CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8_Toelichting

Raadsvergadering 31 mei 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Laag-Soeren, Eerbeekseweg nabij nr 816.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting

Velp

Rheden

De Steeg

Ellecom

Dieren

Spankeren

Laag-Soeren

Landelijk gebied

Bestemmingsplan

Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8

Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8

2 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Inhoudsopgave Toelichting

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Haalbaarheid en afweging

Bodem Geluid Natuur/Ecologie Groen Water Archeologie Cultuurhistorie Luchtkwaliteit Verkeer en parkeren Externe veiligheid Niet gesprongen explosieven Milieuzonering (incl. geur) Milieueffect rapportage

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Beleid

Rijk Provincie Waterschap Gemeente

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Beschrijving van het plan

Beschrijving plangebied De beoogde ontwikkeling Afweging

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Inleiding

Algemeen Aanleiding bestemmingsplan Ligging plangebieden Geldende bestemmingsplannen

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

7 9 10 10 12 13 15 15 18 20 23 23 23 26 26 31 31 32 33 38 38 41 42 42 43 44 47 48 51

Juridische aspecten

55

Algemeen Procedure bestemmingsplan

55 55 3

Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

5.3 5.4 5.5

Verbeelding en regels Reikwijdte bestemmingsplan Handhaving

55 57 57

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

59

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

61

7.1 7.2 7.3

Inspraak Vooroverleg Zienswijzen

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Bijlage 2

Quickscan Wet natuurbescherming

Bijlage 3

Watertoets

Bijlage 4

Rapportage inzake ruimtelijke acceptabele afstanden

Bijlage 5

Adviesbrief externe veiligheid

Bijlage 6

Onderzoek Stikstofdepositie AERIUS

Bijlage 7

AERIUS berekening gebruiksfase

Bijlage 8

Natuurtoets

Bijlage 9 gebieden

Vergunningaanvraag Wet Natuurbescherming Natura 2000

Bijlage 10

Verleende vergunning i.h.k.v. de Wet Natuurbescherming

Bijlage 11

AERIUS gebruiksfase behorende bij Wnb vergunning 1

Bijlage 12

AERIUS gebruiksfase behorende bij Wnb vergunning 2

4 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

61 61 63

Bijlage 13

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 14

Akoestisch onderzoek

5 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

6 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Toelichting

7 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

8 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Hoofdstuk 1 Inleiding

Leeswijzer De toelichting op een bestemmingsplan wordt binnen de gemeente volgens een vast stramien opgebouwd, en wel als volgt. Hoofdstuk

Inhoud

1 Inleiding

Kort wordt ingegaan op de aanleiding van het bestemmingsplan en de ligging van het plangebied met de daarop gelegen huidige bestemmingen.

2 Beschrijving van het plan

Hier wordt aan de hand van diverse aspecten de huidige stand van zaken in het plangebied beschreven.

3 Beleid

Aangegeven wordt binnen welke beleidskaders en regels van het Rijk, provincie, waerschap en de gemeente het bestemmingsplan is opgesteld.

4 Haalbaarheid en afweging

Hier vindt de toetsing plaats aan beleid en regelgeving.

5 Juridische aspecten

Beschreven wordt de procedure die een bestemmingsplan doorloopt en wordt een toelichting gegeven op de regels van het bestemmingsplan. Toegelicht wordt hoe is omgegaan met de geldende waarden en wanneer een bepaalde bestemming is gebruikt.

6 Economische uitvoerbaarheid

Toegelicht wordt of uitvoering van het bestemmingsplan voor de gemeente haalbaar is.

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Hier wordt beschreven hoe de procedure is verlopen tot de vaststelling van het bestemmingsplan.

9 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

1.1

Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het heeft. In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen aangegeven door middel van kleuren en symbolen, waarbij per object regels zijn gegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat juridisch wordt toegestaan. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status. Na inwerking van de Omgevingswet maakt een bestemmingsplan in eerste instantie onderdeel uit van het omgevingsplan-van-rechtswege.

1.2

Aanleiding bestemmingsplan Het onderhavige bestemmingplan heeft als doel om een nieuwe grondgebonden burgerwoning te realiseren op het terrein achter de bestaande woning aan de Eerbeekseweg 8 te Laag-Soeren. Dit om bij te dragen aan de gewenste uitbreiding van het woningaanbod in het dorp. Dit is reeds deels bewerkstelligd met de woningrealisatie op de locatie Nimmer Dor. Voorliggend plan sluit hier kleinschalig op aan met de inbreiding van één woning. Ruimtelijke kwaliteit is daarbij leidend. Mogelijkheden voor uitbreiding met nieuwe woningen binnen Laag-Soeren worden beperkt door het omringende, waardevolle gebied, met name aan de westzijde door het uitgestrekte bosgebied van de zuidelijke Veluwezoom. Mogelijkheden liggen daardoor voornamelijk aan de oostzijde. In onderhavig plan is sprake van inbreiding met de realisatie van één nieuwe, vrijstaande woning. Het plangebied is door de realisatie van nieuwbouw aan de overzijde inmiddels aan drie zijdes omsloten door bebouwing. Daarnaast zijn de gronden ten noordwesten van het plangebied ondertussen in handen van een projectontwikkelaar. Het plangebied is momenteel in gebruik als grasveld zonder duidelijke functie. Met voorgenomen initiatief wordt middels een beperkte, ruimtelijke ingreep deels voorzien in de woningbehoefte van de gemeente.

Het betreffende gebied is deels gelegen in de gemeente Rheden en deels in de gemeente Brummen, zie afbeelding 1.1 (Rhedens grondgebied roze gearceerd weergegeven). Voorgenomen plan past niet binnen de geldende bestemmingen in de huidige bestemmingsplannen 'Laag-Soeren 2016' van de gemeente Rheden en 'Buitengebied 2008' van de gemeente Brummen. Het is daarom noodzakelijk de bestemmingsplannen te herzien op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daarbij dient, als gevolg van de ligging in twee aparte gemeenten, uitgegaan te worden van twee plangebieden c.q. bestemmingsplanherzieningen. De twee plangebieden worden in het onderhavige bestemmingsplan echter als één gebied beschouwd in verband met de eenheid en onderlinge relatie. Beide gemeenten zijn overeengekomen de bestemmingsplanprocedures in goed juridisch overleg op elkaar af te stemmen en synchroon te laten verlopen. Na vaststelling van beide

10 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

bestemmingsplannen zal er een gemeentegrenscorrectie plaatsvinden en zal de grond van het plangebied wat nu onder de gemeente Brummen valt in het geheel overgaan naar de gemeente Rheden. De toelichting en de regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens het stramien van de gemeente Rheden. Beleidsmatig is dit bestemmingsplan getoetst aan het beleid van de gemeente Rheden.

Afbeelding 1.1: Het betreffende gebied (rood omstippeld) met het Rhedens grondgebied roze gearceerd weergegeven. Het overige gedeelte is Brummens grondgebied.

In voorliggend document wordt het plan toegelicht en gemotiveerd waarom medewerking wordt verleend aan een herziening van het bestemmingsplan en waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening. De ten behoeve van de bestestemmingsplanherzieningen benodigde ruimtelijke onderbouwingen zijn voor beide plangebieden vanwege de helderheid en samenhang nagenoeg gelijk aan elkaar. Deze planherziening heeft betrekking op het gedeelte van het gebied dat onder de gemeente Rheden valt. De afzonderlijke planherziening die betrekking heeft op het gedeelte van het gebied dat onder de gemeente Brummen valt, heeft de naam 'Laag-Soeren, Eerbeekseweg achter nummer 8' gekregen. Naast deze toelichting omvatten de twee nieuwe bestemmingsplannen ieder regels en een verbeelding, alsmede afzonderlijke datasets voor de publicatie. Net als de toelichting, zullen ook de regels voor de beide plangebieden inhoudelijk identiek zijn. Daarmee wordt gewaarborgd dat voor het gebied als geheel dezelfde bouw- en gebruiksregels zullen gelden en zal slechts de bouw van één woning in het gebied mogelijk worden gemaakt. Het enige dat per planherziening verschilt, zijn de verbeelding en de bijbehorende (dubbel)bestemmingen en eventuele aanduidingen.

Voor het gedeelte van het gebied dat binnen de gemeente Brummen valt, wordt een separate verbeelding opgesteld en voor het gedeelte van het gebied dat binnen de gemeente Rheden valt idem dito. Wat betreft systematiek en lay-out komen beide verbeeldingen uiteraard met elkaar 11 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

overeen.

1.3

Ligging plangebieden De plangebieden liggen aan de oostzijde van het dorp Laag-Soeren. Bijzonder aan het betreffende gebied is dus dat het deels in de gemeente Rheden en deels in de gemeente Brummen is gelegen. De nieuwbouwwoning zal hoofdzakelijk binnen de Rhedense gemeentegrens gerealiseerd worden. Het betreffende perceel dat in de gemeente Rheden is gelegen is kadastraal bekend als: gemeente Dieren, sectie P nummer en 2160. Dit perceel heeft reeds de enkelbestemming 'Wonen', maar er ontbreekt een bouwvlak waarbinnen de nieuwe woning gebouwd mag worden. Aan de westzijde is het gebied begrensd door de woning aan de Eerbeekseweg 8. Aan de noordzijde is het gebied begrensd door de tuinen van de woningen aan de Eerbeekseweg en door de bedrijfsgrond van de voormalige kwekerij aan het Soerense Zand Zuid 29. De bedrijfsgrond loopt door tot aan de oostzijde van het plangebied. Recentelijk is een gedeelte van de bedrijfsgrond opgekocht door een projectontwikkelaar met het voornemen hier woningen te realiseren. De zuidzijde van het gebied wordt begrensd door een onverhard pad dat loopt van de Professor Talmaweg naar de Eerbeekseweg, met aan de overzijde van het pad twee grondgebonden nieuwbouwwoningen en de bestaande woning aan de Eerbeekseweg 4. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van het gebied weergegeven.

Afbeelding 1.2: Begrenzing plangebieden in de directe omgeving.

Op de volgende luchtfoto wordt de ligging van het plangebied in de kern van het dorp Laag-Soeren weergegeven.

12 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Afbeelding 1.3: Ligging plangebieden (blauw gearceerd) in de kern Laag-Soeren.

1.4

Geldende bestemmingsplannen Voor het gedeelte van het plangebied dat in de gemeente Rheden is gelegen geldt het bestemmingsplan 'Laag-Soeren 2016' dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 21 februari 2017. Het betreffende perceel heeft de enkelbestemming Wonen en de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2. De wens om een nieuwbouwwoning op dit perceel te bouwen is volgens het geldende bestemmingsplan 'Laag-Soeren 2016' niet mogelijk op grond van het ontbreken van een bouwvlak. In afbeelding 1.4 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan 'Laag-Soeren 2016' weergegeven ter hoogte van het perceel in Rhedens grondgebied.

13 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Afbeelding 1.4: Uitsnede verbeelding 'Laag-Soeren 2016'

Omdat het plan passend is op de locatie en aansluit bij de wens van beide gemeenten om te voorzien in de grote woningbehoefte, wordt het bestemmingsplan herzien.

14 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan

2.1

Beschrijving plangebied Het dorp Laag-Soeren Laag-Soeren is een dorp dat in de noordoostelijke punt van de gemeente Rheden is gelegen, direct tegen de grens van de gemeente Brummen aan. Ten zuidoosten van het dorp ligt Dieren en ten noordwesten ligt Eerbeek. Laag-Soeren wordt gekenmerkt door een aantrekkelijke, groene omgeving en cultuurhistorische (landschaps)elementen. De kern van Laag-Soeren wordt volledig met groen omringd door de bosrijke uitlopers van de stuwwal aan de noordzijde en de oude, lagergelegen agrarische enk aan de zuidzijde. Het dorp is gelegen aan de vroegere weg (Hessenweg) vanuit Duitsland naar de Hanzestad Harderwijk. Laag-Soeren bestaat vermoedelijk al sinds de 11e eeuw als buurtschap. Het is ontstaan nabij de kruising van de Soerense beek en de weg Doesburg-Harderwijk, als een kleine ontginning te midden van heide en moeras. De bescheiden nederzetting had lange tijd geen echte kern, maar bestond uit een aantal verspreid liggende boerderijen en arbeiderswoning te midden van akkers en weilanden. In de periode 1600-1750 stonden er maar enkele huizen/boerderijen in Laag-Soeren, op de hogere gronden veelal aan de zuidkant van het huidige dorp. Het van oorsprong agrarische buurtschap ontwikkelde zich als lintdorp langs de Harderwijkerweg en de aftakking daarvan naar Eerbeek. De oudste bebouwing ligt vooral rond de Soerense Enk en aan de Harderwijkerweg.

Voor de geschiedenis van Laag-Soeren is 1767 een belangrijk jaartal, omdat daarmee een periode werd ingeluid die qua ruimtelijke ontwikkeling vooral buiten de huidige dorpskern vorm kreeg, maar die zo bepalend is geweest dat deze niet los kan worden gezien van de ontwikkeling van buurtschap naar het dorp Laag-Soeren. De bouw van Huis Laag-Soeren en de bijbehorende allee (de latere Badhuislaan) aanplant van bossen in de omgeving van dit huis en aanleg van laanbeplanting. Omstreeks 1860 vatte Jut van Breukelerwaard het plan op om aan de westrand van de Soerense Enk een dorpskern te stichten. Met name in de tweede helft van de 19e eeuw kwam de ontwikkeling van het dorp met omgeving met de stichting van het kuuroord Bethesda tot een bijzonder hoogtepunt. Het dorp ontwikkelde zich langzaam tot een geliefde vakantieplaats en was dan ook vooral gericht op het kuuroord, de hotels en pensions. Belangrijk voor de ontwikkeling van Laag-Soeren was de aanleg van het Apeldoorns Kanaal (rond 1825) om de Veluwe beter te ontsluiten en het gebied te kunnen laten profiteren van industriële ontwikkelingen. Dit heeft bijgedragen aan de verdere ontginning van de gronden. Ook de aanleg van de Spoorlijn Apeldoorn-Dieren met 15

Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

station Laag-Soeren heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het dorp. Van de plannen voor een dorpskern aan de enk kwam niets terecht. Geleidelijk aan ontstond aan de Harderwijkerweg een zekere verdichting van de bebouwing, waaruit zich uiteindelijk de huidige dorpskom ontwikkelde. In 1935 kreeg Laag-Soeren haar eigen kerkgebouw aan de Eerbeekseweg. In 1936 sloten de deuren van het kuuroord dat sindsdien verschillende bestemmingen heeft gekend. Rond de muziektent (1961) aan het Jan Lighthartplein ontstond nog een woonbuurt. De huidige dorpskern bestaat uit een concentratie van hoofdzakelijk negentiende- en twintigste-eeuwse gebouwen langs de Harderwijkerweg en langs de Jut van Breukelerwaardlaan. Rond 1870 was er reeds bebouwing nabij het plangebied aanwezig, zie afbeelding 2.1. Het gaat om de negentiende-eeuwse boerderij 'Zandhoeve' ten noorden van de ontwikkelingslocatie. De Eerbeekseweg lag vroeger meer naar het oosten, wat tegelijkertijd ook de verklaring is van de huidige gemeentegrens, die in de voormalige weg lag.

Afbeelding 2.1: Bebouwing nabij het plangebied omstreeks 1870 (overlay kadasterkaart 1832 op BRT achtergrond 2018)

Een belangrijke voorziening voor het dorp Laag-Soeren is 't Sprengenhus. Dit 'kulturhus' met zijn voorzieningen, waaronder verenigingen en een winkeltje, levert een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid en de sociale kwaliteit van de kern Laag-Soeren. De toevoeging van woningen binnen het dorp is van belang voor het behoud en daarmee de leefbaarheid in Laag-Soeren. Stedenbouwkundig karakteristiek De stedenbouwkundige karakteristiek van het dorp Laag-Soeren is vrij eenvoudig van 16 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

opzet. De Harderwijkerweg is sterk bepalend voor de ruimtelijke structuur van het dorp Laag-Soeren zoals we dat momenteel kennen. De oude postroute tussen Doesburg en Harderwijk vormt in feite de ruggengraat van het dorp. De hele ruimtelijke opzet van het dorp is direct of indirect gericht op de Harderwijkerweg. Het dorp Laag-Soeren is een langgerekt bebouwingslint langs de Harderwijkerweg met ruimtelijke uitwaaiers langs de Prof. Huetlaan, Rozensteinweg, van Zwietenlaan en Eerbeekseweg. Bebouwing langs de Prof. Huetlaan en de Rozensteinweg vormde de aanleiding voor een inbreiding rondom een centraal driehoekvormig plantsoen van traditionele woningbouw in blokverkaveling. Met de realisatie van de dorpsuitbreiding op het voormalige manegeterrein Nimmer Dor is de bebouwingsdichtheid ook aan deze kant van het dorp toegenomen en is er in ruimtelijke opzicht wat meer evenwicht in het dorp ontstaan. Aan de zuidoost zijde van Laag-Soeren is een deel van het buitengebied, vanwege haar cultuurhistorische en landschappelijke waarden, aangemerkt als beschermd dorpsgezicht. Hoewel dit gebied buiten de dorpskern ligt, heeft het grote invloed op de uitstraling van het dorp. Opvallend is de beleefbaarheid van de omgeving vanuit het dorp. Vrijwel vanuit iedere straat is de agrarische en bosrijke omgeving zichtbaar en/of voelbaar.

De hoofdfunctie van de dorpsbebouwing is voornamelijk een woonfunctie met (met name langs de Harderwijkerweg) enkele bedrijfsmatige- en maatschappelijke instellingen. De omgeving van het dorp heeft een overwegend agrarisch karakter of betreft bosgebied. Karakteristiek voor de opzet van het dorp Laag-Soeren is de landschappelijke inpassing van het dorp op de overgang van het beboste Veluwelandschap naar een meer open landschapsvorm ten oosten van het dorp. De woningen in het landelijk woongebied kenmerken zich door ruime kavels, agrarisch van opzet en met een sterke relatie met het buitengebied. Deze woningen zijn gelegen aan de rand van het dorp en maken door hun ligging en ontsluiting meer onderdeel uit van de dorpskern dan van het buitengebied. Op afbeelding 2.2 wordt de huidige situatie van het plangebied weergegeven.

17 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Afbeelding 2.2: Huidige situatie van het plangebied vanaf de zuidwestelijke hoek (bron: QS Wnb Blom Ecologie B.V.)

2.2

De beoogde ontwikkeling Het plangebied ligt in de buitenrand van de dorpskern en heeft een landschappelijk karakter. In de beoogde ontwikkeling behoudt het plangebied een relatief open karakter. Op de ruime kavel wordt slechts één vrijstaande woning gerealiseerd, zoals ook de tegenoverliggende kavels zijn ingericht. Op die manier wordt ingespeeld op de landschappelijke openheid van de oostzijde van het dorp en blijven zichtlijnen naar het achterliggende landschap behouden, wat kenmerkend voor het dorp is. Het plangebied wordt ontsloten op het aanwezige onverharde pad tussen de Eerbeekseweg en de Professor Talmaweg. Hier zijn reeds meerdere woningen op ontsloten. De ontsluiting op de Eerbeekseweg wordt aangemerkt als hoofdontsluiting. Dit is logisch, gezien het feit dat het dorp vanuit de Harderwijkerweg is opgebouwd en de Eerbeekseweg vanuit het plangebied vrijwel direct op de Harderwijkerweg ontsluit. In onderhavig plan wordt gewerkt met een bouwvlak en goot- en nokhoogte. De nieuwbouwwoning wordt opgebouwd in maximaal twee bouwlagen met een kap en kent een architectonische uitwerking zonder de dorpse signatuur te verliezen. De goot- en nokhoogte zullen respectievelijk 3 m en 7 m bedragen. In afbeelding 2.3 wordt de beoogde planologische ontwikkeling in het gebied weergegeven.

18 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Afbeelding 2.3: De beoogde, planologische ontwikkeling van het gebied.

Initiatiefnemer is voornemens een stijlvolle notariswoning op de locatie te realiseren. Zie afbeelding 2.4 en 2.5 voor een sfeerbeeld en de indeling van de beoogde woning.

19 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Afbeelding 2.4: Sfeerbeeld stijlvolle notariswoning.

Afbeelding 2.5: Indeling begane grond

2.3

Afweging Het plangebied dat in de gemeente Rheden is gelegen behoudt met onderhavig plan deels de bestemming Wonen en de bestemming Tuin wordt toegekend aan de voorzijde van de kavel. Daarbij wordt een bouwvlak met bestemming 'Wonen' toegevoegd om de realisatie van de nieuwbouwwoning mogelijk te maken. Aan het plangebied dat in de gemeente Brummen is gelegen wordt eveneens deels de bestemming 'Wonen' en deels de bestemming 'Tuin' toegekend met een afzonderlijke planologische procedure. Bestemming Wonen De bestemming Wonen is gelegd op het gedeelte van het plangebied wat onder de gemeente Brummen valt om daar de activiteit wonen, geen andere activiteit, uitgezonderd een beroep of een bedrijf aan huis én de realisatie van bijgebouwen toe te staan. Aan het plangebied wat onder de gemeente Rheden valt wordt een bouwvlak aan de huidige bestemming Wonen toegevoegd om ter plaatse een woning te realiseren.

20 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis door de bewoner gelden voorwaarden. De aan huis gebonden beroepen zijn krachtens jurisprudentie standaard toegestaan; in de begripsbepalingen is aangegeven om welke beroepen het gaat (artikel 1.9 beroep aan huis). De bedrijfsactiviteiten aan huis vormen een aanvulling hierop. In de lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis - opgenomen als bijlage 1 'Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis' bij de regels van dit plan - is na te lezen welke bedrijven dit betreft. Als een beroep niet past binnen de begripsbepaling dan wel een bedrijf niet voorkomt op deze lijst is afwijking eventueel mogelijk mits voldaan wordt aan de aangegeven criteria. Opgemerkt wordt dat ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, derhalve ook bij de uitoefening van een bedrijf of beroep aan huis, in bijlage 2 'Parkeernormen' voorwaarden zijn gesteld. In deze bijlage zijn onder andere bruikbaarheidsvereisten en de normen per functie vastgelegd. Wat voldoende is, wordt op basis van deze bijlage bepaald bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning dan wel bij een functiewijziging. De realisatie van het hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. De bouwvlakken van beide planherzieningen zijn elkaar gekoppeld, waardoor de realisatie van slechts één woning mogelijk is.

De bijgebouwen (en overkappingen) mogen daarnaast ook gebouwd worden op gronden buiten het bouwvlak binnen de bestemming Wonen. Van belang is dat het verschil met het hoofdgebouw bestaat uit een bouwkundige/architectonische ondergeschiktheid. Functionele ondergeschiktheid is op basis van het bestemmingsplan uitdrukkelijk niet aan de orde. Dit volgt uit de begripsbepaling van 'bijgebouw' zoals neergelegd in artikel 1.16 bijgebouw. Voor de bijgebouwen en overkappingen geldt een maximaal bebouwingspercentage van het bouwperceel. Het bouwperceel is in dit geval in zowel de gemeente Rheden als de gemeente Brummen gelegen tot de vaststelling van de beoogde grenscorrectie. Voor de bijgebouwen en overkappingen geldt een maximaal bebouwingspercentage van het bouwperceel en maximale goot- en nokhoogtes. Bestemming Tuin De bestemming Tuin is toegekend aan het perceelsgedeelte waarvoor bebouwing met gebouwen/overkappingen vanwege de ruimtelijke uitstraling aldaar uitdrukkelijk niet gewenst wordt gevonden. Door de bestemming Tuin wordt nadrukkelijker in beeld gebracht dat de betreffende gronden vrij van gebouwen dienen te blijven. Opgemerkt wordt dat inherent aan het gebruik als tuin is dat daarin mag worden geparkeerd.

21 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

22 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Hoofdstuk 3 Beleid

In dit hoofdstuk komt het ruimtelijk beleid op hoofdlijnen aan de orde. Het gaat hier om vigerend beleid op rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau. Bij de beoordeling van de haalbaarheid in Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op specifiek beleid.

3.1

Rijk

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de structuurvisie 'Nationale Omgevingsvisie (NOVI)' vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Geconcludeerd kan worden dat in onderhavig bestemmingsplan geen onderwerpen aan de orde zijn zoals bedoeld in het Barro. De mogelijkheden die het plan bevat, betreffen geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening.

3.2

Provincie Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Algemeen Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit;

23 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat.

Woon- en leefklimaat Voor dit bestemmingsplan is de ambitie voor het woon- en leefklimaat van toepassing. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Zo worden de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland versterkt, nu en in de toekomst. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In de groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing.

Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening Gelderland is het ruimtelijke beleid zoals dat in de Omgevingsvisie Gelderland is verwoord, deels verankerd. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De omgevingsverordening wordt regelmatig geactualiseerd. Voor onderhavig plan is gebruik gemaakt van de op 31 maart 2021 vastgestelde versie. Deze verordening is bindend voor de gemeente. Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapselementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone.

Het Gelders Natuurnetwerk en de Groene 24 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Ontwikkelingszone worden beschermd door in bestemmingsplannen hiermee rekening te houden. Daarvoor vormt de Omgevingsverordening Gelderland de basis. In de Omgevingsverordening zijn de kernkwaliteiten van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone vastgelegd. Binnen het Gelders Natuurnetwerk worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt. In de Groene Ontwikkelingszone worden geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied. Hiervan kan slechts worden afgeweken indien er geen reële alternatieven zijn, sprake is van redenen van groot openbaar belang, de negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en samenhang zoveel mogelijk worden beperkt en gelijkwaardig worden gecompenseerd. Daarnaast is volledigheidshalve getoetst of het plangebied betrekking heeft op het Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingzone zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Gelderland, hetgeen niet het geval is gebleken aangezien het plangebied op ruim 115 m afstand van het Gelders natuurnetwerk en ruim 250 m van groene ontwikkelingszones gelegen is.

Afbeelding 3.1: Ligging plangebied t.o.v. GNN en GO

Voor zover sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Bro kan geconcludeerd worden dat de medewerking aan de planrealisatie op een juiste wijze is afgewogen en dat voldaan wordt aan het gestelde in de Omgevingsverordening Gelderland. Geconcludeerd kan worden dat de aard van het bestemmingsplan zodanig is dat het provinciale beleid, anders dan vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, niet aan de orde is.

25 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

3.3

Waterschap Het waterschap heeft de zorg voor de waterkeringen, is verantwoordelijk voor het grond- en oppervlaktewater in het landelijke gebied en in het stedelijk gebied voor het oppervlaktewater. Daarnaast heeft het waterschap als taak het zuiveren van het afvalwater. Het plangebied is gelegen binnen het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe. Waterschap Vallei en Veluwe Op 30 september 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgesteld. De afgelopen jaren is veel bereikt, maar tegelijk staan er voor de komende jaren nieuwe uitdagingen. In het waterbeheerprogramma beschrijft het waterschap haar ambities en doelen voor het waarborgen van de waterveiligheid, het zorgen voor voldoende én schoon oppervlaktewater, het zuiveren van afvalwater en het verder ontwikkelen van de vele samenwerkings- en innovatiemogelijkheden. Het Waterbeheerprogramma (WBP) geeft de koers aan die het waterschap wil gaan varen en beoogt daarmee twee dingen. Ten eerste inzicht geven aan alle gebruikers en partners in het werkgebied in de doelen en maatregelen die het waterschap de komende zes jaar gaat bereiken. Ten tweede de koers intern bij het waterschap, als spoorboekje, expliciet maken en vastleggen. Het Waterbeheerprogramma loopt eind 2021 af. Het nieuwe programma (met de naam BOP) voor de periode van 2022-2027 wordt in de loop van 2021 officieel vast gesteld.

In de Waterbeheerplannen van het waterschap Vallei en Veluwe zijn geen projecten beschreven die nopen tot een regeling in onderhavig plangebied. De belangen van het waterschap zijn binnen het watertoetsproces mee gewogen. Dit is nader beschreven in paragraaf 4.5.

3.4

Gemeente Voor onderhavig plangebied is het volgende gemeentelijke beleid van belang. Wonen September 2020 heeft de gemeenteraad van Rheden de Woonvisie 2020-2026 (Samen Wonen in Rheden) vastgesteld. Daarin ligt onder andere de focus op levensloopgeschikt en duurzaam bouwen. Tevens is vastgelegd dat bij projecten vanaf 5 woningen minimaal 70 procent koop onder NHG, sociale huur of middenhuur (huur tot 1000 euro) moet zijn. Het toevoegen van een enkele duurzame, levensloopgeschikte, dure koopwoning is niet strijdig met de Woonvisie 2020-2026. De kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente bedraagt 681 woningen in de periode 2017-2027. In de jaren 2017-2019 zijn 131 woningen toegevoegd. Milieuzonering In de Nota Milieuzonering Rheden 2015 die op 26 mei 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld, is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met milieuzonering. De hoofdlijn is als volgt. Ten aanzien van dit aspect wordt de VNG-uitgave Bedrijven en

26 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Milieuzonering gehanteerd. In nieuwe situaties wordt getoetst aan de richtafstanden. Afwijken van die afstanden is mogelijk mits gemotiveerd (met een onderzoek). In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden ook bestaande situaties beoordeeld. Bestaande bedrijven worden in principe zo bestemd dat zij minimaal kunnen blijven functioneren. Tenzij sprake is van een milieuknelpunt en bedrijfsbeëindiging is gewaarborgd. Welstandsnota Rheden De welstandsnota vormt samen met het bestemmingsplan het (juridische) kader waaraan een omgevingsvergunning wordt getoetst ten aanzien van de ruimtelijke aanpassing van de gebouwde omgeving. Op 30 mei 2017 heeft de raad de welstandsnota geactualiseerd. Met deze welstandsnota zijn de gemeente, ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving. De nota is alleen daar van toepassing waar het algemeen belang van de leefomgeving groot is. Daar waar het niet nodig is, geeft de nota ruimte voor de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer en inwoner voor de verschijningsvorm van een bouwwerk. Hiermee wordt de regelgeving ten aanzien van welstand beperkt tot de hoogstnodige welstandscriteria zonder dat de kwaliteit van de bebouwde omgeving achteruit gaat. De nota is digitaal beschikbaar via de website www.welstandsnotas.nl/rheden. Hier kan iedereen de nota op adres raadplegen.

Structuurvisie Visie kleine kernen De Structuurvisie Kleine Kernen is op 27 september 2016 door de gemeenteraad van Rheden vastgesteld. Het geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen voor De Steeg, Ellecom, Spankeren en Laag-Soeren. De visie beschrijft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling op lange termijn en de daarvoor noodzakelijke maatregelen op korte termijn met als doel de leefbaarheid van de dorpen en hun omgeving in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. De grote verscheidenheid aan kwaliteiten in De Steeg, Ellecom, Spankeren en Laag-Soeren is waardevol en wordt gekoesterd. Het doel is de kernkwaliteiten van de dorpen en hun buitengebieden minimaal te behouden en waar nodig te versterken. Op de lokale woningmarkt is de doorstroming in Laag-Soeren beperkt. Hierdoor komen weinig geschikte woningen voor jonge gezinnen vrij. In de visie komt naar voren dat er kansen liggen door in te zetten op duurzame ontwikkeling van de gebouwde omgeving (kwaliteit, comfort, energieprestatie en toekomstwaarde). In 2030 is Laag-Soeren nog steeds een rustig en gemoedelijk dorp waar bewoners, recreanten en toeristen genieten van de aantrekkelijke omgeving, ruimte, rust en natuur.

De historie van Laag-Soeren met het badhuis en zijn bijzondere ligging, aan de rand van de Veluwe omringd door sprengen en beken, is niet alleen beleefbaar in het buitengebied maar ook voelbaar in het dorp. In de visie wordt een geleidelijke landschappelijke overgang tussen het dorp en landelijk gebied beoogd. De zichtrelaties vanuit het dorp naar de omgeving worden behouden en waar mogelijk te 27 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

versterkt. De realisatie van het nieuwbouwproject Hof van Soeren en andere kleinschalige woningbouwontwikkelingen in de periode tot 2030 hebben geleid tot meer levendigheid in het dorp en differentiatie in de woningvoorraad. Hierdoor blijft het in Laag-Soeren ook in de toekomst goed wonen voor jong en oud. Kleinschalige nieuwbouw, herontwikkeling van bestaande locaties en renovatie van de bestaande woningvoorraad moeten na voltooiing van grote woningbouwprojecten voorzien in de woningbehoefte van Laag-Soeren. Bij nieuwe woningbouwontwikkelingen staat de vraag naar landelijke woonmilieus centraal. Het plangebied is gelegen in historisch dorpsgebied dat zich kenmerkt door een langgerekte reeks van individuele panden die, op ruime afstand van elkaar, georiënteerd staan naar de oude verbindingsweg (Harderwijkerweg). De continuïteit van de route is duidelijk waarneembaar. Via de open ruimten tussen de panden is op veel plaatsen zicht op de agrarische en bosrijke omgeving. De oudste bebouwing, veelal met een agrarische oorsprong, staat dicht op de weg. De tussenliggende ruimten zijn in de periode 1860-2000 geleidelijk aan opgevuld met vrijstaande woningen, veelal met een riante voortuin. Het plangebied ligt in de Visie kleine kernen direct tegen een woningbouwlocatie aan, zie afbeelding 3.2.

28 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Afbeelding 3.2: Uitsnede Visie kleine kernen, deelgebied Laag-Soeren

29 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

30 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Hoofdstuk 4 Haalbaarheid en afweging

Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, aan beleid van andere overheden en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de (nieuwe) mogelijkheden die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst. Ten aanzien van nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt verantwoording afgelegd volgens het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro inzake de onderbouwing van de behoefte. In de paragrafen 4.1 tot en met 4.13 zijn de voorgenomen ontwikkelingen getoetst aan diverse aspecten. Per paragraaf is eerst het toetsingskader aangegeven, gevolgd door de beoordeling en de conclusie. Het kader is voor beide locaties gelijk. De beoordeling is onderverdeeld per locatie. Bij de conclusie is de onderverdeling per locatie indien noodzakelijk apart gegeven.

4.1

Bodem Kader Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. Bodemonderzoeken mogen niet meer dan 5 jaar oud zijn. Indien er sprake is van bouwactiviteiten is ook in het kader van de bouwvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. In de praktijk worden deze onderzoeken vaak gecombineerd. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Beoordeling Het plangebied was voormalig in gebruik bij een kwekerij. In onderhavig plan wordt een nieuwe verblijfsruimte aangevraagd. Hierom en vanwege de gedeeltelijke functieverandering van het plangebied is onderzoek vereist naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging op het gehele plangebied. Een verkennend bodem- en asbestonderzoek is 4 december 2019 op de locatie uitgevoerd door het bureau Hunneman milieu-advies. Zie bijlage 1 van deze ruimtelijke toelichting voor het volledige onderzoeksrapport. 31

Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Op basis van de geïnventariseerde informatie is voor de onderzoeksopzet grotendeels uitgegaan van de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de NEN-5740. Voor de locatie is de onderzoeksstrategie "ONV" (onverdacht onderzoek) toegepast. Vanwege de voormalige kwekerijactiviteiten zijn de bovengrondmonsters aanvullend geanalyseerd op bestrijdingsmiddelen (OCB's). Het onderzoek trekt de volgende conclusies en doet de volgende aanbevelingen: "Zintuiglijk zijn in de vaste bodem sporen puin waargenomen. In de vaste bodem is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. Analytisch zijn in de vaste bodem en in het grondwater licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan, milieutechnisch gezien, geen bezwaren voor de voorgenomen nieuwbouw op de locatie. Er wordt geadviseerd om bij ontwikkeling van de locatie te werken met een gesloten grondbalans. Indien grond vrijkomt en van de locatie wordt afgevoerd is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing (Bbk). Af te voeren grond dient eventueel AP-04 te worden ingekeurd, voor de bepaling van de definitieve afzetmogelijkheden." Conclusie Er zijn geen bodemhygiënische redenen gevonden die het voorgenomen plan in de weg staan.

Het aspect bodem vormt geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

4.2

Geluid Kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan uitgezonderd. De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen en scholen 'geluidsgevoelige bestemmingen'. De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde'). Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel terug te dringen moeten dan onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard.

32 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'. De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48 dB tot en met 53 dB in buitenstedelijk gebied en in stedelijk gebied van 48 dB tot 63 dB en voor spoorweglawaai 55 dB tot en met 68 dB. Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. In de op 27 april 2015 vastgestelde Nota Hogere Waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 hebben burgemeester en wethouders vastgelegd hoe zij omgaan met het verlenen van hogere grenswaarden. Beoordeling Het plangebied ligt aan een rustige, onverharde 30 km/h weg, maar gedeeltelijk in de geluidszone van een 50 km/h weg, namelijk de Harderwijkerweg. Voor de ruimtelijke onderbouwing van de plannen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en is de situatie beoordeeld aan de hand van de Wet geluidhinder, de Wet ruimtelijke ordening en het gemeentelijke geluidbeleid. Zie bijlage 14 voor het akoestisch onderzoek.

Doel van dit onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting binnen het plangebied voor zover deze wordt veroorzaakt door het relevante wegverkeer. Uit het onderzoek blijkt dat de locatie voldoet aan de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder, de Wet ruimtelijke ordening an aan het gemeentelijk geluidbeleid. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.3

Natuur/Ecologie Kader De bescherming van gebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Waardevol open gebied, Nationaal landschap). Voor de bescherming van soorten geldt alleen de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn speciale beschermingszones aangewezen. Samen vormen zij Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. De Veluwe en de Rijntakken zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden.

33 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Binnen deze gebieden mag de kwaliteit van de natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen soorten niet verslechteren en mogen er geen storende factoren optreden die een significant negatief effect hebben. Dit geldt niet alleen voor de activiteiten en ingrepen in het gebied zelf, maar ook voor activiteiten en ingrepen daar buiten die invloed kunnen hebben op het gebied. Het landelijke Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is binnen de provincie beschermd. Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschaps- elementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone. Daarnaast worden in de Omgevingsverordening beschermd het Waardevol open gebied en het Nationaal landschap. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura2000-gebieden.

Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. De effectbeoordeling stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken, de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. De effectbeoordeling stikstofdepositie wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader onderzoek nodig is (passende beoordeling). Met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering die is ingegaan op 1 juli 2021 is daarmee de bouwvrijstelling ingegaan. De vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. In Nederland zijn ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen: gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie.

Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot 'significante effecten' op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming (Wnb) vergunning. Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming Ook de bescherming van soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderzocht worden welke gevolgen dit heeft voor de aanwezige beschermde soorten en/of hun leefomgeving. Als een plan (in)direct kan leiden tot de verstoring van een beschermde soort of vernietiging van het leefgebied, 34 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

een vaste rust- of verblijfplaats, kan het project strijdig zijn met de Wnb. Deze wet kent drie verschillende beschermingsregimes: Alle van nature in het wild levende vogels: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Vogelrichtlijn; Soorten opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage II van het Verdrag van Bonn: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Habitatrichtlijn; Ander soorten genoemd in bijlage A van de Wnb: de bescherming van deze soorten, die veelal op de rode lijst staan, is iets minder stringent dan die van de Vogel- en Habitatrichtlijn. De provincie heeft in de Omgevingsverordening aangegeven voor welke algemeen voorkomende soorten een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen. Beoordeling Er is een Quickscan Wet natuurbescherming voor de planlocatie uitgevoerd door Blom Ecologie B.V. d.d. 14 mei 2020 (revisie op 20 augustus 2021). Zie bijlage 2 van deze ruimtelijke toelichting voor het onderzoeksrapport. De belangrijkste ondervindingen worden hieronder benoemd, aangevuld met toelichtingen uit het stikstofdepositie-onderzoek door Architectenbureau DBL d.d. 27 juli 2021. Soortenbescherming Binnen een straal van circa 2 km van de planlocatie is het voorkomen van beschermde vaatplanten niet bekend (NDFF 2010-2020).

Gedurende het veldbezoek zijn geen beschermde planten en/of sporen hiervan aangetroffen. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot de habitatpreferentie van kwetsbare en zeldzame vaatplanten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Gelet op het gebruik van de locatie en de afwezigheid van gunstige migratieroutes in de directe omgeving van de locatie is het aannemelijk dat er geen sprake is van essentieel functioneel leefgebied voor soorten van de Habitatrichtlijn en niet vrijgestelde Andere soorten. De planlocatie heeft enkel mogelijk een functie voor algemene soorten. Dit betreft met name egel, konijn, mol en veldmuis. Dergelijke soorten zijn dermate opportunistisch dat in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar habitat aanwezig is waar ze zich al dan niet tijdelijk kunnen ophouden. Bovendien geldt voor dergelijke algemene soorten vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Op en rondom de planlocatie zijn geen holen, nesten of sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming van de provincie vallen (zie Wnb art 3.10). Effecten op beschermde zoogdieren zijn uitgesloten. Er kan sprake zijn van tijdelijke verstoring van vleermuizen ten gevolge van werkzaamheden of lichtgebruik.

Echter is er geen sprake van essentieel foerageergebied gezien de aanwezigheid van geschiktere foerageergebieden in de omgeving. Ook is er geen sprake van een essentiële vliegroute, gezien de afwezigheid van structuren waarlangs vleermuizen migreren. Vleermuizen kunnen verblind en daardoor gedesoriënteerd raken als gevolg van felle verlichting. Sterk verlichte locaties worden gemeden door vleermuizen. Tijdens en na de beoogde ontwikkeling dient bij 35 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

voorkeur geen verlichting te worden toegepast. Bij voorkeur de werkzaamheden uitvoeren tussen zonsopkomst en zonsondergang. Mocht verlichting noodzakelijk zijn wordt vleermuisvriendelijke verlichting geadviseerd. Het plangebied vormt geen essentieel functioneel leefgebied van beschermde amfibieën. Het valt niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad, gedurende de terrestrische (herfst/winter) periode voorkomen binnen de planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen (zie Wet natuurbescherming). Negatieve effecten op beschermde amfibieën zijn uitgesloten. Reptielen zijn over het algemeen verbonden aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen als heidevelden, bosgebied en natuurlijke oevers. Gezien de afwezigheid van structuurrijke biotopen en de mate van menselijke verstoring is het voorkomen van beschermde reptielen binnen het plangebied uitgesloten. Negatieve effecten op beschermde reptielen zijn derhalve uitgesloten. Op de planlocatie en binnen de invloedssfeer van de beoogde ontwikkeling bevindt zich geen oppervlaktewater. Negatieve effecten op (beschermde) vissen zijn uitgesloten. Op de planlocatie zijn gedurende het veldbezoek geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen.

Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Ook is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Negatieve effecten op de soortgroep zijn uitgesloten. Gedurende het veldbezoek zijn geen individuen, nesten en/of sporen aangetroffen van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nestlocatie en/of leefgebied. Op de planlocatie bevindt zich geen bebouwing die geschikte nestlocaties voor huismussen zouden kunnen vormen. Het voorkomen van nestlocaties van huismus op de planlocatie kan derhalve uitgesloten worden. Wel zijn er huismussen aangetroffen in de rij met struiken ten zuidwesten van de grasweide. Als deze tijdens de beoogde ontwikkeling worden weggehaald leidt dat tot beperkte aantasting van groene delen. Echter, is hier geen sprake van essentieel functioneel leefgebied, mede gezien de ruime aanwezigheid van groenstructuren in de naastliggende tuin(en). Van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en functioneel leefgebied is geen sprake. De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene vogelsoorten.

De struiken, bomen en bebouwing vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de werkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt 36 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige. Zie Bijlage 2 voor de volledige toelichting over de te treffen maatregelen tijdens de bouwfase. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Op een afstand van circa 120 m ligt het Natura 2000-gebied 'Veluwe'. Op een afstand van circa 120 m ligt eveneens het Gelders Natuurnetwerk en op circa 260 m ligt een groene ontwikkelingszone. Ten aanzien van het GNN geldt geen externe werking. Indien er sprake is van een effect op Natura 2000-gebieden, betreft dit wel een extern effect, zoals toenamen van stikstofdepositie, licht of geluid. Externe effecten zoals licht en geluid zijn als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling niet aan de orde. Ten aanzien van stikstof geldt dat de beoogde ontwikkeling de realisatie betreft van een woning. Deze wordt gasloos uitgevoerd en de woning zal daarom geen stikstofuitstoot hebben in de gebruiksfase. Om inzicht te verkrijgen in de stikstofdepositie in de gebruiksfase van de beoogde situatie t.a.v. verkeersbewegingen is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd.

Het betreffende rapport en de bijbehorende berekening zijn respectievelijk als bijlagen 6 en 7 toegevoegd aan deze ruimtelijke toelichting. De nieuwe woning genereert afgerond 8 lichte verkeersbewegingen per dag. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ingreep tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen met een NOx-emissie van < 1 kg/jaar, die wel resulteert in een extra bijdrage van 0,02 mol/ha/jaar stikstofdepositie op natuurgebied de Veluwe, vanwege de geringe afstand van het plangebied tot dit Natura 2000-gebied. Er is dus sprake van een verhoging van de stikstofdepositie binnen een stikstofgevoelig habitattype van een natura 2000-gebied met voorgenomen plan. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er mogelijk negatieve effecten op binnen het omliggende Natura 2000-gebied de 'Veluwe'. Een vergunning in het kader van de gebiedsbescherming Wet Natuurbescherming is voor het plan daarmee noodzakelijk. Met deze aanvraag wordt ook een beroep gedaan op het stikstofregistratiesysteem (SSRS) voor extern salderen. Voor de ontwikkeling geldt dat er voldoende ruimte in het stikstofregistratiesysteem beschikbaar is en er depositieruimte is gereserveerd. Het plan voor de bestemmingsplanwijziging zoals aangegeven, is door de gemeente Rheden bij de provincie Gelderland aangemeld.

De provincie heeft inmiddels een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming voor het plan verleend. Zie bijlagen 8-12 van de ruimtelijke toelichting. Houtopstanden In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien aan (i) zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer of (ii) een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet noodzakelijk. Conclusies Het aspect natuurwaarden is geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

37 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

Volledigheidshalve wordt hier nog opgemerkt dat ten allen tijde rekening moet worden gehouden met de zorgplicht die voortvloeit uit de Wet natuurbescherming.

4.4

Groen Op de lijst bijzondere bomen staan ongeveer 1.250 particuliere en 7.000 gemeentelijke bomen. De belangrijkste bomenlanen en bomenrijen in de gemeente staan er op. De lijst bijzondere bomen is dynamisch. Er kunnen altijd bomen bij of af. Beoordeling Op het perceel zijn geen bomen aanwezig welke opgenomen zijn op de 'Lijst van bijzondere bomen gemeente Rheden' of bomen welke in de toekomst de potentie hebben om op deze lijst te worden opgenomen. Uitgangspunt is het handhaven van bestaande bomen. Conclusie Indien in het kader van de gewenste ontwikkeling bomen gekapt dienen te worden is geen kapvergunning nodig. Het inmeten van de bomen is derhalve niet noodzakelijk.

4.5

Water Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en waterlast voorkomen worden en kan ook de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Daarom is het noodzakelijk dat gebiedseigen water zo lang mogelijk in het gebied zelf blijft. Dit gebeurt door middel van het afkoppelen van het schone hemelwater (regen) wat op verhardingen valt zo bijvoorbeeld de daken. Aan de hand van de Handreiking Watertoets is het aspect water in onderhavig plan meegenomen. Doel van het watertoetsproces is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Voor het project is een digitale watertoets uitgevoerd, zie bijlage 3 van deze ruimtelijke toelichting. Er is geen overleg nodig met het waterschap. In de tabel wordt aangegeven welke waterthema's voor het bestemmingsplan relevant zijn. Na de tabel volgt een toelichting op de relevante aspecten. Bij dit plan is het omgaan met hemelwater aan de orde door toename van verhard oppervlak in de beoogde situatie. In dit verband wordt als volgorde gehanteerd: water zoveel mogelijk vasthouden, vervolgens het overtollig water tijdelijk bergen en in de laatste plaats het afvoeren van water. Het realiseren van nieuwe watergangen is niet aan de orde.

Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige aspecten

38 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (concept)

voor onderhavig bestemmingsplan relevant zijn. Thema

Toetsvraag

Relevant

Hoofdthema's 1. Ligt in of nabij het plangebied een Veiligheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=bc498cbc-34f7-468b-87bd-31a7a5d44219