Memo aanvulling op Begroting 2022 n.a.v. de septembercirculaire 2021 (21.50)
Tekst van het document
Memo Van: Aan: Datum: Onderwerp:
College Gemeenteraad 19 oktober 2021 Aanvulling op Begroting 2022 n.a.v. de septembercirculaire 2021
Omdat de septembercirculaire pas eind van die maand is gepubliceerd, zijn de effecten van deze circulaire nog niet in de Programmabegroting 2022 verwerkt. Volledigheidshalve nemen wij u ook mee in andere financiële ontwikkelingen, die voor de behandeling van de programmabegroting 20222025 van belang zijn. In deze memo geven we u op hoofdlijnen inzicht in de volgende actuele ontwikkelingen: I. II. III. IV.
Effecten van de septembercirculaire 2021 Ontwikkelingen omgevingswet Ontwikkelingen Jeugdzorg Verloop personeelslasten
I.
Effect septembercirculaire 2021
In de onderstaande tabel is het netto effect van de septembercirculaire ten opzichte van het meerjarenperspectief zoals geschetst in de programmabegroting 2022-2025 opgenomen. De septembercirculaire heeft een positief effect op de jaren 2022 t/m 2025 en daarnaast een positief effect het begrotingssaldo van 2021 van € 256 duizend. x € 1.000 Voorschot BCF plafond 2021 Opschalingskorting 2022 ( lagere apparaatskosten ) Accresontwikkeling Algemene mutaties Taakmutaties aanpak problematiek jeugdzorg Corona middelen Suppletie, integratie en decentralisatieuitkeringen Herverdeeleffect Totaal Op te nemen stelposten: Corona middelen Gezond in de stad ( Decentralisatieuitkering ) Totaal
2021 537
2023
2024
2025
1.591 -108 -15
1.618 -133 -11
1.828 -169 -11
0 -26 0 1.442
0 -36 0 1.438
0 -47 0 1.601
0
0
0
583
243 54 297
0
0
0
Netto-effect
256
2.316
1.442
1.438
1.601
-395 -17 147 583 -16 0 839 583
2022 668 1.448 37 -102 281 243 38 0 2.613
Hieronder wordt, vooral ten aanzien van de jaarschijven 2022-2025, beknopt een toelichting op de mutaties gegeven. Deze cijfers sluiten aan op de cijfers in de meerjarenbegroting 2022-2025. In de meerjarenbegroting is al rekening gehouden met extra middelen jeugdzorg t/m 2025 (zie toelichting in laatste alinea op pagina 9 van de Programmabegroting). 1
Voorschot BCF plafond 2021 Het plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. Overschrijding of onderschrijding van het totale budget wordt met het gemeentefonds verrekend. Bij deze septembercirculaire wordt een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van 2021. In de meicirculaire 2022 volgt de definitieve afrekening. Opschalingskorting De oploop van de opschalingskorting wordt voor 2022 geschrapt (net als in 2020 en 2021). De korting wordt in de betreffende jaren teruggeboekt, maar de totale korting verandert niet. Het is aan een nieuw kabinet om te besluiten over de opschalingskorting voor 2023 en verder. Accresontwikkeling De accresontwikkeling is in alle jaren positief. De opwaartse bijstelling komt voort uit loon- en prijsontwikkeling, uitgaven klimaatmaatregelen, compenseren gedupeerden van de kinderopvangtoeslag, zorg en de EU-afdrachten. Algemene mutaties. Het betreft hier vooral aanpassingen van hoeveelheden en aanpassing van rekentarieven WOZ. In de meicirculaire 2021 was nog sprake van een gunstig effect. In de septembercirculaire 2021 wordt dit gunstige effect grotendeels teniet gedaan. Taakmutaties. In 2022 is sprake van een uitname uit de algemene uitkering voor de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank t.a.v. de PGB-trekkingsrechten.
Voor Rheden betekent dat voor de jaarschijf 2022 een uitname van € 63 duizend voor WMO 2015 en € 20 duizend voor Jeugdhulp. Aanpak problematiek jeugdzorg. De uitkering in 2021 betreft de restant middelen wachttijden. In 2022 zien we de definitieve verdeling van € 1,3 miljard terug, dat door het Rijk is toegekend ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2022-2025 was de definitieve verdeling nog niet bekend. Om die reden hebben we vooruitlopend op de septembercirculaire in de meerjarenbegroting 2022-2025 voor het jaar 2022 een bedrag opgenomen van € 3.371 duizend. De definitieve uitkering in de septembercirculaire bedraagt € 3.652 duizend. Voor 2022 betekent dit een hogere uitkering van € 281 duizend. Corona middelen. Dit betreft in 2021 voortzetting TONK-regeling en cultuurmiddelen. In 2022 gaat het om extra middelen voor gemeentelijk schuldenbeleid, bijzondere bijstand en re-integratie bijstandsgerechtigden. Het geld wordt in 2021 en 2022 gereserveerd en gedurende het jaar op basis van collegebesluiten aan de programma’s toebedeeld. Suppletie, integratie en decentralisatie uitkeringen: In 2022 is sprake van een eenmalige decentralisatie uitkering van €54 duizend voor “Gezond in de Stad” (Gids gelden). Deze uitkering zal worden ingezet voor dit project.
Herverdeeleffect Het herverdeeleffect is ten opzichte van de meerjarenbegroting 2022-2025 niet gewijzigd. Zoals vermeld in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing kan op basis van recente uitwerkingen vanaf 2024 sprake zijn van een nadeel oplopend van € 218 duizend in 2024 tot € 870 duizend in 2025. Aangezien er nog geen definitieve uitspraak is over de herverdeling gemeentefonds
2
zijn er geen aanpassingen gedaan: de huidige ramingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten zoals vermeld in de kadernota 2022-2025. Op grond van de septembercirculaire ziet het geactualiseerde meerjarig perspectief er als volgt uit: Meerjarig perspectief (x € 1.000) omschrijving Saldi conform Programmabegroting 2022 Netto effect septembercirculaire Geactualiseerde saldi:
II.
2022 1.634 2.316 3.950
2023 792 1.442 2.234
2024 157 1.438 1.595
2025 34 1.601 1.635
Ontwikkelingen omgevingswet
Implementatiekosten in heel Nederland veel hoger, VNG heronderhandelt akkoord. Na diverse signalen uit het veld heeft KPMG in opdracht van de VNG dit voorjaar een onderzoek verricht naar de daadwerkelijk te verwachten invoeringskosten. Deze blijken landsbreed 3 tot 4 keer hoger uit te vallen dan de aanvankelijk ingeschatte invoeringskosten van 300 tot 400 miljoen euro. De VNG is hierover inmiddels met het Rijk in gesprek om tot een herijking van de tegemoetkoming in de implementatiekosten te komen. De uitkomsten van dit overleg zijn op moment van schrijven nog ongewis. Implementatiekosten vallen ook in Rheden navenant hoger uit dan geraamd. Vorig jaar is aan u gemeld dat de verwachtte implementatiekosten voor Rheden rond de 1,2 miljoen euro zouden kunnen liggen. Deze raming was gebaseerd op de VNG rekentool waarin bovenstaande inzichten nog niet waren verwerkt. Mede naar aanleiding van het KPMG rapport is door de organisatie een raming gemaakt t.a.v. de te verwachten implementatiekosten in de jaren 2022 tot en met 2025. Hierbij zijn de kosten meegenomen voor het opstellen van het permanente Omgevingsplan, deze kosten waren nog niet meegenomen in de € 1,1 miljoen die eerder aan u waren gemeld. Invoeringskosten 2022 tot en met 2025 De implementatiekosten zijn nu voor de komende jaren geraamd als volgt:
Ambtelijke raming 14-10-2021 (x € 1.000): Implementatie Ow t/m IWT Verdere implementatie na IWT Totaal
2021
2022
686
879 789 1.668
686
2023
500 500
2024
500 500
2025
Totaal
500 500
1.565 2.289 3.854
Beschikbare dekking Nog te dekken t/m 2025
1.067 2.787
Het door de organisatie geraamde bedrag is aanzienlijk hoger dan de eerder afgeven schatting op basis van de VNG rekentool, maar dit is niet de enige verklaring voor de verschillen: o
Het maken van het permanente Omgevingsplan is een enorme operatie waarbij 120 bestemmingsplannen, delen van de APV en diverse verordeningen worden ondergebracht in 1 intelligent digitaal benaderbaar omgevingsplan. Er zijn echter meerkosten voor het tijdelijk in de lucht moeten houden van 2 systemen en werkwijze.
3
o
o
De personele bezetting van Rheden blijkt krap waardoor reguliere budgetten voor bijvoorbeeld bestemmingsplan actualisaties niet meer aanwezig zijn. Waar andere gemeenten de implementatie deels kunnen opvangen als regulier werk, is in Rheden al het implementatiewerk “extra” werk. Er zijn loonkosten geboekt op het Omgevingswetbudget dat niet is besteed aan implementatie, maar aan regulier werk. De afgelopen periode is vanuit dienstverleningsperspectief hieraan prioriteit gegeven om verzoeken (bestemmingsplannen) van inwoners te kunnen behandelen. Er is een toename van werk sinds Corona.
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing maakten we al melding van de ontwikkeling inzake daadwerkelijk te verwachten implementatiekosten Omgevingswet. Ervan uitgaande dat het Rijk aanvullend substantieel zal bijdragen, zien we op dit moment geen aanleiding om de risico-inschatting van € 1 miljoen te herzien. In de eindejaarprognose 2021 zullen wij een update geven over de financiële stand van zaken en indien noodzakelijk een voorstel doen voor een begrotingswijziging.
III.
Ontwikkelingen jeugdzorg
Op landelijk niveau moet het nieuwe kabinet een besluit nemen over de vereiste aanpassingen in de jeugdzorg en de structurele financiën van de jeugdzorg vanaf 2023 en verder. Het oordeel van de Commissie der Wijzen is daarbij zwaarwegend. Deze Commissie adviseert een structurele ophoging van de middelen, waarbij naast inhoudelijke hervorming er ook gedeeltelijk afbouw plaatsvindt van middelen vanaf het jaar 2026. Voor 2022 is deze ophoging toegekend door het Rijk, voor de jaren daarna heeft de provincie als toezichthouder aangegeven dat 75% aangehouden mag worden. Dat is dus een lager niveau dan wat de Commissie der Wijzen adviseert. Het Rijk, de VNG en een vertegenwoordiging van cliënten, aanbieders en professionals werken in het najaar aan de Hervormingsagenda. De concept-Hervormingsagenda wordt uitgewerkt door acht werkgroepen met de thema’s: • Reikwijdte • Inkoop en administratieve lasten • Kwaliteit en effectiviteit • De toegang • Regionalisering • Kennisinfrastructuur, c.q. Leren & Ontwikkelen • Interbestuurlijke en financiële kaders • Data en monitoring
De beoogde definitieve oplevering van de Hervormingsagenda is 1 februari 2022, die de jaren 20222028 omvat en waarin concrete afspraken moeten staan over maatregelen die tot besparingen en betere sturingsmogelijkheden voor gemeenten leiden. In de Hervormingsagenda kunnen maatregelen worden vastgesteld die het noodzakelijk maken de extra middelen voor Jeugdzorg die nu alleen als Algemene Uitkering in de Programmabegroting 2022 zijn verwerkt expliciet toe te wijzen aan het budget voor de Jeugdzorg. Dit heeft een negatief effect op het begrotingssaldo. In de Zomerrapportage 2022 en Kadernota 2023 verwachten we hier meer duidelijkheid over te kunnen geven. In het najaar 2021 wordt de concept regiovisie Samenwerking en Opdrachtgeverschap in het kader van de Norm voor opdrachtgeverschap in het Sociaal Domein besproken met alle gemeenteraden in 4
de regio Centraal Gelderland. De bestuurlijke besluitvormingsroute is beoogd in het voorjaar van 2022.
IV.
Verloop personeelslasten
Tijdens de behandeling van de herfstrapportage 2021 is gevraagd om inzicht te bieden in het verloop van de personeelslasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in het verloop van de personeelslasten de afgelopen 5 jaar in relatie tot de programmabegroting 2022: Personeelsbudget 20171 20182 20193 20204 20215 2022 (duizend €) Formatie 19.219 21.318 23.434 24.637 24.909 24.730 begroting Flexibele schil 1.465 participatie Inhuurbudgetten 6.776 588 937 2.445 540 309 Mutatie toename 201 budget Totale 25.995 23.572 24.371 27.109 25.449 25.039 personeelslasten
1
Uit jaarrekening 2017 pagina 157 Uit jaarrekening 2018 pagina 165 3 Uit jaarrekening 2019 pagina 97 4 Uit jaarrekening 2020 pagina 106 5 Uit programmabegroting 2022-2025 pagina 95 2
5