CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Governance Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's (22.18)

Raadsvergadering 15 maart 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Zienswijze oprichting en deelname stichting risicobeheer veiligheidsregio's VGGM (22.18)5.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

571103.01.akte.docx/BIJ

CONCEPT ZUIDBROEK 4 NOVEMBER 2021 AKTE VAN OPRICHTING STICHTING RISICOBEHEER VEILIGHEIDSREGIO’S

Op [●] tweeduizend tweeëntwintig verschijnt voor mij, [●], notaris met plaats van vestiging te Amsterdam: [●], te dezen handelende als schriftelijk gevolmachtigde van [●] (de "Oprichters") en als zodanig de Oprichters vertegenwoordigend. De comparant verklaart hierbij dat de Oprichters een stichting oprichten die wordt geregeerd door de volgende S T A T U T E N: CONSIDERANS (a) In Nederland bestaan veiligheidsregio´s die regionaal publieke taken uitoefenen op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige zorg. (b) De veiligheidsregio´s trachten door middel van het afsluiten van verzekeringen bepaalde financiële risico’s van hun werkzaamheden te beheersen, daaronder begrepen, maar niet beperkt tot, de risico’s die voortvloeien uit persoonlijke ongevallen. (c) Daarbij was echter geen sprake van een landelijke uniforme regeling voor uitkeringen na dienstongevallen, terwijl in toenemende mate sprake is van interregionale samenwerking in zowel het primaire proces van de brandweer als bij vraagstukken van bedrijfsvoering. (d) Voorts is in de loop der jaren gebleken dat de afgesloten verzekeringen steeds minder risico’s dekken en dat de verschuldigde premies aanzienlijk zijn verhoogd, waardoor afdekking van die risico’s door middel van verzekeringen onder druk is komen te staan.

(e) Dit heeft de veiligheidsregio´s ertoe bewogen om onder erkenning dat voor de uitvoering van de aan hen opgedragen publieke taken de inzet van zowel beroepsmedewerkers als brandweervrijwilligers essentieel is, te komen tot een landelijke uniforme regeling voor uitkeringen na incidenten die verband houden met de aan hen opgedragen publieke taken en waarbij sprake is van letsel met tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid en/of invaliditeit dan wel overlijden. (f) De veiligheidsregio’s zijn voornemens ter waarborging van uitkeringen onder de onder (e) bedoelde landelijke regeling de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s op te richten die, uitsluitend voor en ten behoeve van de veiligheidsregio’s die deelnemer zijn van die stichting, zal fungeren als waarborgfonds als bedoeld in artikel 3.6 Wet

1

financieel toezicht. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s zal ten doel hebben de veiligheidsregio’s in staat te stellen te voldoen aan de op hen rustende verplichtingen uit hoofde van de geldende collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en daarmee verband houdende overeenkomsten en regelingen jegens betrokkenen zoals bedoeld in de hiervoor bedoelde landelijke uniforme regeling. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s zal tevens –indien de solvabiliteit van Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s dat toestaat- een voorziening aanhouden voor uitkeringen in verband met incidenten zoals hiervoor omschreven maar die niet worden gedekt door de daartoe aangehouden technische voorziening, een en ander ter beoordeling van het bestuur van Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s en met inachtneming van de daartoe door haar vastgelegde prudente solvabiliteitsbeginselen. (g) Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s wordt primair opgericht om in opdracht en ten behoeve van de Veiligheidsregio’s te bemiddelen bij onder meer (i) het benaderen van derden-verzekeraars en (ii) het sluiten van verzekeringen bij die verzekeraars.

(h) Met deze duale structuur wordt beoogd dat Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s zoveel mogelijk de kerndoelstelling als fonds zal uitoefenen en de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s zal optreden als bemiddelaar, een en ander binnen de kaders van de toepasselijke wet- en regelgeving. INDELING Deze statuten zijn ingedeeld in de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Naam, zetel, doel, vermogen en structuur Hoofdstuk 2: Bestuur Hoofdstuk 3: Reglementen, boekjaar en jaarrekening Hoofdstuk 4: Statutenwijziging, fusie, splitsing, omzetting, ontbinding en vereffening Hoofdstuk 5: Slotbepaling en overgangsbepaling BEGRIPSBEPALINGEN 1. In deze statuten wordt verstaan onder: a. stichting: de in artikel 1.1 genoemde stichting; b. bestuur: het bestuur van de stichting; c. jaarrekening: de enkelvoudige jaarrekening bestaande uit de balans, de winst- en verliesrekening en de toelichting en de geconsolideerde jaarrekening indien de stichting een geconsolideerde jaarrekening opstelt; d. dienstongeval: een ongeval, dat in overwegende mate verband houdt met de aard van de aan de betrokkene door of namens een veiligheidsregio opgedragen werkzaamheden of met bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, tenzij het ongeval aan de schuld of nalatigheid van de betrokkene is te wijten; e.

commissie dienstongevallen: een commissie, die is ingesteld door besturen van de veiligheidsregio’s en die op verzoek van een veiligheidsregio uitspraak doet of een specifiek ongeval kwalificeert als een dienstongeval; f. raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s: het hoogste ambtelijke overlegorgaan bestaande uit commandanten en directeuren van de

2

veiligheidsregio’s of een opvolgend orgaan met vergelijkbare taken en bevoegdheden; veiligheidsregio: een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s van 11 februari 2010, houdende bepalingen over de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. 2. Onder “schriftelijk” wordt in deze statuten tevens verstaan: per telecommunicatiemiddel dat in staat is geschreven tekst leesbaar en reproduceerbaar over te brengen. 3. Tenzij uit de context anders volgt, hebben woorden die in het enkelvoud zijn geformuleerd tevens betrekking op de meervoudsvorm en omgekeerd. 4. Tenzij uit de context anders volgt, is waar in deze statuten de mannelijke vorm wordt gebruikt, daaronder de vrouwelijke vorm mede begrepen en omgekeerd. HOOFDSTUK 1: NAAM, ZETEL, DOEL EN VERMOGEN. Naam. Statutaire zetel. Artikel 1. 1. De stichting draagt de naam: Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s. 2. Zij heeft haar statutaire zetel in de gemeente Amsterdam. Doel. Artikel 2. a) De stichting heeft als doel te fungeren als bemiddelaar voor en ten behoeve van de Veiligheidsregio’s en aan hen gelieerde partijen en als (her)verzekeringsbemiddelaar van Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s, een en ander binnen kaders van toepasselijke wet- en regelgeving. b) De stichting tracht haar doel te bereiken door onder meer: het fungeren als: g.

• • •

expertisecentrum voor risicobeheer en (her-)verzekeringen; aanspreekpunt voor makelaars en polis vraagstukken; opdrachtnemer van de Veiligheidsregio’s;

•

inrichter van processen; en

• opdrachtnemer van Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s; het bemiddelen bij het aangaan van (her-)verzekeringen; het opstellen van (strategisch) beleid en ; het adviseren van de Veiligheidsregio’s; het in standhouden en ondersteunen van de commissie dienstongevallen; het zorgdragen voor gezamenlijke inkoop van verzekeringen en medische diensten, eventueel in samenwerking met Faciliteit Landelijke Inkoop Brandweer (FLIB); - het (doen) faciliteren van ondersteunende diensten aan de Veiligheidsregio’s zoals administratieve en andere IT-diensten; - het verrichten van alle andere handelingen die met het voorgaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. c) De stichting beoogt niet het maken van winst. -

3

Inkomsten en vermogen. Artikel 3. De inkomsten en het vermogen van de stichting zullen worden gevormd door bijdragen vanuit de veiligheidsregio´s en alle andere verkrijgingen en baten. HOOFDSTUK 2: BESTUUR. Bestuur - Samenstelling. Artikel 4. 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s te bepalen aantal van een of meer natuurlijke personen. 2. Het bestuur kent een voorzitter. Bestuur - Benoeming. Onverenigbaarheden. Vergoeding. Artikel 5. 1. Met uitzondering van de bestuurder(s) die bij de akte van oprichting van de stichting is of zijn benoemd en de bestuurder(s) die door de rechtbank word(t)en benoemd met gebruikmaking van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 2:299 Burgerlijk Wetboek, worden bestuurders benoemd door de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s. De voorzitter van het bestuur wordt in functie benoemd. Het bestuur kiest uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter. 2. Bestuurders worden voor onbepaalde tijd benoemd. 3. Een benoeming vindt plaats aan de hand van een door het bestuur in overleg met de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s vast te stellen algemene en specifieke profielschets. De algemene profielschets beschrijft de gewenste samenstelling, deskundigheid en competenties waaraan het bestuur als geheel dient te voldoen.

Een specifieke profielschets beschrijft de gewenste deskundigheid en competenties waaraan een bestuurder dient te voldoen 4. Tot lid van het bestuur kunnen niet worden benoemd en lid van het bestuur kunnen niet zijn: a. personen die belast zijn met het interne toezicht op Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s of met het interne toezicht op met de stichting verbonden rechtspersonen; b. personen die werkzaamheden verrichten voor de stichting, de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s en/of een met de stichting verbonden rechtspersoon, anders dan die uit hoofde van de bestuurlijke functie; c. personen die zitting hebben in een ondernemingsraad of klachtencommissie van de stichting en/of van de veiligheidsregio’s, en/of van een met de stichting verbonden rechtspersoon; d. personen die een zodanige andere functie bekleden dan het lidmaatschap van het bestuur die kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel (de schijn van) strijdigheid van die andere functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen.

4

5.

Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, zal de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s zo spoedig mogelijk na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van één (of meer) opvolger(s). 6. Bestuurders ontvangen een honorarium. Bestuurders hebben daarnaast recht op een vergoeding voor de door hen in de uitoefening van hun functie van bestuurder van de stichting in redelijkheid gemaakte kosten. Aanvullende bepalingen inzake de honorering en onkostenvergoeding kunnen worden vastgelegd in een reglement, dat wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 van deze statuten. Bestuur - Schorsing. Aftreden. Artikel 6. 1. Een bestuurder kan te allen tijde worden geschorst of uit zijn functie worden ontheven (“ontslag”) door de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s. 2. Een bestuurder treedt voorts af door: a. zijn overlijden; b. vrijwillig aftreden; c. verlies van het vrije beheer over zijn vermogen; d. zijn ontslag op grond van artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek; e. door het intreden van een door de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s bij besluit geconstateerde onverenigbaarheid zoals vermeld in artikel 5, lid 4 en voor zover die onverenigbaarheid niet is geëindigd. 3.

Schorsing of ontslag van een bestuurder vindt niet plaats dan nadat hij is gehoord of in de gelegenheid is gesteld gehoord te worden, tenzij er dringende en zwaarwegende redenen zijn om de schorsing of het ontslag te effectueren voordat de bestuurder is gehoord. 4. Een schorsing kan een of meer malen worden verlengd. Een (al dan niet reeds verlengde) schorsing die niet binnen drie (3) maanden gevolgd wordt door een besluit tot verlenging van de schorsing of door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn. Gedurende de termijn dat een bestuurder geschorst is, is het hem verboden zich te bevinden in het gedeelte van de gebouwen of op de terreinen die bij de stichting in gebruik zijn en heeft hij geen toegang tot de digitale werkomgeving van de stichting. Bestuur - Ontstentenis en belet. Evaluatie en beoordeling. Artikel 7. 1. Ingeval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurder(s). 2. Ingeval van ontstentenis of belet van de enige bestuurder of van alle bestuurders berust het bestuur tijdelijk bij een of meer door de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s aan te wijzen personen. 3. In geval van een vacature in het bestuur is de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s verplicht zo spoedig mogelijk in de vacature te voorzien.

De wijze waarop dit geschiedt kan worden uitgewerkt in een reglement.

5

De raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s evalueert periodiek het functioneren van het bestuur en dat van de individuele bestuurders. Tevens wordt jaarlijks door de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s de samenstelling, het functioneren, de gevolgde strategie en het gevoerde beleid van het bestuur geëvalueerd. De wijze waarop de evaluatie en beoordeling plaatsvinden kan worden uitgewerkt in een reglement. Bestuur - Taken en bevoegdheden. Artikel 8. 1. Behoudens beperkingen volgens deze statuten is het bestuur belast met het besturen van de stichting. Aan het bestuur komen alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen. 2. Bestuurders richten zich bij de vervulling van hun taak naar het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. Het bestuur bevordert de doelstellingen van de stichting en streeft naar een goede functionering van de organen binnen de stichting. 3. Bestuurders mogen geen enkel rechtstreeks of zijdelings persoonlijk voordeel genieten uit (rechts)handelingen met de stichting en mogen niet (on)middellijk in privé betrokken zijn bij betalingen aan, ten behoeve van of door de stichting. 4. Voor bestuurders geldt de verplichting tot geheimhouding van vertrouwelijke zaken die hen in het kader van hun betrokkenheid bij de stichting ter kennis zijn gekomen. 5.

Ingeval van vacatures binnen het bestuur of ingeval van het ontbreken van een bestuurder om welke reden dan ook, behoudt het bestuur zijn bevoegdheden. Bestuur - Vertegenwoordiging. Artikel 9. 1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee bestuurders gezamenlijk handelend. 2. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen en tot het sluiten van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich sterk maakt voor een derde of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt. Bestuur - Vergadering en besluitvorming. Artikel 10. 1. Het bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo vaak als iedere bestuurder dit nodig acht. Indien een dergelijk verzoek wordt gedaan, is de voorzitter gehouden binnen drie (3) weken na het verzoek en met inachtneming van de vereiste formaliteiten, een vergadering te beleggen. Indien de voorzitter daar niet toe overgaat is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten. 2.

Het bestuur wordt door of vanwege de voorzitter of, bij zijn afwezigheid, door of vanwege de plaatsvervangend voorzitter, bijeengeroepen, waarbij de termijn van ten minste zeven (7) dagen in acht genomen dient te worden en de dag van de oproeping en die van de vergadering niet worden meegerekend. 4.

6

3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

10.

De oproeping vermeldt plaats, datum en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen en geschiedt onder bijvoeging van een agenda. De voorzitter kan naar zijn oordeel, indien de aard van de te agenderen onderwerpen dat vereisen, van deze regels afwijken. Ter bepaling van de voorzitter of, bij zijn afwezigheid, door de plaatsvervangend voorzitter, kunnen de vergaderingen van het bestuur ook per telefoon, videoconference of andere audiovisuele transmissiesystemen worden gehouden, mits alle deelnemende leden elkaar gelijktijdig kunnen verstaan. Op die wijze kunnen individuele bestuurders ook deelnemen aan een (fysieke) vergadering, welke deelname voor de besluitvorming en beraadslaging geldt als aanwezigheid. Een bestuurder kan zich via een volmacht ter vergadering door een medebestuurder laten vertegenwoordigen. Een bestuurder kan slechts voor één medebestuurder als gevolmachtigde optreden. De voorzitter van de vergadering beslist over het al dan niet geldig zijn van de volmacht. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur of bij diens afwezigheid door de plaatsvervangend voorzitter; is ook deze afwezig dan wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan. Van de vergaderingen worden notulen gehouden. Iedere bestuurder heeft een stem. Bij stemmingen blijven blanco stemmen en ongeldige stemmen bij de telling buiten aanmerking.

De voorzitter van de vergadering beslist over het al dan niet geldig zijn van een uitgebrachte stem. Stemmingen geschieden mondeling tenzij een of meer bestuurders een schriftelijke stemming verlangen. Schriftelijke stemming geschiedt door middel van gesloten ongetekende briefjes. Indien het bestuur uit meer dan een persoon bestaat, worden rechtsgeldige besluiten genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee derde van het aantal stemgerechtigde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien de stemmen binnen het bestuur staken, wordt de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s in de gelegenheid gesteld een zwaarwegend advies te verlenen inzake het betreffende onderwerp, met inachtneming waarvan het bestuur tot besluitvorming over zal gaan. Het ter vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist dan vindt een nieuwe stemming plaats. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

Zolang in een bestuursvergadering alle stemgerechtigde bestuurders aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle stemgerechtigde bestuurders in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk of op leesbare en reproduceerbare wijze langs elektronische weg hun mening te uiten. Een op die wijze genomen besluit

7

wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris in een besluitenlijst vastgelegd. 11. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij mogelijk een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat strijdig is met het belang van de stichting. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. HOOFDSTUK 3: REGLEMENTEN, BOEKJAAR EN JAARREKENING. Reglementen. Artikel 11. 1. Het bestuur is bevoegd reglementen vast te stellen, te wijzigen of op te heffen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat. 2. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn. Boekjaar en jaarrekening. Artikel 12. 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende informatie op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. 3. Jaarlijks per het einde van het boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten.

Daaruit wordt door het bestuur binnen zes (6) maanden, behoudens verlenging van die termijn met ten hoogste vier (4) maanden op grond van bijzondere omstandigheden, de jaarrekening en een bestuursverslag opgemaakt. De jaarrekening wordt ondertekend door alle bestuurders. Indien enige handtekening ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van de reden, melding gemaakt. De jaarrekening wordt gecontroleerd door een (register)accountant, die daarover verslag uitbrengt aan het bestuur. De (register)accountant wordt benoemd het bestuur. Vaststelling van de jaarrekening geschiedt binnen een maand na afloop van de termijn zoals hiervoor bedoeld, door het bestuur. 4. Het bestuur is verplicht de in de leden 2 en 3 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende de wettelijke bewaartermijn te bewaren. 5. Jaarlijks wordt door het bestuur een begroting voor het komende boekjaar vastgesteld. HOOFDSTUK 4: STATUTENWIJZIGING, FUSIE, SPLITSING, OMZETTING, ONTBINDING EN VEREFFENING. Statutenwijziging. Fusie, splitsing en omzetting. Artikel 13. 1. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot wijziging van de statuten na goedkeuring van de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s. . 2. De statutenwijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Tot het doen verlijden van die akte is iedere bestuurder afzonderlijk bevoegd.

8

3.

De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister. 4. Op het nemen van een besluit tot juridische fusie, juridische splitsing of omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm, is het in lid 1 van dit artikel bepaalde van overeenkomstige toepassing. Ontbinding en vereffening. Artikel 14. 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden na goedkeuring van de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio’s. 2. De vereffening geschiedt door het bestuur of door een of meer door het bestuur aan te wijzen personen. 3. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het handelsregister. 4. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. Op de vereffening zijn de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. 5. Een batig saldo wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting. 6. Nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten onder de jongste vereffenaar, tenzij het bestuur anders besluit. HOOFDSTUK 5: ONVOORZIEN. ONTHEFFING. OVERGANGSBEPALING BOEKJAAR. Onvoorzien. Artikel 15.

In alle gevallen waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien beslist het bestuur. Ontheffing. Artikel 16. Indien een bestuurder die bij de akte van oprichting van de stichting of in het eerste jaar na de oprichting als zodanig is benoemd, een persoon is die niet voldoet aan het bepaalde in artikel 5.4 (b), geldt voor die bestuurder dat hij ontheffing van het aldaar bepaalde heeft (a) tot het tijdstip waarop het aldaar bepaalde niet langer op hem van toepassing is of (b), indien dat tijdstip eerder is gelegen dat het onder (a) bedoelde tijdstip, [eenendertig december tweeduizend vierentwintig]. Dit artikel vervalt tezamen met zijn opschrift op [eenendertig december tweeduizend vierentwintig]. Overgangsbepaling boekjaar. Artikel 17. Het eerste boekjaar eindigt op [eenendertig december] tweeduizend drieëntwintig. Dit artikel vervalt tezamen met zijn opschrift na verloop van het eerste boekjaar. Slotverklaringen. Tenslotte verklaarde de comparant: dat voor de eerste maal tot bestuurders van de stichting worden benoemd: i. [●]; Aangehechte documenten.

9

Van het bestaan van de volmacht(en) is mij, notaris, genoegzaam gebleken. Van de schriftelijke volmacht(en) blijkt uit [●] onderhandse akte(n) van volmacht, [waarvan een kopie aan deze akte wordt gehecht] [die aan deze akten word(t)(en) gehecht]. Slot. Waarvan deze akte in minuut wordt verleden te Amsterdam, op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Na mededeling van de zakelijke inhoud van de akte, het geven van een toelichting daarop en het wijzen op de gevolgen die voor de partij uit de inhoud van de akte voortvloeien en na de verklaring van de comparant van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en met beperkte voorlezing in te stemmen, wordt deze akte onmiddellijk na voorlezing van die gedeelten van de akte, waarvan de wet voorlezing voorschrijft, door de comparant, die aan mij, notaris, bekend is, en mij, notaris, ondertekend.

10

Dienstverleningsovereenkomst Veiligheidsregio’s Partijen:

1. Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, hierna te noemen “wij”, “ons” of “onze”, 2. [NAAM VEILIGHEIDSREGIO], hierna te noemen “u” of “uw”, Hierbij bevestigen wij de afspraken die van toepassing zijn op de diensten die wij u gaan verlenen. Deze afspraken vindt u in deze dienstverleningsovereenkomst. Met deze dienstverleningsovereenkomst komt een overeenkomst van opdracht tot stand tussen u als opdrachtgever en ons als opdrachtnemer.

1.

Adviseren 1.1 Onze dienstverlening aan u houdt in dat wij u adviseren over verzekerbare ongevallenrisico's, tenzij wij anders schriftelijk met u afspreken. Wij informeren u over de gangbare verzekerbare ongevallenrisico's voor uw veiligheidsregio. Over welke risico’s en bedrijfsonderdelen wij u precies adviseren, staat in ons adviesrapport. Dit kan per rapport verschillen. 1.2 Wij adviseren u alleen als wij dat met u afspreken. Als wij u adviseren, dan ontvangt u een adviesrapport. Wij adviseren dus niet doorlopend. Dat betekent dat u bij contact met ons geen advies krijgt, tenzij wij dat met u afspreken. 1.3 Op uw verzoek kunnen wij adviseren over preventie. Dit spreken wij dan afzonderlijk met u af. 1.4 Wij geven geen fiscaal advies en geen juridisch advies. Wel kunnen wij u assisteren bij het inwinnen van extern juridisch of fiscaal advies, bijvoorbeeld bij een geschil met uw verzekeraar. De kosten van dergelijk extern advies komen voor uw rekening, tenzij wij anders met u overeenkomen.

2.

Bemiddelen

2.1

Onze dienstverlening aan u houdt ook in dat wij als tussenpersoon op uw verzoek bemiddelen bij (i) het door u als deelnemer partij worden bij waarborgen en andere regelingen van de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s, en (ii) het door u aangaan van schadeverzekeringen met verzekeraars.

11

2.2

Daarnaast kunnen wij u op uw verzoek ook in bredere zin assisteren bij het beheer en de uitvoering van deze waarborgen, overige regelingen en schadeverzekeringen, waaronder assisteren bij het aanspraak maken op uitkeringen daaronder en het verzamelen van de door verzekeraars of Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s verzochte inlichtingen en bescheiden in dat verband.

2.3

Onze dienstverlening aan u en andere veiligheidsregio’s waarmee wij een dienstverleningsovereenkomst hebben gesloten, houdt ook in dat wij verzekeringstechnisch een coördinerende rol kunnen vervullen voor u en deze andere veiligheidsregio’s ten aanzien van de waarborgen en andere regelingen van de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s, alsmede de schadeverzekeringen die via onze bemiddeling met verzekeraars zijn aangegaan. Wij maken andere afspraken met u over de werkzaamheden die wij in deze rol voor u verrichten [ZIE BIJLAGE SLA].

3.

Nazorg

3.1

Wij zullen u periodiek benaderen om te bespreken of uw omstandigheden zijn gewijzigd. Wij bespreken deze wijzigingen met u en geven aan of wij het nodig vinden om een actueel advies in te winnen.

3.2

Wijzigt de door ons van u verkregen informatie tijdens de looptijd van deze dienstverleningsovereenkomst? Dan moet u deze wijzigingen aan ons doorgeven. Wij bespreken met u of u een actueel advies wilt. U beslist zelf of u over de wijziging opnieuw een advies aanvraagt. Geeft u geen wijzigingen door of wilt u niet opnieuw advies? Dan kan ons eerdere advies niet langer passend zijn en bent u mogelijk niet goed verzekerd.

3.3

Als u een wijziging in door u via onze bemiddeling afgesloten schadeverzekeringen wilt doorvoeren zonder advies, dan is dat ook mogelijk. Wij geven de wijziging door en verzorgen het contact daarover met uw verzekeraar.

3.4

Heeft u gedurende de looptijd vragen over de waarborgen of overige regelingen van de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s dan wel over uw schadeverzekeringen, dan kunt u contact met ons opnemen.

4.

Uw verantwoordelijkheid

4.1

U informeert ons over specifieke risico’s van uw veiligheidsregio op basis van uw inventarisatie van de bedrijfsrisico’s. Wij informeren u over de gangbare verzekerbare risico’s. U beslist zelf waarover u een advies wilt. In het adviesrapport staat waarover u advies krijgt.

4.2

Voordat wij adviseren vragen wij u informatie over uw financiële positie, doelstelling,

12

risicobereidheid, kennis en ervaring. Beantwoord deze vragen correct en volledig. Wij hebben deze informatie nodig voor het geven van een passend advies. Zonder juiste informatie kan ons advies niet passend zijn, dan kan het zijn dat u niet goed verzekerd bent. 4.3

U neemt een beslissing op basis van ons advies. U hoeft ons advies niet op te volgen.

4.4

Heeft u schade of een aanspraak? Dan dient u tijdig uw schadeclaim dan wel aanspraak of borging bij de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s dan wel de verzekeraar in te dienen en hierover contact met ons op te nemen. Wij zullen u assisteren bij het indienen van uw claim of aanspraak.

5.

Vergoeding voor onze diensten

5.1

Waar het onze werkzaamheden inzake schadeverzekeringen betreft, betaalt u ons in principe rechtstreeks, tenzij wij u afzonderlijk informeren dat wij provisie ontvangen van de verzekeraar in de vorm van een percentage van de door u betaalde premie per schadeverzekering. Wij maken nadere afspraken met u over de rechtstreekse vergoeding die u ons betaalt, waarbij als uitgangspunt voor het eerste jaar na het sluiten van deze overeenkomst zal gelden dat wij onze vergoeding gelijkelijk zullen toedelen aan u en de andere veiligheidsregio’s die met ons een dienstverleningsovereenkomst hebben gesloten [ZIE BIJLAGE VERGOEDING VOOR ONZE DIENSTEN].

5.2

Waar het onze werkzaamheden betreft inzake de waarborgen en overige regelingen van de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s, betaalt u ons rechtstreeks. Wij maken hierover nadere afspraken met u. Ook hier geldt als uitgangspunt voor het eerste jaar na het sluiten van deze overeenkomst dat wij onze vergoeding gelijkelijk zullen toedelen aan u en de andere veiligheidsregio’s die met ons een dienstverleningsovereenkomst hebben gesloten.

6.

Beperkte volmacht tot oversluiten

6.1

U geeft ons hierbij een onvoorwaardelijke en onherroepelijke volmacht om in uw naam en voor uw rekening en risico via ons afgesloten schadeverzekeringen te beëindigen en om nieuwe verzekeringen af te sluiten.

6.2

Wij maken alleen van deze volmacht gebruik als dit in uw belang is. Bijvoorbeeld als we het vanwege gewijzigde productvoorwaarden nodig vinden om in uw belang één of meer schadeverzekeringen over te sluiten (bijvoorbeeld bij een andere verzekeraar).

6.3

Wij gebruiken deze volmacht niet om uw verzekeringsportefeuille doorlopend te beheren.

6.4

Maken wij gebruik van deze volmacht? Dan doen wij u een aanbod van een verzekeraar. Wilt u niet dat wij van de volmacht gebruik maken? Dan heeft u 30 dagen de tijd om ons daarover te informeren.

13

6.5

Wij gebruiken deze volmacht niet op individuele basis maar uitsluitend op collectieve basis.dat wil zeggen in een situatie wanneer wij niet alleen namens u maar ook namens andere veiligheidsregio’s willen handelen. Wij behartigen dan de belangen van alle veiligheidsregio’s in een vergelijkbare situatie met wie wij een dienstverleningsovereenkomst hebben gesloten.

7.

Mededelingen van de verzekeraar aan u In de voorwaarden van de schadeverzekering die u sluit met een verzekeraar kan zijn bepaald dat verzekeraar en verzekerde(n) alle voor elkaar bestemde mededelingen rechtsgeldig aan de makelaar kunnen doen. Voor zover uw schadeverzekering een dergelijke bepaling bevat, geeft u ons hierbij bij voorbaat een onvoorwaardelijke en onherroepelijke volmacht om voor u bestemde mededelingen van de verzekeraar namens u in ontvangst te nemen.

8.

Aansprakelijkheid

8.1

Onze aansprakelijkheid voor schade die direct voortvloeit uit eventuele tekortkomingen in onze dienstverlening is beperkt tot een bedrag van 5 miljoen euro.

8.2

Wij zijn niet aansprakelijk voor welke andere schade dan ook, waaronder bijvoorbeeld indirecte of gevolgschade (denk aan gederfde winst of misgelopen besparingen of een niet gerealiseerd voordeel).

8.3

Stelt u ons als uw nieuwe adviseur aan? Dan kunnen wij slechts aansprakelijk zijn voor eventuele onregelmatigheden in uw bestaande verzekeringsportefeuille, vanaf het moment waarop over uw bestaande verzekeringsportefeuille door ons een advies is uitgebracht.

9.

Duur en beëindiging dienstverlening

9.1

Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd.

9.2

U kunt deze overeenkomst altijd met onmiddellijke ingang beëindigen. Wij wijzen er in dit verband op dat deze beëindiging tevens zal betekenen dat uw deelnemingsovereenkomst met de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s zal eindigen. Wij mogen deze overeenkomst ook altijd met onmiddellijke ingang beëindigen, met dien verstande dat wij dat niet zullen mogen doen zolang uw hiervoor bedoelde deelnemingsovereenkomst met de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s nog voortduurt.

9.3

Wij mogen deze overeenkomst eenzijdig wijzigen. Hiervan stellen wij u op de hoogte. Als u het niet eens bent met de wijziging, mag u de overeenkomst beëindigen conform art. 9.2.

9.4

Is deze overeenkomst beëindigd? Dan verlenen wij geen diensten meer op het gebied van

14

advisering over schadeverzekeringen. U moet dan of van de diensten van een andere partij gebruik maken of alles zelf doen. Wij blijven u wel informeren over belangrijke wijzigingen in het product, voor zover de verzekeraar dat niet zelf doet. 9.5

De overeenkomst eindigt in ieder geval op het moment dat de laatste regeling van de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s en de laatste schadeverzekering waarvoor wij adviseren en bemiddelen eindigt of via een andere intermediair wordt voortgezet.

10.

Verwerken en uitwisselen van (persoons)gegevens

10.1

Wij mogen aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s, verzekeraars en andere partijen informatie verstrekken over u en uw verzekeringen en de waarborgen en overige regelingen van de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s waarbij u partij bent of voornemens bent te worden. Wij mogen ook bij de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s, verzekeraars en andere partijen informatie over u, de waarborgen en overige regelingen en uw verzekeringen die op u van toepassing zijn of worden, inwinnen. Dat doen wij om u beter van dienst te kunnen zijn.

10.2

Wij mogen de persoonsgegevens van uw medewerkers en Betrokkenen in de zin van de Landelijke Regeling Uitkering na Dienstongevallen Veiligheidsregio’s en de gegevens met betrekking tot de door u afgenomen producten en diensten verwerken en uitwisselen conform het Privacy Statement. Wij verwerken en wisselen de persoonsgegevens alleen uit voor het beheer van de relatie met u. Dit is altijd met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving en toepasselijke gedragscodes.

10.3

Persoonsgegevens kunnen ook worden uitgewisseld met derden die wij inschakelen bij onze bedrijfsvoering. Het Privacy Statement beschrijft de manier waarop wij en andere groepsonderdelen omgaan met uw persoonsgegevens. Het Privacy Statement kunt u vinden op onze website.

10.4

Als u persoonsgegevens van medewerkers aan ons doorgeeft, bent u verplicht om uw medewerkers hierover te informeren en ons Privacy Statement aan de betreffende medewerkers te verstrekken. Uw medewerkers kunnen dan zien hoe wij met hun persoonsgegevens omgaan.

11.

Belangrijke informatie Meer informatie over onze dienstverlening leest u op onze website: [ADRES WEBSITE].

12.

Slotbepaling

12.1

Op deze overeenkomst, de uitleg en de uitvoering daarvan is Nederlands recht van toepassing.

15

12.2. Alle geschillen tussen partijen omtrent deze overeenkomst of de uitvoering daarvan worden beslecht bij de bevoegde rechter te Amsterdam. 12.3. Onverminderd het bepaalde in artikel 12.2. kunnen partijen gezamenlijk besluiten hun geschil te beslechten overeenkomstig het Reglement van het Nederlands Arbitrage Instituut. Aldus in tweevoud ondertekend: Plaats: Datum:

[VEILIGHEIDSREGIO]

Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s

16

Bijlage I – Service level agreement [KVDL: In deze bijlage kan nader worden vastgelegd welke werkzaamheden de Stichting Risicobeheer voor de individuele veiligheidsregio zal verrichten in het kader van haar coördinerende rol, als omschreven in art. 2.3.]

17

Bijlage II – Vergoeding voor onze diensten [In deze bijlage kan nader worden vastgelegd welke beloning de Stichting Risicobeheer overeenkomt met de desbetreffende individuele veiligheidsregio.]

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=92b9f221-2568-459d-bae0-180426127d1f