Integraal gebiedsplan HBFO - februari 2026
Tekst van het document
IN HET KORT De eigenaren en gebruikers van het uiterwaardengebied Havikerwaard, Beimerwaard, Fraterwaard en Olburgerwaard willen een voortrekkersrol innemen om duurzame voedselproductie samen te laten gaan met de unieke culturele en natuurlijke waarden van het gebied én de specifieke wateropgaven in het gebied. In dit integrale gebiedsplan wordt uiteengezet welke opgaven er liggen, welke doelen gesteld worden en met welke middelen deze bereikt zullen worden.
INTEGRAAL GEBIEDSPLAN HBFO 2026
.
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
PARTNERS Dit document is tot stand gekomen in opdracht van gemeente Rheden, Landgoed Middachten en Stichting Twickel (eigenaar Hof te Dieren). Met de medewerking van Gemeente Rheden, Landgoed Middachten, Stichting Twickel, Waterschap Rijn en IJssel, en de agrarische ondernemers in het gebied. Met dank aan Wietske van Dijk, Age Fennema, Peter Foeken, Hans Gierveld, Kitty Lamaker, Nicole Otten, Daniel Magwegwe, Ben Rankenberg, Marijn Struik en Louis Zweers voor hun bijdragen.
AUTEUR Lisa Kievits, Happyland Consortium
VERSIE 19 februari 2026
1
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding .......................................................................................................................................... 3
2.
Beleidskaders ..................................................................................................................................... 4
3.
Gebiedsbeschrijving ............................................................................................................................ 5
4.
5.
6.
7.
3.1.
Afbakening ...............................................................................................................................................5
3.2.
Analyse .....................................................................................................................................................5
Uitdagingen van het gebied ............................................................................................................... 11 4.1.
Instandhouding Landgoederen ..............................................................................................................11
4.2.
Toekomstgerichte Landbouw..................................................................................................................11
4.3.
Klimaatadaptatie opgave.......................................................................................................................12
4.4.
Kwaliteit van natuurlijke hulpbronnen ...................................................................................................12
4.5.
Vergroten biodiversiteit ..........................................................................................................................12
4.6.
Toekomstbestendig riviersysteem Boven-IJssel ......................................................................................13
4.7.
Recreatie en toerisme.............................................................................................................................13
Beoogde activiteiten ......................................................................................................................... 14 5.1.
Lopende projecten ..................................................................................................................................14
5.2.
Beoogde activiteiten...............................................................................................................................14
5.3.
Planning..................................................................................................................................................16
Draagvlak en organisatie ................................................................................................................... 17 6.1.
Partijen ...................................................................................................................................................17
6.2.
Organisatiestructuur ..............................................................................................................................19
6.3.
Monitoring en evaluatie .........................................................................................................................19
Bronvermelding ................................................................................................................................ 20
2
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
1. Aanleiding In de uiterwaarden van de IJssel, bij de gemeenten Rheden, Bronckhorst en Doesburg spelen meerdere opgaven, ambities en initiatieven. Het landschap is zeer afwisselend, en door de eeuwen heen gevormd door natuur en landgebruik. Vanaf de steile zuidelijke rand van de Veluwe loopt er een landschappelijke gradiënt van stuwwallandschap met veel landgoederen, naar historisch natte gebieden met kwel, naar de uiterwaarden met rivier, naar de oeverwallen aan de overzijde van de rivier. De uiterwaarden kennen een afwisseling van agrarische en natuurlijke delen. Het weerspiegelt het werk van vele generaties en kent een verband tussen agrarisch gebruik en natuurlijke waarden. Het grillige verkavelingspatroon en de kronkelende waterlopen vormen tezamen met de verspreide boerderijen, beplantingselementen en plassen een zeer afwisselend landschap, waarin zeldzame vegetatietypen en een zichtbare cultuurhistorie samengaan. In 2004 heeft een samenwerking van partijen uit het gebied geleid tot een gezamenlijke visie voor de Havikerpoort. Naar aanleiding hiervan zijn in de periode van 2004 tot 2020 een groot aantal maatregelen uitgevoerd in het gebied om droogte tegen te gaan, recreatie te bevorderen en de ecologische kwaliteit te verbeteren.
In 2021 is een Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT) onderzoek uitgevoerd voor de Havikerwaard, de Beimerwaard, de Fraterwaard en de Olburgerwaard en het deel van de IJssel dat grenst aan deze uiterwaarden (HBFO). Het onderzoek had tot doel om te inventariseren welke ambities, opgaven en initiatieven er in dit gebied op korte en middellange termijn (tot 2030) spelen en hoe deze onderling samenhangen. Er is sinds 2020 een brede gebiedstafel waar alle stakeholders aan deelnemen, maar daar ligt geen gedeelde gebiedsvisie onder. Voor het behoud van het kenmerkende landschap, als voor het bestaansrecht van de agrarische bedrijven en daarmee dat van de landgoederen is een gedeelde visie en samenwerking in planvorming en uitvoering noodzakelijk. Uit het MIRT onderzoek zijn er een aantal belangrijke uitdagingen naar voren gekomen, met betrekking tot verdroging, duurzaam ruimtelijk gebruik en een toekomstbestendig riviersysteem Boven-IJssel. Ook vanuit het gebied zelf en de gebruikers van het gebied leven er wensen en behoeften voor het toekomstig gebruik. De opgaven waar het gebied mee te maken heeft leiden tot specifieke uitdagingen voor het agrarisch grondgebruik.
De eigenaren en gebruikers van het HBFO-gebied willen in het HBFO uiterwaardengebied een voortrekkersrol innemen om duurzame voedselproductie samen te laten gaan met de unieke culturele en natuurlijke waarden van het gebied én de specifieke wateropgaven in het gebied.
3
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
2. Beleidskaders Voorop staat dat in gebiedsplannen de gebiedskoers zich integraal richt op de Europese doelen voor klimaat, milieu en biodiversiteit en verduurzaming van de landbouw én aansluit bij het beleid van provincie, waterschap en gemeenten, zoals de Kadernota Agrifood ‘Toekomst voor de Gelderse boer’ van de provincie Gelderland. Natuurbeheerplan Het Natuurbeheerplan 2026 van de provincie Gelderland beschrijft de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden voor de ontwikkeling en het beheer van natuurgebieden, agrarische natuur en landschapselementen in de provincie. De focus ligt op het versterken van de natuur die er al is, met de ambitie om huidig beheer te versterken en versnellen, waarbij er bijzondere aandacht is voor agrarische natuur. Het plan bevat de begrenzing van de natuur- en agrarische natuurgebieden, met name toegespitst op de internationale doelen, de Kaderrichtlijn Water doelen en klimaatdoelen. De ambitiekaart in het Natuurbeheerplan geeft de begrenzing aan van gronden waar provincie Gelderland functieverandering van landbouw naar natuur zou willen realiseren. Dit geldt voor een aantal percelen in de Havikerwaard, Beimerwaard en Fraterwaard. Het gehele HBFO gebied valt onder het ANLb agrarisch natuurtype Dooradering. Dit natuurtype bestaat uit netwerken van droge en natte lijnvormige landschapselementen.
Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS) Provincie Gelderland werkt aan natuurverbetering en het verminderen van stikstofuitstoot. In Gelderland liggen 15 Natura 2000-gebieden, waarvan 13 met stikstofgevoelige natuur. De Veluwe behoort tot deze gebieden. In het plangebied zelf is geen overschrijding van de kritische depositiewaarde gemeten, maar het wordt mogelijk wel beïnvloed door de zonering. Om de natuur te herstellen en natuurvergunningverlening mogelijk te maken, worden er stikstofarme stroken van 500 meter rondom de stikstofgevoelige natuurgebieden ingesteld. Hierbinnen geldt straks een maximale stikstofuitstoot voor activiteiten die een natuurvergunning nodig hebben. Totdat deze zones en de maximale stikstofuitstoot zijn vastgesteld, worden er geen vergunningen afgegeven voor bijvoorbeeld nieuwe stallen. Kadernota Agrifood In de kadernota Agrifood wordt een toekomstbeeld geschetst waarin de grondgebonden boeren zijn gespecialiseerd in natuurinclusieve landbouw en/of kringlooplandbouw. Veeteelt, tuinbouw en akkerbouw zouden plaats moeten vinden in evenwicht met het natuurlijke systeem, waardoor de biodiversiteit boven en onder de grond toeneemt. In HBFO gebied is al veel gedaan in de ontwikkeling van natuur en natuurinclusieve landbouw.
Zo ligt het percentage grond onder ANLb fors hoger dan elders en is de veebezetting in aantal melkkoeien per hectare beduidend lager dan het landelijk gemiddelde. De agrariërs in het HBFO gebied willen toekomstbestendige landbouwbedrijven met een goed verdienmodel zodat bedrijfsovername ook mogelijk is. De agrariërs willen het huidige cultuurlandschap behouden en dit verder ontwikkelen volgens natuurinclusieve landbouwpraktijken mits het verdienvermogen dan ook op peil blijft. Ruimte voor de Rivier 2.0 Met het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 werken het Rijk en de regio gezamenlijk aan de inrichting van een nieuw, toekomstbestendig rivierengebied. Het programma bevat maatregelen voor de korte en de lange termijn, gericht op stabilisatie van rivierbodems en veilig waterafvoer. Dit programma kan grote impact hebben op het HBFO gebied, zoals mogelijke nevengeulen en waterstand van de rivier en daarmee impact op de grondbeschikbaarheid voor de landbouw en de waterhuishouding in het gebied. Echter, naar verwachting zullen concrete plannen pas vanaf 2028 beschikbaar komen. Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) is de Europese richtlijn voor het verhogen van de ecologische waterkwaliteit. In de richtlijn staan afspraken die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 de chemische en fysische kwaliteit van het water in alle Europese landen voldoende schoon en gezond is.
Water van goede kwaliteit is ook belangrijk voor drinkwaterbereiding, beregening van de akker- en landbouwpercelen en als drinkwater voor vee en andere dieren. Uit de Kaderrichtlijn Water (KRW)-beoordeling van de IJssel blijkt dat de chemische toestand van de rivier niet voldoet. Met betrekking tot de biologische waterkwaliteit (vissen, macrofauna, macrofyten) en fysische chemie (met name stikstof en fosfaat, maat voor vermesting) blijkt dat het water lichaam ‘matig’ scoort (Rijkswaterstaat, 2023).
4
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
3. Gebiedsbeschrijving 3.1. Afbakening Het plangebied HBFO omvat een deel van Boven-IJssel en bestaat uit de uiterwaarden Havikerwaard, Beimerwaard, Fraterwaard en Olburgerwaard (zie Figuur 1). Het gebied is door de eeuwen heen gevormd door de natuur en landgebruik. De uiterwaarden weerspiegelen het werk van vele generaties, zijn sterk verweven met de monumentaal aanwezige landgoederen Middachten en Twickel en kennen een verband tussen agrarisch gebruik en natuurlijke waarden. Het grillige verkavelingspatroon en de kronkelende waterlopen vormen tezamen met de verspreide boerderijen, beplantingselementen een afwisselend cultuurlandschap.
Figuur 1: Ligging Havikerwaard, Beimerwaard, Fraterwaard en Olburgerwaard (HBFO)
3.2. Analyse 3.2.1. Geohydrologisch Het plangebied is geohydrologisch gezien een complex gebied doordat het ligt ingesloten tussen de gestuwde Veluwe en de IJssel. Het gebied is gevormd door geomorfologische processen in verschillende ijstijden. De bodem bestaat voornamelijk uit klei op zand, met locaties waar veen en löss aan de oppervlakte komen. Tijdens de voorlaatste ijstijd is door de aanwezigheid van landijs de toen aanwezige bodemopbouw opgestuwd, wat nu de Veluwe vormt. Deze bodemopbouw bestond afwisselend uit (voornamelijk) zand- en (in mindere mate) kleilagen. Daardoor zijn de hoogteverschillen tussen de Veluwe en de HBFO groot, zo’n 50m. Tijdens de laatste ijstijd is een zandpakket met een dikte van 8m afgezet. In de warme periode na de ijstijd is de bovenste kleilaag afgezet door periodieke overstromingen van de IJssel.
5
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
Het grondwater stroomt hoofdzakelijk vanuit de Veluwe in (zuid)oostelijke richting. Op de overgang van de Veluwe naar de IJssel komt op diverse plekken van nature grondwater uit de Veluwe aan de oppervlakte. Kwel komt vooral voor op plaatsen waar voormalige IJsselgeulen dicht tegen de hoge gronden van de Veluwezoom liggen. Op deze plaatsen zijn veen en klei-op-veen bodems gevormd, die begroeid zijn met elzenbronbos. De hoge basenrijkdom van het grondwater uit zich in het voorkomen van bijzondere plantensoorten zoals Paarbladig Goudveil en Knikkend Nagelkruid. Driekwart van het toestromende water naar de bronbossen is afkomstig van Veluwewater. Daarnaast wordt ongeveer een kwart aangevoerd via korte stroombanen vanuit de aangrenzende landbouwpercelen aan de flank van de stuwwal. Dit water heeft sterk verhoogde nitraat- en fosfaatgehaltes, wat in de bronbossen leidt tot verruiging van de vegetatie. IJssel De IJssel kent een unieke ontstaansgeschiedenis, waarbij er belangrijke aanwijzingen zijn dat in HBFO de IJssel ooit doorbrak en vanaf daar een nieuwe riviertak vormde. De Boven-IJssel ligt in een vallei, aan een zijde begrensd door de Veluwe met vlakbij de hoogste delen van centraal Nederland. De Boven-IJssel heeft zich ontwikkeld tot een vrij afstromende rivier met grote peilfluctuaties.
Actieve morfodynamiek heeft gezorgd voor sterke meandering en de ontwikkeling van kronkelwaarden in HBFO. Door de ligging tussen stuwwal en rivier kent HBFO zowel kwelwater afkomstig van de IJssel als van de stuwwal. Daardoor zijn bijzondere ecotopen en beheertypen aanwezig en kent het gebied een bescherming in het kader van N2000 en GNN. Beken, watergangen en waterlopen in de uiterwaarden De afwatering van de Havikerwaard vindt plaats via beken, watergangen, grotere waterlopen en uiteindelijk via de Dierense Hank op de IJssel. Het zuidelijke deel van de Havikerwaard staat onder invloed van rivierkwel van uit de IJssel. De overige watergangen verzorgen voor een groot deel de afwatering van landbouwkundige gronden. Dat maakt dat deze watergangen hoofdzakelijk een afvoerfunctie hebben van het overschot aan water. Gezien de landbouwkundige beïnvloeding is het wenselijk dit water zoveel mogelijk gescheiden te houden van de andere twee systemen. Het watersysteem bestaat uit een aantal grotere beken die in noordoostelijke richting afwateren. In het gebied tussen de Veluwe en de A348 zijn veel beken aanwezig. Parallel aan de veluwezoom ligt de Ruitersbeek. Deze is vermoedelijk gegraven in de 17e eeuw om als bron te dienen voor water richting het Hof te Dieren voor een watermolen en het vullen van de vijvers.
De Ruitersbeek was altijd een constant watervoerende beek door kwelwater vanuit de Veluwe. Sinds de jaren ’70 is de Ruitersbeek zo goed als leeg komen te staan, onder andere door drinkwaterwinning en het inklinkende veen, waardoor er onvoldoende water was om de vijvers watervoerend te houden. In het zuidoostelijke gebied ligt de Lamme IJssel, een oude IJsseltak die dieper kwelwater vanuit de Veluwe opvangt. Alle beken komen samen in de Ruiters Aa, die verbonden is met de IJssel. Het kasteel van Middachten heeft een eigen watersysteem dat wordt gevoed door kwelwater vanuit het Kooibos en Fasantenbos via de Paardengracht. Uit geohydrologisch onderzoek blijkt dat ook aan de noordkant van de binnengracht kwelwater naar boven komt en daarmee de gracht wordt gevuld. Het peil van de gracht wordt echter mede bepaald door het peil van de Ijssel. In de Olburgerwaard en de Fraterwaard zijn minder sloten aanwezig. De afvoer van water vindt plaats via natuurlijke laagtes (kronkelwaarden) die in de loop van de tijd door de verlegging van de IJssel zijn ontstaan. De Fraterwaard is nagenoeg geheel omsloten door oppervlaktewater dat in open verbinding staat met de IJssel. Overige invloeden In de HBFO zijn meerdere plassen ontstaan door de winning van bouwstoffen. De zandwinplassen staan onder sterke invloed van de IJssel.
Ter hoogte van de zandwinplassen reageert de freatische grondwaterstand en de stijghoogte in het diepere grondwater vooral op seizoensfluctuaties en fluctuaties in het waterpeil van de IJssel. Vlak ten noorden van Ellecom wint Vitens sinds 1951 drinkwater. De winning komt ten goede aan een groot gebied, vanaf de Duitse grens bij Millingen aan den Rijn in noordelijke richting langs Zevenaar, Didam, Wehl en Doesburg tot in Dieren. De winning is geleidelijk opgevoerd naar 5,3 miljoen m3 per jaar vanaf de jaren ’70. De laatste decennia is de winning gestabiliseerd.
6
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
In de Havikerwaard zijn bevers actief met dammenbouwen en daarmee houden ze het water vast op een aantal plekken waar dat het waterschap niet lukt. Naast de mens is hier dus ook een dier bezig met peil- en landschapsbeheer.
3.2.2. Landschap Het landschap is door de eeuwen heen gevormd door natuur en landgebruik. Vanaf de steile zuidelijke rand van de Veluwe loopt er een landschappelijke gradiënt van stuwwallandschap met veel landgoederen, naar historisch natte broekgebieden met kwel, naar de uiterwaarden met rivier, naar de oeverwallen aan de overzijde van de rivier. De Boven-IJssel is een (oorspronkelijk) sterk meanderende rivier, die aan het noordwesten begrensd wordt door de stuwwal van het Veluwemassief. Binnen de uiterwaarden liggen relicten van oude rivierlopen en afgesneden meanders. De uiterwaarden kennen een afwisseling van agrarische en natuurlijke delen. De Havikerwaard en Beimerwaard, oude landbouwenclaves, hebben een hoge ecologische en cultuurhistorische waarde. Op de grens van de Veluwe met de Havikerwaard liggen op landgoed van Middachten twee bronbossen: het Faisantenbosch en het Kooibosch. Beiden zijn ontstaan door opkomend kwel vanuit de Veluwe. De bronbossen op het Landgoed zijn van grote waarde. Binnen deze bossen komen plantensoorten voor die afhankelijk zijn van hoge grondwaterstanden en zeer basenrijk grondwater. Optimale condities voor het voorkomen van deze bronbosvegetaties zijn sterk afgenomen. De aanwezigheid van de IJssel heeft het landschap van de uiterwaarden HBFO bepaald. Nog steeds is de invloed van de IJssel op het plangebied groot.
Dat heeft te maken met de peildynamiek van de Boven-IJssel. De hoogste afvoeren komen in de winter voor, met de grootste kans in januari en al wat minder in februari. Door een combinatie van smeltwater en veel regenval zijn hoogwaters ook mogelijk in het late voorjaar en de zomer. Lage en zeer lage afvoeren, zijn het hele jaar door mogelijk, ook in de winter. Grote delen van het gebied maken onderdeel uit van het Natura 2000-gebied Rijntakken en het Gelders Natuur Netwerk (zie Figuur 2). Op Europees niveau is het gebied een belangrijke schakel in de ecologische structuur Oostvaardersplassen-Veluwe-Reichswald, maar de natuur is er door cultivering ook versnipperd.
Figuur 2. Gelders Natuurnetwerk in groen aangegeven (Bron: arcgis.com)
7
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
Verder is het gebied grotendeels aangemerkt als Groene Ontwikkelingszone. Een Groene Ontwikkelingszone bestaat uit gebieden met een andere bestemming dan natuur, die ruimtelijk verweven zijn met het Gelders Natuurnetwerk en daar functioneel mee samenhangen. In het plangebied gaat het vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. In Groene Ontwikkelingszones wordt ingezet op versterking van de samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden.
3.2.3. Landgoederen De oudste landgoederen werden als kasteel of kloostergoed gesticht in de Middeleeuwen en zestiende eeuw. Deze huizen transformeerden vanaf de zeventiende eeuw tot buitenverblijven met een parkaanleg met vijvers, lanenstelsels en jachtterreinen. De landgoederen hebben voor een belangrijk deel bijgedragen aan de landschapsvorming van het buitengebied. Behalve door de aanplant van bossen en de aanleg van lanen, parken en tuinen heeft de aanleg ook invloed op delen van de broeklanden, de beken en sprengen op de Veluwe, de uiterwaarden en op de wegen. De cultuurhistorische elementen worden hieronder weergegeven (Figuur 3).
Figuur 3. Landschaps- en cultuurhistorische elementenkaart gemeente Rheden
Hof te Dieren Dit landgoed ligt aan de rand van het dorp Dieren op de overgang van de Veluwe en de IJsselvallei. In de zeventiende eeuw kwam de van oorsprong middeleeuwse boerderij in bezit van de stadhouderlijke familie Van Oranje. Sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw is het landgoed in bezit van de Stichting Twickel. Vandaag de dag is het Hof te Dieren is een levendig terrein, met park, moestuinen, landerijen en bospercelen. Stichting Twickel werkt er aan een harmonieus samengaan van cultuurhistorie, natuurwaarden, bedrijfseconomie, gebruik en beleving.
8
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
Middachten Kasteel en Landgoed Middachten is al 800 jaar vererfd in dezelfde familie en is daardoor een van de best bewaard gebleven landgoederen van Nederland. Het zuidelijk deel van het plangebied (Havikerwaard) is onderdeel van landgoed Middachten. Kasteel Middachten ligt strategisch tussen de hoge Veluwezoom en het lage moerassige land in een lus van de rivier de IJssel. De geschiedenis van het kasteel gaat terug tot het jaar 1190. Het landgoed om het kasteel bestaat uit bijgebouwen, tuinen, bossen en landerijen. De uitgestrekte landbouwgronden en bossen worden door de familie geëxploiteerd om het landgoed als geheel in stand te houden. In het gebied zijn nog veel landschapselementen aanwezig. Onderdeel van Landgoed Middachten is landgoed Avegoor, een van de buitenplaatsen tussen Middachten en Hof te Dieren. Het park bestaat uit boomgroepen en weiden in de Engelse landschapsstijl, ontworpen in 1843. Het park heeft een nauwe band met het dorp Ellecom sinds 1844, doordat de eigenaar/bewoner van het landgoed, Wendela Eleonora Boreel van Hogelanden als vrouwe van Ellecom het dorp voorzag van een school en een kapel (bouwjaar 1860). In 1924 werden de percelen aan Middachten verkocht.
3.2.4. Landbouw Landbouw en rivieren horen sinds de oudheid samen. Het is een gebied waarin van oudsher de melkveehouderij op vruchtbare rivierkleigronden plaatsvindt, met daarbij in grote delen regelmatige overstromingen vanuit de rivier. De agrarische benutting van gronden nabij de rivier heeft een waardevol cultuurlandschap gecreëerd en leveren een belangrijke bijdrage aan financiering van het (landgoed)beheer. De agrarische sector is dan ook de grootste gebruiker van het gebied (zie Figuur 4). Een periode van schaal- en productievergroting is waarneembaar in het landschap als een tijdslaag. De huidige trend naar extensivering en verduurzaming zal daar een toevoeging aan zijn, en deze verduurzaming is een ambitie van overheden en landgoederen. Zowel akkerbouw als veehouderij komen in het plangebied voor. De Havikerwaard is voornamelijk in gebruik als landbouwgrond. De huidige agrarische bedrijven in het gebied hebben zich gespecialiseerd en zijn gegroeid tot grote agrarische bedrijven met een relatief lagere veebezetting per hectare, met de nadruk op de melkveehouderij. De meeste bedrijven produceren op een zogenaamde reguliere wijze. Er zijn twee biologische bedrijven in het gebied. De meeste van de agrarische bedrijven zijn melkveebedrijven, waarvan er zeven liggen in de Beimer- en Havikerwaard, zeven in de Fraterwaard en één in de Olburgerwaard.
Door kavelruil is de landbouwstructuur in de afgelopen decennia aangepast voor efficiëntere bedrijfsvoering. Daarnaast pachten een aantal agrariërs van buiten het gebied gronden in HBFO.
Figuur 4: Kaart Gewaspercelen (bron: BRP, 2021)
9
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
Veehouderijen Verspreid over de uiterwaarden bevinden zich verschillende veehouderijen. Het overgrote deel van de agrarische bedrijven in het gebied houdt rundvee. Het zuidelijke deel van de Havikerwaard betreft hoge kleigronden en zijn zeer productief voor de landbouw. Hier is het landschap grootschalig ten opzichte van de cultuurgronden richting het Noordelijke gedeelte. Akkerbouw De verdeling tussen grasland en gewaspercelen verandert de laatste jaren niet in belangrijke mate. Een groot gedeelte van het gebied is grasland (voor veeteelt). Op verschillende hogere percelen wordt snijmais verbouwd. In de Havikerwaard exploiteert een van de melkveebedrijven ook een akkerbouwbedrijf. Ook in de Beimerwaard is een akkerbouwbedrijf gevestigd.
10
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
4. Uitdagingen van het gebied Het MIRT-onderzoek van 2021 laat zien dat er drie uitdagingen spelen in de HFBO. Daarnaast zien de gebruikers van het gebied een aantal opgaven die hier nauw mee samenhangen. De specifieke eigenheid van het gebied wordt gevormd doordat natuurlijke elementen, cultuurhistorische elementen en agrarische elementen hier samen komen. Landeigenaren en landgebruikers streven naar vergroening van het agrarisch gebied. Tegelijk hebben de uiterwaarden de functie van een bergingsgebied voor hoogwater. De hoogwater berging legt randvoorwaarden op aan de terreinruwheid (bossages), en vraagt in tijden van hoogwater een aangepast agrarisch grondgebruik. Uit de verschillende studies, beleid en de belangen die spelen in het gebied, zijn de volgende knelpunten gedestilleerd met betrekking tot het HBFO gebied.
4.1. Instandhouding Landgoederen De landgoederenzone tussen De Steeg en Dieren, die grotendeels wordt gevormd door Hof te Dieren en Middachten met (voormalige delen van) Avegoor, wordt hoog gewaardeerd als erfgoed. Dit parklandschap met kasteel en monumentale gebouwen vormt een samenhangend geheel. Het onderhoud van dit erfgoed is kostbaar, en de inkomsten zijn daarvoor van groot belang. De uiterwaarden zijn een belangrijk onderdeel van de landgoedexploitatie. De landgoederenzone en de uiterwaarden kunnen daarom niet los van elkaar worden gezien. Het is de uitdaging om de inkomsten op peil te houden en waar nodig te zoeken naar alternatieve inkomstenbronnen, die passen bij dit kostbare landschap. Grondwater vormt een wezenlijk onderdeel van het landgoed als ecosysteem. Voor instandhouding van dit landgoed-ecosysteem is een stabiel grondwater-stromings-systeem essentieel. Dit systeem wordt bedreigd door fluctuaties in het neerslag- winning evenwicht. Er is sprake van verdroging bij de bronbossen bij het Landgoed Middachten (Kooibosch en Faisantenbosch), de grachten van het kasteel Middachten, en de vijvers van het Hof te Dieren. De drinkwateronttrekking heeft de grootste invloed op de verdroging bij het Hof te Dieren, en een kleine invloed bij de verdroging van de bronbossen (circa 20 cm tot geen effect).
Het kasteel Middachten wordt omringd door een binnen- en buitengracht, waar sinds 2008 te weinig water in de grachten staat. Dit is onder andere een probleem voor de stabiliteit van de houten palen van bruggen en beschoeiing. De belangrijkste oorzaken daarvoor zijn de nabijgelegen peilvakken die (eveneens vanwege het sterk aflopende maaiveld) op een aanzienlijk lager peil zijn ingesteld en de peildynamiek op de IJssel. In de afgelopen jaren zijn in het gebied tussen de Veluwe en de uiterwaarden diverse maatregelen uitgevoerd door waterschap Rijn en IJssel om verdroging tegen te gaan. In 2017 zijn de watergangen in Middachterbroek, tussen de A348 en de bronbossen verondiept en drainage basis verhoogd. In 2022 is als aanvullende maatregel een knijpstuw geplaatst. Door deze maatregelen is het gebied aanzienlijk vernat. Nader onderzoek moet nog uitwijzen of deze maatregelen voldoende effect hebben gehad. Middachten ligt op de overgang van de hooggelegen Veluwe naar de uiterwaarden van de IJssel. Door deze overgangsgradiënt wordt hier een groot aantal biotopen op een relatief klein oppervlak gevonden. De bossen van de Veluwerand zijn relatief voedselrijk. Het is een belangrijk leefgebied voor het wilde zwijn en de ree. In 2013 is ter hoogte van het kasteel een ecotunnel aangelegd, waardoor dieren als ree, ringslang, otter en das deze barrière veilig kunnen oversteken.
4.2. Toekomstgerichte Landbouw De landbouw blijft de belangrijkste beheerder van de uiterwaard. Zij zorgt voor stromings- en bergingsruimte, wat belangrijk is voor de veiligheid en levert belangrijke financiële middelen om het gebied te beheren. Deze landbouwbedrijven staan wel voor een belangrijke verduurzamingsopgave. Het projectgebied is grotendeels als N2000 Rijntakken aangewezen en grenst aan het N2000 gebied Veluwe. De agrarische ondernemers geven aan dat er al veel gebeurt op het gebied van een duurzame landbouw met als doel minder milieubelasting en dat er ambitie aanwezig is om door te ontwikkelen. Ambities bestaan voornamelijk uit het optimaliseren van de bedrijfsvoering door middel van rantsoenaanpassing, optimaliseren van het bodemgebruik en extensivering. Daarnaast staan de meeste ondernemers open voor het realiseren van
11
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
groene-blauwe dooradering op hun bedrijven, mits dit niet ten koste gaat van het bestaande areaal landbouwgrond. Het nog niet concreet zijn van de opgaven, waaronder Integraal Riviermanagement (IRM) en Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), geeft onzekerheid voor het gebied. De ambitie voor meer (rivier)natuur wordt gezien als een bedreiging. Verder heeft men te maken met toename van kosten, onder meer door het wegvallen van de derogatie. Door deze dynamiek en onzekerheid is het nog niet mogelijk gebleken om een concreet Landbouwperspectief op te stellen. Een derde opgave voor de landbouw in het gebied is het verlagen van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden, met name op de Veluwe. De maatregelen die worden genomen op het gebied van extensivering en bodemgebruik moeten bijdragen aan deze opgave. Ook elektrificatie van de landbouwmachines en andere vormen van bodembewerking kunnen hieraan bijdragen.
4.3. Klimaatadaptatie opgave Klimaatverandering zal effect hebben op het afvoerregime van de IJssel (een regenrivier met verwachte grotere extremen in de waterafvoer). Het Rivierpeil en grondwaterpeil in de uiterwaarden zijn door de grofzandige ondergrond van de uiterwaarden gekoppeld als communicerende vaten. Langdurige perioden met een lage waterstand op de IJssel leidt tot omvorming naar hangwaterprofielen voor de hogere terreindelen. Dit vraagt om aanpassing van teelten en teeltmethoden. Waar dat kan wordt afstromend kwelwater minder snel afgevoerd zodat de kwetsbare kwelzone rondom de landgoederen minder snel zal verdrogen. Dit vraagt een aangepast landbouwkundig gebruik in deze bufferzone. Om de verdroging tegen te gaan ligt er de opgave om het organisch stofgehalte in de bodem te verhogen, zodat het vochthoudende vermogen van de bodem wordt verbeterd. In het kader van klimaatverandering ziet Gemeente Rheden de HBFO uiterwaarden als mogelijke zone voor extra waterberging, en als gebied om robuuste natuur te realiseren. Zij zien hier kansen om in te spelen op de afname en verandering van de biodiversiteit. Een zo robuust mogelijke natuur is de beste waarborg om krachtig te zijn en ruimte te creëren om te reageren op de nieuwe situatie. Het is een pleidooi voor het zoveel mogelijk verbinden van biotopen.
Hierbij is het gescheiden houden van schone en kalkrijke door kwelwater gevoede watersysteem en het door rivierwater gevoede systeem een belangrijk aandachtspunt.
4.4. Kwaliteit van natuurlijke hulpbronnen Het verbeteren van de kwaliteit van de bodem, het water en de lucht is een prioriteit binnen het HBFO gebied. Verhoging van het organische stofgehalte in de bodem zorgt voor koolstof opslag en verbetert het vochthoudend vermogen van de grond. Daarnaast zorgt een goede kwaliteit in bodemleven voor meer gewas opbrengst en een betere bovengrondse biodiversiteit. Als gevolg hiervan is er minder uitspoeling van nutriënten en pesticiden naar het grondwater en naar de IJssel. Hiervoor is een landgebruik zonder chemie noodzakelijk. Het verbeteren van luchtkwaliteit en het verlagen van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden valt ook onder de opgaven. Deze ambities hangen nauw samen met de opgave toekomstgerichte landbouw. Daarnaast heeft het Waterschap Rijn en IJssel de ambitie om schoon kwelwater van de Veluwezoom gescheiden te houden van het landbouwwater in het gebied en dit schone water terug te brengen in het Veluwe massief als aanvulling op de drinkwaterwinning en de natuurkwaliteit van de bronbossen.
4.5. Vergroten biodiversiteit De mate van biodiversiteit is gerelateerd aan de variatie aan beschikbare biotopen. Het relevante natuurdoeltype voor het (agrarisch) HBFO-gebied betreft ‘Natte - of blauwe dooradering’ (A15.03 Watergang en A15.04 Poel). Dit betreft binnen het agrarisch cultuurlandschap een netwerk van natte landschapselementen in de vorm van poelen, sloten, beken met moerasjes, rietlandjes en plasdrasgebiedjes. In streefsituaties is het terrein begroeid met kruidenrijk en niet te dicht gewas. Het aangrenzend grasland heeft veelal een hoge grondwaterstand en is vochtig tot nat. Het ensemble van een restgeul van de IJssel (de Lamme
12
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
IJssel) en de begeleidende bosschages (galerijbos) biedt een grote faunistische rijkdom doordat verschillende biotopen daar naast elkaar bestaan (open water, moeras, bos). De Boven-IJssel is een van de riviertrajecten met het kleinste areaal natuurgebied in Nederland, terwijl hier ook kansen liggen voor robuuste ecologische verbindingen. In de Havikerwaard in het bijzonder liggen mogelijkheden om de voedselrijke, vochtige uiterwaardgebieden te verbinden met de veel drogere en zandige stuwwallandschappen van de Veluwe. Hier zou een grotere uitwisseling tussen dier en plantensoort plaats kunnen vinden, waardoor het oppervlak van diverse habitats zoveel mogelijk vergroot wordt. De landgoederen, die zich uitstrekken tussen Veluwe en IJssel, kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Uitbreiding van de groene-blauwe dooradering (hagen, bomenrijen, houtwallen) kan ingezet worden om de biodiversiteit te vergroten. Soortenrijke biodiversiteit is belangrijk voor het betrouwbaar functioneren van landschapsdiensten. Er wordt gestreefd naar een fijnmazige verdeling van de dooradering zodat landschapsdiensten optimaal kunnen functioneren. Een opgave hierin is het verbinden van belangen: Een dicht net van groene dooradering staat op gespannen voet met het streven van waterbeheerders naar het verlagen van de bodemruwheid van het land.
Ook dient deze dooradering aan te sluiten bij het cultuurhistorisch landschap.
4.6. Toekomstbestendig riviersysteem Boven-IJssel Ten behoeve van het programma Integraal Riviermanagement kunnen in de HBFO diverse maatregelen worden getroffen om te komen tot stabiele en beheerbare bodemligging van het zomerbed en voldoende afvoer- en bergingscapaciteit. Dit programma kan grote impact hebben op het HBFO-gebied, zoals mogelijke aanleg van nevengeulen, verruiming van de bedding, en waterstand van de rivier en daarmee impact op de grondbeschikbaarheid voor de landbouw en de waterhuishouding in het gebied. De omvang van de benodigde ruimte en de maatregelen voor de Boven-IJssel zijn nog niet vastgesteld. Echter, naar verwachting zullen concrete plannen pas vanaf 2028 beschikbaar komen. Het is om deze reden dat de plannen die de Provincie en het Rijk voorbereiden niet meegenomen worden in dit Integrale Gebiedsplan.
4.7. Recreatie en toerisme De Gemeente Rheden en provincie Gelderland streven ernaar om de Veluwezoom te ontlasten. Er kan grote drukte ontstaan bij mooi weer en in het hoogseizoen. De spreiding in tijd en ruimte van deze drukte is een probleem. Het gebied is niet overal ingericht op het grote aantal bezoekers, de recreatieve verbindingen zijn soms onbekend of niet toegankelijk. Een optie daartoe is om bezoekers naar de HBFO te trekken als recreatief uitloopgebied voor Dieren, Doesburg en Arnhem. Zij zijn van mening dat de beleving van cultuurhistorische en natuurkwaliteiten en -waarden sterker zou kunnen en moeten. Dit beleid kan conflicteren met de aanwezige natuurwaarden binnen de HBFO, doordat de aanwezigheid van meer mensen de aanwezigheid van dieren- en plantensoorten verstoort. Ten tweede speelt dat er vanuit de ondernemers meer behoefte is aan ruimte voor ontwikkeling. De toeristisch-recreatieve sector is voor het HBFO gebied een zich ontwikkelende economische tak. Het gebied biedt de mogelijkheid tot het realiseren van een beperkte vormen van verblijfsrecreatie. Voor landgoederen geldt altijd dat zij een meerledige doelstelling hebben van wonen, vertier, natuur en economie en dat dit ook zichtbaar is.
13
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
5. Beoogde activiteiten 5.1. Lopende projecten Sinds 2004 hebben gebiedspartners gewerkt aan het project Havikerpoort. In dit kader zijn de watergangen rondom de bronbossen verondiept, fiets- en wandelpaden aangelegd, een ecopassage onder de A348 gebouwd en is door middel van zandwinning aan de zuidzijde van de Havikerwaard een nevengeul met bos en hoogwatervluchtroutes gerealiseerd. In 2020 is in het kader van het rivierenbeleid de MIRT-verkenning van het HBFO-gebied uitgevoerd. Alle stakeholders namen hieraan deel. Wat betreft de maatregelen voorgesteld in dit gebiedsplan gaat het om maatregelen die bijdragen aan het versterken van natuurwaarden in het HBFO gebied zelf, maar ook maatregelen die bijdragen aan een duurzame toekomstige landbouw in het gebied met een transitie naar Natuurinclusieve Landbouw. Deze maatregelen dragen tevens bij aan het oplossen van andere uitdagingen zoals klimaatverandering en afname biodiversiteit. Een benadering met de doelen op het gebied van robuust systeemherstel, veerkrachtige natuur en toekomstbestendige landbouw.
5.2. Beoogde activiteiten Dit hoofdstuk geeft inzicht in de concrete maatregelen voor de transitie van het HBFO gebied naar een natuurinclusief toekomstbeeld. Onderstaand zijn de maatregelen onderverdeeld in thema’s, maar deze zijn niet op zichzelf staand. Veel maatregelen zijn van invloed op meerdere thema’s en inzetten op het ene thema versterkt het andere.
5.2.1. Bevorderen van biodiversiteit Ook de ecologische verbinding tussen de uiterwaarden en de Veluwezoom dienen te worden verbeterd. Het verhogen van de groenblauwe dooradering door het aanleggen van landschapselementen draagt bij aan de verbinding tussen leefgebieden en stimuleert de populatie uitwisseling. De dooradering heeft het meeste effect als deze 10-15% van het landschap bedekt, fijnmazig verdeeld is langs percelen, en wanneer houtige en kruidenrijke randen gecombineerd worden en de teelt uit gemengde gewassen bestaat. Door de functie van hoogwaterberging kan dit percentage niet gehaald worden in het gebied, maar er kan wel worden gekeken naar wat er maximaal mogelijk is, rekening houdend met deze functie. Een investering in het juiste materiaal zorgt ervoor dat de bestaande en nieuwe landschapselementen vervolgens onderhouden kunnen worden op een manier die geen schade toebrengt, zoals nu vaak het geval is bij het maaien van heggen met een klepelmaaier. Ook op bedrijfsniveau kan er worden gewerkt aan het vergroten van de biodiversiteit, door chemische bewerking te vervangen door mechanische. Hiervoor zijn investeringen in geschikte landbouwmachines nodig. In plaats van landbouwgif kunnen vanggewassen gemaaid worden en gemulcht of ondergewerkt met een rotorkopeg, waardoor de biodiversiteit bovengronds en ondergronds in stand blijft en verbeterd wordt.
Gefaseerd maaien is een andere techniek om de insectenpopulaties de kans te geven te herstellen na het maaien. Hiervoor zijn investeringen nodig die dit mogelijk maken, terwijl ook de kwaliteit van het hooi in stand gehouden wordt. In een inventarisatie bij 10 agrariërs in het gebied zijn er 10 maatregelen genoemd die zij voornemens zijn uit te voeren, en die bijdragen aan het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten en de instandhouding van habitats en landschappen.
5.2.2. Beheer van hulpbronnen Water is een belangrijk thema in het HBFO gebied, en hangt nauw samen met de kwaliteit van de bodem. Zowel op het gebied van kwaliteit als kwantiteit zijn er opgaven. Voor het vasthouden van water en beter opvangen van natte perioden zal worden gekeken naar het verbeteren van de kwaliteit van de landbouwbodems. Vitale landbouwbodems hebben een sponswerking die zorgt voor betere wateropname en langer vasthouden van water. Deze sponswerking is ook van belang voor de opgaven voor nutriënten en
14
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
gewasbescherming, opgaven die ook terugkomen in Kaderrichtlijn Water (KRW) en Natura 2000. Door de uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen te verminderen of minder nutriënten toe voegen in het achterland kan de fysisch-chemische waterkwaliteit worden verbeterd. Concreet kan er gedacht worden aan investeringen zoals hierboven, waarbij het gebruik van herbiciden wordt vervangen door mechanische bewerking. Een wiedeg verwijdert onkruid tussen de gewassen, die anders met herbiciden verwijderd zouden worden. Zowel de bodem- als de waterkwaliteit worden hierdoor verbeterd. Daarnaast begint het verbeteren van de bodem en het voorkomen van een overschot aan nutriënten al in de stal. Bijvoorbeeld door mest beter te scheiden, waardoor vaste mest kan worden ingezet als bodemverbeteraar. Het composteren van berm- en slootmaaisel als alternatief voor (kunst)mest kan ook ingezet worden ter verbetering van de bodemkwaliteit. Dit heeft meerdere voordelen: het organische stof gehalte van de bodem wordt verhoogd, waardoor water beter vastgehouden wordt, het vermindert het gebruik van (kunst)mest en is bevorderlijk voor het bodemleven. In een inventarisatie bij 10 agrariërs in het gebied zijn er 19 maatregelen genoemd die zij voornemens zijn uit te voeren, en die bijdragen aan het bevorderen van de duurzame ontwikkeling of het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen.
5.2.3. Aanpassing aan klimaatverandering Vanwege het vaker voorkomen van afwisseling in natte en droge perioden zijn er maatregelen nodig die ervoor zorgen dat de bodem beter bestand is tegen deze twee extremen. Ook de IJssel speelt hier een rol, waarbij zowel hogere als lagere waterstanden worden verwacht, afhankelijk van de seizoenen. De invloeden van de IJssel op de grondwaterstanden liggen buiten de invloedssferen van de lokale gebruikers. Wel kunnen er mitigerende maatregelen worden getroffen om de extremen beter op te vangen. Zo kan in de uiterwaarden en op hoger gelegen gronden het water in het voorjaar zo lang mogelijk worden vastgehouden. De effecten van de maatregelen die al zijn getroffen door het Waterschap in 2017 en 2022 worden gemonitord en moeten nog uitwijzen of deze voldoende zijn geweest. De hierboven genoemde maatregelen en investeringen ten behoeve van de verbetering van de bodem zorgen ervoor dat de landbouwbodems weerbaarder worden in deze verschillende omstandigheden. Mocht het toch te nat zijn, zoals regelmatig voorkomt in de uiterwaarden, dan kunnen dubbellucht banden een oplossing zijn om verdichting te voorkomen. Daarnaast kan worden gekeken naar maatregelen om N en CO2 emissies te verkleinen. Vanwege de ligging van het HBFO gebied aan de rand van de Veluwe is het verkleinen van de stikstofdepositie een prioriteit.
Het overschakelen op accu gedreven materieel vermindert de uitstoot van broeikasgassen. Opwekking en opslag van duurzame energie vermindert de afhankelijkheid van energie opgewekt met fossiele brandstoffen. Een investering in het installeren van zonnepanelen en accus om in eigen energieverbruik te kunnen voorzien en de elektrificatie van landbouwmachines is een maatregel die hiervoor kan worden ingezet. Om N- emissies te verminderen kunnen stallen worden omgebouwd naar potstallen. In een inventarisatie bij 10 agrariërs in het gebied zijn er 16 maatregelen genoemd die zij voornemens zijn uit te voeren, en die bijdragen aan de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering, onder meer door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de koolstofvastlegging te verbeteren, elektrificatie van het machinepark of duurzame energie te bevorderen.
5.2.4. Bevorderen van dierenwelzijn Het merendeel van de agrariërs in het HBFO gebied zijn melkveehouders. Investeringen in het bevorderen van het welzijn van de melkkoeien dragen bij aan een toekomstbestendige agrarische sector. Er kan gedacht worden aan het vervangen van verouderde stallen, waarbij de koeien meer ruimte hebben om te bewegen. Het verbeteren van het ligcomfort van de koeien kan door het toepassen van de potstal techniek, waarbij de dikke onderlaag van stro zorgt voor een zachtere ondergrond. Tevens vermindert deze techniek de uitstoot van broeikasgassen en voorkomt het verlies van nutrienten doordat de het stro met de mest ter plekke composteert. Het installeren van koetoiletten zorgt voor minder ammoniak uitstoot, wat het klimaat in de stallen verbetert. Ook kan er gedacht worden aan het optimaliseren van het voersysteem waardoor de voermomenten in overeenstemming zijn met de behoeften van de koeien.
15
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
In een inventarisatie bij 10 agrariërs in het gebied zijn er 6 maatregelen genoemd die zij voornemens zijn uit te voeren, en die bijdragen aan dierenwelzijn, zoals emissiearme en tevens diervriendelijke stalvloeren, technieken om stallen beter te reinigen en het stalklimaat te verbeteren.
5.2.5. Samenwerkingsactiviteiten en kennisontwikkeling Om natuurinclusieve landbouw verder te stimuleren kan naast investeringen op bedrijfsniveau ook een impuls worden gegeven door kennisverspreiding. Er is al een brede samenwerking ontstaan door eerder gebiedsprocessen, waardoor er in het gebied een basis is gecreëerd voor het gezamenlijk werken aan gedeelde doelen. Het verder stimuleren van samenwerking kan door middel van activiteiten waarin groepen agrariërs kennis opdoen op specifieke onderwerpen binnen het thema van natuurinclusieve landbouw. Het uitwisselen van ervaring tussen agrariërs onderling is een effectieve manier om enthousiasme op te wekken en agrariërs te motiveren stappen te zetten naar verbeteringen op hun bedrijf. Vergroten van kennis kan door het aanbieden van cursussen op het gebied van duurzaam bodembeheer. Een beter begrip van de bodem, de rol van bodemleven en chemische en fysische processen zorgt voor beter onderbouwde keuzes wanneer het gaat om bodembeheer. Om algemene kennis toe te passen op de eigen percelen kan ook gedacht worden aan individuele coachingstrajecten. Elk bedrijf is anders, en in 1-op-1 advies kan een boer beter identificeren waar hij/zij stappen kan zetten in de bedrijfsvoering.
5.3. Planning Om op korte termijn tot uitvoering te komen is onderstaande planning opgesteld. Er wordt uitgegaan van een uitvoeringsperiode van 2,5 jaar. Omdat de inventarisatie van uit te voeren maatregelen al is uitgevoerd bij de voorbereidingen voor het schrijven van dit gebiedsplan, wordt deze periode wordt als haalbaar ingeschat.
Activiteit Opstart project Kernteam overleggen, 1x per maand Projectteam overleggen, 1x per kwartaal Coördinatie en monitoring project Uitvoeren productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn: aankoop landbouwmachines en stalinrichting Uitvoering niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven: aanplant landschapselementen Samenwerkingsactiviteiten: kennisdeling en 1-op-1 coaching
Periode September 2026 September 2026 - december 2028 September 2026 - december 2028 September 2026 - december 2028 Oktober 2026 - december 2028
Einddatum 31 oktober 2026 31 december 2028 31 december 2028 31 december 2028 31 december 2028
November 2026 – maart 2027
31 december 2028
Januari 2027 - december 2028
31 december 2028
16
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
6. Draagvlak en organisatie Dit plan wordt breed gedragen door de verschillende partners die betrokken zijn in het gebied. Deze partners werken al samen in het gebied sinds het project Havikerpoort, dat gestart is in 2004. Een deel van deze partners zijn nu weer betrokken om de doelen en de visie voor het HBFO gebied te re-evalueren en te komen tot een nieuw plan. De verscheidenheid van partners en de belangen die zij vertegenwoordigen laat zien dat er een groot draagvlak is voor dit plan. Zowel overheidspartijen (Provincie Gelderland, Gemeente Rheden, Waterschap Rijn en IJssel) als de ondernemers en vertegenwoordigers van het cultureel erfgoed (Landgoederen Middachten en Stichting Twickel), als de agrariërs in het gebied zijn betrokken geweest bij het formuleren van de knelpunten en onderschrijven de doelen geformuleerd in dit gebiedsplan. Er zijn bijeenkomsten georganiseerd met verschillende stakeholders om de knelpunten te formuleren, waarbij Hogeschool van Hall Larenstein een aanzet heeft gedaan tot een visie voor het gebied. Deze wordt momenteel verder uitgewerkt, in samenhang met dit gebiedsplan. Er zijn tevens bijeenkomsten georganiseerd met de partijen en de agrariërs in het gebied om de maatregelen te inventariseren die genomen kunnen worden. BoerenNatuur Veluwe is nauw betrokken bij het gebied en onderschrijft het belang van de doelen gesteld in dit plan.
Ook de aangrenzende gemeenten Doesburg en Bronckhorst hebben aangegeven zich aan te sluiten bij de ambities van het samenwerkingsverband.
6.1. Partijen Er zijn verschillende partijen betrokken bij het integrale gebiedsplan. Hun belangen bij de ontwikkeling van het gebied en de wensen voor de toekomst worden hieronder kort benoemd. Provincie Gelderland Vanuit de provincie is er druk voor het realiseren van beleidsdoelstellingen op het gebied van landbouw, natuur en klimaat. Deze doelstellingen worden onder meer uiteengezet in het programma Ruimte voor de Rivier, het stikstofreductieprogramma, de verbetering van de ecologische waarden in Natural 2000-gebieden en NNL gebieden, naast de overige doelstellingen die vanuit het NPLG behaald moeten worden. Gemeente Rheden De gemeente Rheden heeft in de Omgevingsvisie Buitengebied Rheden verschillende wensen opgenomen voor het HBFO gebied. Als doel voor het gebied willen ze dat het zich ontwikkelt naar een voorbeeld van een ‘duurzaam buitengebied’: Financieel duurzaam, natuurinclusief, maatschappelijk duurzaam, (hoogwater)veilig en circulair (gesloten productie- en consumptieketens). Hierbij moeten de historische en natuurlijke kwaliteiten van Veluwe tot IJssel sturend zijn. De landgoederen Avegoor, Middachten en Hof te Dieren vormen verbindingspunten tussen de Veluwe en de uiterwaarden, zowel voor de natuur als voor de menselijke beleving van het gebied.
Gemeente Rheden ziet het als een opgave om de landgoederen te versterken als zijnde ecologische verbinding, met name de bronbossen en de Havikerpoort. De infrastructuur die het gebied doorsnijdt en de Veluwe scheidt van de uiterwaarden leidt tot versnippering en blokkade in deze ecologische verbinding, wat de aanleiding heeft gevormd voor het opstellen van de Visie Havikerpoort in 2004. Er zijn sindsdien verschillende maatregelen genomen om de knelpunten aan te pakken. Gemeente Rheden ziet de opgaven geformuleerd in deze visie nog steeds als actueel: duurzame grondgebonden landbouw, verbeteren kwaliteit en waterhuishouding van beken en natuurgebieden, robuust ecologisch verbinden van Veluwe-IJssel, ruimte voor economische dragers op landgoederen, versterken recreatieve beleving, ruimte voor dynamische riviernatuur en een veilige rivierafvoer. Waterschap Rijn en IJssel Waterschap Rijn en IJssel heeft in het HBFO gebied een watersysteem liggen. Bijna al deze watergangen hebben de doelstelling “natuurwater”. De uitvoering van deze provinciale doelstelling is bij het waterschap gelegd. De doelstelling beoogd het minimaal in stand houden zo mogelijk het versteken van de ecologische waarden van de watergangen/sprengbeken. Naast het beheer van de watergangen in het gebied heeft het waterschap de opgaven om voor een aantal natuurwatergangen bufferstroken aan te leggen.
Ook het zo lang mogelijk gescheiden houden van sprengwater en landbouw water is een opgave. Daarnaast zet het waterschap
17
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
zich in om de gevolgen van het veranderende klimaat op te vangen. Ze nemen maatregelen om water vast te kunnen houden in droge perioden en water af te kunnen voeren in natte perioden. Door opgaven en activiteiten van anderen kunnen of worden de natuurwateren bedreigd. Met een integraal gebiedsplan kan een goede afweging gemaakt worden tussen de belangen en opgaven van de verschillende actoren in het gebied. Landgoed Middachten De landgoederenzone tussen De Steeg en Dieren, die grotendeels wordt gevormd door Hof te Dieren en Middachten met (voormalige delen van) Avegoor, wordt hoog gewaardeerd als erfgoed. Dit parklandschap met kasteel en monumentale gebouwen vormt een samenhangend geheel. Het onderhoud van het geheel is kostbaar, en de inkomsten zijn daarvoor van groot belang. De uiterwaarden zijn een belangrijk onderdeel van de landgoedexploitatie. De landgoederenzone en de uiterwaarden kunnen daarom niet los van elkaar worden gezien. Het is de uitdaging om de inkomsten op peil te houden en waar nodig te zoeken naar alternatieve inkomstenbronnen, die passen bij het landschap. Het landgoed streeft daarbij een verdere groenblauwe dooradering na en verhoging van de biodiversiteit op de landbouwgronden. Grondwater vormt een wezenlijk onderdeel van het landgoed als ”ecosysteem” (b.v.
vijvers in Hof te Dieren, grachten in Middachten), Voor instandhouding van dit “landgoed-ecosysteem” is een stabiel grondwaterstromings-systeem essentieel. Dit systeem wordt bedreigd door fluctuaties in het neerslag- winning evenwicht. Stichting Twickel De belangrijkste doelen voor de uiterwaarden bij Dieren zijn herstel van de (rijke) biodiversiteit en het klimaat bestendig maken van het land. Het herstel van de biodiversiteit bestaat uit een andere inrichting en beheer van het gebied met vaak een lagere milieudruk. Veelal vertaald in minder stikstof uitstoot en minder bestrijdingsmiddelen. Het klimaat bestendig maken gaat om het vasthouden van water, verminderen uitstoot broeikasgas maar ook de waterveiligheid. De voortschrijdende intensivering van de landbouw heeft ook in de Fraterwaard geleid tot vermindering van de biodiversiteit en landschapskwaliteiten. Met de zes landbouwbedrijven in de Fraterwaard wil Twickel de verduurzaming van de landbouw realiseren, om de milieudruk te verminderen. Door de aanleg van landschapselementen wil zij de biodiversiteit vergroten. Door te werken aan ketenverkorting en beloning voor maatschappelijke diensten moeten de bedrijven economisch sterker worden en vergroot het sociale draagvlak. Agrarische ondernemers In het gebied zijn ca.
15 landbouwbedrijven gevestigd, daarnaast gebruiken enkele agrariërs van buiten het gebied losse percelen die extensief worden beheerd. De boeren in dit gebied zijn ondernemend en jong of hebben zicht op bedrijfsopvolging. Investeringen en maatregelen voor duurzame ontwikkeling, voortvloeiend uit onze gezamenlijke visie, zijn goed ingebed en afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden van zowel de agrarische bedrijven als de landgoederen. We richten ons daarbij op ecosysteemdiensten die we nu al kunnen leveren en op ecosysteemdiensten die we in de toekomst kunnen verwaarden. Om dit te kunnen realiseren is een gebiedsgerichte aanpak noodzakelijk en een samenwerkingsverband waarin onderlinge afspraken over de gebiedsgerichte aanpak gemaakt worden. Landeigenaren en landgebruikers streven naar vergroening van het agrarisch gebied. Dit streven vraagt om aanpassingen in de bedrijfsvoering. B.v. door het bieden van ecosysteemdiensten die bijdragen aan het bedrijfsinkomens. Daartoe dienen deze diensten tot financiële waarden worden gebracht. Particulieren Andere belanghebbenden bij dit gebiedsplan zijn particulieren. Hun belang is het behouden en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardig buitengebied. Voor landgoederen geldt altijd dat zij een meerledige doelstelling hebben van wonen, vertier, natuur en economie en dat dit ook zichtbaar is.
Het gebied is niet overal ingericht op bezoekers, de recreatieve verbindingen zijn soms onbekend of niet toegankelijk. Er kan worden gedacht aan het creëren van zichtlijnen en uitlichting van cultuurhistorische hotspots, en betere toegankelijkheid vanuit de gemeentes naar het buitengebied, bijvoorbeeld met een brug over de weg en het spoor vanuit gemeente Dieren.
18
Integraal Gebiedsplan HBFO 2026
6.2. Organisatiestructuur De projectorganisatie bestaat uit een kernteam en een projectgroep. Het kernteam bestaat uit de volgende partijen, met elk 1 vertegenwoordiger: - Gemeente Rheden - Landgoed Middachten - Stichting Twickel - Vertegenwoordiger agrarische ondernemers - Projectleider Het kernteam is verantwoordelijk voor de coördinatie en sturing op hoofdlijnen van het project. Zij zorgen dat de belangen van iedere partij in lijn zijn en blijven met de doelen geformuleerd in dit integrale gebiedsplan. De projectgroep bestaat uit alle partijen uit het samenwerkingsverband. Dit is het kernteam plus de betrokken agrariërs. Zij zijn verantwoordelijk voor het tot uitvoering brengen van de activiteiten en de financiën van het gedeelte van het project dat op hen van toepassing is. De groep grondeigenaren en -gebruikers die samenwerken aan realisatie van deze visie stemt af met de grondeigenaren en -gebruikers in het HBFO-gebied die niet deelnemen aan het samenwerkingsverband. Daarnaast worden de maatregelen voorvloeiend uit deze visie voortdurend getoetst aan en afgestemd op de belangen en de huidige en te verwachten maatregelen van de betrokken gemeentes (Rheden, Doesburg, Dieren, Bronckhorst) en hun bewoners, het waterschap Rijn en IJssel en de provincie Gelderland.
Deze brede verbinding op beide punten is geborgd door samenwerking in de gebiedstafel HBFO, hierin zijn bovengenoemde groepen vertegenwoordigd.
6.3. Monitoring en evaluatie Om uitvoering te geven aan dit gebiedsplan wordt een projectplan opgesteld waarin concrete maatregelen worden beschreven en uitgevoerd door de betrokken partijen. De doelen van het plan zullen in overeenstemming zijn met de in dit gebiedsplan genoemde opgaven en knelpunten. Er wordt een planning opgesteld waarbinnen de maatregelen uitgevoerd moeten worden en waarop gemonitord kan worden. Tijdens het project komt de projectgroep 1x per kwartaal bijeen om de voortgang van het project te bespreken. De inhoudelijke en financiële monitoring van het project wordt uitgevoerd door een derde partij. Deze zal de projectgroep overleggen voorbereiden. Er wordt jaarlijkse een inhoudelijk en financieel verslag gemaakt van de voortgang van de implementatie van de maatregelen en de samenwerkingsactiviteiten. Dit verslag zal worden gedeeld met alle samenwerkingspartners. Er zal ook een breed worden gecommuniceerd over het project in relevante media.