Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie)_Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
•
Protocol 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem
Consequenties afwijking van de norm, protocol 2002 (monstername grondwater): • •
De onderdelen die niet volgens de eisen uit het certificaatschema zijn uitgevoerd: Bemonstering van het grondwater (peilbuis 15 en 200) De aard van de afwijkingen: Tijdens monstername van het grondwater is geconstateerd dat de peilbuizen niet conform protocol 2002 zijn bemonsterd. Afwijking hierin is minder dan vijf keer filterdeel afgepompt en nagenoeg meteen bemonsterd. De oorzaak van de afwijking is dat het grondwater zeer slecht toestroomt. Bij het plaatsen van de peilbuis leek deze wel goed
• •
•
door te stromen. De motivatie voor deze afwijkingen: Door het slecht toestromen van grondwater was het niet mogelijk om het grondwater ter plaatse van de peilbuizen te bemonsteren volgens protocol De inschatting van de consequentie die het afwijken van de eisen heeft op de interpretatie van de onderzoeksgegevens in de vervolgfase van de onderzoeksgegevens in de vervolgfase van het bodemonderzoek: Door het minder doorpompen van grondwater heeft minder verversing van grondwater opgetreden. Verwacht wordt dat dit geen significante gevolgen heeft gehad voor de gemeten concentraties De inschatting van de risico’s die dit met zich meebrengt: De gemeten concentraties in het grondwater kunnen overschat zijn
Kenmerk
R001-1274359LFK-V02-mfv-NL
Consequenties afwijking van de norm, protocol 2018 (maaiveldinspectie): • • • •
•
De onderdelen die niet volgens de eisen uit het certificaatschema zijn uitgevoerd: Uitvoeren van een maaiveldinspectie ten behoeve van het verkennend asbestonderzoek De aard van de afwijkingen: Door gravel op het maaiveld was de inspectie-efficiëntie zeer laag De motivatie voor deze afwijkingen: Door de bedekking van het maaiveld was het niet mogelijk een maaiveldinspectie volgens het protocol uit te voeren De inschatting van de consequentie die het afwijken van de eisen heeft op de interpretatie van de onderzoeksgegevens in de vervolgfase van de onderzoeksgegevens in de vervolgfase van het bodemonderzoek: Door een lage inspectie-efficiëntie kan asbest gelegen op het maaiveld gemist zijn De inschatting van de risico’s die dit met zich meebrengt: Het risico van deze afwijking wordt als laag beoordeeld, omdat de gemeten gehalten beneden de rapportagegrens zijn aangetoond.
TAUW verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar. De analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium. De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is bepaald door het doen van een Klic-melding.
Kenmerk
Bijlage 4
R001-1274359LFK-V02-mfv-NL
Boorprofielen
Kenmerk
R001-1274359LFK-V02-mfv-NL
Bijlage 5
Toetsingskader
B5.1 Toetsingskader circulaire bodemsanering 2013 De analyseresultaten zijn getoetst aan de volgende, in landelijk beleid opgenomen, toetsingswaarden (normen): • •
De Streefwaarden (voor grondwater) en/of Interventiewaarden (voor grond en grondwater) uit de Circulaire Bodemsanering 10 De Achtergrondwaarden (voor grond) uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 11
Daarnaast is voor grond en grondwater ook getoetst aan de Tussenwaarden. Deze waarde is niet opgenomen in de Circulaire Bodemsanering en/of Regeling Bodemkwaliteit maar wel in de Regeling Uniforme Saneringen (RUS). De Tussenwaarde is gedefinieerd als T = ½(AW + I) voor grond en T = ½(S + I) voor grondwater. In tabel B5.1 is vermeld op welke wijze de toetsingsresultaten zijn weergegeven in toetsingstabellen en tekstueel aangeduid in de rapportage. Tabel B5.1 Overzicht toetsingskader Concentratieniveau voor een stof
Weergave in tabellen
Omschrijving in de tekst
≤ AW/S-waarde (of < rapportagegrens)
-
-
> AW/S-waarde ≤ T-waarde
+
Licht verhoogd / verontreinigd
> T-waarde ≤ I-waarde
++
Matig verhoogd / verontreinigd
> I-waarde
+++
Sterk verhoogd / verontreinigd
Bodemtypecorrectie voor grond Op basis van de (gewijzigde) bijlage G 12 onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit wordt vanaf 1 november 2013 bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem het analyseresultaat omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarde voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van locatiespecifieke waarden voor organische stof en lutum. Gevalideerde bodemtoetsing: BoToVa De toetsing van analyseresultaten vindt plaats in een geautomatiseerde toetsingsmodule. Deze toetsingsmodule maakt gebruik van de landelijke BoToVa 13-service voor de validatie van de toetsingsresultaten. Op deze wijze is de kwaliteit van de toetsing aan de geldende normen geborgd.
10
(gewijzigde) Circulaire Bodemsanering die op 1 juli 2013 in werking is getreden (Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013 (gewijzigde) Regeling bodemkwaliteit die op 1 januari 2014 in werking is getreden (laatste wijzigingen zijn opgenomen in Staatscourant 31950, d.d. 15 november 2013) 12 Deze gewijzigde bijlage van de Regeling bodemkwaliteit is voor het eerst gepubliceerd in Staatscourant 22335, d.d. 2 november 2012 13 BoToVa: Bodem Toets- en Validatieservice. Voor meer informatie zie www.botova-service.nl 11
Kenmerk
R001-1274359LFK-V02-mfv-NL
B5.2 Toetsingskader asbest De toetsing van asbest is beschreven in bijlage 3 van de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Er is sprake van een bodemverontreiniging met asbest, indien asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. gewogen (gehalte serpentijn asbest + 10x gehalte amfibool asbest). Indien deze norm op een plaats wordt overschreden, dan is sprake van een geval van ernstige asbestverontreiniging. In het verkennend onderzoek is het analyseresultaat indicatief. Wanneer het indicatieve gehalte lager is dan 0,5 * de interventiewaarde (50 mg/kg d.s.) is statistisch onderbouwd dat de kans gering is dat asbest in een nader onderzoek boven de interventiewaarde wordt aangetroffen. Een nader onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 is niet noodzakelijk.
B5.3 Toetsingswaarden Grond Lutum
25 %
Organisch stof
10 %
gAW
T
I
barium (Ba)
-
463
925
cadmium (Cd)
0,6
6,8
13
kobalt (Co)
15
102,5
190
koper (Cu)
40
115
190
kwik (Hg)
0,15
18,08
36
lood (Pb)
50
290
530
molybdeen (Mo)
1,5
95,8
190
nikkel (Ni)
35
67,5
100
zink (Zn)
140
430
720
20,8
40
0,02
0,51
1
190
2595
5000
METALEN
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
1,5
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
OVERIGE STOFFEN minerale olie (C10-C40) 2019.12.13.3/2.0.0
gAW:
Achtergrondwaarden [mg/kg ds]
T:
Tussenwaarden grond [mg/kg ds]
I:
Interventiewaarden grond [mg/kg ds]