CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2020 Finale versie (21.36)

Raadsvergadering 29 juni 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Jaarstukken 2020 gem. Rheden (21.36)35.090 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

2

I

3.046

76

Paragrafen

77

Lokale Heffingen De lokale heffingen maken een substantieel deel uit van de inkomsten van een gemeente. Voor het heffen van belastingen en retributies is er sprake van een financiële noodzaak, aangezien het Rijk bij haar bepaling van de algemene uitkering uitgaat van de mogelijkheid om eigen inkomsten te genereren. Bij de tariefberekeningen houdt de gemeente rekening met de jaarlijkse inflatoire effecten. Voor de diverse lokale heffingen gelden wettelijke voorschriften, zo geldt voor retributies dat de opbrengsten maximaal 100 % van de kosten mogen bedragen. Voorbeelden van deze retributies zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Voor overige lokale heffingen heeft de gemeente een grotere beleidsvrijheid in de bepaling van de tarieven.

Werkelijke opbrengsten uit lokale heffingen Onderstaande tabel geeft inzicht in de werkelijke opbrengsten uit lokale heffingen ten opzichte van de begroting (inclusief begrotingswijzigingen en kwijtscheldingen). 2020 begroting

2020 jaarrekening

Verschil

Mutatie(%)

Onroerende zaakbelastingen

8.407

8.539

133

1,6%

Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten

4.455

4.316

-139

-3,1%

Rioolheffing

4.501

4.541

40

0,9%

Bouwleges

400

409

9

2,3%

Parkeerbelastingen

4

5

1

25,0%

Hondenbelasting

210

206

-4

-1.9%

Toeristenbelastingen

270

99

-171

-63,3%

Secretarieleges

399

329

-70

-17,5%

Begraafrechten

501

670

169

33,7%

Forensenbelasting

54

90

36

66,7%

Marktgelden

34

11

-23

-67,6%

Overige heffingen

10

0

10

100%

19.244

19.215

-30

0,16%

Totaal

Ten opzichte van de begroting na wijziging vallen de opbrengsten uit lokale heffingen in 2020 € 30.000 lager uit. De belangrijkste afwijkingen worden hieronder toegelicht. Onroerende zaakbelastingen, € 133.000 voordeel Het voordelige effect op de OZB is met name het gevolg van een hogere WOZ waarde dan waarmee in de begroting 2020 rekening is gehouden. Verder is er ook een voordeel ontstaan op het kwijtscheldingsbudget. Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten € 139.000 nadeel De afwijking op dit onderdeel is onder andere het gevolg van hogere uitgaven op het onderdeel kwijtschelding. Rioolheffing, € 40.000 voordeel Het voordeel is ontstaan door met name lagere kwijtschelding op rekeningbasis.

78

Forensenbelasting, 36.000 voordeel In 2020 zijn de tarieven voor de forensenbelasting ten opzichte van 2019 met 70% opwaarts bijgesteld. Abusievelijk is de raming in de begroting 2020 niet aangepast. Toeristenbelasting, € 171.000 nadeel Als gevolg van corona is er in 2020 sprake van lagere opbrengsten toeristenbelasting Begraafrechten, € 169.000 voordeel Op het product begraafplaatsen zijn in 2020 hogere legesopbrengsten gerealiseerd van totaal € 389.000. Om de toekomstige kosten te dekken voor de contracten met een loopduur langer dan 10 jaar is uit deze meeropbrengst een bedrag van € 220.000 gestort in de voorziening begraafplaatsen. Secretarieleges, € 70.000 nadeel Ten opzichte van de begroting zijn op rekeningbasis in verband met corona lagere opbrengsten gerealiseerd.

Gehanteerde tarieven 2020 Onderstaand, de door de raad vastgestelde tarieven zoals deze in 2020 zijn gehanteerd. OZB uitgedrukt in percentage van onroerende zaak Woningen - eigenaar

0,1291%

Niet-woningen

- eigenaar

0,2405%

- gebruiker

0,1931%

Afvalstoffenheffing Basisbedrag

31,80

140 l container

170,64

180 l container

217,68

240 l container

287,64

Verzamelcontainer

170,64

Reinigingsrecht Tarief

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en reinigingsrecht 7.3 Afval 0.4 Overhead 0.5 Rente 0.64 Belastingen overig 0.8 Overige baten en lasten 2.1 Verkeer en vervoer 6.3 Inkomensregelingen Btw compensatie

253,08

Begroot in 2020

Werkelijk in 2020

3.492.244 51.437 7.853 108.439 -70.336 59.149 175.200 680.411

3.547.798 57.270 4.551 108.439 -70.336 59.149 205.560 748.150

79

Totale kosten Opbrengst heffingen Dekkingspercentage

4.504.379 4.503.538 99,97%

4.660.668 4.470.416 95,91 %

De hogere lasten in vergelijking met de begroting worden voornamelijk veroorzaakt door de hogere directe kosten en de hogere toegerekende BTW. In de begroting zijn deze lasten te laag geraamd. Rioolheffing Eigenaar Gebruiker

Kostendekkendheid rioolheffing 7.2 Riolering 1.4 Overhead 0.5 Rente 0.64 Belastingen overig 2.1 Verkeer en vervoer 6.3 Inkomensregelingen Btw compensatie

72,96 < 300 m3

130,20

300-999 m3

368,40

1000-9999 m3

3.042,96

> 9999 m3

23.916,12

Begroot in 2020

Werkelijk in 2020

2.331.639 674.250 822.600 158.000 124.590 180.000 375.000

2.874.602 750.715 222.251 158.000 124.590 137.675 348.500

Totale kosten Opbrengst heffingen

4.666.079 4.665.321

4.616.333 4.679.022

Dekkingspercentage

99,98%

101,36%

In 2020 is het positieve resultaat op het product riolering grotendeels toegevoegd aan de voorziening onderhoud riolering. Het per saldo voordelig effect van het jaar 2020 ten opzichte van de begroting is met name het gevolg van lagere kosten op de onderdelen rente, kwijtschelding en btw. Toeristenbelasting Overnachtingen

2,00

Seizoenstandplaatsen

245,00

Jaarstandplaatsen

291,20

Forensenbelasting Basistarief

291,20

Opslag

1,12

80

Hondenbelasting 1e hond

58,08

2e hond

66,96

3e hond

75,72

4e hond

84,48

5e hond

93,24

Ontwikkeling lokale lastendruk De provincie Gelderland houdt de jaarlijkse ontwikkeling van de lokale lasten per gemeente bij. Op basis van deze cijfers kan een vergelijking gemaakt worden tussen de lokale lastendruk van naburige gemeenten. In onderstaande overzichten is de lastendruk 2020 van de gemeente Rheden weergegeven in vergelijking tot diverse Gelderse gemeenten. Tevens is de belastingdruk afgezet tegen het Provinciaal gemiddelde. De gemeentelijke lasten zijn lager dan de lasten in de meeste Gelderse gemeenten en ligt ruim onder het provinciale gemiddelde.

Gemeente

OZB afvalstoffenheffing rioolrechten 2019 2020 2019 2020 2019 2020

totale belastingdruk 2019 2020

Provinciaalgemiddelde

246

257

79

87

94

97

419

441

Arnhem

338

340

99

105

98

105

535

549

Rozendaal Lingewaard

258 242

257 251

103 67

94 91

93 99

92 101

454 407

443 443

Renkum Bronckhorst

224 205

230 210

113 86

123 108

114 123

128 126

450 414

481 443

Doetinchem Duiven

210 230

226 233

100 72

101 88

98 90

99 98

408 392

426 419

Zevenaar Doesburg

232 183

243 190

71 114

83 134

87 108

104 109

390 405

430 432

Brummen Zutphen

179 212

243 239

66 94

68 106

119 88

118 90

364 395

429 434

Rheden Westervoort

191 175

192 175

83 94

103 101

101 101

107 104

375 370

402 380

Overbetuwe

154

158

83

108

41

47

278

314

Bron: http://ftgelderland.databank.nl/ * De begrotingen van gemeenten dienen voor de provincie als basis voor de publicatie van bovenstaande cijfers. Door amendementen en begrotingsbijstellingen kunnen deze cijfers in enige mate afwijken.

Kwijtscheldingsbeleid Rheden kent de mogelijkheid tot kwijtschelding van belastingen. Hierbij hanteren we een grens van 100% van de uitkeringsnorm. Kwijtschelding is in 2020 mogelijk voor de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing (gedeeltelijk). Daarnaast ook voor de leges van een ID-kaart of voor hondenbelasting (gedeeltelijk).

81

Mensen die één keer kwijtschelding hebben toegekend gekregen, krijgen automatische kwijtschelding indien hun financiële situatie niet is veranderd. In 2020 is in totaal voor een bedrag van € 354.000 aan kwijtschelding verleend. Dit bedrag is lager dan het begrote bedrag van € 379.000.

82

Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Om inzicht te krijgen hoe de gemeente Rheden er financieel voorstaat, is het van belang om inzicht te hebben in de financiële positie en de financiële weerbaarheid (welke mogelijkheden zijn er in financieel moeilijke tijden). Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre wij in staat zijn om mogelijke tegenvallers (de risico's) op te vangen zonder dat de uitvoering van het beleid en het voorzieningenniveau van onze inwoners in gevaar komt. Met behulp van financiële kengetallen die betrekking hebben op de balans en de begroting kan een beeld worden geschetst van onze financiële positie. Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk of en wat er aan eigen vermogen en baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. Standaard normen voor een kengetal bestaan niet, deze zijn in principe vrij te bepalen. Voor de beoordeling of een kengetal matig of goed is sluiten wij aan bij de richtlijnen van onze provinciale toezichthouder.

Het weerstandsvermogen en de kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van onze financiële positie.

Risicoprofiel Top 8 risico's. Nr.

Risico

Kans

Financieel gevolg

Aandeel

1

Wegvallen extra middelen Jeugd vanaf 2023

100%

€ 1.600.000

26%

2

Gezien de hoeveelheid bezuinigingsmaatregelen bestaat het risico dat niet alle bezuinigingen (tijdig) worden gerealiseerd

20%

€ 1.200.000

20%

3

De oplopende kosten voor Jeugd door zowel indicaties waarop we geen grip hebben als een toenemende vraag

50%

€ 1.000.000

16%

4

Herverdeling gemeentefonds

50%

€ 750.000

12%

5

Aanvullende bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen i.v.m. een negatief exploitatiesaldo*

50%

€ 500.000

8%

6

Participatiewet. Enerzijds kan er sprake zijn van hogere lasten dan begroot omdat het aantal uitkeringsgerechtigden minder hard daalt dan het landelijke gemiddelde, anderzijds kunnen de inkomsten van het Rijk lager uitvallen.

50%

€ 500.000

8%

7

COVID-19, onvoldoende compensatie

25%

€ 125.000

2%

8

Door nieuwe, vaak meer flexibele, taken i.c.m. een krappe arbeidsmarkt is de huidige personele bezetting vaak niet voldoende

40%

€ 120.000

2%

Totaal overige kleinere risico's

€ 300.000

5%

Risicoprofiel 2020

€ 6.095.000

100%

* dit loopt uiteen van een duurder uitvallende aanbesteding van het doelgroepenvervoer tot een aanvullende bijdrage in het exploitatietekort van een gemeenschappelijke regeling.

83

Toelichting op de kolommen De kolom “risico” bevat de omschrijvingen van het risico (gebeurtenis) die kan leiden tot een (nadelig) financieel gevolg. De waarschijnlijkheid dat de omschreven risico's zich daadwerkelijk voordoen wordt getoond in de kolom “kans”. Voor risico's die zich herhaaldelijk voor kunnen doen, geeft de kans een indicatie van de frequentie waarmee risico's zich voordoen. Deze indicatie van de frequentie van voordoen wordt in onderstaande tabel getoond: Omschrijving

Percentage

< 1 keer per 10 jaar

10%

1 keer per 5–10 jaar

30%

1 keer per 2-5 jaar

50%

1 keer per 1-2 jaar

70%

> 1 keer per jaar

90%

Via de kolom “financieel gevolg” wordt getoond wat de financiële gevolgen zijn van het zich voordoen van het risico. Dit is de uitkomst van de het maximale ingeschatte financiële effect van een risico x de kans. De kolom “aandeel” geeft aan welk aandeel het betreffende risico heeft in het totaal van alle mogelijke financiële risico's. Zichtbaar is dat de top 8 risico's 95% uitmaken van het totaal. Voor deze paragraaf merken we het totaalbedrag aan als risicoprofiel. Ten opzichte van de begroting 2021 heeft er een verschuiving in de risico's plaatsgevonden. Hieronder geven we een nadere toelichting op de top 8. Extra middelen Jeugd (1) en herverdeling gemeentefonds (4) Er is door het Rijk nog geen uitsluitsel gegeven over de eventuele extra middelen voor Jeugd, het onderzoek daarnaar loopt nog. Naar verwachting wordt de uitkomst betrokken bij het definitieve besluit over de herverdeling.

Wanneer dit besluit wordt genomen is nog niet duidelijk, er is veel te doen over de voorlopige uitkomsten waarbij de volgende aspecten (medio april 2021) in ieder geval een rol spelen:  de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft veel vragen gesteld aan het ministerie over de verklaring van de voorlopige uitkomsten;  wanneer die vragen zijn beantwoord zal de ROB pas een advies uitbrengen;  hierna start de consultatie van de VNG waarbij de VNG nog steeds het standpunt huldigt dat de omvang van het gemeentefonds eerst vergroot moet worden (o.a. meer structurele middelen voor Jeugd) voordat een nieuwe verdeling kan worden doorgevoerd;  daarnaast wordt een definitief besluit na de vorming van een kabinet, gezien de verkiezingsprogramma's is de samenstelling daarvan ook van invloed op (de groei van) de omvang van het gemeentefonds;  de herverdeling gaat op z'n vroegst in op 1 januari 2023. Voor dit risicoprofiel houden we v.w.b. 1 vast aan het toetsingskader van de Provincie: met extra middelen Jeugd mag in de begroting alleen rekening gehouden als hiervoor ook een bedrag in het risicoprofiel is opgenomen. Voor wat betreft 4 is een inschatting voor dit risicoprofiel lastig te maken. Op basis van de voorlopige uitkomsten is sprake van een nadeel van ongeveer € 2,5 miljoen. Vanaf 2022 hebben we in de meerjarenbegroting al rekening gehouden met € 1,1 miljoen.

In dat geval zou het nadeel € 1,5 miljoen bedragen. Echter worden de herverdeeleffecten, via een ingroeimodel, ook beperkt tot € 15 per inwoner per jaar. Los van overige ontwikkelingen met betrekking tot het gemeentefonds bedraagt het nadeel in 2023 daarmee maximaal € 650.000. We hebben in de begroting echter al rekening gehouden met € 1,1 miljoen, effectief doet een financieel risico zich dus pas, beperkt, voor in 2024. Hoewel we uiteraard hopen dat de definitieve verdeling minder 84

ongunstig uitpakt voor onze gemeente houden we in het risicoprofiel rekening met de voorlopige uitkomst. Bezuinigingen (2) Met het vaststellen van de begroting is er tegelijkertijd een groot pakket aan maatregelen en bezuinigingen vastgesteld. Het karakter van de ene maatregel is harder (c.q. eenvoudiger) te realiseren dan andere maatregelen. In totaal gaat het om een pakket maatregelen van ongeveer € 7 miljoen. We hebben hierbij de inschatting gemaakt dat de zachtere maatregelen hiervan ongeveer 20% uitmaken waarbij het risico bestaat dat deze niet (tijdig) worden gerealiseerd. Een aantal van die zachtere maatregelen is bij de actualiteitenrapportage herzien, waardoor het risico is verkleind. Daarnaast hebben we bij deze jaarrekening vastgesteld dat, financieel, nagenoeg alle maatregelen voor 2020 zijn gerealiseerd. Er zijn echter ook maatregelen die qua bedrag meerjarig oplopen en waarvan het effect ook later wordt verwacht dan wel de omstandigheden wijzigen waardoor het uiteindelijke effect lager uitvalt. Een voorbeeld hiervan zijn de maatregelen bij Jeugd. Die zijn in 2020 niet behaald en vormen dan meerjarig ook een risico. Jeugd (3) De kosten van Jeugdzorg overschrijden in 2020 het begrote budget.

Zodra het een structureel karakter is, is het een risico voor zowel de bezuinigingen (2) als het budget waarmee in de meerjarenbegroting rekening is gehouden (zie ook programma 2 voor een toelichting op deze overschrijding). Er is een aantal aanvullende beheersingsmaatregen genomen, die hun effect gaan krijgen in de loop van 2021. Hiertoe behoren met name lumpsumafspraken met zorgaanbieders en een overeenkomst voor de Sociale Basis. Daarnaast investeren we in sturingsinformatie om op termijn meer inzicht in de kosten te krijgen en eerder in staat zijn om bij te sturen. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat er altijd een restrisico blijft bestaan, omdat onze invloed door autonome ontwikkelingen beperkt is. Die ontwikkelingen kunnen betrekking hebben op aantallen, duur en aard van de zorgbehoefte. Feit blijft dat er sprake is van zorgplicht en als er recht is op zorg dan hebben we die te leveren. Gemeenschappelijke regelingen (5) Net zoals veel andere gemeenten, participeren we in verschillende gemeenschappelijke regelingen. Ook gemeenschappelijke regelingen lopen diverse risico's en hebben soms te maken met taakuitbreidingen waarbij ze over het algemeen geen eigen middelen hebben om de financiële effecten daarvan zelf op te vangen. Op basis van de gemeenschappelijke regeling staan de deelnemende gemeenten dan 'aan de lat' voor die effecten.

Onder dit risico vallen ook de ontwikkelingen bij de Connectie, waarbij het netto risico voor al onze gemeenschappelijke regelingen is opgenomen. Omdat in de meeste gemeenschappelijke regelingen is opgenomen dat een meerderheid van de stemmen in het algemeen bestuur leidend is, is de invloed op de hoogte van het financieel effect voor onze eigen gemeente beperkt. Dit is een standaard risico. Participatiewet (6) Ook dit is een standaard risico. Gemeenten zijn verplicht om bijstandsuitkeringen te verstrekken aan diegene die hiervoor op basis van de Participatiewet voor in aanmerking komt. Gemeenten ontvangen hiervoor een bijdrage uit het zogenaamde BUIG-budget. Dit is een landelijk budget dat 'objectief' wordt verdeeld, dat wil zeggen dat het aandeel van een gemeente in dat macrobudget is gebaseerd op de kans van het aantal bijstandsgerechtigden in een gemeente op basis van een veelheid aan objectieve kenmerken. Afhankelijk van de economische omstandigheden kan het Rijk het macrobudget verhogen of verlagen. Op die bijdrage heeft een gemeente dus geen invloed. Gemeenten hebben alleen invloed op de in- en uitstroom van het aantal bijstandsgerechtigden.

Die invloed is echter ook niet maximaal, los van de inspanningen om inwoners bijvoorbeeld door middel van scholing en andere stimuleringsmaatregelen naar werk te begeleiden zijn gemeenten wel afhankelijk van de economische ontwikkeling in de regio ofwel de werkgelegenheid. COVID-19 (7)

85

In de jaarrekening hebben we een afzonderlijke paragraaf opgenomen over de financiële effecten van COVID-19. Voor 2020 zien we dat het Rijk het grootste deel van de extra kosten die hiervoor ontstaan afdekt. Voor een aantal onderdelen, met name inkomstenderving en extra inzet van eigen (in te huren) personeel, lijkt de vergoeding iets achter te blijven. Echter gaat het hier deel ook om voorschotten, bijvoorbeeld bij toeristenbelasting en sport. Over het geheel genomen lijken die directe effecten dus te overzien. De indirecte effecten zijn een stuk lastiger in te schatten, het is ook onbekend hoelang de maatregelen nog van kracht blijven en wanneer de samenleving en economie weer terug kunnen naar normaal en wat de effecten zijn wanneer de steunmaatregelen, voor met name bedrijven, wegvallen. Financieel gezien zou de gemeente getroffen kunnen worden door bijvoorbeeld een hoger aantal bijstandsgerechtigden, alhoewel het Rijk daar het macrobudget (zie 6) al voor verhoogd heeft. Daarnaast is voor veel ondernemers uitstel van betaling van gemeentelijke belastingen mogelijk, zijn zij uiteindelijk in staat aan die verplichtingen te voldoen. Een risico, op langere termijn, is wellicht de omvang van het gemeentefonds. Hoe langer het Rijk de steunmaatregelen moet volhouden hoe hoger de staatsschuld oploopt.

Wanneer deze uiteindelijk te hoog is opgelopen en de methode van voeding van het gemeentefonds niet verandert gaan gemeenten weer mee de trap af als het Rijk moet gaan bezuinigen. In tegenstelling tot de laatste economische crisis is het geluid in Den Haag nu echter dat we 'ons uit de crisis moeten investeren'. Al met al maakt dit het ontzettend lastig een goede inschatting voor het risicoprofiel te maken. Arbeidsmarkt (8) We zien de afgelopen jaren al sterk dat het lastig is om voor sommige functies nieuwe medewerkers aan te trekken die over de juiste kennis en vaardigheden beschikken om samen met de zittende collega's de steeds grotere uitdagingen aan te pakken. Dat heeft effect op salarisschaal doe we soms moeten bieden waarmee in de zogenaamde toegestane formatie geen rekening is gehouden. Ook de budgetten voor een (duurdere) flexibele schil die soms noodzakelijk is, zijn de laatste jaren stevig afgeroomd. In 2019 was o.a. hierdoor sprake van een overschrijding van de totale loonsom (vast en inhuur) van € 1 miljoen. In 2020 is hierop strakker gestuurd waardoor er sprake is van een heel geringe overschrijding. Ondanks deze beheersingsmaatregelen blijft er een restrisico bestaan. Beheersmaatregelen Bij het vaststellen van de jaarrekening 2019 heeft u ons gevraagd in deze paragraaf meer aandacht te besteden aan de manier waarop de risico's door het jaar heen beheerst zijn.

Uit de beschrijving van de risico's kunt u opmaken dat deze risico's grotendeels door ons niet te beheersen zijn omdat ze buiten onze invloedssfeer liggen, dat geldt vooral voor de risico's 1, 4, 5 en 7. Voor de andere risico's geldt dat we wel degelijk sturen op die onderdelen waar we wel invloed op hebben, dat is echter nog geen garantie dat deze zich niet voor zullen doen. Wanneer daarvan sprake is benoemen we dit ook actief in het programma waar het risico zich voor heeft gedaan (bijvoorbeeld programma 2 ten aanzien van Jeugd). Daarnaast hebben we in de paragraaf Bedrijfsvoering een meer algemene paragraaf over risicomanagement opgenomen.

Weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit kan op verschillende manieren worden bepaald. Feitelijk komen alle budgetten, ook vrije reserves of bestemmingsreserves waarvan de bestemming nog gewijzigd kan worden, in aanmerking voor de bepaling van de weerstandscapaciteit. Om praktische redenen

86

worden in deze paragraaf alleen de (nog) niet geoormerkte budgetten meegenomen voor de bepaling van de weerstandscapaciteit, deze ziet er daarmee als volgt uit: Beschikbare weerstandscapaciteit Dekkingen

Omvang

Risicoreserve (stand jaarrekening 2020)

€ 3.293.210

Algemene reserve (stand jaarrekening 2020)

€ 9.118.370

Resultaat 2020, na bestemming, tlv algemene reserve

€ -920.827

Incidentele begrotingsruimte Totale weerstandscapaciteit

€ 25.000 € 11.515.753

De standen van de algemene en de risicoreserve betreffen de saldi zoals in deze jaarrekening opgenomen conform het overzicht reserves. We houden bij het bepalen van de weerstandscapaciteit al rekening met het voorstel om een aantal niet bestede budgetten over te hevelen naar 2021. Hierdoor komt er per saldo € 921K ten laste van de algemene reserve waarmee de weerstandscapaciteit uitkomt op € 11,5 miljoen. Dit is hoger dan in de meeste recente herziening van de weerstandscapaciteit (begroting 2021) omdat daarin, op basis van de bijgestelde begroting 2020, nog rekening werd gehouden met een tekort van € 2 miljoen. Dat valt dus lager uit. Algemene reserve De algemene reserve is meegeteld omdat hierop geen nadere verplichtingen rusten. Die verplichtingen zijn afgedekt via de bestemmingsreserve "te besteden gemeentelijke budgetten" en de overige bestemmingsreserves. Om die reden komt ook de (vrij te besteden) algemene reserve in aanmerking voor de berekening van de weerstandscapaciteit. Onbenutte belastingcapaciteit Bestaand beleid is dat er bij afval en riool al naar 100% kostendekkendheid wordt gestreefd, ten aanzien van de onbenutte belastingcapaciteit gaat het dan vooral over de OZB. Ondanks dat er bij actualiteitenrapportage 2021-2024 besloten is tot een OZB-verhoging met 5%, geldt hiervoor in principe als uitgangspunt dat maximaal de inflatiecorrectie wordt gehanteerd.

Om die redenen wordt de onbenutte belastingcapaciteit voortaan bij de berekening van de weerstandscapaciteit buiten beschouwing gelaten omdat deze door dat uitgangspunt momenteel feitelijk niet aanwezig is. Voor de hoogte van de OZB geldt overigens ook geen voorgeschreven norm, behalve bij een eventuele “artikel 12-aanvraag”, dan geldt een normtarief voor de OZB als één van de toelatingseisen. In dat geval dient een gemeente minimaal 20% meer OZB te heffen dan het landelijk gemiddelde. Op basis van die norm bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit voor de gemeente Rheden ongeveer € 2 miljoen. De verwachting is overigens dat de onbenutte belastingcapaciteit toeneemt. Bij de nieuwe verdeling van het gemeentefonds gaat het Rijk er namelijk vanuit dat gemeenten een groter deel van inkomsten via OZB heffen, de korting in het gemeentefonds op basis van de WOZ-waarde neemt namelijk toe. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico's op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen het risicoprofiel en de weerstandscapaciteit en wordt uitgedrukt in de weerstandsratio.

87

Weerstandratio

jaarrekening 2019

jaarrekening 2020

Totale weerstandscapaciteit

€ 13.636.580

€ 11.515.753

Risicoprofiel

€ 6.125.000

€ 6.095.000

2,2

1,9

Weerstandsratio:

Weerstandsratio Voor een nadere duiding van de ratio kan onderstaande normtabel worden gehanteerd. Weerstandsratio

Betekenis

> 2,0

Uitstekend

1,4 - 2,0

Ruim voldoende

1,0 - 1,4

Voldoende

0,8 - 1,0

Matig

0,6 - 0,8

Onvoldoende

< 0,6

Ruim onvoldoende

Conclusie Het risicoprofiel is ten opzichte van de begroting 2021 (laatste herziening) licht gestegen met in totaal € 100K. Hier staat tegenover dat het weerstandsvermogen ook is gestegen. Dat komt doordat, zoals eerder gesteld, het verwachte tekort over 2020 lager uitvalt. De weerstandsratio stijgt hierdoor van 1,8 (stand begroting 2021) naar 1,9. Hoewel nog steeds (ruim) voldoende, is die geringe stijging onvoldoende om ook de solvabiliteit al op het gewenste niveau te brengen. Van belang daarvoor blijft dat we de maatregelen vanuit Rheden Financieel Stabiel realiseren en daarmee ook de komende jaren rekeningsoverschotten creëren.

Kengetallen De financiële positie van de gemeente is onder meer te beoordelen aan de hand van een aantal financiële kengetallen. Om ook de vergelijkbaarheid tussen gemeente te bevorderen zijn er met ingang van 2015 door het BBV een vijftal voorgeschreven. De betreffende kengetallen zijn hieronder opgenomen en nader toegelicht. Rekening 2019

Begroting 2020

Rekening 2020

Netto schuldquote

81%

91%

68%

A

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

77%

89%

65%

A

Solvabiliteitsratio

20%

14%

19%

C

Structurele exploitatieruimte

-6,64%

-3,39%

0,16%

B

Grondexploitatie

0,57%

0,00%

0,29%

A

Belastingcapaciteit

90%

90%

90%

A

Kengetallen:

Cat.

Toelichting Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan 88

bevindt de gemeente in de gevarenzone (rood). Het bestuur moet er werk van maken om de schuld te verlagen. (Bron: VNG -website). De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het totale eigen vermogen te delen door het totaal van de passiva. De structurele exploitatieruimte dient om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een percentage van 0% betekent een sluitende begroting, een positief percentage wil zeggen dat er begrotingsruimte is. Feitelijk biedt het financieel meerjarig perspectief bij de begroting een betere indicatie. Het kengetal grondexploitatie kan een grote invloed op de financiële positie van een gemeente hebben (zowel positief als negatief). Dit kengetal geeft een indicatie van het relatieve belang van de grondexploitatie. Het percentage is de waarde van bouwgronden in relatie tot de totale baten exclusief de reserves. De jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatie geeft overigens een concreter beeld van het verwachte verloop van grondexploitaties. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde.

De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen kan worden gerelateerd aan de totale woonlasten. De woonlasten worden bepaald aan de hand van de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZwaarde. Overigens zegt dit percentage niets over de feitelijke onbenutte belastingcapaciteit, dat is immers een politieke keuze (zie ook de passage hierover bij de weerstandscapaciteit op de vorige pagina's). Beoordeling van de kengetallen Net zoals bij de bepaling van de weerstandscapaciteit gelden er ook voor deze kengetallen geen harde voorgeschreven normen. Door de Provincie Gelderland is wel een indeling in drie categorieën opgegeven als richtinggevend voor de beoordeling. Aan de categorieën wordt in principe geen kwalificatie gegeven, omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te vinden. Wel kan er worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles, de kengetallen moeten altijd in relatie tot elkaar worden bezien. In onderstaande tabellen is een en ander weergegeven.

Handreiking beoordeling

Categorie A (minst risicovol)

Categorie B

Categorie C (meest risicovol)

Netto schuldquote

< 90 %

90 - 130 %

> 130 %

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90 %

90 - 130 %

> 130 %

Solvabiliteitsratio

> 50 %

20 - 50 %

< 20 %

Structurele exploitatieruimte

BEGR en MJB > 0 % BEGR of MJB > 0 %

BEGR én MJB < 0 %

Grondexploitatie

< 20 %

20 - 35 %

> 35 %

Belastingcapaciteit

< 95 %

95 - 105 %

> 105 %

Conclusie De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn, ook op basis van het bestaande beleid, redelijk stabiel en vallen in categorie A. De netto schuldquote heeft zich, als gevolg van afname van de omvang vaste en vlottende schulden, in 2020 positief ontwikkeld en blijft in categorie A.

89

De solvabiliteitsratio is op basis op van de rekeningcijfers op 31-12-2020 verslechterd ten opzichte van de rekening 2019, maar iets verbeterd ten opzichte van de begroting 2020. De score is lager dan 20% en valt daarmee in categorie C (meest risicovol). De komende jaren zullen onze inspanningen erop gericht moeten zijn om het weerstandsvermogen te vergroten en daarmee ook onze solvabiliteitspositie te verbeteren.

90

Onderhoud Kapitaalgoederen Inleiding De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte. De openbare ruimte bestaat uit een aantal kapitaalgoederen (wegen, riolering, groen, openbare verlichting, speelvoorzieningen en gebouwen) welke dienen te worden onderhouden om de continuïteit te kunnen waarborgen. In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het beleidskader en de financiële consequenties van het onderhoud van kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Het onderhouden van kapitaalgoederen legt een grote claim op de begroting. Transparantie ten aanzien van de uitvoering en risico’s is derhalve van groot belang. Het onderhoud van de diverse vakgroepen zal de komende jaren zoveel mogelijk in samenhang met de diverse projecten worden uitgevoerd in integrale projecten. Daarnaast zal aan assetmanagement verder vorm en inhoud worden gegeven. Wettelijke eisen en informatievoorziening In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de bepalingen opgenomen waaraan de verslaglegging inzake het onderhoud kapitaalgoederen moet voldoen. In de ‘financiële verordening gemeente Rheden’ zijn eveneens bepalingen opgenomen. Ter informatie zijn hieronder de bepalingen van de BBV en de ‘financiële verordening gemeente Rheden’ opgenomen die de inhoud van de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bepalen.

In de uitwerking van deze paragraaf zijn deze bepalingen als uitgangspunt gehanteerd. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Artikel 12 De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat tenminste de volgende kapitaalgoederen:  Riolering en Water;  Wegen;  Openbare Verlichting;  Gebouwen;  Groen. Van de kapitaalgoederen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven:  Het beleidskader;  De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties;  De vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Financiële verordening gemeente Rheden Artikel 18, lid 4 Bij de begroting en het jaarverslag doet het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over:  de beschikbare nota’s en de beleidsuitgangspunten betreffende het onderhoud van de kapitaalgoederen;  de hieruit voortvloeiende financiële consequenties;  de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Lid 1, 2 en 3 van artikel 18 hebben betrekking op de diverse beleidsnota’s voor het onderhoud van de openbare ruimte. In deze paragraaf zal inzicht worden verschaft in de planning van het verschijnen van de geactualiseerde beleidsnota’s inzake het onderhoud van de kapitaalgoederen.

Openbare Ruimte

91

In 2018 heeft de Raad het Watertakenplan vastgesteld. Het afvalwatertakenplan (voorheen GRP) 2018 t/m 2022 is samen met de partners gemeente Bronkhorst, Doesburg en Rheden en het Waterschap Rijn en IJssel opgesteld In het watertakenplan hebben gemeenten en het Waterschap een gezamenlijke visie opgesteld en uitgewerkt voor de riolering en zuivering: Het Watertakenplan Olburgen beschrijft het beleid en planning voor de periode 2018 t/m 2022. De drie gemeente en het Waterschap werken samen om hun inspanning op elkaar af te stemmen, van elkaar te leren gezamenlijke projecten te ondernemen. Zodoende kunnen we effectiever en efficiënter werken. De taken die binnen een integrale planning op elkaar afgestemd worden zijn: rioleringswerkzaamheden, weg- en groenonderhoud, openbare verlichting, verkeersveiligheid, woningbouwplannen en het aanbrengen van voorzieningen voor mindervaliden en slechtzienden. De werkzaamheden voortkomend uit het Watertakenplan en woningbouwplannen zijn leidend Het betreft hier werken waar een wettelijke termijn aan gesteld is, waar politiek een duidelijke prioriteit ligt of waar veiligheidsaspecten mee gemoeid zijn. Integrale uitvoering betekent per definitie dat bepaalde werkzaamheden vervroegd of vertraagd worden uitgevoerd ten opzichte van de optimale technische en financiële planning van de afzonderlijke disciplines.

Op termijn (cyclische onderhoudsperiode) nivelleert echter dit verschil. Een integrale planning (“werk met werk maken”) heeft uit financieel en maatschappelijk oogpunt de voorkeur. In 2020 is de Beheernota Openbare Ruimte en de actualiteitenrapportage vastgesteld. Aansluitend hierop worden de beheerplannen vernieuwd. Hieronder wordt per onderwerp ingegaan op kerncijfers, het beleidskader en ontwikkelingen.

Riolering en water Riolering en water Kerncijfers Kerncijfers:

Begroting

Rekening

Vrijverval

243.279 m1

243.436 m1

Infiltratieriool

20.637 m1

20.516 m1

Persleiding

35.976 m1

35.976 m1

KADERS Uw raad heeft in januari 2018 het Watertakenplan Olburgen vastgesteld. In dit Watertakenplan is het meerjarenplan en de financiële onderbouwing is vastgesteld. Financiële consequenties In onderstaand overzicht is een vergelijking gemaakt tussen de begrote en werkelijke kosten en baten die verband houden met riolering.

Watertakenplan 2020

Begroting 2020

Werkelijk 2020

Verschil

Baten rioolheffing

4.680.965

4.679.023

-1.942

Kwijtschelding rioolheffing

-180.000

-137.675

42.325

4.500.965

4.541.348

40.383

Baten

Per saldo inkomsten

92

Lasten: Rente

-822.600

-222.251

600.349

Afschrijving

-823.692

-826.957

-3.265

Totaal rente en afschrijving

-1.646.292

-1.049.208

597.084

Exploitatie werkzaamheden

-2.464.787

-3.167.612

-702.825

Totaal lasten

-4.111.079

-4.216.820

-105.741

-375.000

-348.500

26.500

0

0

0

14.886

-23.972

-38.858

Btw compensatie Overig Per saldo mutatie

Wegen Kerncijfers Asfalt Elementen Beton Overig

1.228.290 m² 1.340.421 m² 93.564 m² 50.192 m²

KADERS In 2020 is de nieuwe Beheernota Openbare Ruimte en de actualiteitenrapportage vastgesteld. Hierin zijn de ambitieniveaus vastgesteld, de budgetten en de wettelijke kaders opgenomen. Op basis van inspecties, genoemd totaaloverzicht en de landelijke CROW-norm wordt per jaar een jaarprogramma vastgesteld en uitgevoerd. De gemeente wil een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte realiseren binnen haar kernen. In dit kader is het begrip Integraal Beheer Openbare Ruimte van belang. Dit betekent dat zowel de technische kwaliteit als de belevingskwaliteit van wegen, straatverlichting, groen en speelvoorzieningen op elkaar zijn afgestemd. Verloop reserve Beheerplan onderhoud wegen Saldo 1-1-2020

1.114.361

Onttrekking 2020

38.439

Toevoeging 2020

750.000

Saldo 31-12-2020

1.825.922

2020 is vooral gebruikt als voorbereiding voor de werkzaamheden in 2021/2022. In 2021/2022 staan er een aantal doorgaande wegen op de planning om te vervangen. In 2020 is er €1.500.000 niet besteed. Voor de werkzaamheden in 2021/2022 is er meer budget nodig dan begroot. het overschot van 2020 gaan we daar deels voor inzetten. Deels is er sprake van onderhoud €750.000,- dit voegen we toe aan de reserve wegen. De andere helft betreft een investering die in 2021/2022 gepland staat. Daardoor vallen de kapitaallasten vanaf 2022 ca. €11.500,- per jaar hoger uit. Aangezien we dit deel als investering gaan inzetten valt € 750.000 eenmalig in 2020 vrij. Dit eenmalige voordeel is mede het gevolg van een wijziging in de BBV-voorschriften met betrekking tot het (moeten) activeren van maatschappelijke investeringen. 93

In de ‘Actualiteitenrapportage 2021 (pagina 17)’ is deze wijziging van de voorschriften al nader toegelicht.

Openbare Verlichting Kerncijfers:

Rekening

Begroting

Lichtmasten

7.781

7.064

Armaturen

7.406

7.406

Lichtbronnen

7.456

7.456

Kaders: De huidige kaders zijn in 2011 vastgesteld. 2020 is gebruikt om nieuwe kaders op te stellen welke in 2021 zullen worden voorgelegd aan de gemeenteraad en na vaststelling worden aanbesteed. Risico’s: Door het uitvoeren van de grootschalige vervanging zijn de risico’s teruggebracht naar het geringe niveau van een defecte lamp. Wel zien we meer en meer dat het (verouderde) net van Liander storingen veroorzaakt waardoor het lijkt als of de verlichting stuk is maar de oorzaak in het net moet worden gezocht. Het oplossen van deze storingen kosten vaak veel tijd en zijn we als gemeente erg afhankelijk van Liander. In 2020 zijn we in gesprek gegaan met Liander. Dit heeft geresulteerd in een betere samenwerking. Hierdoor worden storingen eerder opgepakt en onderzocht waar de oorzaak zit. Verloop reserve vervanging straatverlichting Saldo 1-1-2020

283.818

Onttrekking 2020

115.238

Saldo 31-12-2020

168.580

Groen en spelen Kerncijfers: Kerncijfers beplanting en gazons Bomen Speelplaatsen/speeltoestellen

Begroting

Rekening 151 ha

153 ha

13.004 st

13.159 st

90 st / 412 st

95 st / 436 st

In 2020 is de nieuwe Beheernota Openbare Ruimte en de actualiteitenrapportage vastgesteld. Hierin zijn de ambitieniveaus vastgesteld, de budgetten en de wettelijke kaders opgenomen. De gemeente wil een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte realiseren binnen haar kernen. In dit kader is het begrip Integraal Beheer Openbare Ruimte van belang. Dit betekent dat zowel de technische kwaliteit als de belevingskwaliteit van wegen, straatverlichting, groen en speelvoorzieningen op elkaar zijn afgestemd. Financiële consequenties Spelen

94

Voor het budget spelen is een reserve ingesteld. Verloop reserve Spelen Saldo 1-1-2020

376.726

Toevoeging 2020

19.581

Saldo 31-12-2020

396.307

Groenonderhoud Voor het groenonderhoud is geen voorziening of reserve ingesteld. Groenonderhoud wordt verantwoord binnen de exploitatie. In 2020 is het onderhoud niet binnen de begroting uitgevoerd. Exploitatie 2020

Begroot 2020

Werkelijk 2020

Verschil 2020

Onderhoud groen

959.977

993.587

-33.610

Bewoners en projecten Bewoners worden betrokken in de voorbereiding van (groene) uitvoeringsplannen. Bewoners kunnen hun verantwoordelijkheid nemen om een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid in de straat door een stuk groen, afvalbak of bank te adopteren. Deze manier van werken leid nog steeds tot betrokken en enthousiaste bewoners. Daarbij is er nu de mogelijkheid om met de Ik Buurt Mee vouchers een extra bijdrage te leveren aan de leefbaarheid. Kerncijfers:

31-12-2019

31-12-2020

Groenadopties

20.937 m2

23.398 m2

Afvalbak adoptie

140 st

150 st

Adoptie plantsoenbanken

20 st

28 st

Gebouwen Rhedens Vastgoedkader 'Gemeente Rheden heeft vastgoed in bezit om haar beleidsdoelstellingen te realiseren'; dit is het belangrijkste uitgangspunt van het Rhedens Vastgoedkader dat in 2019 is vastgesteld. In dit kader zijn uitgangspunten vastgesteld voor wat betreft het onderhoud, de financiële verantwoording en het beheer van het vastgoed. Hieronder het vastgoed dat in beheer is.

Naam Beleidsvolgend vastgoed Sport

Adres

Plaats

De Dumpel De Hangmat

Gruttostraat 14 IJsselsingel 7

Velp Rheden

Theothorne Openluchtbad Rheden

Ericaplein 3 IJsselsingel 11

Dieren Rheden

Gymzaal Huijgenslaan Gymzaal Bloemershof

Huygenslaan 44 Dieren Burgemeester Bloemersstraat 3 Dieren

Gymzaal Jan Luijkenlaan IJsselsingel 95 Rheden (WIK)

Jan Luijkenlaan 2a IJsselsingel 95

Velp Rheden

95

Kleedkamer De Pinkenberg (DVOV)

De Pinkenberg 5a

Rozendaal

Admiraal Helfrichlaan 97a

Admiraal Helfrichlaan 97a

Dieren

Dorspshuizen De Oase

Ericaplein 1

Dieren

Het Kasteel (dorpshuis De Poort) Nieuw Bergstein (dorpshuis Ellecom)

Heeckerensstraat 201 Binnenweg 40a

Velp Ellecom

Van Voorthuijsenschool (Inloophuis 't Trefpunt)

Schoolstraat 12

Velp

Cultuur De Bundel (Bibliotheek)

Ericaplein 5

Dieren

Openluchttheater de Pinkenberg Scouting De Olmen

Kluizenaarsweg 4 Beekhuizenseweg 73a

Rozendaal Velp

Scouting De Markesteen

Bovenallee 3 - 5

Velp

Brandweer Brandweer Velp

Noorder Parallelweg 21

Velp

Brandweer Rheden

Worth Rhedenseweg 66

Rheden

Onderwijs De Kroeseboom

Haverweg 16

Rheden

Koningin Emmaschool

Hogestraat 31

Dieren

Parkeren/ verkeer Parkeergarage Dieren

Harderwijkerweg 2

Dieren

Veerinstallatie

Aan 't Veer 1

Dieren

Cultureel erfgoed Muziektent Spankeren

Kerkplantsoen 2

Spankeren

Muziektent Laag Soeren Muziektent Velp

Bosrichterlaan 1 Overbeeklaan 7

Laag-Soeren Velp

Muziektent Ellecom Muziektent Rheden

Binnenweg 40c Havelandseweg 90

Ellecom Rheden

Gemaal de Volharding Dorpspomp Velp

Lathumseveerweg 2 Kerkstraat zn

Velp Velp

Dorpspomp Rheden Poort Overbeek

Dorpsstraat ong. Overbeeklaan ong.

Rheden Velp

Emmapiramide Kerk De Oude Jan

Kluizenaarsweg ong. Kerkstraat 56

Rozendaal Velp

Hervormde kerk Rheden Hervormde kerk Ellecom

Dorpsstraat 51 De Friedhof 6

Rheden Ellecom

Hervormde kerk Spankeren Priessnitzmonument

Kerkweg 2 Priesnitzlaan 25

Spankeren Laag-Soeren

Begraafplaats Heiderust Begraafplaats Harderwijkerweg

Lentsesteeg 21a Harderwijkerweg 3 nabij

Rheden Dieren

Begraafplaats Imboslaan Israëlische Begraafplaats

Imboslaan 63 Bernard Zweerslaan 1

Dieren Dieren

Gemeentewerf Biljoen Gemeentewerf Dieren

Biljoen 8-10 Meidoornlaan 2

Velp Dieren

Eigen huisvesting

96

Gemeentehuis

Hoofdstraat 3

De Steeg

Harderwijkerweg 4 Harderwijkerweg 6

Dieren Dieren

Den Heuvel 32 Koepel De Kaap

Den Heuvel 32 Beekhuizenseweg 2

Velp Rheden

Tellegenlaan 2 Woonwagen standplaats

Tellegenlaan 2 Van Aldenburglaan 38

Dieren De Steeg

Woonwagen standplaats Bedrijfsruimte Spoorstraat 50/50-a

Van Aldenburglaan 40 Spoorstraat 50

De Steeg Dieren

Spoorstraat 46 Bedrijfshal Spankerenseweg 58a

Spoorstraat 46 Spankerenseweg 58a

Dieren Dieren

Stationsplein 32 De Pinkenberg 1

Stationsplein 32 De Pinkenberg 1

Dieren Rozendaal

Kinderboerderij Trafo Trollybus Zutphensestraatweg

Brinkweg nabij 1 Zutphensestraatweg 7-a

Rheden Velp

Dr. Van der Feltzlaan 19b Woning Jan Luijkenlaan

Dr. Van Der Feltzlaan 19b Jan Luijkenlaan 2

Velp Velp

Woning De Pinkenberg 5 Woning IJsselsingel 89

De Pinkenberg 5 IJsselsingel 89

Rozendaal Rheden

Woning Heiderust Lentsesteeg 21 Woning Spoorstraat 48

Lentsesteeg 21 Spoorstraat 48

Rheden Dieren

Woning Admiraal Helfrichlaan 97 Woning Kappersweg 1

Admiraal Helfrichlaan 97 Kappersweg 1

Dieren Spankeren

Paviljoen Stationsplein Fietsenstalling Stationsplein

Stationsplein zn Stationsplein zn

Dieren Dieren

Vastgoed in grondexploitaties Woning Harderwijkerweg 4 (verkocht 2020) Woning Harderwijkerweg 6 (verkocht 2020) Overig vastgoed

Bovenstaande overzicht toont de gebouwen die volledig in eigendom zijn bij Gemeente Rheden. Voorziening Onderhoud Vastgoed In 2020 is (conform besluitvorming bij de jaarstukken 2019) de reserve SBO Gebouwen omgezet in een voorziening. in het vierde kwartaal van 2020 zijn de meerjarenonderhoudsplannen van het vastgoed vastgesteld door het College. Onderhoudstrategie De onderhoudsstrategie van gemeente Rheden is er op gericht het gemeentelijke vastgoed in een goede staat van onderhoud te houden, waar mogelijk de markt in te zetten, zelf het stuur in handen te houden en rechtmatig te zijn in opdrachtverstrekkingen. Het vastgoed in een goede staat van onderhoud houden doen we door het vastgoed te onderhouden op basis van een op de NEN 2767 gebaseerd onderhoudsplan. Deze onderhoudsplannen zijn in 2019 opgesteld. Met deze gegevens is het onderhoud langjarig aanbesteed in 2020. De onderhoudswerkzaamheden voor 2020 en 2021 worden in 2021 uitgevoerd.

97

Verloop reserve SBO gebouwen Saldo 1-1-2020

1.160.067

Toevoeging 2020

30.524

Onttrekking

217.218

Saldo 31-12-2020

973.383

Verloop reserve onderhoud gebouwen Saldo 1-1-2020

655.843

Onttrekking Saldo 31-12-2020

0 655.843

Verloop voorziening gebouwen Saldo 1-1-2020

0

Toevoeging 2020

883.549

Onttrekking

573.955

Saldo 31-12-2020

309.594

98

Financiering Treasury is het besturen en beheersen, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden, het te allen tijde zorgen voor voldoende liquide middelen, waarbij een tijdelijk overschot tegen een zo hoog mogelijk rendement wordt belegd en het daarbij afdekken van met name rente- en kredietrisico’s. De financieringsparagraaf bevat volgens het BBV de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille. We geven daarom in deze paragraaf een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de gemeente. De financieringsparagraaf gaat daarnaast in op de eisen die de Wet Fido stelt. Dat wil zeggen dat de uitvoering van de financieringsfunctie uitsluitend de publieke taak dient, dat het beheer prudent is en dat aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is voldaan. Tenslotte besteden we in deze paragraaf ook aandacht aan de financieringspositie.

Risicobeheer treasuryfunctie In deze paragraaf geven we een analyse van de risicoaspecten die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie. We onderscheiden daarbij renterisico’s en kredietrisico’s. Voor het renterisico, wordt door middel van een normering een goede spreiding van renteaanpassingen binnen de leningenportefeuille bevorderd. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten welke consequenties kunnen hebben voor de financiële positie. Aldus bevordert de Wet Fido een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Kredietrisico’s worden beperkt door de eisen die de Wet Fido stelt aan tegenpartijen en producten op de geld- en kapitaalmarkten. Tegenpartijen dienen over een minimale kredietwaardigheid te beschikken in de A-categorie. Tevens dienen financiële producten de garantie te bevatten dat aan het einde van de looptijd de hoofdsom nog intact is. Renterisico vlottende schuld (kasgeldlimiet) Dit instrument dient om de omvang van de kortlopende financieringsmiddelen te kunnen bewaken. De kasgeld- limiet is een percentage van de omzet van de gemeente dat de ruimte voor korte financiering aangeeft. De limiet heeft betrekking op leningen met een looptijd van maximaal 1 jaar (vlottende schuld) en bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal van de lasten (exclusief stortingen in reserves).

Wanneer de vlottende schuld dit percentage van 8,5% overschrijdt moet een deel van de vlottende schuld worden omgezet naar vaste (langlopende) schuld. Daarnaast kan een overschrijding leiden tot een strenger toezichtregime. Op basis van de primitieve begroting 2020 (€ 121.470.000) bedraagt de kasgeldlimiet van de gemeente Rheden € 10.325.000. Door de lage rente is in 2020 zoveel mogelijk gebruikt gemaakt van kasgeldleningen ter financiering van liquiditeitstekorten. Dit heeft een voordelig effect op de rentelasten. Berekening (bedragen x € 1.000) 1. Toegestane kasgeldlimiet (8.5% * 121.470) 2. Vlottende schuld - opgenomen gelden korter dan 1 jaar - schuld in rekening courant 3. Vlottende middelen - contanten in kas - Te goeden in rekening courant

2020 10.325 9.000 0

15 967

99

4. Toets kasgeldlimiet Totaal netto-vlottende schuld (2-3) Toegestane kasgeldlimiet Ruimte (+)/overschrijding (-) kasgeldlimiet (4 - 3)

8.018 10.325 2.307

Conclusie: er is ruim voldaan aan de kasgeldlimiet. Renterisico vaste schuld (renterisiconorm) De renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar (vaste schuld). Het doel hiervan is om tot een zodanige opbouw van de leningportefeuille te komen, dat het renterisico in een bepaald jaar als gevolg van renteaanpassingen en herfinanciering van leningen wordt beperkt. Indien een leningportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld in de tijd gelijkmatig zijn gespreid. On- gewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen worden hierdoor beperkt. De norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.

1 2 3

Berekening (bedragen x.€ 1.000) Renteherzieningen Aflossingen Renterisico (1 + 2)

2020 0 0 0

4a Begrotingstotaal (primitief 2020) 4b Percentage conform ministeriele regeling 4 Renterisiconorm (4a x 4b)

121.470 20% 24.294

5

24.294

Ruimte (+)/overschrijding (-) renterisiconorm (4 - 3)

Conclusie: er is ruim voldaan aan de renterisiconorm. In 2020 zijn er geen langlopend leningen aangetrokken. Wel zal naar verwachting in 2021 het noodzakelijk zijn om extra langlopende middelen aan te trekken voor de financiering van de tekorten in de exploitatie en de investeringen. Kredietrisico’s Kredietrisico’s kunnen zich op twee manieren manifesteren. Ten eerste is er het risico dat de gemeente loopt over verstrekte leningen en beleggingen. Ten tweede is er sprake van indirecte kredietrisico’s bij verstrekte gemeentegaranties (ook wel borgstellingen genoemd). Kredietrisico op leningen en beleggingen De gemeente Rheden heeft uit hoofde van haar publieke taak leningen verstrekt en in deelnemingen geïnvesteerd. In het hierna volgende overzicht zijn de uitgezette gelden vermeld. Kredietrisico op verstrekte gelden aan derden Uitzettingen Uit hoofde van publieke taak: 1 Deelnemingen 2 Overige leningen Totaal

2020 608.767 4.472.999 5.081.767

% 12,0 88,0 100,0

Ad 1. Onderstaand de specificatie van de deelnemingen.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=9e8ec48d-d2ea-4d04-95ed-fd4e2465f1da