bodemopbouw vast te stellen en de eventueel aanwezige archeologische resten en/of vindplaatsen te inventariseren.
De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: •
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?
•
Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig?
•
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden?
•
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?
•
In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?
2
P. Fijma 2002, N. Groen-Lubbers en Soetens 2006.
3
SIKB 2010.
4
SIKB 2006.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
6 van 14
Project:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Nimmer Dor te Laag Soeren
Projectnummer: S110103
1.3
Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied is circa 2,75 ha groot en ligt aan de Prof. Talmaweg in Laag Soeren (afbeelding 1.1). Het terrein wordt in het oosten begrensd door de Prof. Talmaweg, in het zuiden door bebouwing en tuinen aan de Van Zwietenlaan, in het westen door bebouwing en tuinen aan de Harderwijkerweg en in het noorden door grasland. Het plangebied is in gebruik als landbouwgrond. Het gebouw dat in het noordwesten in het plangebied lag is gesloopt, verder is er geen bebouwing meer aanwezig. De hoogte van het maaiveld varieert 5
van circa14,10 in het zuidoosten tot 15,25 m +NAP (Normaal Amsterdams Peil) in het noordwesten.
Afbeelding 1.1: Het plangebied op de Topografische Kaart van Nederland 1:25.000 aangegeven met het rode kader (Bron: Topografische Dienst 1998).
1.4
Toekomstige situatie plangebied Binnen het plangebied is een woonwijk gepland. De exacte invulling is nog niet bekend.
5
Hoogteligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) in m NAP geraadpleegd op www.ahn.nl
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
7 van 14
Project:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Nimmer Dor te Laag Soeren
Projectnummer: S110103
2
Vooronderzoek
2.1
Inleiding Voor het plangebied zijn al twee onderzoeken uitgevoerd (zie paragraaf 1.1).6 In dit hoofdstuk volgt een zeer korte samenvatting van deze onderzoeken.
2.2
Verwachtingsmodel Globaal genomen zeggen beide onderzoeken dat er in het plangebied een kans bestaat op vindplaatsen vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd (bijlage 1).
2.3
Conclusie en aanbeveling Volgens beide onderzoek is er na uitvoering van het veldwerk geen vervolgonderzoek nodig, waarbij dient te worden opgemerkt dat het plangebied uit het onderzoek van 2006 ten noorden van het huidige plangebied ligt.
6
P. Fijma 2002, N. Groen-Lubbers en Soetens 2006.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
8 van 14
Project:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Nimmer Dor te Laag Soeren
Projectnummer: S110103
3
Inventariserend Veldonderzoek
3.1
Methode Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is aan de hand van de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek7 een karterend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 20 boringen per hectare uitgevoerd. Hiermee is het onderzoek karterend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit de steentijd als voor nederzettingsresten uit de latere perioden. Aangezien het plangebied circa 2,75 ha groot is, zijn in totaal 56 boringen gezet. Voor zover de terreinomstandigheden (bebouwing, verhardingen, begroeiing etc.) het toelieten, is een boorgrid van 20 x 25 m gebruikt, waarbij de afstand tussen de raaien 20 m en de afstand tussen de boringen 25 m bedraagt. Voor een optimale verdeling van de boringen verspringt het beginpunt van een raai 12,5 m ten opzichte van de naastgelegen raai. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een meetlint.
Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 15 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont. Het opgeboorde sediment is gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 x 4 mm en/of verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De 8
9
boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 5104 en bodemkundig geïnterpreteerd.
3.2
Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens De locaties van de boringen staan in bijlage 2 en de boorprofielen in bijlage 3. Het terrein loopt vanaf het zuidoosten langzaam op in noordwestelijke richting. Aan het maaiveld is recent aardewerk uit vooral de 19
e
en 20e eeuw waargenomen, wat als afval wordt beschouwd en geen aanwijzing is voor een nederzetting ter plekke.
De ondergrond in alle boringen bestond uit matig tot sterk grindig matig grof tot zeer grof zand. Dit zand is geïnterpreteerd als een hellingafzetting behorende tot een daluitspoelingswaaier en maakt onderdeel uit van de Formatie van Boxtel. De bouwvoor is 15-55 cm dik en bestaat uit matig humeus, matig grof zand. Het plangebied dat uit grasland bestond is recent omgeploegd tot maximaal 80 cm beneden maaiveld. Hierbij is vaak de aanwezige veldpodzolbodem verploegd, wat te herkennen was aan brokken van de Bh- en Bshorizont vermengd met de Ap-horizont. Dit geldt vooral voor het zuidelijk deel van het terrein (boring 4-6, 11, 12, 15 en 16) ten zuiden van de boorraai met de boringen 20-24 en ten oosten van deze boorraai (boring 20, 25, 57, en 58). In het noordelijke deel, dat ook is omgeploegd, komt het minder voor en is waarschijnlijk minder diep geploegd. Verspreid over het plangebied zijn vooral deels intacte podzolbodems aangetroffen bestaande uit een Bh-, Bhs- dan wel Bs-Horizont. De grootste concentratie van deze gedeeltelijk intacte podzolbodems bevindt zich in het middengedeelte van het plangebied (boring 21-23, 26-28, 30-33 en 35). Daarnaast zijn ook AC-profielen aangetroffen, al dan niet met een verploegde menglaag van de Ap- en Chorizont, waar de Ap-horizont direct op de C-horizont ligt.
In de boringen 34, 40, 43, 46-48, 53 en 54 was de bodem vergraven tot een diepte van minimaal 50 cm en maximaal 100 cm beneden maaiveld, wat te
7
SIKB 2006.
8
Nederlands Normalisatie-instituut 1989.
9
De Bakker en Schelling 1989.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
9 van 14