CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Houtstook in omgevingsplan - KokxDeVoogd

Raadsvergadering 27 mei 2025, gemeente RhedenBij agendapunt: Houtstook - scenariokeuze regelgeving5.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Sturen op houtstook in het omgevingsplan Praktische en direct toepasbare voorbeeldregels

27 mei 2024 mr. Lukas Baars en mr. dr. Harm Borgers | KokxDeVoogd

Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................ 3 1.1 1.2

Opbouw van de modules .............................................................................................................. 3 Toepassing modules...................................................................................................................... 5

2. Algemene regels in het omgevingsplan.................................................................................. 6 2.1

Toelichting algemene regels ......................................................................................................... 6

3. Module 1. Sturing op de bescherming van kwetsbare groepen .............................................. 8 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3

Toelichting module 1 .................................................................................................................... 8 Interventiemogelijkheid 1: hard ingrijpen .................................................................................... 8 Toelichting interventiemogelijkheid ‘hard ingrijpen’ ................................................................... 8 Motivatie voor het opnemen van planregels in het omgevingsplan ............................................ 8 Voorbeeldbepalingen.................................................................................................................... 9

3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3

Interventiemogelijkheid 2: voorwaarden stellen ....................................................................... 12 Toelichting interventiemogelijkheid ‘voorwaarden stellen’ ....................................................... 12 Motivatie voor het opnemen van planregels in het omgevingsplan .......................................... 12 Voorbeeldbepalingen.................................................................................................................. 12

3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3

Interventiemogelijkheid 3: stimuleren ....................................................................................... 13 Toelichting interventiemogelijkheid ‘stimuleren’ ....................................................................... 13 Motivatie voor opname planregels in het omgevingsplan ......................................................... 14 Voorbeeldbepalingen.................................................................................................................. 14

4. Module 2. Sturing op functies en functiescheiding (zonering) in gebieden........................... 15 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3

Toelichting module 2 .................................................................................................................. 15 Interventiemogelijkheid 1: verbod op een bepaalde plek (houtstookreguleringzone).............. 15 Toelichting interventiemogelijkheid ‘verbod op een bepaalde plek’ ......................................... 15 Motivatie voor opname planregels in het omgevingsplan ......................................................... 15 Voorbeeldbepalingen.................................................................................................................. 16

4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

Interventiemogelijkheid 2: verdelen van de ruimte ................................................................... 17 Toelichting interventiemogelijkheid ‘verdelen van de ruimte’ .................................................. 17 Motivatie voor opname planregels in het omgevingsplan ......................................................... 17 Voorbeeldbepalingen.................................................................................................................. 17

5. Module 3. Sturing op de realisatie van doelen voor de leefomgeving .................................. 20 5.1 5.2 5.2.1

Toelichting module 3 .................................................................................................................. 20 Interventiemogelijkheid 1: resultaatverplichting ....................................................................... 20 Motivatie voor opname planregels in het omgevingsplan ......................................................... 20 Pagina 1 van 24

5.2.2

Voorbeeldbepalingen.................................................................................................................. 20

5.3 5.3.1 5.3.2

Interventiemogelijkheid 2: inspanningsverplichting .................................................................. 22 Motivatie voor opname planregels in het omgevingsplan ......................................................... 22 Voorbeeldbepalingen.................................................................................................................. 22

Pagina 2 van 24

1. Inleiding KokxDeVoogd is het adviesbureau voor een sterke lokale overheid. Onze ambitie is om (lokale) publieke organisaties beter te laten functioneren en hun volle kracht te ontketenen. Vaak gaat het, in deze tijd van grote en complexe opgaven, om samenwerkingskracht en goed georganiseerde uitvoering. Wij helpen om die tot stand te brengen, transparant, betrokken en verbindend. Of we nu onderzoeken, adviseren en regisseren, wij werken integraal en combineren alle cruciale inzichten uit de wereld van de procesregie, management accounting, mens & organisatie, bestuurlijk juridische strategie en informatiemanagement. Houtstook heeft nadelige effecten op de gezondheid van mensen, de woonomgeving (hinder als gevolg van geur- of rookoverlast) en de kwaliteit van lucht in zijn algemeenheid. Het verbranden van hout is een bron van fijnstof in de buitenlucht. In het kader van onder meer het Schone Lucht Akkoord (SLA) is het een ambitie om de nadelige effecten van houtstook te minimaliseren. Om dit concreet te realiseren bevat dit document conceptregels die gemeenten gemakkelijk in hun (wijzigingen van) het omgevingsplan – een nieuw instrument onder de Omgevingswet – kunnen opnemen. Met deze regels kan genoemde minimalisatie worden gerealiseerd.

1.1 Opbouw van de modules In dit document zijn conceptregels opgenomen als voorbeeld voor houtstookregels die een gemeente in het eigen omgevingsplan kan stellen. De voorbeeldregels zijn verdeeld in modules die aansluiten op de lokale situatie: I. II. III.

Module 1: Sturing op de bescherming van kwetsbare groepen Module 2: Sturing op functies en functiescheiding (zonering) in gebieden Module 3: Sturing op de realisatie van doelen voor de leefomgeving

Elke module kent eigen interventiemogelijkheden, in aansluiting op het oogmerk van de concrete regels: geen onaanvaardbare hinder, bescherming van de gezondheid en/of verbetering van de luchtkwaliteit. Elke module geeft bovendien keuzemogelijkheden in de wijze waarop de gemeente stuurt. Dat kan namelijk meer of minder ‘hard/verplichtend’. Modules: Kwetsbare groepen Hard ingrijpen Aard van de regels:

Voorwaarden stellen

Zonering in gebieden

Aspiratie leefomgeving

Verbod in bepaald gebied

Resultaatverplichting

Verdelen van de ruimte

Inspanningsverplichting

Stimuleren vermindering

Pagina 3 van 24

Tot slot is voorafgaand aan de modules in dit document nog een aantal algemene regels opgenomen die in elk omgevingsplan moeten voorkomen om de modules te kunnen gebruiken.

Pagina 4 van 24

1.2 Toepassing modules De opbouw van de modules kan de indruk geven dat de varianten, opgenomen in de modules, nevengeschikt zijn aan elkaar. Dit is niet het geval. De modules vullen elkaar aan op verschillende niveaus. Module 1 specificeert bescherming van kwetsbare groepen, module 2 bescherming in een zone en module 3 bescherming in de overkoepelende leefomgeving. De toepassing van de modules is gebaseerd op een (politieke) keuze of en in hoeverre men actief men wil omgaan met het beperken van houtstook (of anders gezegd: of en in hoeverre men intensief wil sturen op het mitigeren van de schadelijke gevolgen van houtstook).

Module 3: leefomgeving

Module 2: zonering Module 1: kwetsbare groepen

Verminderen houstook

Juist een combinatie van de hiervoor genoemde modules geeft gemeenten de mogelijkheid genuanceerd beleid te voeren met betrekking tot houtstook (en daarmee op leefniveau verschillende gradaties van bescherming tegen de luchtverontreiniging, veroorzaakt door houtstook). Zo kan de inhoud van een verbod geleend worden uit module 1 en de activering van een houtstookvrije zone voor dit verbod uit module 2. Ook kunnen begripsbepalingen, opgenomen in paragraaf 2.1, worden aangepast naar de lokale omstandigheden. De voorbeeldregels1 kunnen dus onderling – naar keuze van de gemeenteraad – worden gecombineerd. De keus van de regels moet goed worden onderbouwd en toegelicht op basis van de lokale feiten, omstandigheden en belangen. De concept-regels hebben een verschillend/oogmerk doel. Bij een combinatie van regels wordt dus gericht op verschillende doelen, denk bijvoorbeeld aan het beschermen van kwetsbare scholieren of ouderen. Ook kan er voor worden gekozen een hele wijk te beschermen. Tot slot: bij het opstellen van de voorbeeld(plan-)regels is rekening gehouden met de afbakening van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De voorbeeld(plan-)regels zijn hiermee niet in strijd.

1

Wij benadrukken overigens nog dat de in de modules opgenomen planregels voorbeeldregels zijn. Dit laatste moet zó worden begrepen, dat bij elke vaststelling van een (wijziging van) het omgevingsplan, moet worden bezien of de regels voldoen aan de vereisten van (onder meer) artikel 4.1 en 4.2 Omgevingswet. Het opnemen van regels in een wijziging van het omgevingsplan vereist immers altijd een (lokale) maatwerkafweging.

Pagina 5 van 24

2. Algemene regels in het omgevingsplan 2.1 Toelichting algemene regels Bij het opstellen van het omgevingsplan zijn begripsbepalingen nodig. Op deze manier krijgt de regulering van houtstook en houtrook een plek vooraan in het omgevingsplan; op deze manier kan er geen discussie ontstaan over de gebruikte definities. Verder is een eenvoudige overgangsrechtelijke bepaling geformuleerd (variant met uitgestelde werking). Artikel X. Begripsbepalingen – houtstookactiviteit •

Houtstookactiviteit – algemeen o Houtstookactiviteit: activiteit waarbij een vaste brandstof zoals hout, pellets, briketten of houtskool wordt gebruikt om te stoken in (hout-)kachels, haarden, vuurkorven, barbecues, hottubs, houtovens, buitensfeerverwarming of een (open) vuurplaats. -

Optiebepaling: houtstookactiviteit • Houtstookactiviteit: activiteit waarbij [ optie invullen hieronder ] een vaste brandstof zoals hout, pellets, briketten of houtskool wordt gebruikt om te stoken in (hout-)kachels, haarden, vuurkorven, barbecues, hottubs, houtovens of sfeerverwarming. • in [ een woning ] of: • in [ een verblijfsgebouw ] of: • in [ een recreatieve functie ]

Artikel X. Begripsbepalingen – houtstookgevoelige functie •

Houtstookgevoelige functie: woningen, scholen, kinderdagverblijven, verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen, ziekenhuizen, sportaccomodaties en plaatsen waar mensen langere tijd verblijven, zoals hotels of bed-and-breakfast-accomodaties.

Optieartikel: artikel X. Begripsbepalingen – hoofdverwarming •

Hoofdverwarming: dagelijkse ruimteverwarming van een woning of ander gebouw.

Optieartikel: artikel X. Begripsbepalingen – sfeerverwarming •

Sfeerverwarming: verwarming van een woning of ander gebouw, niet zijnde hoofdverwarming.

Pagina 6 van 24

Artikel X. Overgangsrecht bestaande houtstookactiviteit – eerbiedigende werking 1. Degene die vóór [datum] een houtstookactiviteit verricht die bestaat uit het gebruik van een verbrandingstoestel voor vaste brandstof bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis voor sfeerverwarming mag deze activiteit nog gedurende vier [ of ander getal ] jaar na [ datum ] verrichten.

Pagina 7 van 24

3. Module 1. Sturing op de bescherming van kwetsbare groepen 3.1 Toelichting module 1 Module 1 bevat voorbeeld-planregels die sturen op de bescherming van kwetsbare groepen. Kwetsbare groepen zijn individuen of groepen van individuen die kwetsbaarder zijn voor de gezondheidseffecten van houtrook. Deze groepen omvatten personen die al bestaande gezondheidsproblemen kunnen hebben of die gevoeliger kunnen zijn voor luchtverontreiniging. Voorbeelden van kwetsbare groepen zijn mensen met een luchtwegaandoening, kinderen, ouderen, mensen met hart- en vaatziekten. Om deze groepen te beschermen – bijvoorbeeld in wijken waar relatief veel van dergelijke groepen wonen – kunnen drie gradaties van interventie worden gebruikt om houtstookactiviteiten te reguleren. Het gaat om de interventie (1) hard ingrijpen, de interventie (2) voorwaarden stellen en tot slot is een interventiemogelijkheid het (3) stimuleren.

3.2 Interventiemogelijkheid 1: hard ingrijpen 3.2.1 Toelichting interventiemogelijkheid ‘hard ingrijpen’ Binnen de interventiemogelijkheid ‘hard ingrijpen’ kan zowel worden gekozen voor verbodsbepalingen als gebodsbepalingen om houtstookactiviteiten te reguleren. Een verbodsbepaling is de meest zware vorm van hard ingrijpen. Daarbij kan het verbod ook afhankelijk worden gemaakt: in de voorbeeldbepalingen zijn verbodsopties opgenomen die gaan over tijds-, en meteorologische omstandigheden. De gebodsbepalingen zijn gebiedend: aangegeven is wat de normadressaat (burger, ondernemer) moet doen. Ook hier zijn optiebepalingen opgenomen.

3.2.2 Motivatie voor het opnemen van planregels in het omgevingsplan Er kunnen meerdere redenen als onderbouwing dienen om hard in te grijpen met als motief het beschermen van kwetsbare groepen:

2

•

Bescherming gezondheid – vooral mensen met luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten, maar ook ouderen en kinderen, zijn het gevoeligst voor de effecten van houtrook, met als gevolg gezondheidsproblemen. Blootstelling aan houtrook wordt in meerdere internationale onderzoeken geassocieerd met onder andere COPD, verslechterde longfunctie en longontsteking.2

•

Doelen omgevingsvisie – volgens artikel 1.3 van de Omgevingswet dient in de omgevingsvisie onder meer rekening te worden gehouden met het voorzorgsbeginsel en enkele andere beginselen. In een omgevingsvisie wordt rekening gehouden met het voorzorgsbeginsel, het

Gezondheidsgevolgen van houtrook: een update van een verkennend literatuuronderzoek (rivm.nl)

Pagina 8 van 24

beginsel van preventief handelen en het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden. Om te voldoen aan deze beginselen dienen regels over houtstook in het omgevingsplan te worden opgenomen. •

Uitgangspunt Omgevingswet – volgens artikel 1.3 van de Omgevingswet dient met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, in onderlinge samenhang een (a) een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereikt en in stand houden te worden. Dit laatste ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur en (b) het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Regels over het terugdringen of geheel beperken van houtstook zijn dienstig aan het in (a) genoemde doel.

•

De hoogste beschermingsgraad (verbod, gebod) is gewenst – het reguleren van houtstook door ver- of gebodsbepalingen is in dit geval gewenst. Immers, om kwetsbare groepen te beschermen is het minder aannemelijk om via bijvoorbeeld stimulering tot vermindering van houtstook te komen.

3.2.3 Voorbeeldbepalingen Voorbeelden verbodsbepalingen Artikel X. Verbod – algemeen generiek 1. Het is verboden binnen [ aantal meters invullen ] – meter van de grens van het kadastrale perceel waarop zich een houtstookgevoelige functie bevindt een houtstookactiviteit te verrichten of te laten verrichten.

Optieartikel: artikel X – verbod met tijdsspanne 1. Het is verboden binnen [ aantal meters invullen ] – meter van de grens van het kadastrale perceel waarop zich een houtstookgevoelige functie bevindt een houtstookactiviteit te verrichten of te laten verrichten [ opnoemen tijdspanne wanneer het niet mag/wel mag ] Optieartikel: artikel X – verbod vanwege meteorologische omstandigheden 1. Het is verboden een houtstookactiviteit te verrichten of te laten verrichten indien: a. de windsnelheid lager is dan 3 Beaufort ter plaatse van het weerstation van het KNMI te [locatie], en/of: b. sprake is van een zicht van minder dan 1000 meter ter plaatse van het weerstation, en/of: c. Er een code rood geldt, afgegeven door Stookwijzer.

Pagina 9 van 24

Voorbeelden gebodsbepalingen Artikel X. Gebod – Houtstookactiviteit uitvoeren 1. Bij het verrichten een houtstookactiviteit wordt voldaan aan de volgende regels: Extra toelichting bij dit artikel: dit artikel moet altijd worden opgenomen bij de keuze van gebodsregels; naar keuze uit te breiden met één of meerdere van onderstaande optionele artikelen.

Optieartikel: artikel X – houtstookactiviteit alleen uitvoeren met aangewezen materialen 1. Bij het verrichten een houtstookactiviteit wordt voldaan aan de volgende regels: a. als brandstof wordt alleen schoon, onbehandeld hout gebruikt; b. het vochtpercentage bedraagt maximaal tussen de 15 en 20 procent; c. het rookkanaal wordt ten minste éénmaal per jaar geveegd. Optieartikel: artikel X – houtstookactiviteit alleen uitvoeren tijdens bepaalde periode 1. Er wordt niet gestookt in de periode tussen 21.00 uur ’s avonds en 09.00 uur voormiddags [ of andere tijdsspanne ]. Optieartikel: artikel X – houtstookactiviteit alleen uitvoeren in bepaalde meteorologische omstandigheden 1. Er wordt niet gestookt bij een windsnelheid die lager is van 3 Beaufort ter plaatse van het weerstation van het KNMI te [ locatie ] en / of: 2. Er wordt niet gestookt bij een zicht van minder dan 1000 meter ter plaatse van het weerstation van het KNMI te [ locatie ]. en / of: Er een code rood geldt, afgegeven door Stookwijzer. Optieartikel: artikel X – houtstookactiviteit alleen uitvoeren met maximum aantal dagen per jaar. 1. Het verrichten van een houtstookactiviteit is afhankelijk van het voor houtstook te gebruiken type installatie of toestel. 2.

Aan typen installaties en toestellen voor houtstookactiviteiten zijn maximale gebruiksduren verbonden, gerekend per dag waarop de installatie of het toestel tenminste een maal in gebruik is genomen ongeacht de tijdsduur van dat gebruik op die dag.

Pagina 10 van 24

3. De maximale gebruiksduren als bedoeld in lid 2 zijn voor een: o Open haard of vuurkorf : 5 dagen per jaar o Kachel : 10 dagen per jaar o Ecodesign-toestel/installatie : 25 dagen per jaar 4. De gebruiker van een type installatie of toestel als bedoeld in lid 3 is verplicht het gebruik van dit type installatie of toestel te melden via een door burgemeester en wethouders goedgekeurde stookmeldingsvoorziening.

Pagina 11 van 24

3.3 Interventiemogelijkheid 2: voorwaarden stellen 3.3.1 Toelichting interventiemogelijkheid ‘voorwaarden stellen’ De interventiemogelijkheid ‘voorwaarden stellen’ biedt de mogelijkheid een hard verbod of gebod voor houtstookactiviteiten te nuanceren. Met een omgevingsvergunning, melding of informatieplicht wordt het verrichten van een houtstookactiviteit afhankelijk gemaakt van een actie van een initiatiefnemer (melding, informatieplicht) of actieve toestemming van het bevoegd gezag (vergunning). In de voorbeeldbepalingen is een houtstookactiviteit afhankelijk gemaakt van een door burgemeester en wethouders te verlenen omgevingsvergunning, een melding (inclusief nog een optiemogelijkheid) en een informatieplicht. De voorbeeldbepalingen zijn los te gebruiken of te combineren met de bepalingen van interventiemogelijkheid 1 (‘hard ingrijpen’).

3.3.2 Motivatie voor het opnemen van planregels in het omgevingsplan Er kunnen meerdere redenen als onderbouwing dienen om de interventiemogelijkheid 2 – ‘voorwaarden stellen’ – te gebruiken. Ook hier gaat het – net als bij interventiemogelijkheid 1 – in de basis om (1) de bescherming gezondheid, (2) het bereiken van de doelen uit de omgevingsvisie, (3) het uitvoeren van het basisuitgangspunt Omgevingswet (met name artikel 1.3 Omgevingswet). Deze onderbouwing kan ook worden gebruikt voor de voorbeeldbepalingen uit interventiemogelijkheid 2.

3.3.3 Voorbeeldbepalingen Artikel X. Omgevingsvergunning houtstookactiviteit – omgevingsplanactiviteit 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een houtstookactiviteit te verrichten of te laten verrichten. 2. De omgevingsvergunning voor een houtstookactiviteit wordt alleen verleend indien: a. is aangetoond dat de maximale emissiegrenswaard(-en) uit de tabel als bedoeld in lid 2 niet worden overschreden; b. de activiteit niet zal worden verricht als hoofdverwarming; c. het belang van een gezonde leefomgeving niet onevenredig wordt geschaad; d. het belang van een veilige leefomgeving niet onevenredig wordt geschaad; e. vast staat dat de houtstookactiviteit niet leidt tot onevenredige hinder. 3. De emissiegrenswaarden als bedoeld in lid 1 sub a zijn: [ Invullen stof/product ] [ Invullen stof/product ] [ Invullen stof/product ]

[ Invullen emissiegrenswaarde ] [ Invullen emissiegrenswaarde ] [ Invullen emissiegrenswaarde ]

Artikel X. Meldingsplicht houtstookacitviteit 1. Het is verboden zonder melding aan burgemeester en wethouders een houtstookactiviteit te verrichten.

Pagina 12 van 24

2. Degene die voornemens is een houtstookactiviteit te verrichten of te laten verrichten meldt dit ten minste [termijn] dagen voor de aanvang van de houtstookactiviteit aan burgemeester en wethouders. 3. De melding bevat ten minste: • de identiteit en contactgegevens van de melder; • de aard en omvang van de houtstookactiviteit • de locatie en wijze waarop de houtstookactiviteit wordt verricht; • een beschrijving van de maatregelen die worden genomen ter voorkoming en beperking van de gevolgen van de houtstookactiviteit. 5. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de melding, waaronder het gebruik van standaardformulieren. Optieartikel X. Meldingsplicht houtstookacitviteit – met opvolging (invoegen extra lid) -

[ Neem dit lid op na lid 5 van het vorige artikel ] Burgemeester en wethouders voeren binnen een tijdsspanne van één tot twee uur na het startmoment van de houtstookactiviteit een controle ter plaatse uit om vast te stellen of de houtstookactiviteit overeenkomst met de ingdiende melding.

Artikel X. Informatieplicht houtstookactiviteit 1. Degene die een houtstookactiviteit verricht of laat verrichten verstrekt burgemeester en wethouders vier weken voorafgaand aan de start van de houtstookactiviteit alle relevante informatie met betrekking tot de gevolgen van die activiteit met het oog het voorkomen van hinder, het beschermen van de gezondheid en het voorkomen van luchtverontreiniging. 2. De informatie wordt verstrekt aan de hand van een door burgemeester en wethouders vastgesteld format. 3. Het bevoegd gezag kan aanvullende eisen stellen aan de inhoud en frequentie van de verstrekte informatie. 4. Indien sprake is van een houtstookactiviteit die een direct gevaar oplevert voor de menselijke gezondheid of het milieu, meldt degene die de informatieplicht heeft dit onmiddellijk aan burgemeester en wethouders en treft passende maatregelen om het gevaar te beperken.

3.4 Interventiemogelijkheid 3: stimuleren 3.4.1 Toelichting interventiemogelijkheid ‘stimuleren’ De interventiemogelijkheid ‘stimuleren’ is bedoeld om met de minst dwingende maatregelen houtstook te verminderen. Ten eerste is een mogelijkheid voor een programma ‘stimulering terugdringen houtstook’ waarmee, voor het voorkomen van hinder, het beschermen van de gezondheid of verbeteren van de luchtkwaliteit, maatregelen kunnen worden genomen om houtstook tegen te gaan. Ook is de mogelijkheid om financiële stimuleringsmaatregelen te nemen. De voorbeeldbepalingen staan los van de bepalingen opgenomen in interventiemogelijkheid 1 en 2 en zijn optioneel. Pagina 13 van 24

3.4.2 Motivatie voor opname planregels in het omgevingsplan De motivatie of onderbouwing voor het opnemen van bepalingen ter stimulering van het terugdringen van houtstook kunnen – net als de motivatie bij interventiemogelijkheid 1 en 2 – onderbouwd worden aan de hand van de bescherming van de gezondheid, de inzet van de doelen uit de omgevingsvisie, het uitgangspunt van artikel 1.3 Omgevingswet. Specifieke motivatie voor het opnemen van een programma(plicht) voor het stimuleren van het terugdringen van houtstook (al dan niet gecombineerd met een financiële stimulans) zijn in die zin een verlengstuk van de motivatie van, zoals gezegd, interventiemogelijkheid 1 en 2. Met het programma en de financiële stimulans kan de gemeente op de minst dwingende vorm (dus: ‘zacht’) sturen of kan een verbod of voorwaardelijkheid niet ‘hard’ maken in de uitvoering.

3.4.3 Voorbeeldbepalingen Artikel X – Programma stimulering terugdringen houtstook 1. Met het oog op het beschermen van de gezondheid en/of het voorkomen van hinder en/of het verbeteren van de luchtkwaliteit kunnen burgemeester en wethouders een programma opstellen met maatregelen die erop zijn gericht dat geur of stofhinder als gevolg van houtstookactiviteiten zoveel als in redelijkheid mogelijk is wordt vermeden. 2. Het programma als bedoeld in lid 1 bevat ten minste: a. Stimulerende maatregelen tot terugdringing van houtstookactiviteiten; b. Voorstellen tot bewustwording van of educatie over de schadelijke gevolgen van houtstook; c. [ invullen verplichte onderdelen programma ]

Artikel X – Financiële stimuleringsmaatregel terugdringen houtstook 1. Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek een belanghebbende voorzien in een tegemoetkoming van opgelegde of nog op te leggen gemeentelijke heffingen. 2. In een tegemoetkoming als bedoeld in lid 1 kan alleen worden voorzien indien: a. De aanvrager aannemelijk maakt dat sprake is van een aanzienlijke reductie van houtstookactiviteiten in de wijk waarin hij woonachtig is. i. Van een aanzienelijke reductie is sprake wanneer: 1. [ invullen omstandigheden ]

Pagina 14 van 24

4. Module 2. Sturing op functies en functiescheiding (zonering) in gebieden 4.1 Toelichting module 2 De regelvoorbeelden die opgenomen zijn in module 2 ‘sturing op functies en functiescheiding (zonering) in gebieden’ zijn bedoeld om een zonering aan te brengen binnen een gebied. Met een zonesysteem kan de raad – of, aanvullend: burgemeester en wethouders – delen van het ambtsgebied van een gemeente aanwijzen als gebied waar regels voor het verbieden of beperken van houtstookactiviteiten gelden. Module 2 is onderverdeeld in een verbodsinterventie (met een houtstookreguleringszone) en een gebiedsgerelateerde interventie (door het verdelen van gebruiksruimte).

4.2 Interventiemogelijkheid 1: verbod op een bepaalde plek (houtstookreguleringzone) 4.2.1 Toelichting interventiemogelijkheid ‘verbod op een bepaalde plek’ De interventiemogelijkheid ‘verbod op een bepaalde plek’ vormt de meest eenvoudige vorm van het reguleren van een zone waarin een houtstookverbod of gebod geldt. Deze interventiemethode is vergelijkbaar met het instellen van een milieuzone in een grote stad. Het verschil met module 1 is dat in die module de houtstookregels voor het hele grondgebied van de gemeente (het ambtsgebied) geldt. Met de instelling van houstookreguleringszones kunnen regels over houtstook in een afgebakend gebied (een werkingsgebied) gaan gelden. Met andere woorden: module 2 gaat over zones, module 1 gaat over activiteiten (niet zonegerelateerd). Binnen de zone – de houtstookreguleringszone – gelden regels over houtstook. Deze regels zijn een combinatie van de regels uit module 1. Na aanwijzing van de zone worden normadressaten (burgers, ondernemingen) extra geattendeerd op de zone met een attentiebepaling.

4.2.2 Motivatie voor opname planregels in het omgevingsplan De reden voor sturing op functies en functiescheiding (zonering) voor houtstook in gebieden is, zoals ook bij interventiemogelijkheid 1, primair gegrond vanuit het motief gezondheidsschade of hinder gebiedsspecifiek tegen te gaan. Ook het verbeteren of op hetzelfde niveau houden (‘stand-still’) van de luchtkwaliteit binnen een bepaald gebied is een reden om voor sturing op functies en functiescheiding door zonering te kiezen. Specifiek voor de motivatie van de inzet van een houtstookreguleringszone kan ook de bescherming van de gezondheid van mensen in een bepaald gebied genoemd worden (afhankelijk van het gebied kan de inzet van een houtrookreguleringszone eerder aan de orde zijn: in een dichtstedelijk gebied is de kans groter dat iemand gezondheidsschade oploopt dan in een zeer dunbevolkt landelijk gebied). Daarbij speelt het subsidiariteitsbeginsel een rol: er moet altijd de minst zware maatregel worden gekozen. Verder kan voor sturing op functies (functiescheiding door zonering) worden gekozen. Bijvoorbeeld het instellen van een zone omdat geen andere mogelijkheid bestaat om tot het verminderen van houtstook; ook kan handhaving zeer kostbaar zijn als er geen mogelijkheid van zonesturing bestaat.

Pagina 15 van 24

4.2.3 Voorbeeldbepalingen Artikel X. Houtstookreguleringzone – aanwijzen van de houtstookreguleringszone 1. Er is een werkingsgebied ‘houtstookreguleringszone’. 2. Binnen het werkingsgebied als bedoeld in lid 1 gelden regels voor houtstookactiviteiten. 3. De regels als bedoeld in [ paragrafen / artikelen invullen ] zijn van toepassing binnen het werkingsgebied als bedoeld in lid 1. Extra toelichting bij lid 3: bij het gebruiken van dit artikel moet in lid 3 worden aangeven [ ‘paragrafen / artikelen invullen’ ] welke regels moeten gaan gelden in de ‘houtstookreguleringszone’. Dit kunnen alleen regels zijn uit module 1 (bijvoorbeeld verbods-, gebodsbepalingen). Ook de bepalingen ‘voorwaarden stellen’ (zoals het instellen van een vergunning- of meldplicht) kunnen worden geactiveerd met lid 3 van dit artikel.

Artikel X. Houtstookreguleringszone – attenderen op de houtstookreguleringszone 1. Burgemeester en wethouders informeren in de hiernavolgende gevallen bij afzonderlijke publicatie op [ invullen adres gemeentewebsite ] en / of [ invullen sociaal medium ] dat een houtstookreguleringszone als bedoeld in artikel X lid 1 van kracht is in een door burgemeester in één of meerdere navolgende omstandigheden: a. wanneer een windsnelheid gemeten kan worden die lager is dan 3 Beaufort ter plaatse van het weerstation van het KNMI te [ locatie ], en/of: b. bij een zicht van minder dan 1000 meter ter plaatse van het weerstation van het KNMI te [ locatie ], en/of: c. Er een code rood geldt, afgegeven door Stookwijzer.

Pagina 16 van 24

4.3 Interventiemogelijkheid 2: verdelen van de ruimte 4.3.1 Toelichting interventiemogelijkheid ‘verdelen van de ruimte’ Binnen deze interventiemogelijkheid kan de gebruiksruimte (een afgebakend gebied waar een activiteit mogelijk is) voor houtstookacitviteiten worden verdeeld. Er zijn twee verdeelmechanismes mogelijk. Het eerste mechanisme betreft het verdelen van de gebruiksruimte door een houtstookwijkplan. Kern van dit mechanisme is dat de buurt of een wijk een plan (een houtstookwijkplan) maakt en op basis van dat plan met elkaar afspreekt onder welke voorwaarden en hoe vaak houtstook mogelijk is. Het tweede mechanisme betreft een eenvoudigere verdeling. Burgemeester en wethouders stellen dan een maximum aan het aantal kennisgevingen houtstook dat door hen wordt ontvangen (dus niet ingediend). Deze bepaling is in de praktijk ook gemakkelijk handhaafbaar. De voorbeeldbepalingen beginnen met de algemene bepalingen ter instelling van een houtstookreguleringszone. Na opname van deze bepalingen kunnen de verdeelbepalingen worden gebruikt en ingezet.

4.3.2 Motivatie voor opname planregels in het omgevingsplan De reden voor sturing op functies en functiescheiding (zonering) voor houtstook in gebieden is, zoals ook bij interventiemogelijkheid 1 het geval is, primair ingegeven vanuit het motief om gezondheidsschade of hinder tegen te gaan. Ook het verbeteren of op hetzelfde niveau houden (‘standstill’) van de luchtkwaliteit is een reden voor sturing op functies en functiescheiding via zonering. Voor een specifieke motivatie voor de inzet van gebruikruimteverdeelbepalingen kan het tegengaan van het schadelijke gebruik van houtstook in een bepaald gebied worden gebruikt. In feite zijn de gebruikruimteverdeelbepalingen een bijzondere of meer specifieke variant van de zonebepalingen uit interventiemogelijkheid 1.

4.3.3 Voorbeeldbepalingen Algemene activatie-/constitutiebepalingen Artikel X. Houtstookreguleringzone – aanwijzen van de houtstookreguleringszone 1. Er is een werkingsgebied ‘houtstookreguleringszone’. 2. Binnen het werkingsgebied als bedoeld in lid 1 gelden regels voor houtstookactiviteiten. 3. De regels als bedoeld in [ paragrafen / artikelen invullen ] zijn van toepassing binnen het werkingsgebied als bedoeld in lid 1. Extra toelichting bij lid 3: bij het gebruiken van dit artikel moet in lid 3 worden aangeven [ ‘paragrafen / artikelen invullen’ ] welke regels moeten gaan gelden in de ‘houtstookreguleringszone’. Dit kunnen alleen regels zijn uit module 1 (bijvoorbeeld verbods-, gebodsbepalingen. Ook de bepalingen ‘voorwaarden stellen’ (zoals het instellen van een vergunning- of meldplicht) kunnen worden geactiveerd met lid 3 van dit artikel.

Pagina 17 van 24

Artikel X. Houtstookreguleringszone – attenderen op de houtstookreguleringszone 2. Burgemeester en wethouders informeren in de hiernavolgende gevallen bij afzonderlijke publicatie op [ invullen adres gemeentewebsite ] en / of [ invullen sociaal medium ] dat een houtstookreguleringszone als bedoeld in artikel X lid 1 van kracht is in een door burgemeester in één of meerdere navolgende omstandigheden: a. wanneer een windsnelheid gemeten kan worden die lager is dan 3 meter per seconde ter plaatse van het weerstation van het KNMI te [ locatie ], en/of: b. bij een zicht van minder dan 1000 meter ter plaatse van het weerstation van het KNMI te [ locatie ], en/of: c. Er een code rood geldt, afgegeven door Stookwijzer.

Gebruikruimteverdelingsbepalingen Artikel X. Houtstookreguleringzone – verdeling door houtstookwijkplan 1. Het is verboden om een houtstookactiviteit te verrichten of te laten verrichten binnen een houtstookreguleringszone. 2. Het verbod als bedoeld in lid 1 geldt niet, wanneer binnen een wijk of onderdeel van een wijk een houtstookwijkplan geldt. 3. Het houtstookwijkplan is een schriftelijke overeenkomst tussen tenminste [ aantal buurtbewoners invullen ] buurtbewoners waarbij tenminste is opgenomen: a. wat het werkingsgebied is van het houtstookwijkplan b. onder welke condities een houtstookactiviteit mag worden verricht c. wie onderdeel zijn van het houtstookwijkplan d. hoe de belangen van buurtbewoners worden beschermd die geen houtstookactiviteit willen verrichten e. hoe participatie heeft plaatsgevonden om tot het houtstookwijkplan te komen, waarbij nadrukkelijk aandacht is geweest voor buurtbewoners die geen houtstookactiviteit willen verrichten. 4. Een houtstookwijkplan behoeft de schriftelijke instemming van burgemeester en wethouders. 5. Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende voorwaarden verbinden aan het houstookwijkplan. 6. Een houtstookwijkplan wordt zesmaandelijks geëvalueerd. Van deze evaluatie wordt door burgemeester en wethouders verslag gedaan aan de raad. 7.

Burgemeester en wethouders kunnen in het geval van excessen of indien de bescherming van de fysieke leefomgeving hiertoe noodzaakt het houtstookwijkplan bij besluit buiten werking stellen. Artikel X. Houtstookreguleringzone – verdeling door maximumaantal toegelaten houtstookactiviteiten 1. Het is verboden om een houtstookactiviteit te verrichten of te laten verrichten binnen een houtstookreguleringszone. 2. Het verbod als bedoeld in lid 1 geldt niet, wanneer: Pagina 18 van 24

a. een initiatiefnemer bij burgemeester en wethouders een ‘kennisgeving houtstook’ heeft gedaan en: b. het maximaal aantal in te dienen kennisgevingen door burgemeester en wethouders nog niet is ontvangen. 3. Het maximaal aantal ingediende en ontvangen kennisgevingen bedraagt [ getal invullen ]. 4. Burgemeester en wethouders stellen een digitaal en analoog formulier vast waarmee de kennisgeving als bedoeld in lid 1 moet worden gedaan.

Pagina 19 van 24

5. Module 3. Sturing op de realisatie van doelen voor de leefomgeving 5.1 Toelichting module 3 Module 3 bevat regels over houtstook voor de realisatie van kwaliteitsdoelen in de leefomgeving van een gemeente. De module bevat voorbeeldregels waarmee op basis van een omgevingswaarde, programma of zorgplicht gestuurd kan worden op het bereiken van minimalisatie van houtrook binnen een gemeente.

5.2 Interventiemogelijkheid 1: resultaatverplichting 5.2.1 Motivatie voor opname planregels in het omgevingsplan Met de instrumenten ‘omgevingswaarde’, ‘programma’ en ‘specifieke zorgplicht’ wordt een juridische binding aan beleidsdoelen, gericht op concreet resultaat, tot stand gebracht. Hiermee wordt een resultaatverplichting geïntroduceerd voor sturing op de realisatie van doelen voor de leefomgeving. Genoemde instrumenten zijn gebaseerd op de beginselen uit de Omgevingswet.

5.2.2 Voorbeeldbepalingen Artikel X. Omgevingswaarde geurhinder door houtstook Binnen het werkingsgebied ‘houtstookgebied’ geldt dat, als gevolg van een houtstookactiviteit of door cumulatie van meerdere van dergelijke activiteiten: Optie-aanvulling streng: als gewenste kwaliteit geen sprake is van waarneembare geur; Optie-aanvulling gewogen: de geurbelasting als maximaal toelaatbare concentratie niet meer bedraagt dan 0,5 OuE/m3 als 98 percentiel;

Artikel X. Omgevingswaarde houtstook: termijn en aard 1. Aan de omgevingswaarde geurhinder door houtstook wordt voldaan met ingang van [ invullen datum ]. 2. De omgevingswaarde is een resultaatsverplichting.

Artikel X. Programma houtstook Het college van B&W stelt een programma op met maatregelen die erop zijn gericht dat als gevolg van houtstookactiviteiten alle saneringssituaties worden opgelost en dat nieuwe hinder wordt vermeden. Artikel X. Specifieke zorgplicht houtstook 1. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn houtstookactiviteit in, op of aan een bouwwerk, erf of terrein gezondheidsschade, milieuverontreiniging of onaanvaardbare geurhinder Pagina 20 van 24

veroorzaakt of kan veroorzaken, onder andere als gevolg van het verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden verwacht om die schade of hinder te voorkomen en niet te laten voortduren. 2. Deze plicht houdt in ieder geval in dat sprake moet zijn van schoon stookgedrag en dat alle passende preventieve maatregelen worden getroffen tegen: a. milieuverontreiniging; b. het minimaliseren van waarneembare geur afkomstig van houtstook; c. ernstige aantasting van de gezondheid van omwonenden.

Optioneel artikel-lid: deze plicht houdt tevens in dat: d. de houtstookactiviteit louter dient voor sfeerverwarming; e. niet wordt gestookt wanneer een code rood geldt, afgegeven door Stookwijzer.

Pagina 21 van 24

5.3 Interventiemogelijkheid 2: inspanningsverplichting 5.3.1 Motivatie voor opname planregels in het omgevingsplan Met de instrumenten ‘omgevingswaarde’, ‘programma’ en ‘specifieke zorgplicht’ wordt een juridische binding aan beleidsdoelen, gericht op een bepaalde inspanning, tot stand gebracht. Zoals gezegd: anders dan onder interventiemogelijkheid 1 betreft het hier dus een inspanningsverplichting voor sturing op de realisatie van doelen voor de leefomgeving en geen resultaatverplichting. Genoemde instrumenten zijn gebaseerd op de beginselen uit de Omgevingswet.

5.3.2 Voorbeeldbepalingen Artikel X. Omgevingswaarde geurhinder door houtstook Binnen het werkingsgebied ‘houtstookgebied’ geldt dat, als gevolg van een houtstookactiviteit of door cumulatie van meerdere van dergelijke activiteiten, als gewenste kwaliteit geen sprake is van waarneembare geur. Artikel X. Omgevingswaarde houtstook: termijn en aard 3. Aan de omgevingswaarde geurhinder door houtstook wordt voldaan met ingang van [ datum ]. 4. De omgevingswaarde is een inspanningsverplichting.

Artikel X. Programma houtstook Het college van B&W stelt een programma op met maatregelen die erop zijn gericht dat geurhinder als gevolg van houtstookactiviteiten zoveel als in redelijkheid mogelijk is wordt vermeden. Artikel X. Specifieke zorgplicht houtstook 1. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn houtstookactiviteit in, op of aan een bouwwerk, erf of terrein gezondheidsschade, milieuverontreiniging of waarneermbare geur veroorzaakt of kan veroorzaken, onder andere als gevolg van het verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden verwacht om die schade of hinder te voorkomen en niet te laten voortduren. 2. Deze plicht houdt in ieder geval in dat sprake moet zijn van schoon stookgedrag en dat alle passende preventieve maatregelen worden getroffen tegen: a. milieuverontreiniging; b. onaanvaardbare geurhinder; c. ernstige aantasting van de gezondheid van omwonenden.

Optioneel artikel-lid: Deze plicht houdt tevens in dat: ] d. de houtstookactiviteit louter dient voor sfeerverwarming;

Pagina 22 van 24

e. niet wordt gestookt in geval van weersomstandigheden die op enigerlei wijze nadelig kunnen zijn voor de naleving van deze zorgplicht.

Pagina 23 van 24

KokxDeVoogd B.V. info@kokxdevoogd.nl 088 – 116 40 00

Bezoekersadres Reykjavikstraat 1 3543 KH Utrecht www.kokxdevoogd.nl KokxDeVoogd bevindt zich vlakbij station Leidsche Rijn

Pagina 24 van 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=9c77fab3-00c8-46ac-a419-449b10ea1837