Memo voorlopig herverdeeleffect gemeentefonds.pdf
Tekst van het document
Memo Van: Aan: Datum: Onderwerp:
D. Klomberg Gemeenteraad 4 februari 2021 voorlopig herverdeeleffect gemeentefonds
Ik heb eerder toegezegd u te informeren over de effecten voor onze gemeente met betrekking tot de herverdeling van het gemeentefonds op het moment dat hierover meer duidelijk bestaat. Met deze memo geef ik daaraan invulling. Proces Op 2 februari heeft de minister van Binnenlands Zaken ter advisering het voorstel voor de nieuwe integrale verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 (inclusief het onderdeel Beschermd Wonen) voorgelegd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Het voorstel gaat in op de aanleiding voor de nieuwe verdeling, de belangrijkste keuzes die gemaakt zijn bij de totstandkoming ervan, de nieuwe verdeling zelf en het gevolgde proces. Met deze verdeling beoogt het ministerie veel van de knelpunten op te lossen die onder meer door de Raad voor het Openbaar Bestuur de afgelopen jaren zijn benoemd. De cijfers in het voorstel zijn gebaseerd op 2017. Nadat de ROB advies heeft uitgebracht worden de cijfers geactualiseerd op basis van de cijfers van 2019 en start de consultatie met de VNG. Een definitief besluit zal pas worden genomen door een nieuw kabinet. Hiervoor is geen datum gegeven maar de verwachting is dat dit, op z’n vroegst, na de zomer zal zijn. Het huidige voorstel laat grote herverdeeleffecten zien. Over het algemeen leidt de herverdeling tot een verschuiving van middelen van de G4 naar (middel)grote gemeenten en de kleinste gemeenten.
Er zijn positieve uitschieters tot ruim € 300 per inwoner en negatieve uitschieters tot € 160 per inwoner. Voor de groottegroep 20.000-50.000 inwoners is sprake van een gemiddeld negatief herverdeeleffect van € 6. Voorlopige uitkomst voor de gemeente Rheden In tegenstelling tot het gemiddelde voor de groottegroep pakt het nadeel voor onze gemeente hoger uit, afgerond gaat het om een bedrag van € 68 per inwoner oftewel € 3 miljoen vanaf 2023. Zoals hiervoor gesteld gaat het om een voorlopige cijfers en moeten zowel de ROB als de VNG hier hun licht nog op laten schijnen. Er is slechts op een abstract niveau zichtbaar welke verschuivingen hieraan ten grondslag liggen. Voor onze gemeente geldt dat we voor de zogenaamde klassieke taken ongeveer € 6 miljoen meer ontvangen, voor het sociaal domein ongeveer € 5,5 miljoen minder en ook € 3,5 miljoen minder door een verschuiving in en waardering van verschillende maatstaven waarmee het gemeentefonds verdeeld wordt. We gaan ervan uit dat wanneer er een definitief besluit over de herverdeling wordt genomen er via de gemeentefondscirculaire ook meer informatie beschikbaar zal zijn om de oorzaak van het nadeel beter te duiden. Effect op de meerjarenbegroting Zoals bij elke herverdeling is er sprake van voor- en nadeelgemeenten. Om aan het nieuwe uitkeringsbedrag te ‘wennen’ krijgen de nadeelgemeenten een zogenaamde ‘positieve suppletie’ die
feitelijk wordt opgebracht door de voordeelgemeenten die dan een ‘negatieve suppletie’ ontvangen. Vanwege de grote uitschieters, hier en daar, stelt het ministerie voor om het effect (zowel positief als negatief) te beperken tot € 15 per inwoner per jaar en na vier jaar te evalueren. Het effect op de meerjarenbegroting (MJB) ziet er daarmee (afgeronde bedragen) als volgt uit: x € 1.000 Herverdeeleffect (lagere alg uitk) Positieve suppletie Netto effect herverdeling*
2022 0 0 0
2023 -3.000 2.300 -700
2024 -3.000 1.650 -1.350
2025 -3.000 1.000 -2.000
2026 -3.000 350 -2.650
2027 -3.000 350 -2.650
In MJB rekening gehouden met Netto effect op MJB
1.100 1.100
1.100 400
1.100 -250
1.100 -900
1.100 -1.550
1.100 -1.550
*netto effect herverdeling = het bedrag waarmee de algemene uitkering in dat jaar per saldo wordt verminderd
Wanneer deze voorlopige uitkomsten ook de definitieve uitkomsten blijken te zijn, ontstaat er vanaf 2024 een nadeel van 250K dat kan oplopen tot afgerond € 1, 5 miljoen in 2026. Afhankelijk van de evaluatie na vier jaar zou de suppletie in 2027 van 350K kunnen vervallen. Daarnaast kan er ook sprake zijn bijvoorbeeld lagere kosten vanwege aanpassing van het woonplaatsbeginsel, dit is allemaal nog onvoldoende duidelijk. Voorlopige conclusie De voorlopige (negatieve) uitkomst is helaas hoger dan waarmee we in de meerjarenbegroting rekening hadden gehouden. Kanttekening is wel dat het om voorlopige cijfers gaat en dat de algemene uitkering ‘slechts’ 1 van de onderdelen van de meerjarenbegroting is. In de komende jaren zal ongetwijfeld sprake zijn van verschillende mutaties op de posten van de begroting inclusief de omvang en verdeling (op andere gronden) van de algemene uitkering. Wanneer de VNG over de herverdeling geconsulteerd wordt, heeft de VNG aangekondigd het volgende standpunt in te nemen: de omvang van het gemeentefonds moet groter voordat een nieuwe verdeling ingevoerd kan worden. Zonder gelijktijdige vergroting van de omvang dreigt dit een herverdeling van grote tekorten te worden. Om beide redenen is er ons inziens geen aanleiding voor bijzondere extra maatregelen op dit moment. We wachten de definitieve besluitvorming af.
Deze zal naar aller waarschijnlijk nog enige tijd duren, te meer omdat het de verwachting is dat de hoogte van het gemeentefonds onderwerp zal zijn van de coalitieonderhandelingen na de landelijke verkiezingen. Op z’n vroegst in de meerjarenbegroting 2022-2025 in november maar meer waarschijnlijk pas bij het geactualiseerde perspectief 2023-2026 bij de kadernota 2023 (voorjaar 2022) is er een duidelijker beeld te geven. Vanzelfsprekend besteden we in de kadernota van dit voorjaar aandacht aan de herverdeling en geven waar mogelijk een update van de ontwikkelingen.