Bijlage 4 - Haalbaarheidsnotitie IJssel District (23.96)
Tekst van het document
Overige broedvogels
In vegetatie, in water of op de bodem
bever otter sleedoornpage vleermuizen eekhoorn kleine marterachtigen steenmarter bever otter stijve wolfsmelk
H
Alle bouwplots
Algemene maatregelen (zorgplicht) Naast bepalingen voor specifiek aangewezen soorten geldt krachtens artikel 1.11 (lid 1&2) van de Wet natuurbescherming, de algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten alsmede voor hun directe leefomgeving. Via deze wet wordt eenieder medeverantwoordelijk gesteld voor de zorg en bescherming van flora en fauna en dient men geen handelingen uit te voeren die opzettelijk soorten kunnen verwonden of doden. Provinciaal natuurbeleid Het plangebied valt buiten alle provinciaal beschermde gebieden, zoals de aangewezen ganzenrustgebieden, GNN-gebied (onderdeel van NNN), GO-gebied en Nationale Landschappen. Een nadere inventarisatie van de effecten van het plan op de oppervlakte, kernkwaliteiten en samenhang is niet noodzakelijk. Biodiversiteit De gemeente heeft in 2022 de ‘Beleidsnota Biodiversiteitsplan 2022 – 2032’ vastgesteld, waarin de gemeente inzet op behoud en verder versterken van de biodiversiteit. Bij het ontwerp van de buitenruimte dient rekening te worden gehouden met dit plan, waarbij de soorten in het IJssel District zo veel mogelijk beschermd moeten worden. O.a. door bomen en struwelen zo veel mogelijk te behouden en natuurinclusief te ontwerpen.
2.11.3
Kansen, aandachtspunten en vervolgstappen
Ten aanzien van de planontwikkeling kunnen concluderend de volgende kansen en aandachtspunten worden vastgesteld met bijbehorende vervolgstappen: Kansen Biodiversiteitsplan bij verdere ontwerp buitenruimte
Aandachtspunten Er zijn binnen het plangebied soorten aanwezig of te verwachten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming
Vervolgstappen Aanvullend natuuronderzoek naar mogelijk aanwezige beschermde soorten Broedvogelcontrole voor aanvang van verstorende werkzaamheden Mogelijk is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig
Handelingen die opzettelijk soorten kunnen verwonden of doden zijn niet toegestaan 2.12
Water en klimaatadaptatie
2.12.1
Beleidskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt onder het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel. In de Keur beschrijft het waterschap verbods- en gebodsbepalingen ter bescherming van de waterhuishouding en waterstaatswerken. Het beleid wordt nader toegelicht in de quickscan water en hittestress, welke is opgenomen in bijlage 6 van deze notitie. 2.12.2
Resultaten quickscan
Om de waterhuishoudkundige situatie voor het onderzoeksgebied in beeld te brengen, is door Sweco een quickscan water en hittestress uitgevoerd. Water, waterveiligheid en compensatie Het plangebied bevindt zich op een locatie waar de kans op overstromingen klein (1/300 – 1.3000 jaar) is. Maar indien er een dijkdoorbraak is kan het water tot 5,0 m hoog komen. Bij verdere uitwerking van het ontwerp is het belangrijk in het achterhoofd te houden dat de effecten van een dijkdoorbraak groot kunnen zijn ook al is de kans daarop relatief klein. Om het ontwerp klimaatadaptief in te richten dienen vitale functies beschermd te zijn en te blijven functioneren. Dit kan bijvoorbeeld door keerwanden te plaatsten, drempels voor de deur of het ophogen van het maaiveld. De ontwikkelingen zorgen voor een toename in verhard oppervlak en daarmee een kans om versneld afstromen van hemelwater. De toename in verharding dient gecompenseerd te worden in de vorm van waterberging. In de huidige situatie is 5,1 ha verhard oppervlak aanwezig. In de toekomstige situatie zal dit toenemen tot circa 6,1 ha (60.887 m²). Daarmee neemt het verhard oppervlak met 1,0 ha toe.
De bergingseis bedraagt 60 mm. De totale waterbergingsopgave bedraagt hiermee 3.653 m³. In het plangebied is ruimte voor 1.298 m³ waterberging doordat meerdere plekken zijn aangewezen als wadi’s. Daarmee wordt niet voldaan aan de eisen vanuit het waterschap. Het plangebied biedt kansen om meer waterberging te realiseren. Een mogelijke extra bergingsvoorziening is de bestaande vijver. Met name voor de deelgebieden F, G en H, die liggen rondom de vijver. Hetzelfde geldt voor de gebieden A, B en C die in het noorden van het plangebied liggen. Hier ligt een watergang waar waarschijnlijk extra water geborgen worden kan. Voor de gebieden D en E is het belangrijk om te kijken of er mogelijkheden zijn om extra waterberging aan te leggen of om het water richting de vijver in het zuiden te sturen. In een volgende fase is het noodzakelijk om in gesprek te gaan met het waterschap om mogelijke kansen voor waterberging voor te leggen. Indien er geen gebruik gemaakt kan worden van de bestaande vijver en watergangen, moet er gezocht worden naar andere vormen van berging om te voldoen aan de bergingsnorm. Hittestress In figuren 17 en 18 zijn ter vergelijking de gevoelstemperatuur in de huidige situatie en de gevoelstemperatuur op basis van het Masterplan IJssel District weergegeven.
Figuur 17: Gevoelstemperatuur huidige situatie
Figuur 18: Gevoelstemperatuur o.b.v. Masterplan IJssel District In het ontwerp, met daarin veel bomen, zijn er meerdere plekken met lichte tot matige hittestress op een hete zomerse dag. Hiermee neemt in de openbare ruimte de hittestress op hete zomerse dagen af ten opzichte van de huidige situatie. Echter, de gevoelstemperatuur neem wel toe, doordat de wind wordt tegengehouden door de nieuwbouw. Dit resulteert in lagere windsnelheden en daarmee hogere gevoelstemperaturen. In de binnentuinen is nog geen groen in de ontwerptekeningen opgenomen. Hierdoor is er in de analyse een overschatting gemaakt van de hittestress. Voor verdere invulling van de binnentuinen is het belangrijk is dat schaduw gecreëerd wordt. 2.12.3
Kansen, aandachtspunten en vervolgstappen
Ten aanzien van de planontwikkeling kunnen concluderend de volgende kansen en aandachtspunten worden vastgesteld met bijbehorende vervolgstappen. Kansen
Aandachtspunten De kans op een dijkdoorbraak is klein, maar het effect is groot Beschermen van vitale functies Waterberging ter compensatie van verharding
Vervolgstappen
Extra waterberging vanuit plots A, B en C in watergang Extra bergingsvoorziening vanuit plots F, G en H in bestaande vijver Extra waterberging binnen plots D en E realiseren Water vanuit plots D en E naar bestaande vijver leiden Groenvakken aanwijzen voor extra waterberging Alternatieve vormen van waterberging (o.a. groendaken en infiltratievoorzieningen) Schaduw creëren in binnentuinen Wind beter het gebied in laten stromen
Extra waterberging vanuit plots A, B en C noodzakelijk Extra waterberging vanuit plots F, G en H noodzakelijk Extra waterberging vanuit plots D en E noodzakelijk
Gesprek met waterschap Gesprek met waterschap Gesprek met waterschap
Gesprek met waterschap Gesprek met waterschap Hittestress in binnentuinen tegengaan Gevoelstemperatuur neemt toe ten opzichte van huidige situatie
2.13 Overige aspecten Ook overige aspecten, zoals windhinder, lichthinder en schaduwwerking kunnen de leefbaarheid van een gebied beïnvloeden. Op sommige plekken in het gebied kan door nieuwe bebouwing de lichtinval veranderen. Daarnaast moet er sprake zijn van een acceptabel windklimaat. Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen moet hiernaar onderzoek worden uitgevoerd, zodat een gezonde fysieke leefomgeving gewaarborgd wordt. 2.14
Milieueffectrapportage
2.14.1
Beleidskader
Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Voor een aantal activiteiten geldt daarom een zogenoemde m.e.r.-plicht (C-lijst in het Besluit m.e.r.). Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor andere activiteiten geldt dat zij afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben (D-lijst in het Besluit m.e.r.). Voor deze laatste activiteiten geldt een zogenaamde m.e.r.-beoordelingsplicht. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.(beoordelings)plicht van toepassing is. De woningbouwontwikkeling IJssel District staat op de D-lijst van het Besluit Milieueffectrapportage: Activiteit D11.2 ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante (indicatieve) drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De bijbehorende drempelwaarden van deze activiteit zijn: • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
2.14.2
Resultaten quickscan
De voorgenomen woningbouwontwikkeling van maximaal 1.089 woningen en 2.400 m² bvo valt onder de drempelwaarde, waardoor er een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Ten behoeve van deze m.e.r.-beoordelingsplicht moet tijdens de ruimtelijke procedure een (vormvrije) aanmeldingsnotitie opgesteld, waarna het college een besluit kan nemen of een Milieueffectrapport (MER) noodzakelijk wordt geacht.
3
Conclusie
Met voorliggende haalbaarheidsnotitie is voor het gehele onderzoeksgebied de haalbaarheid op milieukundig vlak van het IJssel District op hoofdlijnen onderzocht. Voor de verschillende milieu- en omgevingsaspecten zijn hiervoor verschillende quickscans uitgevoerd. Voor de ontwikkeling van het IJssel District moet rekening worden gehouden met de volgende aandachtspunten: • het realiseren van voldoende parkeerplaatsen; • de doorstroming van het verkeer, met name op het kruispunt Kennedylaan / Lepelaarsstraat; • de archeologische (hoge) waarden binnen het onderzoeksgebied; • de architectonische waarde van het ziekenhuis; • de kans op ontplofbare oorlogsresten; • mogelijke bodemverontreiniging, met name ter plaatse van de stookplak en het tankstation; • geluidshinder vanaf de A12 en omliggende wegen; • de bestaande kabels en leidingen in het plangebied; • de risicoafstanden van het LPG-station, de A12, de inrichting Immori B.V en de spoorlijn Arnhem – Zutphen; • mogelijk voorkomende beschermde soorten, zoals de vleermuizen, slechtvalk, sperwer, boomvalk, eekhoorn, kleine marterachtigen, steenmarter, stijve wolfsmelk, bever, otter en de sleedoornpage; • een mogelijke toename van stikstofdepositie in de aanlegfase; • de toename in het verharde oppervlak en de waterbergingsopgave; • overige aspecten, zoals windhinder, lichthinder en schaduwwerking.
Bij de verdere programmering en stedenbouwkundige inrichting van het gebied dient rekening te worden gehouden met deze aandachtspunten. Kansen voor het IJssel District worden gezien in het hanteren van een passende parkeernorm en het toepassen van dubbelgebruik en het slim en klimaatadaptief inrichten van de buitenruimte ter bevordering van de biodiversiteit en vermindering van hittestress. Om het IJssel District mogelijk te maken dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. Gekoppeld hieraan moet een aanmeldingsnotitie worden opgesteld, waarna het college een m.e.r.-beoordelingsbesluit kan nemen. Voor de ruimtelijke procedure en de m.e.r-beoordeling dienen in ieder geval de volgende onderzoeken te worden uitgevoerd: • bureaustudie archeologie en verkennend booronderzoek archeologie, eventueel gevolgd door vervolgonderzoek; • verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek; • detectieonderzoek naar ontplofbare oorlogsresten; • akoestisch onderzoek gevelbelasting;
• • •
Risicoberekeningen LPG, A12 en verantwoording groepsrisico LPG, A12, inrichting Immori B.V en spoorlijn Arnhem – Zutphen; onderzoek naar diverse beschermde soorten; watertoets;
Een aantal onderzoeken, zoals het stikstofonderzoek en het mobiliteitsonderzoek zullen daarnaast geactualiseerd moeten worden op basis van het definitieve programma.
Verantwoording Titel
Woningbouwontwikkeling IJssel District
Projectnummer
51011263
Referentienummer Revisie
Definitief
Datum
19-12-2022
Auteur
Marlous de Wijs
E-mailadres
Marlous.de.Wijs@sweco.nl
Gecontroleerd door
Lisanne Teunissen
Goedgekeurd door
Martijn Drosten
Klik of tik om tekst i n te voeren.