CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota bodembeheer gebiedsspecifiek beleid Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid 05-01-2021

Raadsvergadering 25 mei 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Nota bodembeheer gebiedsspecifiek beleid plas Havikerwaard-zuid4.091 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SWECO Zi Rapport________ Projectnummer: 365559 Referentienummer: SWNL0270790a Datum: 05-01-2021

Nota bodembeheer gebiedsspecifiek beleid Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid

Definitief

Opdrachtgever: Z.E.M. Havikerwaard BV

Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Postbus 485 6800 AL Arnhem Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Arnhem Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Jos Reijerink Senior adviseur bodem M +31 6 22 40 95 24

SWECO Verantwoording Titel

Nota bodembeheer gebiedsspecifiek beleid

Subtitel

Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid

Projectnummer

365559a

Referentienummer

SWNL0270790

Revisie

D2

Datum

05-01-2021

Auteur

Jos Reijerink

E-mailadres

jos.reijerink@sweco.nl

Gecontroleerd door

Cla^tfla, Swart

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Dimitri v^n de Vis

Paraaf goedgekeurd

2(15)

SWECO Inhoudsopgave 1

Inleiding.................................................................................................................. 4

1.1

Aanleiding gebiedsspecifiek beleid voorgebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid.4

1.2

Circulaire herinrichting diepe plassen..................................................................... 5

1.3

Grondslag en reikwijdte Nota bodembeheer...........................................................6

1.4

Procedure................................................................................................................ 7

1.5

Nota bodembeheer gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid.................................. 7

2

Systeembeschrijving Havikerwaard Zuid........................................................... 9

2.1

Huidige functies en doelen van het projectgebied................................................... 9

2.2

Huidige kwaliteit....................................................................................................... 9

2.2.1

Algemeen.............................................................................................................................. 9

2.2.2

Bodem................................................................................................................................... 9

2.2.3

Natuur................................................................................................................................... 9

2.3

Toets beïnvloeding kwetsbare objecten................................................................ 10

3

Onderbouwing lokale maximale waarden......................................................... 13

3.1

Bepaling lokale maximale waarden (LMW) ter bescherming van het oppervlaktewater................................................................................................... 13

3.2

Bepaling lokale maximale waarden ter bescherming vanhet grondwater............. 14

4

Conclusie.............................................................................................................. 15

3 (15)

SWECO 1

Inleiding

1.1

Aanleiding gebiedsspecifiek beleid voor gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid De vergunde gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid maakt onderdeel uit van de Visie Havikerpoort (2006) die gaat over de beoogde toekomstige functies, waaronder verruiming van de waterbergingscapaciteit, ontwikkeling van landschap, langjarige instandhouding van Landgoed Kasteel Middachten, natuur, recreatie, zandwinning en fondsvorming en herinrichting door zandwinning. Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid betreft de realisatie van een niet aangekoppeld systeem van watergeulen (strang) langs de IJssel. Het piassencomplex dat de komende 15 jaar gaat ontstaan door zandwinning, wordt omgevormd tot een stelsel van geulen welke de richting van het rivierenlandschap volgt. Door deze geulvormige plassen vindt aansluiting plaats bij de laagte waarin de Lamme IJssel is gelegen. Voorde aanleg van het stelsel van geulen wordt de niet-vermarktbare fractie van het gewonnen zand benut uit de winning in het plangebied zelf. Voor het overige materiaal dat nodig is, wordt overtollige (niet-vermarktbare) grond en waterbodem van elders benut, conform de regels van het Besluit bodemkwaliteit (BBK). De gebieds­ ontwikkeling is operationeel sinds 2017. De gebiedsontwikkeling bestaat uit verschillende fases.

Voorde eerste fases van de uitwerking van het plan is eerder een BBK-melding gedaan voorde toepassing van intern materiaal. Voorde volgende fasen van de inrichting van de gebiedsontwikkeling is ook overtollige (niet-vermarktbare) grond en waterbodem van elders nodig.

Figuur 1.1

Ontwerp gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid

4(15)

SWECO Met de inwerkingtreding van de Circulaire herinrichting van diepe plassen zijn de aanvoermogelijkheden van grond en van klasse B-waterbodems in diepe plassen per 24 december 2010 beperkt. Dit heeft voorgebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid tot gevolg dat in het generieke kader alleen klasse B waterbodems van Rijkswateren van het stroomgebied van de Rijntakken (Rijn en IJssel) en grond tot maximaal klasse Wonen mag worden toegepast. Hierdoor kan het risico ontstaan dat de voor herinrichting van Havikerwaard Zuid benodigde hoeveelheid specie, niet tijdig beschikbaar is. Gelet op de fasering die in het bestemmingsplan en de Nb-vergunning is opgenomen, is het voorhanden hebben van voldoende specie van cruciaal belang voor de voortgang van het project. Daarom is het wenselijk bij gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid verruiming te bieden voorde mogelijkheden van het toepassen van herbruikbare grond en waterbodems. Conform de regels van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), dient dit geregeld te worden via gebiedsspecifiek beleid met een Nota bodembeheer waarin lokale maximale waarden worden vastgelegd die ais toetsingskader dienen. Met voorliggende Nota bodembeheer wordt het gebiedsspecifieke beleid voor gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid onderbouwd en vastgelegd.

Leeswijzer In dit hoofdstuk worden de achtergronden van de Nota bodembeheer voor plangebied Havikerwaard Zuid nader toegelicht. In paragraaf 1.2 wordt ingegaan op de Circulaire herinrichting van diepe plassen. In paragraaf 1.3 worden de specifieke omstandigheden toegelicht die het wenselijk en mogelijk maken een verruiming te bieden voor het toepassen van grond en waterbodems in Havikerwaard Zuid. Ten slotte worden in de paragrafen 1.4 en 1.5 de grondslag en reikwijdte van de Nota bodembeheer beschreven en de procedure toegelicht die dient te worden gevolgd om de Nota bodembeheer vast te stellen. In hoofdstuk 2 wordt de lokale situatie van plangebied Havikerwaard Zuid beschreven. De lokale maximale waarden voor Havikerwaard Zuid worden in hoofdstuk 3 vastgelegd, conform de drie stappen die in de Handreiking voor het herinrichten van diepe plassen1 zijn voorgeschreven. 1.2 Circulaire herinrichting diepe plassen In het najaar van 2010 zijn de Circulaire herinrichting diepe plassen en bijbehorende Handreiking (hierna: Circulaire en Handreiking) vastgesteld. Deze Circulaire en Handreiking richten zich tot het bevoegd gezag Bbk2 (de waterkwaliteitsbeheerder) en geven invulling aan de zorgplicht van artikel 7 en uitwerking van artikel 35 van het Bbk.

Daartoe bevatten deze Circulaire en Handreiking een methode waarmee het bevoegde gezag binnen de geldende regels ervoor kan zorgen dat bij de voorgenomen toepassingen van herbruikbare grond en waterbodems in diepe plassen, de milieuhygiënische gevolgen voor bodem, grondwater- en oppervlaktewaterlichaam voldoende inzichtelijk zijn en aan de wettelijke eisen beantwoorden. Er is dan sprake van duurzaam bodembeheer. Deze methode kan het bevoegde gezag hanteren in de periode totdat het Bbk en de Regeling bodemkwaliteit zijn aangepast.

1 Werkgroep Implementatie Besluit bodemkwaliteit, december 2010. 2 Bbk: Besluit bodemkwaliteit

5(15)

SWECO Aanvullend milieuhygiënisch toetsingskader (zorgplicht) In het kader van de zorgplicht bevat de Handreiking gegevens met betrekking tot relevante factoren. Eén en ander in de vorm van een aanvullend milieuhygiënisch toetsingskader dat van belang is voor toepassingen van meer dan 5.000 m3 grond of waterbodems, afkomstig van buiten de diepe plas. Daarbij maakt de Handreiking onderscheid tussen vrijliggende en niet-vrijliggende diepe plassen. De plas in Havikerwaard Zuid (die bestaat uit de huidige plas Bingerden en de uitbreiding ten gevolge van de zandwinning) betreft een nietvrijliggende plas. De Handreiking introduceert een aanvullend generiek toetsingskader en een aanvullend locatiespecifiek toetsingskader. Met het aanvullend locatiespecifieke toetsingskader dat wordt vastgelegd in gebiedsspecifiek beleid in de vorm van een Nota bodembeheer, kan het bevoegd gezag de milieuhygiënische eisen aan nutriënten, contaminanten en bodemvreemd materiaal afstemmen op de locale situatie. Gebiedsspecifiek beleid biedt onder andere de mogelijkheid de toepassingseisen van de aan te voeren grond en waterbodems te verruimen, mits milieuhygiënisch verantwoord.

Het opstellen van een Nota bodembeheer is verplicht om zo de belanghebbenden de mogelijkheid te bieden tot het inbrengen van zienswijzen op de voorgestelde lokale maximale waarden, in tegenstelling tot het aanvullend generieke toetsingskader. 1.3 Grondslag en reikwijdte Nota bodembeheer Ingevolge artikel 45 van het Bbk kan de Minister van Infrastructuur en Milieu met betrekking tot de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk lokale maximale waarden vaststellen voor een door haar aangewezen bodembeheergebied. Deze lokale maximale waarden worden vastgesteld in een besluit, in de praktijk ook wel ‘Nota bodembeheer’ genoemd. Bij het vaststellen van deze nota dient het bevoegd gezag uit te gaan van hetgeen bepaald is in de Circulaire herinrichting van diepe plassen en bijbehorende Handreiking. In de Handreiking is de omvang van het bodembeheergebied nader uitgewerkt. Het bodembeheergebied is gelijk aan de omvang van de diepe plas, in het onderhavige geval de begrenzing van het projectgebied Havikerwaard Zuid. In onderstaande figuur 1.2 is de begrenzing van het bodembeheergebied weergegeven.

6(15)

SWECO

Figuur 1.2

Begrenzing bodembeheergebied Havikerwaard Zuid (= toepassingsgebied Bbk-specie)

1.4 Procedure Ingevolge artikel 49 van het Bbk wordt, bij de voorbereiding van het besluit tot vaststelling van een Nota bodembeheer, toepassing gegeven aan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat, voorafgaande aan de definitieve besluitvorming, eerst gedurende zes weken een ontwerp ter inzage wordt gelegd. Gedurende de periode van ter inzage legging kunnen belanghebbenden hun zienswijze naar voren brengen. 1.5 Nota bodembeheer gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid Zoals in paragraaf 1.2 aangegeven, kan de waterbeheerder ervoor kiezen om voor een diepe plas gebiedsspecifiek beleid te maken. Op basis van een locatiespecifieke beoordeling kan hiermee een toetsingskader worden opgesteld dat meer recht doet aan de lokale omstandigheden.

7(15)

SWECO Vergeleken met de mogelijkheden binnen het generieke toetsingskader, biedt dat een verantwoorde verruiming van de mogelijkheden om grond of waterbodems toe te passen in Havikerwaard Zuid. Op die wijze kan het bevoegd gezag besluiten om de toepassing van grond die voldoet aan de maximale waarden kwaliteitsklasse industrie én de maximale waarden kwaliteitsklasse B en niet-gebiedseigen3 waterbodems (aangevoerd per schip en deels per as) die voldoen aan de maximale waarden kwaliteitsklasse B, toe te staan in Havikerwaard Zuid. Er is dan sprake van een verruiming van de mogelijkheden die het generieke toetsingskader biedt sinds de inwerkingtreding van de Circulaire op 24 december 2010. Specifieke omstandigheden bij Havikerwaard Zuid die het noodzakelijk en wenselijk maken om met gebiedsspecifiek beleid verruiming te bieden voor het toepassen van herbruikbare grond en waterbodems, zijn: • Gelet op de fasering die in het Bestemmingsplan en de Nb-vergunning is opgenomen, is het voorhanden hebben van voldoende specie van cruciaal belang voor de voortgang van het project. • Milieuhygiënisch is er geen enkel bezwaar om verruiming van de toepassingsmogelijk­ heden voor herbruikbare grond en waterbodems te bieden (zie hoofdstuk 3).

Omdat geen grond/baggerspecie uit het buitenland, geen thermisch gereinigde grond en geen granuliet(slib) worden toegepast zijn er geen risico’s dat de kwaliteit van het toe te passen materiaal niet voldoet aan de eisen van het Bbk. • Rijkswaterstaat, gemeente Rheden en provincie Gelderland, afdeling Ontgrondingen, willen op deze wijze de herinrichting van lege zandwinplassen een nieuwe impuls geven en staan hier positief tegenover. De benodigde ontgrondingsvergunning en watervergunning zijn inmiddels verleend. Met provincie Gelderland zijn afspraken gemaakt over fasering en zekerheid van eindoplevering. • In de vergunning Ontgrondingenwet is een opvulverplichtinq opgenomen. Bij de ontgronding komt circa 12.225.100 m3 specie vrij. Hiervan wordt 6.412.530 m3 afgevoerd. De specie die niet afgevoerd wordt, wordt ter plekke verwerkt ten behoeve van de herinrichting van het projectgebied. Om de herinrichting conform de verleende vergunningen te realiseren, moet daarnaast 3,5 miljoen m3 specie van elders worden aangevoerd. Met het gebiedsspecifiek beleid voor Havikerwaard Zuid wordt bewerkstelligd dat knelpunten in zowel de afzet als toepassing van grond en waterbodems in de regio worden opgelost. De herinrichting van Havikerwaard Zuid leidt ertoe dat het door Rijkswaterstaat vastgestelde maatregelenpakket4 voorde IJssel ter realisatie van de KRW-doelstellingen wordt ondersteund.

Door middel van de aanleg van natuurvriendelijke oevers wordt de ontwikkeling van macrofauna bevorderd en worden rust- en paaigebieden voor vissen gecreëerd.

3 gebiedseigen waterbodems: waterbodems die afkomstig zijn uit hetzelfde stroomgebied als waarin de diepe plas gelegen is. In voorliggend geval heeft het stroomgebied betrekking op de Rijn (= o.a. Rijn en IJssel). 4 zie Beheer- en ontwikkelplan voor Rijkswateren 2016-2021. RWS, december 2015.

8(15)

SWECO 2

Systeembeschrijving Havikerwaard Zuid

2.1 Huidige functies en doelen van het projectgebied Het te ontgronden deel van het plangebied is nu overwegend in agrarisch gebruik. De akkers en graslanden binnen het plangebied beslaan ongeveer 75 hectare. Hiervan is ongeveer de helft akker en de helft grasland. De meeste landbouwbedrijven in de omgeving zijn melkveehouderijbedrijven die onderdeel uitmaken van Landgoed Middachten. Een deel is in gebruik als natuur (Ooibos Paradijs). De bestaande zandwinplas in het gebied (plas Bingerden) heeft nu nog geen bijzonder gebruik. Er is geen sprake van recreatie. 2.2

Huidige kwaliteit

2.2.1 Algemeen In deze paragraaf wordt de huidige kwaliteit van het plangebied samengevat. Voor gedetailleerde informatie wordt verwezen naar het Inrichtingsplan Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid.5 De verondieping binnen het plangebied vindt plaats in de toekomstige zandwinplas die tijdens het ontgronden ontstaat (gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid): • aanleg van eilanden; • hereuItivering tot landbouwgrond (noordzijde toekomstige zandwinplas). In onderstaande paragrafen wordt de kwaliteit van het te ontgronden gedeelte van het plangebied (= toekomstige zandwinplas) samengevat. 2.2.2 Bodem Uit het bodemonderzoek blijkt dat de (klei)bovengrond wordt ingedeeld in kwaliteitsklasse A. De (zand)ondergrond wordt ingedeeld in klasse AW(achtergrondwaarde). 2.2.3 Natuur Het plangebied valt grotendeels binnen Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel (deel­ gebied Rijntakken). Alleen een strook van het akkerbouwgebied, direct ten noorden van de zandwinplas, valt buiten het Natura 2000-gebied. Het grootste deel van het plangebied is bovendien begrensd als NNN6. Verder valt vrijwel het gehele plangebied binnen de begrenzing van ganzenfoerageergebied van provincie Gelderland. In 2011 is een natuuronderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten in deze paragraaf worden samengevat.

Van de broedvogels waarvoor Natura 2000-gebied IJsseluiterwaarden is aangewezen, maakt de aalscholver gebruik van de plas als rustgebied en de ijsvogel als foerageergebied. De ijsvogel broedt langs de oevers van de plas. De aalscholver broedt langs de oever van het open water in het ooibos ‘Paradijs’.

5 Inrichtingsplan Besluit bodemkwaliteit, Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid. Sweco Nederland B.V., maart 2019. 6 Natuurnetwerk Nederland

9(15)

SWECO Voorde aangewezen niet-broedvogelsoorten fuut, aalscholver, wilde zwaan, kolgans, grauwe gans, smient, krakeend, wintertaling, wilde eend, pijlstaart, slobeend, tafeleend, kuifeend, nonnetje en meerkoet is de plas rustgebied. Fuut, aalscholver, duikeenden en meerkoet foerageren ook op de plas. De akkers en graslanden binnen het plangebied beslaan ongeveer 75 hectare. Hiervan is ongeveer de helft akker en de helft grasland. De meeste landbouwbedrijven in de omgeving betreft melkveehouderijen. Over het voorkomen van flora en fauna in het landbouwgebied zijn weinig gegevens beschikbaar. Voor planten, amfibieën, reptielen, vissen en zoogdieren is het landbouwgebied waarschijnlijk niet van hoge waarde. Wel zijn er incidenteel dassen waargenomen. Dit zijn vrijwel zeker foeragerende dieren die elders in de Havikerwaard een burcht hebben. Het grootste deel van de akkers en weilanden valt binnen de begrenzing van een ganzenfoerageergebied. De aanwezige bossen ontwikkelen zich tot habitattype H91E0B Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen). Uit de uitgevoerde natuurtoets blijkt dat er vanuit oogpunt van de Nbw7 geen bezwaren zijn tegen het project. De uitvoering van het project draagt op termijn bij aan de ontwikkeling van de Natura 2000-instandhoudingsdoelen die door de Nbw worden beschermd.

Uit het uitgevoerde actualisatie-onderzoek in 2016 blijkt dat de situatie in het plangebied niet zodanig is gewijzigd dat er andere soorten / aantallen van soorten in het plangebied kunnen voorkomen dan in 2011. Het leefgebied van de bever is verschoven van het oostelijke deel naar het westelijke deel van de plas. In het deel van de plas waar de bever momenteel actief is, vinden geen werkzaamheden plaats. Wel wordt een deel van het foerageergebied van de soort tijdelijk aangetast. Hiervoor is een ontheffing op grond van de Ffwet8 noodzakelijk. De ligging van het voortplantingshabitat van de rugstreeppad is duidelijk geworden. Dit bevindt zich net buiten het plangebied op een zand- en grinddepot ten zuiden van de weg Havikerwaard. De akkers rondom de plas kunnen dienen als overwinteringshabitat voor de rugstreeppad. Voor het afgraven van een deel van deze akkers is een ontheffing op grond van de Ffwet aangevraagd en verkregen. Ten aanzien van andere soorten worden geen verbodsbepalingen uit de Ffwet overtreden, waardoor het aanvragen van een ontheffing op grond van de Ffwet voor deze soorten niet noodzakelijk is. 2.3 Toets beïnvloeding kwetsbare objecten Conform de Handreiking is in één of meerdere van de volgende situaties sprake van de aanwezigheid van kwetsbare objecten en potentiële beïnvloeding: a.

De plas is gelegen binnen een via Provinciale Milieuverordening (PMV) vastgesteld grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied. b. De plas is gelegen binnen een straal van 5 kilometer bovenstrooms van een winpunt van grondwater ten behoeve van publieke drinkwaterwinning. c. Er blijkt in afstemming met de provincie sprake van noodzakelijke bescherming van één of meerdere gemelde private onttrekkingen, binnen een straal van 1 kilometer benedenstrooms van de diepe plas.

7 Nbw: Natuurbeschermingswet, per 1 januari 2017 vervangen door de Wet natuurbescherming 8 Ffwet: Flora- en Faunawet, per 1 januari 2017 vervangen door de Wet natuurbescherming

10 (15)

SWECO e. Er is sprake van binnendijks gelegen grondwaterafhankelijke natuurgebieden, die op basis van artikel 10 en 10a van de Natuurbeschermingswet 1998 ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen of onderdeel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur als bedoeld in het Natuurbeleidsplan, binnen een straal van 1 kilometer van de diepe plas. ad a en b Uit de kaarten, behorende bij de provinciale milieuverordening Gelderland, blijkt dat waterwinning Ellecom de dichtstbijzijnde drinkwaterwinning is bij Havikerwaard Zuid. Uit figuur 2.1 blijkt dat Havikerwaard Zuid niet binnen het grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied van deze winning ligt. Het gebied ligt circa 5 kilometer benedenstrooms van deze winning (het grondwater stroomt richting de IJssel).

Legenda I___ I Boringsvrije zones grondwater

Waterwingebieden MM Waterwingebied t'

l Waterwingebied winning sluit in planperiode (2010-2015)

Gron d waterbesc h erm I ng s g ebl ede n I-----i G ren dwate rbesc h e rm i ng sg e bied I

Figuur 2.1

I Grondwaterbeschermingsgebied winning sluit in planperiode (2010* 2015}

Ligging drinkwaterwinning Ellecom

ad c Uit informatie van Waterschap Rijn en IJssel blijkt dat er één gemelde private onttrekking binnen een straal van 1 kilometer benedenstrooms van het plangebied voorkomt. De onttrekking vindt plaats in droge periodes ten behoeve van beregening. Omdat het water niet voor veedrenking wordt gebruikt, wordt deze ontrekking niet als kwetsbaar beoordeeld. ad d Uit raadpleging van de website van Alterra9 blijkt dat in een straal van 1 km aan de zuidzijde van Havikerwaard Zuid aan de overkant van de IJssel NNN10-natuur voorkomt (zie figuur 2.2). De NNN-gebieden liggen aan de overkant van de IJssel en uit het geohydrologisch onderzoek blijkt dat het infiltratiegebieden betreffen (neerwaartse grondwaterbeweging). Dit betekent dat er vanuit de te verondiepen gedeelten geen grondwater richting deze natuurgebieden stroomt. Verondieping leidt dan ook niet tot beïnvloeding van deze gebieden. Aan de noordzijde van Havikerwaard Zuid komen binnen een straal van 1 km geen binnendijkse EHS-gebieden voor. Binnendijkse Natura 2000gebieden komen binnen een straal van 1 km niet voor.

10 NNN:Natuurnetwerk Nederland (v/h EHS)

11 (15)

SWECO

Figuur 2.2

Binnendijkse EHS binnen een straal van 1 km van Havikerwaard Zuid (aangegeven met rode stippellijn)

Uit bovenstaande blijkt dat er geen kwetsbare objecten in de nabijheid van plangebied Havikerwaard Zuid aanwezig zijn.

12(15)

SWECO 3

Onderbouwing lokale maximale waarden

In dit hoofdstuk wordt een onderbouwing gegeven voor gebiedsspecifiek beleid voor plangebied Havikerwaard Zuid. Conform de Handreiking voor het herinrichten van diepe plassen dient voor het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid een drietal stappen te worden doorlopen: 1 toets beïnvloeding kwetsbare objecten; 2. bepaling lokale maximale waarden ter bescherming van het oppervlaktewater; 3. bepaling lokale maximale waarden ter bescherming van het grondwater. Stap 1 is in het vorige hoofdstuk toegelicht (paragraaf 2.3). In dit hoofdstuk komen de stappen 2 en 3 aan de orde. 3.1

Bepaling lokale maximale waarden (LMW) ter bescherming van het oppervlaktewater In deze stap wordt onderscheid gemaakt in: • LMW oppervlaktewater: dit betreft de waterkwaliteitsdoelstelling van het oppervlakte­ water. Het vaststellen in een Nota bodembeheer is alleen noodzakelijk, indien deze doelen niet al in het water(beheer)plan, inrichtingsplan of beleidsregels zijn gesteld. • LMW leeflaag: gericht op de doelstelling dat de oppervlaktewaterkwaliteit niet negatief mag worden beïnvloed en dat de ecologische doelen kunnen worden gehaald. Dit stelt eisen aan de kwaliteit van de leeflaag. LMW oppervlaktewater Voorde waterkwaliteit van de pias zijn momenteel geen doelen vastgesteld. In het kader van de herinrichting van Havikerwaard Zuid worden de KRW-normen als LMW gehanteerd. Dit betreft de normen voor het watertype R7 (Langzaam stromende rivier/nevengeul op zand/klei) van de Kaderrichtlijn Water (zie tabel 3.1). Omdat het plangebied zich in de uiterwaard bevindt, is R7 de officiële KRW-maatlat. De kwaliteit van het oppervlaktewater van de huidige plas (plas Bingerden) voldoet aan de normen van R7/M20. Verwacht wordt dat het toepassen van (maximaal) klasse Industrie grond en klasse B waterbodems geen negatieve invloed heeft op de waterkwaliteit. Middels monitoring zal worden getoetst of de kwaliteit van het oppervlaktewater aan deze normen blijft voldoen. Tabel 3.1

LMW oppervlaktewaterkwaliteit Havikerwaard Zuid

Parameter

Norm (R7)

fosfaat-totaalz!

< 0,14 mg P/l

stikstof-totaalz)

< 2,5 mg N/l

chloride z>

<150 mg/l <100 Mg/l 1>

chlorofyl-Az) zuurstof (%) doorzichtz) pHz»

70-120 >0,6 m 2i 6,0-8,5

MTR-waarde (geen KRW-waarde beschikbaar) geen referentiewaarde voor R7 vastgesteld, er wordt indicatief getoetst aan de referentiewaarde van M20 zomerhaifjaargemiddelde

13 (15)

SWECO LMWIeefiaag Voorde leeflaag worden LMW bepaald die gelijk zijn aan kwaliteitsklasse A. Hiermee wordt eveneens aangesloten op de eisen voorde leefiaag die volgen uit het generieke kader van het Bbk: de kwaliteit van de afdeklaag sluit aan op de omgevingskwaliteit. Het aanbrengen van een schonere leeflaag is niet zinvol, omdat bij hoogwater van de IJssel (minimaal) klasse A slib wordt afgezet. Om de gewenste natuurontwikkeling zo optimaal mogelijk te maken, wordt getracht relatief zandig materiaal te gebruiken dat arm is aan organische stof en nutriënten. Hiervoor wordt zand gebruikt uit diepere bodemlagen. Met het toepassen van schraal zand wordt de ontwikkeling van de gewenste vegetatie bevorderd. 3.2 Bepaling lokale maximale waarden ter bescherming van het grondwater Uit paragraaf 2.3 blijkt dat er in de nabijheid van Havikerwaard Zuid geen kwetsbare objecten aanwezig zijn. Dit betekent dat conform de Circulaire en Handreiking verruiming van de normen van het generieke toetsingskader verantwoord mogelijk is. Voor Havikerwaard Zuid wordt de samenstellingsnorm uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit als lokale maximale waarde vastgesteld: • waterbodems : maximale waarde klasse B; • grond : maximale waarde klasse Industrie èn maximale waarde klasse B. Bovengenoemde lokale maximale waarden gelden voor alle toe te passen grond en waterbodems.

Voor grond (> klasse wonen) en niet gebiedseigen11 waterbodems (> klasse A) gelden, behalve de bovengenoemde lokale maximale waarden, ook de (generieke) normen voor emissie. Dit houdt in dat de maximale emissiewaarden (L/S 10) niet mogen worden overschreden, tenzij de rekenkundig gemiddelde gehalten van de gemeten stoffen in de grond of waterbodems de emissietoetswaarden niet overschrijden. De volgende grond/baggerspecie-stromen mogen niet worden toegepast in de Havikerwaard: • grond/baggerspecie uit het buitenland; • thermisch gereinigde grond; • granuliet(slib). Voor wat betreft PFAS wordt aangesloten bij het generieke kader zoals dat voor diepe plassen in het Tijdelijk Handelingskader PFAS als categorie 4.9.1 is opgenomen. Er wordt voldaan aan de voorwaarde dat in de nabijheid van de plas geen kwetsbaar object is gelegen (zie paragraaf 2.3).

11 gebiedseigen waterbodems: waterbodems die afkomstig zijn uit hetzelfde stroomgebied als waarin de diepe plas gelegen is. In voorliggend geval heeft het stroomgebied betrekking op de Rijn (= o.a. Rijn en IJssel).

14 (15)

SWECO 4

Conclusie

Specifieke omstandigheden bij Havikerwaard Zuid die het noodzakelijk en wenselijk maken om met gebiedsspecifiek beleid verruiming te bieden voor het toepassen van herbruikbare grond en waterbodems, zijn: • Gelet op de fasering die in het Bestemmingsplan en de Nb-vergunning is opgenomen, is het voorhanden hebben van voldoende specie van cruciaal belang voor de voortgang van het project. • Milieuhygiënisch is er geen enkel bezwaar om verruiming van de toepassingsmogelijk­ heden voor herbruikbare grond en waterbodems te bieden (zie hoofdstuk 3). • Rijkswaterstaat, gemeente Rheden en provincie Gelderland, afdeling Ontgrondingen, willen op deze wijze de herinrichting van lege zandwinplassen een nieuwe impuls geven en staan hier positief tegenover. De benodigde ontgrondingsvergunning en watervergunning zijn inmiddels verleend. Met provincie Gelderland zijn afspraken gemaakt over fasering en zekerheid van eindoplevering. • In de vergunning Ontgrondingenwet is een opvulverplichtinq opgenomen. De volgende grond/baggerspecie-stromen mogen niet worden toegepast in de Havikerwaard: • grond/baggerspecie uit het buitenland; • thermisch gereinigde grond; • granuliet(slib). Met bovengenoemde uitsluitingen zijn er geen risico’s dat de kwaliteit van het toe te passen materiaal niet voldoet aan de eisen van het Bbk.

Met het toepassen van klasse Industrie grond en klasse B waterbodems uit andere stroomgebieden, wordt voorzien in een zo groot mogelijk aanbod. Zoals aangegeven in paragraaf 2.3, zijn er geen kwetsbare objecten in de nabijheid van plangebied Havikerwaard Zuid aanwezig, waardoor verruiming van het generieke toetsingskader verantwoord mogelijk is. Omdat klasse B uit andere stroomgebieden en klasse Industrie grond veilig in Havikerwaard Zuid kan worden toegepast, is het wenselijk dit materiaal te gebruiken omdat daarmee de uitvoering van het totale project beter gegarandeerd kan worden. Geconcludeerd wordt dat gebiedsspecifiek beleid waarin een verruiming van de toepassingseisen van herbruikbare grond en waterbodems in Havikerwaard Zuid wordt geboden, wenselijk is. Dit is in het belang van de voortgang en afronding van het project en het realiseren van de natuurdoelen. Met voorliggende Nota bodembeheer worden de wensen/eisen van de omgeving voldoende gewaarborgd en kan het project conform vergunde situatie op een transparante manier worden voortgezet vanuit het Besluit bodemkwaliteit.

15 (15)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=c8913203-8e4a-4ff6-bca3-8a867ebdfff4