Kadernotitie 2026 ODRA versie 1.7 def
Tekst van het document
ODRA Koers- en kadernotitie 2026 o.b.v. het MJP 2025-2028
In oktober is met de regisseurs het gesprek gevoerd over de koers van ODRA komende jaren en daar zijn ook de eventuele besparingsmogelijkheden bij betrokken. Daarnaast is ook de opbouw naar een kadernota met het oog op de begroting 2026 besproken. In voorliggend document hebben we beiden samengebracht. Eerst leggen we het wat en hoe ter bespreking voor en is daar nu ook de financiering aan gekoppeld. Uiteindelijk is dit document op 19 december 2024 vastgesteld door het Algemeen Bestuur, waarna de voorbereidingen voor de begroting 2026 kunnen starten. Naast de hierna te noemen ontwikkelingen is ook sprake van een herijking van het Gelderse speelveld van omgevingsdiensten en oriënteert de provincie zich momenteel ook op haar eigen VTHtakenpakket. Beide ontwikkelingen zullen zeker consequenties hebben voor ODRA en zijn niet of zeer beperkt beïnvloedbaar. Vandaar dat we deze buiten haken plaatsen. De gedachte hierbij is dat vanuit eigen kracht redeneren de kans het grootst is dat we adaptief en met zoveel mogelijk eigen regie kunnen acteren.
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 1
Inhoud Voorwoord ........................................................................................................................................................................ 3 Hoofdstuk 1 Wat gaan we doen in 2026? ......................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Hoe willen we dat doen? – Strategie in context .......................................................................................... 8 A. B. C. D. E.
Stimuleren en behouden kennis en kunde ........................................................................................................... 8 Slimmer benutten van de aanwezige specialistische kennis ................................................................................ 9 Andere financiering............................................................................................................................................... 9 Data en informatie .............................................................................................................................................. 10 Samenspel met de omgeving .............................................................................................................................. 10
Hoofdstuk 3 Financiële vertaalslag voor de begroting 2026 ......................................................................................... 12
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 2
Voorwoord ODRA doet ertoe. In een tijd waarin ons milieu, de kwaliteit van leven en de toekomst van onze gemeenschappen steeds urgenter worden, staat de rol van omgevingsdiensten centraal. ODRA wil toekomstgericht en duurzaam uitvoering geven aan haar taken. Dit vraagt om een innovatieve benadering, waarbij wij niet alleen proactief uitvoeren en handelen, maar ook adviserend optreden, zodat we inspelen op de dynamische uitdagingen van deze tijd. De robuustheidscriteria van het IBP-VTH programma vormen daarbij een belangrijk fundament. Per 1 april 2026 is ODRA robuust. Deze criteria geven richtlijnen om onze processen en diensten zo in te richten dat ze bestand zijn tegen de opgaven die op ons afkomen. Het is essentieel dat wij als omgevingsdienst niet alleen vandaag de juiste besluiten nemen, maar ook de gevolgen daarvan voor de toekomst scherp in het oog houden. Dit vergt samenwerking, creativiteit en een constante bereidheid om te leren en ons aan te passen. Tegelijkertijd moeten wij ons realiseren dat we opereren binnen een context van krapte op de arbeidsmarkt. De beschikbaarheid van deskundige medewerkers is van cruciaal belang om onze verantwoordelijkheden waar te maken. We staan voor de uitdaging om aantrekkelijk te zijn voor huidige- en toekomstige talenten, zodat we de juiste mensen kunnen aantrekken en behouden in onze organisatie.
Innovatieve wervingsmethoden en een inspirerende werkplek en omgeving zijn dan noodzakelijk om de continuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening te waarborgen. Daarnaast zijn onze gemeentelijke partners bezig met het vormgeven van structurele besparingen in hun eigen begroting wegens kortingen in het gemeentefonds vanaf 2026. Aan ODRA is gevraagd welke mogelijkheden zij hebben om hieraan bij te dragen. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging van middelen en prioriteiten. Wij beseffen dat een evenwichtige en transparante financiële planning noodzakelijk is om onze werkzaamheden op een verantwoorde manier voort te zetten, waarbij de risico’s goed in kaart zijn gebracht. Wij beschouwen het dan ook als onze plicht om efficiënt om te gaan met de beschikbare middelen en tegelijkertijd de kwaliteit van onze dienstverlening in stand te houden. De weg die voor ons ligt, is uitdagend. De hoeveelheid taken, samen met de inherent beperkte capaciteit, maakt het noodzakelijk om scherpe keuzes te maken. ODRA streeft ernaar haar capaciteit vooral te richten op de gebieden waar zij de grootste bijdrage kan leveren aan het creëren van een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving en waar toezicht en handhaving de meeste impact kan hebben. Laten we deze uitdaging samen omarmen en ons inzetten voor een duurzame toekomst waarin wij de belangen van milieu, mens en dier vooropstellen.
Ruben Vlaander – directeur ODRA
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 3
Hoofdstuk 1 Wat gaan we doen in 2026? ODRA is een kennisrijke uitvoeringsorganisatie en wil deze komende jaren verder door ontwikkelen, daarbij gebruik makend van innovatieve werkwijzen en instrumenten waar dat kan. Dat is geen doel op zich, maar een noodzakelijke koers om de verwachte bijdragen aan het oplossen van de opgaven van haar partners in te lossen. Die bijdragen staan verwoord in het Meerjarenprogramma 2025-2028 (MJP). Daarin is, verspreid over de planperiode, een aantal inhoudelijke prioriteiten geformuleerd binnen de VTH-uitvoeringstaken, naast een aantal programma’s en projecten om adequaat in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen. Deze prioriteiten en projecten vormen samen met de ontwikkelingen in het volume van de VTH-taken de basis voor de begroting. Het MJP is op 17-4-2024 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. ODRA gaat invulling geven aan deze prioriteiten, door meer in te zetten aan de voorkant van het proces, namelijk door advisering bij de omgevingsplannen. Dit is daarna het aangrijpingspunt voor méér specifieke accenten in de uitvoering. Door deze accenten te leggen, kunnen wij aan de inwoners ook beter inzichtelijk maken wat de publieke waarde van ODRA is, welk effect ons werk heeft op de volksgezondheid en veiligheid van onze leefomgeving.
ODRA gaat geen nieuwe dingen doen, maar vooral méér specifieke accenten leggen in de uitvoering van haar werk. Ook om zo in tijden van krapte de beperkte middelen optimaal te laten renderen. In de volumes van de VTH-taken zien we voor alle partners – afgezien van een stijging van het aantal adviesdiensten en een groter beroep op de aanwezige bodemexpertise – geen grote wijzigingen ten opzichte van het lopende jaar 2024 en begroting 2025. Wel kunnen voor enkele partners de volumes voor de bouwtaken fluctueren, afhankelijk van de lokale ontwikkelingen. Door de Omgevingswet is het proces veranderd. Na invoering van de Omgevingswet in 2024 is de regelgeving complexer geworden, zijn procedures en workflows aangepast of vernieuwd om aan de nieuwe wetgeving te voldoen en hebben onze medewerkers tijd nodig gehad om vertrouwd te raken met de nieuwe wetgeving. Daardoor is voor een aantal producten de gemiddelde tijdsbesteding groter geworden. Welke consequenties dat heeft voor de begroting wordt nog nader geanalyseerd. Er zijn nog onvoldoende data beschikbaar (op moment van schrijven is 2024 nog niet afgelopen) om dat exact te kunnen aangeven. De 11 prioriteiten zijn:
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 4
Prioriteit 1: Luchtkwaliteit In 2025 worden een aantal vergunningen aangescherpt en geactualiseerd op luchtemissies. Periodiek gaat ODRA na of de milieuvoorschriften in de vergunning nog voldoen aan de huidige standaarden, rekening houdend met de recente ontwikkelingen op het gebied van beleid, wet- en regelgeving rondom lucht en gezondheid. Schone lucht draagt bij aan een betere levenskwaliteit en bevordert actieve recreatie in de buitenlucht. Hier borduren we op voort in 2026 waarbij we – mede gebaseerd op geactualiseerde vergunningen – de toezichtinzet op de voor luchtkwaliteit prioritaire MBA’s zullen focussen (denk aan steenfabrieken en stookinstallaties). Dit zal boven op het programmatisch toezicht worden uitgevoerd. Daarnaast is (in 2025 al) de omvang van het werk van de meetdienst uitgebreid en verbreed, vooral ten aanzien van de adviserende rol. Prioriteit 2: Verminderen milieuhinder Langdurige blootstelling aan hoge geluidsniveaus kan leiden tot stress, slaapstoornissen en zelfs harten vaatziekten. Geluidshinder beïnvloedt de kwaliteit van de leefomgeving. In 2026 zet ODRA dan ook, samen met gemeenten, in op het verminderen van geluidhinder door een bronaanpak bij bedrijfsactiviteiten en evenementen inclusief geluidmetingen. Het ontwikkelen van maatwerkaanpak voor bepaalde mba’s maakt daar deel van uit en betekent een (kleine) extra investering.
Dit alles in de verwachting dat het aantal klachten van geluidgehinderden minder wordt (en daarmee ook weer kosten voor de behandeling ervan). Daarnaast werken we samen met de partners aan een regionaal afgestemd kader voor geluid in omgevingsplannen. Prioriteit 3: Beschermen bodem en grondwater Uit het inhoudelijke deel van het introductiedossier Ministerie van IenW is te lezen dat het Ministerie prioriteit geeft aan het Bodembeleid. Er ontstaan nieuwe verontreinigingen zoals PFAS, staalslakken en lozingen van drugsafval. Bij het toepassen van bouwstoffen, grond en bagger stuiten we regelmatig op incidenten en vragen vanuit verontruste omwonenden. ODRA continueert daartoe de uitvoering van haar bodemtoezicht en legt onder meer accenten bij bedrijfsbeëindigers en gebruik secundaire bouwstoffen. In 2026 is ODRA bovendien voornemens om samen met gemeenten en provincie een richtlijn te ontwikkelen voor het omgaan met bodemenergiesystemen. Dit betreft een (eenmalige) intensivering van de uitvoerende werkzaamheden van ODRA. Prioriteit 4: Tegengaan verspreiding ZZS Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) vormen een ernstig risico voor de volksgezondheid en biodiversiteit. Vervuiling door ZZS heeft veelal een langdurig en cumulatief effect. Daarom is het essentieel om strikte maatregelen te nemen en bewustwording te creëren rondom de gevaren van ZZS.
In 2025 brengen we de bedrijven die ZZS produceren zoveel mogelijk in kaart; in 2026 zetten we toezicht hier specifiek op in, als vervolg op de resultaten van de nieuwe risicoanalyse. Ook investeren we in het vergroten van onze kennis rondom ZZS-en. Prioriteit 5: Verbeteren waterkwaliteit Ongecontroleerde lozingen van schadelijke stoffen kunnen leiden tot verontreiniging van het oppervlaktewater en grondwater, wat schadelijk is voor flora, fauna en de gezondheid van de mens.
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 5
Het intensiveren van controles versterkt de bewustwording bij bedrijven en inwoners over hun verantwoordelijkheid in het milieu. ODRA heeft in 2024 geïnvesteerd in het ontwikkelen van de benodigde expertise; in de jaren daarna passen we deze toe in de uitvoering van toezicht en bij het verlenen van vergunningen. Prioriteit 6: Beperken en beheersen veiligheidsrisico’s Voor de ontwikkeling van woningen, scholen en gezondheidszorg, die vaak in de nabijheid van risicovolle industrieën zijn gelegen, is effectieve advisering op externe veiligheid belangrijk, om potentiële risico’s tijdig te kunnen identificeren en te mitigeren. De kans op ongelukken, rampen en schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid wordt hiermee verkleind. Gezien de woningbouwopgaven in het verstedelijkte gebied in de regio Arnhem, is hier de inzet van onze specialistische kennis bij gebiedsontwikkeling en ruimtelijke plannen een belangrijke prioriteit. We zetten dan ook in op enerzijds de EV-advisering bij ruimtelijke plannen, anderzijds op goed toezicht bij mba’s met risico’s voor de omgevingsveiligheid. Prioriteit 7: Borgen bouwkwaliteit en veiligheid Toezicht waarborgt de veiligheid van bouwwerken en draagt bij aan het behoud van de kwaliteit en integriteit van de gebouwde omgeving. In 2026 verwachten we op bouwwerken meer risico gestuurd te werk te kunnen gaan.
Daartoe is in 2025 een risicomethodiek ontwikkeld en een risicoanalyse uitgevoerd die helpt scherper te prioriteren, ook gezien de beperkte middelen. Prioriteit 8: Ondermijnende criminaliteit We zetten door waar we al mee bezig zijn: Investeren in een goede informatie-uitwisseling met ketenpartners en actieve monitoring van het bedrijvenbestand om ondermijnende criminaliteit tegen te gaan. In het verlengde daarvan blijft ODRA ook investeren in ketentoezicht, onder meer door periodiek met ketenpartners transportcontroles uit te voeren en daar vervolg aan te geven maar ook met behulp van data-analyses. Prioriteit 9: Terugdringen gebruik fossiele energie Door fossiele energie te vervangen door duurzame energiebronnen kunnen we niet alleen de negatieve milieu-impact verminderen, maar ook bijdragen aan een gezondere en schonere leefomgeving. ODRA wil in 2026 een gerichte aanpak ontwikkelen voor kleinverbruikers. Dit betekent een intensivering boven op het reguliere toezicht. Tenslotte werken we samen met de partners aan een regionaal afgestemd kader voor energietransitie en energiebesparing in omgevingsplannen. Prioriteit 10: Stimuleren circulaire economie Het stimuleren van een circulaire economie draagt bij aan duurzame stadsontwikkeling. Door materialen te hergebruiken en te recyclen worden schonere, groenere en gezondere stedelijke omgevingen gecreëerd.
Het resulteert in minder vervuiling en afval, wat leidt tot een aanzienlijke vermindering van de druk op natuurlijke hulpbronnen en het verkleinen van onze ecologische voetafdruk. Door het investeren in VTH-uitvoeringsexpertise kunnen we niet alleen onze partners en onze vergunningverleners faciliteren maar inzet plegen op het komen tot een goede beoordeling van
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 6
initiatieven die van afval een grondstof maken: het platform Afval of Grondstof. Het ontwikkelen en borgen van de benodigde VTH-expertise op dit thema vraagt om een structurele investering. Prioriteit 11: bijdragen aan ruimtelijke opgaven Naast de inbreng van de expertise voor de milieu-inbreng in omgevingsplannen op bijvoorbeeld geluid en lucht, kan ODRA haar partners ook adviseren op milieugebied bij concrete ruimtelijke initiatieven. Hierover zijn in 2022 afspraken gemaakt om dit als gemeenten verder te versterken door hier vooral ook samen in op te trekken. Door kennis en ervaring te delen en haar specialistische milieu-expertise meer vooraan in de beleidscyclus beschikbaar te stellen kan ODRA bijdragen aan innovatieve oplossingen voor uitdagingen zoals woningbouw, mobiliteit en klimaatadaptatie. Op deze manier zorgen wij ervoor dat ruimtelijke opgaven niet alleen voldoen aan de huidige behoeften, maar ook toekomstbestendig zijn.
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 7
Hoofdstuk 2 Hoe willen we dat doen? – Strategie in context ODRA ontwikkelt zich meer en meer richting een organisatie die publieke waarde genereert door de bij haar aanwezige expertise in te zetten in alle schakels van de beleidscyclus. De Omgevingswet, met meer noodzaak voor lokale overheden om tot eigen afweging en normstelling te komen, draagt daar in belangrijke mate aan bij. Maar ook de toenemende schaarste aan zowel beschikbare middelen als expertise in de arbeidsmarkt is een niet te onderschatten factor die met name gemeenten ertoe bewegen de benodigde expertise regionaal te bundelen. Last but not least vraagt de samenleving om robuuste omgevingsdiensten. In 2025 pakken we deze uitdaging reeds op, met dank aan de resultaten van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH; in 2026 zetten we deze beweging door daar het ook een cultuur verandertraject betreft voor – in elk geval – omgevingsdiensten: De taakgerichte medewerker wordt meer en meer een resultaatverantwoordelijke professional. En de teammanager steeds meer een leider die stuurt op ontwikkeling en dienstverlening in plaats van inhoudelijke toetssteen.
In dit hoofdstuk beschrijven wij de strategie op hoofdlijnen die ODRA wil inzetten in 2026 om de uitvoering van de VTH-taken in het algemeen en daarbinnen de prioriteiten uit hoofdstuk 1 in het bijzonder te realiseren; een strategie die niet los kan worden gezien van de maatschappelijke context waarin zij zich bevindt. Dat doen we aan de hand van een vijftal bouwstenen; bouwstenen die ertoe moeten leiden dat we een optimale VTH-bijdrage leveren aan voornoemde prioritaire thema’s. Bouwstenen ook die voortborduren op de omgevingsdienst die we voor onze partners willen zijn: Een robuuste, koersvaste en financieel gezonde kennisorganisatie met impact op een gezonde, schone en veilige leefomgeving in Gelderland.
A. Stimuleren en behouden kennis en kunde Investeren in het binnenhalen van voldoende capaciteit alleen is niet meer voldoende: de kennis is er gewoonweg niet meer. Bovendien gaan de ontwikkelingen zó snel, dat het hebben van vakkennis alleen niet langer voldoende is om alle opgaven op een goede wijze uit te voeren. In 2025 zijn de eerste stappen gezet om te komen tot een landelijke kennisinfrastructuur VTH waarin kennis uit het hele land op diverse thema’s aan elkaar wordt verbonden. Bij ODRA is daartoe onder meer een kennismakelaar aangesteld. Deze kennismakelaar vormt in de organisatie intern de motor en schakel en is ook de verbinding in de regio Arnhem, met de overige Gelderse en Overijsselse diensten en landelijk. ODRA en haar partners willen blijvend inzetten op het stimuleren van kennis en kunde: Kennis is een ‘product’. Daarnaast beschikt het stelsel over een Omgevingsdienst NL Kennisacademie die zich richt op opleidingen. Hier neemt ook ODRA aan deel om de kennis en expertise op peil te houden en nieuwe medewerkers te scholen. In scholing en opleiding wordt dan ook continu geïnvesteerd. Ook binnen ODRA zelf blijven we inzetten op het werven, begeleiden en behouden van kennis en kunde. Dit is ook van belang om het percentage externe inhuur zo laag mogelijk te houden.
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 8
Tenslotte vraagt de Omgevingswet om een andere aanpak van ons werk. Meer adviserend, integraal en multidisciplinair. Er wordt meer op kennis en vaardigheden en competenties gestuurd, van buiten naar binnen, in plaats van langs de lijn van afdelingen. Het gaat om elkaar vinden, innovatie en leiderschap. De budgetten voor ontwikkeling zijn conform de IBP-robuustheidscriteria vastgesteld op 3% van de loonsom.
B. Slimmer benutten van de aanwezige specialistische kennis Bijdragen aan de oplossingen voor de opgaven vraagt om een goed (intern) samenspel: leren van elkaar, samen kennis ontwikkelen, ontsluiten en toepassen moet vanzelfsprekend zijn. Specifiek onderdeel hierbij is de doorontwikkeling van de rol van ODRA in relatie tot de beleidsformulering: Met onze expertise denken we met de deelnemer mee als adviseur “aan de voorkant” bij het opstellen van regels, beleidsontwikkeling, plannen, projecten, opdrachten en uitdagingen. Structurele project- en adviescapaciteit is daarom nodig om blijvend en breed kennis te delen en ondersteuning te bieden. Bij ODRA beschikken we zowel over specialistische expertise als meer generalistische milieu-RO expertise en hebben we capaciteit om projecten te draaien. Hierop blijven wij actief investeren, naast uitbreiding van de benodigde vaardigheden naar de rest van de organisatie. Meedenken en adviseren is straks een basis-attitude die op natuurlijke wijze aansluit op de taakuitvoering van ODRA. In lijn met de aanbevelingen van Van Aartsen cs zal ODRA hier dan ook meer op inzetten.
Dit zorgt er – op termijn – niet alleen voor dat ODRA minder ‘aan de achterkant’ bezig is met het afhandelen van klachten en/of extra toezicht, ook de partners kunnen zich meer en meer richten op regie en beleidsontwikkeling en minder op het zelf in huis halen of hebben van specialistische expertise. Die bevindt zich immers bij haar eigen uitvoeringsorganisatie! In tijden waarin niet alleen geld maar ook arbeid schaars zijn is het slimmer benutten van elkaars kennis een noodzaak. Kennis die ODRA bovendien veel breder haalt en brengt dankzij de hulp van het Interbestuurlijk programma met de ingerichte kennisinfrastructuur VTH.
C. Andere financiering ODRA kent met ingang van 2026 een nieuwe risicobenadering (methodiek). Om te voorkomen dat deze leidt tot een open einde financiering, is een herbezinning nodig op de huidige outputfinanciering en -sturing. Dit past ook in de grotere focus van de stakeholders op onze kennis en op maatschappelijke bijdragen in plaats van op onze (aantallen) producten. Met het MJP is al een start gemaakt om te komen tot een beter zicht op de publieke waarde van ODRA in relatie tot de maatschappelijke opgaven. 2026 willen we benutten om deze systematiek te evalueren en waar nodig te actualiseren of te herijken in combinatie met een verdere doorontwikkeling van de huidige
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 9
indicatoren voor outcome, input en output: Rijker verantwoorden. Naast bovenstaande heeft de Commissie van Aartsen geconcludeerd dat outputfinanciering niet de juiste benadering is voor omgevingsdiensten, en dat er andere financieringsmodellen nodig zijn die meer rekening houden met de complexiteit en de impact van hun werkzaamheden. De Commissie heeft benadrukt dat de kwaliteit van dienstverlening en de impact op de samenleving en het milieu voorop moeten staan. Outputfinanciering kan daardoor leiden tot een eenzijdige focus op kwantitatieve output in plaats van op de effectiviteit en relevantie van de diensten die worden geleverd.
D. Data en informatie Data gedreven werken vraagt om goede aansluiting op de informatiewensen van onze gemeenten en provincie en om goed informatiebeheer, waaronder scherpe keuzes wat wel en niet te registreren (data-strategie) en met wie samen te werken (slim registreren). Data gedreven werken vraagt bovendien ook een deels andere houding (discipline) van onze medewerkers (cultuur van datagedrevenheid). Voor het borgen van de kwaliteit van data, is het belangrijk dat er beleid en procedures zijn voor het beheren, beschermen en gebruiken van data (data governance). Digitaal werken moet ervoor gaan zorgen dat medewerkers een betere professional worden. Door in 2025 te onderzoeken wat AI voor ODRA kan betekenen, geven we hier in 2026 invulling aan. Denk hierbij aan het ontwikkelen van vooruitziende analyses op basis van artificial intelligence, die voorspellingen doen over milieuproblemen, waardoor er eerder preventieve maatregelen genomen kunnen worden. Ook ontwikkelen we ons verder daar waar het gaat om de ontwikkeling van innovatieve technieken, bijvoorbeeld het zodanig standaardiseren van bepaalde werkprocessen dat hiervoor een robot kan worden gebruikt. Uiteindelijk moet dit leiden tot een hoger rendement in de uitvoering met evenveel of zelfs minder kosten.
ODRA wil hiertoe een meerjarig programma opzetten van drie tot vijf jaar gericht op AI, datakwaliteit, dataregistratie en houding en gedrag.
E. Samenspel met de omgeving De samenleving wil een transparante overheid, betrouwbaar en met gezag, hetgeen betekent dat we niet alleen in control moeten zijn, maar deze en andere informatie ook goed moeten ontsluiten en waar mogelijk openbaar maken. Dat vraagt niet alleen om goed registreren maar ook ontplooien van andere wijzen van communicatie en een goede publieke dienstverlening. De wijze waarop wij hun tegemoet treden, of het nu telefonisch, per mail of fysiek is, vraagt aandacht. Enerzijds omdat de eisen die burgers stellen, hoger zijn geworden (de burger als consument), anderzijds omdat ook de strijd om de ruimte complexer is geworden en daar past bij dat echt wordt geluisterd, dat in oplossingen wordt gedacht, dat duidelijk wordt gecommuniceerd en dat afspraken worden nagekomen. Dit vraagt zowel om technische verbeteringen als goede communicatieve vaardigheden als voldoende capaciteit. In 2026 zet ODRA in op het verbeteren van de digitale informatievoorziening voor burgers en ondernemers op het gebied van vergunningverlening en advies. Aandachtspunt hierbij is dat de informatievoorziening toegankelijk is voor mensen met een beperking. Wij zijn er voor de gemeenschap en willen toegankelijk zijn voor iedereen. Dit betekent
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 10
dat we openstaan voor vragen, feedback serieus nemen en snel en adequaat reageren op de behoefte van de inwoners en bedrijven in onze regio. Wij begrijpen dat een hoge kwaliteit van onze diensten en onafhankelijkheid cruciaal zijn voor het vertrouwen dat onze partners en de samenleving in ons stellen. Door kwaliteit & onafhankelijkheid en een goede dienstverlening stevig met elkaar te verbinden, streven wij ernaar een betrouwbare omgevingsdienst te zijn. Hoe bovengenoemde strategie tot uiting komt in de te leveren producten en diensten (ic de in te zetten middelen), zal nader worden toegelicht in de definitieve begroting 2026.
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 11
Hoofdstuk 3 Financiële vertaalslag voor de begroting 2026 Reguliere werkzaamheden Alhoewel op het moment van opstellen van deze kadernota een aantal implicaties van de Omgevingswet nog steeds niet helemaal helder is (overdracht bodemtaken bijvoorbeeld) en ook die van de Wkb nog niet scherp in beeld zijn, is wel helder dat de Omgevingswet leidt tot meer advies aanvragen en een integrale benadering van vraagstukken van bedrijven en burgers. Dit geldt eveneens voor bouwaanvragen. Het aantal ingediende bouwaanvragen neemt sinds medio 2024 weer iets toe; deze stijging zal in 2026 zo verwachten wij, zeker doorzetten. De bouwopgave is immers groot en tegen die tijd is iedereen gewend aan de Omgevingswet. Onze PDC (producten en diensten catalogus) is ook aangepast op de Omgevingswet, echter pas vanaf medio 2025 verwachten we de effecten in financiële zin pas volledig helder te hebben.
De verwachting is dat in 2026 de omzet van ODRA stijgt naar € 27,8 miljoen. Dit is gebaseerd op een lichte volume toename milieu, en een prijsindex. De begroting ’25 is stabiel t.o.v. 2024 omdat er een aantal besparingen zijn uitgevoerd tv de initiële begroting.
De verwachte toename van de omzet heeft ODRA ingeschat op basis van historische trends in combinatie met de beleidslijnen die reeds voor de begroting en werkpakketten 2025 golden. Samengevat leidt dat tot minimale toename volume Bouw en minimale toename Milieu van diensten en producten bij ODRA. Volume-effecten (in %) Bouw
Geschatte volume groei
Milieu
Algemeen VV Toezicht Advies VV en projecten Toezicht Advies 0,3% 0% 0% 0% 0% 2% 0%
Bovengenoemde percentages zijn een gemiddelde over de hele regio. Per partner kan het verschillen, vanwege de specifieke omstandigheden in de betreffende gemeente. In deze kadernota is een aantal aannames gedaan voor de betreffende partner; dit is verwerkt in de geraamde bijdrage.
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 12
In het proces naar de begroting 2026 en mogelijke actualisatie, zullen deze aannames worden besproken met de partners en waar noodzakelijk worden ‘gefinetuned’. Projecten en innovaties Naast de projecten binnen de gezamenlijke diensten, voert ODRA-projecten uit voor partners en voor landelijke overheden. SPUK IBP wordt in 2024 afgerond. SPUK energie wordt naar verwachting in 2026 afgerond. In 2024 is gebleken dat de ‘projecten-portefeuille’ snel volloopt met specifieke projecten van opdrachtgevers zoals de Provincie (Theseus, Wnb-pilot). Voor 2026 is nog niet aan te geven hoeveel projecten worden gegund. In deze kaders is met een stelpost van 2 miljoen gewerkt. De realisatie 2024 ligt naar verwachting op 3 miljoen. Doel blijft onverminderd om zoveel mogelijk taken op te nemen in het reguliere werkprogramma van de partner, tenzij tijdelijke financieringsbronnen vereisen dat de werkzaamheden worden ondergebracht in een aanvullende opdracht. In de begroting 2024 – 2025 is een aantal projecten opgenomen binnen de gezamenlijke diensten. Daarnaast beschikt ODRA over een vrij innovatiebudget. In deze kadernotitie bundelen we dit tot één innovatiebudget voor 2026 en de jaren daarna. In de tabel is een aantal projecten genoemd die mogelijk in 2026 kunnen worden opgestart, met een indicatie van de omvang. Vanuit het nieuwe MJP, worden accenten gelegd bij de prioritaire thema’s.
Hieronder worden de verwachtingen weergegeven voor 2026: Op de indexering van de tarieven na, is dit budgetneutraal. In het kader van de ‘robuustheid’ wordt een innovatie budget van > 1% van de omzet aangehouden. Voor 2026 ramen we met deze kalender 2,2%. Innovatie/projecten-agenda x € 1.000
Act begr. 2024
Programma Omgevingswet
251
Energie
173
Aangepast Kadernota begr. 2025 2026
120
Ontwikkelen effectieve aanpak kleinverbruikers Stimuleren circulaire economie
100 81
150
150
Verminderen Nox en fijnstof
100
250
Tegengaan ZZS
30
Robotisering intakeproces
50
Verminderen geluidhinder door bedrijfsact.
80
Bodemenergiesystemen
30
Nader te bepalen / vrij budget innovatie
81
-50
Totaal
586
400
610
Percentage omzet
2,2%
1,5%
2,2%
Omzet
26.455
26.465
27.763
De post nader te bepalen is voor 2026 niet meer opgevoerd. Hieronder een toelichting bij de innovatie/projecten-agenda van 2026.
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 13
•
•
•
•
•
Ontwikkelen effectieve aanpak kleinverbruikers: Samen met gemeenten werken we aan een aanpak om bedrijven en kantoren te helpen hun fossiele energieverbruik terug te dringen. Dit is geen doorlopend proces, maar een specifieke taak waarbij we ook energiecontroles breder inzetten om concrete resultaten te boeken. Stimuleren circulaire economie: Om innovatieve circulaire initiatieven en projecten te ondersteunen, vergroten we de kennis en expertise op dit gebied. Denk hierbij aan het uitvoeren van een gebieds- en ketenanalyse, het adviseren van provincies en gemeenten bij hun CE-programma's, en het ontwikkelen van maatwerkregels om grondstoffen te besparen. Ook helpen we bij het opstellen van spelregels voor experimenten met circulaire economie in vergunningen en brengen we deze kennis vroeg in bij ruimtelijke projecten. Verminderen Nox en fijnstof: We richten ons structureel op het terugdringen van Nox en fijnstofemissies bij prioritaire bedrijven. Het doel is een beter inzicht in de luchtkwaliteit te krijgen en, samen met partners, een plan te ontwikkelen voor breder gebruik van meetdiensten en bestaande meetnetwerken. Verminderen geluidhinder door bedrijfsactiviteiten: Samen met partners ontwikkelen we maatregelen om geluidshinder door bedrijfsactiviteiten en ook evenementen te beperken. Denk aan een gerichte aanpak voor stadsvervoerders en organisatoren van evenementen.
Bodemenergiesystemen: Om grondwaterbeschermingsgebieden beter te beschermen, ontwikkelen we samen met partners een richtlijn voor het verantwoord gebruik van bodemenergiesystemen. Dit helpt ons om deze systemen duurzamer en efficiënter te benutten.
Organisatieontwikkeling; budgettaire consequenties Er zijn voor ODRA een aantal organisatorische ontwikkelingen die van belang zijn voor de financiële kaders 2026: Voldoen aan informatie-wetten Er is veel nieuwe wetgeving waaraan we moeten voldoen; waaronder AVG en Informatiebeveiliging, de Wet elektronisch publiceren (Web), de Wet digitale toegankelijkheid (Wdt) en de Wet open overheid (Woo, totaal 23 wetten)). Ook onze online-communicatie zal moeten voldoen aan de richtlijnen voor digitale toegankelijkheid (Wdt). Dat heeft impact op hoe wij onze informatie opslaan en aanbieden. Om dit verder te ontwikkelen en te implementeren is specifieke kennis nodig. Dit leidt tot een hoger benodigd adviesbudget dan afgelopen jaren. Duurzame ODRA In 2022 zijn we verhuisd naar de Airborne Tower. Daar zijn we erg tevreden mee. Het is ook een duurzaam pand, ingericht met refurbished materialen en meubilair. De verdere groei naar 240 fte over enkele jaren, zullen wel investeringen met zich meebrengen. Onze huisvesting knelt naast benodigde werk en overlegruimten ook op het gebied van opslag, en stalling van (e-)fietsen en mogelijkheden voor het elektrificeren van ons wagenpark. Voor onze 2e locatie op de Markt (voor de meetdienst) is een plan opgesteld om voor te bereiden op de verhuizing naar een andere locatie.
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 14
Ook hiervoor is extra adviesbudget nodig en mogelijke stijging van de huisvestingslasten. Vanaf 2024 is het verplicht dat we onze CO2-emissie meten en rapporteren. Via een nulmeting in 2024 en ons beleid hopen we verder te kunnen reduceren. De stappen die in gang zijn gezet betreffen onder meer een leaseplan voor e-bikes (i.p.v. automobiliteit) en volledige vervanging van alle ‘fossiele’ auto’s. Dit brengt de nodige investeringen met zich mee. ODRA richt zich met het oog op toekomstbestendigheid en robuustheid in de uitvoering van alle taken op de versterking van de dienst en heeft daartoe in 2023 een verkenning van de samenwerking opgezet met ODRN. Eind 2024 zijn deze gesprekken op bestuurlijk niveau voortgezet en op moment van schrijven van deze kadernota wordt de kans rijkheid van een nog intensievere vorm van samenwerking onderzocht en besproken. Dit zou kunnen leiden tot een organisatorische en uiteindelijk juridische fusie. Inrichting begroting Binnen het Gelders Stelsel is de afspraak gemaakt dat onze werkzaamheden worden gecategoriseerd in programma’s en taakvelden. We werken tot nu toe binnen ODRA met drie taakvelden (milieu, bouw en algemeen) en vijf programma’s (vergunningverlening, toezicht en handhaving, advies, stelseltaken, projecten). Vooralsnog blijft ons systeem van ‘beheerste outputfinanciering’ in 2026 overeind.
Zoals eerder beschreven zien we 2025 als jaar om ons te herbezinnen op de financieringsen verantwoordingsmethodiek, die naar verwachting in 2027 in zal gaan.
In onze huidige producten en dienst catalogus (PDC) wordt onderscheid gemaakt tussen diensten (worden op uur-basis afgerekend), producten (via vaste prijs per product) en gezamenlijke diensten; fixed price via een verdeelsleutel. In de grafieken is de ontwikkeling van het aantal diensten en producten weergegeven. Zichtbaar is een lichte toename van het aantal producten en diensten in 2026. Dit heeft te maken met een aantal kleine veranderingen in de PDC. De klachtbehandeling was bijvoorbeeld een product. Door de enorme variëteit in tijdsbesteding van klachten en spreiding over de partners, is de deze omgezet naar een dienst. Het gaat om ruim 2000 klachten. Ondanks dit verschijnsel zorgen ‘Meldingen behandelen BBL’ en ‘Controle BRIKS cat. 1’ voor een toename van de producten. De toename op diensten wordt met name veroorzaakt door een stijging bij de programma’s 1. Vergunningverlening en 2. Toezicht en handhaving zoals zichtbaar wordt in de onderstaande tabellen.
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 15
Omschrijving dienst
Taakveld
Aantal uren Baten 2026 kadernota per dienst x 2026 1.000
Aantal uren Aantal uren Aangepaste act begr. begr. 2025 2024
%
Programma 1. Vergunningverlening Advi es omgevi ngs kwa l i tei t
Bouw
2.886
€ 309
16%
1.906
Advi es omgevi ngs vergunni ngen en mel di ngen mba
Mi l i eu
664
€ 71
4%
615
612
Begel ei den i ni ti a ti ef BRIKS
Bouw
4.100
€ 439
23%
3.153
3.107
Begel ei den i ni ti a ti ef
Mi l i eu
1.022
€ 109
6%
1.043
1.035
Beoordel i ngen Bbl
Bouw
1.643
€ 176
9%
1.997
1.992
Juri di s che experti s e vergunni ngen
Al gemeen
3.956
€ 423
22%
4.074
4.062
Omgevi ngs vergunni ng mba ui tgebrei d
Mi l i eu
2.776
€ 297
16%
2.776
2.776
Omgevi ngs vergunni ng BRIKS ca t 3 /gevol gkl a s s e 3
Bouw
660
€ 71
4%
660
1.270
Toepa s ba re regel s peci a l i s t
Bouw
0
€0
0%
0
Subtota a l
1.879
17.707
€ 1.895
100%
16.223
16.733
a a ndeel bouw
9.289
994
52%
7.716
8.248
a a ndeel mi l i eu/a l g
8.418
€ 901
48%
8.508
8.485
Bes tuurs dwa ng ui tvoeren
Al gemeen
124
€ 13
1%
254
252
Control e a cti vi tei ten i n of op de bodem
Mi l i eu
700
€ 75
4%
672
672
Control e bes ta a nde bouw en RO
Bouw
5.551
€ 594
31%
4.424
4.774
Control e bodems a neri ng
Mi l i eu
4.983
€ 533
28%
4.073
4.627
Control e compl ex bedri jf
Mi l i eu
11.222
€ 1.201
63%
10.062
10.062
Control e gevol gkl a s s e 1 / WKB
Bouw
1.854
€ 198
10%
2.412
2.412
Control e gra ven i n de bodem onder de IW
Mi l i eu
3.778
€ 404
21%
4.373
4.800
Ha ndha vi ngs bes l ui t nemen
Al gemeen
12.403
€ 1.327
70%
10.476
10.392
Ha ndha vi ngs control e - PCH
Mi l i eu
500
€ 54
3%
500
500
Hercontrol e mi l i eu - PCH
Mi l i eu
1.300
€ 139
7%
1.300
1.612
Inni ng
Al gemeen
8
€1
0%
8
8
Invorderi ngs bes l ui t
Al gemeen
29
€3
0%
29
29
Juri di s che experti s e ha ndha vi ng
Al gemeen
5.047
€ 540
29%
5.050
5.282
Keten- en da ta gedreven toezi cht - PCH
Mi l i eu
800
€ 86
5%
795
795
Kl a chtbeha ndel i ng
Mi l i eu
6.496
€ 695
37%
5.998
5.638
Preventi eve control e mba - PCH
Mi l i eu
1.750
€ 187
10%
1.400
1.400
Projectcontrol e
Mi l i eu
2.190
€ 234
12%
1.848
5.869
Ra pporta geverpl i chti ng EPRTR
Al gemeen
1.252
€ 134
7%
1.230
1.230
Ra pporta geverpl i chti ng overi g - PCH
Mi l i eu
1.600
€ 171
9%
1.452
1.452
Ra pportbeha ndel i ng bedri jfs mel di ng en mel di ng ongewoon voorva l
Mi l i eu
1.190
€ 127
7%
1.208
1.208
Stra frecht - PCH
Mi l i eu
1.350
€ 144
8%
1.350
1.350
Tra ns portcontrol e
Mi l i eu
250
€ 27
1%
250
250 64.614
Programma 2. Toezicht en Handhaving
Al gemeen
0%
Subtota a l
64.377
€ 6.888
100%
59.163
a a ndeel bouw
7.405
792
12%
6.836
7.186
a a ndeel mi l i eu/a l g
56.972
€ 6.096
88%
52.327
57.428
12.294
€ 1.315
69%
12.902
12.612
921
€ 99
5%
679
679
Programma 3. Advies Advi es ra pport l eefomgevi ng
Mi l i eu
Afha ndel i ng Woo-verzoeken
Al gemeen
Beoordel i ng s a neri ngs eva l ua ti e
Bouw
2.258
€ 242
13%
2.505
2.505
Meeta dvi es ra pport l eefomgevi ng
Mi l i eu
9.416
€ 1.008
53%
9.069
8.533
Meeta dvi es ra pport l uchtkwa l i tei t l a ngs wegen
Mi l i eu
1.699
€ 182
10%
1.699
1.699
Al gemeen
Al gemeen
26.028
Subtota a l
0% 26.588
€ 2.845
100%
26.855
a a ndeel bouw
2.258
€ 242
8%
2.505
2.505
a a ndeel mi l i eu/a l g
24.330
€ 2.603
92%
24.350
23.523
Bel ei ds - en bes tuurs onders teuni ng
Al gemeen
3.132
€ 335
7%
3.198
3.698
Deta cheri ng
Al gemeen
1.488
€ 159
3%
768
2.635
Fa ci l i teren pa rti ci pa ti etra ject
Mi l i eu
370
€ 40
1%
370
370
Meewerken a a n progra mma of project
Al gemeen
10.181
€ 1.089
22%
8.951
15.350
Pa rtners peci fi eke werka fs pra ken
Al gemeen
507
€ 54
1%
2.010
8.822
Progra mma - en projectma na gement
Al gemeen
11.045
€ 1.182
24%
13.246
19.467
Al gemeen
Al gemeen
19.231
€ 2.058
42%
19.231
45.954
€ 4.917
100%
47.774
45.954
€ 4.917
100%
47.774
50.342
154.625
16.545
150.015
157.717
Programma 5. Algemeen en Projecten
Subtota a l a a ndeel mi l i eu/a l g Totaal uren
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
50.342
a a ndeel bouw
18.952
€ 2.028
12%
17.057
17.939
a a ndeel mi l i eu/a l g
135.673
€ 14.517
88%
132.958
139.778
pag. 16
Kostprijs 2026
Taakveld Kengetal 2026
Omschrijving product
Aantal Baten 2026 producten per product kadernota x 1.000 2026
Aantal Aantal producten producten Aangepaste act. 2024 begr. 2025
%
Programma 1. Vergunningverlening Aa npa s s i ngen omgevi ngs vergunni ng mba
Mi l i eu
13
€ 1.352
8
€ 11
0%
8
8
Intrekki ngs bes l ui t BRIKS
Bouw
4
€ 416
41
€ 18
1%
40
40
Ma a twerk mi l i eu
Mi l i eu
14
€ 1.456
62
€ 93
1%
61
61
Mel di ngen beha ndel en Bes l ui t bouwen en l eefomgevi ng
Bouw
1
€ 104
1.855
€ 198
39%
1.484
1.574
Mel di ngen mba
Mi l i eu
10
€ 1.040
471
€ 504
10%
470
470
Omgevi ngs vergunni ng BRIKS ca t 1 /Wkb
Bouw
9
€ 936
1.724
€ 1.660
36%
1.784
1.784
Omgevi ngs vergunni ng BRIKS ca t 2 /gevol gkl a s s e 2
Bouw
23
€ 2.392
361
€ 888
8%
454
454
Omgevi ngs vergunni ngen mi l i eubel a s tende a cti vi tei ten
Mi l i eu
22
€ 2.288
50
€ 118
1%
51
51
Vergunni ng vuurwerkontbra ndi ngen
Mi l i eu
11
€ 1.144
175
€ 206
4%
175
175
8,2
Totaal (+ gemiddelden)
€ 779
4.747
€ 3.696
100%
4.527
4.617
a a ndeel bouw
3.981
2.765
84%
3.762
3.852
a a ndeel mi l i eu/a l g
766
932
16%
765
765
Programma 2. Toezicht en Handhaving Control e Al cohol wet
Bouw
5
€ 520
35
€ 19
1%
40
40
Control e a s bes t/s l oop
Bouw
9
€ 936
273
€ 263
6%
296
296
Control e BRIKS / gevol gkl a s s e 2 Bbl
Bouw
23
€ 2.392
233
€ 573
5%
235
235
Control e BRIKS / gevol gkl a s s e 3 Bbl
Bouw
48
€ 4.992
34
€ 175
1%
85
89
Control e BRIKS ca tegori e 1
Bouw
8
€ 832
979
€ 838
21%
933
933
Ha ndha vi ngs control e
Mi l i eu
10
€ 1.040
204
€ 218
4%
108
108
Hercontrol e mi l i eu
Mi l i eu
6
€ 624
583
€ 374
12%
641
641
Hercontrol e mi l i eu - ENE
Mi l i eu
6
€ 624
23
€ 15
0%
Preventi eve control e mba
Mi l i eu
9
€ 936
1.645
€ 1.584
35%
1.646
1.646
Projectcontrol e - ENE
Mi l i eu
11
€ 1.144
125
€ 147
3%
130
130
Ra pporta geverpl i chti ng overi g
Mi l i eu
4
€ 416
185
€ 79
4%
196
196
Toezi cht vuurwerkevenementen
Mi l i eu
12
€ 1.248
120
€ 154
3%
120
120
10,5
€ 1.000
4.439
€ 4.440
100%
4.430
5.075
a a ndeel bouw
1.554
1.868
35%
1.589
1.593
a a ndeel mi l i eu/a l g
2.885
2.572
65%
2.841
3.482
Totaal (+ gemiddelden)
Totaal producten
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
9,7
641
€ 886
9.186
€ 8.136
8.957
9.692
a a ndeel bouw
6.866
€ 4.632
57%
6.603
7.334
a a ndeel mi l i eu/a l g
2.320
€ 3.504
43%
2.354
2.358
pag. 17
Productie begroting cf. methodiek ‘outputfinanciering’ In bijgaande ‘kern-tabel’ is het kader vanuit de productcategorieën (PDC) weergegeven, waarin de aantallen met financiële vertaling uit bovenstaande grafieken zijn weergegeven. Raming 2026 op hoofdlijnen x € 1.000
Aangepaste begr. 2025 aantallen in €
aantallen
capaciteit Kadernota (uren) 2026 in €
Ba ten 8.331
31%
Di ens ten (obv uren)
15.602
Geza menl i jke di ens ten
Producten (obv a a ntal l en)
8.957
Ma teri ël e kos ten
9.186
76.036
8.136 29%
59%
154.625
16.545 60%
2.219
8%
23.212
2.604
9%
333
1%
355
1%
Renteba ten
pm
120
Vri jva l ba l a ns pos ten
pm
3
Totaal baten La s ten
26.485
253.873
a a ntal ftex € 1.000
a a ntal fte
27.763 x € 1.000
La s ten progra mma 's
181,0
19.509
74%
182,7
20.463 74%
La s ten overhea d
39,1
6.975
26%
42,0
7.298 26%
220,2
26.484
224,7
27.762
Totaa l l a s ten gemi d. kengetal producten tari ef per uur
8,9 € 104,00
Saldo
8,3 tov 2024 5,1% 0
€ 107,00
tov 2025
2,9% 1
De omzet groeit naar verwachting tot € 27,8 miljoen. De cijfers in de raming 2026 zijn bepaald door extrapolatie van de diensten in de werkpakketten 2025 (vastgesteld op 1 november 2024), met inachtneming van eerder geformuleerde trends. Het aandeel diensten neemt door veranderingen in de PDC toe naar 60%. De overhead komt uit op 26% van de omzet. Tariefstelling ODRA spiegelt haar tarief aan een aantal benchmarks. In de afgelopen jaren altijd aan de “de handleiding overheidstarieven”, voor deze kadernota is ook gekeken naar de tarieven van andere omgevingsdiensten. Voor wat betreft die laatste: ODRA heeft landelijk gezien één van de laagste uurtarieven van de 28 OD’s. Er is een groot aantal omgevingsdiensten die tarieven hanteren boven de € 115,- per uur. Daarbij moet (zoals in elke benchmark) worden aangetekend dat omstandigheden (bv huisvesting, type werk) kunnen verschillen. De handleiding overheidstarieven geeft een gemiddelde tariefsopbouw weer, welke gebaseerd is op een breed scala van overheidsdiensten. In de opbouw wordt onderscheid gemaakt tussen gemiddelde kosten voor overhead en personeelskosten (direct = lonen; indirect = bijkomende kosten). Bij ODRA zien we vooral een verschil in de kosten voor huisvesting en kantoor
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 18
automatisering. Bij de personeelskosten is de benchmark vergeleken met de loonkosten in de gemiddelde schaal voor onze organisatie. Voor 2025 is een tarief begroot van € 104,-. Voor 2026 verwachten we een stijging met 2,9% ten opzichte van 2025, naar afgerond € 107,-. Voor 2026 wordt door het CPB (mev) een index van 3,8% (bovenop 2025) gehanteerd voor de lonen. Voor materieel geldt gemiddeld 2,7% per jaar. In de tabel weergegeven: Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Benchmark
Pers oneel s kos ten di rect
€ 69
€ 73
€ 76
€ 78
€ 71
Pers oneel s kos ten i ndi rect
€ 17
€ 16
€ 17
€ 19
€ 23
Tariefopbouw in euro
Ma teri eel - hui s ves ting & fa ci l i tai r € 3
€4
€3
€4
€9
- i ct
€4
€3
€4
€3
€5
- overi ge kos ten
€2
€3
€4
€3
€5
Overhea d
€9
Bel ei ds rui mte *)
€0
Totaa l
€ 95
€ 10
1.412
€ 10
€ 19 € -6
€ 99
- s tijgi ng tov voorga a nd ja a r Aa ntal productieve uren
€ 11
1.400
€ 104
€ 107
5,1%
2,9%
1.358
1.373
€ 107 1.355
Begroting gespecificeerd Baten per klantgroep & robuustheidscriterium Bovenstaand tarief x de begrote inzet van ODRA op producten en diensten vormt de omzet, weergegeven in de ‘kerntabel’. De omzet van ODRA stijgt in deze raming 2026 naar € 27,8 miljoen, een stijging van ruim € 1,3 miljoen t.o.v. 2025 en 2024. Baten x € 1.000
Specificatie taaktype '26 Plustaak Plustaak nietBasistaak milieu milieu
Act begr. 2024
Aangepaste begr. 2025
Kadernota 2026
Pa rtners
18.724
17.746
18.418
8.914
2.684
6.876
Provi nci a l e progra mma 's
5.440
5.562
6.016
3.501
2.459
56
779
601
665
316
348
0
434
2.120
2.066
0
2.066
0
1.077
456
476
12
408
0
123
0
0
123
27.763
12.743
7.965
7.054
46%
29%
25%
Omgevi ngs di ens ten Derden Overi ge ba ten Overi g Baten
26.455
- verhoudi ng
26.485
In de tabel van de baten per partner is tevens de nieuwe indeling opgenomen, die vanuit de robuustheidscriteria wordt voorgeschreven. Hieruit blijkt dat we in 2026 met een omzet 20,7 miljoen
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 19
uit basis- en milieu gerelateerde taken ook ruim voldoen aan het criterium van € 16,5 miljoen omzet. Ook als de norm wordt geïndexeerd. Baten en kosten per programma en taakveld & baten en kosten per categorie Conform de BBV-indeling specificeren we naar programma’s/ taakvelden en kostencategorieën. De ontwikkelingen vanuit de omgevingswet (meer integrale aanpak, overleg en advies) is qua geprognosticeerde omzet in het programma Advies zichtbaar. Baten x € 1.000
Act begr. 2024
Aangepaste begr. 2025
Kadernota 2026
Specificatie taaktype '26 Plustaak Plustaak nietBasistaak milieu milieu
1. Vergunni ngverl eni ng
5.313
5.524
5.591
1.626
382
3.583
2. Toezi cht en Ha ndha vi ng
11.307
11.324
12.009
8.514
854
2.641
3. Advi es
3.020
3.269
3.310
2.603
0
707
0
0
0
0
0
0
6.534
6.367
6.729
12
6.729
4. Stel s el taken 5. Al gemeen en Projecten Overi ge Baten
280 26.455
123 26.485
27.763
- verhoudi ng Lasten x € 1.000
0 123
12.756
7.965
7.054
46%
29%
25%
Specificatie taaktype '26 Plustaak Plustaak nietBasistaak milieu milieu
Act begr. 2024
Aangepaste begr. 2025
Kadernota 2026
1. Vergunni ngverl eni ng
5.260
5.317
5.388
1.567
368
3.453
2. Toezi cht en Ha ndha vi ng
11.473
11.293
11.995
8.503
853
2.638
3. Advi es
2.920
3.123
3.182
2.502
0
680
494
358
440
0
0
440
6.306
6.394
6.758
12
6.758
0
26.455
26.484
27.762
12.585
7.979
7.210
45%
29%
26%
171
-13
-156
4. Stel s el taken 5. Al gemeen en Projecten Overi ge Lasten - verhoudi ng Saldo
0
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
0
1
pag. 20
Raming baten en lasten (categoriaal) x € 1.000
Act begr. 2024
Aangepaste begr. 2025
Kadernota 2026
% tov 2025
26.455
26.485
27.763
5%
Medewerkers ODRA
17.160
18.470
19.706
7%
Inhuur externe ca pa ci tei t
4.647
3.307
3.570
8%
Opl ei di ngen
529
554
591
7%
Al gemene pers oneel s kos ten
776
813
788
-3%
Dotatie pers oneel s voorzi eni ngen
100
100
100
0%
Ha rmoni s a tie/detacheri ngen
-50
-50
-50
0% 0%
23.162
23.194
24.705
7%
Hui s ves ting en fa ci l i tai r
827
841
898
7%
ICT
900
900
795
-12%
Stel s el kos ten
494
358
440
23%
Advi es kos ten
350
357
312
-13%
Overi ge kos ten
36
126
35
-3%
Ri s i co's (onvoorzi en)
131
0
101
12%
Baten Lasten Pers oneel l oonkos ten
Pers oneel overi ge kos ten
Totaa l pers oneel
Progra mma kos ten Totaa l l a s ten Saldo voor mutatie fondsen
554
708
476
-33%
26.455
26.484
27.762
5%
0
0
1
0
0
1
Verl of dotatie Saldo ter bestemming
0%
De ontwikkelingen in 2026 zitten, zoals hierboven beschreven, vooral in de personeelskosten. De verwachte prijsstijgingen (vanuit het CPB-mev) voor de materiele kosten zijn geringer. Omdat de stijging van personeelskosten harder gaat dan de stijging van de materiele kosten, wordt het aandeel in de totale begroting groter. Niettemin stijgen de materiele lasten als gevolg van de groei van ODRA en vanwege de huur van een extra etage. We stijgen naar 85% aandeel internen. De post onvoorzien is een reservering in de exploitatiekosten, die kan worden benut om onverwachtse tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in hoeverre ODRA ‘weerbaar’ is in het opvangen van een eventueel negatief jaarresultaat. Weerstandsvermogen is bedoeld om de budgetzekerheid voor de partners te ondersteunen, zodat zij niet geconfronteerd worden met incidentele tegenvallers in de gemeentelijke exploitatie t.g.v. een tekort bij ODRA. Het is geen dubbele reservering, maar een elkaar versterkende weerbaarheid ten behoeve van de partners.
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 21
Toelichting op de kaderstelling voor de afzonderlijke posten In onderstaande grafieken is de ontwikkeling van een aantal belangrijke kengetallen rond bezetting en loonkosten in kaart gebracht. In de begroting 2026 van ODRA worden deze als kader genormeerd: Formatie bezetting en personele kengetallen
Act begroting 2024
Aanpaste begr. 2025
Kadernota 2026
% totaal intern
intern
extern
totaal
% intern
intern
extern
totaal
% intern
34,3
187,6
155,2
25,8
181,0
86%
156,4
26,3
182,7
86%
4,5
41,8
37,3
1,9
39,1
42,0
0,0
42,0
190,5
38,8
229,3
192,5
27,7
220,2
198,4
26,3
224,7
Loonkos ten x € 1.000
17.160
4.647 21.807
18.272
3.505
21.777
19.706
3.570
23.276
Gemiddelde kosten /fte (in €)
90.067 119.729 95.088
94.920 126.632
98.906
99.326 135.634 103.578
intern
extern
Productief
153,3
Ni et productief
37,3
Totaa l bezetti ng en forma tie
Forma tie bezetti ng
% va n de l oons om
79%
21%
% s tijgi ng gemi d l oonkos ten tov ja a r eerder
82%
84%
16%
5%
6%
4%
85%
15%
5%
7%
•
5%
Salariskosten In de initiële begroting 2025 gaan we uit van een gemiddelde salarislast van € 98.906, voor 2026 € 103.578. Hierin is de CAO van 2024 verwerkt. De CAO is voor 2025 nog niet vastgesteld, in verband met de looptijd van de huidige CAO tot 1 april 2025. De indexatie is op grond van de mev verwerkt. • Inhuur Ondanks de krappe arbeidsmarkt hebben we afgelopen jaren (2023 en 2024) de tariefstijgingen voor inhuur beperkt kunnen houden. Door een goede mix van ‘junioren – senioren’ blijven we min of meer stabiel. Natuurlijk rekenen ook detacheerders de gestegen kosten aan ons door. Vanuit de ‘robuustheidscriteria’ geldt een percentage van 80% medewerkers in vaste dienst. We ramen nu een externe bezetting van 15% bij de uitvoering (productieve fte’s). • Personele overhead Het aantal fte’s in de bedrijfsvoering is afgelopen jaar meegegroeid met de omzet. Daarnaast zijn er medewerkers bijgekomen die verbandhouden met onze verzelfstandiging op ICT, huisvesting en post/archief en teamleiding. Procentueel zal de personele overhead licht groeien in 2026 en stijgt naar 17,5% van de totale capaciteit. • Huisvesting en ICT De financiële doelstellingen (besparingen) uit 2022 rond huisvesting en ICT zijn gehaald. De kosten voor huisvesting en ICT stijgen mee met de inflatie. Voor de kosten ICT verwachten we een geringere stijging dan de inflatie.
Deze hangt samen met het traject (herinrichting ICT) en verbetering contractenbeheer en een besparing op licenties en telefonie. • Advieskosten Gezien het aantal ontwikkelingen die op ODRA afkomt in het kader van wet- en regelgeving, en de ambities om te kunnen inspelen op de maatschappelijke ontwikkelingen, is (naast indexering) een budget benodigd van circa € 312.000, -. • Stelsel taken
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 22
In de stelseltaken zijn kosten opgenomen die de Gelderse omgevingsdiensten (en ODNL) bij ons in rekening brengen voor de taken die zij voor het hele stelsel uitvoeren. Het voorstel is om voor de begroting 2026 de kosten gelijk te houden, namelijk afgerond € 0,4 miljoen. • Risico’s In hoofdstuk 4 zijn de risico’s beschreven die we voorzien in de komende jaren. Deze zijn divers en op sommige onderdelen omvangrijk. Vanwege de vele onzekere ontwikkelingen in de economie en weten regelgeving stelt ODRA voor om 0,5% van de omzet te reserveren als risico bedrag.
Overhead We hebben een (meerjarig) doel gesteld voor de overhead van 25% van de omzet. In absolute zin groeit de overhead (t.o.v. 2025) met € 300K. Deels is dit prijscompensatie, deels wordt deze aangewend voor versterking van de bedrijfsvoering vanwege de groei van ODRA en de noodzaak tot robuustheid. Overhead specificatie (indirecte kosten) x € 1.000
Subtotaal personeel
Act begr. Act begr. Act begr. directe totaal overhead kosten kosten 2024 2024 2024 4.395
18.768
Aangepaste Aangepaste begr. begr. Aangepaste overhead directe begr. totaal 2025 kosten 2025 kosten 2025
23.162
4.291
18.902
Begroting Directe overhead kosten 2026 2026
23.194
4.858
19.848
Totaal kosten 2026 24.705
Overige overhead Hui s ves ting en fa ci l i tai r
827
827
841
841
898
898
ICT
900
900
900
900
795
795
Advi es kos ten
350
350
357
357
312
Stel s el kos ten
361
133
494
240
118
358
300
140
440
Onvoorzi en en overi g
167
554
721
346
489
834
136
476
612
312
Subtotaal overige overhead
2.605
687
3.292
2.684
607
3.291
2.441
616
3.056
Totaal
6.999
19.455
26.455
6.975
19.509
26.484
7.298
20.463
27.762
total e kos ten
26.455
% va n de total e kos ten
26,5%
26.484 73,5%
26,3%
27.762 73,7%
26,3%
73,7%
De post stelselkosten is een verzamelpost voor een aantal kosten: I-go, Kennis & portaal, Kwaliteit & coördinatie, P&O, Overige gezamenlijke taken Gelderse OD’s en ODNL. De verwachting is dat de kosten zullen toenemen voor ODNL en afnemen voor de Gelderse omgevingsdiensten. Voorlopig kader voor begroting 2026; Samenvattend Met alle hiervoor beschreven kaders en uitgangspunten, kan er een sluitende begroting voor 2026 opgesteld worden. We gaan dan uit van het volgende: • In oktober 2024 is samen met de partners de omvang van de werkprogramma’s 2025 vastgesteld. Deze zijn geëxtrapoleerd naar een begroting op programma -en taakveld niveau, rekening houdend met de ontwikkelingen in de maatschappij. Veel partners hebben dit in de gemeentelijke begroting nog niet gesynchroniseerd; het advies van ODRA is om dat te doen. • Voor de provinciale programma’s en de diensten aan omgevingsdiensten en derden is een voorlopig kader bepaald, voornamelijk gebaseerd op de cijfers van 2024.
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 23
• • • • • •
Voor de projecten geldt dat er in het meerjarenbeleidsprogramma een indicatie is gegeven van op te starten projecten. We hebben deze geheel gepositioneerd als innovatie-budget. Het overhead percentage zal met 26% uiteindelijk gaan voldoen aan ons meerjarig doel. Het uurtarief voor 2026 wordt met € 3,- verhoogd van € 104,- (in 2025) tot € 107,- in 2026. Dit om de structurele effecten van de komende gemeentelijke Cao’s en inflatie op te vangen. Er wordt meer geïnvesteerd in kennis, competentie en vaardigheden. Het opleidingen budget is 3% van de loonsom, in lijn met de robuustheidscriteria. Voor innovatie is € 610K beschikbaar. Dit is bijna 2,2% van de begroting. De omvang van de begroting voor 2026 is € 27,8 miljoen, (begroting 2024 en begroting na bijstelling voor 2025 is € 26,5).
Meerjarenraming Onze ambitie is om elk jaar ook de meerjarige ontwikkelingen te kwantificeren. Zowel op programmaniveau als op taakveldniveau. Dit is een uitdagende opgave omdat het op veel punten nog onduidelijk is qua beleid, zowel vanuit de regering, als wel vanuit onze partners. Ondanks dat, is in de tabel een eerste aanzet gegeven voor kwantificering per programma en per kostencategorie. De intentie is om in de komende maanden, in voorbereiding op de definitieve begroting 2026, dit op basis van het meerjarig uitvoeringsplan met de partners te bespreken. Wat daarin het meest opvalt, is dat we voorzien dat het budget voor vergunningen licht zal dalen, terwijl dat voor toezicht en advies zal toenemen. De verklaring hiervoor is enerzijds dat we deze trend al langer zien: Er wordt meer vergunningsvrij en de roep om toezicht neemt toe, onder meer vanwege de samenleving die een gezonde en veilige leefomgeving eist en – mede daardoor – ook een toenemend aantal klachten.
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 24
begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
raming 2027
raming 2028
raming 2029
1. Vergunni ngverl eni ng
5.313
5.524
5.591
5.462
5.337
5.214
2. Toezi cht en Ha ndha vi ng
11.307
11.324
12.009
12.574
13.165
13.783
3. Advi es
3.020
3.269
3.310
3.565
3.840
4.135
0
0
0
0
0
0
6.534
6.367
6.729
7.248
7.806
8.407
baten per programma x € 1.000
4. Stel s el taken 5. Al gemeen en Projecten Overi ge ba ten
280
123
26.455
26.485
27.763
28.849
30.147
31.540
10,0%
4,8%
3,9%
4,5%
4,6%
begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
raming 2027
raming 2028
raming 2029
Pa rtners
18.724
18.202
18.894
20.103
21.401
22.794
Provi nci a l e progra mma 's
5.440
5.562
6.016
6.016
6.016
6.016
OD's en derden
2.010
2.721
2.730
2.730
2.730
2.730
Overi ge ba ten
280
0
123
Totaa l ba ten
26.455
26.485
27.763
28.849
30.147
31.540
lasten x € 1.000
begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
raming 2027
raming 2028
raming 2029
Pers oneel s kos ten
23.162
23.194
24.705
25.400
26.263
27.188
volume
7,1%
7,3%
2,1%
1,2%
1,8%
1,9%
% verandering categoriaal meerjaren x € 1.000 Ba ten
prijspeil
3,0%
3,0%
1,6%
1,6%
1,6%
1,6%
2.738
2.583
2.581
2.650
2.722
2.795
- hui s ves ting & fa ci l i tai r
827
841
898
922
947
972
- i ct
900
900
795
816
839
861
1.011
841
888
912
937
962
554
708
476
489
502
515
26.455
26.484
27.762
28.539
29.487
30.498
0
0
1
310
660
1.041
Bedri jfs voeri ng
- overi ge kos ten Progra mma kos ten Totaal lasten Saldo
Risico’s voor de begroting 2026 In de risico benadering van ODRA wordt een aantal categorieën onderscheiden. Hieronder worden ze voor 2026 geduid: •
Exploitatierisico’s Omzetrisico: Het meest reële risico is dat de werkpakketten (dus omzet) niet worden gehaald, terwijl de (vaste) kosten doorlopen. Dit treedt op als een deel van het vraag-gestuurde werk in de werkpakketten (bv. Vergunningaanvragen bouw, projecten die vertragen) niet wordt gerealiseerd. In het nu lopende jaar (2024) gaat het waarschijnlijk om 1,5% minder omzet in de werk- en aanvullende programma’s. Dit mitigeren we door een dynamische capaciteitsplanning te hanteren, waarmee we de werving en inhuur van medewerkers kunnen sturen. Kostenrisico; er zijn twee belangrijke risico’s voor 2025.
Koers- en kadernotitie 2026 |versie 1.7 | Raden-december 2024.
pag. 25
•
De inflatie en wat dit betekent voor de CAO en overige kosten. Vooralsnog gaan we uit door de hoge inflatie en looncompensatie dat er een tariefsverhoging van € 3,- per uur nodig is t.o.v. 2025. De onzekerheidsmarges zijn echter enkele procenten. Realisatie kengetallen; De processen zullen door de omgevingswet veranderen. We hebben nieuwe en veranderende activiteiten reeds verwerkt in de PDC voor 2025. Wat de exacte uitwerking doet voor de kengetallen en dus de exploitatie, is nog onduidelijk. Er is al zichtbaar dat op een aantal producten de kengetallen niet adequaat zijn, en moeten worden verhoogd. • Risico’s op de taakuitvoering Dit risico betreft de aansprakelijkheid voor fouten en nalatigheid in de uitvoering. Omdat burgers en ondernemers ‘mondiger’ worden en ook als zodanig acteren, wordt dit risico voor ons groter. Het risico is in principe via een verzekering afgedekt. Daarnaast merken we dat de impact van ons hele handelen meer onder een vergrootglas komt te liggen. Steeds meer berichten in de media over de omgevingsdiensten, onderzoeken naar functioneren van het VTH-stelsel (I&W/ commissie Aartsen) en mogelijk toenemende WOOverzoeken kunnen impact hebben op ons image en indirect op bedrijfsvoering. We kunnen anticiperen door scherp te blijven focussen op de kwaliteit van onze dienstverlening en het sturen op kosten.
• Frictiekosten Frictiekosten ontstaan meestal als gevolg van grote veranderingen in de organisatie. Bijvoorbeeld als partners besluiten om de niet-wettelijke taken in eigen beheer op te pakken. Ook kunnen grote fricties ontstaan bij medewerkers die (niet meer) passen op het werk dat moet worden uitgevoerd. Voor 2026 verwachten we dat er geen noemenswaardige frictie zal optreden. Wel wordt er nog € 70.000 (0,3% van de omzet) gereserveerd voor personele frictie. • Compliance aan wet- en regelgeving Vooral een risico dat effect heeft op ons imago van betrouwbare overheidsdienst en als we het ‘te bont’ maken, een afkeurende accountantsverklaring. Om compliant te blijven moeten in de bedrijfsvoering investeringen worden gedaan. De WOO (sinds 2022 van kracht) zal nog de nodige energie (en kosten) met zich meebrengen, evenals informatiebeveiliging en AVG. Er is voorgesteld om het adviesbudget te consolideren. • Liquiditeit Met de partners is afgesproken dat zij aan het begin van elk kwartaal een kwart van het werkprogramma als voorschot betalen. Zonder dit systeem zou ODRA niet aan haar betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Het weerstandsvermogen ODRA is dit jaar vastgesteld in de GR en daarmee is er aansluiting met de normstelling vanuit de robuustheidscriteria.