collegevoorstel bodemregels in het omgevingsplan
Tekst van het document
B en W-voorstel portefeuillehouder
begrotingsprogramma
draagt bij aan Global Goal(s)
Paul Hofman
2 Leefomgeving
3 Goede gezondheid en Welzijn 11 Duurzame steden en gemeenschappen 15 Leven op het land
b en w-vergadering
agendapunt
bijlage(n)
10 oktober 2023
6
rol raad
Ter kennisneming onderwerp
Bouwstenen voor bodemregels voor in het omgevingsplan. INHOUD VOORSTEL • Instemmen met de bouwstenen voor bodemregels zoals opgenomen in bijlage 5. • Instemmen met het voornemen om de bouwstenen over het grondwater als bedoeld in artikel 38 van het voorbereidingsbesluit Gelderland mee te nemen in het nog op te stellen Omgevingsplan. • Na vaststelling van dit college voorstel de raad informeren over dit besluit. 1 Wat is de aanleiding? Algemeen In verband met de nieuwe Omgevingswet dient elke gemeente een omgevingsplan op te stellen. Met betrekking tot de milieuthema’s bodem, geluid en externe veiligheid gaat er behoorlijk wat veranderen. Om te voorkomen dat bij de wijziging van het omgevingsplan in 1 keer over heel veel complexe milieu regels een besluit moet worden genomen, worden de bouwstenen m.b.t. bodem, geluid en externe veiligheid voorafgaand aan de wijziging van het omgevingsplan separaat ter vaststelling aan het college en ter kennisname aan de raad aangeboden. Nadat het college heeft ingestemd met de bouwstenen voor nieuwe regels voor bodem, geluid en externe veiligheid zal een raadsvoorstel voor een wijziging van het Omgevingsplan worden opgesteld. Na instemming hiervan zijn de nieuwe regels van kracht en zullen ze worden gepubliceerd. Bouwstenen voor bodemregels Met invoering van de Omgevingswet vervallen de huidige wettelijke- en gemeentelijke bodemregels.
Een deel van die wettelijke regels komt terug in de vorm van de Bruidsschat, maar niet allemaal. De gemeentelijke bodemregels komen ook niet terug. Dit voorstel wordt gedaan om er voor te zorgen dat de huidige gemeentelijke bodemregels van kracht blijven onder de Omgevingswet. Aangezien er nu toch een besluit genomen wordt, wordt dit moment aangegrepen om direct een aantal verbeteringen door te voeren. In dit voorstel wordt geen toekomstvisie m.b.t. de bodem bepaald. De toekomstvisie krijgt een plaats in de omgevingsvisie. Indien vanuit de Omgevingsvisie de noodzaak bestaat om nieuwe of andere bodemregels op te nemen in het Omgevingsplan, dan volgt daar een apart raadsvoorstel over. In de Omgevingswet zijn drie pijlers met betrekking tot de bodemkwaliteit opgenomen: 1. het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie); 2. het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies); 3. het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer van historische bodemverontreinigingen). (Tekst afkomstig uit de memorie van toelichting op de Aanvullingswet Bodem.)
Pagina 1 van 7 RHD-
Om tot een goede set bodemregels in het Omgevingsplan te komen, moet worden voldaan aan: • de ‘Uitgangspunten opstellen omgevingsplan’ voor de gemeente Rheden. • de Instructieregels van het Rijk. Zie bijlage 1. • De omgevingsverordening van de provincie Gelderland. Deze bevat op dit moment geen Instructieregels m.b.t. de bodem voor gemeenten. Wel staan er regels in om de drinkwaterkwaliteit te beschermen. De regels gelden in het waterwingebied, de WKOvrije zone*, de boring-vrije zone en in het reserveringsgebied drinkwater. De gemeente mag in haar Omgevingsplan niet zonder meer regels opnemen die daar mee in strijd zijn. • Het voorbereidingsbesluit grondwaterbescherming van de Provincie Gelderland. Met een voorbereidingsbesluit regelt zij dat haar regels direct in het gemeentelijk Omgevingsplan worden opgenomen. De gemeente moet dit accepteren en zorgen dat de regels op een logische plek in haar Omgevingsplan terecht komen. De regels hebben betrekking op het oppompen van grondwater op een locatie met een sterke bodemverontreiniging. En de regels verbieden ook het direct lozen van water direct in het grondwater; dus niet via de filterende bodem. *) Bijlage 3 bevat een verklarende woordenlijst.
2 Wat is het bestaand beleid c.q. kader? In de Wet bodembescherming, Wet op de Ruimtelijke Ordening, Bouwverordening en het Besluit bodemkwaliteit staan de huidige regels m.b.t. bodemkwaliteit, bodemonderzoek en bodemsanering. In bijlage 2 is een overzicht van de bestaande regelgeving op landelijk- en provinciaalniveau gegeven (in het kort) en een overzicht van het huidige gemeentelijk beleid. In de Nota Bodembeheer van de gemeente Rheden(22-12-2020) staan de Rhedense uitgangspunten m.b.t. grondverzet en bodemsanering (beleid). Een korte samenvatting staat in bijlage 2. De Provincie is het bevoegde gezag voor wat betreft de regels in de Wet bodembescherming. Voor de overige genoemde wetten en regels is de gemeente dat. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt vervallen de hierboven genoemde wetten, de bouwverordening en een groot gedeelte van het Besluit bodemkwaliteit. De Nota bodembeheer vervalt gedeeltelijk (het beleidsdeel) en de rest valt onder het overgangsrecht en maakt daardoor automatisch deel uit van het tijdelijk Omgevingsplan. Tegelijk met het vervallen van de Wet Bodembescherming, waarin de regels m.b.t. bodemonderzoek en bodemsanering staan, vervalt ook het grootste gedeelte van de bevoegd gezag taak van de Provincie. Deze taak gaat onder de Omgevingswet naar de gemeente (m.u.v. de regels m.b.t. grondwaterbescherming en grondwatersanering).
Dat is ook de reden waarom de gemeente nu allerhande, voor haar nieuwe, bodemregels in haar Omgevingsplan moet opnemen. Vanwege het wegvallen van een aantal regels die niet automatisch worden opgenomen in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan (o.a. het beleidsdeel van de gemeentelijke Nota Bodembeheer) en het feit dat de gemeente bevoegd gezag wordt m.b.t. bodem is het belangrijk om z.s.m. de gewenste bodemregels in het Omgevingsplan op te nemen. 3 Wat willen wij bereiken op de genoemde Global Goal(s)? De voorgestelde bouwstenen voor bodemregels moeten er voor zorgen dat het huidige beschermingsniveau van de chemische bodemkwaliteit ook onder de Omgevingswet in stand blijft. Met als doel het behouden van een gezonde bodem. Een gezonde bodem is een uitganspunt voor het bereiken van de genoemde Global Goals. Met het vaststellen van de bouwstenen voor bodemregels kunnen deze regels zo spoedig mogelijk na 1 januari daadwerkelijk in het omgevingsplan worden opgenomen, waardoor de zorg voor een gezonde leefomgeving en een duurzame bodem kan worden voortgezet. Bij het opstellen van de nieuwe bodemregels is, behalve van de wettelijke verplichtingen Pagina 2 van 7 RHD-
zoals onder 2 genoemd, uitgegaan van: • De voorbeeldregels zoals opgesteld door het Gelders Ondergrond Overleg (GOO); • Het huidige gemeentelijke beleid; • Uitgangspunt: Minder regels waar mogelijk. Voorbeeldregels van het GOO. De Gelderse omgevingsdiensten hebben als uitvoerende instantie aangegeven het wenselijk te vinden dat alle Gelderse gemeenten zoveel mogelijk dezelfde bodemregels hanteren. Dit zorgt voor een gelijk speelveld voor ondernemers en inwoners en het maakt de handhaving veel overzichtelijker. Veel Gelderse gemeenten hebben deze wens ook geuit. Om die reden heeft een afvaardiging van de omgevingsdiensten en gemeenten, onder de vlag van het Gelders Ondergrond Overleg (GOO) samen een set voorbeeldregels opgesteld die gemeenten kunnen overnemen in hun Omgevingsplan. Daarbij zijn de instructieregels, de bruidsschatregels en het huidige (vaak regionale) bodembeleid als uitgangspunt genomen. Binnen de voorbeeldregels van het GOO is rekening gehouden met de verschillen tussen de gemeenten. Gemeentelijk beleid. In het collegebesluit over ‘lood in de bodem’ en de vastgestelde Nota bodembeheer (maart c.q. december 2020) is de ambitie m.b.t. de chemische bodemkwaliteit al vastgesteld.
In het collegebesluit over ‘lood in de bodem’ is besloten in de gebieden waar sprake is van relatief hoge loodgehalten en die de functie Wonen hebben, gestreefd wordt naar een verbetering van de bodemkwaliteit m.b.t. lood. Minder regels. In principe is er bij bouw- en graafwerkzaamheden altijd voorafgaand bodemonderzoek nodig. Indien uit dat bodemonderzoek blijkt dat de Waarde Toelaatbare kwaliteit wordt overschreden zal gesaneerd moeten worden. De Omgevingswet maakt het mogelijk om aandachtsgebieden aan te wijzen waar een overschrijding van de Waarde Toelaatbare kwaliteit redelijkerwijs uit te sluiten is. In die gebieden is dan geen bodemonderzoek nodig. Alle bodemonderzoeken die de afgelopen 30 jaar in onze gemeente zijn uitgevoerd, geven ons zoveel inzicht in de bodemkwaliteit dat wij kunnen aangeven waar in onze gemeente bodemverontreiniging verwacht wordt en waar het schoon zal zijn. Deze gebieden kunnen dus worden aangegeven op kaart als gebied waar bodemonderzoek niet langer standaard verplicht is bij de activiteiten graven en bouwen. Ten gevolge van de Instructieregels, is het beperken van specifiek bodemregels in het Omgevingsplan niet echt mogelijk.
Het gebruik maken van de mogelijkheid om gebieden aan te wijzen waar geen voorafgaand bodemonderzoek nodig is daarentegen wel een mogelijkheid om het motto van de Omgevingswet Eenvoudig Beter ook daadwerkelijk uit te voeren. 4 Wat gaan wij ervoor doen? In bijlage 5 staan de bouwstenen voor bodemregels. Alle voorgestelde regels komen uit de voorbeeldregels van het GOO. In bijlage 5 is per artikel aangegeven of deze afkomstig is uit de Bruidsschat, het Besluit Activiteiten leefomgeving (BAL) of het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Met een tekstkleur is aangegeven of een artikel afwijkt van de wettelijke regels. Een groene tekstkleur geeft aan dat het artikel overeen komt met het huidig beleid en een rode tekstkleur geeft aan dat het artikel nieuw is voor de gemeente Rheden. De artikelsgewijze toelichting staat steeds in een paars blok. Deze tekst is ook in twee kleuren weergegeven (paars en zwart). Dit onderscheidt is m.n. bij de invoer in het omgevingsplan van belang. De zwarte tekst komt uit de bruidsschat en staat dus al in het tijdelijk omgevingsplan en de paarse is toegevoegd. In bijlage 6 staat een onderbouwing van deze aanvullingen op de landelijke regels. De artikelen die niet beleidsneutraal over kunnen omdat zij niet overeenkomen met de regels uit de bruidsschat of het bestaand gemeentelijk beleid, worden hieronder besproken.
Deze nieuwe regels zijn niet op volgorde van de artikels geordend, maar op mate van impact. Van niet/nauwelijks naar veel. Pagina 3 van 7 RHD-
•
Saneringsaanpak: aanbrengen leeflaag, artikel 5.4.x21. Bodemsanering is nodig indien er een activiteit plaatsvindt op een locatie waar sprake is van 25 m³ grond die sterker verontreinigd is dan de Waarde Toelaatbare kwaliteit. Volgens de Omgevingswet zijn er twee saneringsvarianten: de verontreiniging afdekken met een verhardings- en/of een leeflaag of het verwijderen van de verontreiniging. Een leeflaag is standaard minimaal 1 meter dik. Diverse gemeenten hebben in hun nota’s Bodembeheer al aangegeven dat in hun gemeente de leeflaag ter plaatse van de Industriezones niet perse 1 meter dik hoeft te zijn, maar dat met 50 cm kan worden volstaan. In de nota Bodembeheer van de gemeente Rheden stond dit niet. Voorgesteld wordt ook in Rheden deze regel over te nemen. Zodat er zo veel mogelijk gelijkheid binnen Gelderland ontstaat. Deze regel is geen verzwaring voor de saneerder en gezondheidsrisico’s zullen zich, gezien het gebruik, ook niet voordoen.
•
Informeren toezichthouder, artikel 5.4.x5 en artikel.5.4.x9. Bij alle graafwerkzaamheden in verontreinigde grond boven de Interventiewaarden is een melding verplicht. Dit moet een week van te voren zodat de toezichthouder zijn eventuele bezoek kan inplannen. Bij graafwerkzaamheden ten behoeve van spoedreparatie hoeft er geen melding plaats te vinden. Het voorgestelde artikel regelt dat bij spoedreparaties weliswaar geen schriftelijke melding vooraf nodig is, maar dat er wel even een telefoontje of mailtje naar de toezichthouder wordt gestuurd als men aan het werk gaat. Zodat de toezichthouder, als hij/zij dit nodig vindt, langs kan gaan. Dit artikel is op verzoek van de omgevingsdiensten opgenomen. Door deze regel is er geen sprake van een verzwaring van de regeldruk.
•
Tijdelijk uitnemen van grond, artikel 5.4.x11. In dit artikel is geregeld dat na tijdelijke uitname, grond met een verontreiniging boven de Interventiewaarde met asbest en/of mobiele verontreiniging niet mag worden teruggeplaatst. Voor mobiele verontreiniging is dit momenteel ook al geregeld in de Wet bodembescherming. Het verbod op terugplaatsen van grond met asbest boven de interventiewaarde is momenteel binnen verschillende gemeenten binnen de MRA van toepassing. In Rheden is dat momenteel alleen het geval bij gemeentelijke opdrachtverstrekking. In de praktijk komt in onze gemeente zelden een mobiele verontreiniging voor. Asbest wordt wel met enige regelmaat aangetroffen en vrijwel altijd wordt deze direct verwijderd. De regel wordt dan ook niet gezien als een verzwaring. Met deze nieuwe regel wordt de bestaande regel m.b.t. mobiele verontreiniging voortgezet en wordt er m.b.t. het terugplaatsen van asbest de Rhedense regel strenger. Maar deze wordt dan wel gelijk gesteld aan het regionale/Gelderse beleid.
•
Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, artikel 4.6.x2 en artikel 5.3.x2 lid 4. Elke gemeente moet in haar Omgevingsplan voor alle stoffen van het standaard analysepakket een Waarde Toelaatbare kwaliteit vaststellen. Indien uit een bodemonderzoek blijkt dat deze waarde bij één of meerdere stoffen uit het standaard analyse pakket wordt overschreden (in een hoeveelheid grond > 25 m³) is het verboden het bouwwerk op te richten of een evenwichtige toewijzing uit te voeren. Onder de huidige regelgeving heette dit de Interventiewaarde. In de bruidsschat heeft het Rijk geregeld dat ook in de toekomst hiervoor voorlopig nog de Interventiewaarde kan worden gebruikt. Gemeenten mogen hier van af wijken. Voorgesteld wordt de Interventiewaarden te gebruiken als Waarde Toelaatbare kwaliteit voor alle stoffen. Alleen bij nieuwe terreinen die aangewezen gaan worden als grote moestuin (> 200m²) wordt voor lood een lagere norm voorgesteld. Er is immers gebleken dat ook lage waarden van lood ongezond zijn voor met name jonge kinderen. Toen het college in maart 2020 besluiten heeft genomen over lood in bodem, was het niet mogelijk om per functie een norm vast te stellen. Om die reden is er destijds geen Pagina 4 van 7 RHD-
aparte (lagere)saneringsnorm opgesteld voor grote moestuinen (> 200 m²) ondanks het dringende advies van de GGD’en en de wens om dit advies over te nemen. Onder de Omgevingswet bestaat nu de mogelijkheid om dit wel te doen. De strengere norm voor lood is nieuw, maar eigenlijk omdat dit juridisch eerder niet mogelijk was. De wens bestond al wel bij het college. •
Terugsaneerwaarden, artikel 5.4.x23 met tabel 5.4.x24. Bodemsanering is nodig indien er een activiteit plaatsvindt op een locatie waar sprake is van meer dan 25 m³ grond die sterker verontreinigd is dan de Waarde Toelaatbare kwaliteit. Volgens de Omgevingswet zijn er twee saneringsvarianten: de verontreiniging afdekken met een verhardings- en/of een leeflaag of het verwijderen van de verontreiniging. Als gekozen wordt voor het verwijderen van de verontreiniging is het nodig om te weten tot waar er gesaneerd moet worden. Dus wanneer is de verwijdering voldoende. Bij een sanering van een nieuw ontstane verontreiniging (na 1 januari 1987) moet altijd alle verontreiniging worden verwijderd. Dat is op dit moment zo, en dat blijft zo. Voor een sanering van een bestaande verontreiniging (ontstaan voor 01 januari 1987) moet door de gemeente in het omgevingsplan een terugsaneerwaarde worden vastgesteld. In wijken waar overal al sprake is van een bepaalde mate van verontreiniging, is het niet logisch om veel geld en energie te besteden om het terrein maagdelijk schoon te maken. Om die reden kan de gemeente de terugsaneerwaarde bij bestaande verontreinigingen zelf vaststellen, waarbij rekening kan worden gehouden met de kwaliteit van de omgeving. Voorgesteld wordt aan te sluiten bij de werkwijze van het Besluit Bodemkwaliteit.
Daarbij wordt gekeken naar zowel de kwaliteit van de omgeving(de zone kwaliteit) en naar de functie waarin het gebied is ingedeeld (zie bijlage 2). Op die manier wordt rekening gehouden met het gemeentelijke uitgangspunt (Status-quo op zone niveau) en het bij het daadwerkelijke gebruik behorende maximale verontreinigingsniveau. In het collegebesluit (maart 2020) over ‘lood in de bodem’ is besloten in de gebieden waar sprake is van relatief hoge loodgehalten en die de functie Wonen hebben, gestreefd wordt naar een verbetering van de bodemkwaliteit m.b.t. lood. (paarse gebieden op figuur 2 in bijlage 2). Vanwege de zorg om de gezondheidseffecten van lood op jonge kinderen wordt voorgesteld voor locaties gebruikt als grote moestuin (> 200 m²), woningen met tuin en kinderspeelplaatsen te kiezen voor een lagere terugsaneerwaarde. De voorgestelde waarden komen overeen met de adviesnorm van de GGD’en voor een gezondheidsniveau ‘voldoende kwaliteit’ (waarbij minder dan 1 IQ punt verlies zou optreden). De GGD’en vinden eigenlijk dat gestreefd moet worden naar helemaal geen lood in de bodem. Naar verwachting zullen alle gemeenten een lagere terugsaneerwaarde voor lood kiezen. Een enkele gemeente zal er voor kiezen om bij een sanering alle loodverontreiniging te laten verwijderen.
De strengere norm voor lood is nieuw, en geeft een invulling aan het collegebesluit uit 2020 waarin besloten is te streven naar een verbetering van de bodemkwaliteit m.b.t. lood.
•
Bodemonderzoek op locaties uitgebreid bodemonderzoek en locaties beperkt vooronderzoek, Artikel 4.6.x1, artikel 4.6.x1b, artikel 5.2.x2a, artikel 5.3x3a, artikel 5.3.x5a en artikel 5.4.x2a. Volgens de huidige regelgeving is het bij een evidente wijziging van de functie in het bestemmingsplan, bij het bouwen van een pand bestemd voor gebruik door mensen en als grond wordt opgeslagen of toegepast, bodemonderzoek nodig. Onder de Omgevingswet is dat ook het geval. Alleen heet het dan anders. Nieuw onder de Omgevingswet is dat ook bij het graven van meer dan 25 m³ grond bodemonderzoek nodig is. Dit betekent een verzwaring van de onderzoeksplicht voor een ieder die in de grond graaft en extra meldingen, af te handelen procedures en beoordelingen door de ambtenaren. Dit speelt met name bij graafwerkzaamheden die niet in combinatie met bouwwerkzaamheden plaats gaan vinden, zoals bij de civiele werken van de gemeente Pagina 5 van 7 RHD-
zelf en bij de werkzaamheden van diverse kabelleggers. Nieuw is ook dat de Omgevingswet de mogelijkheid biedt om Aandachtgebieden aan te wijzen waar een overschrijding van de Waarde Toelaatbare Kwaliteit redelijkerwijs uit te sluiten is. De gemeente kan dan in haar Omgevingsplan regelen dat daar geen bodemonderzoek nodig is. Het omgekeerde is ook mogelijk. Deze regel wijkt af van de landelijke regels. Daar wordt immers in voorgeschreven dat bodemonderzoek nodig is. Binnen het Aandachtsgebied Beperkt Onderzoek is vervolgens geen Vooronderzoek en dus ook geen Verkennend bodemonderzoek meer nodig. Er staat ‘beperkt’ omdat de aanvrager wel een simpel vragenlijstje moet invullen om na te gaan of er in het verleden misschien iets op het terrein is gebeurd waardoor bodemverontreiniging kan zijn ontstaan. Bijvoorbeeld brand. Binnen het Aandachtgebied uitgebreid onderzoek is wel altijd bodemonderzoek nodig. Er staat ‘uitgebreid’ omdat zowel een Vooronderzoek- als een Verkennend onderzoek nodig zal zijn. Aangezien eigenlijk alle regels direct of indirect volgen uit de instructieregels is het eigenlijk niet mogelijk om bodemregels te schrappen. Het aanwijzen van een aandachtgebied beperkt onderzoek is echter wel een mogelijkheid om de regeldruk te verlichten.
Het aanwijzen van een dergelijk gebied is een goede mogelijkheid om het motto van de Omgevingswet Eenvoudig Beter ook daadwerkelijk uit te voeren. De in de omgevingsverordening van de provincie Gelderland genoemde regels zijn niet in strijd met de bodemregels zoals voorgesteld. De in het voorbereidingsbesluit grondwaterbescherming van de provincie Gelderland genoemde regels kunnen zo over genomen worden in het omgevingsplan. De regels zijn zeer vanzelfsprekend en niet echt verzwarend. 5 Wat zijn de financiële consequenties? Voor de voorbereiding op de Omgevingswet, het maken van de voorbeeldregels m.b.t. bodem, het opstellen van processchema’s en het uitzoeken hoe geometrische begrenzingen moeten worden bepaald en verwerkt, heeft de provincie een subsidie beschikbaar gesteld van €50.000,- per gemeente. Ze doet dit in het kader van de Warme Overdracht. Immers, de provincies waren bevoegd gezag m.b.t. de bodemtaken uit de Wet Bodembescherming en nu gaat die bevoegdheid naar de gemeenten. De gemeente Rheden heeft die subsidie aangevraagd en gekregen (december 2022). De looptijd van de subsidie is tot 1 januari 2025. De ODRA heeft samen met de bijbehorende gemeenten een programma opgesteld met allerhande projecten die hier onder vallen. Alle ODRA gemeenten betalen hier aan mee. Voor het jaar 2023 is €30.000,00 over gemaakt naar de ODRA.
Eind van dit jaar zal een bijdrage voor 2024 worden gevraagd (naar verwachting van €15.000,-). Er is geen effect op de begroting.
Inzicht verloop beschikbaar budget:
Structureel./ Incidenteel
2019
2020
2021
Budget: Af: aangegane verplichtingen: Bij: inkomsten: Beschikbaar: Gevraagd budget: Pagina 6 van 7 RHD-
2022
Restant budget nog beschikbaar: 6 Wat zijn de risico’s? Aangezien de bouwstenen voor bodemregels het vervolg zijn op de Instructieregels, het huidige gemeentelijke beleid en de afspraken die binnen het Gelders Bodem Overleg zijn gemaakt, worden er van die kant geen risico's verwacht. Zolang de bodemregels niet vastgesteld worden en worden opgenomen in het Omgevingsplan, moet er gewerkt worden met alleen de bruidsschat regels. 7 Wat is het draagvlak voor dit voorstel? De voorgestelde bouwstenen voor bodemregels in het Omgevingsplan komen overeen met de voorbeeldregels vanuit het Gelders Ondergrond Overleg (waarin zowel Gelderse gemeente als omgevingsdiensten in vertegenwoordigd zijn). 8 Hoe en met wie wordt er gecommuniceerd? Met het besluit tot instemmen van deze bouwstenen treden er nog geen nieuwe bodemregels in werking, omdat deze nog niet officieel bekend kunnen worden gemaakt. De bodemregels kunnen pas na het vaststellen van het omgevingsplan in de juiste vorm worden opgenomen, bekend gemaakt en in werking treden. 9 Wordt er een evaluatie uitgevoerd? Er volgt geen aparte evaluatie. Wel wordt er, samen met onze samenwerkingspartners, continu onderzocht waar verbeteringen en/of aanpassingen nodig zijn. Velp,
Pagina 7 van 7 RHD-