bijlage Was-wordt lijst nadere regels 2023.docx
Tekst van het document
Bijlage: Was-wordt lijst Nadere regels 2023 Was
Wordt
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Beleidsregels: de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rheden.
a. Beleidsregels: de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rheden.
b. Budgethouder: de cliënt aan wie een pgb is toegekend.
b. Budgethouder: de inwoner aan wie een pgb is toegekend.
c. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden.
c. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden.
d. Inwoner: een cliënt conform de Wet maatschappelijke ondersteuning. Of een jeugdige, ouders of gezaghebbende conform de Jeugdwet.
d. Inkomen: het verzamelinkomen ofwel het gezinsinkomen van de inwoner die een aanvraag doet of voor wie de aanvraag bedoeld is.
e. Maatwerkvoorziening: een aanbod van diensten, activiteiten of producten dat, na zorgvuldig onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de inwoner(s), door middel van een beschikking toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp. In de Verordening jeugdhulp gemeente Rheden wordt deze individuele voorziening genoemd.
e. Inwoner: een cliënt conform de Wet maatschappelijke ondersteuning. Of een jeugdige, ouders of gezaghebbende conform de Jeugdwet.
f. Pgb: persoonsgebonden budget. g. SVB: Sociale verzekeringsbank. h. Verordening: de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2023 dan wel Verordening jeugdhulp gemeente Rheden 2019. i. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Jeugdwet. j. Dagelijkse ondersteuning: dit betreft hulp bij het huishouden, eventueel aangevuld met
f. Maatwerkvoorziening: een aanbod van diensten, activiteiten of producten dat, na zorgvuldig onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de inwoner(s), door middel van een beschikking toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp. In de Verordening jeugdhulp gemeente Rheden wordt deze individuele voorziening genoemd. g. Pgb: persoonsgebonden budget. h. Sociale Basis: Alle informele en formele netwerken en maatschappelijke initiatieven ter ondersteuning van inwoners op het gebied van zelfregie en samenredzaamheid. Binnen de Sociale Basis van de gemeente Rheden zijn zowel vrijwilligers als professionele hulpverleners actief en samen vormen zij het cement van de samenleving waarop mensen
lichte ondersteuningstaken (bijvoorbeeld: het openen van de post, hand- en spandiensten). k. Sociale basis: vormt een breed en sterk fundament waar inwoners zonder beschikking gebruik van kunnen maken. Dit betreft laagdrempelige en direct beschikbare ondersteuning zoals lichte tot middelzware begeleiding en daginvulling voor zowel volwassenen als jeugdigen.
met elkaar een gemeenschap vormen en waarbinnen met name lichtere vormen van hulp en ondersteuning geboden worden. i. Verordening jeugdhulp: Verordening jeugdhulp gemeente Rheden 2019 j. Verordening maatschappelijke ondersteuning: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2023.
2. Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de verordening, de beleidsregels, het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015, de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, Besluit Jeugdwet, Regeling Jeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
k. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Jeugdwet.
Artikel 2 Afwegingskader maatwerkvoorzieningen
- (verwerkt in verordening en beleidsregels)
l. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de verordening, de beleidsregels, het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015, de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, Besluit Jeugdwet, Regeling Jeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
1. Een inwoner komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als er een noodzaak tot ondersteuning is en de hulpvraag niet (volledig) kan worden opgelost met inzet van eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp van andere personen uit het sociaal netwerk, algemene voorzieningen en/of andere voorzieningen. 2. Het college toetst aan de hand van de regels in bijlage 1 of er sprake is van gebruikelijke of bovengebruikelijke hulp. 3. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening. Artikel 3 Beschikbare algemene voorzieningen
- (verwerkt in beleidsregels)
Binnen de gemeente Rheden zijn de volgende algemene voorzieningen beschikbaar: a. begeleiding vanuit de sociale basis; b. activiteiten in een raad/buurt/inloophuis; c. jongerenwerk; d. jongerencoach; e. jongerennetwerk; f. toekomstcoach; g. vervangend vervoer door de plusbus; h. administratieve ondersteuning door formulierenhulp; i. financiële ondersteuning door sociale raadslieden; j. ondersteuning voor mantelzorgers en vrijwillige thuishulp; k. vrijwillige senioren ondersteuning; l. schuldhulpmaatje; m. schoolmaatschappelijk werk; n. algemeen maatschappelijk werk; o. hulp bij scheiden (diverse vrij toegankelijke interventies); p. hulp bij het huishouden; q. versterken van de fysieke kracht voor hulp bij het huishouden (powerful ageing). Artikel 4 Afschrijvingstermijnen
- (verwerkt in beleidsregels)
In bijlage II is vastgelegd welke afschrijvingstermijnen er voor hulpmiddelen en woningaanpassingen gehanteerd worden. Artikel 5 Formele hulp door geregistreerde professionals
Artikel 2 Regels voor pgb 1. Als een inwoner in aanmerking voor een maatwerkvoorziening komt en deze zelf wil
1. Bij formele hulp is er, ongeacht de organisatievorm (zie Verordening jeugdhulp gemeente Rheden 2019 artikel 12, lid 1), sprake van zorg die verleend wordt door personen die geregistreerd professional zijn voor het verlenen van jeugdhulp (SKJ-registratie) en/of individuele gezondheidszorg (BIG-registratie). 2. De formele hulp beschikt, ongeacht de organisatievorm (zie Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2019 artikel 19), naast de beroepskwalificatie en relevante diploma’s, over een VOG niet ouder dan 2 jaar.
inkopen met een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6 lid 2 Wmo of artikel 8.1.1 Jeugdwet opgenomen voorwaarden. De inwoner dient daarvoor een pgb-plan in zoals bedoeld in artikel 11 van de Verordening jeugdhulp en artikel 10 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning volgens een door het college ter beschikking gesteld format, waarbij de inwoner in elk geval aangeeft: a. wat hij met het pgb wenst in te kopen en welk resultaat hij wenst te behalen; b. de motivatie waarom hij de ondersteuning in de vorm van een pgb wenst te ontvangen; c. hoe hij de ondersteuning wenst te organiseren en de voorgenomen uitvoerder van de maatwerkvoorziening; d. of hij hulp krijgt bij het beheer van het pgb en zo ja, van wie; e. op welke wijze de kwaliteit van de maatwerkvoorziening is gewaarborgd, waarbij in het geval van informele hulp: i. de hulpverlener de grenzen van het eigen kunnen en bevoegdheden kan inschatten en kan aangeven wanneer professionele of specialistische hulp nodig is; ii. de hulpverlener aangeeft dat de zorg aan de budgethouder voor hem niet tot overbelasting leidt; en iii. de hulpverlener actief samen werkt met andere hulpverleners wanneer sprake is van een bedreiging van de veiligheid of welzijn van de inwoner. f. hoe de inwoner de uitvoerder van de maatwerkvoorziening gaat aansturen en controleren; g.
hoe de inwoner een goede administratie gaat bijhouden; h. wat de te verwachten kosten zijn, onderbouwd in een begroting. 2. Gaat het om een maatwerkvoorziening die geboden wordt door een (formele of informele) hulpverlener, dan stelt de hulpverlener samen met de inwoner en eventueel zijn pgbbeheerder een zorgplan op en dient dit in bij het college. Het college gebruikt het zorgplan om te beoordelen of de ondersteuning van voldoende kwaliteit en dus veilig, doeltreffend,
doelmatig en cliëntgericht is. In het zorgplan staat in ieder geval: a. wie de uitvoerder van de maatwerkvoorziening en de directe hulpverlener(s) zijn; b. wat de deskundigheid is van de directe hulpverlener(s); c. wie de directe hulpverlener(s) kan vervangen bij afwezigheid; d. welke doelen behaald moeten worden; e. welke concrete acties ingezet worden om de doelen te behalen; f. waar en wanneer de ondersteuning gaat plaatsvinden. 3. Een inwoner en eventueel zijn pgbbeheerder, krijgt maximaal twee keer de mogelijkheid om een pgb-plan en indien van toepassing een zorgplan aan te leveren. Als, ook na een redelijke hersteltermijn, geen passend budget- en zorgplan wordt aangeleverd, wordt het pgb afgewezen. 4. Als er sprake is van formele hulp zoals bedoeld in artikel 12 lid 1 van de Verordening jeugdhulp moet de uitvoerder van de maatwerkvoorziening: a. altijd voldoen aan de norm van de verantwoorde werktoedeling; b. ingeschreven staan in het handelsregister; c. een VOG niet ouder dan twee jaar van alle werknemers en eventueel vrijwilligers kunnen overleggen; d. beschikken over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem dat voldoet aan de landelijke eisen; tenzij het gaat om een zelfstandige zonder personeel; e. een verklaring betalingsgedrag belastingdienst kunnen tonen; f.
een afschrift van de meest recente jaarrekening, of in het geval een Zelfstandige zonder personeel een balans en een winst- en verliesrekening, kunnen tonen; g. verzekerd zijn tegen beroeps- of bedrijfsaansprakelijkheid. 5. Als er sprake is van formele hulp zoals bedoeld in artikel 12 lid 4 en lid 5 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning moet de uitvoerder van de maatwerkvoorziening:
a. adequaat opgeleid personeel inzetten; b. ingeschreven staan in het handelsregister; c. een VOG niet ouder dan twee jaar van alle werknemers en eventueel vrijwilligers kunnen overleggen; d. beschikken over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem dat voldoet aan de landelijke eisen; tenzij het gaat om een zelfstandige zonder personeel; e. een verklaring betalingsgedrag belastingdienst kunnen tonen; f. een afschrift van de meest recente jaarrekening, of in het geval een Zelfstandige zonder personeel een balans en een winst- en verliesrekening, kunnen tonen; g. verzekerd zijn tegen beroeps- of bedrijfsaansprakelijkheid. 6. Als er sprake is van informele hulp zoals bedoeld in artikel 12 lid 2 en lid 3 van de Verordening jeugdhulp en artikel 12 lid 6 en lid 7 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning kan de hulpverlener een verklaring omtrent gedrag (VOG) niet ouder dan twee jaar overleggen. Alleen voor hulpverleners die bloed- en aanverwanten van de inwoner in de eerste en tweede graad zijn, geldt dit niet. 7. Als blijkt dat de uitvoerder van de maatwerkvoorziening niet voldoet aan de kwaliteitseisen kan het college, afhankelijk van de omstandigheden, een redelijke hersteltermijn geven of de uitvoerder van de maatwerkvoorziening niet (meer) accepteren. 8.
Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over integriteit van de uitvoerder van de maatwerkvoorziening. Dit doet zich in elk geval voor als die uitvoerder: a. fraude heeft gepleegd; b. betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de maatwerkvoorziening in gevaar brengt; c. bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes opgelegd heeft gekregen; d. bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen opgelegd heeft gekregen in de vorm van een last onder bestuursdwang en/of dwangsom; e. en/of zijn directie en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een zakelijk
samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden; f. zich niet professioneel gedraagt. Dit is bijvoorbeeld zo als de pgb-aanbieder zich intimiderend opstelt, geen voorbeeldfunctie toont of incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van zijn functie. 9. Een pgb is alleen mogelijk als: a. voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6 lid 2 Wmo of artikel 8.1.1 Jeugdwet opgenomen voorwaarden en; b. er op geen enkele manier druk is uitgeoefend om de voorziening van de beoogde uitvoerder van de maatwerkvoorziening te betrekken en; c. het niet gaat om een spoedeisend geval zoals bedoeld in artikel 2.3.3 Wmo of artikel 2.6 lid 1 sub b Jeugdwet en; d. het college niet eerder een beslissing heeft herzien of ingetrokken omdat: i. de inwoner en/of zijn pgb-beheerder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; ii. de inwoner en/of zijn pgb-beheerder niet heeft voldaan aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden; iii. de inwoner en/of zijn pgb-beheerder het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor het bestemd is. 10. Een pgb voor hulp uit het sociale netwerk is mogelijk als: a. de inwoner een gelijkwaardig of beter resultaat kan halen met inzet van de hulp uit het sociale netwerk en; b.
dit leidt tot volwaardige dienstverlening die past bij de hulpvraag van de inwoner en; c. de hulp uit het sociale netwerk heeft aangegeven dat de ondersteuning aan de inwoner niet tot overbelasting leidt en; d. het niet gaat om GGZ-behandeling (alleen van toepassing op de Jeugdwet). 11. Een inwoner die het pgb niet zelf kan beheren, krijgt maximaal twee keer de mogelijkheid om een pgb-beheerder aan te dragen. Als de inwoner geen geschikte pgbbeheerder aandraagt, wordt het pgb afgewezen.
12. Het college acht een inwoner of een pgbbeheerder niet geschikt om het pgb te beheren, als bij hem sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: a. de inwoner of zijn pgb-beheerder beschikt niet over alle van onderstaande vaardigheden: i. kunnen overzien van de situatie en een duidelijk beeld van de zorgvraag hebben; ii. op de hoogte zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of weten waar die zelf bij de desbetreffende instanties (online) te vinden; iii. in staat om een overzichtelijke pgbadministratie bij te houden; iv. kan voldoende communiceren met de gemeente, de SVB en zorgverleners; v. in staat om zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen; vi. in staat om afspraken te maken en vast te leggen, en om dit te verantwoorden; vii. kunnen beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; viii. de inzet van zorgverleners kunnen coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; ix. in staat om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; x. voldoende (juridische) kennis over het werkof opdrachtgeverschap, of weet deze kennis te vinden. b. problematische schuldenproblematiek; c. ernstige verslavingsproblematiek; d. aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; e.
een aanmerkelijke verstandelijke beperking; f. een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; g. een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; h. het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; i. twijfels op overige gronden over de pgbvaardigheid. 13. Onverlet het bepaalde in het vorige lid wordt een pgb-beheerder alleen geacht de inwoner te kunnen helpen bij het beheer van het pgb als;
a. hij niet ook de uitvoerder is van de maatwerkvoorziening die met het pgb wordt ingekocht of geen relatie heeft met de uitvoerder van de maatwerkvoorziening en er ook geen belangenverstrengeling is tussen de pgb-beheerder en de uitvoerder van de maatwerkvoorziening. Tenzij het college dit gezien de situatie van de cliënt, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding van het pgb is omgeven, wel passend vindt; b. er voldoende nabijheid is in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd; c. hij de belangen van de cliënt voldoende kan behartigen; d. hij de aan een pgb verbonden taken kan uitvoeren. 14. Uitbetaling van het pgb voor een zaak als bedoeld in artikel 12 lid 1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning, vindt plaats na ontvangst van de factuur en controle van de besteding van het budget. Artikel 6 Bepaling hoogte pgb
Artikel 3 Bepaling hoogte pgb
1. De hoogte van het pgb wordt vastgelegd in een beschikking.
1. De hoogte van een pgb is een all-in budget, respectievelijk een all-in uurtarief.
2. De hoogte van een pgb is een all-in budget, respectievelijk een all-in uurtarief.
2. Reiskosten, administratiekosten, kosten vakantiegeld en eventuele andere kosten dienen deel uit te maken van het all-in budget of all-in tarief en kunnen niet afzonderlijk worden uitbetaald ten laste van het pgb.
3. Reiskosten, administratiekosten, kosten vakantiegeld en eventuele andere kosten dienen deel uit te maken van het all-in budget of all-in tarief en kunnen niet afzonderlijk worden uitbetaald ten laste van het pgb.
3. Een pgb is niet bedoeld als inkomenscompensatie.
4. Een pgb is niet bedoeld als inkomenscompensatie. 5. Het tarief voor pgb ongekwalificeerd/informeel is vanaf de Wet minimumloon afgerond naar boven en vastgesteld op € 12,50 Artikel 7 Bouwkundige en woontechnische woonvoorzieningen
Artikel 5 Kosten bouwkundige en woontechnische woonvoorzieningen
1. De kosten van een woonvoorziening kunnen omvatten:
1. De kosten van een woonvoorziening kunnen omvatten:
a. de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening;
a. de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening;
b. de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;
b. de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;
c. het honorarium van architect of constructeur tot ten hoogste 10% van de aanneemsom inclusief BTW met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in de Rechtsverhouding opdrachtgever - architect, ingenieur en adviseur DNR 2011, of een recentere versie van deze regeling;
c. het honorarium van architect of constructeur tot ten hoogste 10% van de aanneemsom inclusief BTW met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in de Rechtsverhouding opdrachtgever - architect, ingenieur en adviseur DNR 2011, of een recentere versie van deze regeling;
d. de kosten voor het toezicht op de uitvoering (alleen bij sociale woningbouw), indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom, exclusief BTW;
d. de kosten voor het toezicht op de uitvoering (alleen bij sociale woningbouw), indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom, exclusief BTW;
e. de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
e. de leges voor zover deze noodzakelijk zijn voor het treffen van de voorziening;
f. de verschuldigde en niet verrekenbare- of terugvorderbare omzetbelasting;
f. de verschuldigde en niet verrekenbare- of terugvorderbare omzetbelasting;
g. renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betalingen aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen. Voor het bepalen van dit bedrag wordt uitgegaan van het rentepercentage dat gold op het moment van de financieringsaanvraag;
g. renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betalingen aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de bouw dan wel het treffen van voorzieningen. Voor het bepalen van dit bedrag wordt uitgegaan van het rentepercentage dat gold op het moment van de financieringsaanvraag;
h. de prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk, als niet binnen het oorspronkelijk kavel gebouwd kan worden, tot een maximum van 20 vierkante meter;
h. de prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk, als niet binnen het oorspronkelijk kavel gebouwd kan worden, tot een maximum van de vierkante meters die minimaal noodzakelijk zijn om de voorzienig te realiseren;
i. de administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de persoon met beperkingen
i. de administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een
voor zover de hiervoor onder a tot en met j genoemde kosten meer bedragen dan € 1.000,00, 10% van die kosten, met een maximum van € 350,00. 2. a. Indien een bouwkundige of woontechnische voorziening door of namens de aanvrager in eigen beheer wordt gerealiseerd, vervallen de in het voorgaande lid onder a en b genoemde loonkosten en worden alleen de materiaalkosten in aanmerking genomen. b. Wanneer de verkoopprijs lager is dan toen de aanpassing geplaatst werd, wordt het bedrag hiermee verminderd
Artikel 7a Anti-speculatieregeling bij aanpassing eigendomswoning 1. De eigenaar dient bij verkoop van de woning binnen 10 jaar na de aanpassing de kosten van de woonvoorziening, minus betaalde eigen bijdrage dan wel het eigen aandeel in de kosten, terug te betalen aan de gemeente Rheden, indien de aanpassing heeft geleid tot waardevermeerdering van de woning. 2. Voor terugbetaling komen alleen de kosten van de door het college verstrekte financiële tegemoetkoming dan wel van het persoonsgebonden budget voor aan- en/of verbouw aan de onroerende zaak in aanmerking, voor zover die kosten een bedrag van € 10.000,00 te boven gaan. 3. Voor de vaststelling van de waarde van de onroerende zaak, na de in lid 1 bedoelde aanpassing, wordt door het college uitgegaan van de waarde die gehanteerd wordt voor de vaststelling van de onroerendezaakbelasting en
voorziening voor de persoon met beperkingen voor zover de hiervoor onder a tot en met h genoemde kosten meer bedragen dan € 1.000,00, 10% van die kosten, met een maximum van € 350,00. j. vergoeding van de kosten van tijdelijke huisvesting (het indien noodzakelijk tijdelijk betrekken van een zelfstandige woonruimte of het langer moeten aanhouden van te verlaten woonruimte). De vergoeding wordt bepaald op het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten met als maximum de geldende maximale maandhuur om in aanmerking te komen voor huurtoeslag. 2. Indien een bouwkundige of woontechnische voorziening door of namens de aanvrager in eigen beheer wordt gerealiseerd, vervallen de in het voorgaande lid onder a en b genoemde loonkosten en worden alleen de materiaalkosten in aanmerking genomen. - (bepaling niet toegestaan)
die van toepassing is op het moment dat de aan- en/of verbouw gereed is, vermeerderd met de omvang van de kosten van de aanen/of verbouw. 4. Voor de woonvoorziening geldt een afschrijvingsperiode van 10 jaar, waarvan de eerste termijn aanvangt een jaar na oplevering van de woonvoorziening. 5. De in artikel 7a lid 1 genoemde terugbetalingsverplichting wordt aan de hand van onderstaand schema berekend: a. bij verkoop in het eerste en tweede jaar na gereedmelding 100% van de door het college het college vergoede aanpassingskosten; b. bij verkoop in het derde en vierde jaar na gereedmelding 80% van de door het college vergoede aanpassingskosten; c. bij verkoop in het vijfde en zesde jaar na gereedmelding 60% van de door het college vergoede aanpassingskosten; d. bij verkoop in het zevende en achtste jaar na gereedmelding 40% van de door het college vergoede aanpassingskosten; e. bij verkoop in het negende en tiende jaar na gereedmelding 20% van de door het college vergoede aanpassingskosten; f. in alle bovenbedoelde gevallen verminderd met de eigen bijdrage dan wel het eigen aandeel dat voor rekening van de aanvrager is gebleven. 6. Indien de verkoopprijs lager is dan de waarde ten tijde van het voltooien van de aanpassing, wordt bij de vaststelling van het terug te betalen bedrag met die lagere opbrengst rekening gehouden.
In dat geval wordt het terug te betalen bedrag evenredig verminderd. Artikel 8 Pgb voor woonvoorzieningen
- (lid 1 hoogte pgb volgt uit de verordening, lid 2 is verwerkt in het nieuwe artikel 4, lid 3 is niet
1. De hoogte van het pgb voor onderhoud, keuring en reparatie van door de gemeente Rheden, in het kader van de verordening of de daaraan voorafgaande verordeningen, verstrekte liftsystemen en elektrische apparatuur wordt vastgesteld op het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten. 2. De hoogte van het pgb voor tijdelijke huisvesting (het tijdelijk betrekken van een zelfstandige woonruimte of het langer moeten aanhouden van te verlaten woonruimte), wordt bepaald op het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten met als maximum de geldende maximale maandhuur om in aanmerking te komen voor huurtoeslag. Een pgb voor tijdelijke huisvesting wordt slechts toegekend tot een maximumbedrag van € 10.000,00 is bereikt. 3. Een pgb dan wel een financiële tegemoetkoming in de kosten van woningsanering wordt alleen verstrekt in gevallen waarin de te vervangen stoffering nog niet is afgeschreven. Bij de vaststelling van de hoogte van het pgb dan wel de financiële tegemoetkoming wordt, op basis van een afschrijvingstermijn van 8 jaar, rekening gehouden met de reeds verlopen afschrijvingsperiode. De afschrijvingspercentages zijn: a. 100% indien het te vervangen artikel nieuwer is dan 2 jaar; b. 75% indien het te vervangen artikel tussen de twee en vier jaar oud is; c. 50% indien het te vervangen artikel tussen de vier en zes jaar oud is; d.
25% indien het te vervangen artikel tussen de zes en acht jaar oud is. Als normbedragen worden gehanteerd € 53,00 per strekkende meter voor zeil of linoleum (uitgaande van een gemiddelde lengte van een
toegestaan, lid 4 is verwerkt in het artikel over de financiële tegemoetkoming)
rol van 4 meter), inclusief egalisatiekosten en € 15,00 per meter voor rolgordijnen of een ander soort gladde gordijnen). 4. De hoogte van een pgb voor verhuizing en herinrichting wordt als volgt vastgesteld: a. op de kosten van verhuizing, met een maximum van € 2.500,00; b. op de daadwerkelijk gemaakte kosten van herinrichting, waarbij de prijzen voor stoffering in de meest actuele NIBUD-prijzengids als maximum worden aangehouden. Artikel 9 Pgb voor rolstoelvoorzieningen en vervoersvoorzieningen 1. De hoogte van het pgb voor een rolstoel of vervoersvoorziening bedraagt ten hoogste de prijs voor de goedkoopst-compenserende voorziening, inclusief onderhoud en reparatie, over een periode van zeven jaar. 2. Het pgb voor voorziening die buiten het kernassortiment van de gemeente Rheden valt, bestaat uit twee componenten: a. een bedrag, bestemd voor de aanschafkosten van de goedkoopst-compenserende voorziening; b. een bedrag, bestemd voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van de voorziening. 3. Het college stelt de hoogte van het pgb vast op basis van tenminste twee offertes van twee leveranciers buiten het kernassortiment, waarvan er minimaal één is opgevraagd door het college, en één door de aanvrager. 4. Uitbetaling van het pgb als bedoeld in het tweede lid vindt plaats na goedkeuring van de in het derde lid bedoelde offerte en na ontvangst van de factuur. 5.
Nadat controle heeft plaatsgevonden ten aanzien van de besteding van het budget wordt
- (hoogte pgb lid 1 t/m 3, lid 6 en lid 9 volgt uit de verordening, lid 7 en 8 maximeren pgb is niet toegestaan, lid 4 en lid 5 zijn deels verwerkt in het nieuwe artikel Regels voor pgb).
het bedrag van het pgb definitief vastgesteld. Als sprake is van een onderbesteding van het pgb, of de besteding ervan niet in overeenstemming met het aangegeven doel is geweest, dan wel sprake is van het niet nakomen van de aan het pgb verbonden voorwaarden kan, indien van toepassing, door het college worden overgegaan tot herziening en terugvordering. 6. Het pgb-tarief voor individueel rolstoeltaxivervoer bedraagt € 0,30 per kilometer, conform het tarief van zorgverzekeraars. 7. Voor sportvoorzieningen wordt het toe te kennen pgb gemaximeerd op € 3.000,00. 8. Voor auto-aanpassingen wordt het toe te kennen pgb gemaximeerd op € 12.000,00. 9. De hoogte van het pgb voor sociaal vervoer wordt berekend aan de hand van de kosten die de gemeente zou maken als de cliënt gebruik zou maken voor collectief vervoer. Dit komt neer op het tarief van € 0,17 per km plus het opstaptarief voor een enkele reis van €0,95. Artikel 10 Tegemoetkoming in de meerkosten voor afval gerelateerd aan een medische aandoening
Artikel 6 Tegemoetkoming in de meerkosten voor afval gerelateerd aan een medische aandoening
1. Het college kan in overeenstemming met artikel 2.1.7 van de Wmo 2015 op aanvraag aan inwoners met een beperking of chronische ziekte, die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben op het gebied van medisch afval.
1. Het college kan in overeenstemming met artikel 2.1.7 van de Wmo 2015 en artikel 20 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning op aanvraag aan inwoners met een beperking of chronische ziekte, die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben op het gebied van medisch afval, een tegemoetkoming voor deze meerkosten verstrekken.
2. Deze tegemoetkoming wordt eenmaal per jaar verstrekt waarbij het verschil in jaarlijkse bedrag in afvalstoffenheffing van één container tussen een 180 en 140 liter inhoud container, of 240 en 180 liter container als financiële tegemoetkoming verstrekt wordt onder de volgende voorwaarden:
2. Deze tegemoetkoming wordt eenmaal per jaar verstrekt waarbij het verschil in jaarlijkse bedrag in afvalstoffenheffing van één container tussen een 180 en 140 liter inhoud container, of 240 en 180 liter container als financiële
a. aanvrager is 18 jaar of ouder; b. aanvrager is inwoner van de gemeente Rheden;
tegemoetkoming verstrekt wordt onder de volgende voorwaarden: a. aanvrager is 18 jaar of ouder;
c. aanvrager heeft de Nederlandse nationaliteit of verblijft rechtmatig in Nederland;
b. aanvrager is inwoner van de gemeente Rheden;
d. aanvrager woont in een zelfstandige wooneenheid;
c. aanvrager heeft de Nederlandse nationaliteit of verblijft rechtmatig in Nederland;
e. er moet bij de aanvrager sprake zijn van een aantoonbare beperking of chronische ziekte;
d. aanvrager woont in een zelfstandige wooneenheid;
f. de aanvrager heeft een inkomen lager dan 120% van de op 1 januari van desbetreffend jaar van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals opgenomen in de Participatiewet; en
e. er moet bij de aanvrager sprake zijn van een aantoonbare beperking of chronische ziekte;
i. de aanvraag wordt gedurende het lopende kalenderjaar gedaan waarbij de uiterste datum van indiening 31 december is;
h. kan onder f en g vermelde voorwaarde aantoonbaar maken door middel van het in bezit zijn van een op de persoon verstrekte ‘GelrePas’;
f. de aanvrager heeft een (gezamenlijk) inkomen lager dan 120% van de op 1 januari van desbetreffend jaar van toepassing zijnde g. de aanvrager heeft een vermogen dat niet hoger is dan het voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals opgenomen in de heffingsvrije vermogen, zoals opgenomen in de Participatiewet; en Wet inkomstenbelasting 2001. De waarde van g. de aanvrager en/of diens toeslagpartner de eigen woning wordt bij deze heeft een (gezamenlijk) vermogen dat niet vermogensvaststelling buiten beschouwing hoger is dan het voor hem van toepassing zijnde gelaten; en heffingsvrije vermogen, zoals opgenomen in de Wet inkomstenbelasting 2001. De waarde van h. kan onder f en g vermelde voorwaarde de eigen woning wordt bij deze aantoonbaar maken door middel van het in vermogensvaststelling buiten beschouwing bezit zijn van een op de persoon verstrekte gelaten; en ‘GelrePas’;
j. er is sprake van incontinentiemateriaal of stoma- en nierdialysemateriaal; k. aanvrager levert een bon van de apotheek of een factuur van de zorgverzekeraar in; l. onder deze meerkostenregeling voor medisch afval vallen niet de luiers voor baby’s, peuters en kleuters voortkomend uit de normale ontwikkeling behorende bij deze leeftijd;
i. er is sprake van incontinentiemateriaal of stoma- en nierdialysemateriaal; j. aanvrager levert een bon van de apotheek of een factuur van de zorgverzekeraar in; k. onder deze meerkostenregeling voor medisch afval vallen niet de luiers voor baby’s, peuters en kleuters voortkomend uit de normale ontwikkeling behorende bij deze leeftijd;
m. de aanvraag wordt gedurende het lopende kalenderjaar gedaan waarbij de uiterste datum van indiening 31 december is.
l. de aanvraag wordt gedurende het lopende kalenderjaar gedaan waarbij de uiterste datum van indiening 31 december is.
- (was eerder een algemene voorziening)
Artikel 7 Tegemoetkoming in de meerkosten voor een maaltijdservice 1. Het college kan in overeenstemming met artikel 2.1.7 van de Wmo 2015 en artikel 20 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning op aanvraag aan inwoners met een beperking of chronische ziekte, die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben op het gebied van maaltijden, een tegemoetkoming voor deze meerkosten verstrekken. 2. Deze tegemoetkoming wordt eenmaal per jaar verstrekt waarbij de maximale hoogte wordt afgestemd op de op dat moment goedkoopst adequate beschikbare maaltijdservice in de gemeente onder de volgende voorwaarden: a. aanvrager is 18 jaar of ouder; b. aanvrager is inwoner van de gemeente Rheden; c. aanvrager heeft de Nederlandse nationaliteit of verblijft rechtmatig in Nederland; d. aanvrager woont in een zelfstandige wooneenheid; e. er moet bij de aanvrager sprake zijn van een aantoonbare beperking of chronische ziekte waardoor aanvrager niet zelf kan koken en er is geen of onvoldoende sprake van gebruikelijke hulp of mantelzorg voor het bereiden van de maaltijden; f. de aanvrager heeft een (gezamenlijk) inkomen lager dan 120% van de op 1 januari van desbetreffend jaar van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals opgenomen in de Participatiewet; en
g. de aanvrager en/of diens toeslagpartner heeft een (gezamenlijk) vermogen dat niet hoger is dan het voor hem van toepassing zijnde heffingsvrije vermogen, zoals opgenomen in de Wet inkomstenbelasting 2001. De waarde van de eigen woning wordt bij deze vermogensvaststelling buiten beschouwing gelaten; en h. kan onder f en g vermelde voorwaarde aantoonbaar maken door middel van het in bezit zijn van een op de persoon verstrekte ‘GelrePas’; i. aanvrager levert een factuur van de maaltijdservice in; j. de aanvraag wordt gedurende het lopende kalenderjaar gedaan waarbij de uiterste datum van indiening 31 december is. Artikel 11 Slotbepalingen
Artikel 8 Slotbepalingen
1. Het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning 2016 en de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rheden 2016 worden ingetrokken. 2. Deze nadere regels treden in werking de dag na bekendmaking.
1. De nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rheden 2019 worden ingetrokken.
3. Dit besluit wordt aangehaald als de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rheden 2019.
3. Dit besluit wordt aangehaald als de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rheden 2023.
-
Artikel 4 Hoogte financiële tegemoetkoming verhuizen en herinrichting De gemeente hanteert onderstaande normbedragen voor de verhuizing en de stoffering. Deze zijn gebaseerd op marktonderzoek naar de kosten voor een verhuizing en de Nibud-normen voor stoffering. De financiële tegemoetkoming wordt niet altijd tegelijkertijd met de beschikking uitbetaald. Voor uitbetaling moet de cliënt namelijk een huur- of koopovereenkomst van de nieuw te betreden woning overleggen en de gemeente
2. Deze nadere regels treden in werking de dag na bekendmaking.
moet hebben geconstateerd dat deze woning adequaat is voor de beperkingen van de cliënt.
Verhuizing Type woning
Financiële tegemoetkoming
Appartement
€ 720,-
Rijtjeshuis
€ 1.300,-
Vrijstaande woning of 2-onder-een kap
€ 1.500,-
Als de cliënt geen verhuisbedrijf nodig heeft, maar zelf of met het netwerk kan verhuizen, wordt alleen een tegemoetkoming voor stoffering verstrekt. Stoffering nieuwe woning Aantal leden van het huishouden
Financiële tegemoetkoming
1
€ 1.343,50
2 tot 3
€ 1.387,50
4 tot 5
€ 1.721.-
6 of meer
€ 1.968,50
Deze bedragen zijn gebaseerd op de prijzengids van het Nibud 2022, rekening houdende met vinyl vloerbedekking, overgordijnen, gordijnrails, behang en behanglijm. Een cliënt kan andere keuzes maken bij de inrichting, zoals laminaat in plaats van vinyl, muurverf in plaats van behang en rolgordijnen in plaats van kant en klare overgordijnen. De meerkosten zijn dan echter voor eigen rekening van de cliënt.
BIJLAGE I Gebruikelijke hulp
- (verplaatst naar beleidsregels)
BIJLAGE II Hulpmiddelen, prijzen en afschrijftermijn
- (verplaatst naar beleidsregels)