Meerjarenprogrammabegroting 2024 - 2027 (definitief) 20230607
Tekst van het document
92
827
781
781
781
781
781
17.113
17.727
11.758
6.973
3.880
1.780
690
17.113 17.263
17.727 20.438
11.758 13.255
6.973 8.905
3.880 6.136
1.780 4.335
690 3.544
412
523
4.588
4.588
4.588
4.588
4.588
328 84
318 205
3.479 1.108
3.479 1.108
3.479 1.108
3.479 1.108
3.479 1.108
Overlopende passiva
18.744
18.772
12.877
12.877
12.877
12.877
12.877
Totaal vlottende passiva
19.157
19.294
17.464
17.464
17.464
17.464
17.464
TOTAAL PASSIVA
36.420
39.733
30.719
26.369
23.600
21.799
21.009
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Netto vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jr - Onderhandse leningen Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto vl. Schulden met een rentetypische looptijd < 1 jr - Schulden aan openbare lichamen - Overige schulden
Ook voor de prognose van de passiva-zijde van de balans ontbreken nog langjarige historische gegevens. De ontwikkeling van de reserves en voorzieningen wordt niet historisch bepaald en kunnen derhalve wel worden geprognosticeerd. De ontwikkeling van de netto vaste schulden is gebaseerd op de huidige leningenportefeuille en de verwachte ontwikkelingen ten aanzien van de financieringsbehoefte voor de materiële vaste activa. De ontwikkeling van de vlottende passiva is eveneens gebaseerd op het gemiddelde van de gerealiseerde balanswaarde over de afgelopen jaren. Door deze systematiek aan te houden, ontstaat er een steeds nauwkeuriger beeld.
46
6.2 Investeringsprogramma Afdeling Activum omschrijving Bedragen x 1.000 euro A&B BEL BR BR DIV DIV FZF FZF FZF FZF FZF I&A ICT ICT
Software Software Gereedschappen Software Inrichting gebouwen en inventaris Software Gereedschappen Inrichting gebouwen en inventaris Personenautos Scooters Software Software Glasvezelbekabeling Hardware Mob App (tablets/labtops/ ICT smartphone) ICT Software ICT Telecommunicatie-voorzieningen Totaal investeringen vaste activa
Begroting 2023
Begroting 2024
200 45 20 2.421 1.979 40 4.705
-
2025
meerjarenraming 2026
2027
570 4.408
3.455 261 3.019
51 352 15 5.542
2.238 18 284 28 3.040
1.933 7.117
29 1.518 8.282
1.979 7.939
1.933 113 7.655
36 55 14 53 49
Het investeringsprogramma houdt initieel rekening met vervangingsinvesteringen wanneer bestaande activa economisch zijn afgeschreven. Voorziene afwijkingen hierop worden verwerkt bij de actualisatie van het investeringsprogramma. Afwijkingen 2023 In de regio spelen meerdere huisvestingsontwikkelingen, die ook van invloed zijn op het investeringsniveau bij De Connectie. De gemeente Arnhem denkt op dit moment na over de toekomstige huisvestingssituatie en onderzoekt hierbij verschillende mogelijkheden. Naar verwachting laat gemeente Renkum binnen een aantal jaren renovatiewerkzaamheden uitvoeren aan het bestaande gemeentehuis. Gemeente Rheden bouwt een nieuw gemeentehuis en werkt nu vanuit verschillende tijdelijke locaties. Als gevolg hiervan schuiven de vervangingsinvesteringen voor inrichting gebouwen en inventaris voor een groot deel door naar 2024 en 2025. Bovenstaande ontwikkeling heeft ook gevolgen voor het vervangen van poolauto’s. Ook deze vervangingsinvesteringen worden doorgeschoven naar 2025. Zodra er meer duidelijkheid over de huisvesting is, zal een meerjarenplan voor de vervoermiddelen opgesteld worden. De investeringsbehoefte en -planning zal daarop worden aangepast. Tot slot schuift, als gevolg van genoemde huisvestingontwikkelingen, ook de vervangingsinvestering voor glasvezelbekabeling door naar latere jaren.
Steeds meer software wordt in gebruik genomen in de vorm een SAAS-oplossing. Dit is onderdeel van de cloudstrategie. De kosten voor SAAS-oplossingen dienen anders te worden verwerkt op basis van de BBV. Als gevolg hiervan worden de (licentie-)kosten van deze oplossingen in de exploitatiebegroting opgenomen in plaats van de aanschaf- en implementatiekosten in de investeringsbegroting. Het investeringsprogramma is aangepast op deze ontwikkeling. Afwijkingen 2024 Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de initieel voor 2024 geplande investeringen daadwerkelijk in dit jaar zullen plaatsvinden.
47
6 .3 EMU-saldo 2023
2024
2025
2026
2027
Bedragen x 1.000 euro Omschrijving 1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
-798
511
400
376
376
2 3
6.171 -46
6.763 -
7.370 -
7.611 -
7.611 -
4.705
7.117
8.282
7.939
7.655
-
-
-
-
-
Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
-
-
-
-
-
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie voor zover transacties niet op de
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
4 5 6
7 8
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 vaste activa: Desinvesteringen in (im)materiële
exploitatie verantwoord 9
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betrekken
-
-
-
-
-
10
Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten
-
-
-
-
-
11 a b
Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
623
157
-512
47
332
Berekend EMU-saldo
In het BBV is de verplichting opgenomen dat gemeenschappelijke regelingen ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken over het voorafgaande jaar, het actuele begrotingsjaar en de drie jaren volgend op het begrotingsjaar. Het EMU-saldo heeft het karakter van een resultaatbepaling op kasbasis. Het begrotingstekort van de gehele overheid mag volgens Europese normen niet hoger zijn dan 3%. Dit geldt niet alleen voor het tekort van de Rijksoverheid maar voor het saldo van alle overheden bij elkaar, ook die van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Het positieve EMU-saldo bedraagt in 2024 0,3% ten opzichte van de begroting. Dit ligt lager dan de norm van 3%. De ontwikkeling van het EMU-saldo laat voor 2025 een incidenteel negatief saldo zien als gevolg van de geplande investeringen in de inrichting van gebouwen en inventaris.
48
6.4 Financiering Rekening 2022 Bedragen x 1.000 euro Leningportefeuille Looptijd 2 jaar 3 jaar 4 jaar 5 jaar 6 jaar 7 jaar 10 jaar Totaal
1.600 1.733 3.450 5.804 1.500 700 2.940 17.727
Begroting 2023
Begroting 2024
500 1.033 2.175 3.800 1.200 600 2.450 11.758
333 900 2.380 900 500 1.960 6.973
meerjarenraming 2026
2025
0 450 960 600 400 1.470 3.880
200 300 300 980 1.780
2027
200 490 690
Voor de financiering van de materiële vaste activa zijn leningen afgesloten. In bovenstaand overzicht is nog geen rekening gehouden met de gewijzigde boekwaarde van de activa per ultimo 2022 en de geplande investeringen voor het eerste halfjaar van 2023. Dit zal leiden tot het aantrekken van nieuwe leningen. Op de al lopende leningen is conform aflossingsschema afgelost. Het monitoren van de financieringsbehoefte ten opzichte van de looptijd van de activa en nieuwe investeringen is een continu proces.
6.5 Stand en verloop van de reserves Rekening 2022 Bedragen x 1.000 euro Reserves Algemene Reserve Egalisatiereserve SAAS Bestemmingsreserve Prijsontwikkelingen Bestemmingsreserve Veranderopgave Bestemmingsreserve Informatieveiligheid Bestemmingsreserve Veranderopgave Basisregistraties Resultaat voor bestemming Totaal
-323 1.431 264 75 15 421 1.884
Begroting 2023
Begroting 2024
-174 206 662 21 715
-25 492 662 21 1.150
2025
meerjarenraming 2026
791 662 21 1.474
1.090 662 21 1.774
2027
1.390 662 21 2.073
Bij het vaststellen van de jaarstukken 2020 heeft het bestuur besloten een deel van het negatieve resultaat te onttrekken aan de Algemene reserve. Dit deel van het negatieve resultaat heeft betrekking op verschuivingen van investerings- naar exploitatieprojecten. Het negatieve saldo van de Algemene reserve wordt aangevuld vanuit de vrijgevallen kapitaalslastenbudgetten. Steeds meer software wordt in gebruik genomen in de vorm een SAAS8-oplossing. Het investeringsprogramma is aangepast op deze ontwikkeling, waarbij de hierdoor vrijvallende kapitaalslasten worden gebruikt voor de dekking van de licentiekosten. Het resterende deel van vrijgevallen kapitaalslasten zal worden gebruikt om een egalisatiereserve SAAS te vormen voor o.a. implementatiekosten die bij een SAAS-oplossing niet meer geactiveerd kunnen worden. Met ingang van 2023 wordt er jaarlijks € 206.000 toegevoegd aan deze reserve, oplopend tot € 300.000 in 2027. De onttrekking aan de egalisatiereserve is nog niet opgenomen in de begroting. Deze zullen met een begrotingswijziging aan het bestuur worden voorgelegd wanneer SAAS-oplossingen worden vervangen en budget voor implementatie beschikbaar moet komen.
8
Software as a Service
49
De bestemmingsreserve Prijsontwikkelingen is in 2022 door bestuur ingesteld om middelen beschikbaar te houden voor toekomstige prijsindexaties, aangezien De Connectie veelal werkt met langjarige contracten. Als gevolg van de huidige prijsontwikkelingen is de verwachting dat, zodra de lopende contracten zijn uitgediend, deze een substantiële prijsverhoging zullen laten zien bij hercontractering. De onttrekking aan de deze bestemmingsreserve is nog niet opgenomen in de begroting. Deze zullen met een begrotingswijziging aan het bestuur worden voorgelegd wanneer er zicht is op de meerkosten als gevolg van deze ontwikkeling. De overige bestemmingsreserves zijn in 2023 volledig besteed.
50
6.6 Jaarlijks terugkerende arbeidskosten met een vergelijkbaar volume De BBV schrijft voor dat afzonderlijk aandacht moet worden besteed aan jaarlijkse terugkerende arbeidskosten met een vergelijkbaar volume. Zoals uit de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling blijkt, wordt voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Alle arbeidskosten gerelateerde verplichtingen zijn in de exploitatiebegroting verwerkt. In de nieuw afgesloten CAO is opgenomen dat medewerkers vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke verlofuren mogen sparen. Met dit 'verlofsparen' kunnen medewerkers hun verlof afstemmen op hun loopbaanfase en privéomstandigheden. Vanuit de commissie BBV is aangegeven dat voor deze niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw een voorziening gevormd dient te worden. Mutaties op deze voorziening maken, gezien het onvoorspelbare karakter, geen deel uit van de exploitatiebegroting. Ook opgenomen in de nieuwe CAO is dat medewerkers gebruik kunnen maken van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). In kaart is gebracht welke medewerkers hiervan gebruik zouden kunnen maken de komende jaren. Als een medewerker van deze regeling gebruik maakt zijn hier kosten aan verbonden voor De Connectie.
Omdat niet te voorspellen is hoeveel medewerkers daadwerkelijk van de regeling gebruik gaan maken, wordt hier geen voorziening voor getroffen maar zullen deze kosten in de realisatie van De Connectie terechtkomen.
51
7. Bijlagen 7.1 Bijlage 1: Taakvelden Taakvelden Bedragen x 1.000 euro 0. Bestuur en ondersteuning 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.64 Belastingen overig 0.10 Mutaties reserves Saldo 1. Veiligheid 1.2 Openbare orde en veiligheid Saldo 6. Sociaal domein 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Saldo Resultaat
Arnhem
Renkum
Rheden Totaal baten
-35.002 -221 -
-5.344 -34 -
-8.476 -53 -
-48.822 -308 -49.130
-
-
-
-
Arnhem
Renkum
Rheden Totaal Lasten
31.062 14 3.418 287 351
4.742 2 522 44 54
7.522 3 828 70 85
43.327 19 4.768 401 490 49.005
-5.496 19 4.768 93 490 -125
74
11
18
104 104
104 104
862 862 49.971
-
-
-862
-
-
-862 -862 -49.992
52
862
-
-
Saldo begroting 2024
-21
7.2 Bijlage 2: Lasten per afdeling en team
53