Format Ombuiging sturing instroom uitstroom en doorstroom Wmo maatwerkvoorzieningen begeleiding
Tekst van het document
Voorstel Ombuiging / Innovatie gemeente Rheden Programma Beleidsthema Bestuurlijk- en ambtelijk verantwoordelijke Taakveld(en)
Toelichting voorstel beleidsinhoudelijk
Samenleving Wmo maatwerkvoorzieningen Gea Hofstede Wmo maatwerkvoorzieningen: nadrukkelijke sturing instroom, uitstroom en doorstroom geïndiceerde vormen Wmo begeleiding
Om structurele besparing te kunnen realiseren voor geïndiceerde vormen van hulp en ondersteuning Wmo wordt een pakket aan maatregelen voorgesteld waarmee nog nadrukkelijker sturing gegeven kan worden op de instroom, doorstroom en uitstroom in afgeven maatwerkvoorzieningen Wmo begeleiding en groepsbegeleiding. Deze maatregel bevat de volgende met elkaar samenhangende onderdelen: 1. Structureel inrichten van casemanagement (regiefunctie) door consulenten op casuïstiek. 2. Aanscherpen van het normenkader voor toekenning individuele begeleiding en groepsbegeleiding in de vorm van een Wmo maatwerkvoorziening welke ook juridisch houdbaar is. Dit voorstel sluit aan bij advies van Berenschot (maart 2024). Dit gaat vooral over de wijze waarop uitvoering geven wordt aan de gestelde beleidskaders door consulenten uit de toegang. Met als doel dat de uitstroom en doorstroom van inwoners vanuit geïndiceerde hulp naar algemene voorzieningen zoals de sociale basis bevorderd wordt. Een tweede onderdeel hierbij is dat er geïnvesteerd moet worden in een scherper en soberder besluitkader, waarbinnen onze consulenten meer richtlijnen krijgen in de ruimte die zij krijgen in de mate waarin zij kunnen toewijzen van geïndiceerde hulp en ondersteuning.
Verandering qua dienstverlening / prestaties Rheden
1
Consulenten krijgen naast hun taak in het stellen en beoordelen van aanvragen van inwoners voor een indicatie ook een opdracht om nog steviger hun rol als regisseur in het procesverloop bij de door gecontracteerde zorgverleners uitgevoerde hulpverlening op te pakken.
Door het invoeren van een stevig normenkader voor de mate van aanspraak op geïndiceerde begeleidingsvormen ontstaat er meer duidelijkheid voor inwoners wat men kan verwachten aan rechten op ondersteuning vanuit de gemeente. Dit zorgt ook voor meer rechtsgelijkheid tussen inwoners. Impact
Het te behalen financiële effect in besparing zal naar verwachting groot zijn. Wel zitten er een keerzijden aan deze maatregel. Met name Inwoners die langdurige hulp en ondersteuning ontvangen zullen merken dat deze vertrouwde hulp en wijze waarop de hulp geboden wordt niet meer mogelijk zal zijn. Zij zullen in plaats daarvan, nog meer dan nu al het geval is, verwezen worden naar hulp en ondersteuningsaanbod vanuit de sociale basis. Voorwaarde is dat hulp en ondersteuning in de sociale basis beschikbaar en aanwezig moet zijn. Is dit niet het geval dan is er geen alternatief voor maatwerkvoorzieningen. Dit staat sterk onder druk met de ombuigingsvoorstellen in de sociale basis (vrijwilligersorganisaties). Er is een directe relatie tussen onderliggend ombuigingsvoorstel en de ombuigingsvoorstellen van Wmo voorliggende organisaties (zie ook Berenschot rapport, donut-model).
Risico
Er bestaat een kans dat er weinig draagvlak bestaat onder uitvoerende consulenten, inwoners en gecontracteerde hulpverleners voor een streng normenkader. Voor consulenten en hulpverleners zit dit met name in de mate waarin zij vinden dat zij autonoom kunnen handelen naar de eigen beroepsethiek. Voor Inwoners betreft dit de teleurstelling die vaker zal ontstaan in de beperkte mate van aanspraak die zij krijgen op geïndiceerde hulp en dit kan het aantal klachtprocedures en bezwaarzaken doen toenemen. Wat betreft maatregel steng normenkader voor geïndiceerde begeleiding en groepsbegeleiding zijn met name juridische risico’s te benoemen als dit normenkader niet zorgvuldig wordt vormgegeven en voldaan wordt aan de randvoorwaarden welke verderop in dit document worden beschreven.
Netto (financiële) opbrengst in betreffend jaar 2
2025
2026
2027
2028
Structurele opbrengsten Incidentele investeringen Toelichting Financiële raming Licht kort toe de wijziging in baten en lasten en in welk jaar het gerealiseerd kan worden. Ombuigingsvoorstellen kunnen dus ook baten verhogende maatregelen omvatten.
Toelichting randvoorwaarden
3
€150.000,- €500.000,-
€ 942.000,-
€ 20.000,-
Met het voorstel om een streng normenkader te stellen voor inzet van geïndiceerde maatwerkvoorziening begeleiding en groepsbegeleiding gaan wij in ruime mate verder dan het advies van Berenschot ooit heeft gegeven om slechts de top 20 duurste beschikkingen voor begeleiding en groepsbegeleiding te herzien. Na doorrekening zou een dergelijke maatregel €55.575 aan structurele besparing kunnen opleveren. Bij de berekening van de financiële impact voor een heel streng normenkader zijn wij van een aanname uit gegaan, waarbij maximaal 6 uur per week aan begeleiding ingezet mag worden voor begeleiding. Dit zou betekenen (als grove schatting) een besparing maximaal van €880.000,= op jaarbasis. Deze aanname en berekening is zeer speculatief omdat nog niet goed in te schatten is of met een juridisch standhoudend streng normenkader ook een maximum gesteld mag worden in aantal uren toe te kennen hulp. Daarnaast zijn besparingen niet direct in te boeken op de begroting omdat bestaande aanspraken van inwoners niet direct ontbonden kunnen worden, zie voor de toelichting hierop de risico paragraaf in dit voorstel. Het formuleren van een juridisch verdedigbaar normenkader vraagt een relatief kleine investering van naar schatting €20.000,=. Dit is wel een belangrijke voorwaarde om ook de geraamde structurele besparing te kunnen verwezenlijken gezien de genoemde grote juridische risico’s.
Het daadwerkelijk kunnen realiseren van deze genoemde maatregelen staat of valt met het in stand houden van een sterke sociale basis zoals wij deze nu ingericht hebben als een algemene voorziening. Op het moment dat inwoners geen aanspraak kunnen maken op een algemene voorziening of andere wettelijke voorziening dan zijn wij als gemeente verplicht om zorg en ondersteuning en/of hulpmiddelen te verstrekken aan inwoners in de vorm van individueel maatwerk. Een gemeente moet een voldoende mate van hulp en zorgverlening ingekocht hebben bij gecontracteerde zorgaanbieders. Doet de gemeente dit niet of in voldoende mate (en daarover is inmiddels in ruime mate jurisprudentie landelijk beschikbaar) dan zal de
gemeente in alle bezwaarzaken die komen in het ongelijk gesteld worden. Om ook daadwerkelijk een goed normenkader te kunnen hanteren in de toe- en afwijzingen van aanvragen van inwoners voor geïndiceerde begeleiding en groepsbegeleiding, zal eerst een, op dit gebied extern deskundige, ingehuurd moeten worden. Een dergelijk normenkader kan alleen juridisch standhouden tijdens beroepsprocedures bij een bezwaren commissie of rechtbank als deze ook wetenschappelijk onderbouwd is. Dit vraagt dus een investering. Daarnaast zal ook de implementatie van een nieuw normenkader enige tijd en aandacht vragen van de gemeentelijke organisatie. Denk daarbij aan bijvoorbeeld goede training maar ook sturing op correcte hantering van dit nieuwe kader. Tevens vraagt deze maatregel ook een aanpassing van de huidige Wmo verordening, nadere regels en beleidsregels.
4