Bijlage I Nota van zienswijzen De Kwekerij (23.04)
Tekst van het document
Bijlage I Nota van zienswijzen Behorend bij raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan ‘Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14, (De Kwekerij)’
Inleiding Het ontwerp van bestemmingsplan ‘Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij)’ heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen. De periode van terinzagelegging was van donderdag 15 september tot en met woensdag 26 oktober 2022. Van de terinzagelegging is een kennisgeving gepubliceerd in het Gemeenteblad en in de Regiobode. Gedurende deze periode was er de gelegenheid om zienswijzen in te dienen. Tijdens de termijn zijn 2 schriftelijke zienswijzen binnengekomen. Er zijn geen mondelinge zienswijzen ingediend. Deze nota doet verslag van de zienswijzen. De zienswijzen worden daarbij kort samengevat weergegeven. Ernaast staat een reactie die bij vaststelling van de nota geldt als reactie van de gemeenteraad. Voor de volledigheid wordt hier vermeld dat de volledige zienswijzen, zoals deze zijn ingediend, zijn betrokken bij het opstellen van de reacties. De nota van zienswijzen wordt samen met het bestemmingsplan aangeboden aan de gemeenteraad ter vaststelling.
Korte weergave van de zienswijzen en beantwoording door de gemeente Belangenafweging Ondanks de participatie in het voortraject en het indienen van zienswijzen tijdens de formele procedure kan het zijn dat er verschil van inzicht blijft tussen de belangen van de omwonenden, maatschappij en de initiatiefnemer. Het is uiteindelijk aan de gemeente om de belangen te wegen. Het belang van woningbouw en bouwen voor de juiste doelgroep weegt zwaarder dan een belang van een agrariër die qua bedrijfsvoering al op slot zit en dus niet wordt belemmerd in de bedrijfsvoering.
Volg nr 1
Korte weergave zienswijzen
Beantwoording door de gemeente
Een omwonende roept op het bestemmingsplan gewijzigd vast te laten stellen met het opnemen van onderstaande oplossingen om het plangebied te verrijken voor zowel bewoners, toekomstige generaties als de natuur.
De focus van deze zienswijze ligt op de oostzijde van het plangebied welke is gelegen in de gemeente Brummen. Het bestemmingsplan wat hiervoor is opgesteld heeft de naam ‘De Kwekerij’ met identificatie NL.IMRO.0213.BPBG700081-on01 en heeft als ontwerp tegelijkertijd met onderhavig bestemmingsplan ter inzage gelden. Beide bestemmingsplannen tezamen maken de ontwikkeling van 24 woningen mogelijk. In de verbeelding binnen de grenzen van Rheden is hiervoor een half bouwvlak voor een tweeaan-een woning weergegeven. De andere bouwvlakken bevinden zich in de gemeente Brummen. Indiener heeft de zienswijze niet naar voren gebracht bij de gemeenteraad van Brummen. Ondanks dat deze zienswijze in mindere mate betrekking heeft op onderhavig bestemmingsplan, wordt onderstaand onze beantwoording in samenspraak met de gemeente Brummen weergegeven.
a.
Horizonvervuiling. Het ontstaan van een nieuwe, harde, hoge horizon kan worden tegengegaan door het creëren van een geleidelijke overgang tussen het weidegebied en de nieuwe bebouwing aan de oostzijde van het plangebied middels het aanplanten van hoog en afwisselend groen. Een andere oplossing is het herpositioneren van de bebouwing, zodat er aan de oostkant een grotere groene zone ontstaat.
a.
Horizonvervuiling. De huidige planologische mogelijkheden maken een bebouwingswand met een hoogte van 10 m mogelijk langs de gehele oostzijde van het plangebied van Brummen. De planologische mogelijkheden voor bebouwing langs deze zijde wordt met het vast te stellen bestemmingsplan van de gemeente Brummen verminderd. Met de voorgenomen transformatie van de voormalige kwekerij verandert de uitstraling van deze gronden naar de omgeving toe. Zowel in de stedenbouwkundige/landschappelijke opzet van het plan, als in de beeldkwalitatieve opzet (inrichting, architectuur), is
Volg nr
1
Korte weergave zienswijzen
b.
Lichtvervuiling. Openbare straatverlichting selecteren die verticaal naar beneden schijnt en/of met bewegingsgevoelige sensoren kan lichtvervuiling tegengaan.
Beantwoording door de gemeente
b.
aangesloten bij de landschappelijke context en is zorggedragen voor een zo zacht mogelijke en landschappelijk verantwoorde aansluiting van de nieuwe inrichting van het plangebied op het (open) landschap. Zo is er voor gekozen om geen achterkant situaties, gericht van de nieuwe woonpercelen naar het open landschap, te creëren, maar zijen voorkanten van bebouwing te oriënteren op het landschap. Ook verspringt de bebouwingslijn, waardoor niet de indruk van een gesloten wand ontstaat, maar juist een verbinding – ruimtelijk, visueel en in de beleving – vanuit het plangebied naar het landschap en vice versa. Met de beeldkwaliteitseisen ten aanzien van de architectuur van de bebouwing en inrichting van het (openbare) terrein wordt toegezien op een dorpse en landelijke sfeer. Op particulier grond worden hagen aangeplant, ook langs de bebouwing aan de oostgrens. Vanuit beheer van de openbare ruimte is het echter niet gewenst om hagen te onderhouden, daarom zijn de hagen alleen op particulier grond gepland. Lichtvervuiling. Er is geen sprake van onevenredige lichthinder met onderhavig plan. Aan het dorp Laag-Soeren worden enkel woningen toegevoegd met de daarbij behorende ontsluiting. Gemeente Rheden hanteert het beleidsplan ‘Openbare verlichting 2021-2030’ en de praktijkrichtlijn ‘Kwaliteitscriteria Openbare Verlichting’. Daarnaast geldt het Politiekeurmerk Veilig Wonen.
De gemeente Rheden streeft ernaar om nieuwe verlichtingsplannen zoveel als mogelijk te laten voldoen aan de gestelde richtlijnen. De toekomstige bewoners zijn vrij om zelf verlichting te plaatsen in tuinen. Wegens het terugdringen van het energieverbruik kiest de gemeente Rheden er onder andere voor om bij nieuwe armaturen in de openbare verlichting dimregime 3A toe te passen. Dat betekent dat tussen 22:00 uur en 00:00 uur en 05:00 uur en 06:00 uur de verlichting op 70% staat ingeschakeld en tussen 0:00 uur en 05:00 uur op 50%. Daarmee wordt eventuele, persoonlijke ervaren lichthinder verminderd, ook voor de natuur. Het lichtplan wordt beoordeeld als onderdeel van de omgevingsvergunning en is geen onderdeel van de bestemmingsplanwijziging.
Volg nr
Korte weergave zienswijzen
Beantwoording door de gemeente
c.
Watertekorten. Ondergrondse wateropslag en het verbieden of beperken van de mogelijkheid om waterputten te slaan kan watertekorten in de toekomst verkleinen.
c.
d.
Circulariteit. Onderzoek met partners de mogelijkheden van circulair bouwen.
d.
e.
Biodiversiteit en groen. Oplossingen voor het behoud en het vergroten van biodiversiteit zijn bijvoorbeeld: smallere straten, waterdoorlatende bestrating, verstening tegengaan, groenstromen inzaaien met wilde bloemen, nestgelegenheden aanbieden en het kiezen voor fruitbomen.
1
Watertekorten. Initiatiefnemer geeft aan (nog) geen rekening te hebben gehouden met mogelijkheden van gebruik van hemelwater. Opgemerkt wordt wel dat de wadi dienst doet voor tijdelijke opslag van hemelwater alvorens het in de bodem kan filtreren. Gemeenten Brummen en Rheden stellen de eis om hemelwater af te koppelen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, tenzij dit niet mogelijk blijkt. Het hergebruiken van hemelwater kan een bijdrage leveren aan de gewenste beperking van het gebruik van drinkwater. Bijvoorbeeld middels het afkoppelen van regenpijpen en het opvangen van het hemelwater in regentonnen kan bijvoorbeeld de tuin tijdens droge dagen met het opgeslagen hemelwater bewaterd worden. Het gebruik van drinkwater voor het bewateren van de tuin kan daarmee vervangen worden. Dit voorbeeld is toepasbaar op de woningen in het plangebied. De toekomstige bewoners kunnen deze maatregel gaan implementeren om hun drinkwatergebruik te verminderen. Dit (her)gebruiken van hemelwater wordt niet geregeld in een bestemmingsplan. De locatie is geen waterwingebied of kent vanuit het aspect ‘water’ geen beschermde status. Binnen bepaalde normen is het slaan van waterputten vergunningsvrij.
In andere situaties zal het waterschap een aanvraag voor het slaan van waterputten moeten beoordelen, bij het onttrekken van grote hoeveelheden water zal ook de provincie betrokken zijn bij de vergunningverlening. Dit staat los van een bestemmingsplanprocedure. Circulariteit. Initiatiefnemer bouwt de woningen middels de geldende bouwregels van het Bouwbesluit 2012. Dat is niet circulair bouwen, maar middels prefabricage wordt de afvalproductie wel geminimaliseerd. De gemeente Brummen werkt aan een Routekaart Woningbouw waarin eisen worden opgenomen over duurzaamheid. Dit is nog geen vigerend beleid. Biodiversiteit en groen. Het biodiversiteitsplan geldt als kader voor het kleine plandeel van Rheden. Brummen heeft nog geen vigerend beleid wat betreft het aspect biodiversiteit. Volgens een voorwaarde in de anterieure overeenkomst heeft initiatiefnemer een financiële
Volg nr 1
Korte weergave zienswijzen
Beantwoording door de gemeente bijdrage geleverd aan het Ligt op Groenfonds van de gemeente Brummen. In de gelijknamige ruimtelijke ontwikkelingsvisie staat beschreven dat nieuw gerealiseerde woningbouw de groene kwaliteiten c.q. het groene karakter van de gemeente Brummen dient te versterken. Het versmallen van de toegangsweg is vanuit het veiligheidsoogpunt helaas niet mogelijk. Bij calamiteiten hebben hulpdiensten namelijk voldoende ruimte nodig om elkaar te kunnen passeren. De gemeenten en ontwikkelaar hebben echter wel de verantwoordelijkheid gevoeld om maatregelen voor het versterken van de biodiversiteit op te nemen in de bestemmingsplannen. Zo heeft de gemeente Rheden er bewust voor gekozen om groenvakken tussen de parkeervakken in haar plandeel te realiseren. In het plangebied van het Brummense deel is de bestemming Groen opgenomen. Deze wordt van een wadi voorzien en wordt rondom ingezaaid met een bloemrijk grasmengsel (hoogte 30 cm). Andere groenstroken worden ook ingezaaid met een bloemrijk grasmengsel en de groenvlakken langs de parkeervakken langs de Eerbeekseweg worden beplant met vaste planten /bodembedekkers. Langs de erfgrenzen worden groene hagen aangeplant en er komen 5 nieuwe bomen van verschillende soorten, waarvan er 4 vruchtdragend zijn.
Overigens kunnen de tuinen (bestemming Tuin) ook een gunstige bijdrage leveren aan biodiversiteit, afhankelijk van het ‘groen bewustzijn’ van de toekomstige bewoners. Tevens heeft de ontwikkelaar toegezegd in de realisatiefase nestgelegenheden te willen bieden op basis van de uitkomsten van het ecologisch onderzoek. Conclusie: Het plan wordt voor wat betreft hemelwateropslag gewijzigd vastgesteld.
2
Indiener geeft nadrukkelijk aan dat zijn cliënt niet tegen woningbouw is, maar zich vanwege zijn bedrijfsbelang moet verzekeren van een ongestoorde bedrijfsvoering. Die zekerheid biedt het ontwerpbestemmingsplan niet.
Beleid a.
Artikel 2.2 spreekt over regionale woonagenda’s waarin wordt vastgelegd wat er verwacht wordt van de woningbouw in de diverse
Volg nr
Korte weergave zienswijzen Beleid a.
Beantwoording door de gemeente
Indiener stelt dat het onduidelijk is hoe het bouwplan zich verhoudt tot artikel 2.2. van de Omgevingsverordening Gelderland.
b.
Indiener stelt dat het bouwplan niet voldoet aan de woonvisie van gemeente Rheden.
b.
c.
Indiener is van mening dat er getoetst is aan verouderd water(schaps)beleid, zoals het Waterprogramma 2016-2021 van het Waterschap Vallei en Veluwe en het gemeentelijk rioleringsplan 20162020.
c.
d.
Indiener stelt dat er weliswaar getoetst is aan de ruimtelijke visies zoals ‘Ligt op Groen’, Toekomstvisie 2030’ en Woonvisie 2016-2025’ maar dat niet onmiskenbaar blijkt dat het bouwplan voldoet aan deze kaders. Als een woonvisie niet over individuele woningbouwplannen gaat, dus ook niet over een bouwplan van 24 woningen, hoe kan het beleid uit de woonvisie dan überhaupt geëffectueerd worden?
d.
e.
De toetsing aan het gemeentelijk beleid in de toelichting van Rheden vindt plaats met betrekking tot de 'Structuurvisie Kleine Kernen' en
e.
deelgebieden van de provincie Gelderland. Onlangs is de regionale woonagenda van de gemeente Brummen aangepast van 900 te realiseren woningen naar 1250 tot 2030 te realiseren woningen. Het onderhavige initiatief past dus ruimschoots binnen de regionale woonagenda. Er wordt dus voldaan aan artikel 2.2. van Omgevingsverordening. Voor de regionale woonagenda waar Rheden onder valt voldoet dit plan ook aan diverse criteria (inspelen op behoefte, bijdrage aan gevarieerde wijkopbouw en inbreiding voor uitbreiding). Daarmee voldoet het plan aan de subregionale woonagenda Arnhem en omgeving. §3.2 van de plantoelichting is aangescherpt. Voor Rheden gaat het om 2 woningen waardoor het criteria van betaalbaarheid niet van toepassing is (dit geldt voor plannen vanaf 5 woningen). De woningen zijn levensloopgeschikt en voldoende groot. Het woonprofiel van Laag-Soeren vraagt met name om levensloopgeschikte woningen en daar voldoet dit plan aan. Het plan past daarmee ook binnen de woonvisie van de gemeente Rheden. Het waterschap heeft inmiddels nieuw beleid, namelijk Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027. De plantoelichting wordt hier op aangepast. De aanname maakt het plan verder niet onmogelijk. Het gemeentelijke rioleringsplan 2016-2020 van Brummen was bij het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan nog geldend beleid.
Per 1 januari 2023 geldt er pas nieuw beleid, namelijk Programma Water en Riolering Brummen 2023-2027. De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het nieuwe beleid. De beleidsdocumenten geven voldoende richting om te concluderen dat deze ontwikkeling passend is binnen de genoemde documenten. De woonvisie van de gemeente Brummen gaat met name over aantallen en bouwen voor de juiste doelgroepen en gaat niet over specifieke locaties. Het aantal woningen en de woningtypen voor diverse doelgroepen die in dit bouwplan zijn opgenomen is passend binnen de woonvisie. De gemeente Rheden heeft in de woonvisie een behoefte benoemd van 550 woningen tot 2027. Aangezien er ook daarna een behoefte
Volg nr
Korte weergave zienswijzen 'Woonvisie 2020-2026'. Hieruit wordt niet goed duidelijk wat de specifieke woningbehoefte van Laag-Soeren is en hoe het bouwplan daarop inspeelt. Ook maakt de toelichting onvoldoende inzichtelijk, waaruit blijkt dat het bouwplan past binnen het volkshuisvestelijke beleid.
f. g. h. i.
Indiener is het niet eens met de onderbouwing t.a.v. de ‘Ladder van duurzame verstedelijking’. In hoeverre is publiekrechtelijk verzekerd dat de asbestsanering plaatsvindt? Is er reeds een BUS-melding ingediend? Zo ja wat is de reactie van het bevoegd gezag? Waaruit blijkt dat de saneringskosten de economische uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat?
Woon- en leefklimaat j. In de toelichting en het rapport 'Beoordeling woon- en leefklimaat' dat als bijlage bij de toelichting is gevoegd, wordt gesteld dat het bouwplan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan garanderen en tegelijkertijd niet leidt tot extra belemmeringen voor de varkenshouderij. Een groot aantal van de overwegingen in het rapport is naar de mening van cliënt te kort door de bocht, waardoor niet met zekerheid is te concluderen dat het bouwplan niet leidt tot een beperking van de bedrijfsvoering van zijn varkenshouderij. Derhalve is geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. k. Indiener is van mening dat er geen sprake is van een ‘gemengd gebied’ zoals omschreven in de VNG-brochure.
Beantwoording door de gemeente aan woningen bestaat en vanwege een provinciale afspraak wordt er overgeprogrammeerd in Rheden. Dit plan valt daar prima binnen. De behoefte aan woningen wordt niet per kern maar voor de gemeente als geheel vastgesteld. En daarop wordt ook getoetst. Voor Rheden gaat het om 2 woningen waardoor het criteria van betaalbaarheid niet van toepassing is. De woningen zijn levensloopgeschikt en voldoende groot. Het woonprofiel van Laag-Soeren vraagt met name om levensloopgeschikte woningen en daar voldoet dit plan aan. Het past daarmee ook binnen de woonvisie van de gemeente Rheden. f. De ‘Ladder’ onderbouwing voor het Brummens grondgebied is helder en er is geen reden om te twijfelen aan deze onderbouwing. g. Het is een wettelijke verplichting die volgt uit de Wet bodembescherming. h. Nee, dat vindt plaats voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden. i. Op verzoek van initiatiefnemer is door een saneerder een inschatting gemaakt van de saneringskosten. De Omgevingsdienst Veluwe IJssel heeft beoordeeld of dit bedrag reëel is en heeft bevestigd dat dit zo is. De saneringskosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer en staan de economische uitvoerbaarheid niet in de weg. Woon- en leefklimaat j.
Het rapport ‘Beoordeling woon- en leefklimaat’ is opgesteld door een deskundige en is beoordeeld door de Omgevingsdienst Veluwe IJssel en Omgevingsdienst Regio Arnhem. Tezamen met onderstaande vervolgpunten is voldoende onderbouwd en aangetoond dat er sprake kan zijn van een goede ruimtelijke ordening. Het bedrijf van indiener wordt door deze ontwikkeling niet verder beperkt maar zit al slot vanuit nabij gelegen woningen en andere wet- en regelgeving. k. Volgens Milieuzoneringskaart 5, vastgesteld door de gemeenteraad van Rheden op 27 januari 2009, valt het plangebied van Rheden in gemengd gebied. Gezien de verschillende bestemmingen rondom het plangebied voldoet het aan de typologie zoals volgt uit de definitie in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering 2009. In het woon- en
Volg nr
Korte weergave zienswijzen
l.
Volgens indiener is niet overtuigend aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
m. Indiener is van mening dat het bouwplan zorgt voor extra beperkingen van de varkenshouderij.
n.
Daar komen ten aanzien van het gestelde in het rapport 'Beoordeling woon- en leefklimaat' nog de volgende kritische kanttekeningen bij: 1. In de geurberekeningen wordt voor de coördinaten van de geurgevoelige objecten aangesloten bij het bouwvlak van de nieuw te bouwen woningen. Hierbij wordt evenwel geen rekening gehouden met de planologische ruimte die in het ontwerpbesluit besloten ligt, om in bijgebouwen een beroep-of bedrijf aan huis te beginnen. Deze activiteit in bijgebouwen kunnen leiden tot geurgevoelige objecten die nog dichterbij het bouwvlak van cliënt gesitueerd worden dan de bouwvlakken van de nieuw te bouwen woningen. Met deze planologische ruimte is in de geurberekeningen ten onrechte geen rekening gehouden; 2. Het is met behulp van een wijziging van de invoergegevens (bijvoorbeeld een andere emissiepunthoogte en uittreedsnelheid) voor de geurberekening praktisch mogelijk om een emissiepunt op de rand van het bouwvlak te projecteren,
Beantwoording door de gemeente leefklimaatonderzoek en de toelichting van het bestemmingsplan is hier voldoende op ingegaan. l. De bepalingen van artikel 3 en 6 Wet geurhinder en veehouderij, welke de grondslag vormen voor de geurnormering van intensieve veehouderijen gaan in beginsel uit van besluitvorming van omgevingsvergunningen met betrekking tot die veehouderij. Milieuregelgeving werkt niet rechtstreeks door in ruimtelijke plannen. Om te toetsen of er sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat kunnen deze normen naar analogie worden toegepast, maar komt het bevoegd gezag, in dit geval de gemeenteraad, een beoordelingsvrijheid toe bij de beoordeling daarvan op het woon- en leefklimaat. m. De ontwikkeling beperkt de huidige bedrijfsvoering niet, doordat er bestaande woningen op kortere afstand zijn gelegen en de geurnormen hier ook al worden overschreden. Hierna wordt per punt verder ingegaan op het woon- en leefklimaat en de beoordeling ervan. n. 1. Er van uitgaande dat indiener bedoelt dat een dergelijke ruimte waar een beroep aan huis mogelijk is een geurgevoelig object kan verworden en deze alsdan eigen coördinaten in de geurberekening had moeten verkrijgen. De geurbeoordeling is opgebouwd uit twee elementen, te weten afstandsnormering en geurberekeningen.
De definitieve afstand vanaf het agrarisch bedrijf is 114 m tot de plangrens en 122 tot de bouwvlakken van de te realiseren woningen. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat een coördinatieverschil van één tot maximaal enkele meters op deze afstand dermate grote gevolgen heeft dat het woon- en leefklimaat anders beoordeeld dient te worden. 2. Niet duidelijk is op welke wijziging van de invoergegevens gedoeld wordt. In de beoordeling is uitgegaan van de vergunde rechten met de van die vergunde rechten onderdeel uitmakende invoergegevens. Uitbreiding is niet
Volg nr
Korte weergave zienswijzen
Beantwoording door de gemeente
zonder dat dit leidt tot een overschrijding van de vergunde geurbelasting op bestaande, dichterbij gelegen woningen. Zodoende dwingt de jurisprudentie bij dit bouwplan juist wel om uit te gaan van emissiepunten op de grens van het bouwvlak; 3.
4.
In het vigerend bestemmingsplan ter plaatse van de varkenshouderij is weliswaar geen planologische ruimte voorzien voor een uitbreiding van de veestapel, maar wel voor een verplaatsing of uitbreiding van de bebouwing. Volgens het rapport 'Beoordeling woon- en leefklimaat' zou er geen ruimte zijn binnen het bouwvlak om naar het zuiden uit te breiden, maar die ruimte is er wel degelijk; De onherroepelijke natuurvergunning van cliënt uit 2014 vormt voor cliënt de referentiesituatie die mogelijkheden geeft om het emissiepunt te kunnen verplaatsen. In tegenstelling tot wat in het rapport 'Beoordeling woon- en leefklimaat' is aangegeven, is het daarnaast op dit moment wel mogelijk om extern te salderen in Gelderland. De ligging van de varkenshouderij nabij Natura 2000-gebied leidt dus niet onverkort tot een inperking van de ontwikkelingsruimte.
Stikstof o. Negatieve effecten op Natura2000gebieden zijn niet uit te sluiten volgens indiener en verwijst naar een uitspraak over het SSRS.
3.
4.
mogelijk, zoals in de beoordeling afdoende gemotiveerd is. Als binnen de bestaande situatie vermindering van emissie plaatsvindt en/of het mogelijk is om emissiepunten te verplaatsen, dan zal dit een positief effect hebben op de beoogde woningen. De bestaande stal staat reeds op de grens van het bouwvlak. Er kan redelijkerwijs geen emissiepunt dichterbij geplaatst worden in de geurberekening. Wat in het woon- en leefklimaatonderzoek nog mist is dat op grond van artikel 2.33 van de Omgevingsverordening nieuwvestiging van intensieve veehouderijen verboden is en uitbreiding buiten het bouwvlak alleen toestaat indien de emissie daalt. Het woon- en leefklimaatonderzoek is opgesteld toen externe saldering in het kader van de Wet natuurbescherming in Gelderland niet was toegestaan. Dat is thans wel het geval. Dat wil nog niet zeggen dat dit voor de hand ligt, nu de veehouderij direct grenst aan het Natura 2000 gebied Veluwe en het om die reden vrijwel uitgesloten is dat te salderen rechten kunnen worden ingezet. Op grond van artikel 2.33 van de Omgevingsverordening, zoals voorgaand behandeld, is uitbreiding buiten het bouwvlak van het agrarisch bedrijf echter geheel uitgesloten.
Omdat het bouwvlak verder nagenoeg vol is, er redelijkerwijs geen rechten kunnen worden aangekocht en de voorgenomen ontwikkeling niet is onderbouwd zijn wij van mening dat een uitbreiding van indiener niet reëel en voldoende concreet is. Verder verwijzen wij naar het woon- en leefklimaatonderzoek, waarin voldoende andere redenen worde aangevoerd, waarom uitbreiding door indiener niet is toegestaan.
Stikstof o. De vergunning Wet natuurbescherming voor dit project is verleend op 25 september 2020. De bouwfase is toen al meegenomen. Deze vergunning is onherroepelijk en ook niet aangevochten.
Volg nr
Korte weergave zienswijzen
Verkeer en parkeren p. Volgens indiener is er onvoldoende aangetoond dat er in de plan wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Ook is indiener van mening dat er niet met cijfers achter de komma gerekend kan worden omdat parkeerplaatsen niet in cijfers achter de komma zijn uit te drukken.
Beantwoording door de gemeente Het is niet juist om aan te nemen dat de uitspraak over het SSRS van de Rechtbank Noord-Holland van 22 april (ECLI:NL:RBNHO:2022:3375) het onderhavige plan raakt om de volgende redenen: - Op 26 april 2022, dus na de uitspraak van de Rechtbank NoordHolland, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een soortgelijke zaak het SSRS nog wel toegestaan (ECLI:NL:RVS:2022:1210, r.o 10 e.v.). - Daags na de uitspraak van de rechtbank is de wijziging van Regeling natuurbescherming en (toekomstige) Omgevingsregeling gepubliceerd, strekkende tot het verwijderen van de snelheidsmaatregel uit stikstofregister. In § 4.2 van de toelichting op de wijziging Rnb en Or staat dat onherroepelijke natuurtoestemmingen die zijn verleend op basis van de snelheidsmaatregel in het SSRS geldig blijven (formele rechtskracht). Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt voorts dat belanghebbenden en relativiteit (8:69a Awb) bij dergelijke argumentatie dient te worden aangenomen als het Natura 2000 gebied tot de directe woonomgeving van een indiener heeft te gelden. Dat is in casu weliswaar het geval, maar deze grond is contrair met het standpunt van indiener waaruit volgt dat indiener van oordeel is nog wel uit te kunnen breiden met zijn emitterende veehouderij. Verkeer en parkeren p.
Artikel 2.2 van het bestemmingsplan ‘parkeernormen’ luidt als volgt: “Bij het bepalen van de parkeernorm wordt op één decimaal nauwkeurig gerekend waarna de uitkomst wordt afgerond op hele getallen en waarbij vanaf 0,5 en hoger naar boven wordt afgerond.” Met de 4 rijwoningen, 12 twee-onder-een-kapwoningen en 8 rugaan-rug-woningen die de bestemmingsplannen mogelijk maken komt de parkeerbehoefte uit op afgerond 37 parkeerplaatsen, hetzij in openbaar gebied, hetzij op eigen grond. In de plantoelichting is dit correct verwerkt.
Volg nr
Korte weergave zienswijzen q.
De stelling in de toelichting dat de Eerbeekseweg en Harderwijkerweg de door deze ontwikkeling gegenereerde verkeerscapaciteit aankunnen wordt niet onderbouwd.
m.e.r.-beoordeling r. Indiener is van mening dat de vormvrije m.e.r.-beoordeling onvolledig is, aangezien: 1. De stelling dat er op het gebied van de omgekeerde werking voor geur voor de varkenshouderij van cliënt geen milieu belemmerende gevolgen te verwachten zijn, omdat bestaande woningen maatgevend zijn, te kort door de bocht is; 2. Ten onrechte geen beoordeling heeft plaatsgevonden van het aspect volksgezondheid, nu op korte afstand van de nieuw te bouwen woningen reeds een varkenshouderij is gevestigd. s.
In de toelichting wordt echter niet ingegaan op de effecten die de bestaande en vergunde varkenshouderij heeft voor de volksgezondheid in het plangebied. Dit klemt temeer, nu in het ontwerpbesluit geconstateerd wordt dat bij meerdere geurgevoelige objecten sprake is van een geur overbelaste situatie. Tevens is nagelaten om een advies aan te vragen bij de GGD.
Beantwoording door de gemeente q.
De 24 woningen genereren ongeveer 125 verkeersbewegingen per etmaal. De Harderwijkerweg is qua functie een gebiedsontsluitingsweg. Dit type weg kan in zijn algemeenheid veel verkeer verwerken tot wel 20.000 motorvoertuigen per etmaal. De geschatte verkeersintensiteit voor het modeljaar 2030 bedraagt circa 10.500 motorvoertuigen per etmaal. De toename als gevolg van het bouwplan zal dus niet merkbaar zijn en niet leiden tot een onacceptabele toename. De huidige verkeersintensiteit van de Eerbeekseweg is ongeveer 100 motorvoertuigen per etmaal en zal na realisatie van het bouwplan dus verdubbelen. De nieuwe aantallen van circa 225 motorvoertuigen per etmaal kunnen echter eenvoudig verwerkt worden en liggen ruim onder de maximale grens voor een verblijfsgebied (30 km/h zone). In de spitsuren zullen in de nieuwe situatie 20 auto’s over de Eerbeekseweg verwerkt worden, wat neerkomt op iedere 3 minuten 1 auto, wat beoordeeld kan worden als heel weinig. m.e.r.-beoordeling r. 1. Zie reactie onder 2n. 2. De GGD is geen aangewezen verplichte adviespartij voor de gemeenten. Het is inmiddels vaste jurisprudentie dat de zogenaamde Volksgezondheidsonderzoeken VGO I en II geen verplicht te toetsen regelgeving betreft. Wel bestaat er wisselende jurisprudentie over het endotoxinetoetsingskader, waaraan getoetst moet worden, maar waartoe wel beoordelingsvrijheid bestaat.
De gemeente heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een risico voor de volksgezondheid. s. Ondanks de kleine overschrijding bij enkele geurgevoelige objecten komt met deze ontwikkeling de volksgezondheid niet in het geding. Zie ook de uitspraak van de rechtbank van 14 september 2022 (ECLI:NL:RBDHA:2022:9119). Uit deze uitspraak blijkt o.a. het volgende:
Volg nr
Korte weergave zienswijzen
Beantwoording door de gemeente Uit het RIVM-rapport Geur en gezondheid uit 2015 volgt dat de milieugezondheidskwaliteit in een concentratiegebied onvoldoende is bij een voorgrondbelasting van 14 tot 31,2 ou/m3. De belasting ligt in casu velen malen lager. De rechtbank neemt als uitgangspunt dat het onacceptabel is om mensen min of meer permanent bloot te stellen aan een woonomgeving met een zeer slechte milieukwaliteit of onvoldoende milieugezondheidskwaliteit (of erger). De conclusie dat de volksgezondheid niet in het geding is dan ook gerechtvaardigd. De plantoelichting is op dit punt aangevuld. Ten aanzien van de opmerking dat de GGD niet om advies is gevraagd wordt verwezen naar de reactie onder 2r. Conclusie: Enkele punten in de zienswijzen geven aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen, namelijk in de plantoelichting van het vast te stellen bestemmingsplan is het waterschapsbeleid geüpdatet en wordt er verder ingegaan op de effecten van de varkenshouderij voor op de volksgezondheid in het plangebied. Daarnaast is §3.2 van de plantoelichting is aangescherpt.