CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

nota van wijzigingsvoorstellen Aanpak Veluwe

Raadsvergadering 30 juni 2026, gemeente RhedenBij agendapunt: Samenwerkingsovereenkomst Aanpak Veluwe7.433 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van wijzigingsvoorstellen UP en SOK Aanpak Veluwe Op 9 april 2026 hebben de bestuurders van de bij de Aanpak Veluwe betrokken overheden met elkaar gesproken over het concept Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe (UP) en de concept Samenwerkingsovereenkomst Aanpak Veluwe (SOK). De bespreking geeft aanleiding voor aanpassingen in de teksten van het UP en de SOK. Deze zijn in de onderstaande tabellen weergegeven. Voorgesteld wordt om aantal punten nader uit te werken in het vervolgtraject (na ondertekening van de SOK). Deze zijn opgenomen in de tabel onder paragraaf 4.

1 Intern gebruik

1. Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe, versie 26 maart 2026 In de tabel hieronder worden de tekstuele aanpassingen in het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe, versie 26 maart 2026, inzichtelijk gemaakt. Uitvoeringsplan AV In de managementsamenvatting, onder de titel “Een integraal programma: één overheid en focus op 10 uitvoering”

Huidige tekst In een samenwerkingsovereenkomst (SOK) worden rollen, taken en verantwoordelijkheden van verschillende overheden vastgelegd als basis voor de interbestuurlijke samenwerking.

Uitvoeringsplan stikstof Regio Foodvalley, Pag. 17

De Regio Foodvalley heeft in juli 2025 een uitvoeringsplan stikstof aangeboden aan de minister van LVVN. Dit plan zet in op een reductie van ammoniakemissies in de landbouw van 60-70% tot en met 2035. Het door de Regio Foodvalley opgestelde uitvoeringsplan is integraal onderdeel van de Aanpak Veluwe. Gezamenlijk zijn we verantwoordelijk voor de uitvoering ervan.

Vitale economie Pag. 21

Is gericht op de voornaamste economische sectoren in en rondom de Veluwe, landbouw en recreatie & toerisme, die op elkaar aansluiten en versterken. Voor een duurzame en toekomstbestendige landbouwsector, die in balans is met ecologie, economie en leefbaarheid en waarin boeren nu en in de toekomst een reëel verdienmodel hebben. Waarbij gedacht kan worden aan keuzes over het type landbouwactiviteiten in een gebied, efficiënt nutriëntengebruik, het ondersteunen van de transitie naar natuurinclusieve praktijken waar mogelijk en het bevorderen van een breed maatschappelijk gedragen en verankerde voedselproductie in de regio. Daarnaast is de recreatie- en

2 Intern gebruik

Nieuwe tekst Aanvulling op huidige tekst: de Overeenkomst laat de uitoefening van wettelijke taken en bevoegdheden ongemoeid. Dat betekent dat wat in dit plan staat niet automatisch ook het besluit van het bevoegd gezag is. De betreffende overheid zal daar altijd zijn eigen wettelijke procedure volgen en verantwoordelijkheden dragen. De Regio Foodvalley heeft in juli 2025 een uitvoeringsplan stikstof aangeboden aan de minister van LVVN. Dit plan zet in op een reductie van ammoniakemissies in de landbouw van ten minste 60% tot en met 2035. Het door de Regio Foodvalley opgestelde uitvoeringsplan is opgegaan in het uitvoeringsplan van de Aanpak Veluwe.

Reden aanpassing Verduidelijking van de verhouding tussen de SOK en het bevoegd gezag van de samenwerkende partijen.

Is gericht op de voornaamste economische sectoren in en rondom de Veluwe, landbouw en recreatie & toerisme, die op elkaar aansluiten en versterken. Voor een duurzame en toekomstbestendige landbouwsector, die in balans is met ecologie, economie en leefbaarheid en waarin boeren nu en in de toekomst een reëel verdienmodel hebben. Waarbij gedacht kan worden aan keuzes over het type landbouwactiviteiten in een gebied, efficiënt nutriëntengebruik, het ondersteunen van de transitie naar natuur-inclusieve praktijken waar mogelijk en het bevorderen van een breed maatschappelijk gedragen en verankerde voedselproductie in de regio. Er moet ook ruimte blijven voor werklocaties en

Het was onvoldoende duidelijk dat er ruimte beschikbaar moet blijven voor werklocaties en campusontwikkeling. De tekst is aangevuld om het belang van recreatie en toerisme explicieter te maken.

Het was onvoldoende duidelijk dat het door Foodvalley vorig jaar opgestelde Uitvoeringsplan inmiddels volledig is verwerkt in het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe.

toerismesector onderdeel van de identiteit van het buitengebied. De sector draagt bij aan leefbaarheid, gezondheid en sociale cohesie. Door bijvoorbeeld uitloopgebieden, landschapsparken, het inzetten op ‘slowtourism’, duurzame mobiliteit met fijnmazige fiets- en wandelnetwerken, groenblauwe dooradering en het versterken van erfgoeden cultuurlandschappen. Op deze manier ontstaat economisch vitaal model waarbij de menselijke druk op kwetsbare gebieden verlaagt.

Basisscenario analyse effect op depositie Pag.24

Veluwe is met 82000 hectare het grootste stikstofgevoelige N2000 natuurgebied

Doelstelling beekdalherstel, pag. 29

Doel 3: Herstel Overige wateren en Natuurwateren Voor de Aanpak Veluwe is er een logische en kansrijke route om de beekgebonden herstelopgaven te koppelen aan de Doelen overig water van het waterschap (globale streef- en kwaliteitsbeelden voor alle wateren) en de provinciale systematiek van de Natuurwateren (Omgevingsvisie, uitgewerkt in Regionaal Waterprogramma via de Waterwijzer). Rondom de Veluwe liggen veel kleinere beken die geen KRWwaterlichaam zijn, maar wel de functie Natuurwater hebben en meestal goede potenties voor kwaliteitsverbetering en biodiversiteitsherstel in zich dragen. Denk bijvoorbeeld aan de beken tussen de Noordelijke Veluwerand en het Veluwemeer. Voor de wateren zonder Natuurwaterfunctie kan bijvoorbeeld een uitwerking plaatsvinden

campusontwikkeling, zodat kennisintensieve functies en lokale werkgelegenheid zich kunnen ontwikkelen en bijdragen aan de regionale economie. Daarnaast is de recreatie- en toerismesector onderdeel van de identiteit van het buitengebied. De sector draagt bij aan leefbaarheid, gezondheid en sociale cohesie. Door bijvoorbeeld uitloopgebieden, landschapsparken, het inzetten op ‘slowtourism’, duurzame mobiliteit met fijnmazige fiets- en wandelnetwerken, groenblauwe dooradering en het versterken van erfgoeden cultuurlandschappen. Op deze manier ontstaat economisch vitaal model waarbij de menselijke druk op kwetsbare gebieden verlaagt. Veluwe heeft met 82000 hectare het grootste stikstofgevoelige N2000 natuurgebied Doel 3: Herstel voor natuurwateren en overige wateren Rondom de Veluwe liggen veel kleinere beken die geen KRW-waterlichaam zijn en goede potenties voor kwaliteitsverbetering en biodiversiteitsherstel in zich dragen. Ze zijn daarom benoemd als ‘natuurwater’ in het bestaande waterbeleid. Het gaat o.a. om de beken tussen de noordelijke Veluwerand en het Veluwemeer en tevens de beken in de Veluwezoom. Ook voor het overige oppervlaktewater gelden er nog kwaliteitsopgaven die zijn uitgewerkt als ‘doelen overig water’. In de Aanpak Veluwe nemen we deze opgaven mee en concretiseren deze waar nodig op gebiedsniveau. NB: huidige doel 2, wordt doel 3.

3 Intern gebruik

Veluwe betreft zelfs een groter areaal. Het gaat hier om een deel van het Natura 2000gebied. Op twee plaatsen is de tekst verduidelijkt en aangevuld door opgaven die elders al zijn beschreven hier eveneens op te nemen. Dit bevordert een beter en eenvoudiger begrip van de beoogde opgaven. Het betreft de passages over ‘aanpassing landbouwkundig gebruik’ en over de doelstellingen voor natuurwateren en overige wateren.

Tekstkader NHV en Aanpak Veluwe, pag.29:

volgens de systematiek van de Bassikwaliteit Natuur.

NB: Laatste alinea op pag.28 verplaatsen naar ónder de opsomming van de 3 doelen Beekdalherstel.

Natuurherstelverordening en de Aanpak Veluwe De Europese Natuurherstelverordening (NHV) is sinds 2024 van kracht en schrijft de EU-lidstaten voor om maatregelen te nemen om de biodiversiteit te versterken en aangetaste ecosystemen te herstellen. Om hier invulling aan te geven moeten Europese lidstaten binnen twee jaar na inwerkingtreding van de verordening, voor 1 september 2026, een concept Natuurplan indienen bij de Europese Commissie (EC) met concrete maatregelen voor de periode tot 2030 en met een doorkijk naar de invulling van de doelen voor verschillende ecosystemen in 2040 en 2050. [Noot 41] De maatregelen richten zich op i) het verminderen van drukfactoren zoals tegengaan van verdroging, verbeteren van de waterkwaliteit, en stikstof, en ii) het versterken van ecosystemen, zowel binnen als buiten Natura 2000-gebieden. Dit geldt voor land-, stedelijke-, bestuiver-, landbouwen bosecosystemen, inclusief bomenaanplant (art. 4, 8, 10, 11 en 12).

Natuurherstelverordening en de Aanpak Veluwe De Europese Natuurherstelverordening (NHV) is sinds 2024 van kracht en schrijft de EU-lidstaten voor om maatregelen te nemen om de biodiversiteit te versterken en aangetaste ecosystemen te herstellen. Om hier invulling aan te geven moeten Europese lidstaten binnen twee jaar na inwerkingtreding van de verordening, voor 1 september 2026, een concept Natuurplan indienen bij de Europese Commissie (EC) met concrete maatregelen voor de periode tot 2030 en met een doorkijk naar de invulling van de doelen voor verschillende ecosystemen in 2040 en 2050. [Noot 41] De maatregelen richten zich op i) het verminderen van drukfactoren zoals tegengaan van verdroging, verbeteren van de waterkwaliteit, en stikstof, en ii) het versterken van ecosystemen, zowel binnen als buiten Natura 2000-gebieden. Dit geldt voor land-, stedelijke-, bestuiver-, landbouw- en bosecosystemen, inclusief bomenaanplant (art. 4, 8, 10, 11 en 12). De Aanpak Veluwe draagt bij aan deze opgaven en houdt daarbij rekening met het komende Landelijke Natuurplan.

De Natuurherstelverordening (NHV) is in aantocht. Omdat het landelijke Natuurplan nog niet is vastgesteld, loopt Aanpak Veluwe daar vooralsnog niet op vooruit. Daarom wordt in het tekstkader op pagina 29 de artikelsgewijze toelichting geschrapt, omdat deze suggereert dat Aanpak Veluwe hierop vooruitloopt. Ter verduidelijking wordt één zin toegevoegd. Om dezelfde reden worden in de paragraaf Maatregelen op twee plaatsen verwijzingen naar de NHV verwijderd.

De Aanpak Veluwe draait niet alleen om wát de samenwerkende overheden willen bereiken (hoofdstuk 2), maar ook om hóe de interbestuurlijke samenwerking dat wil doen.

Het Uitvoeringsplan steunt straks formeel op de afspraken van de Samenwerkingsovereenkomst.

Hieronder volgt een toelichting bij enkele wetsartikelen: Art. 4 (landecosystemen). …. Bij art. 10 (bestuivers) … Art. 11 (landbouwecosystemen) .. Art. 12 (bosecosystemen) …. Hoofdstuk 3 “Hoe pakken we het aan” (p.32)

De Aanpak Veluwe draait niet alleen om wát de samenwerkende overheden willen bereiken (hoofdstuk 2), maar ook om hóe de interbestuurlijke samenwerking dat wil doen.

4 Intern gebruik

Laatste alinea Pag. 61

Daarbij is er het besef dat het succes van de aanpak valt en staat met goede en zorgvuldige uitvoering.

Daarbij is er het besef dat het succes van de aanpak valt en staat met goede en zorgvuldige uitvoering. Door ondertekening van de Samenwerkingsovereenkomst Aanpak Veluwe en het gelijktijdig vaststellen van dit Uitvoeringsplan verbinden de samenwerkende overheden zich om hun aanpak voor de doelen in het gebied met elkaar te coördineren en af te stemmen. Tegelijkertijd maken partijen in de Overeenkomst duidelijk onderscheid tussen hun samenwerkingsverband in de Aanpak Veluwe en het bevoegd gezag dat elke partij uitoefent op basis van zijn of haar wettelijke taken en bevoegdheden. De Overeenkomst laat de uitoefening daarvan onverlet. Dat betekent dat wat in dit plan staat niet automatisch leidt tot een besluit in die richting van het bevoegd gezag. De betreffende overheid zal daar altijd zijn eigen wettelijke procedure volgen en verantwoordelijkheden dragen.

Specifiek voor Natura 2000-gebied Veluwe onderzoeken we of een aanpassing van het gebruik van agrarische percelen die binnen bossen liggen en binnen de Natura 2000grenzen, kan bijdragen aan de gestelde natuurdoelen (herstelprogramma Bossen, Mbo71) Dit start met een analyse van de ligging van deze percelen en de impact van het gebruik van deze percelen op het realiseren van de instandhoudingsdoelen).

Specifiek voor Natura 2000-gebied Veluwe onderzoeken we of een aanpassing van het gebruik van agrarische percelen die binnen bossen liggen en binnen de Natura 2000grenzen, kan bijdragen aan de gestelde natuurdoelen (herstelprogramma Bossen, maatregel Mbo71) Dit start met een analyse van de ligging van deze percelen en de impact van het gebruik van deze percelen op het realiseren van de instandhoudingsdoelen).

5 Intern gebruik

Die afspraken bevatten, zoals ook in de memo over de SOK aan het BO is toegelicht, een duidelijk onderscheid tussen het samenwerkingsverband van overheden en het bevoegd gezag dat elk van die overheden uitoefent op basis van hun wettelijke taken en bevoegdheden (artikelen 4.2 en 9.7 (nieuw)). Dat onderscheid is niet zo helder aanwezig in de teksten van het Uitvoeringplan. Overal waar de begrippen ‘we’ en ‘Aanpak Veluwe’ worden gebruikt, doelen de partijen op het samenwerkingsverband. De context van de teksten laten echter soms interpretatieruimte over de vraag of niet tegelijk ook al het bevoegd gezag bedoeld wordt. Door toevoeging van de tekst in het hoofdstuk over de governance wordt de samenhang tussen de samenwerkingsovereenkomst, het uitvoeringsplan en de wettelijke bevoegdheden van de partijen geëxpliciteerd. Alleen het woord ‘maatregel’ is toegevoegd, voor de verduidelijking en volledigheid.

Tweede alinea Pag.61

Alinea Pag. 62 – hele Alinea aangepast En pag 6.1 2e alinea

Op basis van de analyse worden, in samenwerking met de grondeigenaren, mogelijke maatregelen opgesteld. Wat betreft de omvang in ha’s voor ontwikkelen van natuur en aanpassing van agrarisch gebruik van percelen blijven we in de Aanpak Veluwe binnen de afgesproken provinciale kaders zoals vastgesteld in de uitvoeringsagenda Gelderse Maatregelen Stikstof en de Versnellingsaanpak stikstof. Voor natuurontwikkeling gaat het voor heel Gelderland om 3.100 ha. Daarbinnen is er voor de Veluwe momenteel 231 ha, voor Landgoederen Brummen 60 ha en voor Binnenveld 30 ha door het Rijk financieel geborgd vanuit het Programma Natuur fase2.

Op basis van de analyse worden, in samenwerking met de grondeigenaren, mogelijke maatregelen opgesteld. Overheden en gebiedspartijen bepalen gezamenlijk de benodigde omvang (in hectares) voor natuurontwikkeling en de aanpassing van het agrarisch grondgebruik op de Veluwe, met inachtneming van de vastgestelde provinciale beleidsdocumenten en de Natuurherstelverordening.

Benodigde aanpassing landbouwkundig gebruik buiten Natura 2000-grenzen In en rond het Natura 2000-gebied Veluwe zijn in de herstelprogramma’s Heiden en Stuifzanden (par. 6.4.4) een aantal locaties en percelen in agrarisch gebruik aangewezen waar we verwachten dat meer extensief gebruik of omvorming naar natuur sterkt bijdraagt aan het behalen van de Natura 2000-doelen. De aanpassing betreft vooral al lang in gebruik zijnde, historische akkerlocaties en locaties direct grenzend aan heide. Extensivering of omvorming naar (schrale) graslanden of akkers draagt bij aan het vergroten van leefgebied voor diverse vogelsoorten en aan meer voedselaanbod voor (overwinterende) broedvogels van schraalgrasland en heidegebied en voor wintergasten. Voorzover deze locaties en percelen buiten de Natura 2000-begrenzing liggen zijn ze geen onderdeel van het herstelplan/beheerplan Veluwe en zijn het geen geborgde

Benodigde aanpassing landbouwkundig gebruik buiten Natura 2000-grenzen In en rond het Natura 2000-gebied Veluwe zijn in de herstelprogramma’s Heiden en Stuifzanden en Beken een aantal locaties en percelen in agrarisch gebruik aangewezen waar we verwachten dat meer extensief gebruik of omvorming naar natuur nodig is voor het behalen van de Natura 2000-doelen. Ook kan uit landschapsecologische systeemanalyses (LESA) voor delen van de Veluwe een dergelijke opgave nog volgen. De aanpassing betreft vooral al lang in gebruik zijnde, historische akkerlocaties en locaties direct grenzend aan heide of langs een beek. Extensivering of omvorming naar (schrale) graslanden of akkers draagt bij aan het vergroten van leefgebied voor diverse vogelsoorten en aan meer voedselaanbod voor (overwinterende) broedvogels van schraalgrasland en heidegebied en voor wintergasten. Daarnaast gaat het om locaties

6 Intern gebruik

De opsomming van het aantal hectares is verwijderd. In het vervolgtraject wordt eerst vastgesteld of de genoemde omvang toereikend is, mede in het licht van de Natuurherstelverordening. Het opnemen van specifieke hectares in het Uitvoeringsplan wekt verwachtingen bij sector en gebieden die mogelijk niet realistisch zijn. Op twee plaatsen is de tekst verduidelijkt en completer gemaakt, door opgaven die ook al elders beschreven staan ook hier op te nemen. Dit voor een beter en makkelijker begrip van de bedoelde opgaven. Gaat om passages over ‘aanpassing landbouwkundig gebruik’ en om doelstelling voor natuurwateren en overige wateren.

maatregelen. Door deze maatregel op te nemen in de Aanpak Veluwe zorgen we alsnog voor die borging.

die een ontbrekende schakel vormen in noodzakelijke verbindingen. Voorzover deze locaties en percelen buiten de Natura 2000 zijn het geen geborgde maatregelen. Door deze maatregel op te nemen in de Aanpak Veluwe zorgen we alsnog voor die borging. Pag6.1 2e alinea: uitgeschreven LESA in kleine letters schrijven.

Maatregelen Natuur Pag. 65

Bovenaan: Met deze aanvullende maatregelen geven we invulling aan de Natuurherstelverordening (NHV), o.a. met betrekking tot de VHR-opgave (Art. 4), maar ook aan herstel van populaties van bestuivers (Art. 10) en herstel van landbouwecosystemen (Art. 11).

Geschrapt

Onderaan: Verder natuurgericht agrarisch gebruik door doelsturing en/of maatwerkafspraken met agrariërs of vormen van agrarisch natuurbeheer rondom beide Natura 2000-gebieden draagt bij aan realisatie van de Natura 2000-doelen en geeft ook invulling aan de Natuurherstelverordening (NHV). Monitoring robuust systeemherstel, pag. 91

De provincie werkt ook aan een monitoringsplan voor het volgen van de ontwikkeling van systeemfactoren voor het Natura 2000-gebied Veluwe om op termijn na te kunnen gaan of het gewenste robuuste systeemherstel optreedt. Dit plan wordt opgesteld in samenwerking met natuurbeherende organisaties, gemeentelijke natuurbeheerders en de waterschappen en is eind 2026 gereed. Deze monitoring levert, in combinatie met de monitoring van habitattypen en soorten, informatie op over

De provincie werkt ook aan een monitoringsplan voor het volgen van de ontwikkeling van systeemfactoren voor het Natura 2000-gebied Veluwe om op termijn na te kunnen gaan of het gewenste robuuste systeemherstel optreedt. Dit plan wordt opgesteld in samenwerking met terreinbeherende organisaties, gemeentelijke natuurbeheerders en de waterschappen en is eind 2026 gereed. Deze monitoring levert, in combinatie met de monitoring van habitattypen en soorten, informatie op over

7 Intern gebruik

De Natuurherstelverordening (NHV) is in aantocht. Omdat het landelijke Natuurplan nog niet is vastgesteld, loopt Aanpak Veluwe daar vooralsnog niet op vooruit. Daarom wordt in het tekstkader op pagina 29 de artikelsgewijze toelichting geschrapt, omdat deze suggereert dat Aanpak Veluwe hierop vooruitloopt. Ter verduidelijking wordt één zin toegevoegd. Om dezelfde reden worden in de paragraaf Maatregelen op twee plaatsen verwijzingen naar de NHV verwijderd. De natuurmonitoring binnen de Aanpak Veluwe staat beschreven op pag. 91. Hier is een zin toegevoegd over het beoordelen van het doelbereik, o.b.v. de monitoringsinformatie.

de actuele natuurkwaliteit van de Veluwe. De uitkomsten worden ook gebruikt voor het eventueel bijsturen van beheer en maatregelen en voor het (volgende) Natura 2000-Beheerplan Veluwe (2030).

de actuele natuurkwaliteit van de Veluwe. Op basis van deze informatie bepalen we in hoeverre de instandhoudingsdoelen al zijn bereikt en in hoeverre nog bijsturing nodig is. Dit doen we als eerste in het komende traject tot actualiseren van het Natura 2000beheerplan Veluwe, dat in 2030 vastgesteld moet zijn.

Hele UP

Feestelijke ondertekening

Ondertekening

Tekst over relatie tot maatregelen taskforce

Geen huidige tekst. Plek van opnemen tekstvoorstel hiernaast nog redactioneel te bezien.

De maatregelen en doelen uit de Aanpak Veluwe moeten zich (kunnen) verhouden tot de bestaande rijksmaatregelen en doelen, en bij de uitkomsten die voortvloeien uit de besluitvorming over maatregelen en doelen uit de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Bij de toerekening van de effecten van de maatregelen moet onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende maatregelpakketten op Rijks- en regionaalniveau, zodat stikstofreducties niet dubbel worden ingeboekt.

6.3 Hoe krijgen we vergunningverlening verder op gang?

Te denken valt aan de toepassing van de landelijke beëindigingsregelingen en de generieke maatregelen, zoals doelsturing voor bedrijven in de nabijheid van de Veluwe. Nieuwe tekst alle 4 onderdelen:

UP beschrijft in paragraaf 6.3 vier stappen om vergunningverlening op gang te brengen: - Voortoets - Additi0naliteit - Veehouderijen - Overige sectoren

De route naar uitvoering van projecten (inclusief een eventuele natuurtoestemming) wordt op hoofdlijnen als volgt gezien.

8 Intern gebruik

De impact van het Uitvoeringsplan voor de bewoners en ondernemers is groot. Daarom wordt het woord ‘feestelijk’ verwijderd. Dit is van belang voor het halen van de 42/46% emissiereductie voor de landbouw en de noodzakelijke aanvullende gebiedsgerichte maatregelen met het oog op het voldoen aan het vonnis van de rechtbank in de Greenpeace-zaak. Daarnaast is dit een beleidsmatig punt, maar hierover moet wel duidelijkheid zijn (bij voorkeur geëxpliciteerd in het UP) voordat Minister een handtekening zet. In de afstemming tussen de juridische werkgroep en Pels Rijcken komt naar voren dat woningbouw en andere activiteiten binnen de Aanpak Veluwe niet categorisch weer vergund kunnen worden,

Oude tekst onderdeel 4 ‘overige sectoren’:

In de eerste plaats gebruiken wij Aanpak Veluwe als onderbouwing van het additionaliteitsvereiste ten aanzien van het Natura-2000 gebied Veluwe. Het additionaliteitsvereiste komt in beeld bij het inzetten van een mitigerende maatregel (intern of extern salderen) voor het verlenen van een Natura 2000-vergunning of voor het afwijzen van een verzoek tot intrekking ervan. Het doel is dat de Aanpak Veluwe de onderbouwing vormt waaruit blijkt dat de inzet van de mitigerende maatregel (salderen) niet nodig is als passende maatregel voor het Natura 2000-gebied Veluwe. Uitgangspunt is daarbij dat de Aanpak Veluwe als geheel gericht is op het voorkomen van verslechtering van het Natura 2000-gebied Veluwe.

Voor andere projecten en projectportfolio’s (woningbouw, infrastructuur, bedrijvigheid, etc.) maakt Aanpak Veluwe op het niveau van de 21 gemeenten een inschatting van hoeveel stikstofruimte hiervoor is vereist (in totaal tot 2035). Deze benodigde stikstofruimte wordt onderdeel van het programma in samenhang met het gebiedsemissieplafond.81 Daarmee is de insteek dat deze projecten kunnen worden vergund, aangezien ook die ontwikkelingen dan geen significante gevolgen hebben op grond van de passende beoordeling die voor de Aanpak Veluwe wordt opgesteld. Nader uitgewerkt wordt of dit een fasering vergt van deze projecten en projectportfolio’s.

In de tweede plaats zorgt het nog vast te stellen omgevingsprogramma Veluwe (hierna aangeduid als “Aanpak Veluwe”) voor een geborgde daling van stikstofemissie en depositie vanuit en op de Veluwe. Hierdoor kunnen op termijn (als de dalende emissieen depositielijn is ingezet en natuurmaatregelen zijn/worden uitgevoerd) mogelijkheden komen voor individuele projecten om ecologisch te onderbouwen dat deze geen significant negatieve gevolgen hebben op de habitats van de Veluwe. Dit kan bijdragen aan het weer op gang brengen van vergunningverlening voor individuele projecten. In de derde plaats onderzoeken wij of Aanpak Veluwe ook gebruikt kan worden als zelfstandige basis voor de verlening van Natura 2000-vergunningen. Een mogelijkheid hiervoor is om specifieke categorieën van projecten (zoals agrarische

9 Intern gebruik

aangezien de effecten van het programma moeten vaststaan. De dalende emissielijn moet dus worden ingezet en daaronder kunnen dan beredeneerd vanuit additionaliteit en op basis van salderen projecten worden vergund.

activiteiten onder de bedrijfsnorm of andere genormeerde bedrijven) te benoemen in de Aanpak Veluwe. Voor deze projecten kan de (daling van de) stikstofemissie in beeld gebracht worden. Vervolgens kunnen deze projecten samen met de Aanpak Veluwe als geheel passend beoordeeld worden. Op grond van deze passende beoordeling kunnen dan vergunningen worden verleend. Deze systematiek is naar verwachting juridisch kwetsbaar in het licht van het toetsingskader dat de Raad van State momenteel hanteert, omdat daarmee de Aanpak Veluwe een zelfstandige basis voor vergunningverlening zou worden. In de vierde plaats onderzoeken wij of Aanpak Veluwe stikstofruimte kan reserveren in een stikstofbank, waaruit individuele projecten vergund kunnen worden, zoals woningbouw en andere (economische) activiteiten. Dit betreft dan een vorm van extern salderen, die voortbouwt op de additionaliteits-onderbouwing zoals uiteengezet onder punt 1. Hierbij wordt afstemming gezocht met de verkenning van de provincie Gelderland naar een generieke oplossing qua vergunningen voor de woningbouw in heel Gelderland, inclusief de Veluwe. Conclusie: Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn: Twee belangrijke aandachtspunten hierbij zijn: a. Het verwachte effect van de reductiemaatregelen moet vaststaan ten tijde van de passende beoordeling van het programma.

Alleen dan kan daar in de passende beoordeling van worden uitgegaan

10 Intern gebruik

met het oog op het creëren van ontwikkelruimte zodat nieuwe ontwikkelingen ook kunnen plaatsvinden; b. De gewenste ontwikkelingen moeten op voorhand zo concreet mogelijk worden gekwantificeerd, zodat er geen onzekerheid bestaat over de hoeveelheid emissie die optreedt als gevolg van het toestaan van die ontwikkelingen. Dit vraagt een zorgvuldige doorkijk naar de verwachte ontwikkelingen tot 2035. Bijlage 5

Er zijn nog aanvullende kaders voor de besteding van de € 300 mln. Deze worden momenteel besproken met de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Na besluitvorming zullen deze kaders worden opgenomen in een volgende versie van het Uitvoeringsplan en kunnen ook mogelijk van invloed zijn op de financiële tabel.

11 Intern gebruik

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is akkoord gegaan met aanpassen van de kaders voor de besteding van de € 300 mln. De aanpassing houdt dat de bestedingen van de € 300 mln. moeten passen binnen de geografische afbakening van de zones en waar effectief t.a.v. de Natura 2000 gebieden ook daarbuiten. In het uitvoeringsplan wordt opgenomen waarom dat effectief is. Tevens mogen de maatregelen ook verbreed worden naar beëindiging. Tot slot mogen de middelen breder ingezet worden ook naar herstel van de overbelaste natuur en hydrologische maatregelen. De overige kaders uit het kabinet Schoof blijven van kracht zoals perspectief voor de ondernemer en gebaseerd op vrijwilligheid. Deze kaders worden opgenomen in een volgende versie van het Uitvoeringsplan en kunnen ook mogelijk van invloed zijn op de financiële tabel.

De minister van LVVN heeft recent een besluit genomen om de kaders te verruimen voor de inzet van de startmiddelen (‘de 300 mln’) van LVVN.

2. Samenwerkingsovereenkomst, versie 26 maart 2026 Tekstuele aanpassingen en toevoegingen in de Samenwerkingsovereenkomst (SOK). SOK

Nieuwe tekst

Reden aanpassing

Aanhef

Toevoegen namen van de gemeenten, die de SOK ondertekenen Artikelen die in het proces zijn ingevoegd met toevoeging a, b, zoals Artikel 8a, zijn doorgenummerd. Overwegingen opnieuw geformuleerd

In de aanhef van SOK ontbreekt een volledig opsomming van de gemeenten die de SOK zullen ondertekenen. Die zal worden toegevoegd. In een oorspronkelijk document wordt doorgenummerd. Komende wijzigingen kunnen de toevoeging a, b, c krijgen. Omdat de Minister vooruitlopend op de resultaten die de Taskforce zal presenteren, de versie van 9 april van het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe niet kan ondertekenen, is gekozen voor een andere systematiek die de samenwerking recht doet.

Vernummering Overwegingen

•

Het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe is geen project louter van bovenaf door het Rijk geïnitieerd. Het is een beweging van bovenaf én van onderop. Het is daarmee een gezamenlijke opdracht, waarin we als overheden aangeven wat de kaders zijn en co-sturing zoeken vanuit de energie en kracht van de regionale partners en mensen in de regio. Ideeën, initiatieven en projecten vanuit de bewoners en ondernemers zijn essentieel en we nodigen hiertoe uit. Door samen te werken, met gebiedskennis, met betrokkenheid, en met respect voor het verleden en oog voor de toekomst,

Om de samenwerking te bestendigen en om ervoor te zorgen dat de SOK als grondslag voor de toegezegde 300.000.000 Euro kan dienen, is ervoor gekozen om de 300mln te beschouwen als Eerste tranche van het uitvoeringsplan. Daartoe is een nieuw uitvoeringsplan geschreven dat de Partijen in de SOK vaststellen als (eerste versie van) het Uitvoeringsplan, bedoeld in de SOK. De besluitvorming ogv de SOK blijft hetzelfde. Na de vaststelling zullen de partijen de Eerste tranche van het uitvoeringsplan in het BO verder aanpassen en wijzigen. Daarom is expliciet opgenomen dat in deze samenwerking nadat het kabinetsbeleid bekend is geworden, partijen zullen toewerken naar een volgende versie van het Uitvoeringsplan. Dit betekent dat de Eerste Tranche van het uitvoeringsplan, het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe en het kabinetsbeleid in de volgende wijzigingsronde met elkaar in verbinding worden gebracht. Dan kunnen partijen ook een standpunt innemen over de inhoud.

12 Intern gebruik

bouwen we – overheden, ondernemers en bewoners aan een veerkrachtige Veluwe. •

•

•

In de Aanpak Veluwe ontwikkelen Partijen daartoe een programmatische en gebiedsgerichte aanpak, gericht op het realiseren van de opgaven. Sinds zomer 2025 werken zij aan het Uitvoeringsplan Veluwe. Het bevat de contouren van hoe de Partijen de opgaven willen gaan realiseren, waarin ze de koers, rollen en taken van de Aanpak Veluwe vormgeven. Het kabinetsbeleid voor landbouw, natuur en stikstof is ontwikkeling: de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof zal later dit jaar besluiten over de kaders voor dat beleid. Omdat Partijen erkennen dat de samenwerking belangrijk is voor het realiseren van de opgaven en zij willen starten met het gezamenlijk aanpakken van de opgaven, stellen Partijen bij het aangaan van deze

Omdat regionale partijen de verder uitgewerkte versie van het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe wel willen vastleggen, wordt voorgesteld om in de overwegingen bij de overeenkomst te verwijzen naar die versie. De provincie zal daartoe in ieder geval besluiten, omdat hiermee de werkzaamheden tot nu en de relatie met buiten wordt vastgelegd, en omdat het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe als grondslag voor de besteding van de provinciale middelen geldt.

13 Intern gebruik

•

•

•

overeenkomst nu eerst een Eerste tranche van het Uitvoeringsplan vast. De Eerste tranche van het Uitvoeringsplan strekt niet verder dan de maatregelen die Partijen willen treffen met de door de MCEN beschikbaar gestelde middelen (€ 300 miljoen). Het is geen programma in de zin van de Omgevingswet. Het gebruik van de instrumenten van de omgevingswet, zoals een programma, behoort echter wel uitdrukkelijk tot de mogelijkheden. Parallel kiezen de provincie, waterschappen en gemeenten ervoor om onderling ook een verder uitgewerkte versie van het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe bestuurlijk vast te stellen. Dat doen zij met de volgende redenen: Deze verder uitgewerkte versie van het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe geldt als basis voor hun besluitvorming en als grondslag waarop de provincie de middelen, die zij reeds beschikbaar heeft gesteld en die zij dit jaar nog

14 Intern gebruik

•

•

ter beschikking wil stellen, kan besteden. Alle partijen streven ernaar om de Eerste tranche van het Uitvoeringsplan, de besluiten van de ministerraad over het kabinetsbeleid voor landbouw, natuur en stikstof en de verder uitgewerkte versie van het Uitvoeringsplan Veluwe, zo snel mogelijk bij elkaar te brengen, en een wijzigingsvoorstel voor de Eerste tranche van het Uitvoeringsplan op te stellen en voor te leggen aan het Bestuurlijk Overleg, bedoeld in deze overeenkomst. Ruimtelijke vraagstukken zoals woningbouw, infrastructuur en economische ontwikkeling (zoals bedrijvigheid) vallen buiten de reikwijdte van de aanpak . Deze onderwerpen worden, voor zover de vier overheden hier in samenwerken, opgepakt met de NOVEX-gebieden, waar de bredere ruimtelijke afwegingen worden gemaakt. Daar waar ruimtelijke afwegingen de doelstellingen van de aanpak raken, zal dit

15 Intern gebruik

•

besproken moeten worden binnen de samenwerking. Het plan richt zich ook niet op herverdeling van stikstofruimte binnen de sectoren, maar op het instrumentarium en de mogelijkheden voor herverdeling. Het brede thema klimaatadaptatie is ook geen hoofddoel van dit programma, maar wordt meegenomen in samenhang met het herstel van natuur op de Veluwe en via de KRW-opgave Waterbeschikbaarheid dat voor zowel de natuur als de KRW-opgave een belangrijke sleutel tot herstel is. Ook maken regionale programma’s zoals Vitale Vakantieparken en Regiodeal Veluwe in Balans geen onderdeel uit van de Aanpak Veluwe. Ook hier geldt dat, waar relevant, deze programma’s wel een aanvullende of versterkende bijdrage kunnen leveren aan de realisatie van de doelen van de Aanpak Veluwe. De effectiviteit van de samenwerking en het plan hangt sterk samen met de beslissings- en uitvoeringskracht die in het gebied kan worden georganiseerd. Partijen overwegen in het kader van

16 Intern gebruik

de samenwerking de noodzaak van een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie. Het besluit tot instellen daarvan ligt nog in de toekomst.

Artikel 3.4

Artikel 6

3.4 Partijen spreken af dat zij, bij het aangaan van deze overeenkomst, de Eerste tranche van het Uitvoeringsplan vaststellen als de eerste versie van het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe. Voor zover daarin de rijksbijdrage van het Rijk is opgenomen, komt die ten laste van de LVVN-begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd. Hieraan wordt dan ook in ieder geval de opschortende voorwaarde verbonden dat deze bijdrage parlementair nog zal moeten worden goedgekeurd. Het Rijk brengt de overige Partijen binnen twee weken op de hoogte van deze goedkeuring. Deze Eerste tranche van het Uitvoeringsplan wordt in de Staatscourant gepubliceerd en wordt hier verder aangeduid als: het Uitvoeringsplan. Het Bestuurlijk Overleg neemt op basis van artikel 6, zevende lid, onderdeel a een besluit over de wijze waarop actualisaties en wijzigingen van het Uitvoeringsplan bekend worden gemaakt.

Hier wordt nadrukkelijk bepaalt dat de Eerste Tranche van het Uitvoeringsplan wordt vastgesteld.

6.4 Besluiten kunnen worden genomen wanneer een meerderheid van de leden aanwezig is. Besluiten worden met meerderheid van de geldig uitgebrachte voor- en

In het BO van 9 april hebben de bestuurders vragen gesteld over hoe (met name) de gemeenten tot de invulling van hun ene stem zouden moeten komen. Aan het interbestuurlijk team is uiteindelijk het

De toevoeging van het begrotingsvoorbehoud wordt noodzakelijk gemaakt door de trage voortgang van de behandeling van de Rijksbegroting 2026 in de Eerste Kamer.

17 Intern gebruik

tegenstemmen (de helft + 1) genomen, waarbij wordt gestreefd naar unanieme besluitvorming. Het Rijk, de gemeenten gezamenlijk, de waterschappen gezamenlijk en de provincie hebben ieder één stem in de vergadering. De partijen, behorende tot eenzelfde overheidslaag, leggen onderling in schriftelijke afspraken vast langs welke procedure zij in gezamenlijkheid tot een besluit komen over de inzet van hun stem.

verzoek om een voorstel te doen voor een toevoeging hierover aan de SOK. Het voorstel is om geen eisen voor of beschrijving van de wijze van afstemming in de SOK op te nemen. Dat wordt algauw te statisch. In plaats daarvan nemen we in de SOK alleen op dat partijen binnen eenzelfde overheidslaag daarover afspraken maken en dat zij die afspraken schriftelijk vastleggen. Dit betekent dat gemeenten hierover onderling afspraken maken. Daaraan wordt momenteel gewerkt.

Artikel 6.4

6.4 Besluiten kunnen worden genomen wanneer een meerderheid van de bestuurslagen aanwezig is. Besluiten worden met meerderheid van de geldig uitgebrachte voor- en tegenstemmen (de helft + 1) genomen, waarbij wordt gestreefd naar unanieme besluitvorming. Het Rijk, de gemeenten gezamenlijk, de waterschappen gezamenlijk en de provincie hebben ieder één stem in de vergadering.

Term leden aangepast in bestuurslagen

6.7

6.7 Tot de besluiten en taken van het Interbestuurlijk overleg behoren: a. het vaststellen van de jaarlijkse voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 13.1 b. het vaststellen van wijzigingen van en aanvullingen op het Uitvoeringsplan, inclusief de voorstellen, bedoeld in artikel 11.3 en 11.4.

Aanhef ingevoegd “en taken” na besluiten. Onderdelen a tot en met d verletterd in b tot en met e, ingevoegd nieuw onderdeel a:

In artikel 6, eerste lid, is de zin “Partijen kunnen ervoor kiezen om zich te laten vertegenwoordigen door eenzelfde bestuurslaag.” opgenomen. Partijen kunnen dus ook afspraken maken over de wijze waarop ze elkaar in het BO vertegenwoordigen.

a.

. het vaststellen van de jaarlijkse voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 13.1

Deze taak was wel benoemd in artikel 13, maar kwam nog niet terug onder 6.7.

18 Intern gebruik

c. besluiten over het tussentijds bijsturen van de uitvoering van het Uitvoeringsplan. d. de verdeling van de beschikbare middelen over het programma- of deelgebied zoals benoemd in de Eerste tranche van het Uitvoeringsplan. e. het beoordelen van voorstellen voor het Uitvoeringsplan op haalbaarheid, uitvoerbaarheid en financiering in relatie tot de volledige opgave voor de Veluwe.

7.4

a. De methodiek of maatregelen om één of meerdere doelen uit het Uitvoeringsplan te realiseren, en wanneer het gaat om het aanwenden van gevraagde middelen,

Ingevoegd: “of maatregelen” na methodiek. Ingevoegd “en wanneer het gaat om de aanwenden van gevraagde middelen” tussen realiseren, en ook en.

Artikel 8a oud, nieuw artikel 9:

e. Het jaarlijks meten van de voortgang van de uitvoering van het Uitvoeringsplan.

Deze wijziging heeft betrekking op de duidelijkheid: methodiek en maatregelen werden door elkaar gebruikt, maar kunnen verschillend worden begrepen. Nu is er een onderscheid tussen methode en de maatregelen die worden genomen. Deze taak is toebedeeld in artikel 13, maar kwam hier niet terug. Daarom deze taak toegevoegd.

Artikel 8b.5 oud, nieuw artikel 10.5

e. het opstellen van een jaarlijkse integrale voortgangsrapportage

Deze taak is toebedeeld in artikel 13, maar kwam hier niet terug. Daarom deze taak toegevoegd.

Artikel 9 oud, nieuw artikel 11.

11.3 Het Interbestuurlijk Overleg neemt een besluit in de zin van artikel 6.7, onder a, over een voorstel van een Partij om financiële middelen beschikbaar te stellen, en over de daaraan verbonden doelen en voorwaarden. Na een positief besluit worden de financiële middelen, de verstrekker en de overeengekomen doelen en voorwaarden vermeld in een bijlage bij het Uitvoeringsplan.

De voorgestelde wijzigingen in artikel 9 maken het onderscheid duidelijker tussen de beslissingen van het BO binnen het samenwerkingsverband en de wettelijke kaders, die gelden voor het beschikbaar stellen en uitkeren van publieke middelen. Er worden zaken geëxpliciteerd, die impliciet sowieso gelden: - Aan artikel 9, derde lid, is in de eerste zin een verwijzing naar artikel 6.7, onder a, toegevoegd. Dit onderstreept dat het besluit van het BO op een voorstel van een Partij om financiële middelen

19 Intern gebruik

11.4 In afwijking van artikel 6.4 kan het Interbestuurlijk Overleg voorstellen om beschikbare middelen anders in te zetten dan de bij die financiële middelen in het Uitvoeringsplan genoemde doelen of voorwaarden, alleen aannemen, indien de Partij die de middelen beschikbaar heeft gesteld met het voorstel kan instemmen. 11.7 De voorgenomen budgetten betreffen geen financiële toezeggingen of verplichtingen en geven evenmin een aanspraak op financiële middelen. 11.8 Partijen zullen op grond van hun eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden en in overeenstemming met de Unierechtelijke en nationale wettelijke kaders en procedures beslissen over het beschikbaar stellen van financiële middelen.

Artikel 10.2 oud, nieuw artikel 12.2

Artikel 12.3 oud, nieuw artikel 14.3

12.2 De regiokassier coördineert het ontvangen van financiële middelen ,uitgezonderd het Rijk, in overeenstemming met het Uitvoeringsplan en de besluiten van het Interbestuurlijk Overleg. 14.3 Het Bestuurlijk Overleg neemt een besluit over de verdeling van de kosten van de evaluatie onder de Partijen.

-

-

beschikbaar te stellen, een besluit tot het wijzigen van het UP is. Aan artikel 9, vierde lid, is in de eerste zin het woord “besteden” vervangen door “inzetten”. Het werkwoord ‘besteden’ heeft een sterke band met de publiekrechtelijke kaders van de Financiële verhoudingswet. Een ander werkwoord dan ‘besteden’ is daarom duidelijker. Aan artikel 9 worden een zevende en achtste lid toegevoegd die expliciteren dat partijen hun publiekrechtelijke kaders en procedures volgen om de voorgenomen budgetten ook werkelijk beschikbaar te stellen aan de regiokassier. Te denken valt aan het budgetrecht van het parlement en provinciale staten en aan het vereiste van een wettelijke grondslag voor het uitkeren van financiële middelen in de Financiële verhoudingswet.

Technische wijziging die verduidelijkt dat de regiokassier de financiële middelen bij het uitvoeringsplan coördineert, maar dat de provincie als bevoegd gezag de budgetten uit de SPUK-middelen uitkeert. Dit artikel bevatte oorspronkelijk de afspraak om de kosten van de evaluatie gelijkelijk over alle partijen te delen. Bij nader inzien bestaat hierbij de kans dat de apparaatskosten van het verdelen en innen van die kosten bij 25 afzonderlijk leden, relatief hoog zullen zijn ten opzichte van de kosten van de evaluatie zelf. Voorgesteld wordt om de afspraak te vervangen door een delegatie aan het Bestuurlijk Overleg en het BO op later moment een beter overwogen voorstel voor te leggen.

20 Intern gebruik

Artikel 15 (nieuw)

Artikel 15 Gegevensuitwisseling 15.1 Partijen onderschrijven het belang van een goede gegevensuitwisseling, mede met het oog op de verantwoording over de resultaten. 15.2 Voor het uitwisselen van persoonsgegevens of andere gegevens in het kader van deze overeenkomst, zoals bedrijfsgegevens en concurrentiegevoelige informatie, en de verwerking daarvan maken Partijen na een nadere inventarisatie separaat afspraken met elkaar en met andere samenwerkingspartners, zodat wordt voldaan aan de eisen van Europese en nationale wet- en regelgeving, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Wet open overheid. 15.3 De gegevensuitwisseling mag niet leiden tot uitwisseling van concurrentiegevoelige informatie tussen Partijen en met andere samenwerkingspartners, rechtstreeks of indirect door tussenkomst van de overlegstructuur zoals beschreven in deze overeenkomst.

Artikel 19 (nieuw) Toevoeging aan de SOK van een bepaling over de geschillenbeslechting

Na artikel 18 een nieuw artikel invoegen, luidende: Artikel 19Nakoming De Overeenkomst is niet in rechte afdwingbaar. Partijen kunnen elkaar aanspreken op tekortkomingen in de nakoming van de Overeenkomst in het Bestuurlijk Overleg.

Dit betreffen 2 wijzigingen: 1. Invoegen van nieuw artikel 15 2. Wijziging titel paragraaf

Het gesprek over de nakoming van de Overeenkomst heeft maar één escalatiemodel en dat is de route naar het Bestuurlijke Overleg. Het ligt niet voor de hand dat overheden elkaar voor de rechter dagen om de nakoming van de afspraken in de Overeenkomst. Deze bepaling expliciteert dit.

21 Intern gebruik

Artikel 16 oud, nieuw artikel 20.3

20.3 Deze overeenkomst en het Uitvoeringsplan, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, worden 6 weken na de inwerkingtreding in de Staatscourant gepubliceerd. Het Rijk zal voor deze publicatie zorgdragen.

De publicatie van de overeenkomst in de Staatscourant stond onderaan de tekst geformuleerd als opdracht. Die opdracht is met deze wijziging onderdeel geworden van de afspraken en bij LVVN gelegd.

Ondertekening

Ondertekening ingevoegd

Ondertekening ontbrak nog

3. Oplegnotitie De volgende tekstuele toevoegingen in de oplegnotitie bij het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe en de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) worden voorgesteld. Oplegnotitie Hoofdstuk 6.3 Hoofdstuk 6.3 en punt 1 hoofdstuk 3 (hoogte gebiedsplafond)

Nieuwe tekst Toevoegen ‘De overheden maken onderling nog nadere afspraken over de stikstofbank.’ Toevoegen ‘In een volgend BO wordt ter besluitvorming de hoogte van het reductiepercentage voorgelegd. Momenteel wordt met de diersectoren onderzocht welke stikstofreductie praktisch haalbaar is. Parallel wordt onderzocht wat de natuur nodig heeft om verslechtering te voorkomen.’

Reden aanpassing Helder aangeven dat dit onderdeel in het vervolgtraject nader wordt uitgewerkt. Dit voorkomt veel vragen van bestuurders over de stikstofbank. Nadere toelichting bij het later te nemen besluit over de hoogte van het reductiepercentage.

4. Openstaande vraagstukken Aanpak Veluwe De volgende vraagstukken zijn specifiek benoemd door bestuurders van de betrokken overheden. Deze worden in 2026 binnen de werkstromen van Aanpak Veluwe nader uitgewerkt en leiden op dit moment niet tot wijzigingen in de tekst van het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe of de SOK. Openstaande vraagstukken Brede inzet op stikstofreductie, gekoppeld aan ruimtelijke en maatschappelijke kansen

Hoogte stikstofplafond

Uitleg Stikstofreductie dient niet uitsluitend in het landelijk gebied te worden gerealiseerd, maar ook in andere sectoren zoals mobiliteit, woningbouw, bedrijvigheid en recreatie. Hiervoor is een eerste aanzet gedaan in hoofdstuk 5 van het Concept Uitvoeringsplan. Door deze opgaven te verbinden, kan Aanpak Veluwe bijdragen aan natuurherstel én tegelijkertijd werken aan de verduurzaming en ontwikkeling van wijken, dorpen, economische structuren en recreatieve uitloopgebieden. In het BO Veluwe is over de hoogte van het plafond gesproken. In het basisscenario wordt nu uitgegaan van circa 60% reductie (ofwel 3 kton). Of dit toereikend is of dat verdere aanscherping nodig is, wordt meegenomen in de analyse en weging van het plafond, conform het in het Uitvoeringsplan en de bijbehorende oplegger beschreven

22 Intern gebruik

Uitwerken stikstofbank Aandacht voor voldoende capaciteit voor de uitvoering Inzetten op gebiedsprocessen met ontwerpende principes in de uitvoering Stevige doelstellingen voor natuurherstel met juridische borging Interbestuurlijke samenwerking rond de natuur- en wateropgave

Inzetten op natuur- en beekdalherstel in samenwerking met partners

Uitwerken van de communicatiestrategie tussen overheden, ondernemers en inwoners Betrekken nieuwe bestuurders Inventarisatie ontwikkelingen

proces. De organisatie van inspraak is in dit proces voorzien en juridisch geborgd in het programma onder de Omgevingswet. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de benodigde stikstofruimte voor andere sectoren, waaronder de woningbouw. In hoofdstuk 6.3 van het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe wordt gesproken over de stikstofbank. Deze stikstofbank wordt in 2026 nader uitgewerkt: o.a. wie voert de regie, op welke criteria, en hoe en op welk schaalniveau wordt de verdeling van de stikstofruimte geregeld. De complexiteit en samenhang van de opgaven vragen om structurele investeringen in uitvoeringskracht. Zonder voldoende capaciteit bij betrokken overheden en partners komt de realisatie van ambities onder druk te staan. Dit wordt nadrukkelijk meegenomen bij de inrichting van de uitvoeringsorganisatie. Aanpak Veluwe gaat voor een integrale, gebiedsgerichte aanpak, waarbij ontwerpende principes worden ingezet om tot samenhangende en toekomstbestendige oplossingen te komen. Dit gebeurt in samenwerking met gemeenten, agrariërs, grondeigenaren, waterschappen en andere partners. Heldere, concrete en juridisch houdbare doelen voor natuurherstel zijn noodzakelijk om zekerheid te bieden voor zowel natuur als ook ruimtelijke en economische ontwikkelingen.

Dit vormt de basis voor voortgang en vergunningverlening en voorkomt aanscherping van de doelstellingen en maatregelen gedurende het proces. Aandachtspunten bij de interbestuurlijke samenwerking rond de natuur- en wateropgaven zijn een heldere rolafbakening, samenhang met de bestaande programmering en financiering, en de praktische uitwerking van de verbrede wateropgaven. In het vervolgtraject wordt bepaald in hoeverre deze opgaven leiden tot extra uitvoeringsverplichtingen of prioriteitsverschuivingen voor de betrokken overheden, en hoe dit past binnen de huidige programmering, capaciteit en middelen. Dit vraagt om een duidelijke rol- en verantwoordelijkheidsverdeling in de uitvoering, met respect voor ieders formele bevoegdheden. Daarnaast moeten de beschikbaarheid van grond en ruimte, de eventuele uitbreiding en inrichting van monitoringstaken en datalevering, en de benodigde omvang, capaciteit en financiering in kaart worden gebracht. Natuurherstel, en in het bijzonder beekdalherstel, vraagt om een brede en intensieve inzet van de interbestuurlijke overheden in het vervolgtraject, samen met terreinbeherende organisaties en agrariërs. Dit geldt zowel voor de Natura 2000-gebieden als voor overgangszones, waarbij instrumenten zoals basiskwaliteit landschap richting kunnen geven aan inrichting en beheer.

Daarnaast dienen de volgende twee onderdelen nader onderzocht te worden: de definitie en uitwerking van Natuur Inclusieve Landbouw en de verhouding en mogelijke actieve bijdrage bij het Landelijke Natuurplan. De communicatiestrategie beschrijft zowel de communicatie tussen overheden als die richting ondernemers en inwoners. Er wordt een aparte werkstroom ingericht om de strategie nader uit te werken, inclusief rollen en verantwoordelijkheden. De strategie hanteert het principe “1 overheid, 1 mond” en bepaalt tevens de timing en wijze van communicatie naar stakeholders (o.a. agrarische en recreatieondernemers). Organiseren van een bestuurlijke sessie (indien mogelijk rond juni/juli, anders direct na de zomer) voor alle raden en colleges om iedereen op vlieghoogte te brengen en nieuwe bestuurders te betrekken. Per gemeente de verwachte ontwikkelingen voor de komende maand inventariseren. Ook ten dienste van een volledig projectenoverzicht. Aan meer voortgangsinformatie binnen de Aanpak Veluwe wordt momenteel al hard gewerkt.

23 Intern gebruik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=af5270f8-0e95-4f1d-8908-5322e0210dd0