memo raad inzake uitreding en opheffing
Tekst van het document
MEMO Onderwerp
Omvorming De Connectie
Datum
12 september 2025
Aan
Gemeenteraad
Van
College
Aanleiding Op 8 september jl. heeft ons college een drietal technische vragen van het CDA beantwoord over het voorstel m.b.t. de omvorming de Connectie. Eén vraag betrof de precieze procedure van het in kaart brengen van: • •
de consequenties van een uittreding en het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
De beantwoording door het college van deze vraag heeft geleid tot een aanvullende vraag tijdens de beeldvormende vergadering van 9 september jl.. Deze vraag ziet op de procedure bij uittreding van Arnhem, de centrumgemeente. Portefeuillehouder Klomberg heeft tijdens de beeldvormende vergadering toegezegd schriftelijk terug te komen op een eventueel uittreden van de gemeente Arnhem en een verduidelijking te geven op artikel 14 en 15.
Het verschil tussen uittreding (artikel 14 voorontwerp regeling) en opheffing (artikel 15 voorontwerp)
Uittreding De drie deelnemende gemeenten vormen samen de samenwerking. Er kan in de toekomst een situatie ontstaan waarin een deelnemer niet langer deel wil uitmaken van de centrumregeling. In dat geval spreken we over een wens tot uittreding. De procedure hiervoor is vastgelegd in artikel 14 van het voorontwerp. Aan een uittreding zijn opzegtermijnen verbonden om enerzijds de uittreding zorgvuldig af te hechten en aan de andere kant de overgebleven deelnemers in staat te stellen te anticiperen op de nieuw ontstane situatie. Onderdeel van een goede afronding van de uittreding is het in kaart brengen van de consequenties van de uittreding voor de samenwerking. Dit doet de centrumgemeente in alle gevallen omdat zij als enige volledig inzicht heeft in de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties van de uittreding. Op dit moment staat in het voorontwerp van de regeling dat de centrumgemeente of de uittredende gemeente een deskundige ‘kan’ betrekken bij het in kaart brengen van de consequenties.
In de technische vragen en beeldvormende vergadering is terecht met ons geconstateerd dat deze bepaling om aandacht vraagt: er is een discrepantie tussen artikel 14 lid 4 van het voorontwerp van de regeling en bladzijde 28 van de Businesscase: In de businesscase is opgenomen dat een onafhankelijke deskundige ‘wordt betrokken’, waar in het voorontwerp staat dat een dergelijke deskundige ’kan worden betrokken’.
1
MEMO Dit is een onwenselijke situatie. Daarnaast bestaat de wens om ook in het geval van een uittreding uitdrukking te geven aan de geest van de samenwerking door het belang van elke deelnemer te borgen (en niet alleen dat van de centrumgemeente en uittredende partij). Ook dit vraagt om een heroverweging van deze bepaling. Dit kan tijdens de verwerking van de zienswijzen van de raden. Portefeuillehouder Klomberg heeft om die reden toegezegd dat de concept zienswijze zal worden aangepast. Er zal worden vermeld dat het college zich in zal zetten om in afstemming met de andere deelnemers te komen tot aanpassing van artikel 14 lid 4 van het voorontwerp van de gemeenschappelijke regeling conform de Businesscase. Portefeuillehouder Klomberg zal uw raad vanzelfsprekend tijdig informeren over de wijze waarop de zienswijze van uw raad zal worden verwerkt. Tot slot is in het voorontwerp een bepaling opgenomen ten aanzien van de uittredingskosten. Bij uittreding van de centrumgemeente ontstaat de situatie waarin de gastgemeenten niet langer gebruik kunnen maken van de dienstverlening van de centrumgemeente. Daarmee ontvalt op dat moment de basis aan de samenwerking. Dit geeft een noodzaak te komen tot wijziging of opheffing van de centrumregeling.
Opheffing Van opheffing is sprake op het moment dat de gezamenlijke deelnemers met elkaar besluiten dat de gemeenschappelijke regeling wordt opgeheven. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn op het moment dat bij de deelnemers de wens bestaat een andere samenwerkingsvorm te kiezen. Artikel 15 van het voorontwerp geeft uitvoering aan de wettelijke verplichting om de procedure tot opheffing vast te leggen.
2