Definitief NRD - Nota Wijzigingen NRD.pdf
Tekst van het document
Nota wijzigingen op het Concept-NRD De concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) die voorafgaat aan het milieueffectonderzoek (PlanMER) voor de Regionale Energiestrategie van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen heeft voor zienswijzen ter inzage gelegen van begin november tot 23 december 2022. Hierop zijn 43 zienswijzen ingediend, met in totaal 311 vragen, suggesties of opmerkingen. Die zijn allen behandeld en beantwoord in de bijgevoegde Nota van beantwoording. Twee zienswijzen, namens de gemeente Zevenaar en het Kennisnetwerk Arnhem Nijmegen (KAN), zijn buiten de zienswijzeperiode binnengekomen. Hiervan is kennis genomen, maar deze vallen buiten de beantwoording. In deze nota vindt u de wijzigingen die naar aanleiding van de zienswijzen worden doorgevoerd ten opzichte van de concept-NRD. Ook zijn de wijzigingen benoemd die naar aanleiding van het advies van de Commissie m.e.r. zijn doorgevoerd. De Nota wijzigingen vormt samen met de concept-NRD, de Nota van beantwoording en het advies van de Commissie m.e.r. de definitieve NRD, ter vaststelling door de gemeentelijke colleges en Gedeputeerde Staten.
1. Wespendief Een flink aantal zienswijzen richt zich op de omgang met de wespendief in relatie tot de harde en zachte belemmeringen voor windturbines die zijn beschreven in de concept-NRD. In de concept-NRD wordt de 1 kilometer zone rond de Veluwe aangemerkt als harde belemmering, omdat de ontwikkeling van windenergie hier vanwege de wespendief de komende jaren praktisch onmogelijk is. De 1 tot 8 kilometer zone rond de Veluwe is in de concept-NRD aangemerkt als zachte belemmering, omdat de ontwikkeling van windenergie hier ondanks de wespendief onder voorwaarden in de komende jaren mogelijk kan worden. Gedurende de zienswijzeperiode, op 20 december 2022, heeft de provincie Gelderland besloten om de ontwikkeling van windenergie in de 1 kilometer zone rond de Veluwe te verbieden. De ontwikkeling van windenergie in de 1 tot 8 kilometer zone rond de Veluwe is in datzelfde besluit óók verboden. Echter wordt voor de 1 tot 8 kilometer zone opgemerkt (1) dat een tweetal windprojecten hier de komende tijd doorgang vinden, inclusief een stilstandsvoorziening in de zomermaanden en (2) dat tijdelijkheid een belangrijk gegeven is in deze zone. In deze zone worden mitigerende maatregelen onderzocht, waardoor de ontwikkeling van windprojecten in de 1 tot 8 kilometerzone rond de Veluwe in de komende jaren weer mogelijk kan worden.
In een aantal zienswijzen wordt voorgesteld om de 1 tot 8 kilometer zone als harde belemmering op te nemen, aangezien de ontwikkeling van windenergie hier op dit moment verboden is. Daartegenover wordt in een aantal zienswijzen voorgesteld om de 1 tot 8 kilometer zone als zachte belemmering te behouden, aangezien de ontwikkeling van windenergie hier via mitigerende maatregelen op korte termijn weer mogelijk kan worden. Dit milieueffectonderzoek kijkt verder dan de mogelijkheden op dit moment, namelijk naar de periode tot 2030. Op die manier kan het onder andere van nut zijn voor de faseringsvraag ten aanzien van de ontwikkeling van windprojecten. Gezien het besluit van de provincie van 20 december 2022 en het belang dat daarin – met goede argumenten – wordt gehecht aan de tijdelijkheid van het verbod op windprojecten in de 1 tot 8 kilometerzone, stellen we voor om de 1 tot 8 kilometer zone als zachte belemmering te handhaven in het planMER.
1
Wijzigingen ten opzichte van de concept-NRD: • Geen
2. Gezondheidseffecten van windturbines De mogelijke gezondheidseffecten van windturbines vormen veruit de grootste zorg in de samenleving, afgaande op het aantal zienswijzen dat zich hierop richt. Veelal wordt benoemd dat de windturbinenormen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling buiten werking zijn en wordt verwezen naar een recente uitzending van Zembla en een aantal actuele onderzoeken over de gezondheidseffecten van windturbines. We begrijpen deze zorgen en dienen hier als gemeenten en provincie met zorg over te beslissen in een herijking van de RES. Een veelgehoorde vraag is om de gezondheidseffecten van windturbines grondig te onderzoeken binnen het PlanMER. Op dit moment worden de gezondheidseffecten van windturbines echter al grondig onderzocht in een specifiek milieueffectonderzoek naar windturbinenormen op landelijk niveau. De verwachting is dat de resultaten van dit onderzoek, en eventuele nieuw windturbinenormen, bekend worden na afronding van ons regionale milieueffectonderzoek. De Commissie m.e.r. adviseert niet zozeer om de gezondheidseffecten van windturbines op regioniveau te onderzoeken, dat zou vooral dubbelwerk betekenen ten opzichte van het landelijke onderzoek. De Commissie m.e.r.
adviseert wel om de herijking van de RES, wat te zijner tijd kan worden beschouwd als het voorkeursalternatief, te toetsen op de resultaten van het landelijke milieueffectonderzoek naar windturbinenormen en eventuele nieuwe windturbinenormen. De gezondheidseffecten van windturbines hebben daarnaast een belangrijke relatie met de afstandsnorm die in het milieueffectonderzoek wordt gehanteerd voor windturbines tot nabijgelegen woningen en andere (beperkt) kwetsbare objecten. De norm voor geluid is hierin maatgevend. In de concept-NRD stellen we daarom voor om aan te sluiten bij de normen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Deze zijn formeel buiten werking, maar tegelijkertijd ontbreekt vooralsnog een juridische basis voor andere normen. Het gaat om de Lden 47 dB en Lnight 41 dB normen voor referentieturbines van 3,6 MW en 7,0 MW. Daarnaast stellen we in de concept-NRD voor om voor het alternatief Leefomgeving een strengere norm te hanteren, namelijk de WHO-norm. Deze gaat uit van Lden 45 dB. De Commissie m.e.r. is expliciet gevraagd om hierop te adviseren. Zij adviseren om – naast de normen van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling – als gevoeligheidsanalyse in het alternatief Leefomgeving te werken met richtafstanden van 500 tot 700 meter. Dit advies volgen we op.
Wijzigingen ten opzichte van de concept-NRD: • In het alternatief Leefomgeving wordt de WHO norm van Lden 45 dB losgelaten. In plaats daarvan wordt als gevoeligheidsanalyse getoetst op grotere afstandsnormen voor windturbines, namelijk 700 meter ten opzichte van een (beperkt) kwetsbaar object zoals een woning. • Gezien het aantal zienswijzen over de gezondheidseffecten van windturbines wordt in het milieueffectonderzoek een paragraaf met nadere uitleg toegevoegd. Met daarin een toelichting op de gekozen afstandsnormen voor windturbines en hoe deze tot stand zijn gekomen, een uitleg van de termen Lden en Lnight, een toelichting op slagschaduw en een visueel weergegeven geluidscontour per referentieturbine.
3. Alternatieven De alternatieven Natuur en Leefomgeving waren in de concept-NRD al relatief ver uitgewerkt. De alternatieven Energiesysteem en Landschap waren dit nog niet. Een aantal zienswijzen gingen hierop in.
2
Wijzigingen ten opzichte van de concept-NRD: • In het NRD staan verschillende windturbinetypen beschreven per alternatievenkaart. Dat maakt het lastig vergelijken tussen alternatieven. In het milieueffectrapport worden de alternatieven voor zowel 120 meter referentieturbines, als 166 meter referentieturbines inzichtelijk gemaakt. • Aan de inpassing van zonne-energie zijn weinig harde belemmeringen verbonden, daardoor zijn de belemmeringenkaarten voor zonneparken weinig sturend. De Commissie m.e.r. raadt in haar advies een meer sturende benadering aan voor zonnevelden. We stellen voor om dit te doen door voor zonne-energie een aantal additionele belemmeringen op te nemen in de alternatieven. Daarmee worden de alternatieven meer sturend voor de inpassing van zonnevelden. • Het alternatief Landschap wordt nader uitgewerkt tot een niveau dat vergelijkbaar is met de alternatieven Natuur en Leefomgeving. Dat geldt ook voor het kaartmateriaal. Hierin wordt voorgesteld om de volgende gebieden te mijden: waardevolle open gebieden, Nationaal Landschap, Nieuwe Hollandse Waterlinie, Romeinse Limes en historische buitenplaatsen. • In het alternatief Natuur wordt bosgebied opgenomen als uitsluitingscriterium voor zowel zonnevelden als windenergie. • Zoals reeds benoemd wordt in het alternatief Leefomgeving de WHO norm van Lden 45 dB losgelaten.
In plaats daarvan wordt – op advies van de Commissie m.e.r. – als gevoeligheidsanalyse getoetst op strengere afstandsnormen voor windturbines, namelijk 700 meter ten opzichte van een (beperkt) kwetsbaar object zoals een woning. • In de NRD is een vierde thematisch alternatief gepresenteerd: het alternatief Energiesysteem. Dit alternatief had als doel zoekgebieden voor wind en zon te definiëren die rekening houden met de beschikbare en toekomstige netcapaciteit en de samenhangende maatschappelijke kosten. Een eerste versie van het alternatief is in de NRD op kaart weergegeven. Tijdens de terinzagelegging is een zienswijze ingediend door de netbeheerder, Liander. Hieruit blijkt dat de netbeheerder niet achter de toegepaste data en uitgangspunten staat, die de basis vormen van het alternatief. Het is niet mogelijk gebleken gezamenlijk de benodigde data en uitgangspunten tijdig te definiëren, om het alternatief Energiesysteem voldoende sturend en betrouwbaar te onderzoeken. Dit planMER bevat daarom geen alternatief Energiesysteem. • Op dit moment wordt met Liander gekeken hoe het energiesysteem toch een plek kan krijgen in het planMER. Gedacht wordt aan een gevoeligheidsanalyse achteraf om integraal de alternatieven te toetsen op effecten energiesysteem.
4. Kaderstellende documenten In een aanzienlijk aantal zienswijzen wordt gewezen op beleidsdocumenten die van invloed kunnen zijn op het voorgenomen milieueffectonderzoek. Het gaat onder andere om gemeentelijke gedragscodes voor windenergie, visiedocumenten of inhoudelijke notities. We nemen kennis van deze documenten, maar ze zijn niet kaderstellend voor het voorgenomen milieueffectonderzoek. Kaderstellend zijn: wetgeving, autonome ontwikkelingen en beleid zonder afwijkmogelijkheid. Voor het document Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) dat in een zienswijze wordt aangedragen, wordt dit nog uitgezocht. Wijzigingen ten opzichte van de concept-NRD: • Geen
5. Molenaarswoningen In de concept-NRD wordt een analyse voorgesteld op molenaarswoningen. In verschillende zienswijzen worden hiervoor suggesties gedaan. De analyse op molenaarswoningen vindt niet plaats in het stadium voor de totstandkoming van de belemmeringenkaarten en ook binnen de alternatieven worden ze niet meegenomen. De analyse op molenaarswoningen wordt een technische gevoeligheidsanalyse buiten de alternatieven om.
3
Wijzigingen ten opzichte van de concept-NRD: • Nadere duiding van de analyse op molenaarswoningen: het gaat om een gevoeligheidsanalyse die achteraf plaatsvindt, na het opstellen van de belemmeringenkaarten en alternatievenontwikkeling. De molenaarsanalyse geeft een beeld van de ruimte die extra zou ontstaan als tot solitaire woningen in de regio minder afstand wordt aangehouden voor windturbines.
6. Autonome ontwikkelingen Bij de ontwikkeling van de concept-NRD is aan gemeenten en provincie gevraagd om ruimtelijke autonome ontwikkelingen aan te leveren. Het gaat om ontwikkelingen die op dit moment nog niet zijn gerealiseerd, maar waar al wel (ruimtelijke) besluitvormen over plaats heeft gevonden. Naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen wordt deze lijst aangevuld. Wijzigingen ten opzichte van de concept-NRD: • Windproject Caprice in gemeente Lingewaard wordt opgenomen als autonome ontwikkeling. • De ontwikkeling van drie windturbines op industrieterrein Bijsterhuizen in Wijchen wordt opgenomen als autonome ontwikkeling. • Het 380 kV station van TenneT in Wijchen wordt opgenomen als autonome ontwikkeling. • Railterminal Gelderland en verbreding A15 tussen knooppunten Valburg en Ressen in Overbetuwe worden opgenomen als autonome ontwikkeling. • Woonwijk De Pas Elst en Landschapspark De Danenberg in Overbetuwe • Verbreding van de A50 wordt opgenomen als autonome ontwikkeling.
7. Overige wijzigingen Tenslotte worden een aantal overige wijzigingen doorgevoerd op basis van de ontvangen zienswijzen en aanvullingen vanuit ambtelijke organisaties. Wijzigingen ten opzichte van de concept-NRD: • De termen 'reguliere' en 'innovatieve' windturbines worden vervangen door de termen '120 meter' en '166 meter' windturbines. • In tabel 2.1 staat bij de gemeente Wijchen foutief de omgevingsvisie van de gemeente Druten genoemd. Dit wordt aangepast. • De Commissie m.e.r. stelt in haar advies voor om een overzicht op te stellen van milieuaandachtspunten van de RES 1.0 zoekgebieden. Dit advies wordt overgenomen in het PlanMER. • In een aanzienlijk aantal zienswijzen wordt de wens uitgesproken voor kaartmateriaal met een hogere resolutie. De huidige kaarten dienen weliswaar het doel van het PlanMER, namelijk een analyse op gebiedsniveau, maar om aan deze wens tegemoet te komen worden in het PlanMER hogere resolutie kaarten opgenomen. Waarschijnlijk in de bijlagen. • EMC-berekening en weerkaatsing licht en effecten op spoorinfrastructuur worden in het planMER opgenomen als leemte in kennis in het milieueffectonderzoek. • Een toelichting wordt opgenomen over de veronderstelde hoogte van zonnevelden. • De Commissie m.e.r.
stelt in haar advies voor om de herijking van de RES te zijner tijd als voorkeursalternatief (VKA) te zien en dit te toetsen op de resultaten van het landelijke milieueffectonderzoek naar windturbinenormen en eventuele nieuwe windturbinenormen wanneer deze bekend zijn. Dit advies wordt meegenomen als overweging.
4