Memo Warmtebedrijf
Tekst van het document
Memo
Warmtebedrijf - Aan de slag met de energietransitie! Januari 2026
Inhoudsopgave 1 Inleiding en context energietransitie ...................................................................................... 3 1.1 Aanleiding...................................................................................................................... 3 1.2. Doel en reikwijdte van het voorstel................................................................................. 3 2. Noodzakelijke samenwerking en uitvoeringsvermogen ......................................................... 5 2.1 Volgende stap ................................................................................................................ 5 2.2 Wettelijke rol ................................................................................................................. 5 2.3 Directe aanleiding: het momentum van de sportvelden ................................................... 6 2.4 De businesscase: sportaccommodaties als startpunt, warmte in de wijk als vervolgstap . 6 2.5 Het financiële plaatje ..................................................................................................... 7 2.6 Bronontwikkeling vraagt om een exploitant ..................................................................... 7 2.7 Doorwerking naar gebiedsontwikkelingen .......................................................................
7 2.8 Positionering en eigenaarschap ...................................................................................... 8
2
1 Inleiding en context energietransitie 1.1 Aanleiding De gemeente Rheden staat aan de vooravond van meerdere structurele warmteprojecten, waaronder: • • •
Het vervangen van een voetbaveld 6 door een collectorveld in Rheden voor het verwarmen van het Openluchtbad, Sporthal de Hangmat en omliggende woningen; De warmtevoorziening voor de gebiedsontwikkeling IJsseldistrict; De warmteopgave bij de herontwikkeling van het Hupkes-terrein in Dieren.
Deze projecten markeren een duidelijke verschuiving binnen de energietransitie, van beleidsvorming naar uitvoering. In meerdere gebieden moeten gelijktijdig keuzes worden gemaakt over bronnen, infrastructuur, investeringen en organisatie. Deze keuzes werken decennialang door en bepalen in sterke mate of de gemeentelijke ambities richting 2040 haalbaar en betaalbaar blijven. De warmtevoorziening raakt direct aan publieke belangen zoals betaalbaarheid, leveringszekerheid, duurzaamheid en bescherming van kwetsbare gebruikers. Deze belangen zijn expliciet benoemd in de Wet collectieve warmte (WCW). De WCW zal op 1 juli 2026 in werking treden. Daarmee is sprake van een zwaar publiek en financieel belang, zoals bedoeld in de Beleidsnotitie Samenwerkingsverbanden. Het college staat daarmee voor de vraag hoe deze uitvoeringsopgave structureel moet worden georganiseerd, zodat versnelling mogelijk is, lock-ins worden voorkomen en publieke belangen langdurig zijn geborgd.
1.2. Doel en reikwijdte van het voorstel Deze memo heeft achtereenvolgens als doel om: •
• •
Te oriënteren op welke samenwerking en welk uitvoeringsvermogen er mogelijk zijn en richting geven aan een structurele uitvoeringsorganisatie die past bij de schaal en duur van de energietransitie (hoofdstuk 2). De organisatie van de warmtetransitie alvast globaal te toetsen aan het Beleidskader Samenwerkingsverbanden (hoofdstuk 3); Kaders en uitgangspunten bij de raad op te halen ten behoeve van de verdere uitwerking van een structurele uitvoeringsorganisatie (hoofdstuk 4);
3
Deze memo betreft GEEN besluit tot oprichting van een warmtebedrijf, noch de bepaling van de rechtsvorm en de schaal waarop (lokaal/regionaal) maar is een eerste overzicht van de aspecten die een rol spelen bij de oprichting. De memo beperkt zich nadrukkelijk tot achtgrondinformatie bij het raadsvoorstel collectorveld Rheden. Waarin de raad wordt gevraagd de intentie tot het oprichten van een gemeentelijk Warmtebedrijf uit te spreken. De memo levert daarmee alvast een bijdrage in de beoordeling van het voorliggende plan van de vervanging van de sportvelden in Rheden en de andere aankomende projecten.
4
2. Noodzakelijke samenwerking en uitvoeringsvermogen 2.1 Volgende stap Waar de afgelopen jaren vooral zijn benut voor visievorming en beleidsontwikkeling, komt de energietransitie nu in een fase waarin keuzes zichtbaar worden in de fysieke leefomgeving. Dat vraagt om meer dan plannen alleen. Het vraagt om organisatiekracht en uitvoeringsvermogen. De oprichting van een gemeentelijk warmtebedrijf is daarmee een logische volgende stap. Niet als een abstracte keuze voor de verre toekomst, maar als een randvoorwaarde voor besluiten die op korte termijn moeten worden genomen. Door nu te investeren verplaatst de energietransitie zich van papier naar een concreet en uitvoerbaar aanbod. De oprichting van een warmtebedrijf biedt ook een belangrijke kans om warmte en energie opnieuw als nutsvoorziening te organiseren en als overheid, lokaal of eventueel regionaal samen met andere gemeenten, weer expliciet verantwoordelijkheid te nemen voor deze publieke taak. Door te beginnen met een concreet en zichtbaar eerste voorbeeld kan voor inwoners inzichtelijk worden hoe een warmtenet in de praktijk functioneert en wat dit voor hen betekent. Het laat zien hoe de techniek werkt, hoe de aanleg verloopt en welke voordelen dit kan opleveren voor comfort, duurzaamheid en betaalbaarheid. Vanuit die ervaring kan vertrouwen ontstaan en groeit de bereidheid om mee te doen.
Voor veel inwoners ligt de primaire zorg bij de kosten en het mogelijke ongemak dat werkzaamheden in de wijk met zich meebrengen. Juist daarom is een goed uitgewerkt en positief ervaren eerste voorbeeld belangrijk. Het maakt de abstracte belofte van een warmtenet concreet en laat zien dat de kansen en voordelen reëel en haalbaar zijn.
2.2 Wettelijke rol De Wet collectieve warmte (WCW) die naar verwachting op 1 juli 2026 van kracht wordt positioneert warmte expliciet als een gereguleerde nutsvoorziening en wijst gemeenten aan als centrale publieke regisseur van collectieve warmtevoorzieningen. Gemeenten krijgen de wettelijke taak om warmtekavels aan te wijzen en te bepalen welke (collectieve) warmteoplossing per gebied wordt nagestreefd. Daarbij zijn zij verantwoordelijk voor het borgen van publieke belangen zoals betaalbaarheid, leveringszekerheid, duurzaamheid en transparantie. Warmte is daarmee geen vrije markt meer, maar een publiek gereguleerde voorziening met een sterke rol voor de overheid. De wet gaat daarbij expliciet uit van publieke realisatiekracht. Warmtebedrijven moeten in meerderheid publiek eigendom zijn (tenminste 51%) en gemeenten krijgen een doorslaggevende rol in het organiseren, aanbesteden en realiseren van warmtesystemen, evenals in het langdurig toezicht op exploitatie en prestaties. De gemeentelijke rol verschuift hierdoor van primair beleidsmatig naar een combinatie van kaderstelling, regie en verantwoordelijkheid voor een robuuste en toekomstbestendige warmtevoorziening.
5
2.3 Directe aanleiding: het momentum van de sportvelden In 2026 staat de vervanging van diverse kunstgras voetbalvelden gepland. Waaronder het veld op het sportpark aan de Zuidflank van Rheden. Deze opgave biedt een unieke kans om werk met werk te maken door onder de toplaag van het veld een collectorsysteem aan te leggen. De ruimtelijke en technische condities maken dit mogelijk. Dit moment is echter eenmalig. Wanneer de sportvelden worden aangelegd zonder deze koppeling, verdwijnt de mogelijkheid om op deze locatie duurzame warmte te winnen (voor tenminste 10-15 jaar). Het besluit over de aanleg in combinatie met de collectorvelden creëert daarmee een belangrijk momentum en heeft directe gevolgen voor de bronnenstrategie op de lange termijn.
2.4 De businesscase: sportaccommodaties als startpunt, warmte in de wijk als vervolgstap De aanleg van een collectorveld is technisch haalbaar, maar economisch alleen verantwoord binnen een samenhangend exploitatiemodel. Een redelijke businesscase ontstaat alleen wanneer de warmte gefaseerd wordt benut: • • •
Fase 1: levering aan het Openluchtbad met een grote en stabiele warmtevraag. Fase 2: levering aan Sporthal De Hangmat (en later mogelijk een gezamenlijke Multifunctionele accommodatie met de sportverenigingen – Toekomstplan Zuidflank Rheden) Fase 3: uitbreiding van de infrastructuur richting omliggende woningen/wijk.
Deze fasering vraagt om een partij die kan investeren in de bron, levering kan garanderen en opschaling kan organiseren. De Wet collectieve warmte gaat daarbij expliciet uit van publieke realisatiekracht, met een centrale rol voor publieke partijen, in het bijzonder gemeenten, bij het organiseren en uitvoeren van de warmtetransitie. Een gemeentelijk warmtebedrijf is hiervoor een logische optie. Zonder warmtebedrijf ontbreekt een eigenaar en exploitant van de bron en daarmee ook een (beter) sluitende businesscase voor de collectorvelden. Daarnaast is het een voorwaarde om in Fase 3 daadwerkelijk de stap naar de woningen in de wijk te kunnen (en mogen) maken.
6
2.5 Het financiële plaatje De totale investering voor de aanleg van het collectorsysteem bedraagt € 2 miljoen. Met de DUMAVA subsidie (aangevraagd) kunnen we een deel dekken (€360K). De jaarlijkse kapitaallasten (aflossing en rente) die hieruit voortvloeien, kunnen we voor een groot deel dekken uit de waarde van de opgewekte warmte. Het betreft een besparing op energielasten bij het Openluchtbad (€3.000 p/jaar) en Sporthal De Hangmat (€4.000 p/jaar), en de levering van warmte aan woningen (€100.000 p/jaar). Na aftrek van deze opbrengsten resteren er in de jaren 2027 t/m 2033 nog kapitaallasten van €115.000 (2027) aflopend naar €98.000 in 2033. Deze berekening is bewust voorzichtig en geeft een statisch beeld van de situatie op dit moment (januari 2026). Zo gaan we uit van de huidige gasprijs terwijl die in de komende vermoedelijk gaat stijgen (door o.a. heffingen). Ook hebben we geen restwaarde voor het collectorsysteem opgenomen. Daarnaast hebben we een lange periode voor het aansluiten van woningen (7 jaar) ingecalculeerd. Wanneer het lukt om eerder woningen aan te sluiten, levert dit eerder opbrengsten op, waarmee de jaarlijkse lasten worden gedekt. Ook zijn we nog bezig met aanvullende subsidies - zoals de Warmtenet Investeringssubsidie (WIS) en European Urban Initiative (EUI).
Tot slot werken we met een toekomstig warmtebedrijf aan extra warmteproductie – bijvoorbeeld via heatpipes. Ook met deze inkomsten is het realistisch dat de resteren jaarlijkse lasten kleiner worden. Naast het financiële langetermijnperspectief realiseren we hiermee een directe maatschappelijke winst: het openluchtbad en sporthal worden zonder extra grootschalige investeringen meegenomen in de verduurzaming en gaan 'van het gas af'." Een investering die anders binnen de komende 15 jaar op zichzelf gerealiseerd moet worden. We kunnen direct aan de slag met de aansluiting van het bad en sporthal omdat wij zelf eigenaar zijn van deze locaties.
2.6 Bronontwikkeling vraagt om een exploitant Bronontwikkeling zonder gekoppelde exploitant leidt in de praktijk tot stranded assets: investeringen zonder duidelijke eigenaar of beheerder. Daarnaast zijn warmtebronnen zonder juridische constructie niet financierbaar, niet verzekerbaar en niet schaalbaar. Financiers en verzekeraars vereisen een rechtspersoon die risico’s kan dragen en langjarige verplichtingen kan aangaan.
2.7 Doorwerking naar gebiedsontwikkelingen Het momentum van de sportvelden staat niet op zichzelf. In het IJsseldistrict en op het Hupkesterrein komt de vraag naar collectieve warmtevoorziening ook op korte termijn nadrukkelijk aan de orde. In deze gebiedsontwikkelingen moet een warmtepartner aan tafel zitten die kan meedenken over bronkeuzes, fasering en aansluiting op een bredere strategie. 7
2.8 Positionering en eigenaarschap Met de keuze voor een eigen warmtebedrijf positioneert de gemeente zich om ook in toekomstige ontwikkelingen actief regie te voeren. Zonder een dergelijke uitvoeringsstructuur komt het initiatief primair bij marktpartijen te liggen. Dat brengt reële risico’s met zich mee voor betaalbaarheid, samenhang en publieke sturing, en kan bovendien leiden tot verstoring van de energie- en warmtetransitie in andere delen van de gemeente. Een eigen warmtebedrijf of warmtebedrijf samen met andere gemeenten fungeert als een strategische asset voor de gemeente. Warmte-infrastructuur is kapitaalintensief, kent lange investeringshorizonten en levert stabiele en voorspelbare kasstromen op. Wanneer deze infrastructuur voor minimaal 51 procent publiek eigendom is op grond van de WCW, of volledig in gemeentelijke handen blijft, blijven zowel de maatschappelijke als de financiële waarde binnen de gemeente verankerd. Door zelf organisatie en uitvoeringskracht te organiseren, laat de gemeente zien dat zij regie voert over tempo, bronkeuzes en publieke belangen. Dit signaal is minstens zo bepalend voor samenwerking en investeringsbereidheid als de technische keuzes die worden gemaakt. In het vervolgtraject zullen we de raad vragen om richtinggevende kaders mee te geven voor de verdere uitwerking.
Afhankelijk van deze kaders verkennen we meerdere mogelijke varianten van publiek eigenaarschap, gericht op een zo optimaal mogelijke invulling daarvan.
8