Bijlage 9 - Ecologisch onderzoek SAB (23.96)
Tekst van het document
Naast de twee duidelijk definieerbare kraamverblijfplaatsen op de zuidoosthoek en aan de oostgevel ter hoogte van de knik van het gebouw, werd ook waargenomen dat tussen deze twee kraamverblijfplaatsen circa 10 gewone dwergvleermuizen op andere plekken invlogen. Er moet derhalve in ieder geval vanuit gegaan worden dat de hele gevel tussen de twee duidelijk definieerbare kraamverblijfplaatsen als kraamverblijfplaats in gebruik is. De paarverblijfplaatsen worden bezet door een mannetje wat een territorium bewaakt. Per paarverblijfplaats is derhalve ook een paarterritorium aanwezig. Zie bijlage 4 voor een visualisatie van de locaties van alle verblijfplaatsen en de ligging van de paarterritoria. Voor het Ziekenhuis geldt dat de hoogbouw behouden blijft. Er wordt echter wel vanuit gegaan dat externe werkzaamheden aan de schil gaan plaatsvinden. Derhalve moet ervan uitgegaan worden dat deze verblijfplaatsen verloren gaan. De Zusterflat wordt gesloopt dus de hier aanwezige verblijfplaatsen gaan in ieder geval verloren. Voor het Kantoor geldt dat het noordelijk deel gesloopt wordt. De hier aanwezige verblijfplaatsen gaan daarom verloren. Voor het zuidelijk deel van het Kantoor geldt dat deze bebouwing in principe behouden blijft. Echter, geldt voor de hier aanwezige verblijfplaatsen dat met de sloop van het noordelijk deel significante verstoring zal optreden.
Daarnaast is ook de verwachting dat ruimtelijke ingrepen aan de buitenzijde van het te
41
behouden deel zullen plaatsvinden. Zo wordt mogelijk ook deze bebouwing met enkele verdiepingen uitgebreid. Daarbij wordt het bestaande dak mogelijk verwijderd, waardoor de spouwmuur bloot kan komen te liggen. Als gevolg hiervan kan verstoring, verwonding of doding van individuen en/of vernieling van verblijfplaatsen plaatsvinden. 5.2.3.2
Foerageergebied In de quick scanfase is door Sweco gesteld dat er geen sprake is van aanwezigheid van essentieel foerageergebied voor de vleermuizen in het plangebied. Echter, vanwege de grote hoeveelheid verblijfplaatsen in het plangebied, met name de kraamverblijfplaatsen, speelt het aanwezige groen in het plangebied een essentiële rol in het behoud van functionaliteit van de in het plangebied aanwezige verblijfplaatsen. Kraam-, paar- en zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis bevinden zich namelijk vrijwel altijd in de directe omgeving van foerageergebied, in de vorm van bomen, struiken, open water, en ander insectenrijk groen. Met de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied verdwijnt een deel van het bestaande groen. Op moment van schrijven is onduidelijk wat de exacte omvang is van het te kappen groen. Om deze reden wordt uitgegaan van een worstcasescenario waarbij ervan wordt uitgegaan dat een dermate groot oppervlak aan groen verdwijnt dat dit leidt tot een verlies aan essentieel foerageergebied. In dat geval kan het gebied de huidige aantallen vleermuizen in het plangebied niet dragen. Vleermuizen trekken dan weg uit het gebied, omdat ze te weinig voedsel in de directe omgeving van hun verblijfplaats kunnen vinden. De aanwezige kraamkolonie zal ook in aantal afnemen of in zijn geheel verdwijnen.
Met de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling moet in ieder geval voldoende groen in het plangebied aanwezig blijven om de functionaliteit van de huidige verblijfplaatsen te kunnen waarborgen.
5.2.3.3
Vliegroute In het plangebied is geen vliegroute aanwezig.
5.3
Bever
5.3.1
Resultaten
5.3.1.1
30 maart 2023 Het veldbezoek is gestart aan de westzijde waarbij met de klok mee om de plas werd gelopen. In het begin werd aan de zuidzijde van de plas een grote takkenhoop waargenomen. Verder werd een afgeknaagde boomstam op het in de plas aanwezige eilandje gezien. Vervolgens werd met de klok mee gelopen. Ter hoogte van de oprit en grote rotonde werden steeds meer afgeknaagde boomstammetjes waargenomen. Dit waren overduidelijk vraatsporen van de bever. Daarnaast waren bomen die nog overeind stonden met gaas omrasterd, mogelijk om vraat van de bever te voorkomen. Andere sporen werden hier ook waargenomen, namelijk kaal gevreten boomstammen, wissels (glijbanen het water in) en uittreedplaatsen. Verder westelijk bleek daadwerkelijk een beverburcht aanwezig te zijn, ter hoogte van de grote duiker die onder de snelweg doorgaat. Het was de takkenhoop die in het begin ten noordwesten van de plas al was waargenomen. De gebruikte takken zijn een mengeling van afgeknaagde en afgezaagde takken. De waargenomen sporen beperken zich vrijwel geheel tot de plekken waar mensen in principe niet komen (zuidelijk deel van de plas en bijbehorende
42
oeverzone). Zie navolgende afbeeldingen voor een impressie van de aangetroffen sporen.
Knaagsporen op stam aan de rand van het eilandje in de waterplas.
Knaagsporen aan de zuidelijke oever van de plas. Bomen lijken ter bescherming met gaas afgerasterd.
43
Volledig afgeknaagde boomstam en uittreedplaats uit het water.
Beverburcht van takken.
44
Glijbaan nabij beverburcht.
5.3.1.2
14 juni 2023 Tijdens het tweede veldbezoek zijn wat meer knaagsporen aangetroffen op het eilandje ten opzichte van het eerste veldbezoek. Verder lag alles er nog hetzelfde bij, waarbij geen verse knaagsporen zijn aangetroffen. Vanwege het seizoen was de vegetatie een stuk hoger en dichter. Zie navolgende afbeelding voor een visuele weergave van de waargenomen sporen van de twee veldbezoeken.
45
Waargenomen sporen in het onderzoeksgebied van de bever.
5.3.2
Effectbeoordeling Vanwege de grote hoeveelheid duidelijke beversporen moet gesteld worden dat de bever aanwezig is in de waterplas en de oevers ervan en er ook een volwaardige burcht heeft. Er moet derhalve vanuit gegaan worden dat een stel bevers hier jongen groot kan brengen. Gezien de verdeling van de beversporen rond de plas, houdt de bever zich voornamelijk op aan de zuidzijde van de plas en in mindere mate aan de noordzijde. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling wordt in het westelijke, smalle deel van de waterplas een broekbos aangelegd (zie paragraaf 1.2.1. zuidelijk deel ontwikkelfase 1 en een klein deel ook van ontwikkelfase 2). De kleinste afstand tussen dit deel van het plangebied en de burcht is 26 meter. Een relatief geringe afstand dus. In de aanlegfase wordt groot materieel ingezet voor werkzaamheden als het verwijderen van het huidige struweel en het vergraven van de bodem. Hierbij kan onder andere verstoring door geluid, licht en aanwezigheid van mensen plaatsvinden. Vanwege de geringe afstand tot de burcht is hiermee verstoring van de aanwezige bevers op voorhand niet te voorkomen. In het ergste geval wordt de bever dusdanig verstoord dat het zijn burcht met aanwezige jongen verlaat.
In de gebruiksfase zorgt de aanwezigheid van een broekbos naar alle waarschijnlijkheid voor een verbetering van het leefgebied van de bever doordat het broekbos kan fungeren als foerageergebied. Door het broekbos is wel een knuppelpad gepland, wat toegankelijk is voor mensen. Eventuele verstoring van mensen zal echter zeer gering zijn omdat de mensen enkel over het pad kunnen lopen vanwege het natte karakter van het broekbos. De inschatting is dat de bever aan dergelijke lichte verstoring kan wennen en het alsnog een onderdeel van zijn leefgebied kan worden. Uiteindelijk zal de bever er dus in het onderzochte gebied in de nieuwe situatie op vooruit gaan.
46
5.4
Otter Tijdens het sporenonderzoek op 30 maart 2023 zijn in het onderzoeksgebied geen sporen van de otter aangetroffen. Tevens zijn er geen verblijfplaatsen van de otter waargenomen. Derhalve kan gesteld worden dat deze soort niet in het plangebied en onderzoeksgebied aanwezig is of hiervan gebruik maakt. De otter ondervindt derhalve geen negatief effect van de geplande ruimtelijke ontwikkeling.
5.5
Kleine marters
5.5.1
Resultaten Op losse cameraval wit is op 29 juli 2023 om 0:48 uur een bunzing waargenomen. Zie navolgende afbeelding. Dit is ook de enige keer dat een kleine marter op zowel de losse cameravallen als de struikrovers is waargenomen. Wel zijn allerlei andere soorten vastgesteld als vos en egel, die vrijgesteld zijn, of vogelsoorten koolmees, merel, roodborst, ekster, houtduif en vink waarvan het nest in de broedtijd is beschermd. Omdat kleine marters zeer schuw zijn en altijd zoveel mogelijk in dekking blijven, is de trefkans klein. Op basis van het gedrag van deze soort en deze enkele waarneming moeten we concluderen dat de bunzing van alle in het plangebied aanwezige robuuste groenstruweel gebruik maakt en dit derhalve tot zijn leefgebied behoort.
Losse cameraval wit heeft een bunzing vastgelegd.
5.5.2
Effectbeoordeling Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling zal een deel van de aanwezige houtsingels en ander robuust struweel worden verwijderd. Dit kan permanent zijn, bijvoorbeeld in het noorden van ontwikkelgebied 1, of tijdelijk, bijvoorbeeld ter hoogte van het geplande broekbos. Hoe dan ook wordt in de aanlegfase geschikt leefgebied van de bunzing (tijdelijk) verwijderd. Daarbij kunnen ook verblijfplaatsen worden vernield en individuen worden verwond of gedood. In deze gevallen is sprake van overtredingen
47
van verbodsbepalingen. Omdat het plangebied met woningen verdicht wordt, is mogelijk sprake van achteruitgang van de hoeveelheid geschikt leefgebied.
5.6
Steenmarter
5.6.1
Sporenonderzoek Tijdens het sporenonderzoek zijn de schuurtjes die mogelijk als verblijfplaats voor de steenmarter kunnen dienen niet aangetroffen. Wel waren een oude vogeltil en overkapping aanwezig in de tuin, maar die waren gedurende het veldbezoek op 14 juni 2023 ongeschikt als verblijfplaats van de steenmarter bevonden. Bij beiden ontbreken namelijk een spouwmuur en/of dakbedekking, of andere holle of beschutte ruimtes, waardoor er geen geschikte ruimte is voor een verblijfplaats. Tevens zijn er geen sporen van de steenmarter aangetroffen rondom de duiventil en overkapping.
5.6.2
Cameravalonderzoek Met het cameravalonderzoek is de steenmarter meerdere keren vastgelegd, op de locatie van de losse cameraval blauw(ten oosten van de Zusterflat). Het gaat om de volgende data: -
22 juli 2023 25 juli 2023 26 juli 2023 6 augustus 2023
Op 6 augustus zijn er twee waarnemingen kort na elkaar gedaan, namelijk om 00:16 en 02:58. Zie navolgende afbeeldingen voor enkele gemaakte foto’s.
Waarneming van steenmarter op 22 juli 2023 door losse cameraval blauw.
48
Waarneming van steenmarter op 6 augustus 2023 door losse cameraval blauw. 5.6.3
Aanwezigheid essentiële elementen Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de steenmarter in het plangebied voorkomt. Er zijn meerdere waarnemingen van de steenmarter ten oosten van de Zusterflat. Er zijn echter geen verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld in het plangebied. Deze zijn daarom naar alle waarschijnlijkheid aanwezig buiten het plangebied, mogelijk in dicht struweel ten zuiden van het plangebied. Met name omdat op camerabeelden zichtbaar was dat de steenmarter vanuit zuidelijke richting naar het noorden werd waargenomen. Omdat de steenmarter op cameravallen is vastgelegd en het plangebied geschikt leefgebied voor de steenmarter vormt, moet gesteld worden dat het plangebied door de steenmarter wel als leef- en foerageergebied in gebruik is. De actieradius van een steenmarter is gemiddeld circa 3 tot 5 kilometer per avond, alhoewel territoria erg variabel zijn in grootte. Dit is afhankelijk van onder andere ligging in stedelijk gebied en kwaliteit en varieert van 80 tot 700 hectare. Gezien de grootte van het plangebied (circa 9 hectare) is dit geen significant deel van het territorium van de steenmarter. Daarnaast is er voldoende vergelijkbaar leefgebied in de omgeving van het plangebied aanwezig, zoals het terrein van Van Hall Larenstein.
Dergelijk terrein in de omgeving van het plangebied is voor de steenmarter goed bereikbaar via Geërfdenpark, het talud naast de A12 en/of het fietsviaduct in het verlengde van de Broekstraat. Al met al kan gesteld worden dat er geen sprake is van essentieel leef- en foerageergebied van de steenmarter in het plangebied.
5.6.4
Effectbeoordeling De steenmarter is een opportunistische soort en kan een behoorlijke mate van verstoring en menselijke activiteit verdragen. De soort komt namelijk ook in steden voor. In dit geval vindt ontwikkeling van het plangebied plaats, waarbij oog is voor het behoud van groen en struweel. De steenmarter zal daarom gedurende de aanlegfase en gebruiksfase voldoende foerageermogelijkheden in het plangebied behouden. Gedurende de aanlegfase is mogelijk sprake van een tijdelijke en beperkte verstoring van een niet-essentieel onderdeel van het leef- en foerageergebied van de steenmarter.
49
Van een significant negatief effect van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op de steemarter is dan ook geen sprake.
50
6 6.1
Conclusie en advies Ontheffing Wet natuurbescherming nodig? In het plangebied is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van groeiplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en overige essentiële elementen van het leefgebied van stijve wolfsmelk, vleermuizen, bever, otter, bunzing, hermelijn, wezel en steenmarter niet kan worden uitgesloten. Uit het onderzoek blijkt dat de soorten stijve wolfsmelk, otter, hermelijn en wezel niet aanwezig zijn. De steenmarter is wel aanwezig in het plangebied, maar essentiële elementen zijn niet aanwezig, waardoor geen sprake is van een overtreding van een verbodsbepaling. Voor deze soort is dan ook geen ontheffing nodig. Wel zijn verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van de volgende soorten aanwezig in of binnen de invloedssfeer van de geplande werkzaamheden: gewone dwergvleermuis, bever en bunzing. Voor de gewone dwergvleermuis gaan verblijfplaatsen verloren of worden verstoord. Hierbij kunnen worstcase ook dieren gedood of verwond worden. Daarnaast moet te allen tijde voldoende foerageergebied aanwezig blijven om de functionaliteit van de verblijfplaatsen te kunnen waarborgen. Voor de bever geldt dat met de aanlegfase een beverburcht verstoord kan worden, waarbij worstcase ook jongen doodgaan wanneer de ouders vanwege de verstoring de burcht verlaten.
Tenslotte kunnen in de aanlegfase verblijfplaatsen en leefgebied van de bunzing verloren gaan, waarbij worstcase ook individuen verwond of gedood worden. In de gebruiksfase kan mogelijk minder leefgebied overblijven, waardoor de functionaliteit van verblijfplaatsen wordt aangetast. In bovengenoemde gevallen is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Om de werkzaamheden toch door te laten gaan is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig in combinatie met het treffen van mitigerende maatregelen. Daarnaast dient te allen tijde rekening gehouden te worden met broedende vogels en de zorgplicht.
6.2
Ontheffing aanvragen Het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen waarbij beschermde soorten (zoals de gewone dwergvleermuis, bever en bunzing) worden verstoord is wettelijk gezien mogelijk als men in het bezit is van een ontheffing Wet natuurbescherming. Een dergelijke ontheffing dient voor dit project aangevraagd te worden bij de provincie Gelderland. Bij het indienen van een aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming dient een projectplan te worden opgesteld. In dit plan wordt onder andere de verspreiding van de betreffende beschermde soort in het plangebied en omgeving verwoord alsmede het (wettelijk) belang van de ingreep onderbouwd. Daarnaast dient een uitgebreide alternatievenafweging plaats te vinden over waarom de verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen niet is te voorkomen. 51
Een ontheffing wordt enkel verleend als voldoende mitigerende maatregelen worden getroffen om zoveel mogelijk schade aan de gewone dwergvleermuis, bever en bunzing te voorkomen. Ook moeten de verblijfplaatsen die verloren gaan gecompenseerd worden. Daarnaast dient te allen tijde rekening gehouden te worden met alle broedende vogels en de zorgplicht.
6.3
Mitigerende maatregelen
6.3.1
Gewone dwergvleermuis Mitigerende maatregelen voor de gewone dwergvleermuis omvatten over het algemeen: − het plaatsen van tijdelijke kasten in de omgeving, vier per huidige verblijfplaats − het aanhouden van een gewenningsperiode waarin deze vleermuizen aan de nieuwe kasten kunnen wennen, waarbij dus zowel de tijdelijke voorzieningen als de huidige verblijfplaatsen aanwezig zijn en er dus nog geen verstorende werkzaamheden plaatsvinden; − het ongeschikt maken van de huidige verblijfplaatsen in de te slopen bebouwing; − het inbouwen van nieuwe voorzieningen in de nieuwbouw (BIJ12, 2017a). In dit geval gaat het om een groot aantal verblijfplaatsen, waarbij ook meerdere kraamverblijfplaatsen zijn; kwetsbare verblijfplaatsen waarin een groot aantal vrouwtjes hun jongen grootbrengen. Extra aandacht is nodig om te zorgen dat deze kolonie ook in de aanlegfase en toekomstige gebruiksfase in het plangebied behouden blijft.
6.3.2
Bever De mitigerende maatregelen van de bever bestaan voornamelijk uit het uitvoeren van de aanleg van het broekbos buiten de kwetsbare periode van de bever en ervoor zorgen dat het broekbos voor de bever uiteindelijk zo geschikt mogelijk wordt.
6.3.3
Bunzing De mitigerende maatregelen van de bunzing bestaat voornamelijk uit het te allen tijde behouden van voldoende robuuste groenzones in het plangebied en het verwijderen van groen buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van de bunzing, wanneer er jongen in het nest kunnen liggen
6.4
Broedperiode en zorgplicht De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Iedereen moet voldoende zorg in acht nemen voor alle in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door de werkzaamheden te verrichten buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen). Ook kan er gefaseerd worden gewerkt om dieren de kans te geven om te vluchten. Broedende vogels, vanaf het bouwen van het nest tot het uitvliegen van de jongen, zijn strikt beschermd. De broedende vogels en hun jongen mogen niet verstoord, 52
verwond en gedood worden. Daarnaast mogen in gebruik zijnde nesten ook niet beschadigd en vernield worden. Zonder maatregelen kan dit bij ruimtelijke ingrepen wel gebeuren. Er is echter voor ruimtelijke ontwikkelingen geen vrijstelling hiervoor te verkrijgen in het kader van de Wet natuurbescherming. Wij adviseren daarom om de werkzaamheden buiten de broedperiode te starten, zodat er vanwege de dan aanwezige verstoring geen vogels in de buurt gaan broeden. De werkzaamheden kunnen dan vervolgens wel in de broedperiode doorlopen.
6.5
Vervolgstappen − Aanvragen ontheffing Wet natuurbescherming gewone dwergvleermuis, bever, bunzing; − Tref tijdig voldoende mitigerende maatregelen; − Houd rekening met broedende vogels; − Houd rekening met de zorgplicht.
53
Geraadpleegde literatuur BIJ12, 2017a. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017b. Kennisdocument Rosse vleermuis. Nyctalus noctula, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017c. Kennisdocument Bever Castor fiber, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. Bouwens, 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Provincie Noord-Brabant, ’s-Hertogenbosch. Dietz, Ch. von Helversen, O. Nill, D. 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Haarsma, 2011. De Meervleermuis in Nederland. De Zoogdiervereniging, Nijmegen. Limpens, H. J. G. A. Twisk, P. Veenbaas, G. 2004. Met vleermuizen overweg. Brochure Rijkswaterstaat en Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming. Ministerie EZLI. 2012. Memorie van toelichting bij Wet natuurbescherming. Kamerstuk. Ministerie EZ. 2015. Memorie van antwoord bij Wet natuurbescherming. Kamerstuk Eerste Kamer der Staten-Generaal. Netwerk Groene Bureaus, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2017). Netwerk Groene Bureaus, Odijk. Netwerk Groene Bureaus, Definitielijst Netwerk Groene Bureaus 2020, 16 januari 2020. Sweco 2022. Verkennend natuuronderzoek IJsseldistrict. Sweco Nederland B.V., De Bilt. Sweco 2023. Notitie Onderwerp Bestemmingsplan IJssel District.
Sweco Nederland B.V., De Bilt. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021) Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. Zoogdiervereniging & Probos. 2012. Laanbeheer en vleermuizen; met oog voor veiligheid en cultuurhistorie; met bijdragen van E. A. Jansen, M. H. A. van Benthem, C. de Groot, P. Twisk & H. J. G. A. Limpens.
54
Websites: www.rvo.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vleermuizenindestad.nl www.wetten.nl www.zoogdiervereniging.nl
55
Bijlage 1, Ontwikkelplan IJsseldistrict
56
Bijlage 2, waarnemingen kraam- en zomerverblijfonderzoek
3
Bijlage 3, waarnemingen massawinterverblijf- en paarverblijfonderzoek
4
Bijlage 4, aanwezige verblijfplaatsen en paarterritoria
Van links naar rechts: Ziekenhuis, Zusterflat, Kantoor Zie legenda op volgende pagina
5
6