Memo Financiële effecten septembercirculaire gemeentefonds 2022
Tekst van het document
Memo Van: Aan: Datum: Onderwerp:
College van B&W Gemeenteraad 18 oktober 2022 Financiële effecten septembercirculaire gemeentefonds 2022
Deze memo heeft als doel om u op hoofdlijnen te informeren over de financiële effecten van de Septembercirculaire gemeentefonds 2022 die door het Ministerie van BZK op 20 september jl. is gepubliceerd. Aanvullend is op 7 oktober jl. door het ministerie van BZK een correctie doorgegeven naar aanleiding van een geconstateerde fout in de circulaire. De (gecorrigeerde) septembercirculaire hebben we doorgerekend en de financiële effecten ervan zijn weergegeven in onderstaande tabel. De stand van de Algemene Uitkering na verwerking van de septembercirculaire 2022: Totaal Algemene Uitkering (x € 1.000) Beginstand algemene uitkering (2022-2026) op basis meicirculaire 2022 Eindstand algemene uitkering (2022-2026) op basis septembercirculaire 2022 verschil
2022
2023
2024
2025
2026
91.597
92.976
94.210
95.589
88.332
93.996 2.399
94.098 1.122
94.943 733
94.443 -1.146
88.750 418
In de onderstaande tabel is het netto effect opgenomen van de septembercirculaire gemeentefonds 2022 (inclusief gemelde correctie) ten opzichte van het meerjarenperspectief zoals geschetst in de memo “Financiële effecten meicirculaire gemeentefonds 2022”. De saldi van de meicirculaire zijn verwerkt in de Programmabegroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026. De effecten van de septembercirculaire zullen door middel van begrotingswijzigingen (Winterrapportage 2022 m.b.t. jaar 2022 en bij Zomerrapportage 2023 m.b.t. jaren 2023-2026) worden verwerkt.
1
Toelichting verschillen ( x € 1.000 ) Algemene mutaties: Voorschot BCF plafond 2022 accres, ontwikkeling uitkering (incl. hoeveelheidsverschillen) Eenmalige rijksbijdrage financierinssystematiek WOZ-waarden mutaties Taakmutaties: energietoeslag incl.correctie meicirculaire 2022 Asiel (inburgering) Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten overige taakmutaties Suppletie, integratie en decentralisatieuitkeringen: Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU) Invoeringskosten Omgevingswet Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) Leerlingenvervoer Oekraïne Participatie (IU) Overige: Effect commissie van Wijzen Jeugdzorg Correctie uitkeringsfactor hogere uitkering gemeentefonds:
2022
2023
2024
2025
2026
1.679
689
-41
-378 2.137
105 -82 -45
81 -85 -18
-89 -19
-83 -17
25
25
25
25
-560 1.122
601 -560 733
-462 -560 -1.146
-706 -560 418
-105
-81
-25
-25
-25
-25
200
1.200
1.200
790 102 -416 1.342 48 -16 69 381 62 5 32
2.399
Waarvan op te nemen bedragen bij uitgavenposten: Uitgavenpost voor energietoeslag Asiel (inburgering) Maatschappelijke begeleiding statushouders Omgevingswet (ten behoeve van algemene reserve) Uitgavenpost Wet kwaliteitsborging bouw Leerlingenvervoer Oekraïne Participatie (IU) Verlaging lastenkant begroting a.g.v. voorgenomen besparingen Rijk jeugdzorg Dotatie aan (nieuwe) 'Bestemmingsreserve hervormingsagenda jeugdstelsel'
-1.342 -48 -69 -381 -62 -5 -32
Netto-effect op meerjarenbegroting 2022-2026
-1.939
-130
-850 -756
-784 391
-540 635
460
992
-23
-755
1.053
Hieronder wordt een beknopte toelichting gegeven op bovenstaande mutaties. Voorschot BCF Plafond 2022 Het plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. Overschrijding of onderschrijding wordt met het gemeentefond verrekend. In deze septembercirculaire wordt een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding 2022. In de meicirculaire 2023 volgt de definitieve afrekening. Accres en ontwikkeling uitkering Met het accres wordt de jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds bedoeld. In 2023 en 2024 zien we een forse stijging van het accres. Vanaf 2025 is echter een daling te zien. Dit komt voort uit de stelselwijziging (koppeling aan rijksuitgaven vervalt) en een correctie van lopende naar constante prijzen. De begroting van de gemeente Rheden wordt vanaf 2022 opgesteld op basis van constante prijzen. Bij de berekening van de algemene uitkering moeten we eveneens uitgaan van constante prijzen. Dat leidt tot een daling van de algemene uitkering vanaf 2025. 2
Eenmalige Rijksbijdrage financieringssystematiek Het Rijk werkt met gemeenten aan een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. In aanloop daarnaartoe stelt het Kabinet eenmalig € 2 miljard beschikbaar in 2026. Hiermee worden de verwachte nadelige effecten voor het zogenaamde “ravijnjaar” opgevangen. WOZ waarden mutaties In de laatste betaalspecificatie Algemene Uitkering 2022 zijn de inkomstenmaatstaven onroerendzaakbelasting op basis van de laatst bekende waarden naar boven bijgesteld. Hierdoor wordt het te ontvangen bedrag in de Algemene Uitkering in 2022 lager. Zie ook toelichting bij ‘Correctie uitkeringsfactor’. Energietoeslag in de meicirculaire 2022 is totaal € 854 miljoen beschikbaar gesteld i.v.m. het verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen. In het debat over de Voorjaarsnota op 5 juli jl. heeft het Kabinet aangekondigd het richtbedrag van de eenmalige energietoeslag nogmaals te verhogen, van € 800 naar €1.300. Door het kabinet is extra budget (€ 550 miljoen) toegekend aan gemeenten voor de ophoging van de energietoeslag en de extra uitvoeringkosten. Hiervan is € 500 miljoen bestemd voor de ophoging van de energietoeslag en € 50 miljoen voor de extra uitvoeringskosten van gemeenten. In deze circulaire is de verdeling van het aanvullende bedrag verwerkt, totaal € 1.286.000.
Daarnaast is eenmalig een bedrag van € 56.000 verwerkt als aanvulling op de bijdrage in de meicirculaire 2022. Totaal te ontvangen € 1.342.000. Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten Met ingang van 2023 wordt structureel € 27,2 miljoen, waarvan € 20 miljoen uit Wmo en € 7,2 uit Jeugd, uit de algemene uitkering genomen ten behoeve van de uitvoeringskosten van de SVB van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Overige taakmutaties Structureel betreft het de financiering van de generieke digitale infrastructuur (GDI), die vanaf 2023 centraal wordt ondergebracht bij het ministerie van BZK. Maatschappelijke begeleiding statushouders Gemeenten ontvangen voor de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden in 2022 een bijdrage. Invoeringskosten omgevingswet Vanwege de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet ontvangen de gemeenten een bijdrage voor de transitiekosten. In februari jl. (raadsvergadering 22-2-2022 bij 1e begrotingswijziging) heeft de raad middelen beschikbaar gesteld vanuit de algemene reserve in afwachting van de Rijksmiddelen. Het te ontvangen bedrag van € 381.000 komt dan ook ten gunste van de algemene reserve.
Wet kwaliteitsborging bouw De gemeenten ontvangen in 2022 een bijdrage voor de noodzakelijke voorbereiding die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vanaf 1 januari 2023. Daarnaast ontvangen de gemeenten na inwerkingtreding een jaarlijkse bijdrage (tot en met 2026) voor het uitvoeren van de Wkb-taken.
Participatie (IU) Het gaat hier om een compensatie SW-bedrijven, die in het verleden regelmatig één-op-één is doorgegeven aan Scalabor. 3
Effect commissie van Wijzen Jeugdzorg Het Rijk, de VNG en het IPO zijn voor de jaren 2024, 2025 en 2026 overeengekomen dat gemeenten de extra Rijksbijdragen voor de jeugdzorg n.a.v. de hervormingsagenda voor het jeugdstelsel, voor 100% in de begroting 2023 mogen opnemen. In de begroting 2022 mochten de gemeenten nog 75% opnemen. Verder zijn afspraken gemaakt over een aanvullende besparing van respectievelijk € 100 miljoen (in 2024) en € 500 miljoen (2025 en 2026), structureel oplopend naar € 511 miljoen in 2027, waarbij de Rijksoverheid de verantwoordelijkheid heeft om deze besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen. De aanpassingen middelen jeugdzorg zijn als volgt opgebouwd: Aanpassingen middelen jeugdzorg Middelen jeugdzorg op basis 75% Verhoging middelen jeugdzorg met 25% Middelen jeugdzorg op basis 100% Aanvullende bezuiniging van het Rijk Totaal volgens septembercirculaire 2022 Opgenomen in de begroting (meiciculaire 2022)
2024 2.551.228 850.409 3.401.637 -249.205 3.152.432 -2.551.228 601.204
Effect commissie van Wijzen Jeugdzorg
2025 2.351.241 783.747 3.134.988 -1.246.021 1.888.967 -2.351.241 -462.274
2026 1.620.450 540.150 2.160.600 -1.246.021 914.579 -1.620.450 -705.871
De afspraken over de extra Rijksbijdragen voor de jeugdzorg dienen alleen voor de verwerking in de begroting 2023 en de meerjarenbegroting 2024 - 2026. Voor de jaren na 2026 blijft onduidelijk of gemeenten 100% mogen ramen of 75%, aangezien deze jaren nog niet opgenomen zijn in de richtlijnen van de provinciaal toezichthouder. Voor de jaren 2024 en verder moeten gemeenten rekening houden met de voorgenomen besparingen en in de begroting voor Jeugdzorg een lagere raming opnemen voor de uitgaven. Dat is in bovenstaande tabel terug te zien in de regel “Verlaging lastenkant begroting” onder kopje “Waarvan op te nemen bedragen bij uitgavenposten”, namelijk € 200.000 in 2024 en € 1.200.000 in 2025 en 2026. De verhoging middelen jeugdzorg, van 75% naar 100%, bedraagt € 850.409 in 2024, € 783.747 in 2025 en € 540.150 in 2026. Momenteel zijn er nog veel vragen en onzekerheden over de hervormingsagenda voor het jeugdstelsel. We stellen daarom voor om deze middelen in genoemde jaren te reserveren in een nieuwe ‘Bestemmingsreserve hervormingsagenda jeugdstelsel’. Hiermee kunnen we eventuele nadelige financiële effecten van de hervormingsagenda opvangen en zo onze risico’s beter beheersen. Gebleken is immers dat vanuit onze zorgplicht een relatief geringe toename aan jeugdzorg kan leiden tot substantiële overschrijding van beschikbare budgetten.
Op deze manier geven we, in aanvulling op de structurele bijstelling van € 800.000 (zie toelichting bij 2a op pagina 12 van de Programmabegroting 2023) nadere invulling aan het realistisch begroten van de jeugdzorg. Na vorming van deze reserve zal een jaarlijkse beoordeling plaatsvinden van de benodigde omvang ervan. Correctie uitkeringsfactor De WOZ-waarden voor uitkeringsjaar 2023 en verder waren door het Rijk te hoog geraamd in de septembercirculaire 2022. Dat had gevolgen voor de uitkeringsfactor. Het ministerie heeft dit inmiddels gecorrigeerd, maar de verwerking van deze correctie vindt plaats in de decembercirculaire 2022. Vooruitlopend hierop hebben we alvast met deze correctie, een structurele verlaging van € 560.000 rekening gehouden.
4
Klimaat en energie (uitvoeringskosten klimaatakkoord) Medeoverheden krijgen naar aanleiding van het Klimaatakkoord en het Coalitieakkoord veel nieuwe taken op het terrein van de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit. In de meicirculaire 2022 is bekend gemaakt dat vanaf 2023 tot en met 2030 gemeenten en provincies, aanvullend op de reeds eerder toegekende middelen, extra uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid krijgen. Hierover vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere de VNG, het IPO en het Rijk. In 2024 wordt er een herijking uitgevoerd ten aanzien van benodigde en beschikbare uitvoeringsmiddelen.
Gevolgen voor het financieel meerjarig perspectief Op basis van bovenstaande doorrekening van de septembercirculaire wordt het financieel meerjarig perspectief ten opzichte van de Programmabegroting 2023 bijgesteld. Voor de jaren 2023 en 2026 is er sprake van een voordelig effect en in 2024 en 2025 leidt het tot een nadelige bijstelling. Deze bijstelling ziet u terug in onderstaande tabel.
Meerjarig perspectief ( x € 1.000) Begrotingssaldi programmabegroting 2023 Bijstelling n.a.v. septembercirculaire 2022 Geactualiseerd financieel perspectief
2023 530 992 1.522
2024 1.661 -23 1.638
2025 2.001 -755 1.246
2026 -3.866 1.053 -2.813
De begrotingsjaren 2023 tot en met 2025 vertonen voordelige saldi. Het laatste begrotingsjaar 2026 laat echter nog een tekort zien. Gedurende het komende jaar zullen we de mogelijkheden onderzoeken om ook voor dat jaar te komen tot een sluitend begrotingssaldo.
5