Bloemershof bijlagen
Tekst van het document
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Haalbaarheid en afweging
Bodem Geluid Natuur/Ecologie Groen Water Archeologie Cultuurhistorie Luchtkwaliteit Verkeer en parkeren Externe veiligheid Ontplofbare oorlogsresten Milieuzonering Milieueffectrapportage
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Beleid
Rijk Provincie Waterschap Gemeente
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Beschrijving van het plan
Beschrijving huidige situatie De beoogde ontwikkeling
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding
Algemeen Aanleiding bestemmingsplan Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
5 6 6 7 7 8 10 10 10 13 13 16 19 20 29 29 32 34 37 37 41 43 44 44 46 50 51 52
Juridische aspecten
55
Algemeen Procedure bestemmingsplan Verbeelding en regels Reikwijdte bestemmingsplan Handhaving
55 55 56 58 58
2
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
59
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
60
7.1 7.2 7.3
Vooroverleg Inspraak massastudie Zienswijzen
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13
Beeldkwaliteitsplan Bloemershof Evaluatie bodemsanering Akoestisch onderzoek milieuzonering Quickscan Wet natuurbescherming Onderzoek stikstofdepositie Boominventarisatie Infiltratieonderzoek Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek Cultuurhistorische analyse Carola risicoberekening Bloemershof Dieren Omgevingsadvies Verklaring vrij van explosieven Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.
3
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
60 60 61
Regels
62
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Inleidende regels
63
Begrippen Wijze van meten
63 67
Bestemmingsregels
68
Groen Tuin Verkeer Wonen Leiding - Gas
68 70 71 72 75
Algemene regels
77
Anti-dubbelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels
77 78 80 82 84 85
Overgangs- en slotregels
86
Overgangsrecht Slotregel
86 87
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2
Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis Parkeernormen
4
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Toelichting
5
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Hoofdstuk 1 Inleiding
Leeswijzer De toelichting op een bestemmingsplan wordt binnen de gemeente volgens een vast stramien opgebouwd, en wel als volgt. Hoofdstuk
Inhoud
1 Inleiding
Kort wordt ingegaan op het bestemmingsplan in het algemeen; de aanleiding voor onderhavig plan; de ligging van het plangebied en het geldende bestemmingsplan.
2 Beschrijving van het plan
Hier wordt de huidige stand van zaken beschreven en een beschrijving van de beoogde ontwikkeling gegeven.
3 Beleid
Aangegeven wordt binnen welke beleidskaders en regels van het rijk, provincie, waterschap en de gemeente het bestemmingsplan is opgesteld.
4 Haalbaarheid en afweging
De haalbaarheid en afweging, de uitgevoerde onderzoeken en conclusies komen hier aan de orde.
5 Juridische aspecten
Beschreven wordt de procedure die een bestemmingsplan doorloopt en wordt een toelichting gegeven op de regels van het bestemmingsplan.
6 Economische uitvoerbaarheid
Toegelicht wordt of uitvoering van het bestemmingsplan economisch haalbaar is.
1.1
7 Maatschappelijke
Hier wordt beschreven hoe de procedure is verlopen tot
uitvoerbaarheid
de vaststelling van het bestemmingsplan.
Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het heeft. In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen aangegeven door middel van kleuren en symbolen, waarbij per object regels zijn gegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat juridisch wordt toegestaan. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status.
6
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
1.2
Aanleiding bestemmingsplan Het onderhavige bestemmingsplan heeft als doel om op de locatie aan de Burgemeester Bloemersstraat in Dieren een woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. Beoogd wordt om ter plaatse 25 appartementen en 7 grondgebonden woningen te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Op basis van het geldende bestemmingsplan "Dieren 2017, Woongebieden-Noord" kent het plangebied namelijk een maatschappelijke bestemming. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het benodigde planologisch-juridische kader om de voorgenomen woningbouwontwikkeling mogelijk te maken.
1.3
Ligging plangebied Het bestemmingsplan heeft betrekking op de Burgemeester Bloemersstraat te DierenNoord, ook wel bekend als 'Bloemershof'. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven. Aan de noordoostzijde grenst het perceel aan de Brandweerkazerne van Dieren, de gymzaal en de Tender, een school voor praktijkonderwijs. Ten zuiden ligt het zorgcentrum Intermezzo/Hofstaete van Attent. Ten (zuid)westen van het plangebied zijn agrarische velden en volkstuinen aanwezig, behorende tot het landgoed Hof te Dieren. Daarachter beginnen de bossen van de Veluwe. Het treinstation bevindt zich op een loopafstand van 4 minuten van het plangebied.
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied
7
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
1.4
Geldend bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Dieren 2017, Woongebieden-Noord" dat op 22 mei 2019 door de gemeenteraad van Rheden is vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldend bestemmingsplan weergegeven. In het geldende bestemmingsplan heeft de locatie de enkelbestemming 'Maatschappelijk 1' met een bouwvlak en de maatvoeringsaanduidingen 'maximum bebouwingspercentage: 35%' en 'maximum bouwhoogte: 7 m'. Dergelijke gronden zijn bestemd voor maatschappelijke activiteiten, daaronder begrepen artsenpraktijken, klinieken, apotheken, bibliotheek, buurt- en clubhuizen, scholen et cetera. Naast deze enkelbestemming is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' van toepassing. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Op basis hiervan is voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, een onderzoeksrapport naar de archeologische waarden van de gronden nodig. Langs de zuidelijke perceelsgrens kent het plangebied tevens de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'.
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse hogedruk gastransportleiding met een belemmeringenstrook van 4 meter ter weerzijden van de hartlijn van de leiding. Verder kent het plangebied de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - boringsvrije zone (grondwaterbescherming)' en 'veiligheidszone - niet gesprongen explosieven'. Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone (grondwaterbescherming)' geldt dat de gronden - naast de andere aangewezen bestemming(en) - tevens bestemd zijn voor de instandhouding van grondlagen ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de drinkwatervoorziening. Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - niet gesprongen explosieven' geldt dat die gronden, naast de andere aangewezen bestemmingen, tevens bestemd zijn voor de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven in de bodem.
8
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan
De beoogde woningbouwontwikkeling is niet passend binnen het geldende bestemmingsplan. Derhalve is voorliggend bestemmingsplan opgesteld, waarin het plangebied de bestemmingen 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer' en 'Wonen' krijgt.
9
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan
2.1
Beschrijving huidige situatie
Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Dieren, gemeente Rheden, aan de Burgemeester Bloemersstraat. Het betreft het hoekperceel, begrensd door de Burgemeester Bloemersstraat en de Oostlaan. Aan de noordoostzijde grenst het perceel aan de Brandweerkazerne van Dieren, de gymzaal en de Tender, een school voor praktijkonderwijs. Ten zuiden ligt het zorgcentrum Intermezzo/Hofstaete van Attent. Ten (zuid)westen van het plangebied zijn agrarische velden en volkstuinen aanwezig, behorende tot het landgoed Hof te Dieren. Daarachter beginnen de bossen van de Veluwe. Het treinstation bevindt zich op een loopafstand van 4 minuten van het plangebied. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Dieren, sectie O, nummer 338 (ged.) een heeft een omvang van circa 8.545 m2. Het perceel bestaat uit een braakliggend grasland met bomenrijen rondom; het perceel is geheel onbebouwd en onverhard.
Afbeelding 2.1: Huidige situatie plangebied
2.2
De beoogde ontwikkeling
2.2.1 Planbeschrijving De beoogde ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling op het hoekperceel, begrensd door de Burgemeester Bloemersstraat en de Oostlaan. Het voornemen voorziet in de realisatie van in totaal 32 woningen, waarvan 25 appartementen en 7 grondgebonden woningen.
10
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
In 2006 heeft de gemeenteraad de kaders voor de totale gebiedsontwikkeling vastgesteld. Hierin is opgenomen dat op het braakliggend terrein achter de brandweerkazerne, gymzaal en school, gelegen aan de Harderwijkerweg in Dieren, woningbouw komt. Na vaststelling in de raad is er een prijsvraag, een zogenaamd ontwerp-/ontwikkelingscompetitie uitgeschreven. Door onder meer de woningbouwcrisis in 2008 en faillissement van de ontwikkelaar van destijds, is verdere planvorming en realisatie van de woningbouw tot nu toe uitgebleven. De brandweerkazerne, school en gymzaal zijn wel gerealiseerd van uit het winnende ontwerp. Het "winnend ontwerp" van destijds, in de vorm van twee bouwblokken/benen, vormt ook nu weer het uitgangspunt voor het verdere ontwerp. De reeds gerealiseerde school, gymzaal en brandweerkazerne moeten een eenheid gaan vormen met de toekomstige woningbouw. Het nog te realiseren deel; de twee bouwblokken/benen zullen bestaan uit 25 appartementen (noordelijk been) en 7 grondgebonden woningen (zuidelijk been). Het noordelijke been krijgt een bouwhoogte van maximaal drie bouwlagen met een plat dak. Vervolgens loopt de bebouwing trapsgewijs af richting de gymzaal; met bouwhoogtes van maximaal twee bouwlagen en één bouwlaag. Het zuidelijke been krijgt een bouwhoogte van maximaal twee bouwlagen met een platte afdekking.
De grondgebonden woningen hebben een klein stukje privé tuin met ruimte voor een tuinkast. De appartementen beschikken over een kleine privé tuin of balkon. Het midden van het plangebied zal worden ingericht als openbaar gebied met veel groen en een wadi. Ter plaatse worden tevens de privé tuinen van de grondgebonden woningen en appartementen beoogd. Parkeren zal plaatsvinden aan de randen van het plangebied.
Afbeelding 2.2: Vogelvlucht vanaf de Burgemeester Bloemersstraat
11
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Afbeelding 2.3: Vogelvlucht vanaf de Harderwijkerweg
2.2.2 Beeldkwaliteitsplan Aanvullend op het welstandsbeleid is er een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan kan gelijktijdig met het bestemmingsplan, als aanvulling op de welstandsnota, door de gemeenteraad worden vastgesteld zodat het plan juridisch rechtskracht heeft. Hierin is onder meer aandacht besteed aan de vormgeving van de gebouwen, zoals gevel, kleur- en materiaalgebruik en de inrichting van de ruimte daar omheen, zoals de tuinen. Verwezen wordt naar Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan Bloemershof.
12
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Hoofdstuk 3 Beleid
In dit hoofdstuk komt het ruimtelijk beleid op hoofdlijnen aan de orde. Het gaat hier om vigerend beleid op rijks-, provinciaal-, waterschaps- en gemeentelijk niveau. Bij de beoordeling van de haalbaarheid in Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op specifiek beleid.
3.1
Rijk
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de 'Nationale Omgevingsvisie (NOVI)' vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Door het nationale karakter van de NOVI en de relatief kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding.
13
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening stelt het Rijk een aantal regels die zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 verder aangevuld. Gezien de aard en omvang van onderhavig plan zijn er geen raakvlakken met het Barro. Vanuit het Barro zijn er geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ladder voor duurzame verstedelijking – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. De ladder voor duurzame verstedelijking is herzien en per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1 sub i van het Bro gedefinieerd als: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Een aantal aspecten is van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en/of de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is.
Uit de jurisprudentie, die is verschenen sinds de inwerkingtreding van de ladder, blijkt dat de afdeling bestuursrechtspraak een zekere ondergrens stelt aan ontwikkelingen als het gaat om de beoordeling of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een stedelijke ontwikkeling als meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn getrokken, dat vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het planvoornemen beoogt de realisatie van maximaal 32 woningen. De mogelijkheden die het plan bevat, betreffen derhalve een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Een motivering is nodig waaruit blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet onder andere aandacht besteed worden aan de uitvoerbaarheid van het plan (behoefte).
14
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Behoefte De behoefte bij een woningbouwontwikkeling wordt bepaald door de confrontatie van de lange termijn prognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. In veel provincies en regio's zijn prognosemodellen beschikbaar die bruikbaar zijn om de behoefte te bepalen. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieus. Het is onder meer voor jongeren/starters en senioren lastig een geschikte woning te vinden in de gemeente Rheden. Er wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor senioren, zodat er een verhuisketen op gang kan komen. Hier profiteren ook starters en jongeren van. In de gemeente Rheden is met name behoefte aan het toevoegen van levensloopbestendige appartementen en levensloopgeschikte grondgebonden woningen in alle prijsklassen, maar met de nadruk op het betaalbare segment. Met de Woonagenda Arnhem e.o. 2021-2023 ‘Wendbaar sturen, verantwoord versnellen’ werken de gemeenten aan voldoende, passende en kwalitatief goede woningen in leefbare wijken en dorpen. Met de agenda wordt de regionale afstemming van woningbouwplannen en ambities vastgelegd.
In de subregio Arnhem is afgesproken dat er in de periode 20172027 ruimte is voor het bouwen van 13.500 woningen. Hiervan dienen er 681 in Rheden gebouwd te worden. Er zijn reeds 131 woningen gebouwd, wat betekent dat er nog een opgave van circa 550 woningen ligt. Het project 'Bloemershof' is daarbij reeds opgenomen in de Woningmarktmonitor en valt derhalve binnen de (zachte) plancapaciteit van de gemeente Rheden. De gemeente Rheden heeft in 2020 de Woonvisie 2020-2026 vastgesteld (zie ook paragraaf 3.4 Gemeente). In deze visie laat de gemeente een toekomstbeeld zien van hoe inwoners kunnen wonen en leven in de gemeente Rheden en hoe dit bereikt wordt. In paragraaf 3.4.12 Wonen wordt nader ingegaan om de gemeentelijke woonvisie en hoe het planvoornemen hierbij aansluit. Binnen de gemeente Rheden als geheel en de kern Dieren specifiek, is zowel kwalitatief als kwantitatief behoefte aan het realiseren van de beoogde woningen. Op basis van het voorstaande kan gesteld worden dat voldoende behoefte is aan het planvoornemen, zowel kwalitatief als kwantitatief. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking.
15
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
3.2
Provincie
3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan:
energietransitie;
klimaatadaptatie;
circulaire economie;
biodiversiteit;
bereikbaarheid;
economisch vestigingsklimaat;
woon- en leefklimaat.
Woon- en leefklimaat Voor dit bestemmingsplan is de ambitie voor het woon- en leefklimaat van toepassing. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Zo worden de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland versterkt, nu en in de toekomst. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Hierbij gelden de volgende ambities:
Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen.
alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas.
woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.
Met de voorgenomen ontwikkeling wordt in een duurzame toekomstfunctie voorzien voor de locatie Burgemeester Bloemersstraat in Dieren. De woningen worden gasloos uitgevoerd en voorzien van goede isolatie. De bebouwing sluit qua uitstraling en massa goed aan op de uitstraling van de bebouwing in de omgeving. En zoals eerder is aangegeven draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan een grotere woningdifferentiatie in de kern Dieren; er worden maximaal 32 woningen gerealiseerd die zowel geschikt zijn voor starters als senioren en zijn daarmee levensloopgeschikt. Gesteld kan worden dat het planvoornemen passend is binnen de ambities van de provincie wat betreft het woon- en leefklimaat. Gelet op het voorstaande kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
16
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland In de Omgevingsverordening Gelderland is het ruimtelijke beleid zoals dat in de Omgevingsvisie Gelderland is verwoord, deels verankerd. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening wordt regelmatig geactualiseerd. Voor onderhavig plan is gebruik gemaakt van de op 31 maart 2021 vastgestelde versie. Deze verordening is bindend voor de gemeente. Voor onderhavig bestemmingsplan zijn de volgende onderwerpen uit de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing:
overig gebied glastuinbouw;
tijdelijk verbodsgebied hervestiging glastuinbouw;
tijdelijk verbodsgebied nieuwvestiging glastuinbouw
tijdelijk verbodsgebied uitbreiding glastuinbouw;
grondwaterbeschermingsgebied;
boringsvrije zone;
koude-warmteopslagvrije zone;
intrekgebied;
Glastuinbouw, afdeling 2.3 De Omgevingsverordening bevat een drietal tijdelijke verboden op grond van artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. In het plangebied geldt een verbod voor de uitbreiding, hervestiging en nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven. Deze verbodsbepalingen zijn opgenomen voor de gehele provincie. Onderhavig planvoornemen heeft geen betrekking op een glastuinbouwbedrijf. De bepalingen in afdeling 2.3 zijn dan ook niet van toepassing op onderhavig bestemmingsplan. Grondwaterbescherming met het oog op de waterwinning, afdeling 3.2 Uit de Omgevingsverordening Gelderland blijkt dat het westelijk deel van Dieren gedeeltelijk is gelegen in het grondwaterbeschermingsgebied. Voor het plangebied betekent dit dat bepaalde activiteiten niet zijn toegelaten of alleen nadat gedeputeerde staten hieraan meewerken. Op grond van de verordening zijn verder aangewezen een boringsvrije zone (het gebied binnen de rode omlijning) en een koude-warmteopslagvrije zone (de blauwe horizontale belijning). Daarnaast is een ruimer intrekgebied aangewezen op basis van de Omgevingsverordening.
17
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Afb eelding 3.1: Woningbouwmonitor
Ter plaatse van het grondwaterbeschermingsgebied is (her)ontwikkeling mogelijk, mits de nieuwe bestemming geen groter risico vormt voor de grondwaterkwaliteit dan de bestaande bestemming. Een ontwikkeling vormt een risico voor de grondwaterkwaliteit indien sprake is van de aanleg van een open of gesloten bodemenergiesysteem en diepteinfiltratie, het gebruik van IBC-stoffen, tenzij het een bijzonder geval betreft en het noodzakelijk is voor het algemeen belang. Van voorstaande activiteiten is onderhavige situatie geen sprake; de ontwikkeling vormt dan ook geen groter risico voor de grondwaterkwaliteit dan de bestaande bestemming. Daarnaast moet de bouw voldoen aan de regels en voorschriften uit de Omgevingsverordening. De voorschriften staan in de bijlage bij de Omgevingsverordening 'Grondwaterbescherming'. Activiteiten die zijn toegestaan, mits de voorschriften uit de Omgevingsverordening worden nageleefd, zijn het afkoppelen van hemelwater, niet dieper dan 3 meter graven/boren, het aanleggen van riolering en het toepassen van grond (artikel 3.16 t/m 3.23). Het grondwaterbeschermingsgebied is geen belemmering voor de doelen van dit bestemmingsplan. Wel zal het grondwaterbeschermingsgebied en de bijbehorende boringsvrije zone, met de huidige begrenzing, worden opgenomen in het bestemmingsplan.
Het provinciaal kader, zoals hierboven beschreven, blijft gelden, zodat ook de provinciale verordening geraadpleegd moet worden voor bovengenoemde gebieden.
18
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
3.2.3 Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapselementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone worden beschermd door in bestemmingsplannen hiermee rekening te houden. Daarvoor vormt de Omgevingsverordening Gelderland de basis. In de Omgevingsverordening zijn de kernkwaliteiten van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone vastgelegd. Binnen het Gelders Natuurnetwerk worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt. In de Groene Ontwikkelingszone worden geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied.
Hiervan kan slechts worden afgeweken indien er geen reële alternatieven zijn, sprake is van redenen van groot openbaar belang, de negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en samenhang zoveel mogelijk worden beperkt en gelijkwaardig worden gecompenseerd. Volledigheidshalve is getoetst of het plangebied betrekking heeft op het Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingszone zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Gelderland. Hetgeen niet het geval is gebleken aangezien het plangebied zelf niet is gelegen in het Gelders Natuurnetwerk en/of de Groene Ontwikkelingszone. Het plangebied grenst wel aan de Groene Ontwikkelingszone.
3.3
Waterschap Het waterschap heeft de zorg voor de waterkeringen, is verantwoordelijk voor het gronden oppervlaktewater in het landelijke gebied en in het stedelijk gebied voor het oppervlaktewater. Daarnaast heeft het waterschap als taak het zuiveren van het afvalwater. Het plangebied is gelegen binnen het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda. Zoals reeds nader beschreven in paragraaf 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland is het plangebied gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied en vormt deze ontwikkeling geen belemmering voor de doelen van dit bestemmingsplan. De belangen van het waterschap zijn binnen het watertoetsproces meegewogen. Dit is nader beschreven in paragraaf 4.5 Water.
19
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
3.4
Gemeente Voor onderhavig plangebied is het volgende gemeentelijke beleid van belang.
3.4.1 Structuurvisie Voor het dorp Dieren is op 16 april 2019 de structuurvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie beschrijft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling op lange termijn en de daarvoor noodzakelijke maatregelen op korte en middellange termijn, met als doel de leefbaarheid van het dorpen en zijn omgeving in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. De visie van de gemeente is het streven naar een toekomstbestendige woningvoorraad die past bij de veranderende behoeften van inwoners, nu en straks. De Dierense woningmarkt is volop in beweging en de vraag naar woningen is op dit moment groot.
Afbeelding 3.2: Uitsnede Structuurvisie Dieren
Het plangebied is op de visiekaart aangewezen als 'stedelijk gebied' en 'ontwikkellocatie voor woningbouw (rood)'. De Burgemeester Bloemersstraat is daarnaast aangewezen als hoofdbomenstructuur (groen raamwerk).
20
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Voor woningbouw geldt al enige tijd: inbreiding gaat voor uitbreiding. Ontwikkelingen binnen stedelijk gebied zijn echter een heel gepuzzel en vragen om maatwerk. Op deze locaties is ruimte namelijk schaars. Dat vergt extra inspanning om naast woningen ook ruimte te vinden voor parkeren, groen en voorzieningen. Het plangebied is daarbij specifiek aangewezen als ontwikkellocatie voor woningbouw. In Dieren is een groen raamwerk aanwezig, maar niet iedereen ervaart het ook als zodanig. De gemeente is erop gericht op de bestaande groene kwaliteiten te behouden en waar mogelijk verder te ontwikkelen. Bomen en ander groen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om wijken te verbinden en bewoners elkaar te laten ontmoeten. Met het planvoornemen wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met het bestaande groene raamwerk, het voornemen draagt bij aan het behoud en daar waar mogelijk de versterking van het raamwerk. Gesteld kan worden dat het planvoornemen in lijn is met de Structuurvisie Dieren.
3.4.2 Cultuurhistorie De gemeenteraad heeft op 30 mei 2017 de Erfgoednota Verbindend Verleden vastgesteld. Daarin is het erfgoedbeleid over de jaren 2012-2016 geëvalueerd en worden de plannen voor de periode 2017-2021 geformuleerd. De evaluatie is aanleiding om voort te gaan op de ingeslagen weg; met dezelfde visie maar met nieuwe plannen waarin zoveel mogelijk erfgoedwensen zijn verwerkt. Erfgoed gaat over menselijke sporen uit het verleden die zichtbaar en tastbaar zijn in het heden. Dat kunnen voorwerpen zijn, archeologische vondsten, archieven, en gebouwde en groene monumenten zoals landgoederen, begraafplaatsen en landschappen. Maar ook bepaalde gebruiken, verhalen en gewoonten horen erbij. In de nota is het cultuurhistorische erfgoed is van cruciaal belang voor de ruimtelijke en sociale karakteristiek van de gemeente Rheden. Allereerst gaat het om het in goede staat doorgeven van cultuurhistorisch erfgoed aan volgende generaties. Daarnaast wil de gemeente haar erfgoed inzetten als (hulp)motor om de economische, sociale en klimatologische doelen te bereiken en als verbindende schakel tussen gemeentebrede beleidsdoelstellingen. De nota is voor de verschillende delen van het erfgoed (landschap, archeologie, bouwkunst en de verhalen) uitgewerkt in de volgende thema's:
behoud en ontwikkeling;
kennis vermeerderen en delen;
promotie en beleving.
Naast uiteraard de kerntaak van erfgoed - instandhouding - is de focus de komende jaren gericht op het behalen van de gemeentebrede doelen op het gebied van klimaat, toerisme en recreatie en het sociale domein. Met een proactieve houding zal geprobeerd worden het voor eigenaren aantrekkelijk(er) te maken om hun erfgoed te behouden. In paragraaf 4.7 Cultuurhistorie wordt nader op ingegaan op het aspect cultuurhistorie en/of eventueel voorkomende cultuurhistorische waarden belemmerd worden ten gevolge van onderhavig planvoornemen. 21
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
3.4.3 Archeologie Archeologie wordt via het Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen beschermd. De archeologische bepalingen uit dat bestemmingsplan zijn in onderhavig bestemmingsplan verwerkt. Dit is nader beschreven in paragraaf 4.6 Archeologie. Dit laat onverlet dat mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd zijn beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Of een vondst van archeologische resten uiteindelijk moet leiden tot behoud van deze resten of een opgraving wordt door burgemeester en wethouders bepaald op basis van het advies van de regioarcheoloog die zijn advies opstelt aan de hand van de in de archeologienota uitgewerkte selectiemethode.
3.4.4 Milieuzonering In de Nota Milieuzonering Rheden 2015 die op 26 mei 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld, is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met milieuzonering. De hoofdlijn is als volgt: ten aanzien van dit aspect wordt de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering gehanteerd. In nieuwe situaties wordt getoetst aan de richtafstanden. Afwijken van die afstanden is mogelijk mits gemotiveerd (met een onderzoek). In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden ook bestaande situaties beoordeeld. Bestaande bedrijven worden in principe zo bestemd dat zij minimaal kunnen blijven functioneren. Tenzij sprake is van een milieuknelpunt en bedrijfsbeëindiging is gewaarborgd. Het aspect milieuzonering in relatie tot onderhavig planvoornemen c.q. plangebied wordt nader beschreven in paragraaf 4.12 Milieuzonering.
3.4.5 Bodemkwaliteit De nota Bodembeheer en de achterliggende bodemkwaliteitskaart zijn op 31 mei 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Op de bodemkwaliteitskaart is de mate van diffuse bodemverontreiniging aangegeven. Deze diffuse bodemverontreiniging is niet toe te wijzen aan een specifieke bron zoals een tankstation of een smederij. In de nota Bodembeheer is vastgelegd hoe met deze diffuse bodemverontreiniging dient te worden omgegaan. De wijze waarop met bodemverontreiniging wordt omgegaan bij het opstellen van bestemmingsplannen is door de gemeenteraad op 26 mei 2015, vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek dorpen Rheden 2015. Deze werkwijze is gebruikt bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de gegeven bestemmingen. De PFAS regelgeving is sinds 22 december 2020 opgenomen in de geactualiseerde versie van de Nota bodembeheer. Het aspect bodemkwaliteit in relatie tot onderhavig planvoornemen c.q. plangebied wordt nader beschreven in paragraaf 4.1 Bodem.
22
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
3.4.6 Ontplofbare oorlogsresten Bij het vervaardigen van bestemmingsplannen wordt, zoals is vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015, vanwege de gemeentelijke zorgplicht bij het leggen van bouwvlakken in verdachte gebieden een onderzoek gevraagd naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. In paragraaf 4.11 Ontplofbare oorlogsresten wordt nader ingegaan op het aspect ontplofbare oorlogsresten in relatie tot onderhavig planvoornemen c.q. plangebied.
3.4.7 Geluidhinder De Wet geluidhinder stelt regels aan de geluidsbelasting die wordt veroorzaakt door gezoneerde wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige functies in nieuwe situaties. Hoe burgemeester en wethouders in verschillende omstandigheden invulling geven aan hun bevoegdheid om hogere waarden vast te stellen dan de voorkeurswaarde, heeft het college op 27 april 2015 vastgelegd in de Nota Hogere waarden Wet geluidhinder Rheden 2015. Het aspect geluidhinder in relatie tot onderhavig planvoornemen c.q. plangebied wordt nader beschreven in paragraaf 4.2 Geluid.
3.4.8 Verkeer In het gemeentelijke Verkeerscirculatieplan Dieren (VCP) uit 2013 wordt een wegcategorisering beschreven bestaande uit stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en verblijfsgebieden. Verblijfsgebieden zijn of worden ingericht als 30 km/u of 60 km/u zone. Gebiedsontsluitingswegen zijn de wegen binnen de bebouwde kom die hoofdzakelijk een doorstroom karakter hebben en waar een snelheidslimiet van 50 km/u geldt. Voor het parkeren vormen de bepalingen uit de Nota Parkeernormen Rheden 2015 de grondslag. Het beleid is vastgelegd bij de vaststelling door de gemeenteraad op 26 mei 2015. In paragraaf 4.9 Verkeer en parkeren wordt nader ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren in relatie tot onderhavig planvoornemen.
23
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
3.4.9 Groen In het gemeentelijke Groenstructuurplan uit 2002 en de Beleidsnota Bomen uit 2005 is de leidraad dat de groene kenmerken en karakteristieken in de dorpen en deelgebieden worden versterkt. De dorpenroute tussen Velp en Dieren is een belangrijke verbindingsas die zich kenmerkt door een ligging tussen bossen en open landbouwgebieden. Markant zijn de boomlinten die haaks op de dorpenroute zijn gesitueerd. Bomenlanen die vanaf de Veluwe richting IJssel voeren, vormen het bindende element - het raamwerk - in het geheel. In paragraaf 4.4 Groen wordt nader ingegaan op het aanwezig groen c.q. de bestaande bomen in relatie tot onderhavig planvoornemen.
3.4.10
Water Het huidige gemeentelijke beleid is het Watertakenplan Olburgen (WTPO). Deze is opgesteld in samenwerking met het waterschap Rijn en IJssel en de gemeenten Bronckhorst en Doesburg. Met de WTPO voldoet de gemeente Rheden aan de planverplichting voor de rioleringszorg die rechtstreeks voortkomt uit de Wet milieubeheer. In dit plan heeft de gemeente samen met waterschap Rijn en IJssel het rioleringsbeleid vastgelegd. De strategie bij de inzameling van afvalwater is afgestemd op rijks- en provinciaal beleid. Ook de zorgplicht voor afstromend hemelwater en grondwater, binnen het stedelijke gebied, is geborgd in het WTPO. Omgaan met hemelwater en grondwater is geregeld in de in oktober 2015 vastgestelde gemeentelijke verordening Afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015. Het aspect water in relatie tot onderhavig planvoornemen c.q. plangebied wordt nader beschreven in paragraaf 4.5 Water.
3.4.11
Klimaatadaptatie In juni 2016 is het gemeentelijke klimaatbeleid De Rhedense klimaataanpak 2016-2020 vastgesteld. Het beleidskader 'Aan de slag voor een duurzaam klimaat, beleidskader voor de klimaataanpak Rheden 2019-2022', dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 6 februari 2019, sluit hierop aan. Klimaatadaptatie vormt een belangrijk onderdeel van dit beleid. Hieronder wordt verstaan het zodanig inrichten en beheren van de openbare ruimte dat effecten van klimaatverandering hierin opgevangen kunnen worden zonder dat dit tot ernstige overlast of schade leidt. Het gaat hierbij om de effecten zoals meer en extremere buien, langere perioden van droogte en hitte en de stijging van de zeespiegel en de daaraan gerelateerde stijging van de rivierstanden. Directe gevolgen uiten zich onder andere in meer overlast van water op straat, erosie, bodemdaling, een toenemende kans op natuurbranden en afname van biodiversiteit.
24
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Stresstesten Alle gemeente hebben uiterlijk 2019 stresstesten uitgevoerd. Zo ook de gemeente Rheden, conform het Deltaplan Ruimtelijke Adaptie (DRPA). Het doel vanuit het DPRA is om in 2050 de leefomgeving klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht. Wateroverlast - stresskaart Bloemershof betreft een wateroverlast-locatie. Het is een lager gelegen locatie waar het water vanaf het noord/noordwesten naartoe stroomt. Dit is goed te zien op de onderstaande afbeelding. Op de afbeelding is de berekende hoeveelheid water op straat bij een bui van 40 mm die valt in 45 minuten af te lezen.
Afbeelding 3.3: Uitsnede Systeemoverzicht stedelijk water
Hittestress In de bestaande situatie betreft het Bloemershof een gazon/grasland (ter plaatse van de okergele kleur). Dit in indiceert dat het plangebied een koele en aangename plek is (zorg voor verdamping / reductie luchttempratuur). Rondom is te zien dat de bebouwde omgeving een hoog risico heeft voor hittestress (donkerrood). Pal ten noord-westen naast de bouwlocatie is een senioren-complex gesitueerd. Aan zuidoostzijde ligt het verzorgingshuis 'Gelders Hof'. De bewoners zijn extra gevoelig voor hitte. Nu vormt het plangebied nog een 'groene vinger' in het gebied.
25
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Afbeelding 3.4: Uitsnede Hittekaart Gemeente Rheden
Wanneer het bouwplan ontwikkeld wordt, dient dus naast de wateropgave, rekening gehouden te worden met de hitte-opgave: houdt de leefomgeving leefbaar door waterrobuust en klimaatbestendig te bouwen en in te richten. Dit kan door behouden, versterken of creëren van robuuste groen/blauwe structuren, keuze voor lichte kleur bouwmaterialen (reflectie in plaats van absorptie), gevelgroen of groene daken en zorgen voor schaduw door bijvoorbeeld bomen. Ook ventilatie/wind, om warme lucht uit het bebouwde gebied te krijgen, is een relevant aspect voor onder andere de positionering van de nieuw bebouwing. Voorstaande uitgangspunten worden in acht genomen bij de verdere uitwerking van het openbaar gebied.
3.4.12
Wonen Op 29 september 2020 heeft de raad de Woonvisie 2020-2026 vastgesteld. Deze visie laat een toekomstbeeld zien van hoe inwoners kunnen wonen en leven in de gemeente Rheden en hoe dit bereikt wordt. De focus ligt op drie speerpunten: 1. leefbare wijken voor alle inwoners; 2. de bestaande woningvoorraad duurzaam en toekomstbestendig maken; 3. het toevoegen van de juiste kwaliteit woningen. In voorliggend geval zijn met name de speerpunten 'leefbare wijken voor alle inwoners' en 'het toevoegen van de juiste kwaliteit woningen' relevant. Leefbare wijken voor alle inwoners De verschillen tussen sterke en kwetsbare wijken in Rheden wordt steeds groter. Waar nodig wordt daarom ingezet op het vergroten van de sociaal economische draagkracht in wijken door differentiatie en verduurzaming van de woningvoorraad te stimuleren en de leefbaarheid, veiligheid en sociale samenhang te stimuleren.
26
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Daarnaast vergrijst de gemeente Rheden. Er wordt daarom onder meer ingezet op het realiseren van voldoende levensloopgeschikte woningen, waarbij zowel op nieuwbouw als aanpassing van bestaande bouw wordt ingezet. Daarnaast is de wens jonge huishoudens te binden. Om het aanbod voor jongeren en gezinnen te vergroten, wordt met name ingezet op doorstroming van ouderen. Hiermee komen lange(re) verhuisketens op gang, waardoor er gezins- en starterswoningen vrijkomen. Toevoegen van de juiste kwaliteit woningen De woningbouwopgave voor Rheden is om 550 woningen tot 2027 te realiseren. Onderhavig planvoornemen is reeds opgenomen op de planningenlijst. Zie ook 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking. De woningen die in Rheden worden toegevoegd moeten kwalitatief passend zijn. Hiervoor zijn zowel op regionale schaal als op gemeentelijke schaal kwaliteitscriteria opgesteld. Regionaal is onder meer bepaald dat woningbouwontwikkelingen moeten inspelen op behoefte, er aandacht moet zijn voor duurzaamheid en levensloopgeschiktheid en inbreiding voor uitbreiding gaat. Daarnaast moet alle nieuwbouw levensloopgeschikt zijn en moet het project passen in het woonprofiel per kern. Woonprofiel Dieren-Noord/Oost Dieren-Noord/Oost is het gebied boven de spoorlijn en ten oosten van de Harderwijkerweg. Dit gebied kenmerkt zich door het brede scala aan woonmilieus.
Van een typische jaren ’30 buurt naar vooroorlogse tuindorp complexen en naoorlogse tuinwijktypologie. Vanuit differentiatieoogpunt wil men hier graag koopwoningen in alle prijsklassen en middenhuur toevoegen. In de sociale huur zou men graag een oplossing zien voor de mismatch tussen vraag en aanbod; vraag naar 1persoonshuishoudens, maar aanbod voor eengezinswoningen. Met het oog op de toenemende vergrijzing zet men hier ook in op het toevoegen van levensloopgeschikte appartementen. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan een grotere woningdifferentiatie in de kern Dieren. Er worden maximaal 32 woningen gerealiseerd die zowel geschikt zijn voor starters als senioren en zijn daarmee levensloopgeschikt. Ook draagt de toevoeging van levensloopgeschikte woningen bij aan een versterking van de verzorgingsstructuur van het naastgelegen Intermezzo van Attent.
27
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
3.4.13
Welstand De welstandsnota vormt samen met het bestemmingsplan het (juridische) kader waaraan een omgevingsvergunning wordt getoetst ten aanzien van de ruimtelijke aanpassing van de gebouwde omgeving. Op 30 mei 2017 heeft de raad de welstandsnota geactualiseerd. Met deze welstandsnota zijn de gemeente, ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving. De nota is alleen daar van toepassing waar het algemeen belang van de leefomgeving groot is. Daar waar het niet nodig is, geeft de nota ruimte voor de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer en inwoner voor de verschijningsvorm van een bouwwerk. Hiermee wordt de regelgeving ten aanzien van welstand beperkt tot de hoogstnodige welstandscriteria zonder dat de kwaliteit van de bebouwde omgeving achteruitgaat. De nota is digitaal beschikbaar via de website www.welstandsnotas.nl/rheden. Hier kan iedereen de nota op adres raadplegen. Voor het Bloemershof is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, Beeldkwaliteitsplan Bloemershof. Het beeldkwaliteitsplan geeft meer gedetailleerde richtlijnen en handvatten en vormt zo een aanvulling voor de welstandsnota ten behoeve van de realisatie van onderhavig plan. Het beeldkwaliteitsplan is ter vervanging van de welstandscriteria voor deze specifieke plek, omdat de huidige criteria niet toereikend zijn.
Verwezen wordt naar Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan Bloemershof.
28
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Hoofdstuk 4 Haalbaarheid en afweging
Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, aan beleid van andere overheden en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de (nieuwe) mogelijkheden die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst. In de paragrafen 4.1 tot en met 4.13 zijn de voorgenomen ontwikkelingen getoetst aan diverse aspecten. Per paragraaf is eerst het toetsingskader aangegeven, gevolgd door de beoordeling en de conclusie.
4.1
Bodem Kader Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hier inzicht in te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Beoordeling De meest actuele onderzoeken zijn:
Nader onderzoek Bloemershof/De Veldkuil in Dieren, Verhoeve Milieu B.V., 24 augustus 2009;
Saneringsevaluatie, Grontmij, 30 mei 2012 (Bijlage 2 Evaluatie bodemsanering)
Bekend is dat het plangebied gebruikt is voor grindwinning, benodigd voor de aanleg van de weg Zutphen-Arnhem. Het terrein was toen bekend onder de naam: De Veldkuil. De gaten die door de grindwinning waren ontstaan, zijn in de jaren daarna gevuld met afval. Binnen het plangebied liggen nu twee, relatief kleine, stortplaatsen. Samen één geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet Bodembescherming. De stortplaatsen zijn, in opdracht van de gemeente, in 2009 en 2010 gesaneerd. In opdracht van de gemeente Rheden heeft Verhoeve Milieu B.V. in juni en juli 2009 de milieukundige begeleiding verzorgd. Vanaf maart 2010 is het project afgerond onder milieukundige begeleiding van Grontmij Nederland B.V.
29
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
De aanleiding voor de sanering was de geplande ontwikkeling. De stort en de afdeklaag waren licht tot sterk verontreinigd met hoofdzakelijk PAK en zware metalen. De stort evenwijdig aan de Burgemeester Bloemersstraat wordt stortlocatie 1 genoemd en de stort op de grens met het terrein van Gelders hof wordt stortlocatie 2 genoemd. De sanering heeft bestaan uit het ontgraven van een deel van de stortlocaties en het aanbrengen van een leeflaag van 1,0 m dikte met grond die voldoet aan bodemgebruikswaarde I (BGW I). Daarvoor is de bestaande afdeklaag en het stortmateriaal tot aan de onderzijde van de te realiseren leeflaag (1,0 m minus toekomstig maaiveld) ontgraven. Daarnaast is aanvullend ontgraven op die plaatsen waar dit als gevolg van de herontwikkeling noodzakelijk was. Tijdens en na afloop van de ontgraving zijn door de milieukundig begeleider controlemonsters genomen van de putwanden en putbodems om het saneringsresultaat vast te stellen. Op basis van de analyseresultaten kan voor de stortlocaties het navolgende geconcludeerd worden: 1. Op beide stortlocaties is geotextiel en een leeflaag van 1,0 m dikte aangebracht met grond die voldoet aan bodemgebruikswaarde I (BGW I). De ligging van het geotextiel is ingemeten; 2. In de zuid- en oost wandmonsters van stortlocatie 1 zijn rest verontreinigingen met zware metalen en PAK aangetroffen.
Deze wanden zijn gelegen aan de zuid en oost grenzen van de saneringslocatie en zijn ingepakt met geotextiel; 3. In de oostwand van stortlocatie 2 is een sterke restverontreiniging met zware metalen en PAK aangetroffen. Deze wand is gelegen vlak nabij de zuid grens van de saneringslocatie en is ingepakt met geotextiel. Hier is niet verder ontgraven vanwege het direct aangrenzende hekwerk van het Geldershof welke bij verdere ontgraving zou zijn omgevallen. Daarnaast is het hekwerk tevens de perceelsgrens en daarmee de grens van de saneringslocatie; 4. Buiten de saneringslocatie (tevens buiten het kadastrale perceel) zijn restverontreinigingen ten westen van stort 1 en ten zuiden van stort 2 achtergebleven. 5. Gezien de aanwezigheid van rest verontreinigen (stortmateriaal) is nazorg noodzakelijk in de vorm van het in stand houden en periodieke controles van de aangebrachte leeflaag. De provincie Gelderland heeft op 5 december 2012 ingestemd met het evaluatierapport.
30
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Afbeelding 4.1: Geotextiel met daaronder restverontreiniging na sanering Bloemershof
Bij de nieuwe ontwikkeling zal rekening gehouden worden met het instandhouden van de bestaande stortplaatsen met hun afdeklaag. Hiertoe wordt ter plaatse van de twee voormalige stortlocaties een gebiedsaanduiding opgenomen. Ter plaatse gelden nazorgbepalingen, zoals het in stand houden van de leeflaag van 1 meter dik. Voor alle activiteiten, anders dan normaal tuinierswerk, is goedkeuring nodig van het bevoegd gezag (Provincie Gelderland). Binnen de bodembranche wordt een maximale geldigheidsduur van 5 jaar gehanteerd voor reeds uitgevoerde bodemonderzoeken. Dit betekent dat een actualisatie van de bodemonderzoeken in principe noodzakelijk is. In de afgelopen jaren is op het terrein echter niets gebeurd wat invloed kan hebben op de bodemgesteldheid ter plaatse. Gezien de reeds uitgevoerd onderzoeken en saneringsevaluatie, is het akkoord om het bodemonderzoek uit te stellen en deze pas te laten uitvoeren in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag. Conclusie Voor het aspect bodem zal een onderzoek worden uitgevoerd in het kader van de procedure voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. Ook zal bij de nieuwe ontwikkeling rekening gehouden worden met het instandhouden van de bestaande stortplaatsen en hun afdeklaag middels de gebiedsaanduiding 'overige zone - voormalige stortlocatie'.
31
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
4.2
Geluid Kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan uitgezonderd. De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen en scholen 'geluidsgevoelige bestemmingen'. De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde'). Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel terug te dringen moeten dan onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'.
De grenswaarden zijn voor wegverkeerslawaai 48 dB tot en met 53 dB in buitenstedelijk gebied en in stedelijk gebied van 48 dB tot 63 dB en voor spoorweglawaai 55 dB tot en met 68 dB. Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. In de op 27 april 2015 vastgestelde Nota hogere waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 hebben burgemeester en wethouders vastgelegd hoe zij omgaan met het verlenen van hogere grenswaarden. Beoordeling Weg- en spoorweglawaai Het plangebied ligt in de geluidzone van de Harderwijkerweg en de spoorlijn ArnhemDeventer. Op basis van de geluidscontourkaarten van zowel de weg als de spoorlijn, blijkt dat ter plaatse van het plangebied aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder wordt voldaan.
32
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Afbeelding 4.1: Geluidscontouren spoorlijn
Afbeelding 4.1: Geluidscontouren wegverkeer (Bron: Icinity gemeente Rheden)
In de bovenstaande gegevens is rekening gehouden met de geluidscorrectie volgens artikel 110 Wgh. Dit is een correctie voor het stiller worden van voertuigen in de toekomst. Hierbij worden de wegen met een wettelijk toegestane snelheid van 70 km/h en hoger gecorrigeerd met 2 dB en alle wegen met een wettelijk toegestane snelheid onder de 70 km/h gecorrigeerd met 5 dB. Aangezien er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (weg) en 55 dB (spoor) bij de nieuwe woningen, is er geen akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai noodzakelijk. 33
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Inrichtingen Het plangebied is gelegen op relatief korte afstand van een gymzaal, een brandweerkazerne en een praktijkschool (voortgezet onderwijs). Voor deze drie functies kan niet voldaan worden aan de richtafstand voor het aspect geluid, zoals beschreven in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Derhalve is door DGM Industrie, Verkeer en Milieu B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 3 Akoestisch onderzoek milieuzonering). In paragraaf 4.12 Milieuzonering worden de resultaten van dit onderzoek nader beschreven. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.3
Natuur/Ecologie Kader De bescherming van gebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb) en in de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk, Groene Ontwikkelingszone, Waardevol open gebied, Nationaal landschap). Voor de bescherming van soorten geldt alleen de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn speciale beschermingszones aangewezen. Samen vormen zij Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. De Veluwe en de Rijntakken zijn aangewezen als Natura 2000gebieden. Binnen deze gebieden mag de kwaliteit van de natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen soorten niet verslechteren en mogen er geen storende factoren optreden die een significant negatief effect hebben. Dit geldt niet alleen voor de activiteiten en ingrepen in het gebied zelf, maar ook voor activiteiten en ingrepen daar buiten die invloed kunnen hebben op het gebied. Het landelijke Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is binnen de provincie beschermd. Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone.
Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapselementen zijn aangewezen als Groene Ontwikkelingszone. Daarnaast worden in de Omgevingsverordening het Waardevol open gebied en het Nationaal landschap beschermd.
34
Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat
Stikstofdepositie In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. De effectbeoordeling stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken, de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. De effectbeoordeling stikstofdepositie wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader onderzoek nodig is (passende beoordeling). In Nederland zijn ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen: gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een ontheffing Wet natuurbescherming (Wnb).
Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming Ook de bescherming van soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderzocht worden welke gevolgen dit heeft voor de aanwezige beschermde soorten en/of hun leefomgeving. Als een plan (in)direct kan leiden tot de verstoring van een beschermde soort of vernietiging van het leefgebied, een vaste rust- of verblijfplaats, kan het project strijdig zijn met de Wnb. Deze wet kent drie verschillende beschermingsregimes: