CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting bijlage 3 Aanmeldnotitie mer-beoordeling

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5b3.814 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

02-10-2023

Aanmeldingsnotitie 1

Versie: C1

Inleiding

Aan de Zutphensestraatweg 5 te Velp bevindt zich 'Melkveebedrijf de Elzenhof'. Dit bedrijf werd vanaf de provinciale weg Zutphensestraatweg N785 ontsloten. Deze ontsluiting, ook wel het Blauwe Laantje genoemd, is meer een pad dan een weg en kruist de spoorlijn Arnhem-Zutphen. Hier is sprake van een zogenaamde particuliere overweg in de vorm van een onbeveiligd overpad dat met hekken van de spoorbaan is afgescheiden. Vanwege het drukke treinverkeer en het passeren van goederentreinen in de nacht was dit een onwenselijke situatie. De overweg was de enige mogelijkheid om het bedrijf te bereiken. Er is in het verleden besloten een tijdelijke ontsluitingsweg aan te leggen parallel aan het spoor die aansluit op de Biljoen. Na aanleg van deze tijdelijke ontsluitingsweg kon de onbeveiligde overweg buiten gebruik worden gesteld. Om de tijdelijke ontsluitingsweg permanent te kunnen behouden, wordt een nieuw bestemmingsplan voorbereid dat dit mogelijk maakt. De weg is gelegen in het Gelders natuurnetwerk. Vanuit de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland volgt dat voor een dergelijke ontwikkeling in het Gelders natuurnetwerk compensatie nodig is. Deze natuurcompensatielocatie maakt ook deel uit van dit bestemmingsplan. In figuur 1.1 is de geografische begrenzing van het plangebied van het bestemmingsplan weergeven.

In het noorden langs de spoorlijn bevindt zich de weg, in het zuiden op enkele honderden meters afstand van de weg bevindt zich de natuurcompensatielocatie. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming van dit bestemmingsplan, moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage1 nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat de ontsluitingsweg niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Echter voor de natuurcompensatie geldt dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de benodigde informatie voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling van de voorgenomen activiteit ‘natuurcompensatie’ opgenomen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 2), de m.e.r.-procedure (hoofdstuk 3) en de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 4).

1

Milieueffectrapportage wordt afgekort als m.e.r. als het om de procedure gaat en als MER als het om het rapport gaat.

Sweco

De Holle Bilt 22

Sweco Nederland B.V.

T +31 (0) 88 811 6600

NL 3732 HM De Bilt

Handelsregister 30129769

www.sweco.nl

Netherlands

Statutair gevestigd te De Bilt

Document referentie Aanmeldingsnotitie D1

1/11

17-08-2023 Versie C1

Figuur 1.1 | begrenzing plangebied bestemmingsplan.

2

Voornemen

Het voornemen bestaat zoals hiervoor aangegeven uit het definitief bestemmen van een weg en het bestemmen en realiseren van natuurcompensatie. In deze aanmeldnotitie wordt verder niet in gegaan op het definitief bestemmen van de weg, omdat dit zoals reeds aangegeven niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is en de natuurcompensatie wel. Het gebied waar de weg wordt gerealiseerd is in eigendom van Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK). GLK is ook eigendom van de omliggende gronden. In overleg met GLK is een locatie gevonden waar de benodigde natuurcompensatie van maximaal 2.600 m2 kan worden gerealiseerd. Deze locatie is te zien in figuur 1.1. In figuur 2.1. is een luchtfoto opgenomen waarop (globaal) de compensatielocatie is ingetekend.

Document referentie Aanmeldingsnotitie D1

2/11

17-08-2023 Versie C1

Figuur 2.1 | Luchtfoto compensatielocatie.

Op grond van het provinciaal beleid dient er te worden gecompenseerd voor ontwikkelingen in het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Deze compensatie dient plaats te vinden buiten het bestaande GNN. De locatie voor de compensatie- en versterkingsopgave is in de bestaande situatie een grasland met lage natuurwaarden gelegen binnen het Landgoed Biljoen. Gezien de ligging en het historisch gebruik van het compensatieperceel streeft GLK naar ontwikkeling van een extensief grasland. Hiermee wordt aansluiting gezocht tegen het bestaande Gelders Natuurnetwerk (GNN). Er wordt gekozen voor het natuurtype Kruiden- en Faunarijke grasland (N12.02) en een klein deel voor de verbetering t.b.v. Beek en Bron (N03.01) naast bestaande watergangen. De omstandigheden van de bodem (Kalkhoudende ooivaaggronden; zware zavel en lichte klei) zijn geschikt om dit type te realiseren. In de beheervisie van Biljoen heeft GLK bepaald dat de doelstelling van dit terrein ‘cultuurhistorie’ is. Het gebruik van de percelen als kruiden- en faunarijk grasland grijpt terug op het historisch gebruik en waarborgt de openheid van het terrein vanuit dorp en landgoedbebouwing richting IJssel en vertolkt daardoor de doelstelling van GLK. Omzetting van agrarisch grasland met natuur en landschapswaarden naar een natuurgrasland past in de versterking van de ecologische verbinding tussen Veluwe en IJssel.

Op het landgoed Biljoen is deze verbinding het meest optimaal ter hoogte van kasteel en parkbossen. Door voorgestelde inrichting is het beheer niet langer gericht op agrarische productie, maar wordt vanaf nu gericht op natuurwaarden, waardoor de verbinding robuuster wordt. Primair zal het in te richten perceel uitdrukkelijk begrenst dienen te worden. Hiertoe zal in het veld een duidelijke afscheiding moeten worden aangebracht tussen het landbouwperceel en het natuurperceel. Dit kan door plaatsen van paaltjes en/of een draadafscheiding.

Document referentie Aanmeldingsnotitie D1

3/11

GLK wil nadrukkelijk de openheid van dit historisch weidse uiterwaardcomplex behouden, door geen hoge scheidingen tussen de percelen te plaatsen.

17-08-2023 Versie C1

De huidige situatie als landbouwperceel laat zich het best beschrijven als een bemest productiegrasland op een rivierkleibodem. Om te komen tot een kruiden- en faunarijk grasland is een actief verschralingsbeheer aan de orde teneinde de productiviteit te verminderen. Daardoor zal de homogene grasmat geleidelijk opener worden en ruimte bieden aan een scala aan grassoorten en graslandkruiden. De voorgestelde inrichting komt niet alleen ten goede aan flora, maar ook aan insecten, zoogdieren en vogels die hier, direct of indirect, van afhankelijk zijn. Om Beek en Bron (N03.01) op het compensatieperceel tot z’n recht te laten komen, wordt langs de watergangen een taludverflauwing toegepast. De sloot noordwest en zuidwest langs het perceel betreft de oude loop van de Beekhuizense Beek (sprengenbeek) richting IJssel. Dit is thans niet langer de hoofdwatergang, maar voert nog steeds beekwater. De hierbij vrijkomende grond wordt lokaal verwerkt op de nabijgelegen landbouwgrond en/of ter verhoging van sloot-/greppelbodems. Verbreding van de oevers en weghouden van inspoelen van meststoffen zal hier bijdragen aan een verhoging van de natuurkwaliteit van de watergang. GLK wil het beheer van de natuurcompensatielocatie samen met en door agrariërs laten uitvoeren. Hierbij staat het agrarisch medegebruik volledig in dienst van de natuurwaarden.

Het beheer zal bestaan uit de nog vrij hoge productie (tijdelijk) te maaien en het maaisel af te voeren. Als de productie naar gewenst niveau is teruggebracht kan eveneens worden na-beweid. De eerste jaren zullen meerdere snedes per jaar kunnen worden gemaaid, zodra het perceel zo ver is verschraald dat er maar één snede per jaar meer afkomt, kan worden overgestapt op beweiding als beheermaatregel. Bemesting blijft achterwege. Zolang een maaibeheer wordt toegepast mag nimmer de gehele oppervlakte in één werkgang worden gemaaid en afgevoerd, maar moet altijd wisselend op het perceel tenminste 10 % van de oppervlakte onbehandeld blijven. Kleinschalige structuurvariatie kan ontstaan door de veedichtheid permanent te verlagen, of door delen permanent of tijdelijk uit te rasteren (bijv. slootkanten of randen langs bos of struweel).

3

Toets aan het Besluit m.e.r.

3.1

Welke m.e.r.-procedure is van toepassing

Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r., geldt de zogenoemde m.e.r.plicht voor besluiten genoemd in kolom 4. Activiteiten in bijlage C worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in bijlage D van het Besluit m.e.r., geldt voor een ‘besluit’ genoemd in kolom 4, de zogenoemde m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor activiteiten in bijlage D geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben.

Document referentie Aanmeldingsnotitie D1

4/11

De onderhavige ontwikkeling valt te scharen onder activiteit D9: ‘Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan.’

17-08-2023 Versie C1

Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante (indicatieve) drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Met de wijziging van het voornemen worden de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet overschreden. Aangezien het planvoornemen een natuurcompensatie van maximaal 2.600 m2 betreft blijft het planvoornemen onder de indicatieve drempelwaarde uit kolom twee blijft. Op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling dient te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als is vastgesteld dat belangrijk nadelige gevolgen zijn uitgesloten, geldt voor de activiteit geen m.e.r.- plicht. Tabel 3.1: Activiteit D9 uit het Besluit milieueffectrapportage (d.d. 17-08-2023)

D9

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet, de vaststelling van het inrichtingsplan, bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting landelijk gebied, het plan, bedoeld in artikel 11 van de Reconstructiewet concentratiegebieden en het plan bedoeld in artikel 18 van de Reconstructiewet concentratiegebieden.

De vaststelling van het inrichtingsplan, bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting landelijk gebied dan wel een plan bedoeld in artikel 18 van de Reconstructiewet concentratiegebieden dan wel bij het ontbreken daarvan het plan bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

1°. een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw of 2°. vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer.

3.2

Te volgen procedure

Met deze aanmeldingsnotitie verzoeken de initiatiefnemers de gemeente Rheden om te beoordelen of een m.e.r. nodig is (conform artikel 7.16 Wet milieubeheer). In deze aanmeldingsnotitie is de benodigde informatie opgenomen die voor deze beoordeling nodig is. De vormvrije m.e.r.beoordelingsbeslissing wordt opgenomen in het ontwerp van het moederbesluit of -plan (in dit geval het bestemmingsplan). Het bevoegd gezag neemt uiterlijk zes weken na ontvangst van de mededeling en deze aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing2. Het besluit

2

Indien het bevoegd gezag tevens initiatiefnemer is, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium de m.e.r.-beoordelingsbeslissing.

Document referentie Aanmeldingsnotitie D1

5/11

wordt niet apart gepubliceerd in de Staatscourant 3. Op het ontwerp van het bestemmingsplan is inspraak mogelijk. De vormvrije m.e.r.-beoordeling staat daarmee in die procedure open voor reacties: in de zienswijzen kan ook worden ingegaan op de vormvrije m.e.r.-beoordeling en de beslissing dat het bevoegd gezag daarover heeft genomen.

3.3

17-08-2023 Versie C1

Doel van de aanmeldingsnotitie

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In deze aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreidere m.e.r-procedure nodig is. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: • •

Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden → er dient een m.e.r.-procedure doorlopen worden. Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op → er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen.

Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij …. (zie hiervoor verder kader 3.1). Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r.-(beoordeling) nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze ‘belangrijke nadelige gevolgen’ moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit a. Omvang van het project b. Cumulatie met andere projecten c. Gebruik natuurlijke hulpbronnen d. Productie afvalstoffen e. Verontreiniging en hinder f. Risico op zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering g. Risico’s voor de menselijke gezondheid 2. Plaats van de activiteit a. Bestaand grondgebruik b. Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied c. Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden 3. Kenmerken van het potentiële effect a. De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect b. De aard van het effect 3

Dit is bepaald in het Besluit m.e.r. in artikel 2.5 onder b.

Document referentie Aanmeldingsnotitie D1

6/11

c. d. e. f. g. h.

Grensoverschrijdend karakter Intensiteit en complexiteit effect Waarschijnlijkheid effect Verwachte aanvang, duur, frequentie en omkeerbaarheid effect De cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten De mogelijkheid om effecten doeltreffend te verminderen

17-08-2023 Versie C1

In hoofdstuk 4 wordt de toetsing behandeld. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit en de potentiële effecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze effecten. Hierbij wordt gekeken of er sprake is van mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen.

Document referentie Aanmeldingsnotitie D1

7/11

KADER 3.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling het ‘nee, tenzij’ principe. Dit heeft gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken.

17-08-2023 Versie C1

Waarom Nee, tenzij? Dat het ‘nee, tenzij’ principe geldt, vloeit voort uit het feit dat het een activiteit betreft uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r. zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de C en de D lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijft zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit waarschijnlijk geen belangrijk nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r.plicht. Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r.beoordeling. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland.

Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek. Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken.

Document referentie Aanmeldingsnotitie D1

8/11

4

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

17-08-2023 Versie C1

1. Kenmerken van het project

Natuurcompensatie Blauwe Laantje Rheden Het planvoornemen heeft een oppervlakte van maximaal 2.600 m2 aan natuurcompensatie.

Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)

De onderhavige ontwikkeling valt te scharen onder activiteit D9: ‘Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan’. De grenswaarden die voor deze activiteiten worden gehanteerd zijn: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een leiding met: 1°. een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw of 2°. vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer. Het voornemen blijft onder de grenswaarden, er is dus sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Cumulatie met andere projecten

In de directe omgeving van het plangebied vinden geen andere projecten plaats. Er is geen sprake van cumulatie.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen4

Er is voornamelijk sprake van een ander beheer van de gronden. Er zijn vrijwel geen aanlegactiviteiten. Enkel dient er een duidelijke afscheiding te worden aangebracht tussen het landbouwperceel en het nieuwe natuurperceel. Dit kan door plaatsen van paaltjes en/of een draadafscheiding. Doordat er vrijwel geen sprake is van aanlegactiviteiten worden er zeer weinig natuurlijke hulpbronnen gebruikt.

Productie afvalstoffen5

In de aanlegfase van het voornemen zal er slechts beperkt sprake zijn van de productie van afvalstoffen. Dit bestaat voornamelijk uit afval dat eventueel ontstaat tijdens het plaatsen van de afscheiding tussen het landbouwperceel en het natuurperceel. Dit zal volgens de Nederlandse wet- en regelgeving worden verwerkt. Afvalstoffen die vrijkomen tijdens de gebruiksfase betreffen enkel maai/snoei resten. Dit wordt, indien nodig, volgens de gemeentelijke voorschriften afgevoerd. Er is geen sprake van productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen.

Verontreiniging en hinder

Verontreiniging luchtkwaliteit Tijdens de aanlegfase kan als gevolg van eventueel bouwverkeer voor het plaatsen van de afscheiding tijdelijk een zeer beperkte en lokale verslechtering van de luchtkwaliteit optreden.

4

Toelichting: Van gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan sprake zijn als een ontwikkeling gevolgen heeft voor op, of in de nabijheid van, de locatie aanwezige natuurlijke hulpbronnen. Denk bijvoorbeeld aan de onttrekking van grondwater of het delven van grondstoffen zoals zand of klei. Ook het kappen van bos als leefomgeving voor dieren of recreatiegebied voor mensen valt hieronder. Dit criterium is vooral van belang bij industriële activiteiten. 5 Afvalstoffen zijn stoffen (preparaten of voorwerpen) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer). Nadelige milieugevolgen kunnen ontstaan bij het vrijkomen van gevaarlijke afvalstoffen.

Document referentie Aanmeldingsnotitie D1

9/11

In de gebruiksfase zal geen verslechtering optreden van de luchtkwaliteit omdat het in principe niet veel verschilt van het bestaande gebruik. Het beheer van de gronden (maaibeleid) wordt zelfs minder intensief dan in de bestaande situatie.

17-08-2023 Versie C1

Hinder aanlegfase Tijdens de aanleg kan als gevolg van het bouwverkeer en de werkzaamheden ten behoeve van het plaatsen van de afscheiding lokaal een beperkte verkeershinder en geluidhinder optreden. In de gebruiksfase zal er geen sprake zijn van hinder, of in ieder geval niet meer hinder dan in de bestaande situatie. Hinder door verkeer aantrekkende werking Er zal geen hinder zijn omdat er geen sprake is van een verkeersaantrekkende werking door het omvormen van agrarisch gebruik naar een natuur gebruik/bestemming. Risico op zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering

Effecten met betrekking tot externe veiligheid Niet van toepassing. Effecten met betrekking tot klimaatverandering Effecten met betrekking tot klimaatverandering kunnen bestaan uit wateroverlast, droogtestress of het stedelijk hitte eiland effect. Door de aard van het project treden geen nieuwe effecten op met betrekking tot klimaatverandering.

Risico op de menselijke gezondheid

Risico’s op de menselijke gezondheid kunnen optreden als gevolg van een verslechtering van de luchtkwaliteit, een toename van de geluidemissie of door risico’s met het werken met gevaarlijke stoffen. Deze aspecten zijn niet relevant gelet op de aard van het project.

2. Plaats van het project Bestaande grondgebruik

De compensatielocatie maak onderdeel van een perceel bestaande uit agrarisch grasland.

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied

De compensatielocatie bestaat uit onbebouwd grasland, grenzend aan een watergang met op de oever wat begroeiing (riet).

Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.

Beschermde gebieden Op ongeveer 350 meter afstand ligt het Natura-2000 gebied ‘Rijntakken’. Het Natura-2000 gebied ‘Veluwe’ bevindt zich op circa 950 meter afstand. Het plangebied grenst direct aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied wordt zelf onderdeel van het GNN/NNN. Directe effecten op beschermde gebieden als gevolg van het planvoornemen zijn op voorhand uitgesloten. Wel kunnen er indirecte gevolgen optreden als gevolg van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden. Uit een AERIUS berekening (Sweco, 2023) blijkt dat de stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase 0,00 mol/ha/jaar betreft.

Document referentie Aanmeldingsnotitie D1

10/11

Belangrijk negatief nadelige effecten op beschermde gebieden kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten. Soortenbescherming

17-08-2023 Versie C1

De beoogde ontwikkeling zal geen verstoring tot gevolg hebben. Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Het plangebied maakt onderdeel uit van landgoed Biljoen. Biljoen is een typisch voorbeeld van een landgoederenlandschap. De beoogde ontwikkeling, het gebruiken van een deel van het perceel ten behoeve van natuur, is niet schadelijk aan het karakter van het landgoederenlandschap. Archeologie Het plangebied ligt in een gebied waar een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Er gelden verschillende archeologische verwachtingswaarden in het gebied. De beoogde ontwikkeling zal deze niet verstoren en de bescherming van de eventueel aanwezige archeologische waarden wordt, net als in de huidige situatie, geborgd in het bestemmingsplan. Woongebieden Het plangebied bevindt zich niet in een dichtbevolkt gebied. In de directe omgeving bevinden zich geen (grote)woongebieden welke hinder kunnen ondervinden van de beoogde ontwikkeling. Op basis van (1.) de kenmerken en (2.) de plaats van het project zijn geen mogelijk belangrijk nadelige gevolgen naar voren gekomen. Overige belangrijk nadelige gevolgen zijn ook niet te verwachten als gevolg van de beoogde ontwikkeling.

Conclusie Gelet op de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling, waarbij alleen een afscheiding wordt geplaatst, worden geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht als gevolg van het planvoornemen.

Document referentie Aanmeldingsnotitie D1

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=f0a982f2-dc5c-4085-a70f-b61898044c87