CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

ontwerp bestemmingsplan Veegplan snippergroen 2023

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerp bestemmingsplan Veegplan snippergroen 202313.615 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemm Veegplan snippergroen 2023

Velp

Rheden

De Steeg

Ellecom

Dieren

Spankeren

Laag-Soeren

Landelijk gebied

Veegplan snippergroen 2023

2 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

7 7 7 9 11

Waterschap Gemeente

11 11

Haalbaarheid en afweging

Bodem Geluid Natuur/Ecologie Groen Water Archeologie Cultuurhistorie Luchtkwaliteit Verkeer en parkeren Externe veiligheid Niet gesprongen explosieven Milieuzonering

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4

7

Beleid

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12

Inleiding

Algemeen Aanleiding bestemmingsplan Ligging plangebied Geldende bestemmingsplan

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

5

13 13 13 13 13 14 14 14 15 15 15 15 15

Juridische aspecten

17

Algemeen Procedure bestemmingsplan Verbeelding en regels Handhaving

17 17 17 19

Hoofdstuk 5

Economische uitvoerbaarheid

21

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

23

6.1

Vooroverleg

23 3

V eegplan snippergroen 2023 (concept)

6.2

Zienswijzen

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16

25 Inleidende regels

27

Begrippen Wijze van meten

27 31

Bestemmingsregels

33

Tuin Wonen Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Cultuurhistorie

33 33 35 37 39 41

Algemene regels

45

Algemene aanduidingsregels Anti-dubbelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels

45 47 47 48 49 49

Overgangs- en slotregels

51

Overgangsrecht Slotregel

51 52

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

4 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

23

53 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis Parkeernormen

55 57

Toelichting

5 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

6 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1

Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het heeft. In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen aangegeven door middel van kleuren en symbolen, waarbij per object regels zijn gegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat juridisch wordt toegestaan. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status.

1.2

Aanleiding bestemmingsplan Voorliggend plan is bedoeld om zogenaamd 'snippergroen' dat in eigendom/gebruik is bij particulieren een passende bestemming te geven. Dat kan zijn een tuin- of woonbestemming (zonder bouwvlak). De afgelopen jaren zijn op verschillende plekken door de gemeente percelen verkocht aan particulieren om te gebruiken als tuin. Daarbij is aangegeven door de gemeente dat deze bij gelegenheid de bestemming zal aanpassen. Dat is de aanleiding van dit bestemmingsplan. In dezelfde periode worden er twee veegplannen in procedure gebracht. Het is technisch niet mogelijk om in een en hetzelfde bestemmingsplan locaties met enkelbestemmingen en locaties met uitsluitend een dubbelbestemming of aanduiding zonder enkelbestemming op te nemen. Vandaar is het veegplan opgesplitst in twee veegplannen: het onderhavige bestemmingsplan bevat locaties met enkelbestemmingen, waarbij op dezelfde locatie tevens in een aantal gevallen een dubbelbestemming of aanduiding voorkomt. Het andere veegplan bevat locaties waar geen enkelbestemming voorkomt.

1.3

Ligging plangebied Het plan heeft betrekking op verschillende locaties in de gemeente Rheden, in de dorpen Dieren (Dieren-Noord), Rheden en Velp.

dorp

adres

huis kavel oude

Dieren

Berkenhof

22

p5196 verkeer

tuin

Dieren

Breukinklaan

13

p5134 groen

tuin+wonen, bestemmingsgrens

nr

nieuwe bestemming

bestemming

doortrekken 7 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Dieren

Breukinklaan

110 P 524 groen

wonen

7 Dieren

Breukinklaan

112 P5246 groen

wonen

Dieren

Cederlaan

21

tuin+wonen, aansluiten grens

p5239 verkeer

achterkant hoofdgebouw Cederlaan 19 Dieren

Esdoornhof

34

p5262 groen

wonen

Dieren

Industrielaan 21

p5229 groen

tuin+wonen, grens 3 m achter de

Dieren

Industrielaan 41

p5323 groen

Dieren

Industrielaan 79

p5223 groen

Dieren

Meidoornlaan 57

p5160 groen

Dieren

Molenweg

25

u5870 verkeer

Dieren

Olmenhof

58

p5344 verkeer

tuin

Dieren

Patrijslaan

20

p5260 groen

tuin+wonen, grens 3 m achter de

voorgevel tuin+wonen, grens 3 m achter de voorgevel tuin+wonen, grens 3 m achter de voorgevel tuin+wonen, bestemmingsgrens doortrekken tuin+wonen, bestemmingsgrens doortrekken

voorgevel Dieren

Patrijslaan

114 p5327 groen

tuin+wonen, grens 3 m achter de voorgevel

Dieren

Pijnboomhof

11

p5112 verkeer

tuin+wonen, bestemmingsgrens doortrekken

Dieren

Pijnboomhof

11

p5114 verkeer

tuin

Dieren

Pijnboomhof

14

p5225 verkeer

tuin

Dieren

Pijnboomhof

17

p5168 groen

wonen

Dieren

Pijnboomhof

18

p5200 verkeer

tuin

Dieren

Pijnboomhof

20

p5334 verkeer

tuin

Dieren

Pijnboomhof

26

p5202 verkeer+groen tuin+wonen, grens 3 m achter de

Dieren

Sparrenhof

32

p5249 groen

wonen

Dieren

Sparrenhof

34

p5198 groen

wonen

Dieren

Vlierhof

1

p5258 verkeer

tuin+wonen, bestemmingsgrens

Dieren

Vlierhof

52

p5164 verkeer

tuin

Dieren

Vlierhof

52

p5166 groen

tuin+wonen, bestemmingsgrens

voorgevel

doortrekken

doortrekken Rheden Buurmeesters 29

d8017 verkeer

tuin

Rheden IJsselsingel

200 d6997 verkeer

tuin

Rheden Massenweg

17

d8035 groen

tuin+wonen, bestemmingsgrens

Velp

6

f3046 verkeer+tuin

wonen tuin+wonen, bestemmingsgrens

straat

doortrekken Dr. Fabiusstraat Velp

Gruttostraat

2

h3787 groen

Velp

Kievitstraat

12

h3444 groen

wonen

Velp

Kievitstraat

14

h3443 groen

wonen

doortrekken

8 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Velp

Kievitstraat

16

h3442 groen

wonen

Velp

Kievitstraat

18

h3441 groen

wonen

Velp

Kievitstraat

20

h3440 groen

wonen

Velp

Kievitstraat

22

h3439 groen

wonen

Velp

Kievitstraat

24

h3438 groen

wonen

1.4

Geldende bestemmingsplan Voor de percelen in Dieren-Noord geldt het bestemmingsplan 'Dieren 2017 Woongebieden-Noord' dat op 29 mei 2018 is vastgesteld en bij besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 februari 2020 onherroepelijk is geworden. Voor de percelen in Rheden geldt het bestemmingsplan 'Rheden 2016, Woongebieden' dat op 28 maart 2017 is vastgesteld en bij besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 onherroepelijk is geworden. Voor de percelen in Rheden geldt het bestemmingsplan 'Velp 2016, Woongebieden-Noord' dan wel het bestemmingsplan 'Velp 2016, Woongebieden-Zuid'. Tevens geldt telkens bestemmingsplan 'Paraplubestemmingen huisvesting arbeidsmigranten en bijzondere woonvormen', vastgesteld door de raad op 28 september 2021. Dat parapluplan is echter niet relevant voor onderhavig bestemmingsplan, aangezien er geen hoofdgebouwen voorkomen en voor mogen komen in het plangebied.

9 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

10 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Hoofdstuk 2 Beleid

In dit hoofdstuk komt het ruimtelijk beleid op hoofdlijnen aan de orde. Het gaat hier om vigerend beleid op gemeentelijk niveau. Bij het vaststellen van dit bestemmingsplan zijn geen rechtstreekse nationale, provinciale of regionale ruimtelijke belangen betrokken. Het gaat om het herbestemmen van zeer kleine percelen behorend bij bestaande woningen. Alle percelen zijn gelegen binnen het stedelijk gebied.

2.1

Waterschap Het waterschap heeft de zorg voor de waterkeringen, is verantwoordelijk voor het grond- en oppervlaktewater in het landelijke gebied en in het stedelijk gebied voor het oppervlaktewater. Daarnaast heeft het waterschap als taak het zuiveren van het afvalwater. Het plangebied is gelegen binnen het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerprogramma voor de periode 2022 tot 2027 geeft het waterschap haar doelen aan, zoals ze deze heeft verwoord in de Watervisie 2030 (uit 2013). Voor het bestemmingsplan is van belang dat nieuwe ontwikkelingen en de benodigde ruimte voor waterbeheer op elkaar worden afgestemd. Gelet op de strekking van dit bestemmingsplan, het bestemmen van kleine percelen die eerder openbaar groen waren ten behoeve van tuinen bij woningen, is er geen waterbelang.

2.2

Gemeente

Groen In het gemeentelijke Groenstructuurplan uit 2002 en de Beleidsnota Bomen uit 2005 is de leidraad dat de groene kenmerken en karakteristieken in de dorpen en deelgebieden worden versterkt.

Natuur Op 28 juni 2022 is de gemeentelijke beleidsnota Biodiversiteitsplan 2022-2032 vastgesteld. Het college en de gemeenteraad van de gemeente Rheden hebben besloten om hoog in te zetten op de biodiversiteit. Een ontwikkeling vanuit dit beleid is het behouden en herstellen van de biodiversiteit en het natuurinclusief ontwerpen en inrichten van projecten aan de hand van een puntensysteem. Momenteel wordt gewerkt aan het puntensysteem, deze is nog niet gereed. 11 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Beoordeling De verkochte percelen zijn beperkt van grootte en tasten de groenstructuur niet aan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de aard van het bestemmingsplan zodanig is dat er geen strijd is met gemeentelijk beleid.

12 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Hoofdstuk 3 Haalbaarheid en afweging

Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, aan beleid van andere overheden en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de (nieuwe) mogelijkheden die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst.

3.1

Bodem Bij een bestemmingsplanherziening is bodemonderzoek nodig indien sprake is van een van bodemverontreiniging verdachte locatie. Een uitzondering hierop zijn locaties waar een nieuwe bouwmogelijkheid wordt mogelijk gemaakt. In dat geval is altijd bodemonderzoek nodig. Ter plaatse van de voorliggende locaties worden geen nieuwe bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt. Geen van de groenstroken blijken verdacht te zijn van bodemverontreiniging. Bodemonderzoek is dan ook niet nodig.

3.2

Geluid Bij een bestemmingsplanherziening kan geluidonderzoek nodig zijn, bijvoorbeeld indien sprake is van een reconstructie van een weg of als een geluidgevoelige bestemming wordt mogelijk gemaakt in de buurt van een weg. Dit is in dit bestemmingsplan niet aan de orde. Geluidsonderzoek is niet nodig.

3.3

Natuur/Ecologie Bij een bestemmingsplanherziening kan ecologisch onderzoek nodig zijn, bijvoorbeeld vanwege de ligging in of nabij een beschermd gebied of omdat beschermde soorten in het geding zouden kunnen komen. De percelen in het plangebied zijn al in gebruik als tuin. De bestemmingsplanherziening maakt geen nieuwe bouwmogelijkheden mogelijk. Ecologisch onderzoek is niet nodig.

3.4

Groen De percelen in het plangebied zijn al in gebruik als tuin. Er komen in het plangebied geen bomen voor die staan op de Lijst bijzondere bomen. Het aspect groen is geen belemmering voor het bestemmingsplan.

13 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

3.5

Water Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en waterlast voorkomen worden en kan ook de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Daarom is het noodzakelijk dat gebiedseigen water zo lang mogelijk in het gebied zelf blijft. Dit gebeurt door middel van het afkoppelen van het schone hemelwater (regen) dat op verhardingen valt zo bijvoorbeeld de daken. Gelet op de strekking van dit bestemmingsplan, het bestemmen van kleine percelen die eerder openbaar groen waren ten behoeve van tuinen bij woningen, zijn er geen gevolgen voor hemelwater of riolering.

3.6

Archeologie Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan dient de initiatiefnemer hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Het bestemmingsplan is niet gericht op bouw. Geldende dubbelbestemmingen voor archeologie blijven van kracht. De bescherming van eventuele archeologische waarden verandert niet met het voorliggend bestemmingsplan.

3.7

Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is in artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a opgenomen dat een bestemmingsplan/wijzigingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. Met het bestemmingsplan zijn geen cultuurhistorische waarden in het geding.

14 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

3.8

Luchtkwaliteit Door de uitstoot van uitlaatgassen door onder andere de industrie en het verkeer komen schadelijke stoffen in de lucht. Bij bepaalde nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse. Bij het veranderen van openbaar groen in een bestemming voor tuin is luchtkwaliteit geen probleem. Het aspect luchtkwaliteit is geen belemmering voor het bestemmingsplan.

3.9

Verkeer en parkeren Het bestemmingsplan is erop gericht de bestemming te veranderen van gronden die al als tuin in gebruik zijn. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkeling mogelijk waarbij verkeer of parkeren van belang is.

3.10 Externe veiligheid Het bestemmingsplan is erop gericht de bestemming te veranderen van gronden die al als tuin in gebruik zijn. Er zijn geen nieuwe bouwmogelijkheden. Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor het bestemmingsplan.

3.11 Niet gesprongen explosieven Bij het vervaardigen van bestemmingsplannen wordt zoals is vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015 vanwege de gemeentelijke zorgplicht bij het leggen van bouwvlakken in verdachte gebieden een onderzoek gevraagd naar de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. De bescherming ten opzichte van niet gesprongen explosieven verandert niet met het voorliggend bestemmingsplan. Op een enkele plek is een gebiedsaanduiding opgenomen voor niet gesprongen explosieven, daar waar dit ook al voorkomt in het geldende bestemmingsplan.

3.12 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. Dit bestemmingsplan regelt de herbestemming van openbaar groen naar gronden behorende bij een bestaande bestemming, voornamelijk tuin en wonen. Het plan biedt geen mogelijkheid tot het vestigen van nieuwe bedrijfsmatige activiteiten of het oprichten van nieuwe gevoelige functies. Dit plan heeft daarmee geen invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden van eventueel bestaande omliggende bedrijven en dus 15 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

ook niet voor nieuwe, hinderveroorzakende bedrijfsactiviteiten. Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

16 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Hoofdstuk 4 Juridische aspecten

4.1

Algemeen Een bestemmingsplan is een juridisch instrument waarbij de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de grond en de opstallen zijn vastgelegd. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf en overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vervat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn.

4.2

Procedure bestemmingsplan De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, moet worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden die niet kunnen worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.

4.3

Verbeelding en regels De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. De wijze waarop een bestemmingsplan vorm krijgt, is vastgelegd in landelijke standaarden. 17

V eegplan snippergroen 2023 (concept)

4.3.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ter nadere invulling c.q. verbijzondering van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels.

4.3.2 Regels De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken. Deze worden kort beschreven. Daarna volgt een toelichting op de planregels. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2). Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Eerst de bestemmingsregels en vervolgens de dubbelbestemmingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend worden de (eventuele) afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van het bouwen en het gebruik omschreven. Daarna de specifieke gebruiksregels en de vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde (aanlegvergunningenstelsel), voor zover dit aan de orde is. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. Algemene regels In hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan.

Denk aan de anti-dubbeltelregel en de regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen. Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden. De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Hierna worden de bestemmingen uit voorliggend bestemmingsplan toegelicht. Bestemming Wonen 18 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

De bestemming Wonen is aan de bijbehorende erven toegekend. Gronden met deze bestemming zijn (anders dan bij andere bestemmingsplannen) niet bestemd voor woningen, wel voor wonen. Hoofdgebouwen zijn niet toegestaan, wel bijgebouwen en overkappingen en overige bouwwerken. Bestemming Tuin Deze bestemming is gegeven aan de niet openbare voortuinen. De gronden zijn bestemd voor tuinen, waterhuishoudkundige voorzieningen, andere bijbehorende voorzieningen en de ontsluiting van de direct aangrenzende percelen. Dubbelbestemmingen voor Waarde – Archeologie Deze bestemmingen zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan en zijn afgestemd op de mate waarin vondsten verwacht kunnen worden. Bestemming Waarde – Cultuurhistorie De bestemming is toegekend aan een wijk indien er een cultuurhistorische waarde aanwezig is. Dit is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan.

4.4

Handhaving Het bestemmingsplan maakt op een eenvoudige wijze duidelijk wat is toegelaten en is daarmee goed handhaafbaar. Burgemeester en wethouders kunnen bestuursrechtelijk optreden tegen activiteiten die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Daartoe is beleid vastgesteld. Daarnaast kan ook via de strafrechtelijke weg worden opgetreden. Een overtreding van de regels is een strafbaar feit waarop de Wet op de Economische Delicten van toepassing is.

19 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

20 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Hoofdstuk 5 Economische uitvoerbaarheid

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient de economische uitvoerbaarheid te worden onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. Het bestemmingsplan maakt geen bouwplan mogelijk op basis waarvan aan kostenverhaal gedaan zou moeten worden. Bovendien zijn er geen kosten voor de gemeente die maken dat het bestemmingsplan niet economisch uitvoerbaar zou zijn.

21 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

22 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1

Vooroverleg Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening wordt vooroverleg gepleegd met de besturen van de betrokken gemeenten, waterschappen en met diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor een goede ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Van de kant van de provincie Gelderland en het rijk is bericht in welke gevallen zij vooroverleg nodig vinden. Dat is in dit geval niet aan de orde.

6.2

Zienswijzen Kader De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met het ontwerpbesluit is ingevolge de Wet ruimtelijke ordening op ………. bekend gemaakt in de Regiobode, en in het elektronische Gemeenteblad. Gedurende de termijn van terinzagelegging van ............. tot en met …………… heeft een ieder de mogelijkheid gehad zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren te brengen. In deze periode was het bestemmingsplan met het ontwerpbesluit via www.ruimtelijkeplannen.nl digitaal te raadplegen. De analoge versie lag ter inzage in het gemeentehuis. Beoordeling pm Conclusie pm

23 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

24 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Regels

25 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

26 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1

plan het bestemmingsplan Veegplan snippergroen 2023 van de gemeente Rheden;

1.2

bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0275.BPHERZ2023-ON01 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4

aanduidingsgrens de grens van de aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5

aanduidingsvlak een vlak, door aanduidingsgrenzen van andere vlakken gescheiden;

1.6

achtergevel de gevel van een gebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende gebouw;

1.7

bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde;

1.8

bed and breakfast het tegen betaling bieden van kortstondig toeristisch verblijf en ontbijt aan huis;

1.9

bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen, en waarbij de bijbehorende kantoorfunctie niet meer dan 30% van het bedrijfsvloeroppervlak in beslag neemt;

1.10

bedrijfsvloeroppervlak de gezamenlijke vloeroppervlakte van verkoopruimten, magazijnen, bergingen, kantoren en verblijfsruimten en de overige voor de bedrijfsvoering benodigde vloeroppervlakte. Dit wordt gemeten in het pand, op de vloer van de ruimten die (kunnen) worden gebruikt voor bedrijfsmatige activiteiten;

27 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

1.11

beroep aan huis een juridisch, administratief, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig, therapeutisch of (para)medisch beroep, alternatieve geneeswijzen daaronder begrepen, of daarmee gelijk te stellen activiteiten die in een woning dan wel (vrijstaand) bijgebouw worden uitgeoefend, inclusief ondergeschikte detailhandel;

1.12

bestaand zoals legaal aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan;

1.13

bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.14

bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.15

bijgebouw uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; functionele ondergeschiktheid is niet vereist;

1.16

bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.17

bouwgrens de grens van een bouwvlak;

1.18

bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd;

1.19

bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.20

bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel;

1.21

bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.22

bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen metaal of ander materiaal die (in)direct met de grond is verbonden hetzij (in)direct steun vindt in of op de grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren;

1.23

deskundig archeoloog de door burgemeester en wethouders aangewezen regioarcheoloog, bedrijven die onder het overgangsrecht tot 1 juli 2017 een vergunning hebben alsmede bedrijven die zijn gecertificeerd overeenkomstig de bepalingen van de Erfgoedwet;

28 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

1.24

diepwortelende beplanting beplanting met een wortelstelsel dat meer dan 0,5 m onder het maaiveld reikt of dat naar verwachting in de toekomst zal doen;

1.25

evenement een publieke activiteit met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de open lucht of in tijdelijke onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze en/of sportieve, of daarmee gelijk te stellen activiteiten zoals markten, braderieën, beurzen, kermissen, festiviteiten, wedstrijden, bijeenkomsten en festival;

1.26

gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.27

hoofdgebouw een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.28

huishouden een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren waarbij sprake is van continuïteit is in samenstelling en onderlinge verbondenheid;

1.29

maaiveld de bovenkant van het aansluitende afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden;

1.30

nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening;

1.31

nutsvoorziening een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en electriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten;

1.32

oorspronkelijke achtergevel van een hoofdgebouw de achtergevel van het hoofdgebouw zoals deze ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd met uitzondering van in bouwkundige zin van het hoofdgebouw te onderscheiden aangebouwde bouwwerken waarin slechts ondergeschikte functies plaatsvinden;

1.33

opslag het opbergen van goederen - inclusief (vloei)stoffen en materialen - met de bedoeling en op een dergelijke wijze, dat men later weer over de goederen kan beschikken;

1.34

overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand; 29

V eegplan snippergroen 2023 (concept)

1.35

overige bouwwerken bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.36

seksinrichting een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een hiervoor bedoelde inrichting worden in elk geval verstaan: een bordeel, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en erotische massagesalon, al of niet in combinatie met elkaar;

1.37

speelveld een openbaar terrein zoals een trapveld, basketbalterrein of skatevoorziening dan wel een terrein van vergelijkbare omvang waarop diverse speelvoorzieningen aanwezig zijn;

1.38

standplaats het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van fysieke middelen zoals een kraam, een wagen of een tafel;

1.39

straatmeubilair hieronder wordt mede verstaan: (ondergrondse) inzamelbakken voor huishoudafval, papier, glas-, kleding en andere afvalbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, werken van beeldende kunst, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, alsmede abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen;

1.40

tuin deel van een perceel dat vanwege zijn stedenbouwkundige, cultuurhistorische dan wel landschappelijke waarde(n) vrij van gebouwen en overkappingen dient te blijven en dat als zodanig geen deel uitmaakt van het erf bij een woning;

1.41

voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel;

1.42

woning een complex van ruimten bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, alsmede in combinatie daarmee de verhuur van kamers aan maximaal twee personen welke niet tot het huishouden behoren en welke geen duurzame huishouding voeren, en niet zijnde een woonwagen;

1.43

woonwagen een voor de huisvesting van personen bestemde woonruimte die is geplaatst op een woonwagenstandplaats en die in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.

30 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.2

de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.3

de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.4

de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

31 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

32 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3

3.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en parkeervoorzieningen bij de bijbehorende woningen. b. De gronden zijn tevens bestemd voor waterhuishoudkundige voorzieningen, voorzieningen voor hemelwaterinfiltratie en -berging en rioleringswerken, watergangen en waterpartijen, straatmeubilair en andere bijbehorende voorzieningen, alsmede voor de ontsluiting van direct aangrenzende percelen.

3.2

Bouwregels Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd evenwel met uitzondering van overkappingen.

3.2.1

Overige bouwwerken Voor overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen. b. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen voor zover gesitueerd op hoekpercelen welke grenzen aan openbaar groen dan wel aan de openbare weg mag niet meer dan 2 m bedragen indien deze zijn geplaatst achter de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan. c.

De bouwhoogte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1,50 m bedragen en de breedte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1 m bedragen.

d. In overige gevallen mag de bouwhoogte van overige bouwwerken niet meer dan 6 m bedragen.

Artikel 4

4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

a. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. wonen; 33 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

b. De gronden zijn tevens bestemd voor parkeer- en groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, voorzieningen voor hemelwaterinfiltratie en -berging en rioleringswerken, watergangen en waterpartijen, straatmeubilair en andere bijbehorende voorzieningen, alsmede voor de ontsluiting van direct aangrenzende percelen.

4.2

Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen bijgebouwen en overkappingen en overige bouwwerken worden gebouwd.

4.2.1

Hoofdgebouwen Een hoofdgebouw is niet toegestaan.

4.2.2

Bijgebouwen en overkappingen Voor bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak mag per bouwperceel niet meer dan 75 m2 bedragen. b. Het bebouwingspercentage van de bijgebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak mag per bouwperceel niet meer dan 40 bedragen. c.

De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 3,50 m bedragen.

d. De bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 5 m bedragen. e. De bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3,50 m bedragen. f.

Afwijkingen in percentages, maten en afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen: 1. voor zover het betreft grotere percentages en oppervlaktes gehandhaafd worden waarbij tevens geldt dat het bestaande percentage/de bestaande oppervlakte geldt als maximale maat; 2. voor zover het betreft overige gevallen, gehandhaafd worden.

4.2.3

Overige bouwwerken Voor overige bouwwerken - niet zijnde overkappingen - gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen. b. De bouwhoogte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1,50 m bedragen en de breedte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1 m bedragen. c.

In overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedragen.

d. Afwijkingen in afmetingen en situering zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen gehandhaafd worden.

4.3

Specifieke gebruiksregels a. Gebruik van ruimten binnen een (vrijstaand) bijgebouw ten behoeve van de

34 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

uitoefening van een beroep aan huis of een bedrijfsactiviteit als genoemd in Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis is toegestaan mits: 1. de activiteit wordt uitgeoefend door in ieder geval de bewoner van de woning, en naast de bewoner is tegelijkertijd niet meer dan 1 persoon werkzaam; 2. de ruimte(n) waar de activiteiten plaatsvinden niet groter is dan 50 m², gemeten vanaf de binnenzijde van (scheidings)muren; 3. buiten de ruimte als bedoeld onder 2 geen opslag plaatsvindt en geen beroeps- of bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend, met uitzondering van activiteiten die verband houden met het uitoefenen van een bed and breakfast of van gastouderschap; 4. de uiterlijke verschijningsvorm van de woning behouden wordt, waarbij reclame uitingen zich beperken tot een onverlichte oppervlakte van niet meer dan 0,50 m2 en deze bij grondgebonden woningen niet hoger worden aangebracht dan tot 1,5 m boven maaiveld; 5. het gebruik geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefmilieu heeft; 6. ten behoeve van de activiteit wordt voldaan aan het gestelde in artikel 12.2 Parkeren; 7. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer. b. Behoudens het gestelde onder a, is het verboden bijgebouwen, gelegen buiten het bouwvlak, anders te gebruiken dan ten dienste van het hoofdgebouw.

Artikel 5

5.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde en voor gronden met een bekende archeologische vindplaats.

5.2

Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 100 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende 35

V eegplan snippergroen 2023 (concept)

voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundig archeoloog; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c.

Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing.

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ter plaatse van de aangewezen gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden groter dan 100 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren: 1. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 2. het ophogen van de gronden met meer dan 100 cm (waarbij het in de aanhef genoemde dieper graven dan 30 cm niet geldt), tenzij die werkzaamheden voortvloeien uit een verleende omgevingsvergunning; 3. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van sleufdrainage, ontginnen, frezen en aanbrengen van heipalen; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting alsmede het verwijderen van stobben; 5. het graven, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; 6. het verlagen van het grondwaterpeil of het veranderen van de samenstelling van het grondwater; 7. het aanbrengen of vervangen van riolering en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen dan de daarmee verband houdende constructies; 8.

alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden van het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik; 9. het slopen van ondergrondse gebouwen of een gedeelte daarvan; 10. het afdekken en/of overbouwen van archeologische vindplaatsen. b. Het onder a opgenomen verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: 36 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

1. welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn, of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; 2. waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving vergunning of afwijking noodzakelijk is; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud betreffen. c.

De vergunning wordt niet verleend: 1. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de gegeven bestemming; 2. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de gronden onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. dan nadat een advies is ontvangen van een deskundig archeoloog of een deskundig bureau over het door de aanvrager aan burgemeester en wethouders over te leggen rapport, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld.

d. In afwijking van het bepaalde in c kan de vergunning om zwaarwichtige redenen, voor een deel van de werken of werkzaamheden, alsnog worden verleend onder de voorwaarde dat voorafgaande aan de uitvoering van de vergunning adequaat archeologisch onderzoek plaatsvindt.

Artikel 6

6.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.

6.2

Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de 37

V eegplan snippergroen 2023 (concept)

archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundig archeoloog; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c.

Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing.

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ter plaatse van de aangewezen gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren: 1. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 2. het ophogen van de gronden met meer dan 100 cm (waarbij het in de aanhef genoemde dieper graven dan 30 cm niet geldt), tenzij die werkzaamheden voortvloeien uit een verleende omgevingsvergunning; 3. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van sleufdrainage, ontginnen, frezen en aanbrengen van heipalen; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting alsmede het verwijderen van stobben; 5. het graven, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; 6. het verlagen van het grondwaterpeil of het veranderen van de samenstelling van het grondwater; 7. het aanbrengen of vervangen van riolering en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen dan de daarmee verband houdende constructies; 8.

alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden van het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik; 9. het slopen van ondergrondse gebouwen of een gedeelte daarvan; 10. het afdekken en/of overbouwen van archeologische vindplaatsen. b. Het onder a opgenomen verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: 1. welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn, of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; 38 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

2. waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving vergunning of afwijking noodzakelijk is; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud betreffen. c.

De vergunning wordt niet verleend: 1. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de gegeven bestemming; 2. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de gronden onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. dan nadat een advies is ontvangen van een deskundig archeoloog of een deskundig bureau over het door de aanvrager aan burgemeester en wethouders over te leggen rapport, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld.

d. In afwijking van het bepaalde in c kan de vergunning om zwaarwichtige redenen, voor een deel van de werken of werkzaamheden, alsnog worden verleend onder de voorwaarde dat voorafgaande aan de uitvoering van de vergunning adequaat archeologisch onderzoek plaatsvindt.

Artikel 7

7.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een lage archeologische verwachtingswaarde en waterbodems.

7.2

Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 2500 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 39

V eegplan snippergroen 2023 (concept)

3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundig archeoloog; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c.

Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing.

7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ter plaatse van de aangewezen gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden groter dan 2500 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren: 1. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 2. het ophogen van de gronden met meer dan 100 cm (waarbij het in de aanhef genoemde dieper graven dan 30 cm niet geldt), tenzij die werkzaamheden voortvloeien uit een verleende omgevingsvergunning; 3. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van sleufdrainage, ontginnen, frezen en aanbrengen van heipalen; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting alsmede het verwijderen van stobben; 5. het graven, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; 6. het verlagen van het grondwaterpeil of het veranderen van de samenstelling van het grondwater; 7. het aanbrengen of vervangen van riolering en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen dan de daarmee verband houdende constructies; 8.

alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden van het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik; 9. het slopen van ondergrondse gebouwen of een gedeelte daarvan; 10. het afdekken en/of overbouwen van archeologische vindplaatsen. b. Het onder a opgenomen verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: 1. welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn, of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; 2. waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving vergunning of afwijking noodzakelijk is; 40 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud betreffen. c.

De vergunning wordt niet verleend: 1. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de gegeven bestemming; 2. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de gronden onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. dan nadat een advies is ontvangen van een deskundig archeoloog of een deskundig bureau over het door de aanvrager aan burgemeester en wethouders over te leggen rapport, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld.

d. In afwijking van het bepaalde in c kan de vergunning om zwaarwichtige redenen, voor een deel van de werken of werkzaamheden, alsnog worden verleend onder de voorwaarde dat voorafgaande aan de uitvoering van de vergunning adequaat archeologisch onderzoek plaatsvindt.

Artikel 8

8.1

Waarde - Cultuurhistorie

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bevordering van het open stedenbouwkundig karakter van de gronden, het stratenpatroon, de parkachtige inrichting van het openbaar groen, het representatieve straatbeeld alsmede voor de instandhouding en bevordering van de aanwezige cultuurhistorische waarden. De gronden met de bestemming 'Tuin' worden daarom voor wat betreft het vergunningvrij bouwen geacht geen deel uit te maken van het erf bij het hoofdgebouw.

8.2

Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden -in afwijking van het hierover gestelde in de andere met de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' samenvallende bestemming(en) de volgende regels: a. De gronden met de bestemming 'Tuin' en de overige - anders bestemde - gronden gelegen tussen het openbare gebied en de voorgevels van de hoofdgebouwen en het verlengde hiervan, dienen vrij van gebouwen en overkappingen te blijven. b. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen op de onder a bedoelde gronden, mag niet meer dan 1 m bedragen. c.

De bouwhoogte van vrijstaande reclame uitingen mag niet meer dan 1,50 m bedragen en de breedte van vrijstaande reclame uitingen mag niet meer dan 1 m bedragen. 41

V eegplan snippergroen 2023 (concept)

d. In overige gevallen mag de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer dan 6 m bedragen. e. Afwijkingen in afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen gehandhaafd worden.

8.3

Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats, afmeting en uitvoering (mate van transparantie) van de overige bouwwerken ten behoeve van de instandhouding en bevordering van het open stedenbouwkundig karakter van de gronden, het representatieve straatbeeld en de instandhouding en bevordering van aanwezige cultuurhistorische waarden. b. Voor het stellen van een nadere eis geldt de in artikel '14 Algemene procedureregels' vermelde voorbereidingsprocedure.

8.4

Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 onder b ten behoeve van een vermeerdering van de bouwhoogte tot 2 m, voor zover het niet betreft de bestemming Tuin. b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: 1. dit noodzakelijk is uit oogpunt van beveiliging; 2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige karakteristiek, de representativiteit van het straat- en bebouwingsbeeld en de aanwezige cultuurhistorische waarden.

8.5

Specifieke gebruiksregels a. De gronden gelegen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw en de openbare weg mogen niet worden gebruikt voor het parkeren van motorvoertuigen. b. Het gebruik van grond en bouwwerken dat legaal bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. c.

In het geval strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor op de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

8.6

Afwijken van de gebruiksregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.5 onder a ten behoeve van het parkeren van motorvoertuigen op de gronden vóór de voorgevel. b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: 1. onvoldoende parkeermogelijkheden aanwezig zijn door de feitelijke situering van het hoofdgebouw op het perceel; 2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het open stedenbouwkundig

42 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

karakter en het representatieve straatbeeld en de aanwezige cultuurhistorische waarden; 3. geen onevenredige aantasting plaatsvindt ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

43 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

44 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

9.1

veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven

9.1.1

Omschrijving aanduiding Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven' geldt dat die gronden, naast de andere aangewezen bestemmingen, tevens bestemd zijn voor de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven in de bodem.

9.1.2

Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden -in aanvulling op het hierover gestelde in de overige bestemmingsregels- de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport in de vorm van een risicoanalyse te overleggen, waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in voldoende mate is vastgesteld. b. Het rapport als bedoeld onder a kan bestaan uit een onderzoek naar de naoorlogse (graaf)werkzaamheden op de locatie, waaruit blijkt welke grond na de oorlog zodanig geroerd is dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein wordt. Deze informatie hoeft niet te zijn verkregen van een gespecialiseerd bedrijf. c.

Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de bescherming van het woonen leefklimaat niet in voldoende mate is vastgesteld, dient de aanvrager aan te geven op welke wijze de risico's teniet gedaan worden. Dit kan door het indienen van: 1. een Projectgebonden Risicoanalyse, en indien nodig/of door een 2. detectieonderzoek, en indien nodig gevolgd door een 3. benadering.

d. Alle onder c genoemde onderzoeken moeten worden uitgevoerd conform de WSCS-OCE. e. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die mogen worden opgericht krachtens een reeds verleende vergunning.

45 V eegplan snippergroen 2023 (concept)

9.1.3

Specifieke gebruiksregels In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor op de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

9.1.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van

werkzaamheden a. Het is verboden om ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone niet-gesprongen explosieven' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken en werkzaamheden uit te voeren waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm. b. Het verbod als bedoeld onder a is niet van toepassing indien een rapport in de vorm van een (beperkte) risicoanalyse is overgelegd, waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in voldoende mate is vastgesteld. c.

Het rapport als bedoeld onder b kan bestaan uit informatie over de naoorlogse (graaf)werkzaamheden op de locatie, waaruit blijkt welke grond na de oorlog zodanig geroerd is dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein wordt. Deze informatie hoeft niet te zijn verkregen van een gespecialiseerd bedrijf.

d. Het verbod als bedoeld onder a is tevens niet van toepassing op de volgende werken en/of werkzaamheden: 1. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; 2. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. e. Ingevolge het bovenstaande is een omgevingsvergunning als bedoeld onder a vereist, indien: 1. geen rapport als bedoeld onder b is overgelegd of 2. uit het onder b genoemde rapport blijkt dat de bescherming van het woon- en leefklimaat niet in voldoende mate is vastgesteld. f.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=f5aa9ef9-da53-41ed-955f-b3e4c17b8a23