CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7. Nader onderzoek vleermuis huismus en gierzwaluw Parkstraat 3 (21.59).pdf

Raadsvergadering 14 december 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Velp-Midden, locatie Parkstraat 3 en 5 (21.59)4.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parkstraat 3-5 te Velp - Nader onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw -

Opdrachtgever

BURO SRO B.V.

Data veldbezoeken

Diverse data 2020

Kenmerk rapport

EB2020.168- Nader onderzoek Vleermuizen, huismus en gierzwaluw Parkstraat 3-5 te Velp

Datum rapport

26 mei 2021, versie 2.0

Auteur

K.H. Eymael

Controle

ing. J.M. de Wever

EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Abraham Teerlinkstraat 10 7424 DM Deventer Bezoekadres: Engelenburgstraat 57, 7391 MV Twello www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418

Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT 2 ONDERZOEKSOPZET

5 5 5 5 6 7

2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEKEN

7 7

3 SITUATIEBESCHRIJVING

10

3.1 PLANGEBIED 3.2 VOORGENOMEN INGREPEN

10 11

4 BEVINGINGEN ONDERZOEK

12

4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 BEVINDINGEN VELDBEZOEKEN VLEERMUIZEN 4.3 BEVINDINGEN VELDBEZOEKEN HUISMUS 4.4 BEVINDINGEN VELDBEZOEKEN GIERZWALUW 5 EFFECTENBEOORDELING 5.1 EFFECTEN VLEERMUIZEN 5.2 EFFECTEN HUISMUS 5.3 EFFECTEN GIERZWALUW 5.4 VOLLEDIGE UITSLUITING AANWEZIGHEID 6 CONCLUSIE

12 12 13 13 14 14 14 15 15 16

BIJLAGEN 1. Waarnemingen op kaart 2. Wettelijk kader; 3. Bronnen.

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 3

SAMENVATTING In 2020 heeft er aan de Parkstraat 3-5 te Velp (gemeente Rheden) een nader onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) plaatsgevonden. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kern van Velp en betreft een voormalig kerkgebouw en bedrijfspand. De initiatiefnemer is voornemens het voormalige kerkgebouw te amoveren ten behoeve van een appartementencomplex inclusief bijbehorende parkeerterrein. In dit kader is in maart 2020 een quickscan flora en fauna uitgevoerd (Quickscan Wet natuurbescherming Parkstraat 3-5 te Velp, Blom ecologie B.V., maart 2020). Uit de quickscan kwam naar voren dat de aanwezigheid van vaste verblijf- en/of voortplantingsplaatsen van vleermuizen, huismus en gierzwaluw niet uitgesloten kon worden en dat nader onderzoek naar deze soortgroepen noodzakelijk was. Het nadere onderzoek is gebaseerd op een bronnenonderzoek en diverse veldbezoeken. Deze veldbezoeken hebben op diverse data in 2020 plaatsgevonden. De onderzoeken zijn conform de vigerende onderzoeksprotocollen en Kennisdocumenten van BIJ12 en in de juiste periode en onder geschikte weersomstandigheden uitgevoerd, zodat de te verwachten soorten waargenomen konden worden. Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen/ nesten van vleermuizen, huismus en gierzwaluw aangetroffen in het plangebied.

Het plangebied wordt beperkt door vleermuizen gebruikt om te foerageren en te baltsen. Er zijn geen vaste vliegroutes vastgesteld. Voor de onderbouwing van de conclusies dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden. Op basis van het nadere onderzoek kan worden geconcludeerd dat er, wat betreft de onderzochte soorten, geen procedurele gevolgen zijn aangaande het project.

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 4

1 INLEIDING In 2020 heeft er aan de Parkstraat 3-5 te Velp (gemeente Rheden) een nader onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) plaatsgevonden. 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens het voormalige kerkgebouw te amoveren ten behoeve van een appartementencomplex inclusief bijbehorende parkeerterrein. In dit kader is in maart 2020 een quickscan flora en fauna uitgevoerd (Quickscan Wet natuurbescherming Parkstraat 3-5 te Velp, Blom ecologie B.V., maart 2020). Uit de quickscan kwam naar voren dat de aanwezigheid van vaste verblijf- en/of voortplantingsplaatsen van vleermuizen, huismus en gierzwaluw niet uitgesloten kon worden en dat nader onderzoek naar deze soortgroepen noodzakelijk was. 1.2 Doelstelling Het doel van het nader onderzoek is vast te stellen of de voorgenomen ingrepen een overtreding van de vigerende natuurwetten tot gevolg hebben aangaande vleermuizen, Huismus en Gierzwaluw.

Om dit inzicht te verkrijgen worden, onder andere, de volgende vragen beantwoord; • welke soorten maken gebruik van het plangebied? • zijn er binnen het plangebied vaste verblijfplaatsen van vleermuizen of jaarrond beschermde nesten aanwezig? • welke functie(s) heeft het plangebied voor de eventueel aanwezige soorten? • hoeveel eventueel aanwezige jaarrond beschermde nesten zijn er aanwezig? • zijn er significante vliegroutes en/of foerageergebieden in of nabij het plangebied aanwezig? • wat zijn de gevolgen van de ingrepen (welke verbodsbepalingen worden overtreden) en zijn er mitigerende maatregelen te nemen om overtreding van de wet te voorkomen? • dient er een ontheffing te worden aangevraagd? 1.3 Volledigheid onderzoek Het vleermuizenonderzoek is onder andere uitgevoerd op basis van het ‘Vleermuizenprotocol 2017’. Tevens zijn de onderzoeksmethodes, zoals beschreven in de Kennisdocumenten Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gierzwaluw en Huismus van BIJ12 (versies 1.0, juli 2017) gehanteerd. Door het hanteren van het vleermuizenprotocol, Kennisdocumenten en overig goedgekeurde inventarisatiemethodes kan bij een eventuele zienswijze worden aangetoond dat de noodzakelijke onderzoeksinspanning is verricht. Mogelijk zijn er, ondanks de volledigheid van het onderzoek, exemplaren niet waargenomen. Ondanks de meerdere onderzoeksrondes blijft er sprake van momentopnamen.

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 5

1.4 Geldigheidsduur rapport Voor Habitatsoorten dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd (wanneer er weinig (fysieke) verandering hebben plaatsgevonden).

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 6

2 ONDERZOEKSOPZET Om een goed beeld te verkrijgen hoe en of het plangebied gebruikt wordt door de genoemde soorten heeft er een bronnenonderzoek plaatsgevonden en is het plangebied vervolgens meerdere malen in 2020 bezocht in de daarvoor geschikte periodes en onder de juiste weersomstandigheden. Het bronnenonderzoek is door EcoTierra- ecologisch adviesbureau uitgevoerd. De veldonderzoeken zijn door OneNature uitgevoerd. OneNature heeft ruime ervaring met het uitvoeren van onderzoeken naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. 2.1 Bronnenonderzoek Voorafgaande aan het onderzoek zijn de beschikbare gegevens van digitale verspreidingsatlassen waaronder het NDFF bestudeerd. 2.2 Veldbezoeken Vleermuizen Tijdens de (schemer)onderzoeken is met behulp van een batdetector, zaklamp en verrekijker zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van vleermuizen. Het vleermuizenonderzoek bestaat uit twee onderdelen, namelijk een visuele inspectie bij daglicht en onderzoeken tijdens de schemeruren. Tijdens de visuele inspectie zijn elementen als vensterbanken, muren en tegels onderzocht op uitwerpselen en vegen van vleermuizen.

Tijdens de schemer/nacht onderzoeken wordt door middel en met behulp van visuele waarnemingen en een batdetector (Pettersson D230/ D240X, Echo Meter Touch 2 pro/ batlogger M (nemen waarnemingen automatisch op voor latere analyse) onderzocht of vleermuizen gebruik maken van het plangebied. Indien nodig worden time-expansion opnamen gemaakt met de batdetector om later de ultrasone geluiden te kunnen analyseren met behulp van het analyseprogramma BatExplorer. Voor soorten van het Myotis geslacht kan dit noodzakelijk zijn om tot een correcte determinatie te komen. Het onderzoek in de avondschemer is bedoeld om uitvliegende exemplaren te kunnen waarnemen. Vleermuizen warmen gedurende de dag op in hun verblijfplaats en vliegen rond de schemer uit om op jacht te gaan naar insecten. In de ochtenduren keren ze terug naar hun verblijfplaats, zodat invliegende exemplaren waargenomen kunnen worden. Gedurende de onderzoeken wordt tevens gelet op sociale roepen en baltsgedrag. Als richtlijn is het ‘Vleermuizenprotocol, maart 2017 gehanteerd, opgesteld door o.a. het Netwerk Groene Bureaus (NGB). De vleermuisonderzoeken zijn uitgevoerd in de juiste periode en onder geschikte weersomstandigheden, zodat eventueel aanwezige vleermuizen waargenomen konden worden. Dit houdt globaal in dat de temperatuur minimaal 7 °C en de windkracht maximaal 4 (5) Beaufort was.

Tevens viel er niet meer dan lichte regen. Er is niet onderzocht op massawinterverblijven. De locatie is namelijk beoordeeld als ongeschikt voor een massawinterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Massawinterverblijfplaatsen worden veelal gevonden in hoge gebouwen die boven de omringende bebouwing uitsteken. Deze gebouwen worden vaak gekarakteriseerd door een grote massa voor een goede temperatuurbuffering, een grote variatie aan mogelijke verblijfplaatsen in het bouwwerk en een temperatuurgradiënt binnen de verblijfplaatsen.

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 7

Huismus Het onderzoek naar de huismus is uitgevoerd zoals beschreven in het Kennisdocument Huismus van BIJ12 (versie 1.0 juli 2017). Dit Kennisdocument schrijft twee onderzoeken in de periode 1 april- 15 mei voor of vier gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart t/m 20 juni. Gierzwaluw Het onderzoek naar de gierzwaluw is uitgevoerd zoals beschreven in het Kennisdocument Gierzwaluw van BIJ12 (versie 1.0 juli 2017). Dit Kennisdocument schrijft drie onderzoeken in de periode 1 juni- 15 juli voor. In de avonduren is gelet op exemplaren die terugkeerden naar hun nest of zogenaamd aan het “bouncen” waren (mogelijk nest). In de ochtenduren, na het vleermuizenonderzoek, is gelet op uitvliegende exemplaren. Tevens is voor en na elk vleermuizenonderzoek “getaped”. Tapen is het afspelen van gierzwaluwengeluid om een reactie vanuit het nest te ontlokken. Onderzoeksdata en informatie Datum

Tijdstip

Aantal onderzoekers

Onderzochte soort

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Onderzochte functie

Weersgesteldheid

Pagina | 8

09-05-2020

Ochtend Start: 7.45 Eind: 9.45

1

Huismus

Nest

12°C - 18°C, droog, 2 Bft, licht bewolkt

19-05-2020

Ochtend Start: 8.25 Eind: 10.25

1

Huismus

Nest

10°C - 12°C, droog, 2 Bft, helder

21-05-2020

Ochtend Start: 03:30 Eind: 05:40

1

Vleermuis

Zomer-/kraamverblijf

14°C - 13°C, droog, 1 Bft, helder

30-05-2020

Ochtend Start: 6.30 Eind: 8:30

1

Huismus

Nest

12°C - 16°C, droog, 2 Bft, helder

05-06-2020

Avond Start: 19.50 Eind: 23:50

1

Gierzwaluw Vleermuis

Nest Zomer-/kraamverblijf

17°C - 14°C - 10°C, droog, 3 Bft, bewolkt

20-06-2020

Ochtend Start: 9:30 Eind: 11:30

2

Huismus

Nest

19°C - 19°C, droog, 2 Bft, licht bewolkt

21-6-2020

Avond Start: 20:10 Eind: 22:35

1

Gierzwaluw (Vleermuis)

Nest (Zomer-/kraamverblijf)

20°C - 19°C, droog, 1 Bft, licht bewolkt

07-07-2020

Avond Start: 20:20 Eind: 22.30

1

Gierzwaluw (Vleermuis)

Nest (Zomer-/kraamverblijf)

18°C - 19°C, droog, 1 Bft, bewolkt

12-7-2020

Avond Start: 21:00 Eind: 23:50

1

Vleermuis

Zomer-/kraamverblijf

19°C - 17°C, droog, 1 Bft, helder

22-8-2020

Avond Start: 21:40 Eind: 23:45

1

Vleermuis

Paarverblijf (zomer/winterverblijf)

21°C - 19°C, droog, 1 Bft, bewolkt

18-9-2020

Avond Start: 21:40 Eind: 23:45

1

Vleermuis

Paarverblijf (zomer/winterverblijf)

18°C - 16°C, droog, 2-3 Bft, helder

Tabel 1: Onderzoeksdata en informatie veldbezoeken.

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 9

3 SITUATIEBESCHRIJVING 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in de bebouwde kern van Velp en betreft een voormalig kerkgebouw en bedrijfspand.

Afbeelding 1: Situering onderzocht plangebied bron: google maps).

Foto: Locatie bij dag.

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 10

Foto: Locatie bij nacht.

3.2 Voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens het voormalige kerkgebouw te amoveren ten behoeve van een appartementencomplex inclusief bijbehorende parkeerterrein.

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 11

4 BEVINGINGEN ONDERZOEK Hieronder worden de bevindingen van de onderzoeken besproken, allereerst de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek Volgens de geraadpleegde bronnen zijn gewone dwergvleermuis, ruige dwergveermuis, laatvlieger, watervleermuis, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, huismus en gierzwaluw te verwachten binnen en nabij het plangebied. In de database van NDFF zijn geen waarnemingen gevonden die betrekking hebben op het plangebied. 4.2 Bevindingen veldbezoeken vleermuizen Zomerverblijf Er zijn tijdens de veldbezoeken geen in- of uitvliegende exemplaren waargenomen bij de te amoveren gebouwen. Er zijn eveneens geen uitwerpselen gevonden. Kraamverblijf Er zijn tijdens de veldbezoeken geen in- of uitvliegende exemplaren waargenomen. Een kraamkolonie bestaat uit meerdere vrouwtjes en later ook uit jonge vleermuizen. Een dergelijke locatie is over het algemeen goed op te sporen. Er is geen kraamlocatie aanwezig. Tevens zijn geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van veel exemplaren. Paarverblijf Er zijn baltsgeluiden van de gewonde dwergvleermuis waargenomen. Het baltsgebied bevond zich voornamelijk in de zuidelijk en westelijk gelegen tuinen.

Het baltsende exemplaar had gen binding met de bebouwing binnen het plangebied maar meer met de woningen ten zuiden van onderhavig plangebied. Winterverblijf Zomer- en/of paarverblijven van vleermuizen kunnen een aanwijzing zijn dat de aanwezige individuen de locatie ook als winterverblijf gebruiken. Er zijn echter geen zomer- en/of paarverblijven waargenomen waardoor individuele winterverblijven niet te verwachten zijn. Er is niet onderzocht op massawinterverblijven. De locatie is namelijk beoordeeld als ongeschikt voor een massawinterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Massawinterverblijfplaatsen worden veelal gevonden in hoge gebouwen die boven de omringende bebouwing uitsteken. Deze gebouwen worden vaak gekarakteriseerd door een grote massa voor een goede temperatuurbuffering, een grote variatie aan mogelijke verblijfplaatsen in het bouwwerk en een temperatuurgradiënt binnen de verblijfplaatsen. De gewone dwergvleermuis is een mobiele soort die zich gedurende de winter kan verplaatsen. In massawinterverblijfplaatsen kan dit binnen hetzelfde gebouw, mocht de temperatuur te hoog of te laag worden in delen van het gebouw. Van deze omstandigheden is aan de parkstraat 3-5 geen sprake. De toren is vrijstaand en biedt hooguit potentieel voor simpele zomerverblijfplaatsen of paarverblijfplaatsen in scheuren of achter dakbeschot (er is geen spouw aanwezig).

Het hoofdgebouw heeft een enkele hoge muur aan de westkant die in een punt toeloopt. De overige muren zijn laag. Dit biedt niet de buffering en variatie in microklimaten die voor een massawinterverblijfplaats benodigd zijn.

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 12

Foerageergebied en vliegroute Binnen het plangebied werd beperkt gefoerageerd door gewone dwergvleermuis. Over het groen van de zuidelijk gelegen tuinen werd meer gefoerageerd. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied. In de directe omgeving is veel foerageergebied aanwezig. Verder zijn er niet opvallend veel voorbij trekkende exemplaren waargenomen. Er zijn geen essentiële vliegroutes aanwezig binnen het plangebied. 4.3 Bevindingen veldbezoeken Huismus Tijdens het onderzoek zijn geen huismussen of nesten van huismussen waargenomen bij de aanwezige bebouwing binnen het plangebied. Op de daken van woningen en in groenstructuren gelegen nabij het plangebied zijn wel meerdere huismussen waargenomen. 4.4 Bevindingen veldbezoeken Gierzwaluw Er zijn geen in- of uitvliegende exemplaren waargenomen en er is geen reactie gekomen op het zogenaamde tapen. Nesten van deze soort zijn derhalve niet te verwachten. In de opstal ten noorden van het plangebied is wel een nestlocatie van deze soort vastgesteld. Tijdens de onderzoeken zijn diverse exemplaren van gierzwaluw in de lucht waargenomen.

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 13

5 EFFECTENBEOORDELING In het kader van de Wet natuurbescherming is nagegaan of vaste verblijf- en voortplantingsplaatsen door de ingreep worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat er kans bestaat dat de onderzochte soorten worden verontrust, verjaagd of gedood. 5.1 Effecten vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming op basis van het feit dat de soort is opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op vleermuizen, onder andere: 1. Het is verboden vleermuizen in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden deze dieren opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. (Bron: Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, BIJ12, versie 1.0, juli 2017).

Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen aangetoond. Er is niet onderzocht op de functie massawinterverblijf. Het feit dat er gedurende de 7 onderzoeken in de periode 15 mei tot 1 oktober geen enkele verblijfplaats is aangetroffen van vleermuizen in het gebouw onderstreept de keuze om geen gericht onderzoek te doen naar deze functie. Het functionele leefgebied, zoals foerageergebied en essentiële vliegroutes, wordt door de ingreep niet significant aangetast. De voorgenomen ingrepen zullen derhalve geen negatief effect hebben op vleermuizen. Er hoeft geen ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. 5.2 Effecten huismus De huismus is een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming, op basis van het feit dat de soort deel uitmaakt van ‘alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de Lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is’ (artikel 1 van de Vogelrichtlijn). De huismus staat vermeld op de lijst met vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (RVO, 2009). De nesten van huismussen vallen onder categorie 2 van vogelnesten “nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop.

De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar” (zie bijlage 5 Jaarrond beschermde nesten). De huismus staat tevens als gevoelig vermeld op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels (2004). De landelijke staat van instandhouding wordt beoordeeld als matig ongunstig. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. De wet verbiedt onder andere: 1. het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); 2. het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); 3. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3);

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 14

4. het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); 5. het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2). (Bron: Kennisdocument Huismus, BIJ12, versie 1.0, juli 2017).

Er zijn binnen het plangebied geen jaarrond beschermde nesten van de huismus aangetoond. Het functionele leefgebied, zoals foerageergebied of schuilmogelijkheden, wordt door de ingreep niet aangetast. De voorgenomen ingrepen zullen derhalve geen negatief effect hebben op huismussen. Er hoeft geen ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. 5.3 Effecten gierzwaluw De gierzwaluw is een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming op basis van het feit dat de soort is opgenomen in Bijlage II van de Vogelrichtlijn. De gierzwaluw staat vermeld op de lijst met vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (RVO, 2009). Op deze lijst vallen de gierzwaluwnesten onder categorie 2 “nesten van deze semikoloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar” (zie bijlage 5 Jaarrond beschermde nesten). De gierzwaluw staat niet vermeld op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels (2004). De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. De wet verbiedt onder andere; 1. het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); 2.

het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); 3. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); 4. het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); 5. het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2). (Bron: Kennisdocument Huismus, BIJ12, versie 1.0, juli 2017)

Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van de gierzwaluw aangetoond. Het functionele leefgebied, zoals foerageergebied, wordt door de ingreep niet aangetast. De voorgenomen ingrepen zullen derhalve geen negatief effect hebben op gierzwaluwen. Er hoeft geen ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. 5.4 Volledige uitsluiting aanwezigheid De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet. Eventueel aanwezige dieren dienen de kans te krijgen om te vluchten. De zorgplicht houdt ook in dat er zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de periode waarin wordt gewerkt (buiten kwetsbare voortplantings- en overwinteringsperiode).

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 15

6 CONCLUSIE Op basis van het nader onderzoek is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Hoofdstuk 5 dient geraadpleegd te worden voor achterliggende/ aanvullende informatie. Onderdeel

Aangetoond/ hoeveelheid

Overtreding Wnb

Ontheffing Wnb

Mitigatie

Huismus

Nee

Nee

Nee

N.v.t.

Gierzwaluw

Nee

Nee

Nee

N.v.t.

- Significant functioneel leefgebied

Nee

Nee

Nee

N.v.t.

-Vaste verblijfplaatsen opstallen

Nee

Nee

Nee

N.v.t

-Vaste verblijfplaatsen bomen

Nee

Nee

Nee

N.v.t.

- Essentieel foerageergebied

Nee

Nee

Nee

N.v.t.

- Essentiële vliegroute

Nee

Nee

Nee

N.v.t.

Vogels - Jaarrond beschermde nesten

Vleermuizen

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 16

BIJLAGE 1 WAARNEMINGEN OP KAART (BRON:ONE NATURE)

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 17

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 18

BIJLAGE 2 WETTELIJK KADER

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 19

Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet. De zorgplicht betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat het lijden zo beperkt mogelijk is.

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 20

Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde inheemse diersoorten die in de Wet natuurbescherming opgenomen zijn in paragraaf 3.2 Wnb (bijlage IV van de EU-Habitatrichtlijn, dier- en plantensoorten van communautair belang die strikt moeten worden beschermd). Op grond van de artikelen 3.5 lid 2 en 3.5 lid 4 is het onder meer verboden om beschermde inheemse diersoorten opzettelijk te verontrusten of voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Tot vaste rust- en verblijfplaatsen worden locaties gerekend waarin zich kraamkolonies, paarverblijven, overwinteringsplaatsen en verblijven van (groepen) mannetjes bevinden. Belangrijke migratie- en vliegroutes en foerageergebieden die van belang zijn voor de instandhouding van een vaste rust- of verblijfplaats van de soort op populatieniveau, vallen hier (vooralsnog) ook onder. Wanneer een gebodsbepaling van de Wnb wordt overtreden, dient men mitigerende maatregelen te nemen om het te verwachten negatieve effect zoveel mogelijk te beperken of te voorkomen. Tevens dient er een ontheffing van de Wnb aangevraagd te worden. Jaarrond beschermde nesten De Gierzwaluw en de Huismus zijn beschermde inheemse diersoorten die in de Wet natuurbescherming opgenomen zijn in paragraaf 3.1 Wnb (EU-Vogelrichtlijn).

Aangaande vogels is het volgens artikel 3.1 lid 2 verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen of nesten weg te nemen, volgens artikel 3.1 lid 4 en 5 is het verboden om opzettelijk vogels te verstoren, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Het nest van een vogel is de plaats of ruimte die een vogel gebruikt voor het leggen en uitbroeden van de eieren en, voor zover het geen nestvlieders betreft, het grootbrengen van de jongen. Onder nest moet ook de inhoud en de functionele omgeving daarvan, voor zover het broedsucces van vogels daarvan afhankelijk is, worden inbegrepen. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat een nieuw nest te maken en gebruiken hun nest niet als vaste rust- of verblijfplaats. Dergelijke nesten voor eenmalig gebruik genieten buiten het broedseizoen niet de bescherming van de Wnb. Nesten van de Gierzwaluw en Huismus vallen ook buiten het broedseizoen onder de definitie van 'vaste rust- of verblijfplaatsen’. Deze nesten zijn daarom, voor zover ze niet permanent verlaten zijn, jaarrond beschermd. Derhalve is, bij overtreding van de verbodsbepalingen, ontheffing nodig van genoemde artikelen met betrekking tot de vaste rust of verblijfplaatsen van de soort.

De soorten zijn niet opgenomen in de het verdrag van Bern (bijlage II). Wanneer een verbodsbepaling van de Wnb wordt overtreden, dient men mitigerende maatregelen te nemen om het te verwachten negatieve effect zoveel mogelijk te beperken of te voorkomen. Tevens dient er een ontheffing van de Wnb aangevraagd te worden.

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 21

BIJLAGE 3 BRONNEN

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 22

www.vleermuis.net www.vleermuizenindestad.nl www.zoogdiervereniging.nl www.vogelbescherming.nl Kennisdocumenten BIJ12, versie 1.0, juli 2017: Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Gierzwaluw Huismus

- EB2020.168- Nader onderzoek Parkstraat 3-5 te Velp -

Pagina | 23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=f41fb848-1bfa-4a7d-87f0-abd340c1f165