CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Bestuurlijke Samenvatting Voortgangsrapportage RES GMR AN

Raadsvergadering 26 september 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: PlanMER RES1.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuurlijke samenvatting voortgangsrapportage RES GMR AN Inleiding In de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen werken 16 gemeenten, drie waterschappen, de provincie en netbeheerders samen aan een Regionale Energiestrategie (RES). We werken ook nauw samen met maatschappelijke partners en overige regionale belanghebbenden. In 2021 is met de RES 1.0 het bod van 1.62TWh vastgesteld. Ook is er een aantal afspraken gemaakt over de verdeling van bovenlokale warmtebronnen. Sindsdien wordt er in de regio hard gewerkt aan het realiseren van de doelen en afspraken uit de RES 1.0. Voortgangsrapportage Het Nationaal Programma RES (NPRES) heeft elke regio gevraagd om voor juli 2023 een voortgangsrapportage op te stellen. De voortgangsrapportage is een informerend document en wordt tweejaarlijks opgeleverd, te beginnen in juli 2023. Er worden geen strategische keuzes gemaakt. Het is dan ook nadrukkelijk geen vervanging van de RES 2.0 (de RES 2.0 volgt in 2024). In de voortgangsrapportage wordt beschreven wat er de afgelopen tijd is gebeurd voor de RES Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen, waar we nu staan en waar we naartoe werken. Dit is voor elektriciteit zowel kwalitatief als kwantitatief weergegeven en voor warmte kwalitatief. De voortgangsrapportage vormt een belangrijke bron voor de landelijke RES-monitor die eind 2023 wordt opgesteld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Ook wordt de voortgangsrapportage door de provincie gebruikt voor een provinciale voortgangsrapportage. Het kwantitatieve deel voor elektriciteit is daarom conform de methodiek beschreven die door NPRES is aangereikt. In de voortgangsrapportage zelf staan de voornaamste conclusies voor elektriciteit en warmte, in de bijlagen staan een aantal tabellen en grafieken voor meer duiding en verdieping van het kwantitatieve deel. Hieronder volgt een toelichting op de onderwerpen elektriciteit en warmte. Elektriciteit Met de kwantitatieve analyse wordt in beeld gebracht waar we nu staan ten aanzien van het bod van 1.62TWh. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie fasen; ambitie, pijplijn en gerealiseerd. Ambitie betekent dat er (nog) geen concrete voorstellen of plannen zijn voor projecten. Pijplijn kan betekenen dat er concrete voorstellen of initiatieven zijn voor een project, maar ook dat het project al de vergunningsprocedure is ingegaan, of al is vergund. Gerealiseerd betekent dat een project, zoals de term doet vermoeden, is gerealiseerd. Uit de kwantitatieve analyse blijkt dat 56% van het bod van 1.62TWh is gerealiseerd, of in de pijplijn zit. Tegelijkertijd zien we dat een aanzienlijk deel van het bod, zowel voor zon als wind (respectievelijk 50% en 58%), zich nog in de ambitiefase bevindt. Daarvoor zijn dus nog geen concrete voorstellen of plannen.

Voor wind zitten we nu op een realisatiegraad van 19%, maar veel (wind)projecten waren al in de planning bij aanvang van het RES-proces. Tegelijkertijd moeten met name wind projecten in 2025 vergund zijn om de doelstelling van 2030 te halen. Ook voor zon op veld zit er nog veel in de ambitiefase en dat betekent dat er nog veel stappen moeten worden doorlopen om tot realisatie over te gaan. Voor zon op dak zien we dat de realisatiegraad fors hoger is dan bij vaststelling van de RES 1.0; 43%, ten opzichte van 14%. Een verdere beschrijving van – en toelichting op - de kwantitatieve stand van zaken staat in de voortgangsrapportage. Bij de kwalitatieve analyse wordt met een tijdlijn het proces in beeld gebracht. Zo zijn we voor elektriciteit bezig met de planMER, het opstarten van het Regionale Expertiseteam Energie en met integraal programmeren om netcongestie in de toekomst te voorkomen. Voor de kortere termijn wordt, voor de omgang met netcongestie, door de RES organisatie gewerkt aan het in beeld brengen van beschikbare (en

slimme) oplossingen. Nu al kunnen niet alle initiatieven namelijk doorgang vinden vanwege een vol energienet. In de voortgangsrapportage wordt ook gereflecteerd op het doorlopen proces en de stand van zaken. Zo zijn er in de regio kundige en betrokken medewerkers. Er is veel expertise en een gevoel van urgentie, waardoor er een goede en constructieve basis is voor het vervolgproces; de regio trekt gezamenlijk op in de energietransitie. Ook staat er een volwaardig projectteam dat wegens de beschikbaarheid van structurele middelen duurzame regionale netwerken kan opbouwen. Tegelijkertijd zijn er ook een aantal uitdagingen en leermomenten. Zo is de afgesproken verdeling van wind en zon niet inpasbaar op het energiesysteem en hebben met name netcongestie en de wespendief een negatieve impact op de plannen in de regio. Warmte De gemeenten in de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen werken hard aan de uitwerking van de Transitievisies warmte en de bronnenstrategieën. Vanuit de RES GMR wordt gewerkt aan de bovenlokale warmteverdeling van een aantal bovenlokale bronnen, waaronder de AVR, ARN en Parenco. Deze afvalverbranders of fabrieken hebben significante hoeveelheden (rest)warmte te verdelen en naarmate de regio verder komt in de warmtetransitie wordt het (bovenlokale)verdelingsvraagstuk steeds concreter. De Regionale Structuur Warmte wordt daarom geactualiseerd.

Daarnaast is het proces opgestart om met een aantal procesbegeleiders per cluster naar (bestuurlijke) afspraken toe te werken over de bovenlokale warmteverdeling. Ook wordt er gewerkt aan een plan om gemeenten in regionaal verband te ondersteunen in de warmtetransitie. De warmtetransitie is immers een erg complex traject en niet elke organisatie is voldoende geëquipeerd om daar invulling aan te geven. Conclusie 

Bij de kwantitatieve analyse van elektriciteit ontstaat er een tweeledig beeld. We zijn halverwege het bod van 1.62TWh. Dat laat zien dat we in de regio ook daadwerkelijk werk maken van de energietransitie. Tegelijkertijd zat een aanzienlijk deel van deze projecten al in de pijplijn, of was het al gerealiseerd was bij aanvang van het RES-proces. Om het bod van 1.62TWh in 2030 te realiseren, moeten windprojecten (uiterlijk) in 2025 vergund zijn. Dat lijkt nog ver weg. In de ontwikkeling van dergelijke projecten is dat al erg dichtbij. Er gaan er in de praktijk immers vaak jaren overheen voordat een project daadwerkelijk wordt vergund (ook vanwege procedures bij de Raad van State). Daar komt bij dat er de nodige uitdagingen zijn bijgekomen. Zo is de wespendief een sterk belemmerende factor in de ontwikkeling van windprojecten met een negatief effect op de zon/wind verhouding. Tegelijkertijd is een verdere verbetering van de zon/wind verhouding, ook met het oog op het energienet, essentieel voor het realiseren van het bod. Bij de ontwikkeling van zon op veld zien we ook de nodige uitdagingen. Een deel is gerealiseerd of bevindt zich in de pijplijn. Echter bevindt de helft zich nog in de ambitiefase. Daar moeten dus nog veel stappen worden doorlopen voordat een project is gerealiseerd.

Echter zijn er nu al initiatieven voor zon op veld die geen doorgang kunnen vinden wegens een overvol energienet. Naast de elektriciteitsopgave krijgt ook de warmtetransitie steeds meer vorm en met de uitwerking van de Transitievisies Warmte wordt de bovenlokale verdeling urgenter. Dit is een complexe opgave waarin gemeenten de regie hebben. Om te zorgen dat we elkaar ook hierin blijven vinden en ondersteunen wordt er, naast aan een optimale verdeling van de warmteclusters, ook gewerkt aan een voorstel voor regionale ondersteuning.

We zijn in de regio goed op weg. Echter, om de resterende helft van het bod van 1.62TWh te realiseren, kunnen we niet achteroverleunen. Veel projecten waren immers al in de pijplijn bij aanvang van het RESproces en het wordt vanwege, onder andere, de wespendief en netcongestie steeds complexer om projecten te realiseren, terwijl het tijdspad steeds krapper wordt. Om de ambitie van 1.62TWh te realiseren moeten we de komende tijd, kijkend naar de hierboven beschreven uitdagingen, voortbouwen op de basis die er ligt, zodat we als regio de nodige stappen zetten om het bod van 1.62TWh te realiseren en de bovenlokale warmte zo efficiënt mogelijk verdelen.

Vervolg Met deze voortgangsrapportage kijken we naar de huidige stand van zaken. De volgende voortgangsrapportage wordt conform afspraak met NPRES in 2025 opgeleverd. Naast deze rapportage wordt de kwantitatieve voortgang ook bijgehouden middels de tweejaarlijkse RES monitor. De volgende mijlpaal in het RES-proces is vaststelling van de RES 2.0. Er wordt daarom gewerkt aan een procesvoorstel voor de RES 2.0, dat wordt op het BPCR van 21 juni 2023 aangeboden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=896b1bf9-49ef-481e-9773-11a39c9cdbb6