BP Toelichting
Tekst van het document
De gemeente Rheden valt binnen de categorie 'matig stedelijk´. In de regels is verwezen naar de 'Nota parkeernormen Rheden 2015' en deze is als bijlage opgenomen. Indien de parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen. Dit heet een dynamische verwijzing. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bepaald (ECLI:NL:RVS:2018:1578) dat voor uitsluitend een gebruikswijziging geen dynamische verwijzing in de regels opgenomen mag worden. In de regels is dan ook een onderscheid gemaakt in uitsluitend gebruik (Nota parkeernormen Rheden 2015 is van toepassing) en in activiteiten bouwen of bouwen in combinatie met gebruik (Nota parkeernormen Rheden 2015 is van toepassing of diens opvolger). Beoordeling Bij dit project is enkel sprake van het omzetten van een tijdelijke naar een definitieve weg en bijbehorende natuurcompensatie. Daarbij is de weg enkel bedoeld als ontsluiting voor de bestaande boerderij. De weg zal in de permanente situatie dan ook geen verkeersaantrekkende werking hebben. Hetzelfde geldt voor de aanleg van natuur. Ook is geen sprake van nieuwe ontwikkelingen waardoor de parkeervraag zal toenemen. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
38 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
4.10 Externe veiligheid Kader Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Beoordeling Het voorliggende plan voorziet niet in het mogelijk maken van risicovolle functies. De ontsluitingsweg is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Ook is de weg geen inrichting als bedoeld in het Bevi. De ontsluitingsweg kruist een leiding van Gasunie. Met de leidingbeheerder is afgestemd dat de gasleiding niet verlegd hoeft te worden als gevolg van de omzetting van een tijdelijke naar een definitieve weg. Er worden afspraken gemaakt met Gasunie over het beheer van de overkluizing. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
39 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
4.11 Milieuzonering Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. Beoordeling In dit project worden geen milieubelastende of milieugevoelige functies gerealiseerd. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
4.12 Milieueffectrapportage Kader De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. 40 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Omdat de activiteit waarvoor dit bestemmingsplan geldt, niet voorkomt in kolom 1 van de D-lijst hoeft voor geen vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Conclusie Het omzetten van de tijdelijke naar de definitieve weg is geen mer-beoordelingsplichtige activiteit.
Dit aspect is hiermee niet van toepassing voor dit plan. De natuurcompensatie valt onder activiteit D 9 in het besluit MER, namelijk 'een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan'. De hoeveelheid in te richten natuur blijft onder de grenswaarde van 125 ha of meer. Wel betekent dit dat hiervoor een aanmeldnotitie nodig is. Deze notitie is opgenomen in Bijlage 3.
41 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
42 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten
5.1
Algemeen Een bestemmingsplan is een juridisch instrument waarbij de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de grond en de opstallen zijn vastgelegd. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf en overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vervat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn.
5.2
Procedure bestemmingsplan De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, moet worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden die niet kunnen worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.
5.3
Verbeelding en regels De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. De wijze waarop een bestemmingsplan vorm krijgt, is vastgelegd in landelijke standaarden. 43
Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
5.3.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ter nadere invulling c.q. verbijzondering van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels. Voor de verdere uitleg hiervan wordt verwezen naar onderstaande uitleg onder 6.3.2. Voor de beschrijving van het bestemmingsplan wordt verwezen naar Hoofdstuk 5.
5.3.2 Regels De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken. Deze worden kort beschreven. Daarna volgt een toelichting op de planregels. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2). Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Eerst de bestemmingsregels en vervolgens de dubbelbestemmingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend worden de (eventuele) afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van het bouwen en het gebruik omschreven. Daarna de specifieke gebruiksregels en de vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde (aanlegvergunningenstelsel), voor zover dit aan de orde is. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. Algemene regels In hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan.
Denk aan de anti-dubbeltelregel en de regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen. Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden. De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Hierna worden de bestemmingen uit voorliggend bestemmingsplan toegelicht. Bestemming Verkeer Wegen zijn ondergebracht in de bestemming Verkeer. Daarmee is de aanwezige verkeersstructuur uitgangspunt. Binnen deze bestemming mag worden geparkeerd. Ook binnen deze bestemming is groen en water mogelijk, echter hier vindt geen borging plaats van deze functies op de verbeelding. 44 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
Bestemming Natuur Deze bestemming is toegekend aan de gedeeltes in het plangebied bedoeld voor de instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke waarden. Bestemming Waarde – Archeologie 1, 2 en 3 Deze dubbelbestemmingen zijn overgenomen uit het ontwerp 'Bestemmingsplan Archeologie' (gebaseerd op de Archeologische beleidskaart gemeente Rheden uit 2012) en zijn afgestemd op de mate waarin vondsten verwacht kunnen worden. Bestemming Waarde – Cultuurhistorie De dubbelbestemming is toegekend aan een gebied indien dit gebied een cultuurhistorische waarde vertegenwoordigd. Bestemming Leiding - Gas De dubbelbestemming is toegekend aan de bestaande gasleiding in het plangebied. Middels deze dubbelbestemming wordt de bescherminng en instandhouding van de gasleiding geborgd.
5.4
Reikwijdte bestemmingsplan Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand.
5.5
Handhaving Het bestemmingsplan maakt op een eenvoudige wijze duidelijk wat is toegelaten en is daarmee goed handhaafbaar. Burgemeester en wethouders kunnen bestuursrechtelijk optreden tegen activiteiten die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Daartoe is beleid vastgesteld. Daarnaast kan ook via de strafrechtelijke weg worden opgetreden. Een overtreding van de regels is een strafbaar feit waarop de Wet op de Economische Delicten van toepassing is.
45 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
46 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid
kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient de economische uitvoerbaarheid te worden onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien: a. het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, en b. het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is, en c.
het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, en het inrichten van de openbare ruimte en woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is, of
d. één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van toepassing is, te weten: 1. het totaal der wettelijk te verhalen exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000,00, of 2. er geen verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening aan de orde zijn, of 3. de verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op de nutsvoorzieningen betreffen. De Wet ruimtelijke ordening kent voorts een regeling welke voorziet in een tegemoetkoming in schade indien deze boven het normale maatschappelijke risico uitstijgt. Burgemeester en wethouders hebben ter zake van planschade een verordening vastgesteld. Beoordeling (aanvullen info locatie) conclusie Gelet op het vorenstaande is de economische uitvoerbaarheid verzekerd.
47 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
48 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Inspraak Kader De gemeente kent op grond van de Gemeentewet een inspraakverordening. Deze verordening verplicht niet tot het geven van inspraak bij de voorbereiding van bestemmingsplannen. Beoordeling Gezien de aard van onderhavig bestemmingsplan waarbij de bestaande mogelijkheden uitgangspunt zijn, de nieuwe ontwikkelingen inzichtelijk zijn en o.a. de wijzigingen in de standaardplanmethodiek in de fase van voorbereiding van het bestemmingsplan bekend zijn gemaakt en ter inzage hebben gelegen, bestaat geen aanleiding om onverplicht inspraak te geven. Conclusie Volstaan is met de wettelijke procedure zoals opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening.
7.2
Vooroverleg Kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening wordt vooroverleg gepleegd met de besturen van de betrokken gemeenten, waterschappen en met diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor een goede ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Van de kant van de provincie Gelderland en het rijk is bericht in welke gevallen zij vooroverleg nodig vinden. Beoordeling In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft overleg plaatsgevonden met de volgende instanties: a. Waterschap Rijn en IJssel b. Provincie Gelderland c.
Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
d. Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden De resultaten van het vooroverleg zijn hieronder samengevat weergegeven. Daarbij is tevens de gemeentelijke reactie hierop weergegeven. ad a. Waterschap Rijn en IJssel Opmerkingen 49 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
Het waterschap heeft geen inhoudelijke opmerkingen op het ontwerp bestemmingsplan en geeft aan dat er ten aanzien van wateraspecten geen items zijn die aanpassing behoeven. Voor het permanent maken van de dam met duiker over de watergang is een watervergunning verleend door het waterschap op 11 oktober 2023. Reactie gemeente Geconcludeerd kan worden dat het waterschap akkoord gaat met het voorgelegde plan. ad b. Provincie Gelderland Opmerkingen De afdeling Cultuur en Erfgoed adviseert positief op het permanent maken van de ontsluitingsweg. De provincie concludeert dat het plan goed is afgewogen en er voldoende aandacht is voor de historie en bestaande cultuurhistorische waarden van de locatie. Wel stelt de provincie een aantal voorwaarden met betrekking tot de landschappelijke inpassing, welke gelijk zijn aan de aanbevelingen van de Commissie Cultuurhistorie van de gemeente. Deze punten worden in het landschappelijke inpassingsplan verwerkt. Reactie gemeente Geconcludeerd kan worden dat de provincie Gelderland vanuit haar belang geen belemmeringen ziet ten aanzien van het voorgelegde plan. ad c. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed Opmerkingen De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed adviseert positief op het permanent maken van de ontsluitingsweg.
De Rijksdienst stelt dat de impact op de landschappelijke karakteristiek acceptabel is, ook rekening houdend met de noodzakelijkheid van een veilige spoorwegovergang. Wel wordt geadviseerd om bij het plaatsen van solitaire bomen in de weide tussen het spoor en de Zutphensestraat enige afwisseling in bomen te hanteren. Op deze manier wordt een te 'gepland' aanzicht voorkomen en het natuurlijke karakter versterkt. Om het laanbeeld van het Blauwe Laantje zoveel mogelijk te versterken worden hier zomereiken geadviseerd, welke aansluiten bij de bestaande bomen. Reactie gemeente Geconcludeerd kan worden dat de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed vanuit haar belang geen belemmeringen ziet ten aanzien van het voorgelegde plan. De genoemde adviespunten worden verwerkt in het landschappelijke inpassingsplan. ad d. Veiligheidsregio Gelderland-Midden Opmerkingen De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden adviseert om het project af te stemmen met de Gasunie. Omdat de voorgestelde wijziging geen consequenties heeft voor het omgevingsrisico ziet zij geen aanleiding verdere aanvullende maatregelen te adviseren. Reactie gemeente Geconcludeerd kan worden dat de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden vanuit haar belang geen belemmeringen ziet ten aanzien van het voorgelegde plan.
In het voortraject heeft daarnaast reeds afstemming met Gasunie plaatsgevonden over de kruising van de ontsluitingsweg en de in het 50 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
plangebied aanwezige gasleiding. Er worden afspraken gemaakt met Gasunie over het beheer van de overkluizing.
Conclusie Op basis van het de resultaten van het vooroverleg zijn er geen belemmeringen voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
7.3
Zienswijzen Kader Het Besluit ruimtelijke ordening voorziet erin dat, voordat de formele procedure wordt gestart met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, wordt kennis gegeven van het voornemen om een bestemmingsplan te vervaardigen. De vooraankondiging is op 4 oktober 2023 geplaatst in de Regiobode, een huis-aanhuisblad. En is daarnaast gepubliceerd in het elektronische Gemeenteblad op de website www.overheid.nl. Deze website is ook bereikbaar via een link op de gemeentelijke website. De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan is ingevolge de Wet ruimtelijke ordening op 29 november 2023 bekend gemaakt in de Regiobode, de Staatscourant en in het elektronische Gemeenteblad. Op de gemeentelijke website is voor de in procedure zijnde bestemmingsplannen een link geplaatst die doorleidt naar de officiële bekendmakingen op de website www.overheid.nl.
Gedurende de termijn van
terinzagelegging van 30 november 2023 tot en met 10 januari 2024 heeft een ieder de mogelijkheid gehad zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren te brengen. In deze periode was het bestemmingsplan met het ontwerpbesluit via www.ruimtelijkeplannen.nl digitaal te raadplegen. De analoge versie lag ter inzage in het gemeentehuis. Beoordeling Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Conclusie Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt voor beroep ter visie gelegd.
51 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen e... (vastgesteld)
Velp | Rheden | De Steeg | Ellecom | Dieren Spankeren | Laag-Soeren | Landelijk gebied
Gemeentehuis Hoofdstraat 3 | 6994 AB De Steeg | postbus 9110 | 6994 ZJ De Steeg T 026 4976911 | F 026 4976518 | E gemeente@rheden.nl | www.rheden.nl
gemeente Rheden