Inrichtingsplan Besluit bodemkwaliteit Havikerwaard zuid 21-09-2020
Tekst van het document
SWECO Zi Rapport_______ Projectnummer: 365559 Referentienummer: SWNL0266222 Datum: 21-09-2020
Inrichtingsplan Besluit bodemkwaliteit Havikerwaard Zuid
Definitief
Opdrachtgever: Z.E.M. Havikerwaard
Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Postbus 485 6800 AL Arnhem Nederland
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Arnhem Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Jos Reijerink Senior adviseur bodem M +31 6 22 40 95 24 jos.reijerink@sweco.nl
SWECO Verantwoording Titel
Inrichtingsplan Besluit bodemkwaliteit
Subtitel
Havikerwaard Zuid
Projectnummer
365559
Referentienummer
SWNL0266222
Revisie
DO
Datum
21-09-2020
Auteur
Jos Reijerink
E-mailadres
jos.reijerink@sweco.nl
Gecontroleerd door
Claudia Swart
Paraaf gecontroleerd
G]fK
Goedgekeurd door
Dimitri van de Vis
Paraaf goedgekeurd
2(25)
SWECO Inhoudsopgave 1
Inleiding.................................................................................................................. 5
1.1
Aanleiding................................................................................................................ 5
1.2
Doelstelling.............................................................................................................. 5
1.3
Leeswijzer................................................................................................................ 5
2
Locatiebeschrijving............................................................................................... 7
2.1
Ligging en omgeving............................................................................................... 7
2.2
Kadastrale percelen................................................................................................. 7
2.3
Huidig gebruik.......................................................................................................... 7
2.4
Huidige kwaliteit....................................................................................................... 8
2.4.1
Algemeen................................................................................................................................................8
2.4.2
Bodemopbouw.......................................................................................................................................8
2.4.3
Milieuhygiënische kwaliteit van de bodem...................................................................................... 8
2.4.4
Natuur..................................................................................................................................................... 9
3
Initiatief en doel van de herinrichting................................................................ 10
3.1
Initiatief.................................................................................................................. 10
3.2
Doelstellingen........................................................................................................ 10
3.3
Nuttige en functionele toepassing......................................................................... 11
3.3.1
Nuttig......................................................................................................................................................11
3.3.2
Functioneel.......................................................................................................................................... 11
4
Gewenste inrichting locatie en te behalen einddoel........................................ 12
4.1
Hersituering en reconstructie................................................................................. 12
4.1.1
Gewenste inrichting........................................................................................................................... 12
4.1.2
Te behalen einddoelen.......................................................................................................................12
4.2
Verwerving herbruikbare grond en waterbodems................................................. 13
4.3
Werkwijze bij onvoldoende aanbod herbruikbare grond en waterbodems............13
5
Betrokkenen en rolverdeling.............................................................................. 14
5.1
Wie zijn de betrokkenen?...................................................................................... 14
5.2
Afstemming en inspraak........................................................................................ 14
5.3
Communicatie........................................................................................................ 14
5.4
Overige vergunningen........................................................................................... 15
6
Uitvoeringsaspecten........................................................................................... 16
6.1
Controle................................................................................................................. 16
6.2
Omgang met bodemvreemd materiaal.................................................................. 17
6.3
Werktijden en contactgegevens uitvoering............................................................ 17
6.4
Werkafspraken met bevoegd gezag...................................................................... 17
6.5
Fasering in uitvoering en oplevering...................................................................... 17
6.6
Werkwijze en voorkomen van overlast.................................................................. 19
3(25)
SWECO 6.7
Omgang met onvoorziene ontwikkelingen............................................................. 19
7
Monitoring............................................................................................................ 20
7.1
Monitoring kwaliteitseisen aante voeren grond en herbruikbare waterbodem..... 20
7.2
Monitoring oppervlaktewater.................................................................................20
7.3
Monitoring ecologie...............................................................................................22
7.4
Monitoring afdeklaag............................................................................................. 22
7.5
Monitoring grondwater........................................................................................... 22
7.6
Samenvatting monitoringsprogramma..................................................................22
7.7
Beheersmaatregelen............................................................................................. 23
8
Oplevering en beheer.......................................................................................... 25
4(25)
SWECO 1
Inleiding
1.1 Aanleiding De vergunde gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid maakt onderdeel uit van de Visie Havikerpoort (2006) die gaat over de beoogde toekomstige functies, waaronder verruiming van de waterbergingscapaciteit, ontwikkeling van landschap, langjarige instandhouding van Landgoed kasteel Middachten, natuur, recreatie, zandwinning en fondsvorming en herinrichting door zandwinning. Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid betreft de realisatie van een niet aangekoppeld systeem van watergeulen (strang) langs de IJssel. Het piassencomplex dat de komende 15 jaar gaat ontstaan door zandwinning, wordt omgevormd tot een stelsel van geulen welke de richting van het rivierenlandschap voigt. Door deze geulvormige plassen vindt aansluiting plaats bij de laagte waarin de Lamme IJssel is gelegen. De aanleg van het stelsel van geulen is een uitwerking van het vergunde plan Havikerwaard Zuid. Voor de aanleg van het stelsel van geulen wordt eerst de nietvermarktbare fractie van het gewonnen zand benut uit de winning in het plangebied zelf. Vervolgens wordt overtollige (niet-vermarktbare) grond en waterbodem van elders, conform de regels van het Besluit bodemkwaliteit (BBK), benut. In voorliggend inrichtingsplan wordt dit initiatief aangeduid met 'Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid’.
1.2 Doelstelling De toepassing van zand en overtollige grond en waterbodem van elders voor het verondiepen van de ontstane plassen, dient gemeld te worden ingevolge het Besluit bodemkwaliteit (BBK). Het bevoegd gezag beoordeelt op basis van de aangeleverde gegevens of voldaan wordt aan de voorwaarden en de zorgplicht van het Besluit bodemkwaliteit. Voor de beoordeling op nut en functionaliteit, op het voldoen aan de kwaliteitseisen alsmede voor het beoordelen van de beheersaspecten, is een door de melder over te leggen inrichtingsplan nodig. Inmiddels is de MER-procedure doorlopen en zijn alle benodigde vergunningen (waaronder de Watervergunning en de vergunning Natuurbeschermingswet) onherroepelijk vastgesteld. In juni 2017 is gestart met de werkzaamheden. Voor het Bbk-project verondieping zuidoever zijn de vergunningenprocedures doorlopen. Enkel voorde wijziging van het bestemmings plan van het bedrijventerrein moeten de procedures nog doorlopen worden. Met voorliggend inrichtingsplan waarin de voor het BBK relevante projectinformatie is samengevat, wordt voldaan aan de zorgplicht van het Besluit bodemkwaliteit. Het inrichtingsplan ziet op de gebiedsontwikkeling Havikerwaard-Zuid. Het inrichtingsplan zal worden ingediend bij de eerste BBK-melding van toe te passen specie die van elders wordt aangevoerd.
1.3 Leeswijzer Op basis van bovenstaande ontwikkelingen wordt in voorliggend Inrichtingsplan de gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid (verondieping zandwinplassen die zullen ontstaan tijdens de zandwinning: hercultivering naar landbouwgrond en natuurvriendelijke oevers) uitgewerkt.
5(25)
SWECO In de Circulaire herinrichting van diepe plassen (d.d. 24 december 2010) staat aangegeven dat om te voldoen aan de zorgplicht een inrichtingsplan dient te worden opgesteld. In de Handreiking voor het herinrichten van diepe plassen staat vermeld welke onderdelen in het inrichtingsplan dienen te zijn opgenomen. Deze onderdelen komen in de volgende hoofdstukken aan de orde: • hoofdstuk 2: Locatiebeschrijving; • hoofdstuk 3: Onderbouwing initiatief/doel van herinrichting (nut en functionaliteit); • hoofdstuk 4: Gewenste inrichting locatie en te behalen eindbeeld; • hoofdstuk 5: Betrokkenen en rolverdeling; • hoofdstuk 6: Uitvoeringsaspecten (ook mogelijke overlast); • hoofdstuk 7: Monitoring; • hoofdstuk 8: Oplevering en beheer.
6(25)
SWECO 2
Locatiebeschrijving
2.1 Ligging en omgeving Havikerwaard Zuid maakt deel uit van het uiterwaardensysteem van de IJssel en ligt ter hoogte van Ellecom en De Steeg op de linkeroever van de rivier. Het plangebied ligt in één (Havikerpoort) van de acht ecologische poorten op de rand van de Veluwe en verbindt de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken met elkaar. Het gebied ligt voor een belangrijk deel op het domein van Landgoed Middachten. In een deel van Havikerwaard Zuid wordt al zand gewonnen. In figuur 1.1 is de ligging van de Havikerwaard Zuid weergegeven.
Figuur 1.1
Plangebied Havikerwaard Zuid
2.2 Kadastrale percelen Bij gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid zijn de volgende (gedeelten van) kadastrale percelen betrokken: Gemeente Dieren, sectie T, nrs. 187, 542, 543, 544, 545, 548, 587, 588, 589, 590, 592, 595, 596, 597, 599, 600, 601,602, 603, 604, 605, 625, 645, 646, 658, 661,662, 663, 664, 665,667,668,669,670,671,672 en 673. 2.3 Huidig gebruik Het te ontgronden deel van het plangebied is overwegend in agrarisch gebruik. Een deel is in gebruik als natuur.
7(25)
SWECO 2.4
Huidige kwaliteit
2.4.1 Algemeen De verondiepingen binnen het plangebied vindt plaats in de zandwinplas die tijdens het ontgronden ontstaat (gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid): • aanleg van eilanden; • hereuItivering tot landbouwgrond (noordzijde toekomstige zandwinplas).
zandwinplas (plas Bingerden, rood)
2.4.2 Bodemopbouw In het plangebied heeft de IJssel voor transport en afzetting van een gevarieerd pakket bodemmateriaal gezorgd. Over het algemeen komen vlak langs de rivier de lichtere zavelafzettingen voor, terwijl op wat grotere afstand in rustiger water de zwaardere kleigronden ontstonden. De ondiepe bodemopbouw ten oosten en verder noordelijk van Plas Bingerden bestaat uit een zavel- of kleidek, afgezet op grof zand. Direct ten noorden van de zandwinplas bestaat de bodem uit kalkhoudende ooivaaggronden, bestaande uit zware zavel en lichte klei (Rd90A). De IJsselvallei is rijk aan oppervlaktewater van een goede kwaliteit door de aanvoer van kwelwater. Door het meanderen en het periodiek verleggen van de rivierloop zijn strangen ontstaan, zoals de Lamme IJssel. Delen van deze fossiele rivierarm zijn verland met slib of veen en zijn nog als laagten in het landschap van de Havikerwaard te zien. 2.4.3 Milieuhygiënische kwaliteit van de bodem Uit het bodemonderzoek blijkt dat de (klei)bovengrond wordt ingedeeld in kwaliteitsklasse A. De (zand)ondergrond wordt ingedeeld in klasse AW(achtergrondwaarde).
8(25)
SWECO 2.4.4 Natuur Het plangebied valt grotendeels binnen Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel (deelgebied Rijntakken). Alleen een strook van het akkerbouwgebied, direct ten noorden van de zandwinpias, valt buiten het Natura 2000-gebied. Het grootste deel van het plangebied is bovendien begrensd als NNN1. Verder valt vrijwel het gehele plangebied binnen de begrenzing van ganzenfoerageergebied van provincie Gelderland. In 2011 is een natuuronderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten in deze paragraaf worden samengevat. Van de broedvogels waarvoor het Natura 2000-gebied IJsseluiterwaarden is aangewezen, maakt de aalscholver gebruik van de pias als rustgebied en de ijsvogel als foerageergebied. De ijsvogel broedt langs de oevers van de plas. De aalscholver broedt langs de oever van het open water in het ooibos ‘Paradijs’. Voorde aangewezen niet-broedvogelsoorten fuut, aalscholver, wilde zwaan, kolgans, grauwe gans, smient, krakeend, wintertaling, wilde eend, pijlstaart, slobeend, tafeleend, kuifeend, nonnetje en meerkoet is de plas rustgebied. Fuut, aalscholver, duikeenden en meerkoet foerageren ook op de plas. De akkers en graslanden binnen het plangebied beslaan ongeveer 75 hectare. Hiervan is ongeveer de helft akker en de helft grasland. De meeste landbouwbedrijven in de omgeving betreffen melkveehouderijen.
Over het voorkomen van flora en fauna in het landbouwgebied zijn weinig gegevens beschikbaar. Voor planten, amfibieën, reptielen, vissen en zoogdieren is het landbouwgebied waarschijnlijk niet van hoge waarde. Wel zijn er incidenteel dassen waargenomen. Dit zijn vrijwel zeker foeragerende dieren die elders in de Havikerwaard een burcht hebben. Het grootste deel van de akkers en weilanden valt binnen de begrenzing van het ganzenfoerageergebied. De aanwezige bossen ontwikkelen zich tot habitattype H91EQB Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen). Uit de uitgevoerde natuurtoets blijkt dat er vanuit het oogpunt van de Nbw2 geen bezwaren zijn tegen het project. De uitvoering van het project draagt op termijn bij aan de ontwikkeling van de Natura 2000-instandhoudingsdoelen die door de Nbw worden beschermd. Uit het uitgevoerde actualisatie-onderzoek in 2016 blijkt dat de situatie in het plangebied niet zodanig is gewijzigd dat er andere soorten / aantallen van soorten in het plangebied kunnen voorkomen dan in 2011. Het leefgebied van de bever is verschoven van het oostelijke deel naar het westelijke deel van de plas. In het deel van de plas waar de bever momenteel actief is, vinden geen werkzaamheden plaats. Wel wordt een deel van het foerageergebied van de soort tijdelijk aangetast. Hiervoor is een ontheffing op grond van de Ffwet3 noodzakelijk.
De ligging van het voortplantingshabitat van de rugstreeppad is duidelijk geworden. Dit bevindt zich net buiten het plangebied op een zand- en grinddepot ten zuiden van de weg Havikerwaard. De akkers rondom de plas kunnen dienen als overwinteringshabitat voor de rugstreeppad. Voor het afgraven van een deel van deze akkers is een ontheffing op grond van de Ffwet aangevraagd en verkregen. Ten aanzien van andere soorten worden geen verbodsbepalingen uit de Ffwet overtreden, waardoor het aanvragen van een ontheffing op grond van de Ffwet voor deze soorten niet noodzakelijk is. Natuurnetwerk Nederland Nbw: Natuurbeschermingswet, per 1 januari 2017 vervangen door de Wet natuurbescherming Ffwet: Flora- en Faunawet, per 1 januari 2017 vervangen door de Wet natuurbescherming
9(25)
SWECO 3
Initiatief en doel van de herinrichting
3.1 Initiatief Het initiatief betreft de herinrichting van het projectgebied tijdens en na zand- en klei winning. Bij de herinrichting wordt natuur ontwikkeld en worden de bergingscapaciteit en het stroomprofiel van het winterbed van de rivier verruimd. Een deel van de te ontgronden percelen wordt opgeleverd als landbouwgrond. Bij de winning ontstaat een grote diepe plas die deels opgevuld wordt met grond en diepe geulen, zodat landbouwgrond, natuuroevers, een natuureiland en ondiep water ontstaan. Een deel van de pias blijft diep water. Het opvullen zal deels plaatsvinden met grond die van elders wordt aangevoerd. De herinrichting zal beginnen tijdens de winning (zie paragraaf 6.6). De gebiedsontwikkeling leidt ertoe dat de functies landbouwkundig gebruik, natuur ontwikkeling en recreatie worden geïntegreerd. Het huidige piassencomplex dat is ontstaan door zandwinning, wordt omgevormd doormiddel van ontzanding, maaiveldverlaging en berging van overtollige herbruikbare grond en waterbodem. De vormgeving van de zandwinning is gericht op het tot stand brengen van een stelsel van geulen, welke de richting van het rivierenlandschap volgt. Met deze geulvormige piassen wordt aansluiting gezocht bij de laagte waarin de Lamme IJssel is gelegen.
Door uitvoering van het project worden de natuurwaarden in het gebied in belangrijke mate vergroot en wordt de landschappelijke situatie verbeterd. Het project draagt bij aan de doelstellingen van het natuurbeleid (Gelders natuurnetwerk en Natura 2000). 3.2 Doelstellingen Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid kent de volgende doelstellingen. • Verruiming van de bergingscapaciteit en, zo mogelijk, het stroomprofiel in het winterbed van de IJssel. Het project kent weliswaar geen voortkomende doelstelling uit het project Ruimte voor de Rivier op dit aspect, maar er ligt wel een verzoek van Rijkswaterstaat om kansen voor waterstandsverlaging en -berging te benutten in verband met mogelijke toekomstige hogere afvoeren. • Landschapsontwikkeling en structuurversterking: eindbeeld nastreven dat beter aansluit bij de structuur van het rivierenlandschap en zowel ruimtelijk als functioneel bijdraagt aan de leesbaarheid ervan. De morfologie van de plassen (in de huidige situatie als incidenten in de structuur te beschouwen) wordt namelijk zodanig aangepast dat ze de vorm aannemen van natuurlijke restbeddingen. Verder worden deze getransformeerde bekkens ruimtelijk en functioneel in relatie gebracht met de laagten rond de Lamme IJssel, een nog duidelijk herkenbare restbedding van de IJssel.
• Begeleidende boselementen accentueren de loop van het geulenpatroon in het verder tamelijk open landschap. Op deze wijze wordt een verstoring in de landschapsstructuur (winplassen) omgebogen tot een ruimtelijke en in rivierkundig opzicht functionele verbetering. • Natuurontwikkeling en vergroten van de milieudiversiteit: vergroting van het areaal aan natuurlijke milieus (kwantitatief), in combinatie met vergroting van de milieudifferentiatie en daarmee van de diversiteit aan habitats (kwalitatief). Verder wordt gedeeltelijk invulling gegeven aan de opgave en doelstellingen uit het project Havikerpoort (realisatie hoogwatervrije vluchtplaatsen in het tracé van een geschikte vluchtroute naar hogere gronden en het ecoduct). • Realiseren van recreatieve fiets- en/of wandelroutes. • Realiseren van een duurzame methode voor zandwinning en nuttig hergebruik van overtollige (niet vermarktbare) grond en waterbodem. • Voorzien in behoefte aan bouwgrondstoffen.
10 (25)
SWECO Een groot deel van het gebied Havikerwaard Zuid behoort tot de domeinen van Landgoed Middachten. Met de opbrengsten van de zandwinning in Havikerwaard Zuid worden ook de volgende doelstellingen gerealiseerd: • Het bekostigen van de plan- en uitvoeringskosten welke samenhangen met de inrichting van natuurgebieden en de eindafwerking van de ontgrondingslocatie. • De aanwending voor fondsvorming ten behoeve van duurzame instandhouding van het Landgoed kasteel Middachten. Een groot deel van het gebied Havikerwaard Zuid behoort tot de domeinen van dit landgoed. Over de aanwending voor fondsvorming zijn afspraken gemaakt tussen ZEM Havikerwaard en Landgoed kasteel Middachten. 3.3
Nuttige en functionele toepassing
3.3.1 Nuttig Om op grond van het Besluit bodemkwaliteit herbruikbare grond of waterbodems te mogen toepassen, moet een specifieke toepassing zowel nuttig als functioneel zijn. Is dit niet het geval, dan wordt de toepassing gezien als een middel om zich te ontdoen van afvalstoffen en is de afvalstoffenregeling uit de (Europese) Kaderrichtlijn afvalstoffen van toepassing. Welke toepassingen als nuttig worden beschouwd, is opgenomen in artikel 35 van het Besluit. De verondiepingen die in het kader van Gebiedsontwikkeling Havikerwaard worden uitgevoerd, hebben tot doel: • het bevorderen van de natuurwaarden middels de aanleg van eilanden in de nieuwe zandwinplas ter plaatse van de te ontgronden percelen; • het realiseren van landbouwgrond middels het dempen van een strook water langs de noordelijke oever van de zandwinplas. Bovengenoemde verondiepingen betreffen nuttige toepassingen die vermeld staan onder sub d van artikel 35 BBK: d.
toepassing van grond of waterbodems in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van oppervlaktewater met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van artikel 4 van de Kaderrichtlijn water, de bevordering van de natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart; 3.3.2 Functioneel Er wordt niet meer materiaal toegepast dan nodig is voor het functioneren van de toepassing (artikel 5 Besluit bodemkwaliteit). Het materiaal is nodig om Gebiedsontwikkeling Havikerwaard te realiseren. In het besluit ’Ontgrondingenwet - gemeente RhedenHavikerwaard Zuid’d.d. 30 november 2016, (zaaknummer 2012-001224) is over de voorde verondieping benodigde hoeveelheid materiaal het volgende opgenomen: Bij de ontgronding komt circa 12.225.100 m3 specie vrij. Hiervan wordt 6.412.530 m3 afgevoerd. De overige specie wordt ter plekke verwerkt ten behoeve van de herinrichting van het projectgebied. Ten behoeve van de herinrichting moet daarnaast 3,5 miljoen m3 specie van elders worden aangevoerd. Hierbij is gerekend met taluds van 1:5. Als bij de reconstructie vlakkere taluds ontstaan, moet meer specie worden aangevoerd. Als taluds van 1:8 worden aangelegd is ongeveer 775.000 m3 extra specie nodig.
11 (25)
SWECO 4
Gewenste inrichting locatie en te behalen einddoel
4.1
Hersituering en reconstructie
4.1.1 Gewenste inrichting Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid (zie figuur 4.1) betreft de realisatie van een stelsel van geulen ter plaatse van de toekomstige zandwinning door: • de aanleg van twee eilanden in het midden van de zandwinning; • de aanleg van oevers rondom de zandwinning ten behoeve van natuurontwikkeling en agrarisch gebruik. Uiteindelijk ontstaat een stelsel van geulen, welke de richting van het rivierenlandschap volgt. Met deze geuivormige plassen wordt aansluiting gezocht bij de laagte waarin de Lamme IJssel is gelegen.
Figuur 4.1
Inrichtingsschets Gebiedsontwikkeling Havikerwaard-Zuid
4.1.2 Te behalen einddoelen Door de uitvoering van het project worden de natuurwaarden in het gebied in belangrijke mate vergroot en wordt de landschappelijke situatie verbeterd. Het project draagt bij aan de doelstellingen van het natuurbeleid (Gelders natuurnetwerk en Natura 2000). De aanleg van eilandjes door verondieping heeft ecologische meerwaarde door de toename van ondiep water en flauw oeverzones met zand/slik, die van belang zijn voor macrofauna en vissen. Voor het rivier-ecosysteem van de IJssel zullen de effecten van de verondieping beperkt zijn. De verbeterde inrichting is weliswaar positief voor rivier-begeleidende soorten, maar door de beperkte connectiviteit zal dat een verwaarloosbaar effect hebben op de ecologie in de IJssel.
12 (25)
SWECO 4.2 Verwerving herbruikbare grond en waterbodems Zoals in hoofdstuk 3 vermeld, is voor de herinrichting van het projectgebied, inclusief de optimalisatie van het depotterrein van Havikerwaard 8A, circa 4 miljoen m3 specie van elders nodig. De totale doorlooptijd van de verondiepingen (15 jaar) loopt parallel met de looptijd van de Ontgrondingsvergunning (2016-2032). Voorde benodigde specie zijn de volgende speciestromen beschikbaar: • In de komende jaren kunnen in principe door K3Delta de verondiepingsprojecten Olburgen en Erlecomse Kaliwaal vooruit. De Oosterhoutse waarden (uiterlijk in 2023 gereed, nog een restcapaciteit van 350.000 m3) en Hooge Waard zijn nagenoeg klaar. K3Delta kan dusdanig schakelen dat op het moment dat dit nodig is alle specie naarde Havikerwaard wordt afgevoerd. Voor verondieping van genoemde plassen is tussen 2016 en 2026 circa 3.517.500 m3 nodig. Dit komt neer op circa 350.000 m3 per jaar. In de afgelopen 6 jaar heeft K3Delta / GMG Grondbank in totaal 9.822.000 m3 aan overtollige specie in zogenaamde 'natte' locaties toegepast. Dit komt neer op 1.637.000 m3 per jaar. Daarnaast kan met dit project de binnendijkse markt bediend worden door aanvoer per as. Het voorzien in 350.000 m3 per jaar voor de Havikerwaard in het gewenste tijdsvensterzal, gezien de verwerkte hoeveelheden in het verleden en gezien de planning en prognose, geen probleem zijn.
• Specie van overige projecten ° Project Twentekanaal, waar potentieel 700.000 m3 overtollige specie bij vrij komt. ° Overtollige grond uit Regio Arnhem. Op basis van praktijkervaring blijkt dat gerekend kan worden met circa 1 m3 per inwoner per jaar. Dit is circa 100.000 m3 op jaarbasis. Deze grond wordt nu veelal naar projecten verder weg getransporteerd (bijvoorbeeld Geluidswal Beuningen). ° Projecten in het kader van IRM (Deltaprogramma); uitvoeringsperiode is 2029-2032 en de nadruk ligt op rivier verruimende maatregelen (nevengeulen, uiterwaardverlagingen), verwachting voorde IJssel > 500.000 m3 vrijkomende grond. ° KRW-IJssel 3e tranche tot en met 2027 vervolg bestekken (circa 500.000 m3). ° Zomerbedverdieping IJssel en verbreding (circa 500.000 m3). ° Lange termijn: Realisatie 2e fase Havikerpoort (verbinding via Lamme IJssel naar IJssel, hoeveelheden nog onbekend). Er zal zoveel mogelijk worden ingezet op juiste schakeling van projecten, zodat het project de komende jaren 2019-2035 bediend kan worden en de Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid de benodigde hoeveelheden voor herinrichting zal ontvangen. 4.3 Werkwijze bij onvoldoende aanbod herbruikbare grond en waterbodems Op basis van bovenstaande, mag worden verwacht dat er voldoende specie (350.000 m3/jaar) beschikbaar komt of beschikbaar kan worden gemaakt om de landschappelijke inpassing te realiseren.
Met provincie Gelderland zijn inmiddels afspraken gemaakt en geaccordeerd over de fasering en zekerheid over de eindoplevering. Door de vele verondiepingsprojecten van KSDelta in de regio, en daarmee contacten met potentiële leveranciers, is er voldoende flexibiliteit om in geval van tegenvallend aanbod, specie stromen af te buigen naarde Havikerwaard.
13 (25)
SWECO 5
Betrokkenen en rolverdeling
5.1 Wie zijn de betrokkenen? Voor een goed inzicht in het proces is het van belang in beeid te hebben wie bij Gebiedsontwikkeling Havikerwaard-Zuid zijn betrokken, welke rol ze hebben en welk mogelijk belang er speelt. In onderstaande tabel zijn de betrokkenen vermeid. Tabel 5.1
Betrokkenen bij de gebiedsontwikkeling Havikerwaard-Zuid
Wie
Rol/belang
Omwonenden
Bewoners De Steeg/overkant IJssel/ bewoners Havikerwaard • beperken van overlast woonomgeving; • beperking van negatieve milieu-effecten (geluid, verstoring); • Landgoed Middachten; Projectgroep Havikerpoort; Stuurgroep Havikerpoort; Vereniging Natuurmonumenten.
Belangengroepen
Havikerwaard 2 Onroerend Goed B.V. Z.E.M. Havikerwaard B.V.
Gemeente Rheden/Omgevingsdienst Rijkswaterstaat Oost Nederland
Provincie Gelderland Waterschap Rijn en IJssel
Eigenaar Initiatiefnemer • Verantwoordelijk voor de voorbereidingsfase: ° onderzoek; ° communicatie; ° proceduremanagement. • Realisatie van de verondieping • Verantwoordelijk voor het beheer na realisatie Aanspreekpunt burgersAA/abo Waterkwaliteitsbeheerder Bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit Bevoegd gezag Waterwet Afstemming m.b.t. MER Havikerwaard en Nb-wet Adviesrecht bij Waterwetvergunning
5.2 Afstemming en inspraak Het initiatief is afgestemd met de betrokken overheden, Landgoed Middachten en de Projectgroep en Stuurgroep Havikerpoort. 5.3 Communicatie Z.E.M. Havikerwaard is het eerste aanspreekpunt. De werkzaamheden zullen in goed overleg met omwonenden en de betrokken overheden worden uitgevoerd, zie figuur 5.1.
14 (25)
SWECO
Rijkswaterstaat • melding • goedkeuring • handhaving
Aannemer (leverancier specie) Ji
Gem. Rheden • aanspraakpunt • Wabo vergunning
1r Z.E.M Havikerwaard Prov. Gelderland • totaalplan • Nb-wet Figuur 5.1
Bewoners/omgeving
Overleg betrokken overheden en omwonenden
5.4 Overige vergunningen Voor het Gebiedsontwikkeling Havikerwaard-Zuid zijn de volgende vergunningen afgegeven: • Bestemmingsplan Gebiedsontwikkeling Havikerwaard-Zuid (gemeente Rheden); • Ontgrondingsvergunning; • Watervergunning; • Vergunning Natuurbeschermingswet 1998; • Ontheffing Flora- en faunawet.
15 (25)
SWECO 6
Uitvoeringsaspecten
6.1 Controle In het kader van het Besluit Bodemkwaliteit wordt het verondiepen van zandwinplassen ten behoeve van natuurontwikkeling gezien als een grootschalige toepassing. Voorde Havikerwaard is Rijkswaterstaat Oost Nederland het bevoegd gezag inzake het Besluit Bodemkwaliteit. De van elders aan te voeren grond en waterbodem wordt doorZ.E.M. Havikerwaard B.V. op een gecontroleerde manier op de locatie Havikerwaard 8A ingenomen. Er wordt getoetst aan de hand van vigerende wetgeving op bodemgebied of de aangeboden specie kan worden toegepast. De aangeleverde milieuhygiënische verklaringen worden gecontroleerd op de eisen die daaraan worden gesteld vanuit het Besluit bodemkwaliteit (Kwalibo, onderzoeksstrategie, en dergelijke). Ais extra controle neemt de beheerder van circa 1 op de 10 schepen (en circa 1 op de 100 vrachtauto’s) controlemonsters, die door een gecertificeerd laboratorium worden onderzocht. Als de aan te voeren partij voldoet aan alle eisen van het Besluit bodemkwaliteit, wordt een melding gedaan bij het meldpunt Bodemkwaliteit en kan het materiaal worden vervoerd naarde locatie en worden toegepast. Partijen die niet aan de eisen voldoen, worden geweigerd. Acceptatiecriteria en verwerkinqsprotocol De acceptatie-eisen zijn conform de voorwaarden voor het toepassen van grond en waterbodems die in de Handreiking voor het herinrichten van diepe plassen staan vermeld.
Vooralsnog gelden de eisen van het generiek kader niet-vrijliggende diepe plassen. In overleg met RWS, zal nog worden bepaald of aanpassing van de normen uit de Handreiking mogelijk is op basis van gebiedsspecifiek beleid. Onderstaand staan zowel de eisen van het generieke kader vermeld als de eisen van het gebiedsspecifieke kader, waarvoor een Nota Bodembeheer bij het bevoegd gezag is ingediend. Eisen generiek kader Voor aan te voeren herbruikbare waterbodems: • maximaal klasse B voor waterbodems afkomstig is uit Rijkswateren, liggend in het stroomgebied van de Rijntakken; • maximaal klasse A voor overige waterbodems. Voor aan te voeren herbruikbare grond: • samenstelling maximaal klasse Wonen, waarbij de gehalten de maximale waarde klasse B niet overschrijden. De toe te passen grond en/of waterbodems in de leeflaaq (ter plaatse van de natuurvriendelijke oevers en de eilanden) dient te voldoen aan klasse A. Eisen gebiedsspecifiek kader (zie Nota bodembeheer) Voor aan te voeren herbruikbare waterbodems: • maximale waarde klasse B voor waterbodems (ongeacht herkomst, op basis van de Nota Bodembeheer).
16 (25)
SWECO Voor aan te voeren herbruikbare grond: • maximale waarde klasse Industrie, waarbij de gehalten de maximale waarde klasse B niet overschrijden. Voor grond (> klasse Wonen) en niet gebiedseigen4 baggerspecie (> klasse A) gelden, behaive de bovengenoemde lokale maximale waarden, ook de (generieke) normen voor emissie. Dit houdt in dat de maximale emissiewaarden (L/S 10) niet mogen worden overschreden, tenzij de rekenkundig gemiddelde gehalten van de gemeten stoffen in de grond of baggerspecie de emissietoetswaarden niet overschrijden. 6.2 Omgang met bodemvreemd materiaal De toe te passen specie dient gemakkelijk en soepel gelost te kunnen worden en de waterbodem dient vrij te zijn van grofvuil en bodemvreemd materiaal. In het geval niet wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot bodemvreemd materiaal (zie artikel 1.1, lid 2 van de Regeling bodemkwaliteit) per partij, zal Z.E.M. Havikerwaard BV de partij weigeren omdat deze niet mag worden toegepast onder het Besluit bodemkwaliteit. 6.3 Werktijden en contactgegevens uitvoering De aanvoer vindt alleen plaats op werkdagen tussen 07:00 en 23:00 uur. Op feestdagen is de locatie gesloten. De uitvoering van het werk zal worden begeleid door een uitvoerder van Z.E.M. Havikerwaard BV, deze is tijdens de werkzaamheden continu aanwezig. Contactgegevens • Directie • Bedrijfsleider • Projectleider • Acceptant5
Z.E.M. Havikerwaard B.V. nader te bepalen de heer I. Reerink p.m.
0313-63 17 46 06 - 53 43 35 07 06 - 53 86 54 11
6.4 Werkafspraken met bevoegd gezag Van elke vracht wordt vóór het lossen de hoeveelheid geregistreerd. Wekelijks zullen deze hoeveelheden aan de klant worden gefactureerd. Alle voorde acceptatie relevante gegevens (bodemonderzoeken, verwerkingsovereenkomst, toegepaste hoeveelheden, facturen, uitslagen controles, etc.) worden door Z.E.M. Havikerwaard BV gearchiveerd en zijn door het bevoegd gezag opvraagbaar. Per toepassingsvak in de put is straks (via GPSmetingen) bekend welke partij specie van welke klant op een bepaald moment waar gestort is. In het GPS-systeem worden vakken van 50x50 m vastgelegd. In een logboek wordt de herkomst van de herbruikbare grond en waterbodems per toepassingsvak bijgehouden. 6.5 Fasering in uitvoering en oplevering De uitvoering wordt in vijf fasen uitgevoerd. Hieronder wordt per fase een nadere toelichting gegeven. Onderstaande legenda bij kaarten maakt grondbalans en oplevering per fase inzichtelijk: 1 MAAGOaiJK TERREIN "1 SCHOOR WINNING WATER ] WERKSTROOK
RECONSTRUCTIE /INRICHTING IN UITVOERING
1
GEUL NOORDOOST ONDIEP AANGELEGD !N FASE ? lin latere fase emdd«pte realiseren RECONSTRUCTIE LANDBOUWGEBIED GEREED RECONSTRUCTIE OVERIG GEREED
4 gebiedseigen baggerspecie: baggerspecie die afkomstig is uit hetzelfde stroomgebied als waarin de diepe plas gelegen is. In voorliggend geval betreft dit het stroomgebied van de Rijntakken. 5 controleert of de aangevoerde partijen voldoen aan de acceptatie-eisen
17(25)
SWECO Fase 1 Er zal circa 2,0 miljoen ton industriezand worden afgevoerd en circa 1,5 miljoen m3 aan interne herinrichtingsspecie worden aangewend voorde herinrichting. In deze fase kan nog geen BBK-materiaal worden ingenomen voorde aanleg van de natuuroevers, omdat er fysiek geen vrije ruimte aanwezig is waar specie neergelegd kan worden zonder dat de zandwinning / hercultivering wordt belemmerd.
Fase 2 Er zal circa 3,0 miljoen ton industriezand worden afgevoerd en circa 1.5 miljoen m3 aan interne herinrichtingsspecie worden aangewend voorde herinrichting. In deze fase kan nog geen BBK-materiaal worden ingenomen voorde aanleg van de natuuroevers, omdat er fysiek geen vrije ruimte aanwezig is waar specie neergelegd kan worden zonder dat de zandwinning / hercultivering wordt belemmerd. Fase 3 Er zal circa 3,0 miljoen ton industriezand worden afgevoerd en circa 1 miljoen m3 aan zanderige terugloopspecie wordt aangewend voor de herinrichting. In totaal zal circa 1,15 miljoen m3 aan BBK-materiaal worden ingenomen voorde aanleg van natuuroevers.
!51SBSfa
BEELD El MD f i SE ,
Fase 4 Er zal circa 3,0 miljoen ton industriezand worden afgevoerd en circa 700.000 m3 aan herinrichtingsspecie worden aangewend voorde herinrichting. In totaal zal circa 1,2 miljoen m3 aan BBK-materiaal worden ingenomen voorde aanleg van de natuuroevers en midden-eiland.
18 (25)
SWECO Fase 5 Eindoplevering - er zal geen zand worden afgevoerd en geen interne herinrichtingsspecie worden aangewend. In totaal zal circa 1,15 miljoen m3 aan BBK-materiaal worden ingenomen voorde aanleg van de natuuroevers en midden-eiland.
JBEELD Ei\DTa SE 5,£!NÓE WERK
,
6.6 Werkwijze en voorkomen van overlast De specie van elders zal per as en/of per schip worden aangevoerd naar het hoogwatervrije bedrijventerrein. Vanaf daar wordt de specie via onderlossers of een pontonbrug met stortkoker naarde verondiepingslocatie gebracht. Het aanbrengen van de specie vindt plaats met de best beschikbare technieken (BBT) om vertroebeling van het waterte voorkomen: • via een pontonbrug met stortkoker of onderlosser, waarbij het lossen op minimaal twee meter diepte plaatsvindt; • partijen steekvaste grond worden met een shovel vanaf de kant op het onderwatertalud geschoven, voor zover de bereikbaarheid van de locatie dit toelaat. Met GPS wordt de locatie van het aangebrachte materiaal per vak van 50x50 m vastgelegd. 6.7 Omgang met onvoorziene ontwikkelingen Indien tijdens de uitvoering of uit de monitoring blijkt dat er in de plas onvoorziene ontwikkelingen optreden, wordt dit onmiddellijk gemeld aan de betrokken bevoegde gezagen (RWS ON en gemeente Rheden) en aan de Stuurgroep en Projectgroep Havikerpoort. In overleg met deze partijen zullen de te nemen vervolgstappen worden bepaald.
19 (25)
SWECO 7
Monitoring
7.1 Monitoring kwaliteitseisen aan te voeren grond en herbruikbare waterbodem Voor elke partij van elders aan te voeren grond/waterbodem zal vooraf een overeenkomst met de klant worden aangegaan, waarin deze verklaart dat het materiaal aan de acceptatiecriteria voldoet. Voorafgaand aan de overeenkomst, zal doorZ.E.M. Havikerwaard BV worden beoordeeld of het bodemonderzoek/partijkeuring een geldig bewijsmiddel is in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. Ter goedkeuring door het bevoegd gezag (c.q. Rijkswaterstaat) zal per partij een BBK-melding worden gedaan. Indien deze akkoord is bevonden, kan de specie worden aangevoerd. Tijdens aanvoer van de partij zal dagelijks visueel worden geïnspecteerd door een permanent aanwezige beheerder op de locatie en zullen steekproefsgewijs controlemonsters worden genomen.
Samengevat worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd ter waarborging van legale aanvoer van partijen: • beoordeling bodemonderzoek/partijkeuring (zie paragraaf 6.1); • afsluiten verwerkingsovereenkomst op basis van de Algemene voorwaarden en Handleiding en een nog op te stellen A&V protocol; • dagelijkse visuele inspectie tijdens aanvoer door de beheerder en kraanmachinist op onder andere bodemvreemd materiaal, oliesporen en andere zintuiglijk waarneembare verontreinigingskenmerken; • steekproefsgewijze controlemonstername op het schip (circa 1 op de 10 schepen) of in de vrachtauto (circa 1 op de 100 vrachtauto’s). De resultaten van de monitoring worden vastgelegd in een logboek dat ingezien kan worden door de handhaver. 7.2 Monitoring oppervlaktewater Tijdens de uitvoering moet worden nagegaan of de opwerveling van specie niet te groot is en daarmee de waterkwaliteit verslechtert. Tijdens de uitvoering zijn verslechtering van de waterkwaliteit en verstoring van de bestaande natuurwaarden in de vorm van beschermde vissen uit de flora en fauna wet de voornaamste risico’s. Ook dient zoveel mogelijk te worden voorkomen dat slibdeeltjes buiten de grenzen van de verondieping terechtkomen. Om de gevolgen van de verondieping te volgen, dient op twee locaties in de plas om de twee maanden in de bovenste meter de waterkwaliteit te worden bepaald.
De meetpunten liggen in de fase waar op dat moment de herinrichting plaatsvindt (zie paragraaf 6.6). De twee meetlocaties bevinden zich respectievelijk op 50 m van de verondieping en midden op de plas. De uit te voeren veldmetingen en het analysepakket voor de oppervlaktewatermonsters staan vermeld in tabel 7.1. Tabel 7.1
Samenstelling veldmetingen en analysepakket
Veldmetingen
Analysepakket
zuurstof
chloride
temperatuur doorzicht
totaalfosfaat, orthofosfaat ammonium, nitraat, nitriet, stikstof-Kjeldahl, totaalstikstof
pH
zwevend stof
EC
chlorofyl-a
20 (25)
SWECO Met het in tabel 7.1 vermelde analysepakket wordt de algemene chemische waterkwaliteit bepaald. Verder kan worden vastgesteld of sprake is van voortdurende toevoer van zwevend stof, waardoor het water zo troebel wordt dat ondergedoken waterplanten afsterven. Ook kan de nutriëntenhuishouding worden gevolgd, zodat risico’s op algenbloeien (waardoor er een 'groene soep’ kan ontstaan) kunnen worden gesignaleerd. Eén keer per jaar dient het oppervlaktewater tevens op micro-verontreinigingen (metalen, PAK, OCB’s, PCB’s en minerale olie) te worden geanalyseerd om te verifiëren dat geen nalevering van micro-verontreinigingen vanuit het toegepaste materiaal optreedt. Bij hoog water waarbij de IJssel rechtstreeks verbinding heeft met de plas, worden de waarden sterk beïnvloed door het IJsselwater. Hier moet rekening mee worden gehouden bij de beoordeling van de gegevens. Monitoring dient tijdens hoogwater wel gecontinueerd te worden, omdat deze waarden belangrijk zijn voor de interpretatie van de gegevens direct na het zakken van het peil. De gevolgen van het hoogwater kunnen enkele maanden zichtbaar blijven. Tijdens de aanlegfase zijn verslechtering van de waterkwaliteit en verstoring van de bestaande natuurwaarden de voornaamste risico’s. Tijdens stortactiviteiten wordt daarom maandelijks het zuurstofgehalte en het doorzicht gemeten.
De monitoring wordt uitgevoerd door een onafhankelijk adviesbureau en de rapportage van de monitoring wordt toegezonden aan het bevoegd gezag en de eigenaren in het gebied. Tabel 7.2 geeft de signaleringswaarden. Dit betreft de referentiewaarden voor R7 wateren, omdat de geulen zich in de uiterwaard bevinden. Tabel 7.2
1>
2> 3i z>
Signaleringswaarden oppervlaktewaterkwaliteit Gebiedsontwikkeling Havikerwaard-Zuid
Parameter
Norm (R7)
fosfaat-totaalz’ stikstof-totaalz) chloride z) chlorofyl-Az)
< 0,14 mg P/l1’ <2,5 mg N/l1)
zuurstof (%) doorzicht zl pHzi
70-120 >0,6 m 3)
<150 mg/l <100 Mg/l 2)
6,0 - 8,5
indien er door hoog water recentelijk een open verbinding contact is geweest met de IJssel en het gehalte van het IJsselwater hoger is, geldt dit gehalte +10% als signaleringswaarde MTR-waarde (geen KRW-waarde beschikbaar) geen referentiewaarde voor R7 vastgesteld, er wordt indicatief getoetst aan de referentiewaarde van M20 zomerhalfjaargemiddelde
21 (25)
SWECO 7.3 Monitoring ecologie Twee jaar na realisatie van de betreffende fase van de herinrichting zal ter plaatse van de gerealiseerde natuurvriendelijke oevers en de eilanden een natuuronderzoek worden uitgevoerd naar: • fytoplankton; • macrofyten; • macrofauna; • vissen. Op een aantal nader te selecteren locaties wordt de plas bevist om een representatief beeld te krijgen van de visstand in de geulen. Per monsterpunt worden de volgende waarnemingen gedaan: • diepte; • doorzicht met behulp van secchi-disk 0 20 cm; • oeverprofiel (glooiend, afkalvend, stortsteen); • temperatuur (lucht, wateroppervlak en -bodem); • zuurgraad (pH); • substraat (percentage zand, klei, slib, grind, stenen, stortsteen, vegetatie). 7.4 Monitoring afdeklaag Nadat een fase van de herinrichting is voltooid, wordt het betreffende gebied jaarlijks geïnspecteerd waarbij met name wordt gelet op de staat van onderhoud. Aanvullend zal in nazorgjaren 5 en 10 de dikte en bodemkwaliteit van de afdeklaag op 10 plaatsen worden gecontroleerd. Indien de afdeklaag niet aan de eisen blijkt te voldoen, wordt deze hersteld. Als er na 10 jaar geen significante erosie heeft plaatsgevonden, wordt de monitoring van de leeflaag beëindigd. Als erosie heeft plaatsgevonden, wordt de afdeklaag ter plaatse hersteld.
7.5 Monitoring grondwater Uit het geohydrologisch onderzoek blijkt dat aanwezige verontreinigingen in het verondiepingsmateriaal nauwelijks de mogelijkheid hebben zich via het grondwater te verspreiden naar de omgeving. Om dit te verifiëren, wordt het grondwater jaarlijks geanalyseerd op contaminanten (metalen, PAK, OCB’s, PCB’s en minerale olie). 7.6 Samenvatting monitoringsprogramma In tabel 7.3 is het monitoringsprogramma samengevat.
22 (25)
SWECO Tabel 7.3 Onderdeel
Afdeklaag
Samen va tting monitoringsprogramma Soort onderzoek
Uitvoerder
Meetfrequentie in
Meetfrequentie
realisatieperiode
na realisatie
-
jaarlijks
Opmerking
inspectie staat van onderhoud
initiatiefnemer
bepaling dikte van de afdeklaag
initiatiefnemer
in de nazorgjaren 5 en 10
indien na 10 jaar geen significante erosie heeft plaatsgevonden, wordt de monitoring van de afdeklaag beëindigd.
Ecosysteem
monitoring ecologie
initiatiefnemer
wordt uitgevoerd 2 jaar na realisatie
op basis van de resultaten van de monitoring wordt in overleg met RWS bepaald of de gewenste kwaliteitsverbetering gerealiseerd is of dat aanvullende inrichtings
Oppervlakte waterkwaliteit
macroparameters (zie tabel 7.1)
initiatiefnemer
2 maandelijks 1)
zuurstof en doorzicht
initiatiefnemer
maandelijks tijdens startactiviteiten
contaminanten
initiatiefnemer
1x per jaar
1x per jaar
opname grondwaterstanden
initiatiefnemer
2 maandelijks
2 maandelijks
analyse op contaminanten
initiatiefnemer
jaarlijks
jaarlijks
maatregelen. noodzakeliikziin.
Grondwater
2 maandelijks
Betreft 2 locaties: midden op de plas en op 50 m afstand van de locatie waar verondieping plaatsvindt.
1) indien de meetwaarden de actiewaarden dicht naderen, wordt de frequentie opgevoerd naar 1x per maand
Na het eerste monitoringsjaar worden de resultaten geëvalueerd en wordt de rapportage toegezonden aan het bevoegd gezag. Het monitoringsprogramma wordt tot twee jaar na realisatie van de verondieping uitgevoerd (de afdeklaag tot 10 jaar na verondieping). Dan wordt op basis van de monitoringsresultaten, in overleg met Rijkswaterstaat, bepaald of de monitoring kan worden beëindigd. 7.7 Beheersmaatregelen Indien uit de monitoring blijkt dat het oppervlaktewater niet voldoet aan de gestelde actie waarden, is het terugvalscenario van toepassing. In tabel 7.4 is per onderdeel aangegeven welke beheersmaatregelen in dat geval worden genomen.
23 (25)
SWECO Tabel 7.4
Te nemen beheersmaatregelen bij terugvalscenario
Risico Uitvoeringsperiode
Gevolg
Beheersmaatregel
Kwaliteit oppervlaktewater voldoet tijdens de realisatie niet aan de gestelde normen
Klein
• •
Oppervlaktewater heeft doorzicht van minder dan 0,5 meter tijdens de uitvoering
Klein
• •
Het aanwezige bodemvreemde materiaal voldoet niet aan de eisen uit de regeling Bodemkwaliteit (waaronder < 20% steenachtig materiaal). Bodemprofiel en sedimentkwaliteit voldoen in eindsituatie niet aan de doelstelling
Klein
•
Klein
• • •
Herstel profiel Aanbrengen van nieuwe afdeklaag Voortzetten monitoring
Erosie van de afdeklaag
Klein
•
Herstel deklaag
Klein
• •
Oorzaak door deskundige laten onderzoeken Mogelijke maatregelen: ° Aanbrengen van vegetatie ° Visstand beheer ° Doseren van ijzerchloride
Afdeklaag is minder dan 0,5 meter dik
Klein
Oppervlaktewater wordt eutroof, ondanks toegepaste afdekking. Kans is klein omdat veel rivierspecie en weinig grond zal worden aangevoerd.
Groot
• • •
Herstel afdeklaag Oorzaak door deskundige laten onderzoeken Mogelijke maatregelen: ° Aanbrengen van vegetatie ° Visstand beheer ° Doseren van ijzerchloride
•
Oorzaak door deskundige laten onderzoeken Bepalen of actie nodig is (bijv. gebruik van andere materialen) Oorzaak door deskundige laten onderzoeken Bepalen of actie nodig is (bijv. gebruik van slibschermen) Systematische controle door de initiatiefnemer en handhaving door waterkwaliteitsbeheerder Mogelijkheid om (contractueel) partijen hierop te weigeren
Na realisatiefase
Oppervlaktewater voldoet na realisatie niet aan de gestelde kwaliteitsdoelstellingen
24 (25)
SWECO 8
Oplevering en beheer
De verantwoordelijkheid voor het beheer van de herinrichting van het plangebied Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid ligt bij ZEM Havikerwaard BV, tevens initiatiefnemer van het project. De toepassing wordt gemonitord conform het monitoringsplan (hoofdstuk 7). Op basis van de resultaten van de monitoring wordt beoordeeld of het eindbeeld behaald is en of de herinrichting nog voldoet aan het beoogde eindresultaat. Indien zich onvoorziene ontwikkelingen met betrekking tot de bestemming en functies van de verondiepingen voordoen, wordt dit gemeld aan het bevoegd gezag (Rijkswaterstaat Oost-Nederland) en wordt het beheer daarop afgestemd.
25 (25)