Nota investeren waarderen afschrijven concept
Tekst van het document
Nota investeren, waarderen, activeren en afschrijven, 2025 – 2028 1 Inleiding De gemeente Rheden investeert in bezittingen die een levensduur van langer dan een jaar hebben, zoals gebouwen, wegen en voertuigen. Deze nota is opgesteld om de kaders voor het transparant en verantwoordelijk beheren van onze investeringen vast te stellen. Voor het nemen van weloverwogen besluiten is het noodzakelijk om zicht te hebben op de complexe samenhang tussen activa, kapitaallasten, groot onderhoud, vervangingsinvesteringen, nieuwe projecten, toegekende kredieten en beschikbare financiële middelen. Het doel van de nota is richtlijnen te bieden voor de financiële verwerking van investeringen, inzicht te geven in de kosten van de investeringen over meerdere jaren en te voldoen aan de wettelijke vereisten zoals vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoord waaronder de notitie materiële vaste activa van 2020. Er is naar gestreefd om, in samenhang met de financiële verordening, nota kapitaalgoederen en de nota reserves en voorzieningen, een zo eenvoudig mogelijk beleidskader op te stellen zodat de gemeente (de raad en het college) binnen de geldende wet- en regelgeving de ruimte heeft besluiten te nemen die passen bij de situatie. 2 Investeren Een investering betreft het aanschaffen van financiële, materiële en immateriële producten.
Hieronder vallen fysieke goederen en diensten ten behoeve van het realiseren van een beoogd doel, het economische nut, het economisch nut waar heffingen tegenover staan dan wel maatschappelijke nut, waarvan de looptijd meer dan een jaar bedraagt. Onder investeringen word ook verstaan het aanschaffen van goederen en diensten ter vervanging van bestaande activa, dit onderwerp wordt later onder paragraaf 6 beschreven. Onder economisch nut wordt hier verstaan investeringen in goederen of diensten ten behoeve van de dagelijkse bedrijfsvoering van de gemeente. Bijvoorbeeld investeren in het wagenpark, computers, meubilair etc. Investeringen die via de Connectie lopen vallen hier niet onder. Onder maatschappelijk nut wordt hier verstaan investeringen in goederen of diensten ten behoeve van het realiseren van maatschappelijke doelen. Bijvoorbeeld het aanleggen van wegen of kinderspeelplaatsen. Voor een (vervangings)investering van meer dan € 150.000 en waarvan de kapitaallasten meer dan € 20.000 per jaar bedragen is, mits deze investering niet in de begroting is opgenomen, goedkeuring van de raad nodig. Voor (vervangings)investeringen groter dan € 500.000 is altijd goedkeuring van de raad nodig. Artikelen 3 tot en met 6 van de financiële verordening geven de voorwaarden weer waaraan een gewenste investering moet voldoen.
Bij elke investering moet het college aangeven wat het effect van de investering is op de kapitaallasten, de financiële positie van de gemeente Rheden en welke dekking er bestaat voor de investering. Als de raad een investering goedkeurt, dan ontstaat er een zogeheten krediet. Dat wil zeggen dat het college mag investeren zolang het uitgegeven bedrag binnen dat krediet valt. Deze toegekende kredieten en de reeds gedane investeringsuitgaven worden in de meerjareninvesteringsplanning (zie paragraaf 7) bijgehouden. Mocht er binnen twee
kalenderjaren nadat het krediet is toegekend geen investeringsuitgaven hebben plaatsgevonden dan vervalt het krediet. Wanneer een investering is afgerond wordt de raad hierover geïnformeerd. Er wordt gemeld of er een onderschrijding of overschrijding op het krediet heeft plaatsgevonden met een heldere verantwoording. Pas nadat de raad de verantwoording van het krediet heeft goedgekeurd kan het krediet worden afgewikkeld. 3 Waarderen en activeren Omdat investeringen een verwachte looptijd dan wel gebruiksduur van meer dan een jaar kennen, worden investeringen op de balans geactiveerd zodat de lasten evenredig over de verwachte economische dan wel maatschappelijke levensduur worden verdeeld – vandaar ook de naam vaste activa. Binnen de vaste activa kunnen we drie soorten activa onderscheiden: - Financiële vaste activa: bijvoorbeeld investeringen in aandelen, participaties en langlopende geldverstrekkingen. Waardering geschiedt tegen verkrijgingsprijs ongeacht de grootte van de financiële vaste activa. Kosten ter afsluiten van de financiële activa en eventuele (dis)agio gaan direct ten laste van de exploitatie. -
Materiële vaste activa: verkrijgingen in materiële bezittingen die de gemeente langdurig gebruikt. Waardering op de balans geschiedt tegen verkrijgingsprijs als het investeringsbedrag groter is dan € 20.000. Investeringen kleiner dan € 20.000 gaan direct ten laste van de exploitatie, met uitzondering van investeringen in gronden en terreinen. Deze investeringen worden altijd op de balans gewaardeerd
-
Immateriële vaste activa: gemaakte kosten voor onderzoek en ontwikkeling van eigen activa en investeringen in activa van derden. Waardering geschiedt tegen verkrijgingsprijs als het investeringsbedrag groter is dan € 20.000. Investeringen kleiner dan € 20.000 gaan direct ten laste van de exploitatie.
4 Kapitaallasten - Afschrijven Afschrijven houdt in dat de kosten van een investering over de economische dan wel maatschappelijke levensduur van het actief evenredig over de jaren worden verdeeld. We schrijven lineair af conform de afschrijvingstermijnen zoals in de bijlage opgenomen. Het afschrijven op een actief vindt voor het eerst plaats in het begrotingsjaar volgend op het jaar waarin het actief in gebruik is genomen. Jaarlijks worden investeringen beoordeeld op hun resterende gebruiksduur. Investeringen waarvan de verwachte gebruiksduur korter is dan de resterende afschrijftermijn worden versneld afgeschreven. Daarnaast schrijft het BBV voor dat indien de marktwaarde van een actief lager ligt dan de boekwaarde dat er dan een inhaalafschrijving naar de marktwaarde toe plaats vindt. Vervolgens wordt er indien van toepassing afgeschreven op de resterende levensduur.
5 Kapitaallasten – Rente Investeringen worden gefinancierd door uit eigen middelen te putten of door het aantrekken van vreemd vermogen in de vorm van leningen. Hierbij wordt de voorgeschreven rente-omslagmethode toegepast. Dit betekent dat het totaal van de rentelasten wordt omgeslagen over het geheel van de investeringen. Als rentelasten worden beschouwd: -
-
Voor de externe financiering: het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van overtollige middelen. Voor de interne financiering: de bespaarde rente over de reserves en voorzieningen.
Door toepassing van de rente-omslag-methode worden de rentelasten op basis van de stand van de investeringen toegerekend aan de taakvelden in de programmabegroting. De gedachte achter het toerekenen van bespaarde rente over de reserves en voorzieningen is dat het voor de kostprijsberekening niet uitmaakt of hiervoor externe financiering is aangetrokken of dat dit uit eigen middelen gefinancierd is.
6 Vervangingsinvesteringen De meeste bezittingen van de gemeente hebben onderhoud nodig om te kunnen blijven functioneren. Sommige activa moeten op termijn vervangen dan wel gerenoveerd worden. Voor het overzicht worden hier in samenhang met de nota reserves en voorzieningen kort de verschillende soorten kosten van het onderhoud beschreven: -
De kosten voor klein / jaarlijks onderhoud zoals bijhouden van de bermen, de onderhoudsbeurt van de auto etc.: de kosten van dit klein / jaarlijks onderhoud worden direct ten laste van de exploitatie geboekt.
-
De kosten voor groot / periodiek onderhoud zoals het eens in de 10 jaar onderhouden van de rioleringsbuizen, het periodiek schilderen van het raamwerk etc.: omdat het onderhoud niet jaarlijks plaatsvindt, worden hiervoor egalisatievoorzieningen getroffen. Dit houdt in dat in overeenstemming met de nota reserves en voorzieningen elk jaar een evenredig deel van de verwachte kosten in de voorziening wordt gestort en de werkelijke onderhoudslasten direct ten laste van de voorziening geboekt worden. Voorbeeld: in de meerjarenonderhoudsplanning wordt het groot onderhoud van de riolering op € 100.000 geschat. Het onderhoud vindt eens in de 10 jaar plaats. Per jaar wordt in de exploitatie op basis van deze meerjarenonderhoudsplanning € 10.000 aan egalisatiekosten geboekt. Dit is de jaarlijkse storting aan de voorziening. Het budgetrecht voor groot onderhoud ligt bij het college. De verantwoording ervan vindt plaats middels het reguliere planning & control proces via de primaire begroting en de 1e / 2e bestuursrapportage.
-
De kosten ter renovering of vervanging van activa zoals het opnieuw asfalteren van het wegdek, het vervangen van de rioleringsbuizen, het bouwen van een nieuw gemeentehuis: op het moment dat er sprake is van een vervanging of dat door het onderhoud een substantieel kwalitatief verbetering aan het actief plaats vindt, dient volgens de BBV deze kosten van de vervanging over onderhoud geactiveerd en over de verwachte levensduur afgeschreven te worden. Aanvullende noot: Het onderscheid tussen groot onderhoud dan wel vervanging van de activa is soms moeilijk te maken. Toch, de gemaakte keuze of iets groot onderhoud dan wel vervanging is heeft invloed op exploitatie. De kosten van groot onderhoud worden middels voorzieningen voorafgaand aan het onderhoud in de exploitatie opgenomen, terwijl bij vervanging deze middels afschrijvingen achteraf plaatsvinden. Het is aan de raad en het college om hierin een goede afweging te maken.
De in paragraaf 2 opgenomen bedragen zijn van toepassing bij de keuze of een vervangingsinvestering door de raad goedgekeurd moet worden. 7 Meerjareninvesteringsplanning Elk jaar wordt bij de begroting een meerjareninvesteringsplanning gepresenteerd. In deze planning wordt het volgende opgenomen: - Overzicht van goedgekeurde kredieten en de voortgang ervan. - Overzicht van de te verrichten vervangingsinvesteringen die binnen het mandaat van het college vallen. - Overzicht van de vervangingsinvesteringen waarvan gezien de omvang van de vervangingsinvestering goedkeuring bij de raad gevraagd moet worden. De beslissingsbevoegdheid om kredieten te verstrekken dan wel in te trekken ligt bij de raad. 8 Treasury of liquiditeitsplanning Volgt nog.
9 Taken, verantwoordelijkheden en verantwoording Volgt nog.
Bijlage: afschrijvingstermijnen per groep
Hoofdcategorie 1. Gronden terreinen 2.Woonruimten
Sub categorie Termijn(en) 1.1.Gronden en terreinen Niet afschrijven 2.1.Woonruimten 40 jaar 2.2.Verbouwing 20 of 40 jaar 2.3.Inrichting 10 jaar 3.Bedrijfsgebouwen 3.1.Gebouwen 40 jaar 3.2.Verbouwing 20 of 40 jaar 3.3.Inrichting 10 jaar 4.Grond-, weg- en 4.1.Riolering en gemalen 15, 30, 45 of 60 jaar waterbouwkundige werken 4.2.Wegen, straten en pleinen 15, 30, 40 of 60 jaar 4.3.Sportvelden 15, 30 of 40 jaar 4.4.Openbaar groen 10, 20 of 30 jaar 4.5.Verlichting 20 of 40 jaar 4.6.Schoolpleinen/speelterreinen 20 jaar 4.7.Civiele kunstwerken 25 jaar 4.8.Parkeerterreinen en -voorzieningen 10 of 30 jaar 4.9.Bewegwijzering 10 jaar 5.Vervoermiddelen 5.1.Vervoermiddelen 8 of 15 jaar 6.Machines, apparaten 6.1.Machines 10 jaar en installaties 6.2.Apparaten 5 jaar 6.3.Installaties 20 jaar 7. Overig 7.1.Overige MVA 8 jaar