Factsheet_Landelijk+rapport+kinderopvang+2020 (1)
Tekst van het document
Inspectie van het OndeIWijs
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Factsheet Landelijk Rapport gemeentelijk toezicht kinderopvang 2020
11
Il
Il , -■ Il Il Il Il •• Il Il
Kinderopvang ten tijde van corona
b
1
Elk jaar rapporteert de Inspectie van het Onderwijs, als înterbestuurlîjktoezîchthouder, in het landelijk rapport over hoe gemeenten hun wettelijketaken rondom toezicht en handhaving in de kinderopvang uitvoeren. Deze publicatie bevat de belangrijkste resultaten over het kalen derjaar 20 20.
1mpact van de corona crisis Hetjaa r 2020 was een bijzonder jaar voor de kinderopvangsesctor. Scho Toezicht op de noodopvang was soms een uitdaging. Een derd e van len en kinderopvang werden tijdelijk gesloten om deverspreidingvan het de GGD'en vond het toezich t o p de noodopvang lastig uit te voeren. Dit kwam grotendeels door de richtlijnen van het RIVM waar rekening mee coronavirus te beperken. Voor kin de ren van ouders met een cruciaa 1 beroep en kinderen in een kwetsbare positie werd juist in die periode de noodopvangopgezet. Om de impact van de coronacrisis, inclusief het opzetten van de noocopvang goed in beeld te krijgen hebben alle GGDen en ruim de helft van de gemeenten hierover een vragen lijst ingevuld.
Gemeenten waren verantwoordelijk voor de coördinatie van de noodopvan g. De coördinerende rol betekende voor bijna alle gemeen-
gehouden moest worden. Ook waren er maar beperk te mogelijkheden om toezicht te houden op de noodopvang.
Na de heropening van de kinderopvang was het stellen van prioriteiten noodzakelijk. Reguliere werkzaamheden konden na de sluitin g van de noodopvang geleidelijk hervat worden. Alle GGD'en hebben prioriteiten gesteld binnen de toezichtswerkzaamheden. Veel GGD'en hebben
ten vooral het onderhouden van contacten met loka Ie partijen en het geprioriteerd op basis van het risicoprofiel en de voorgeschiedenis van informeren van houders van kinderopvangvoorzieningen en scholen over een kinderopvangvoorziening. Verder koos het me ren deel van de GGD' voortoezichtop afstand. Bij iets minder dan de helft van de ondervraagde noodopvang. de gemeenten was het nodig om prioriteiten te stellen binnen de hand Tijdens de noodopvan gwerden fysieke bezoeken afgeraden . De slu ihavingswerkzaamheden. ting van kinderopvangvoorzieningen, de beperkte capacite itvan de GGDen en gemeenten en het advies van de Rijksoverheid om thuis te werken, Wisselende ervaringen met toezicht op afstand. Veel GGD'en erva ren zorgden ervoor dat regu Iiere toezichtactiviteiten niet konden worden voortgezet. Erwerd en andere vormen van toezicht geadviseerd.
•
•
dat toezicht op afstand een onvoldoende beeld geeft van de werkelijk e kwaliteit van de opvang. Toezicht op afstand kan in bepaalde situaties of o nder bepaalde voorwaarden wel geschikt zijn, bijvoo rbeeld als aanvul
'Vinger aan de pols' -gesprekken: een GGD-toezichthouder belt ling op een bestaand (fysiek) onderzoek. actief naar een (nood)voorzieningom de houder van deze kinderop Minder zicht op de kwaliteit van de kinderopvang, volgens bijna alIe vangvoorziening te bevragen over de wijze waarop hij de nood op GGD'en (89 procent). Toch is ruim driekw art van de GGD'en tevreden vang organiseerde en om eventuele vragen van de houder te beant de uitvoering van het toezichtgezien de om standigheden. over woorden. Signaalgestuurd toezicht: een onderzoek w ordt uitgevoe rd op basis va n binnengekom en signalen over k inderopvangvoorzien in gen waar noodopvang werd geboden , of signalen over kinderop vang die plaatsvond buiten de d oor de gemeente geo rganiseerde no odopvang.
Gemeenten en GGD'en zijn positiefoversamenwerkingen communi catie. Op vrijwel alle onderdelen geeft het merendeel van de gemeenten en GGD'en aan tevreden te zijn over de uitvoerin g van werkzaamheden. Dit gaat over zowel de periode van de noodopva ng als de periode daarna, toen de reguliere toe zich ts-en handhavingswerkzaamheden werden opgestart
Omvang sector kinderopvang
-9.063
4.732
KINDER VOORSCHOOLSE
DAGVERBLIJF EDUCATIE
~
DJ DJ 7.547 BUITENSCHOOLSE
OPVANG
553
GASTOUDER
BUREAU
22.737 GASTOUDER
OPVANG
Toezicht op de kinderopvang 300 fase l
faseO
fase3
fase2
fase4
250
C Q)
"îl
lij -g
:
200
0
150
Er zijn minder jaarlijkse onderzoeken uitgevoerd. In een regulier jaar worden vrijwel alle kindercentra en gastouderbureaus geïnspec teerd door de GGD-toezichthouder. In 2020 lag het percentage uit gevoerde onderzoeken, afhankelijk per opvangsoort, tussen de 5775 procent Bijve-voorzieningen ligtditpercentageop 54procent Er zijn ook minder voorzien ingen voor gastouderopvang onderzocht. De omvang van de steekproef was 11 procent in 2020, tegenover 19 procent in 2019.
·"'Q) "E
l'l ii;
100
29 ·::, Jjj
~
50
1 -
3
5
kdv
, -
,
11
bso
-
"
15
"
i;iob
-
"
23
21
25 21 "
"
"
"
"
"
4 1 43 4 5 47 4 9 51
"
Weekn ummers
vgo
De sluiting van de kinderopvang had een duidelijk zichtbaar effect op het verloop van de jaarlijkse onderzoeken. Tijdens de lockdown was het uitvoeren van jaarlijkse onderzoeken niet moge lijk. Het aantal uitgevoerde onderzoeken bij alle kinderopvangop vangvoorzieningen en gastouderbureaus daalde hierdoortijdel ijk naam ui.
De verplichte voorwaarden zijn bij kindercentra en gastouderbureaus vrijwel altijd beoordeeld. Wel hebben GGD'en problemen ondervon den met het beoordelen van de pedagogische praktijk, aangezien locatiebezoeken een groot deel van hetjaa r niet mogelijk waren en via beeld bellen onvoldoende informatie verzameld kon worden. De aanvullende voorwaarden zijn bij kindercentra en gastouderbureaus minder vaak beoordeeld. Een deel van de GGD'en geeft aan dat ze, als gevolg van de coronamaatrege len en de daarop gemaakte prioriteiten , min der en/of andere kwaliteitseisen hebben beoordeeld tijdens een onderzoek.
Bij 22-36 procent van de jaarlijkse onderzoeken worden een of meer tekortkomingen vastgesteld. Bij ve-voorzieningen ligt het per centage tekortkomingen iets hoger ( 41 procent). Doordat slechts een deel van de kinderopvangvoorzieningen is bezocht in 2020 en hettoe zichtinhoudelijk vaak is aangepast, is een vergelijking met voorgaande jaren niet te maken.
procent). Verder zien we dat de mate van inzet van herstelaanbod fors verschilt per GGD-regio. In 2020 loopt de inzet van herstelaanbod bij tekortkomingen binnen de GGD-regio's uiteen van 18-72 procent.
Herstelaanbod lijkt een effectiefinstrument voor het herstel van tekortkomingen. Een zeergrootdeel van de tekortkomingen herstelt voordat een inspectierapport definitief wordtvastgesteld . Landelijk gezien gaat dit om 90-99 procent van de tekortkomingen waar herstel aanbod op is ingezet
Herstelaanbod wordt vaak ingezet om tekortkomingen te laten herstellen. In 2020 varieert dit van 50 -77 procent van de jaarlijkse on derzoeken mettekortkomingen. Bijve-voorzieningen ligtditlager(33
Handhaving op de kinderopvang Bij 16 procent van de tekortkomingen wordt beredeneerd niet handhaven ingezet.Afhankelijk per type opvang, varieert dit van 11-17 procent in 2020. Bij ve-tekortkom ingen gaat dit om 22 procent Berede neerd niet-handhaven wordt voornamelijk ingezet op tekortkomingen op het instellen van de oudercommissie en ve. 25%
1 8%
18%
15% 15%
14%
11 % 1 0%
5%
0%
kdv
11 %
1 bso
.
20 1 8
.
20 1 9
•
2020
gob
vgo
veel ingezet De andere handhavingsinstrumenten zoals las tonder dwangsom en de bestuurlijke boete worden een stuk minder vaak inge zet
Tekortkomingen worden mindervaakopgevolgd door een nader onderzoek. Afhankelijk van het type opvang wordt bij 55-71 procent van de tekortkomingen waarop handhaving is ingezet een nader onderzoek uitgevoerd . In 2019 ging dit nog om 66-74 procent Bij een nadere on derzoek wordt over heta lgemeen zwaardere handhaving ingezet dan bij een jaarlijkse onderzoek. Het gaat hierbij voornamelijk om een last on der dwangsom. Meeste tekortkomingen herstellen na de inzet van handhavingbinnen een jaar. Na een eerste handhavings actie herstelt 84-96 procent van de tekortkomingen, na meerdere handha vingsacties looptditop tot91-97 pro cent van de tekortkomingen. Bijve tekortkomingen loopt dit herstelper centage op naar 92 procent.
1
Gemeenten zetten handhavingsinstrumenten in die vooral gericht zijn op herstel. Met name de aanwijzing en de waarschuwing worden
Interbestuurlijk toezicht door de Inspectie van het Onderwijs Het interbestuurlijk toezicht is risicogestuurd ingericht Dit houdt in dat de inspectie ge meenten niet elk jaar volledig onderzoekt. In plaats daarvan wordtjaa rl ijks een risicoanalyse uitgevoerd. !n de risicoanalyse wordt een in schatting gemaakt van het risico dat gemeen ten hun wettelijke taken toezicht en handha ving kinderopvang niet naar behoren u itvoe ren . De risicoanalyse 2020 is gebaseerd op het verslagjaar 2019 . Decoronacrisis heeft geen invloed gehad op uitvoering van de risicoanalyse 2020. Wel hebben gemeenten meer tijd gekregen voor het aanleveren van de jaarverantwoording 2019 .
In 2020 is een nader onderzoek uitgevoerd bij 1gemeente. Er werd geconstateerd dat de gemeenteverbeteringen had doorgevoerd in een hersteltraject dat eerder in samenspraak met de inspectie was gestart.
Jaarvera ntwoord ing van gemeenten
Jaarlijkse risicoanalyse Stap, . Expertana lyse
Ontvangen signalen
l
(Bijv. va n ouders, hou ders,
inspecteu rs, med ia
Toezichts histo rie
Stap 2: Aanvullende informatie opvragen biJ gemeenten
Overige informatie (Bijv. wisse lende contactper
l
+ Evt. extra aandac ht
Status: A de gemeente voert haar wettelijke t aken naar behoren uit
Stap 3 Gesprek met gemeenten
l
soon, gemeente lijke herindeling)
vo lgende risicoa nalyse
' }--+
{Herstelafspraken
met korte term ijn)
A + Evt. extra aandac ht
r2I volgende risicoa nalyse
Stap 4 Nader onderzoek Rapport met statusbepahng A. B of C
B de gemeente voert haar wettelijke take n niet of o nvoldoende uit, maar
werkt mee aa n verbetering C d e gemeente voert haar wettelijke t aken niet of o nvoldoende ui t en werkt niet of onvo ldoende mee
aan verb etering
Eind 2020 hadden voor het eerst alle355 gemeenten een A-status. Gemeenten kunnen ook een B- of C-status krijgen. Een A-status houdt in dat, voor zover door ons kon worden vastgesteld, al Ie gemeenten hun wettelijke taken toezicht en handhaving kinderopvang op dat moment naar behoren uitvoerden. Bij het loket van de inspectie kwamen 33 meldingen binnen over kinderopvang. De meeste van die meldingen zijn informatievragen van gemeenten, bijvoorbeeld over het indienen van de jaarverantwoording, of van ouders. Bij de vertrouwensinspectie zijn 103 meldingen binnengekomen over kinderopvang. Van deze meldingen gingen er 45 over kinderdagverblij ven, 32 over buitenschoolse opvang en 26 over gastouderopvang. In 21 gevallen werd een mogelijk vermoeden van seksueel misbruik gemeld en in 18 gevallen een mogelijk vermoeden van seksuele intimidatie. Psychisch geweld werd 20 keer gemeld en 40 meldingen gingen over fysiek ge-
Il
1 1 1
Toezicht op de kinderopvang in Caribisch Nederland is gestart. Met ingang van 2020 is de inspectie eer stelijns toe zich thouderop de kinderopvang in Caribisch Nederland. Vanwege de coronacrisis was het in 2020 en de eerste helft van 2021 voorde inspectie nog niet mogelijk om onderzoeken uit te voeren op loca ties in Caribisch Nederland. Wel zijn lokale inspecteurs begonnen met het uitvoeren van de eerste inspec ties. In het eerste kwartaal van 2022 wordt een bestandsopname (nulmeting) op alle kinderopvanglocaties in Caribisch Nederland afgerond.
Colofon Een exemplaar van deze publicatie is te downloaden vanaf de website van de Inspectie van het Onderwijs. www.onderwijsinspectie.nl
Inspectie van het Onderwijs Postbus 2730 l 3500 GS Utrecht www.onderwijsinspectie.nl ©lnspecti e van het Onderwijs I december 2021
Het volledige Landelijk Rapport gemeentelijk toezicht kinderopvang2020 is te vinden op dewebsitevan de Inspectie van het Olderwijs.