Inspreekbijdrage heer T. Korevaar
Tekst van het document
Goedenavond voorzitter, geachte leden van de raad, Dank dat ik vijf minuten mag praten over de voorgenomen stookvensters van 17.00 tot 21.00 uur. Ik heb het raadsvoorstel en alle bijlagen goed gelezen. Ik zie dat jullie echt je best hebben gedaan om regels te maken die eerlijk, duidelijk en handhaafbaar zijn. Voor schonere lucht en een gezonder leven voor iedereen. En jullie houden ook rekening met mensen die weinig geld hebben of geen andere verwarming. Dat vind ik knap. Toch zie ik redenen om met dit voorstel de kachel aan te maken Ik woon in een groot, oud huis en ik verwarm het bijna helemaal met twee moderne houtkachels die geplaatst zijn voor twee ruim 100 jaar oude marmeren schouwen. De woning is zo goed geïsoleerd als redelijkerwijs mogelijk is. Gas-cv is alleen bijverwarming. Ik haal gratis hout uit mijn bos, kloof en droog het. Per jaar gaat er zo’n 20 kuub losgestort in. Als de stroom of het gas uitvalt – door een storm of een cyberaanval – heb ik behalve mijn Noodpakket tenminste nog warmte. Maar volgens dit voorstel alleen tussen vijf en negen ’s avonds. Houtvuur is ook cultuurhistorie. De ontdekking van vuur was zelfs de grootste gamechanger in onze prehistorie. En sindsdien heeft vuur ons steeds vergezeld. Kunt u zich kerst voorstellen op kasteel Middachten zonder knetterend haardvuur en vuurkorven buiten? Ik ook niet.
Ik stel u dus voor om alle huizen ouder dan 100 jaar gewoon vrij te stellen. Dat is objectief, eerlijk en scheelt een hoop duur onderzoek. Want nu moeten mensen gaan bewijzen dat ze hun huis écht niet warm krijgen zonder houtkachel. Dat wordt dokteren met warmtecamera’s en rapporten van 800 euro. Terwijl ik zelf uit ervaring weet dat ik het hele huis met cv niet op 18 graden kan krijgen. Liever één simpele regel: huis ouder dan 100 jaar = mag altijd stoken. Klaar. Dan de techniek. Een open haard haalt misschien 10 % rendement. Moderne houtkachels halen ruim 80 %. Een open haard vraagt 8X zoveel hout, geeft voor dezelfde warmte 20 tot 50 keer meer fijnstof en 10 keer meer stikstof dan mijn kachel. Eén open haard veroorzaakt dus evenveel troep als twintig moderne kachels. Dat noem ik laaghangend fruit. Vier uur stoken is ook veel te kort. Een speksteenkachel heeft één tot twee uur nodig om op temperatuur te komen. Een gietijzeren kachel een half uur. In deze eerste stookfase komt er juist de meeste rommel uit. Dus als ik om negen uur moet stoppen, heb ik net de vieste fase gehad en bijna geen warmte. En moet er om 21.00 een emmer water in? Geef mij dan liever doordeweeks geen stookavond en laat mij in het weekend twee dagen onbeperkt stoken. Dan brandt mijn kachel schoon en blijft het huis op die dagen tenminste echt warm.
En dan de boetes in de bijsluiter bij het ontwerpbesluit: 250 euro als mijn hout droger is dan 12% of vochtiger dan 20%. 1500 euro als de schoorsteenveger een dag te laat was. Wie gaat dat controleren? Gaan boa’s met een vochtmeter en een hoogwerker bij mij aanbellen na negen uur? Tot slot het geld. Mijn huis is meer waard mét werkende schouwen en houtkachels. Jullie halen die waarde deels weg. Dat voelt als een speciale belasting omdat ik toevallig in een oud huis woon en gemakkelijk aan hout kan komen. Als rentmeester weet ik dan dat nadeelcompensatie kansrijk is. Het gaat immers om een speciale last, die onevenredig drukt op enkelen en waarvan ik (na bestudering van mijn gasrekening) weet dat het de drempel overschrijdt.
Doe dat dan gelijk voor alle lotgenoten, scheelt weer een stapel aanvragen. Die bundeling van aanvragen kan ik evt. ook voor u verzorgen. Maar noem het tenminste in de financiële paragraaf van het ontwerpbesluit. Kortom: pak de echte vervuilers aan, geef oude huizen en moderne kachels de ruimte, en laat ons met langere stookperioden een beetje gezellig en schoon stoken. Dank u wel. Ik zie uit naar de vragen.