CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage V Beleidskader Samen Energie Opwekken def (21.26)

Raadsvergadering 9 juni 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Besluitvorming over vaststelling beleidskader E&L en beleidskader SEO (21.26)2.935 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BELEIDSKADER

Samen Energie Opwekken GEMEENTE RHEDEN Beleidskader ter beoordeling van de participatie bij initiatieven voor grondgebonden energie-opwek

BELEIDSKADER | Samen Energie Opwekken Beleidskader ter beoordeling van de participatie bij initiatieven voor grondgebonden energie-opwek

Versie mei 2021 Vastgesteld door de gemeenteraad op <DATUM>

INHOUDSOPGAVE 1

BELEIDSKADER SAMEN ENERGIE OPWEKKEN 5

2

UITGANGSPUNTEN VOOR EEN GOEDE SAMENWERKING

7

3

VERDELING VAN DE OPBRENGSTEN VAN EEN PROJECT

13

Beleidskader Samen Energie Opwekken gemeente Rheden

3

1

BELEIDSKADER SAMEN ENERGIE OPWEKKEN

De gemeente Rheden vindt het belangrijk dat projecten voor zonnevelden en windenergie samen met belanghebbenden* en andere inwoners worden vormgegeven en uitgevoerd. Projecten waarin inwoners meedoen hebben een grotere kans op succes. Bovendien lopen deze projecten vaak positiever en soepeler dan projecten waarbij geen lokale betrokkenheid is. Het contact met de omgeving staat centraal. Er moet ruimte zijn voor dialoog waarin verschillende ideeën en perspectieven serieus worden overwogen. Dit betekent niet dat er 100% overeenstemming moet zijn, wel dat er zoveel mogelijk draagvlak is gezocht en keuzes helder onderbouwd zijn. De gemeente wil dat initiatiefnemers* zich maximaal inspannen om te zorgen dat alle belanghebbenden en andere inwoners op een goede manier worden geïnformeerd, mee kunnen denken, mee kunnen werken en invloed kunnen uitoefenen op de te nemen beslissingen van de initiatiefnemer en de gemeenteraad. Daarom zijn in dit hoofdstuk uitgangspunten opgesteld voor de samenwerking. Daarnaast is ook beschreven hoe de omgeving mee zou kunnen profiteren van de opbrengsten van een project. De gemeente heeft een voorkeur voor lokale initiatieven vanuit de samenleving: door en voor onze inwoners. Andere initiatieven dan lokale initiatieven sluiten wij echter niet op voorhand uit.

* In bijlage 3 van de bij dit Beleidskader behorende Bijlage is een begrippenlijst opgenomen. De begrippen met een asterisk (*) worden daarin toegelicht. Beleidskader Samen Energie Opwekken gemeente Rheden

5

2

UITGANGSPUNTEN VOOR EEN GOEDE SAMENWERKING

Samen met de omgeving Samen met de initiatiefnemer zorgen we ervoor dat belanghebbenden en andere inwoners bij een project voor een zonneveld of windmolen(s) goed worden geïnformeerd, mee kunnen denken en invloed kunnen uitoefenen op de te nemen besluiten.

Maatwerk Ieder project voor een zonneveld of windmolens is uniek. De wensen van de verschillende belanghebbenden en andere inwoners en de verwachte ruimtelijke en maatschappelijke impact* van een project verschillen per project. Hoe de samenwerking tussen de initiatiefnemers, de gemeente, de belanghebbenden en andere inwoners er uit ziet, wordt daarom per project bepaald.

Voor de haalbaarheid van een initiatief is professionaliteit in de projectontwikkeling belangrijk. Initiatiefnemers moeten daarom aantoonbaar beschikken over of toegang hebben tot de kennis, vaardigheden en middelen voor professionele ontwikkeling van het project.

De eisen aan de projectorganisatie voor een klein zonneveld, zoals De Bocht in Dieren, zien er heel anders uit dan bij een eventueel project voor grote windmolens. Het beleidskader Samen Energie Opwekken biedt ruimte en flexibiliteit om in samenspraak tussen initiatiefnemer, belanghebbenden en andere inwoners en gemeente voor elke situatie te komen tot een passende projectorganisatie, waarbij met alle belangen zo goed mogelijk rekening wordt gehouden. Voor iedere samenwerking bij een project geldt dat de kwaliteit van de participatie* in hoge mate wordt bepaald door : • Transparantie waarbij belanghebbenden en andere inwoners serieuze gesprekspartners zijn voor de initiatiefnemer; • Openheid en redelijkheid in de dialoog tussen de betrokken partijen; • Voldoende ruimte voor belanghebbenden en andere inwoners om gehoord te worden over en invloed uit te kunnen oefenen op de ruimtelijke en maatschappelijke inpassing en financiële afwikkeling van het project. De gemeenteraad neemt hierover uiteindelijk een besluit. Beleidskader Samen Energie Opwekken gemeente Rheden

7

Uitgangspunten per projectfase Ieder project doorloopt een aantal fasen. Afhankelijk van de omvang en impact van een project op de omgeving (ruimtelijk en maatschappelijk) is de doorlooptijd van de fasen langer of korter. Dit beleidskader heeft betrekking op de eerste 3 fasen. In deze fasen worden ook de afspraken gemaakt voor fase 4. en 5. Ook kan in de laatste twee fasen organisatorisch worden voortgebouwd op de eerste fasen. Bijvoorbeeld door de omgevingsraad* in stand te houden, om de belangen van omwonenden verder te blijven vertegenwoordigen. Hieronder staan de uitgangspunten en richtlijnen per fase beschreven. Deze uitgangspunten en richtlijnen zijn algemeen geldig. De gemeente toetst of de initiatiefnemer zich voldoende heeft ingespannen om aan deze uitgangspunten en richtlijnen te voldoen. De initiatiefnemer moet zelf aantonen wat zij hiervoor heeft gedaan en wat deze inspanning heeft opgeleverd. In de Bijlage bij dit beleidskader zijn de fasen en stappen nader uitgewerkt. Belangrijk is om op te merken dat voor een goede samenwerking de kwaliteit van de informele communicatie tussen initiatiefnemers, belanghebbenden en andere inwoners en gemeente net zo belangrijk is als de formele overleggen en afspraken. Uiteraard moeten belangrijke besluiten wel worden vastgelegd en naar alle betrokkenen worden gecommuniceerd.

1.

Fase waarin het projectvoornemen wordt getoetst

De initiatiefnemer bespreekt, op basis van een globale projectomschrijving, met de gemeente of het project kans van slagen heeft. De gemeente toetst het project op hoofdlijnen aan lokaal en provinciaal beleid en wet- en regelgeving. Hiermee is niet gezegd dat het project uiteindelijk ook een vergunning krijgt, dat hangt af van het verdere proces en eventuele nadere onderzoeken. Het gaat hier om de toets of een project niet op voorhand kansloos is op grond van beleid, wet- en regelgeving. Deze toetsing is een rol van de gemeente en bij grotere projecten eventueel ook de provincie. Bij de toets vindt een integrale gebiedsafweging plaats. Hierbij wordt het voornemen onder andere op de volgende onderdelen getoetst: • milieu aspecten, zoals geluid, veiligheid en gezondheid. invloed op natuur en ecologie, zoals dieren en planten.

1. Toetsing projectvoornemen

2. Ontwerp- en voorbereidingsfase

3. Aanvraag vergunning

4. Bouwfase

5. Beheerfase

Figuur: overzicht projectfasen

8

• • •

invloed op het landschap, zoals zichtlijnen. invloed op cultuurhistorische waarden, zoals archeologisch of cultuurhistorisch beschermde gebieden invloed op economische aspecten, zoals toerisme.

Als het projectvoornemen niet past binnen het beleid, weten regelgeving, gaat het project niet door en heeft het ook geen zin voor een initiatiefnemer om er verder in te investeren. Na de toetsing geeft de gemeente uitgangspunten en richtlijnen mee aan de initiatiefnemer voor de uitwerking van het project. Bijvoorbeeld over het zo goed mogelijk betrekken van de belanghebbenden en andere inwoners, zoals ook in dit beleidskader beschreven. Daarvoor of uiterlijk direct nadat de gemeente heeft aangegeven dat uit de eerste toets blijkt dat het project kans van slagen heeft, informeert de initiatiefnemer de belanghebbenden en andere inwoners. In veel gevallen is het ten sterkste aan te raden dat een initiatiefnemer zijn voornemen voor het project al voor of tijdens de toetsing door de gemeente communiceert met de belanghebbenden en andere inwoners, zodat zij niet worden overvallen door een bericht in de krant of via andere kanalen. De initiatiefnemer is hier echter niet toe verplicht, omdat voor dat de gemeentelijke (of provinciale) toets heeft plaatsgevonden het vaak allerminst zeker is of een voornemen daadwerkelijk een project wordt.

2.

Ontwerp en voorbereidingsfase

De initiatiefnemer nodigt zo spoedig mogelijk belanghebbenden en andere inwoners uit om een actieve rol te nemen in het proces en stelt hen in de gelegenheid daadwerkelijk invloed te hebben op de vormgeving en ontwikkeling van het project. Om dat te bereiken wordt, nadat de belanghebbenden en andere inwoners zijn geïnformeerd, een omgevingsraad* opgericht. De omgevingsraad bestaat uit een afvaardiging van belanghebbenden en eventueel andere inwoners, die actief mee willen denken over het project. De leden van de omgevingsraad vertegenwoordigen de belangen van belanghebbenden en andere inwoners en adviseren de initiatiefnemer en gemeente. Deze belangenvertegenwoordigers zijn intensief bij het project betrokken om mee te denken over een haalbaar plan met draagvlak. Gestreefd wordt naar een representatieve vertegenwoordiging in de omgevingsraad van belanghebbenden en andere inwoners, zowel wat betreft samenstelling van doelgroepen als standpunten. Omwonenden dienen een belangrijke stem te hebben in de omgevingsraad. Beleidskader Samen Energie Opwekken gemeente Rheden

De kosten van de omgevingsraad, bijvoorbeeld om een onafhankelijk voorzitter te kunnen betalen, zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Naast de omgevingsraad, als vertegenwoordigend orgaan van de belanghebbenden en andere inwoners (maar vooral van omwonenden) en vast aanspreekpunt voor de initiatiefnemer, worden gebiedstafels* ingezet. De gebiedstafel staat voor een proces waarin belanghebbenden en andere inwoners actief worden geïnformeerd en gehoord bij ruimtelijke ontwikkelingen in een landschapseenheid. Dit zijn brede bijeenkomsten voor iedereen die geïnteresseerd is in de ontwikkeling en geïnformeerd wil worden dan wel wil meedenken. Bij de gebiedstafel kan worden getoetst of datgene wat de initiatiefnemer met de omgevingsraad heeft voorbereid ook op draagvlak kan rekenen. Bijvoorbeeld met betrekking tot het communicatie- en participatieplan en het projectplan. Gebiedstafels worden georganiseerd op initiatief van de omgevingsraad en/of de initiatiefnemer om de omgeving te informeren en input op te halen, zowel over wat er leeft bij belanghebbenden en andere inwoners als om ideeën en suggesties mee te kunnen nemen in het verdere proces. De omgevingsraad heeft dus een vaste samenstelling (afgezien van mensen die zich eventueel terugtrekken en opgevolgd worden), heeft een structurele vertegenwoordigende functie en is aanspreekpunt voor de initiatiefnemer en de gemeente.

Gebiedstafels zijn brede bijeenkomsten voor belanghebbenden en andere inwoners binnen een landschapseenheid die afhankelijk van wat er speelt, worden georganiseerd om te informeren en input op te halen. De gemeente toetst of er voldoende invulling is gegeven aan de omgevingsraad en de gebiedstafels. De initiatiefnemer stelt in overleg met de omgevingsraad een communicatie- en participatieplan op waarin tenminste het volgende wordt beschreven: • Een analyse van de belanghebbenden; • Een analyse van de thema’s en belangen die in de omgeving spelen; • De verschillende rollen en mate van invloed van de verschillende belanghebbenden; • Hoe belanghebbenden bij het project worden betrokken; • Hoe de projectcommunicatie richting belanghebbenden wordt vormgegeven. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de toegankelijkheid van de informatie voor alle doelgroepen;

9

•

Naast de belanghebbenden zal in het communicatieen participatieplan ook aandacht moeten worden besteed aan het informeren en betrekken van de andere inwoners, maar de nadruk ligt duidelijk op de belanghebbenden.

Ten aanzien van omgevingsmanagement gelden de volgende uitgangspunten: • Op welke wijze de afspraken met en aandachtspunten van belanghebbenden worden vastgelegd en gemonitord; • Hoe de afspraken met belanghebbenden invloed hebben op de vormgeving, ontwikkeling en exploitatie van het project; • De communicatie met de omgeving is primair een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer; hij of zij gebruikt hiervoor eigen communicatiekanalen. De bijeenkomsten vinden plaats op een toegankelijke locatie. De locatie zelf of een locatie in de directe nabijheid heeft de voorkeur; • Een professionele, onafhankelijke gespreksleider begeleidt de bijeenkomsten; • De initiatiefnemer biedt de gemeente de mogelijkheid om aanwezig te zijn; • Er wordt een onafhankelijk verslag gemaakt van de bijeenkomsten. Het verslag wordt verstuurd naar alle genodigden; • Initiatiefnemers maken inzichtelijk wat er met de opmerkingen van belanghebbenden wordt gedaan; • Wanneer er door de belanghebbenden specifieke wensen worden geuit ten aanzien van het ontwerp

voor de ruimtelijke inpassing van het zonneveld of de windmolen(s), moet gemotiveerd worden aangegeven waarom wel/geen uitvoering wordt gegeven aan deze wensen. Het Beleidskader Energie en Landschap is een belangrijk uitgangspunt voor de motivatie van de keuzes. Bovenstaande ten aanzien van het omgevingsmanagement dient te gebeuren in samenspraak met de omgevingsraad. Naast het in overleg met de omgevingsraad opgestelde communicatie-/participatieplan, stelt de initiatiefnemer in overleg met de omgevingsraad een projectplan op. Dit plan beschrijft onder andere het ruimtelijk ontwerpproces en hoe de belanghebbenden en andere inwoners daarbij worden betrokken. Ook staat in het projectplan een voorstel hoe de omgeving mee profiteert van de opbrengsten van het project. Er moet een bijdrage worden geleverd aan de toekomstige verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. De gebiedsdoelen uit de Omgevingsvisie Buitengebied kunnen hiervoor als uitgangspunt worden genomen. Daarnaast dienen de mogelijkheden onderzocht te worden om de omgeving ook financieel te laten profiteren. Een streefwaarde daarbij is dat een zonneveld of windmolen(s) 50% lokaal eigendom worden. De initiatiefnemer documenteert het proces en beschrijft hoe de plannen in gezamenlijkheid zijn opgesteld. In fase 2 is de rol van de omgevingsraad meedenken, meewerken, adviseren en beïnvloeden van de beslissing.

De gemeente volgt het proces in fase 2 en zal tussentijds contact

Afbeelding: impressie gebiedstafel, ontwerp- en voorbereidingsbijeenkomst

10

hebben met zowel de omgevingsraad als de initiatiefnemer over de voortgang en de tussentijdse resultaten. Fase 2 is niet vrijblijvend. Het op een goede manier betrekken van de omgeving is een voorwaarde om door te kunnen gaan naar fase 3. Het advies van de omgevingsraad weegt daarbij mee bij de toetsing door de gemeente.

3.

Fase van de aanvraag van de vergunning

De initiatiefnemer vraagt een vergunning aan bij de gemeente. De gemeente toetst op basis van het Beleidskader Samen Energie Opwekken inclusief de bijbehorende Bijlage en het advies van de omgevingsraad, of er een zorgvuldig proces is doorlopen, waarbij de belangen van de omgeving voldoende zijn meegenomen. Indien dit niet is gebeurd, kan de gemeente besluiten geen planologische medewerking verlenen. De manier waarop de besluitvorming hier over plaatsvindt, hangt af van de omvang en de impact* van het project. In alle gevallen wordt de aanvraag van de vergunning bekendgemaakt en worden daarbij ook de mogelijkheden voor belanghebbenden om te reageren beschreven. Bij

grotere projecten, bijvoorbeeld als het om grote windmolens gaat, kunnen belanghebbenden en andere inwoners invloed uitoefenen op het besluit van de gemeenteraad door middel van inspraak en het geven van zienswijzen. In alle gevallen bestaat de mogelijkheid om een bezwaarschrift in te dienen. In deze fase is de rol van belanghebbenden en andere inwoners beïnvloeden van de beslissing. Bij de realisatie van het project zal de initiatiefnemer voor diensten en materialen de voorkeur geven aan lokale toeleveranciers voor diensten en materialen. Hiermee wordt de lokale economie gestimuleerd en het aantal vervoersbewegingen beperkt. Van een initiatiefnemer wordt verwacht dat hiervan alleen gemotiveerd wordt afgeweken.

Afbeelding: locatie De Bocht nu

Afbeelding: locatie De Bocht straks (impressie zonneveld) Beleidskader Samen Energie Opwekken gemeente Rheden

11

3 VERDELING VAN DE OPBRENGSTEN VAN EEN PROJECT

De omgeving profiteert mee We zorgen dat een redelijk deel van de opbrengst ten goede komt aan de omgeving.

De komst van een zonneveld en/of windmolens kan een vermindering betekenen van het woongenot van inwoners die in de omgeving wonen. Ook kan de ruimtelijke kwaliteit, zoals landschaps- en natuurwaarden, achteruit gaan. Het is daarom redelijk en billijk dat een deel van de opbrengsten ten goede komt aan de omgeving. Tegelijk erkennen we dat de realisatie van de energieopgave geen belemmering mag ondervinden van onredelijke eisen aan initiatiefnemers. Transparantie over de kosten, opbrengsten en ruimtelijke impact van een project is daarom een vereiste. Omdat er grote verschillen zijn in de opbrengsten van projecten, zullen ook de bedragen die beschikbaar zijn voor de omgeving sterk verschillen. Samen met de impact van het project op de ruimtelijke kwaliteit bepaalt dit welke bijdrage beschikbaar gesteld moet worden voor verzachtende maatregelen. In het Nationaal Klimaatakkoord (2019) staat dat gestreefd wordt naar minimaal 50% lokaal eigendom van lokale duurzame energieprojecten. Lokaal eigenaarschap* zorgt dat de baten meer bij de omgeving terecht komen. Lokale eigenaren kennen de omgeving beter, wat de communicatie en de inbreng van lokale wensen makkelijker maakt. Dit zorgt voor meer acceptatie en draagvlak en een grotere slagingskans van een project.

De opbrengsten van een project kunnen direct (in de vorm van duurzame energie uit het project) of indirect (financieel) ten gunste komen aan de inwoners. De combinatie van mogelijkheden om de opbrengsten ook ten goede te laten komen aan de omgeving zal per project verschillen, omdat de situatie en de wensen van de bewoners verschillend zullen zijn. Hoe de verdeling er uit zal zien, wordt bepaald in een dialoog tussen de initiatiefnemer, gemeente Beleidskader Samen Energie Opwekken gemeente Rheden

en de omgevingsraad (als vertegenwoordiger van belanghebbenden) en wordt vastgelegd in het projectplan. Wij verwachten van initiatiefnemers dat zij de belanghebbenden en andere inwoners de mogelijkheid bieden mede-eigenaar te worden, bij voorkeur in samenspraak met een lokale energiecoöperatie* of een bewonersinitiatief. Als de 50% eigenaarschap niet wordt gehaald, moet een initiatiefnemer aantonen dat hij zich voldoende heeft ingespannen om de 50% mede-eigenaarschap van de omgeving wel te bereiken. Naast de mogelijkheid om een deel van de opbrengsten direct ten goede te laten komen aan inwoners, kan een deel van de opbrengsten ook worden gereserveerd voor een omgevingsfonds. Een omgevingsfonds financiert projecten ter verbetering van de leefomgeving (ruimtelijk en sociaal domein) en draagt zo ook bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. Dit is aanvullend op de gestelde landschappelijke inpassing van het initiatief, zoals beschreven in het Beleidskader Energie en Landschap. Bij de besteding van het omgevingsfonds is het belangrijk aansluiting te zoeken bij de gebiedsdoelen en –opdrachten uit de Omgevingsvisie Buitengebied van de gemeente Rheden. Deze is opgesteld in nauwe samenspraak met de belanghebbenden en andere inwoners. Los van het omgevingsfonds zal altijd sprake moeten zijn van ruimtelijke passendheid op basis van de omgevingsvisie Buitengebied.

13

Verdeling opbrengst Los van de verplichte ruimtelijke compensatie op basis van de inpassingscriteria uit het Beleidskader Energie & Landschap, worden de opbrengsten ten gunste van de omgeving verdeeld via 1. omgevingsfonds en/of 2. financieel voordeel voor omwonenden. Het budget hiervoor is afhankelijk van de hoogte van de opbrengsten. Voor de verdeling tussen 1. en 2. doet de initiatiefnemer, in overleg met de omgevingsraad, een voorstel en bespreekt dit bij een gebiedstafel bijeenkomst.

Belangrijk bij de verdeling is dat ook mensen die weinig te besteden hebben, voldoende mee profiteren van de opbrengsten. De gemeente toetst of de belanghebbenden voldoende zijn betrokken bij de verdeling van de opbrengsten. Dit gebeurt aan de hand van het projectplan, het advies van de omgevingsraad, het voorliggende Beleidskader en de Omgevingsvisie buitengebied.

14

COLOFON BELEIDSKADER | Samen Energie Opwekken Beleidskader ter beoordeling van de participatie bij initiatieven voor grondgebonden energie-opwek

Datum: mei 2021 Datum vaststelling:

<DATUM>

Opgesteld door: Gemeente Rheden Postbus 9110 , 6994 ZJ De Steeg 026 4976 911 energiek@rheden.nl

Beleidskader Samen Energie Opwekken gemeente Rheden

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=cf9d0a6d-b3ea-4d47-95ca-adab3d7839ec