Financiële verordening Rheden 2024 toelichting wijzigingen
Tekst van het document
Financiële verordening Rheden 2024: overzicht van belangrijkste wijzigingen ten opzichte van Financiële verordening 2019. Bij het opstellen van de nieuwe FV2024 is gebruik gemaakt van de “Modelverordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) (nieuw model, november 2022)” van de VNG. Hierin zijn de laatste actualiteiten verwerkt, zoals de toepassing van de rechtmatigheidsverantwoording die is opgenomen in hoofdstuk 3. De financiële verordening Rheden 2024 (FV2024) is in vergelijking met de vigerende financiële verordening van 2019 qua indeling van artikelen op enkele onderdelen gewijzigd. Een enkel artikel is verplaatst naar een ander hoofdstuk (bijvoorbeeld ‘interne controle’: van hoofdstuk ‘Begroting en verantwoording’ naar hoofdstuk ‘Financiële organisatie en financieel beheer’). Bij meerdere artikelen is sprake van aangebrachte wijzigingen. Om een goede vergelijking te kunnen maken zijn in deze bijlage op hoofdlijnen de belangrijkste wijzigingen benoemd. Belangrijkste wijzigingen Artikel 1 Begripsbepalingen Begrip BBV toegevoegd (1b) zodat er in de rest van de verordening volstaan kan worden met de afkorting. Aspect van planning & Control – documenten is toegevoegd (1d) en uitgeschreven evenals jaarstukken (1e). Begrip rechtmatigheidsverantwoording is toegevoegd (1g).
Definitie van structurele baten en lasten is toegevoegd (1k) conform omschrijving in de BBV notitie “structurele en incidentele baten en lasten”. Artikel 2 Programmabegroting Lid 2: Programma’s zijn onderverdeeld in thema’s en taakvelden (was voorheen producten en sub-programma’s). Lid 3: De programma’s zijn opgebouwd aan de hand van de zogenaamde doelenboom (visie, doelen, indicatoren en resultaten waarin de 3W-vragen zijn verwerkt). Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken Lid 1 t/m 6 gaan in op begroting en jaarstukken (was voorheen bij art. 2 en 7). De vermelde aanpassingen zijn het gevolg van de doorontwikkeling van de programmabegroting en de bijbehorende inrichting van de jaarstukken. Artikel 4 Kadernota Apart artikel opgenomen. Stond voorheen bij art. 6 ‘Tussentijdse rapportage en informatie’. Artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten Lid 1: De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma en per thema, waarbij inzicht wordt gegeven op het niveau van taakvelden. In FV2019 werd gesproken over onderverdeling van programma’s in producten en sub-programma’s. Voorts (lid 2 t/m 5) is concreet benoemd in welke gevallen het college de raad informeert over afwijkingen en voorstellen tot wijziging van de begroting voorlegt aan de raad. Dit is een nadere concretisering t.o.v. de bepaling in FV2019 (art 4 lid 2e).
Lid 6: Indien incidentele middelen in het jaar van beschikbaarstelling niet zijn besteed en daarmee de doelstelling nog niet is gerealiseerd, mag hiervoor een bestemmingsreserve worden gevormd ter hoogte van maximaal het niet bestede bedrag met een ondergrens van € 25.000. In FV019 was geen grensbedrag genoemd. Artikel 6 Autorisatie achteraf In dit artikel is omwille van een soepele voortgang in de bedrijfsvoering en/of besluitvormingstrajecten geregeld binnen welke grensbedragen het college mag besluiten tot het doen van niet in de programmabegroting geraamde eenmalige en structurele uitgaven. In die gevallen worden de verplichtingen dus al wel door het college aangegaan
1
en/of de uitgaven al gedaan en wordt er achteraf bij een zogenaamde “administratieve” wijziging vastgesteld of wordt er bij één van de tussentijdse rapportages alsnog door de raad ingestemd met het benodigde aanvullende budget. Artikel 7 Tussentijdse rapportage (bestuursrapportages) In dit artikel is verwoord dat het college de raad tweemaal per jaar over de realisatie van de begroting informeert door middel van tussentijdse rapportages. Dit betreft de 1e en 2e bestuursrapportage. Hiermee worden de bepalingen van art. 6 FV2019 vervangen. Artikel 8 Jaarstukken Dit artikel is nieuw t.o.v. FV2019 en betreft bepalingen over bestemming van het jaarrekeningresultaat. Artikel 9 Informatieplicht Dit artikel is nieuw t.o.v. FV2019 en gaat in op de informatieplicht van het college aan de raad ten aanzien van het verstrekken van leningen, waarborgen en garantstellingen. In FV2019 (art 19e) werd hiervoor verwezen naar de paragraaf financiering van de begroting. Artikelen 11 t/m 14 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording Betreft een viertal nieuwe artikelen t.o.v. FV2019 als uitvloeisel van de Kadernota rechtmatigheid 2023, augustus 2021 gepubliceerd door de commissie BBV. Per boekjaar 2023 is de rechtmatigheidsverantwoording verplicht. Hierin legt het college verantwoording af over de rechtmatigheid, als basis voor de dialoog met de raad.
Artikel 15 Waardering en afschrijving vaste activa Betreft enkele aanscherpingen m.b.t. te berekenen rente en afschrijvingslasten van vaste activa. In een aparte bijlage zijn de afschrijvingstermijnen weergegeven. (Dit betreft een actualisatie van bijlage 1 tabel afschrijvingstermijnen in de FV2019). Hierin is o.a. verwoord dat activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 20.000 niet worden geactvieerd (was € 10.000) en dat bij het bepalen van afschrijvingslasten er indien mogelijk (bijvoorbeeld bij duurzame investeringen) rekening wordt gehouden met een restwaarde. Artikel 17 Reserves en voorzieningen Nieuw t.o.v. FV2019 is de bepaling (lid 4) dat als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, deze bestemmingsreserve vrij valt en deze aan de algemene reserve wordt toegevoegd. Artikel 18 Kostprijsberekening en vaststelling tarieven en heffingen Lid 4 en 5 zijn toegevoegd conform de modelverordening. Lid 6 t/m 7 waren in FV2019 opgenomen onder artikel 16 paragraaf lokale heffingen. Artikel 20 Financieringsfunctie Lid 2 en 3 zijn opgenomen conform de modelverordening en stellen een aantal aanvullende kaders. Zo mag geen gebruik worden gemaakt van financiële derivaten.
Gemeenten mogen alleen leningen en garanties verstrekken en financiële participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 van de Wet fido). Het derde lid draagt het college op om bij het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal zo mogelijk zekerheden te bedingen om zo het financiële risico waaraan de gemeente bloot komt te staan, te verminderen. Artikel 21 t/m 28 Voorgeschreven paragrafen In de artikelen 21 t/m 28 is verwoord welke – op grond van de BBV – voorgeschreven paragrafen in de begroting en jaarstukken opgenomen dienen te worden. Bij elk artikel / paragraaf wordt als grondslag verwezen naar het BBVartikel. Bij de toelichtingen is nadere inhoudelijke informatie over de betreffende paragraaf verstrekt. Nieuw betreft artikel 28 dat ingaat op de Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid. Deze nieuwe paragraaf is verplicht vanaf de jaarstukken 2022 en komt voort uit artikel 3.5 van de Wet open overheid (Woo) dat bepaalt dat een bestuursorgaan in de jaarlijkse begroting en verantwoording aandacht besteedt aan de beleidsvoornemens.
2
Met de verplichte openbaarheidsparagraaf wordt beoogd om een impuls te geven aan de actieve openbaarheid. Genoemde artikelen komen in de plaats van artikelen 16 t/m 22 van FV2019. Artikel 31 Interne controle Dit artikel is opgenomen conform de modelverordening en was in FV2019 onder hoofdstuk ‘Begroting en verantwoording’ (art. 5) opgenomen. Artikel 32 Intrekken oude verordening en overgangsrecht De financiële verordening gemeente Rheden 2019 zal nog van toepassing zijn op de jaarstukken 2023. Artikel 33 inwerkingtreding en citeertitel De Financiële verordening gemeente Rheden 2024 treedt in werking per 1-1-2024.
3