Foto van de Leefomgeving
Tekst van het document
Gemeente Rheden
Foto van de Leefomgeving Een inventarisatie van de huidige situatie van de leefomgeving in de gemeente Rheden augustus 2025
Projectteam Omgevingsvisie 31-7-2025
Inhoud
1
2
3
4
5
6
7
De ‘foto van de leefomgeving’ ............................................................................. 3 1.1
Wat is een ‘foto van de leefomgeving’ ........................................................... 3
1.2
Basis voor de omgevingseffectscan (OES) .................................................... 4
1.3
Basis voor monitoring ................................................................................. 4
Hoe is de ‘foto van de leefomgeving’ gemaakt? .................................................... 5 2.1
Het beoordelingskader................................................................................ 5
2.2
Definitie beoordelingsaspecten ................................................................... 6
2.3
Resultaten van de beoordeling: kwaliteitsniveaus ......................................... 7
2.4
Beschikbare informatie en de status daarvan ............................................... 8
2.5
Referentiewaarden voor het definiëren van groen, oranje, rood ...................... 8
Conclusies van de foto van de leefomgeving...................................................... 10 3.1
De kernwaarden ....................................................................................... 10
3.2
Het Rad van de leefomgeving..................................................................... 11
3.3
Aandachtspunten voor verdere uitwerking van de Omgevingsvisie ............... 15
Kernwaarden ................................................................................................... 16 4.1
De rijke cultuurhistorie .............................................................................. 17
4.2
De zeven verschillende dorpen met eigen identiteit ..................................... 30
4.3
De fraaie natuur en landschappen ............................................................. 38
Ruimte voor klimaatadaptatie .......................................................................... 54 5.1
Hittestress ............................................................................................... 54
5.2
Wateroverlast ........................................................................................... 59
5.3
Droogte ................................................................................................... 65
Ruimte voor Energietransitie............................................................................. 71 6.1
Duurzame energieopwekking .................................................................... 71
6.2
Duurzame woningen ................................................................................. 76
6.3
Duurzame en slimme mobiliteit ................................................................. 81
Economisch bloeipotentieel............................................................................. 86 7.1
Vraag en aanbod werklocaties ................................................................... 86
7.2
Dorpskernen ............................................................................................ 91
7.3
Circulariteit .............................................................................................. 97
7.4
Recreatieve verblijflocaties ......................................................................101
1
7.5
Recreatieve verbindingen .........................................................................110
7.6
Dagrecreatieve voorzieningen ...................................................................117
8
Sterke en gezonde dorpen ...............................................................................120 8.1
Geluidhinder ...........................................................................................120
8.2
Luchtkwaliteit .........................................................................................130
8.3
Trillingen .................................................................................................136
8.4
Externe veiligheid ....................................................................................138
8.5
Ontplofbare oorlogsresten .......................................................................143
8.6
Sociale veiligheid .....................................................................................145
8.7
Verkeersveiligheid....................................................................................149
8.8
Beweegvriendelijke leefomgeving .............................................................156
8.9
Toegankelijkheid openbare ruimte ............................................................161
8.10
Groen in de dorpen ..................................................................................166
8.11
Beschikbaarheid voorzieningen ................................................................173
8.12
Ontmoeten .............................................................................................177
8.13
Woningaanbod en woningbehoefte ...........................................................183
8.14
Veerkrachtige wijken ................................................................................189
8.15
Fiets- en wandelvriendelijkheid ................................................................193
8.16
Openbaar vervoer ....................................................................................197
8.17
Hoofdverkeerswegen ...............................................................................201
8.18
Stations ..................................................................................................205
9
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied ................................211 9.1
Bodemkwaliteit .......................................................................................211
9.2
Grondwater .............................................................................................222
9.3
Oppervlaktewater ....................................................................................230
9.4
Agrarische waarden .................................................................................237
9.5
Landgoederen .........................................................................................243
9.6
Agrarische bedrijven ................................................................................248
10
Welke wetten, regels en beleid in de ‘foto van de leefomgeving’? ....................255
11
Wat wordt er al ontwikkeld in de gemeente? ..................................................256
Referentielijst........................................................................................................258
2
1 De ‘foto van de leefomgeving’ De Omgevingswet is per januari 2024 in werking getreden. Het idee achter de bundeling van verschillende wetten in de Omgevingswet is dat ruimtelijke ontwikkelingen daardoor makkelijker mogelijk te maken zijn door minder regels en een samenhangende aanpak. Als onderdeel van de Omgevingswet zijn lokale en regionale overheden verplicht om een omgevingsvisie op te stellen. Een omgevingsvisie is een strategische lange termijnvisie voor de fysieke leefomgeving. In onze omgevingsvisie staan onze de ambities samen met een werkwijze hoe we die ambities willen gaan halen. Dit alles op een wat hoger abstractieniveau, zodat in programma’s onder de Omgevingswet of in het omgevingsplan nader uitwerkt kan worden. Onze omgevingsvisie is naar verwachting in december 2025 klaar. In de omgevingsvisie schrijven we op wat voor gemeente we willen zijn in 2040, welke ambities daar bij horen en hoe die ambities een effect hebben op onze omgeving. Hierdoor wordt transparant welke keuzes we maken voor de toekomst, wat de gevolgen daarvan zijn en is het makkelijker bij te sturen wanneer dat nodig is.
1.1 Wat is een ‘foto van de leefomgeving’ De ‘foto van de leefomgeving’ is de referentiesituatie die gebruikt wordt als onderlegger bij: • • •
Het in beeld brengen van effecten van ambities uit de omgevingsvisie op de omgeving (OES); Monitoring van ambities uit de omgevingsvisie; Evaluatie van beleid van instrumenten uit de beleidscyclus.
Het beschrijft hoe de Rhedense leefomgeving er nu voor staat, dit wordt de huidige situatie genoemd. Ook wordt met de autonome ontwikkeling een toekomstbeeld geschetst van de leefomgeving. De autonome ontwikkeling is de verwachte toekomstige situatie bij voortzetting van het huidige beleid, rekening houdend met autonome trends (bijvoorbeeld klimaatverandering) en al genomen besluiten over ingrepen in de leefomgeving. Per beoordelingsaspect wordt de huidige situatie en de autonome ontwikkeling beschreven. Op die manier brengt de ‘foto van de leefomgeving’ in beeld wat de kwaliteit is van de verschillende aspecten van de Rhedense leefomgeving. Ook laat de ‘foto van de leefomgeving’ zien bij welke leefomgevingsaspecten er nu en in de toekomst problemen en knelpunten optreden en welke autonome trends er daarin te verwachten zijn. Deze informatie vormt belangrijke input voor de omgevingsvisie. Door tijdig te weten waar knelpunten of problemen zich voordoen kan er in de omgevingsvisie een keuze gemaakt worden voor nieuw strategisch beleid.
3
1.2 Basis voor de omgevingseffectscan (OES) Zoals hierboven beschreven vormt de ‘foto van de leefomgeving’ de basis voor de omgevingseffectscan bij de omgevingsvisie van de gemeente Rheden. Door de scenario’s voor de omgevingsvisie in beeld te brengen in de OES, ontstaat een beeld van de te verwachten impact van de bij de scenario’s beschreven ambities, inclusief mate van invloed dat dit heeft op autonome trends en ontwikkelingen ten opzichte van het bestaande beleid. De OES heeft een abstract karakter en de effecten worden daarom op hoofdlijnen beschreven, dat betekent dat er geen specifieke berekeningen zijn gedaan.
1.3 Basis voor monitoring De horizon voor de omgevingsvisie is 2040 en de inhoud is op hoofdlijnen. Dat maakt dat het nog onduidelijk is hoe de ambities uit de omgevingsvisie precies worden uitgevoerd. Daarnaast willen we goed in de gaten houden wat de daadwerkelijke effecten zijn in de fysieke leefomgeving van wat we doen. Daarom willen we effecten monitoren. Dit geeft ons ruimte om bij eventuele onvoorziene omstandigheden tijdig bij te sturen. Ook voor deze monitoring is het belangrijk om een beeld te hebben van de uitgangssituatie waartegen autonome ontwikkelingen en het optreden van effecten, kansen en risico’s kunnen worden afgezet. De ‘foto van de leefomgeving’ biedt daarom ook een basis voor toekomstige monitoring.
4
2 Hoe is de ‘foto van de leefomgeving’ gemaakt? 2.1 Het beoordelingskader De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie worden in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader. Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet (Aan de slag met de Omgevingswet, 2019). Dit betekent dat naast de thema’s binnen de fysieke leefomgeving het beoordelingskader ook sociale en economische thema’s bevat. Het beoordelingskader voor Rheden staat in onderstaande tabel. Hoofdthema’s Kernwaarde De rijke cultuurhistorie Kernwaarde De zeven verschillende dorpen met eigen identiteit Kernwaarde De fraaie natuur en landschappen Ruimte voor klimaatadaptatie
Ruimte voor energietransitie
Duurzaam economisch groeipotentieel
Sterke en gezonde dorpen
Beoordelingsaspect Archeologie Cultuurhistorie Cultuurlandschap Ruimtelijke kwaliteit Landschappelijke waarden Natura 2000 Veluwe Natura 2000 Rijntakken deelgebied IJssel Biodiversiteit Hittestress Wateroverlast Droogte Duurzame energieopwekking Duurzame woningen Duurzame en slimme mobiliteit Vraag en aanbod werklocaties Dorpskernen Circulariteit Recreatieve verblijflocaties Recreatieve verbindingen Dagrecreatieve voorzieningen Geluidhinder Luchtkwaliteit Trillingen Externe veiligheid Ontplofbare oorlogsresten Sociale veiligheid Verkeersveiligheid Beweegvriendelijke leefomgeving Toegankelijkheid openbare ruimte Groen in de dorpen Beschikbaarheid voorzieningen
5
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Ontmoeten Woningaanbod en woningbehoefte Veerkrachtig wijken Fiets- en wandelvriendelijkheid Openbaar vervoer Hoofdverkeerswegen Stations Bodemkwaliteit Grondwater Oppervlaktewater Agrarische waarden Landgoederen Agrarische bedrijven
2.2 Definitie beoordelingsaspecten In het beoordelingskader zijn per hoofdthema de te beoordelen aspecten (beoordelingsaspecten) opgenomen. Per beoordelingsaspect is een beoordelingscriterium gedefinieerd, die staan in de hoofdstukken vermeld in een schema. Voor de invulling van het beoordelingscriterium kunnen meerdere indicatoren gebruikt zijn. Voorbeeld beoordelingsaspect, beoordelingscriterium en indicatoren Binnen de themalijn ‘ruimte voor klimaatadaptatie’ is een beoordelingsaspect ‘Hittestress’. Het beoordelingscriterium is de mate van hitterisico, het stedelijk hitte eiland effect en de knelpunten als gevolg van hittestress De gebruikte indicatoren bij het beoordelen van dit criterium zijn stresstestresultaten, mate van bedenking van bomen (koelte), leeftijd van inwoners en kwetsbaarheid van inwoners op kaart. Voor elk beoordelingsaspect wordt de huidige situatie en autonome ontwikkeling beschreven. Op basis daarvan wordt er een conclusie getrokken over hoe het gesteld is met de kwaliteit van de leefomgeving. Dit wordt het kwaliteitsniveau genoemd. Belangrijk daarbij is de waardering van de kwaliteit van de leefomgeving. Aan de hand van de beoordelingsaspecten zijn de leefomgevingskwaliteiten navolgbaar en reproduceerbaar. De beoordeling van de aspecten resulteert per aspect in een kwaliteitsniveau: groen, oranje of rood.
Per aspect is een schaallat gedefinieerd voor de toekenning van een kwaliteitsniveau. In het algemeen geldt: bij kwaliteitsniveau groen is sprake van een overwegend goede kwaliteit, er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of
6
beleidsnormen, en knelpunten of anderszins. Bij rood is er sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is sprake van overschrijding van normen of knelpunten. Bij oranje is er in zijn algemeenheid sprake van risico op normoverschrijding of knelpunten, de kwaliteit zit dan tussen groen en rood in. De beoordelingsaspecten worden in het volgende hoofdstuk uitgewerkt op de volgende manier, per thema is het op de volgende manier uitgewerkt: Beoordelingsaspect Status gebruikte Kwantitatief: cijfers, rekenmodellen etc. informatie of Kwalitatief: kaartmateriaal etc. of Expert Judgement: als er geen cijfers of kaartmateriaal beschikbaar zijn Beschikbare Welke referentiewaarden zijn beschikbaar referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Wanneer beoordelen we dit aspect als zijnde van goede kwaliteit (geen overschrijding van wettelijke normen, positief in een benchmark of geen knelpunten) Oranje Risico op normoverschrijding of knelpunten, het zit tussen groen en rood in. Rood Wanneer beoordelen we dit aspect als zijnde van slechte kwaliteit (overschrijding van wettelijke normen, negatief in een benchmark of knelpunten)
2.3 Resultaten van de beoordeling: kwaliteitsniveaus Voor het zo objectief, navolgbaar en reproduceerbaar mogelijk toekennen van kwaliteitsniveaus zijn twee aspecten bepalend: a. Beschikbare informatie en de status daarvan; b. Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van kwaliteitsniveau groen, oranje, rood. Per beoordelingsaspect is een schaallat voor de kwaliteitsniveaus gedefinieerd op basis van bovenstaande twee aspecten. De schaallat is gebaseerd op indicatoren die het meest tot de kern van het beoordelingsaspect behoren en waar goede informatie beschikbaar is om er een kwaliteitsniveau aan toe te kennen. Het kan voorkomen dat er indicatoren zijn bij een beoordelingsaspect die wel in de beschrijving van de huidige situatie terugkomen, maar niet expliciet in de schaallat voor het kwaliteitsniveau. In dat geval behoort de indicator niet tot de kern van het beoordelingsaspect en/of is de beschikbare informatie niet voldoende geschikt om het te vertalen naar een schaallat. In enkele gevallen is er te weinig informatie aanwezig om een goede schaallat te maken, in
7
dat geval is het beoordelingsaspect kwalitatief ingevuld zonder dat er een score aan toegekend is.
2.4 Beschikbare informatie en de status daarvan Hierbij is onderscheid in: 1) Kwantitatieve informatie: dit betreft cijfermatige informatie, bijvoorbeeld data uit rekenmodellen of meetgegevens. 2) Kwalitatieve informatie: dit betreft niet-cijfermatige informatie, bijvoorbeeld kaartmateriaal met landschapstypen 3) Expert-Judgement: in dit geval is er geen kwantitatieve of kwalitatieve informatie beschikbaar en wordt teruggevallen op het oordeel van een specialist. Over het algemeen geldt dat kwantitatieve informatie het meest objectief, navolgbaar en reproduceerbaar is, en expert-judgement het minst. Kwalitatieve informatie zit er tussenin. Er is daarom gestreefd om de beoordeling zoveel mogelijk op basis van kwalitatieve informatie te baseren. Bij aspecten waar dat niet beschikbaar is, is teruggevallen op kwalitatieve informatie. Daar waar ook geen kwalitatieve informatie beschikbaar is, is teruggevallen op expert-judgement. Bronvermelding De leefomgevingskwaliteiten voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling zijn in beeld gebracht op basis van beschikbare (cijfermatige en kwalitatieve) informatie bij de gemeente Rheden, de provincie Gelderland, de GGD, Waterschap Rijn en IJssel en Vallei en Veluwe en veel openbare bronnen. Per beoordelingsaspect is in de hoofdstukken aangegeven welke bronnen specifiek zijn gebruikt.
In de hoofdstukken met de resultaten van de beoordeling zijn telkens aan het begin de gehanteerde informatie en referentiewaarde gedefinieerd. In de beschouwing van de autonome ontwikkeling zijn de gevolgen van verschillende trends en ontwikkelingen voor de verschillende beoordelingsaspecten meegewogen, zoals technologische ontwikkelingen (zoals in mobiliteit en digitalisering), maatschappelijke ontwikkelingen (zoals ontwikkeling van de economie en het aantal huishoudens) en andere autonome trends die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden (zoals klimaatverandering). Ook is meegewogen wat de verwachte invloed is als het bestaande beleid wordt voortgezet. Waar mogelijk worden belangrijke onzekerheden expliciet benoemd (denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van schone, emissieloze voertuigtechnologie).
2.5 Referentiewaarden voor het definiëren van groen, oranje, rood Onder referentiewaarde wordt hier verstaan een waarde waaraan een kwaliteitsniveau wordt gerelateerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in: 8
1) Wettelijke normen; 2) Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen; 3) Advieswaarden van instituten (bijvoorbeeld GGD, RIVM, WHO); 4) Vraag versus aanbod (vanuit maatschappij, markt); 5) Benchmark ten opzichte van gemeentelijke doelstellingen/ambities; 6) Benchmark ten opzichte van landelijk gemiddelde, tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (cijfers en trends van vergelijkbare gemeenten of de provincie Gelderland); 7) Expert judgement. Bovenstaande opsomming moet als rangorde gezien worden in objectiviteit, navolgbaarheid en reproduceerbaarheid.
Per beoordelingsaspect is deze rangorde afgelopen als een ladder, te beginnen bij 1 en eindigen bij 7. Als er wettelijke normen beschikbaar zijn, zijn die gehanteerd. Bij afwezigheid van wettelijke normen is teruggevallen op vastgestelde beleidsnormen en zo verder. Daar waar geen enkele andere referentie beschikbaar is om een kwaliteitsniveau aan te relateren, is teruggevallen op expert-judgement.
9
3 Conclusies van de foto van de leefomgeving De resultaten van de foto van de leefomgeving zijn samengevat weergegeven in twee onderdelen: een kwalitatieve beoordeling van onze kernwaarden en kwantitatief in het Rad van de leefomgeving.
3.1 De kernwaarden Iedereen die het gevraagd wordt erkent dat Rheden een bijzondere gemeente is. Rheden is een bijzondere plek, waar natuur en historie hand in hand gaan. Er is veel aandacht voor het landschap, net als voor de gemeenschapszin en het welzijn van de inwoners. We hebben deze gevat in de Rhedense kernwaarden:
a.
De rijke cultuurhistorie
b.
De zeven verschillende dorpen met eigen identiteit
c.
De fraaie natuur en landschappen
Hoofdstuk 4 beschrijft de kernwaarden zodat deze een belangrijke rol krijgen in deze foto en in het bekijken van de Scenario’s voor de omgevingsvisie. a. Rijke cultuurhistorie: De cultuurhistorie van Rheden is het resultaat van generaties van menselijke interactie met de natuurlijke omgeving. Dit landschap, dat bestaat uit landgoederen, buitenplaatsen en cultuurlandschappen, draagt bij aan de diversiteit en specifieke natuurwaarden van de regio. Het behoud en de ontwikkeling van deze waarden zijn essentieel voor de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van de gemeente. b. Ruimtelijke structuur en identiteit: De ruimtelijke structuur en identiteit van de zeven dorpen in Rheden worden grotendeels bepaald door de historische ontwikkeling en het erfgoed. Dit omvat onder andere de ruimtelijke structuur van de dorpen, de relatie met het omliggende landschap en de cultuurhistorische elementen die bijdragen aan de unieke identiteit van elk dorp. c. Natuurlijk landschap: Het natuurlijke landschap van Rheden, met zijn reliëf, bodemsoorten en watersysteem, vormt de basis voor de rijke en diverse
10
natuurwaarden in de regio. Dit landschap is onlosmakelijk verbonden met de cultuurhistorische elementen en speelt een cruciale rol in de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van de gemeente. 3.1.1 Wat blijkt er uit de ‘foto van de leefomgeving’ De kernwaarden van Rheden zijn onlosmakelijk verbonden met het natuurlijke en cultuurhistorische landschap. Archeologische vondsten en het behoud van erfgoed spelen een cruciale rol in de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van de gemeente. De druk op ruimte door moderne ontwikkelingen vormt een uitdaging voor het behoud van deze waarden. Om beter voor deze kernwaarden te zorgen, kunnen we de volgende stappen ondernemen: •
• •
• •
Educatie en bewustwording: Verhoog de kennis en bewustwording onder inwoners en beleidsmakers over het belang van het natuurlijke en cultuurhistorische landschap. Bescherming en behoud: Versterk de bescherming van archeologische vondsten en erfgoed door middel van strikte regelgeving en actieve monitoring. Innovatieve technieken: Maak gebruik van nieuwe technieken zoals geofysisch onderzoek en LiDAR om archeologische vindplaatsen non-destructief te lokaliseren en te herkennen. Samenwerking: Bevorder samenwerking tussen verschillende afdelingen en externe partners om een geïntegreerde aanpak te waarborgen. Duurzame ontwikkeling: Zorg ervoor dat moderne ontwikkelingen zoals woningbouw en energietransitie rekening houden met het behoud van archeologische waarden en erfgoed.
Door deze maatregelen te implementeren, kunnen we de kernwaarden van de gemeente Rheden beter beschermen en behouden voor toekomstige generaties.
3.2 Het Rad van de leefomgeving Het ‘rad van de leefomgeving’ geeft de huidige situatie en autonome ontwikkeling voro de beoordelingsaspecten in één oogopslag weer. De spaken van het rad zijn de aspecten in onze leefomgeving die we hier beoordelen in kwaliteit en op basis daarvan kunnen we in de omgevingsvisie ambities opnemen. Dit doen we langs de themalijnen die het PBL heeft beschreven met de verschillende aspecten die binnen onze gemeente daar onder vallen.
11
De witte niet-onderbroken lijn geeft de huidige situatie weer, de witte stippellijn de autonome ontwikkeling in 2040. Het verschil tussen de autonome ontwikkeling en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trend voor de
12
verschillende onderwerpen. De positie van de lijnen in het Rad (de witte lijn en de witte stippellijn) is per onderwerp bepaald aan de hand van de definitie en de gehanteerde schaallat voor de waardering van de huidige en autonome situatie, zoals in de hoofdstukken per thema en beoordelingsaspect beschreven is. 3.2.1 Wat zijn de conclusies voor de themalijnen Ruimte voor klimaatadaptatie Hittestress: De huidige en autonome situatie zijn beide 'rood', wat aangeeft dat er dringend effectieve maatregelen nodig zijn om de gezondheidsrisico's te verminderen. Wateroverlast: Zowel de huidige als autonome situatie zijn 'oranje', wat aangeeft dat hoewel er maatregelen worden getroffen, het risico op extreem weer blijft bestaan en er onzekerheid is over de effectiviteit van deze maatregelen in de toekomst. Ruimte voor energietransitie Duurzame energieopwekking: Zowel de huidige als autonome situatie zijn 'rood', wat aangeeft dat er dringend effectieve maatregelen nodig zijn om het percentage duurzame energieopwekking te verhogen. Duurzame woningen: De huidige en autonome situatie zijn beide 'rood', wat aangeeft dat er grote inspanningen nodig zijn om de energie-efficiëntie van woningen te verbeteren. Duurzame en slimme mobiliteit: Hoewel er enige vooruitgang is, blijft het aantal laadpunten en deelauto's achter.
Er is behoefte aan duidelijker beleid en verdere investeringen om de mobiliteit te verbeteren. Duurzaam economisch groeipotentieel Vraag en aanbod werklocaties: De autonome ontwikkeling verslechtert naar 'rood', wat aangeeft dat er dringend behoefte is aan nieuwe bedrijventerreinen om aan de vraag te voldoen. Dorpskernen: De situatie blijft 'oranje', wat aangeeft dat er geen nieuwe impulsen zijn voor de kleinere kernen, terwijl de grotere dorpen blijven voldoen. Recreatieve verblijfslocaties: Zowel de huidige als autonome situatie blijven 'rood', wat aangeeft dat er een onbalans is tussen vraag en aanbod en er geen concrete plannen zijn om dit op te lossen. Recreatieve verbindingen: De autonome ontwikkeling verbetert naar 'groen', wat positief is voor de spreiding en voorzieningen, maar er is nog ruimte voor verbetering in de huidige situatie.
13
Sterke en gezonde steden en regio’s Geluidhinder: De situatie blijft 'oranje', wat aangeeft dat er aandacht nodig is voor wegverkeer en spoor. Luchtkwaliteit: Er is een lichte verbetering naar 'licht-oranje', maar verdere maatregelen zijn nodig om de luchtkwaliteit te verbeteren. Externe veiligheid: De situatie verslechtert naar 'oranje', wat aangeeft dat er aandacht nodig is voor omgevingsmaatregelen bij woningbouw. Sociale veiligheid: De situatie verbetert naar 'groen', wat positief is voor specifieke doelgroepen. Verkeersveiligheid: De situatie blijft 'oranje', wat aangeeft dat er aandacht nodig is voor verkeersveiligheid en ervaren knelpunten. Beweegvriendelijke leefomgeving: De situatie verslechtert naar 'donker-oranje', wat aangeeft dat er extra beleid nodig is voor een beweegvriendelijke omgeving. Toegankelijkheid openbare ruimte: De situatie verbetert naar 'licht-oranje', maar er is nog ruimte voor verbetering. Groen in de dorpen: De situatie blijft 'rood', wat aangeeft dat er een groot tekort aan groen is en er geen concrete plannen zijn om dit op te lossen. Beschikbaarheid voorzieningen: De situatie blijft 'rood', wat aangeeft dat er een groot tekort aan voorzieningen is en er geen specifiek beleid is om dit te verbeteren. Ontmoeten: De situatie verslechtert naar 'rood', wat aangeeft dat er aandacht nodig is voor ontmoetingsplekken en eenzaamheid.
Woningaanbod en behoefte: De situatie blijft 'rood', wat aangeeft dat er een groot tekort aan woningen is en er geen concrete plannen zijn om dit op te lossen. Veerkrachtige wijken: De situatie blijft 'oranje', wat aangeeft dat er een lange termijn aanpak nodig is voor kwetsbare wijken. Fiets- en wandelvriendelijkheid: De situatie verbetert naar 'groen', wat positief is voor infrastructuur en veiligheid Openbaar vervoer: De situatie blijft 'groen', wat positief is, maar de uitvoerbaarheid van de plannen en regionaal en landelijk beleid zijn cruciaal. Hoofdverkeerswegen: De situatie blijft 'oranje', wat aangeeft dat er aandacht nodig is voor de knelpunten in de ochtend- en avondspits. Stations: De situatie blijft 'oranje', wat aangeeft dat er extra impulsen nodig zijn om het reizigersniveau te verhogen en de faciliteiten voor voor- en natransport te verbeteren.
14
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied Bodemkwaliteit: De situatie blijft 'licht-oranje', wat aangeeft dat er aandacht nodig is voor het gebruik van de paarse gebieden. Grondwater: De situatie verbetert naar 'oranje', wat positief is voor de grondwaterkwaliteit en -balans. Oppervlaktewater: De situatie verbetert naar 'oranje', maar er is behoefte aan monitoring om de KRW-doelen te halen. Agrarische waarden: De situatie verbetert naar 'licht-oranje', maar er is behoefte aan beleid dat niet vastloopt in wetgeving. Landgoederen: De situatie blijft 'oranje', wat aangeeft dat er behoefte is aan beleid voor lange termijnvisies en nieuwe opgaven. Agrarische bedrijven: De situatie blijft 'rood', wat aangeeft dat er aandacht nodig is voor de ontwikkelmogelijkheden van agrarische bedrijven.
3.3 Aandachtspunten voor verdere uitwerking van de Omgevingsvisie Op basis van de foto van de leefomgeving komen wij tot de volgende aandachtspunten voor verdere uitwerking van de Omgevingsvisie: • • • • • • • • • •
Tekort aan woningen, wel concrete plannen, maar nog niet voldoende. Tekort aan groen in de dorpen. Voorzieningen in de dorpen onder het landelijk gemiddelde. De eenzaamheid stijgt. We hebben een aantal minder veerkrachtige (kwetsbare) wijken waar meerdere aspecten slecht scoren. Ons grondwater en oppervlakte water verdient aandacht, de huidige kwaliteit en balans is slechter aan het worden. Voor de agrarische bedrijven in onze gemeente zien we de uitgangspositie verslechteren met daarnaast ook nog eens beperkte ontwikkelmogelijkheden. De beweegvriendelijkheid van de leefomgeving wordt langzaam minder waarbij de toegankelijkheid van de openbare ruimte wel iets verbetert. Het hoofdwegennet blijft in de spits een knelpunt, wat met nieuwe woningbouwplannen alleen maar meer onder druk komt te staan. Onze landgoederen hebben niet allemaal een lange termijnvisie.
15
4 Kernwaarden Ons ontstaan is te danken aan de gunstige droge gronden tussen de Veluwse hoogten en de vruchtbare gronden van de IJssel en verbindingen over het water. De dorpen, ons landschap, de natuur en onze cultuurhistorie zijn onze trots, onze kernwaarden. We bezien alle opgaven waar we voor staan in het licht van deze kernwaarden en onze verantwoordelijkheid hiervoor. De kernwaarden leveren een stevige basis aan ons afwegingskader dat ons helpt bij het maken van keuzes. Vandaar dat we de kernwaarden een eigen plek in deze foto geven.
Figuur 1 Kernwaarden uit Koers voor de Leefomgeving 2024 (getekend door LandId)
a. Rijke cultuurhistorie, prominent aanwezig in de vorm van landgoederen, buitenplaatsen en cultuurlandschap b. Zeven verschillende dorpen met eigen historie, identiteit en ontwikkeling leesbaar aanwezig, met variatie in woonmilieu c. Buitengewoon fraai en afwisselende natuur en landschap, uniek voor Nederland De kernwaarden lopen door elkaar heen en zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: Het natuurlijke landschap - het reliëf, de sterke Veluwe-IJssel gradiënt, de verschillende bodemsoorten en het watersysteem - is de basis voor onze rijke en diverse natuurwaarden. Het cultuurlandschap is het resultaat van hoe generaties lang met die natuurlijke omstandigheden is omgegaan en wat zij er aan hebben toegevoegd. Daar bouwen we nog steeds op voort. Dat cultuurlandschap, ons erfgoed, heeft ook weer meer diversiteit opgeleverd en daarmee specifieke natuurwaarden. Het ‘oude groen’ is ons ‘gouden groen’. De ondergrond van het natuurlijke landschap bepaalde wat geschikte locaties waren voor bewoning. Het samenspel van de specifieke eigenschappen van de ondergrond, de ligging in het landschap en de maatschappelijke en sociale ontwikkelingen heeft de ruimtelijke structuur en de identiteit van onze zeven dorpen bepaald. Dit is ons materieel en immaterieel erfgoed.
16
Het landschap en de natuurwaarden stoppen niet bij de dorpsgrens. De natuurwaarden in het groen en het watersysteem in de dorpen zijn onlosmakelijk verbonden met het omliggende landschap.
4.1 De rijke cultuurhistorie Rheden heeft een lange en vrijwel ononderbroken bewoningsgeschiedenis. Ondanks de vele veranderingen door de jaren heen, wordt de ruimtelijke structuur van de gemeente nog steeds grotendeels bepaald door haar historische ontwikkeling en het erfgoed dat daarvan getuigt. Ook het waardevolle bodemarchief weerspiegelt deze rijke historie. Dit alles draagt bij aan de bijzondere ruimtelijke kwaliteit en het unieke karakter van Rheden. 4.1.1 Archeologie Van de vroege prehistorie tot de Tweede Wereldoorlog zijn vindplaatsen binnen de gemeente aangetroffen. Bijzonder is ook het tenminste nog deels aanwezige prehistorische landschap onder de Spankerense Enk, de te verwachten voorgangers van onze oudste bouwwerken zoals Kasteel Middachten, Huis te Dieren, kerk van Rheden, Ellecom (reeds aangetoond) en Velp en het slechts deels blootgelegde uitgestrekte grafveld tussen Ellecom en Dieren. De twee Romeinse goudschatten die in de 18e en 19e eeuw aan het licht zijn gekomen en daarna hele reizen langs penningkabinetten en welgestelde verzamelaars hebben afgelegd zijn eveneens bijzonder. Speciaal is zeker ook de vroege aanwijzing van het Nationaal Park Veluwezoom. Hierdoor wordt het bodemarchief ontzien. We kennen onder andere de ijzerkuilen en houtskoolmeilers wat restanten zijn van de uitgebreide ijzerindustrie op de Veluwe in de Middeleeuwen.
De nederzettingen die ook aanwezig moeten zijn geweest zijn nog niet ontdekt. Wie weet dus wat de bodem daar nog voor ons verborgen houdt. Huidige situatie Voor het grondgebied van de gemeente hebben we een vindplaatsen- en verwachtingenkaart uit 2012, die in 2013 vertaald is naar een beleidskaart. Op dit moment wordt gewerkt aan een actualisatie hiervan. Op onderstaande kaart hebben de kleuren de volgende betekenis: • • •
Rood: bekende vindplaatsen of hoge archeologische verwachting Oranje: middelhoge archeologische verwachting Geel: lage archeologische verwachting
17
Figuur 2 Archeologische beleidskaart gemeente Rheden (RAAP rapport 2534, 2012)
Autonome ontwikkeling Met de Erfgoedverordening uit 2017 en het paraplubestemmingsplan Archeologie Rheden uit 2013 zijn archeologische waarden en monumenten beschermd. Hierbij is het uitgangspunt om archeologische waarden in situ (ter plekke) te behouden en alleen wanneer dat niet mogelijk blijkt over te gaan op behoud ex situ (opgraven). Met een onderzoeksplicht wordt voorafgaand aan bodemverstoringen de archeologische verwachting getoetst en behoudenswaardige vindplaatsen gelokaliseerd. De actualisatie van de Archeologische Vindplaatsen en Verwachtingenkaart zal verwerkt worden in een nieuwe beleidskaart ten behoeve van het omgevingsplan.
18
Doorkijk 2040 Het uitgangspunt van behoud in situ staat onder druk door de grote ruimtebehoefte voor de grote opgaven als woningbouw en energietransitie. We sturen aan op vroeg in het proces voldoen aan de onderzoeksplicht, zodat duidelijk is of er een gave, zeldzame vindplaats aanwezig is. Nieuwe technieken en doorontwikkeling van huidige geofysische en LiDAR technieken kunnen ervoor zorgen dat we met non-destructief onderzoek een vindplaats kunnen lokaliseren en herkennen. De onderzoeksplicht levert, met name in de bebouwde kernen, telkens meer informatie op over het gebruik en inrichting van het landschap in het verleden. We doen dus telkens meer kennis op over hoe de mens met het landschap leefde of deze naar zijn hand zette. Oplossingen uit het verleden kunnen een inspiratiebron voor hedendaagse opgaven zijn. Tevens kan deze informatie gebruikt worden om onze verwachtingsmodellen aan te scherpen. Bronnen • •
Archeologische beleidskaart, gemeente Rheden Erfgoedverordening 2017, gemeente Rheden
4.1.2 Cultuurhistorie Het cultuurhistorische erfgoed komt voort uit bewoning en gebruik van het landschap. Hoe het landschap is ontstaan is daar een belangrijke factor in. De mens verbleef graag op de hogere drogere delen in het landschap, maar wel in de nabijheid van water. Onderaan de helling van de stuwwal liggen grote zones met grond die van de stuwwal door smeltwater of regen afgespoeld is. Dit was een zeer geschikte plek om te wonen en te boeren. Een lange traditie van potstalbemesting zorgde vervolgens voor grote enken. Deze enken zijn later steeds meer omgevormd van landbouwgebied met enkele boerderijen naar telkens meer bebouwing: de zeven dorpen. Alleen bij Spankeren en Laag-Soeren zijn de enken als zodanig nog aanwezig. Het gebied was ook al snel in het vizier van de adel, die hier hun buitenplaatsen en landgoederen stichtten. Industrie en recreatie hebben vanaf de 19e eeuw monumenten opgeleverd in de vorm van onder andere (steen)fabrieken, watermolens en pensions. Alles met elkaar levert het een grote diversiteit aan historische bebouwing op. Huidige situatie In de gemeente Rheden hebben we in totaal 761 beschermde monumenten: zowel gebouwde als groene monumenten en één archeologisch monument.
Gemeentelijke monumenten (550 aantal) en rijksmonumenten (211 aantal) hebben een belangrijke rol in het behoud van het erfgoed en dragen bij aan de identiteit en het karakter van een straatbeeld en de historische context van een gebied.
19
Ook hebben we drie rijksbeschermde dorpsgezichten in Velp, Dieren en Laag-Soeren die speciaal door het Rijk zijn aangewezen vanwege hun bijzondere cultuurhistorische karakter. Voor de dorpsgezichten zijn er regels en uitgangspunten voor onder andere bouwwerkzaamheden en welstandseisen. Tot slot hebben we 300 beeldbepalende panden, ook wel gevelmonumenten genoemd, waarvan de gevel beschermd is omdat het karakter en ruimtelijke kwaliteit geeft aan het dorp of landschap. Er is al veel op orde en we hebben de afgelopen jaren een aantal mooie projecten afgerond. Zo hebben we met het Uitvoeringskader Erfgoed Rheden en het Toetsingskader Erfgoed Rheden twee instrumenten in handen, waarmee we voor eigenaren het vergunningsverleningsproces hebben vereenvoudigd. Bij kleinere ingrepen die zijn uitgevoerd volgens de uitvoeringsrichtlijnen worden eigenaren na een ambtelijke toets namelijk niet meer aan de vergunningplicht gehouden. Daarnaast is in samenwerking met de gemeenten Arnhem en Ede en de Provincie Gelderland het detailboek ´Een warme jas´ geschreven. Hierin wordt uitgelegd welke keuzes er zijn te maken als je een historisch pand wilt verduurzamen en hoe om te gaan met de bouwfysische kenmerken van deze historische panden. De uitgetekende details kunnen eigenaren, adviseurs en architecten gebruiken in de uitvoering en bij de vergunningaanvraag.
Autonome ontwikkeling Het huidige erfgoedbeleid richt zich op 3 thema’s: 1. Kennis vermeerderen en delen: door erfgoed te inventariseren, op de kaart te zetten én te delen zorgen we voor verbindend verleden. Bekend maakt bemind. 2. Behoud en ontwikkeling: duurzaam instandhouden van erfgoed dat mee kan groeien met de tijd en goed rentmeesterschap. 3. Beleving en promotie: het verleden tot leven brengen. Dit thema hangt samen met de andere twee thema’s. Als het erfgoed er goed onderhouden bijstaat en er voldoende kennis over aanwezig is, kunnen we het op een aantrekkelijke manier onder de aandacht brengen. Zo kan erfgoed niet alleen worden beleefd, maar ook bijdragen als economische drager en motor van gebiedsprocessen en ontwikkelingen. We maken een actualisatie van de huidige monumentenlijst en de inventarisatie van bovengronds erfgoed van na WO2 en dit draagt bij aan behoud van ruimtelijke kwaliteit bij gebiedsontwikkelingen. De omgeving van het monument zal conform Omgevingswet worden beschermd, waardoor de samenhang van monumenten onderling en hun ligging in het landschap worden geborgd bij ruimtelijke ontwikkelingen.
20
Daar waar nieuwe ontwikkelingen er om vragen, zetten we in op functieveranderingen en herbestemming met behouden van de belangrijkste historische karakteristieken. Bij nieuwe ontwikkelingen zetten we in op kwaliteitsinclusief ontwikkelen met een ontwerpende houding. Een initiatief is een kans om nieuwe kwaliteiten te maken en bestaande kwaliteiten meer betekenis te geven. Doorkijk 2040 De druk op ruimte is groot waardoor cultuurhistorie steeds meer integraal onderdeel wordt van planvorming. Duurzaamheid wordt steeds belangrijker. Erfgoed kan hier een grote rol in spelen. Het is immers duurzamer om iets dat je al hebt te behouden, gebruiken en renoveren, transformeren of herbestemmen dan het te slopen en er iets nieuws voor terug te bouwen. De hang naar nostalgie en het verleden zal een nieuwe benadering kunnen zijn voor de betekenis geven aan onze cultuurhistorie. Bronnen • • •
Lijst van beschermde monumenten gemeente Rheden Lijst van Rijksmonumenten in de gemeente Rheden Uitvoeringskader Erfgoed gemeente Rheden
4.1.3 Cultuurlandschap Cultuurlandschap is het resultaat van hoe de mensen in verschillende tijden geleefd hebben – en nog leven – met het gegeven van de natuurlijke omstandigheden, hoe ze daarvan gebruik hebben gemaakt en daar op hebben ingegrepen. Het is een voortdurend voortbouwen op wat er al is, de ontwikkeling van het landschap gaat altijd door, ook nu en in de toekomst. Het landschap van de gemeente Rheden is zeer gevarieerd door de verschillen tussen hoog en laag en droog en nat. Dat zorgt voor veel gradiënten die plaats bieden aan een rijke flora en fauna maar ook geschikt zijn voor diverse vormen van landgebruik. Als je goed kijkt, kun je uit de verschillende tijdslagen van de geschiedenis elementen herkennen. Het vertelt het verhaal van het gebied, hoe de mensen er samen leven en geleefd hebben. Die samenhang tussen de fysieke en sociale kant van het ruimtegebruik nu en in het verleden geeft het landschap een identiteit en is ons materieel en immaterieel erfgoed. Huidige situatie We delen in de Omgevingsvisie Buitengebied 2019 de landschapstypen van de gemeente Rheden in vier landschapszones in, ieder met zijn eigen kenmerken en kwaliteiten.
21
Figuur 3 Kaart met deelgebieden (uit: Omgevingsvisie Buitengebied 2019)
Figuur 4 Gebiedsindeling landschappen (uit: Omgevingsvisie Buitengebied 2019)
22
In figuur 3 zien we de kaart van Rheden met per gebied een gebiedsgericht beleid. Beschreven in de tekst hieronder. In figuur 4 zien we de afbakening van de gebieden die in de Omgevingsvisie Buitengebied 2019 zijn gekozen. Veluwemassief Dit landschap wordt gevormd door de stuwwal en de droogdalen. Het wordt gekenmerkt door veel hoogteverschillen en een afwisseling tussen open en gesloten: jonge en oude bossen, heide, zandverstuivingen en landbouwenclaves. Natuur is de belangrijkste functie, met recreatief medegebruik en weinig bebouwing. Landschapselementen uit het verleden die hier terug te vinden zijn: ijzerkuilen, raatakkers, gegraven sprengkoppen en beken, wildwallen in diverse vormen, lanen (zoals koningswegen als verbinding tussen jachtgebieden), schaapskooi, panorama’s vanaf de hoge toppen (bv. de Posbank). Zuidflank Veluwezoom Dit landschap is het overgangsgebied tussen hoog en laag, tussen Veluwe en IJsselvallei: de flanken van de stuwwal met onderaan de daluitspoelingswaaiers. Het wordt gekenmerkt door heel veel variatie en samenhang: •
•
• • •
• •
de dorpen en buurtschappen onderaan de helling en de dorpenroute onderaan de helling die de dorpen onderling verbindt en deels ook onderdeel is van het lanenstelsel van de landgoederen; de landbouw op de historische esgronden die open ruimtes vormen, de voormalige schaapsdriften in de droogdalen die de boerderijen in de dorpen, de heide en de escomplexen met elkaar verbonden; de buitenplaatsen op de helling met parken, bossen, boomgroepen, weides en zichtlijnen over de IJsselvallei; de (spreng)beken met (voormalige) molenplaatsen en watervallen; kastelen op de rand van de zuidflank en de IJsselvallei: Biljoen-Beekhuizen, Middachten, Hof te Dieren, Gelderse Toren die allen een ensemble vormen met bossen, tuinen, lanen, vijvers, boerderijen, akkers, weilanden en zichtlijnen; de boerderijen in de rand van de daluitspoelingswaaiers, in de dorpen maar ook in Worth Rheden; kleinschalige beplanting: hagen, houtwallen, solitaire bomen, erfbeplanting.
Oostflank Veluwe – het Soerens beekdal De oostflank is het overgangsgebied tussen de Veluwe en de IJsselvallei. De IJssel ligt hier verder weg van de helling dan bij de zuidflank van de Veluwe en de daluitspoelingswaaiers zijn hier groter en minder duidelijk herkenbaar, de ondergrond is complex, de hoogteverschillen zijn subtieler.
23
Kenmerkend zijn: •
• •
• • •
Een grote afwisseling van de beboste randen van de flanken, een jong heideontginningslandschap, kleinschalige bouwlanden met verspreid staande boerderijen en erfbeplanting, de escomplexen bij Spankeren en de natte broekgronden; De dorpen onderaan de helling op de brede daluitspoelingswaaiers; Het stelsel van de Soerense beek en de gronden daaromheen die loopt vanaf de sprengkoppen in de flank naar de IJssel. De relatie van het (sprengen)bekensysteem met de papierindustrie, de (voormalige) watermolens, de wasserij en het badhuis en kuuroord; De landgoederen de Bockhorst en Gelderse Toren, ensembles met hoofdhuis, bossen, lanen, boerderijen, akkers en weilanden; Het Apeldoorns kanaal, dwars door de eerdere ontginningsstructuren heen. Het gebied ten westen van Laag-Soeren is een Rijksbeschermd dorpsgezicht vanwege het nog gaaf aanwezige landschap. Hoewel het landschap rond de Soerense Beek en de enk van Spankeren geen beschermd dorpsgezicht is, is ook dat landschap nog bijzonder gaaf aanwezig.
IJsselvallei De IJsselvallei is het landschap dat bepaald is door het meanderen van de rivier en de klei- en zand afzettingen van de rivier. Kenmerkend zijn: • •
•
• • • •
De rivierloop zelf en de oude rivierlopen die in de ondergrond aanwezig zijn of nog zichtbaar en herkenbaar bovengronds; Het (micro)reliëf dat ontstaan is door de rivier maar ook door de mens: de steilranden, geulen, de fijne percelering van de ontginningen, dijken, de stroomruggen; De uiterwaarden verschillen van karakter, de Velperwaarden tussen Velp en Rheden zijn weids, de Spankerense Weiden bij Dieren en Spankeren zijn smal, de Havikerwaard en de Beimerwaard bij Ellecom en De Steeg zijn heel breed. De verkavelingsstructuur verschilt. De IJssel is in de jaren ’70 verlegd met de aanleg van de snelweg waardoor het dorp Rheden van de uiterwaard is afgesneden; De ligging van de kastelen met omgrachtingen op de rand tussen IJsselvallei en de hoger gelegen daluitspoelingswaaiers; Bronbossen en (kwel)beken; Oude boerderijen op pollen, met name in de Havikerwaard en Beimerwaard; Verlagingen en diepe plassen door klei- en zandwinning. De restanten van voormalige steenfabrieken, meer of minder herkenbaar, de restanten van spoorbanen;
24
• •
Relicten van verdedigingswerken in verschillende tijden, de redoutes en de kazematten; Kleine bosjes, meidoornhagen, bakenbomen en singels.
Autonome ontwikkelingen In de Omgevingsvisie Buitengebied uit 2019 zijn doelen vastgesteld voor het landschap. Samenhang is het centrale thema, waarbij gestreefd wordt naar een buitengebied dat meer samenhangt: •
• •
•
•
• •
Sterke maatschappelijke samenhang: betrokkenheid, samenleving actieve rol, kennis opbouwen over de mogelijkheden van het gebied, creatieve oplossingen en kwaliteiten benutten. Sterke beleefbare samenhang: verbindingen in overgangen van hoog naar laag, ecologisch, cultuurhistorisch en toeristisch-recreatief. Duurzame samenhang: gebruik – fysieke kenmerken – kwaliteiten: robuuste natuur, natuurinclusieve landbouw, beheerste recreatiestromen, aandacht voor beweging, duurzaam vervoer, benutten van natuurlijke grondwaterstromen en duurzame energie. Functionele samenhang: landbouwproductie met zoveel mogelijk lokale afzet, toeristisch-recreatieve arrangementen, tussen dorpen en buitengebied (ommetjes etc.) Samenhang verleden – heden – toekomst: verleden zichtbaar maken en tegelijkertijd ruimte geven aan nieuwe ontwikkelingen. Huidige beeld is geen eindbeeld. Gelaagdheid geeft vorm aan onze identiteit. Wederkerige samenhang: verantwoordelijkheid voor duurzame relatie niet alleen bij inwoners maar ook bij bezoekers (toegankelijkheid). Informatiesamenhang: data en informatie over het gebied inzetten.
Kwaliteit en beleving vormen onze identiteit: • • • •
Zorg voor behoud en versterking van de waarden van natuur, landschap, cultuurhistorie en landgoederen. Hierbij horen ook zorg voor beeldkwaliteit en de relatie tussen dorp en buitengebied. Beleving abstract: cultuurhistorische kwaliteiten en zichtbaarheid tijdslagen. Beleving concreet: nachtelijke bosbeleving, Apeldoorns kanaal en IJssel.
Deze benadering zorgt ervoor dat het landschap niet alleen behouden blijft, maar ook evolueert op een manier die ecologisch, economisch en sociaal duurzaam is. De identiteit en de doelen worden gezamenlijk gedragen en omarmd.
25
Voor elk deelgebied zijn in de Omgevingsvisie Buitengebied 2019 gebiedsdoelen geformuleerd. De onderverdeling is anders dan de eerdere verdeling (dit is deel II van de Omgevingsvisie Buitengebied 2019).
Zuidflank Veluwezoom Gebiedsdoel: Landgoederen verbinden; De historie ontwikkelt door. • Zo volledig mogelijk functionerend systeem voor beken en sprengen. • Herstel van zoveel mogelijk waardevolle historische zichtlijnen en evt. toevoegen van nieuwe uitzichtpunten. Routes daaraan koppelen. • Historische functionele samenhang zichtbaar maken. • Beheer grondwatersysteem Veluwe, kennis vergroten. • Beheer afstromend oppervlaktewater, vasthouden water hoog in het systeem en gedoseerd door groenblauwe structuur afvoeren of gebruiken. • Drie ecologische verbindingen tussen Veluwe en IJssel: Biljoen/Beekhuizen, Soerense Poort en Havikerpoort. • Ontwikkelen gradiënt voor recreatie en toerisme. • Stimuleren bewegen, goede fietsverbinding over de IJssel. • A348 als scenic landscape, dorpenroute centrum van de gradiënt. • Historie als vertrekpunt. • Belevingslandbouw, historie economische drager. • Onderrand helling Beekhuizerbeek, startpunt voor fietsen en wandelen. • Beleving historisch en natuurlijk landschap gaan samen met ecologische verbinding. • Economische en historische relatie versterken tussen landbouw, landschap en natuur.
IJsselvallei Gebiedsdoel: Landgoederen verbinden; De historie ontwikkelt door. • Landgoederen schakel in duurzaam verbindende schakel in recreatieve en economische opgaven. • Schaal van de uiterwaarden als geschikt gebied voor robuuste groene en blauwe opgaven. • Tussen De Steeg en Dieren duurzame continuïteit van landgoedlandschap. • Landgoederen meerledige doelstellingen, wonen, vertier, natuur en economie. • Nieuwe invulling huis Hof te Dieren. • Herstel eenheid Avegoor. • Voor landbouw productie eigen merk Havikerwaard en Fraterwaard. • Samenhang tussen delen van de uiterwaarden verbeteren, net als bereikbaarheid. • Uitloopgebied voor Velp en Rheden en wandelgebied voor toeristen en recreanten – verbetering wandelnetwerk.
26
• • •
Stelsels van beken en landgoederen herstellen – dragen bij aan de verbinding Veluwe-IJssel voor landschap en natuur. Beleving historisch en natuurlijk landschap gaan samen met ecologische verbinding. Economische en historische relatie versterken tussen landbouw, landschap en natuur.
Oostflank Veluwe – Het Soerens beekdal Gebiedsdoel: Expositie Veluwe. • Ruimtelijke ontwikkeling van het gebied als parklandschap als verhaal van hele Veluwe (vgl. park Lingezegen). • Landbouw, natuur, watermolens, landgoederen, industrie uit verschillende tijdvakken, kuuroord en oude dorpjes. • Parklandschap en bruikbaar voor bestaande en nieuwe functies. • Soerense Beek ecologisch en landschappelijk verbindend element. • Apeldoorns Kanaal verbindend element, kwaliteitsimpuls gewenst. • Ontwikkelingsmogelijkheden voor recreatieve en agrarische bedrijven en het vergroten van de landschappelijk en ecologische waarden door robuuste Soerense Beek (beek en watermolenlocaties). • Historische essen blijven vrij van ontwikkelingen. • Industrieel verleden Apeldoorns kanaal en wasserijen – kanaalvisie. • Bedrijventerrein Kanaalzone landschappelijk inpassen.
Veluwemassief Gebiedsdoel: Van natuurpark naar wildernis. • Als gemeente vanuit eigen verantwoordelijkheid doelen voor natuurgebieden: ontwikkeling van een natuurpark naar wildernis. Steeds meer zelfregulerend en inherent robuust. Het evalueren van het waarderingskader en regelingensysteem voor natuur maakt deel uit van de route naar een meer zelfregulerend systeem. • Heidevelden zijn blijvende natuurparkdelen te midden van steeds natuurlijker wordende bossen, minder houtoogst in bossen. • Overgangen bieden extra mogelijkheden voor natuur en die willen we ontwikkelen. • Behoud en herstel van zichtlijnen en panorama’s. • Maatschappelijke discussie over natuurlijkheid van de natuurgebieden. • Recreatie is een meer ondergeschikte functie. Recreatieve activiteiten gericht op natuurbeleving staan centraal. Activiteiten beperken zich tot bestaande infrastructuur, met evenementen wordt terughoudend omgegaan. • Cultuurhistorische objecten op een aantal plekken herkenbaar houden en brengen (wildwallen, holle wegen, schaapsdriften, ijzerwinning, zichtlijnen, Holtbank, lanen en Koningslanen.
27
Doorkijk naar 2040 Ondanks de aanpak en beschrijvingen in de Omgevingsvisie Buitengebied 2019 merken we toch dat de waarden onder druk staan: • • • • • •
kleinschaligheid, karakteristieke verkavelingen en landschapselementen verdwijnen, door de aanleg van de spoorlijn en de snelweg zijn er barrières gemaakt (voor het watersysteem en dieren maar ook voor mensen qua beleving en bereikbaarheid), de randen van de dorpen verrommelen, de beleving van de hoogteverschillen verdwijnt, er zijn grote plassen ontstaan door zandwinning die niet bijdragen aan de kwaliteit van het historische landschap. de kwaliteiten van het cultuurlandschap moet nauwkeuriger worden omschreven en gewaardeerd om handvatten te kunnen bieden aan toekomstige ontwikkelingen
Klimaatverandering heeft een grote invloed: door grotere weersextremen treedt er verdroging op maar ook wateroverlast. Bij piekbuien stroomt het water snel af terwijl het juist hoger op de helling nodig is. De ruimtevraag is groot: voor extensivering van de landbouw is extra grond nodig om natuurwaarden en landbouw te integreren en tegelijkertijd een goede bedrijfsvoering voor de agrariërs. De landbouw is cruciaal voor ons cultuurlandschap en voor de landgoederen om te kunnen voortbestaan. De energietransitie vraag meer ruimte voor elektriciteit transformatorhuisjes, onderstations en energieopwekking. Er is ruimte nodig voor natuur, die ruimte kan gevonden worden door landbouw en natuur met elkaar te verweven. Er is ruimte nodig voor waterberging hoger op de helling. We zoeken naar manieren om dat te combineren met cultuurhistorie en natuurontwikkeling op de flanken en bij de buitenplaatsen en landgoederen. Door maatregelen tegen de te hoge stikstofbelasting op de natuur zal ook de landbouw moeten veranderen. Extensivering is een belangrijke oplossingsrichting maar het kan zijn dat niet alle bedrijven in stand kunnen blijven. Het stoppen van agrarische bedrijven heeft een ruimtelijke invloed op het landschap. Er worden meer woningen gebouwd en er zijn meer mensen die willen recreëren. De druk van de recreatie op natuurwaarden is groot.
De cultuurhistorische waarden van ons landschap kan een meerwaarde betekenen voor de recreatie.
28
De vraag naar nog meer zandwinning is nadelig voor de cultuurhistorische waarden omdat dat niet bijdraagt aan het versterken van het landschap. Het Rijk ontwikkelt een visie op hoe om te gaan met de waterverdeling in de rivieren en een visie op maatregelen voor de IJssel. De uitkomst van deze ontwikkeling is nog niet bekend maar dat het gevolgen gaat hebben voor de aanliggende gronden is zeker. We zullen daar op moeten anticiperen wanneer er meer duidelijk is. Bronnen •
Omgevingsvisie Buitengebied 2019, deel 1 en 2, gemeente Rheden
29
4.2 De zeven verschillende dorpen met eigen identiteit De gemeente Rheden telt zeven dorpen: Velp, Rheden, De Steeg, Ellecom, Dieren, Spankeren en Laag-Soeren. Alle dorpen zijn gelegen tussen de glooiingen van de Veluwe en de weidsheid van het IJssellandschap. De zeven dorpen hebben elk hun eigen unieke charme en karakter. De variatie van stedelijke voorzieningen in Velp tot de landelijke rust van Laag-Soeren maakt de gemeente bijzonder aantrekkelijk voor zowel inwoners als bezoekers. 4.2.1 Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit verwijst naar de mate waarin een ruimte voldoet aan de behoeften en wensen van de gebruikers op met belangrijke kenmerken als functionaliteit, toegankelijkheid, veiligheid, duurzaamheid en beeldkwaliteit. Een sterke identiteit kan bijdragen aan een hoge ruimtelijke kwaliteit wanneer de unieke kenmerken van een plaats of plek worden geïntegreerd in ontwikkelingen van die ruimte. Huidige situatie Elk van de zeven dorpen in Rheden heeft zijn eigen unieke karakter en kracht. Velp Door de ligging van Velp dichtbij Arnhem en een aantal uitgesproken kenmerken en kwaliteiten is Velp een eigen kracht in de gemeente en in de regio. Mensen kiezen bewust om te wonen in Velp vanwege het groen, de rust en de kleinschaligheid van een dorp en ten opzichte van een stad. De Hoofdstraat is de belangrijkste doorgaande verbindingsweg naar Arnhem en Rheden.
Tevens is dit het winkelhart van Velp. Het verkeer bepaalt hier de sfeer. De sociaal-economische verschillen tussen de inwoners van Velp zijn groot. Dit is ook te zien in de stedenbouwkundige opbouw. Ruim en groen opgezet met grote villa’s ten noorden van de Hoofdstraat en compact kleinschalig en relatief veel sociale woningbouw aan de zuidzijde. Daarnaast is Velp traditioneel een vestigingsplaats voor scholen gericht op inrichting en onderhoud van landschap en groen, zoals o.a. Hogeschool Van Hall-Larenstein en Yuverta.
30
Rheden Rheden is een woon-, werk- en leefdorp met een rijk verenigingsleven. Rheden wordt vooral gewaardeerd om zijn rustige en aantrekkelijke ligging, tussen het groen en de natuur van de Veluwe en het water van de IJssel. Deze ligging is niet alleen aantrekkelijk voor haar inwoners maar ook voor het toerisme. Het dorp wordt nog niet altijd even goed gevonden door de toeristen en recreanten. De ligging aan de IJssel maakte Rheden aantrekkelijk voor de vestiging van bedrijvigheid. Inmiddels is die uitgegroeid tot een bedrijventerrein met een grote maat en schaal, bedrijventerrein Haveland. Het dorp kent een vrij symmetrische opbouw met de Groenestraat als middenas en verbinding tussen IJssel, de oude kern, en het station. Schaapsdriften zijn nog herkenbaar in het wegenpatroon en verbinden het dorp met de Veluwe. De Steeg De sterke ontwikkelingsgeschiedenis en verbondenheid van inwoners met de landgoederen (Middachten en Rhederoord) en landschap, de Veluwe en de IJssel zijn de dragers van de kwaliteiten en de uniciteit van dit dorp. Met het gemeentehuis is De Steeg het bestuurlijk centrum van de gemeente. De directe omgeving van en De Steeg kennen een zeer hoge cultuurhistorische waarde met veel monumenten, gebouwd en onbebouwd. In de hele gemeente in het dorp is het contact met het omringende landschap en landgoederen goed voelbaar en oude lanen verbinden.
31
Ellecom Vandaag de dag is de rijke geschiedenis van Ellecom op veel plekken in het dorp nog steeds prominent aanwezig, zoals de karakteristieke (villa)bebouwing, buitenplaatsen en sporen van het agrarisch en toeristisch verleden. Daarnaast kent Ellecom een groene en parkachtige uitstraling, liggend tussen de grote landgoederen Hof te Dieren en Middachten. Ellecom kent een zeer hoge cultuurhistorische waarde met veel monumenten, gebouwd en onbebouwd. Door de kleinschaligheid van het dorp en de aantrekkelijke rustige woonomgeving is het goed wonen in Ellecom. Bewoners beleven het als een sfeervol en gezellig dorp met veel activiteiten. Dieren Oorspronkelijk is Dieren een agrarische nederzetting aan de rand van de stuwwal met bossen en heidevelden, akkerlanden aan de voet daarvan en weidegronden langs de IJssel. Gelegen op het kruispunt van wegen tussen Arnhem-Zutphen en Doesburg-Harderwijk. Dieren heeft zich ontwikkeld tot een centrum van nijverheid en innovatie met ambachtelijke bedrijven, handwerklieden, winkels, zakenmensen en industrie. Dieren is bekend om de Gazellefabriek, een begrip niet alleen in Nederland maar ook daarbuiten. Daarnaast heeft Dieren een belangrijke functie voor zorg in de regio. Als enige dorp in de gemeente bezit Dieren een intercitystation.