Bijlage 3_Redengevende omschrijving Jut van Breukelerwaardlaan 2 Laag Soeren verkleind
Tekst van het document
Beschrijving van Jut van Breukelerwaardlaan 2, 6957AS Laag Soeren Datum beschrijving: 26 september 2023 Opgesteld door: Peter Boer, ARCX Bezoekdatum: 10 augustus 2023 Architect: onbekend Bouwjaar: XVIIId/XIXa Oorspronkelijke functie: daglonerswoning/keuterboerderij Situatie Jut van Breukelerwaardlaan 2 betreft een kleine boerderij die gebouwd is met de voorgevel aan de weg met aan de achterzijde een open erf. De boerderij staat rondom vrij en is in lengterichting oost-west georiënteerd. Op het erf staan verder een houten kippenhok uit 1956, een prefab betonnen berging uit 1966, een wagenloods uit 1983 en een bakstenen varkensschuur gebouwd in de eerste helft van de vorige eeuw. Achter in het land staan twee vervallen en met stalen golfplaten gedekte tweeroedige bergen die verbouwd zijn tot veestalling. De bescherming betreft het hoofdgebouw aan de weg. Stedenbouwkundige context De kern van de nederzetting Laag Soeren werd oorspronkelijk gevormd door de Soerense Enk met verspreid daar omheen op de woeste gronden enkele boerderijen met omwalde akkers. Jut van Breukelerwaardlaan 2 is als kleine daglonerswoning of keuterboerderij aan het eind van de achttiende eeuw ontstaan op een stuk ontgonnen heide ten noorden van de Badhuislaan tegenover de aansluiting van de Prof. Winternitzlaan op de Jut van Breukelerwaardlaan.
Destijds was dit nog een doodlopende weg die toegang gaf tot een nabijgelegen complex van drie watermolens aan de Soerense Beek en het aangrenzende heidegebied. In de achttiende eeuw kreeg het landschap in deze omgeving meer vorm toen de Arnhemse ondernemer Carel Otto van Kesteren grond en boerderijen verwierf met het doel om hier een landgoed te stichten. Van Kesteren legde in 1768 de Badhuislaan aan die naar zijn later nabij de Harderwijkerweg gebouwde landhuis liep. In de zeventiende en achttiende eeuw verrezen langs veel beken die het water vanaf de Veluwe afvoerden een groot aantal papiermolens. Natuurlijke beken werden vergraven of opgeleid om voor het nodige verval voor de watermolens te zorgen. Van Kesteren zag kansen om ook de Soerense Beek te benutten voor de papierproductie en trok de beek recht en liet een tweede spreng graven. Vervolgens bouwde hij hier drie papiermolens met de namen Welbedacht (1791), Nagedacht (1793) en Goedgedacht (1796). Deze kwamen later in particuliere handen. De welgestelde Amsterdamse bankier Jut van Breukelerwaard kocht in 1849 Het landgoed Laag Soeren met het doel om aan de Badhuislaan een herstellingsoord met badinrichting onder de naam Bethesda te stichten. Na een moeizame start werd het badhuis een groot succes dat veel werkgelegenheid bood en nog een aantal malen uitgebreid werd.
Exterieur De boerderij is gebouwd op een rechthoekige plattegrond en telt één bouwlaag onder een aan de voor- en de achterzijde afgewolfd zadeldak. Het dak is gedekt met riet en op de nok staat aan de voorzijde een gemetselde schoorsteen. De voorgevel is gepleisterd, de overige gevels zijn uitgevoerd in schoon metselwerk in kruisverband. Plaatselijk is van het zeer uitgesleten voegwerk de oorspronkelijke afwerking met een dagstreep nog waarneembaar. Voorgevel: De voorgevel is symmetrisch ingedeeld en wordt aan de onderzijde afgesloten met een gepleisterde plint. Op de aansluiting met de zijdakschilden zijn kneldelen aangebracht. De gevel bevat twee schuifvensters die uiterst links en rechts geflankleerd worden door deuren onder een bovenlicht. De schuifvensters zijn voorzien van een roedeverdeling (2 x (2 + 1) en kunnen afgesloten worden met luiken met spiegelklampen die draaien op gesmede duimgehengen. De deuren zijn uitgevoerd met een boven- en onderdeur met in de bovendeuren een glasopening met roedeverdeling (3 x 2). Oorspronkelijk waren deze deuren uitgevoerd als eenvoudige opgeklampte deuren. Zij werden in de tweede helft van de vorige eeuw vervangen door de huidige exemplaren. De bovenlichten hebben een verticale roede. Boven de vensters en deuren is ter hoogte van de zolderbalklaag een rij eenvoudige muurankers aangebracht.
Op zolderniveau zijn twee opgeklampte luiken geplaatst die met smeedijzeren duimgehengen in houten kozijnen zijn afgehangen. Rechter zijgevel: Van de rechter zijgevel is het voorste gedeelte ter hoogte van het woongedeelte blind. Ter hoogte van het bedrijfsgedeelte zijn van voor naar achteren een klein houten venster, een gietijzeren stalvenster, een opgeklampte staldeur die met smeedijzeren duimgehengen in bakstenen sponningen afgehangen is en een gietijzeren stalvenster aangebracht. Laatstgenoemde is ter plaatse van een later dichtgezette staldeur geplaatst. Linker zijgevel: Op de aansluiting met de voorgevel is aan een zogenaamd ‘varken’ in het metselwerk te zien dat er op wijst dat de voorgevel later een keer met een groter formaat baksteen vervangen of gerepareerd werd. In het voorste gedeelte zijn ter hoogte van het woongedeelte drie eenvoudige vensters met dubbele ramen en houten kozijnen aangebracht waarvan het voorste venster later aangebracht werd. In het bedrijfsgedeelte is aan de voorzijde een klein stalvenster, opgebouwd uit een houten kozijn met getoogde bovendorpel aangebracht dat afgesloten kan worden met een luik met spiegelklampen. Het venster bevat een houten raam met roedeverdeling (2 x 2). Hier achter bevindt zich een mestluik dat met duimgehengen in een houten kozijn afgehangen is.
In het achterste deel zijn twee gietijzeren stalvensters geplaatst die afgesloten zijn met segmentbogen. Achtergevel: De achtergevel is in hoofdopzet symmetrisch ingedeeld met centraal een baander die links en rechts geflankeerd wordt door opgeklampte mestdeuren. De gevel wordt op de aansluiting met de zijdakschilden afgesloten met vlechtingen en kneldelen. De baander wordt overspannen met een segmentboog en kan afgesloten worden met dubbele opgeklampte deuren, waarvan de linker vleugel uitgevoerd is met een onder- en bovendeur. De naar binnen draaiende deuren zijn met smeedijzeren duimgehengen afgehangen. De mestdeuren draaien met smeedijzeren duimgehengen in bakstenen sponningen en hebben segmentvormige ontlastingsbogen waarvan de boog aan de linker zijde een keer vervangen is. De baander- en mestdeuren zijn vernieuwd. Links boven de baander werd later een kozijn met een hooiluik aangebracht. Interieur De boerderij heeft de traditionele indeling van een driebeukig hallehuis met aan de voorzijde een woongedeelte en aan de achterzijde het bedrijfsgedeelte. Aan de linker zijde is het woongedeelte met een zijkamer een stukje in de linker zijbeuk van het bedrijfsgedeelte uitgebouwd. Hierop sluit een met houten wanden gerealiseerde keukenruimte aan.
Woongedeelte: Het woongedeelte wordt gedomineerd door een centraal aangebrachte dubbele schouw in de scheidingsmuur tussen het linker- en het rechter woonvertrek. Deze vertrekken hebben ieder een eigen voordeur in de voorgevel, hetgeen verwijst naar dubbele bewoning. De huidige indeling met twee woonvertrekken is zeer waarschijnlijk niet oorspronkelijk maar moet later tot stand gekomen zijn, in combinatie met het veranderen van de indeling van de voorgevel. Deze verandering is lastig in de tijd te plaatsen, ook omdat in de archieven geen documentatie bewaard bleef. De huidige vensterindeling van de voorgevel met ongeprofileerde glasroeden zou in het begin van de vorige eeuw tot stand gekomen kunnen zijn maar een (veel) latere datering valt zeker niet uit te sluiten. De achterwand van het rechter woonvertrek bevat nog twee eenvoudige bedsteden die in plaats van met deuren met een gordijn afgesloten kunnen worden. In de wand links van de bedsteden tekent zich in het pleisterwerk de contour van een derde bedstede af. Ter plaatse van deze verdwenen bedstede werd later kastruimte gerealiseerd die toegankelijk is vanuit de keuken. Ook de scheidingswand van het linker zijvertrek (badkamer) met het aangrenzende woonvertrek is niet oorspronkelijk.
De dubbele schouwen zijn uitgevoerd met een hangboezem, de schouwbalken kregen later een nieuwe omtimmering en de achterwanden werden afgewerkt met steenstrips.
De opgeklampte binnendeur naar het slaapvertrek links aan de achterzijde is afgehangen met knieren en maakt een oorspronkelijke indruk. Later hergebruik kan echter niet geheel uitgesloten worden. Bedrijfsgedeelte: De brede middenbeuk in het bedrijfsgedeelte is in gebruik als deel. In de zijbeuken zijn afgetimmerde hilden aangebracht waarvan de vloeren bestaan uit losse slieten. In de kubbingen onder de hilden werden in 1947 grupstallen met verhoogde koestands met een klinkervloer en gemetselde voergangen voor het vee gerealiseerd. In de rechter kubbing is ruimte afgeschermd voor een privaat en tegen de achtergevel is een ruimte voor de melktank afgescheiden. In de hoek tussen de keuken en het linker slaapvertrek staat een houten zuigerpomp met zwengel voor drinkwater. De niet ingedeelde zolder boven het woongedeelte is via een eenvoudige steektrap op de deel toegankelijk. Constructie: De draagconstructie van het dak bestaat uit twee naaldhouten ankerbalkgebinten die via naaldhouten gebintplaten die van de voor- tot aan de achtergevel lopen de rondhouten daksporen ondersteunen. Op de gebinten konden geen telmerken waargenomen worden. De gebintstijlen van het voorste gebint zijn opgenomen in de achterwand van het woongedeelte en de scheidingsmuur van het linker zijvertrek. Het achterste gebint staat vrij in de ruimte.
De zoldervloer van het woongedeelte is uitgevoerd als enkelvoudige balklaag waarvan de balken loodrecht op de voorgevel lopen. Afwerking en decoratie: Zowel in het woon- als het bedrijfsgedeelte bleven geen historische afwerkingen of decoraties bewaard. Cultuurhistorische context De kleine boerderij is weergegeven op het kadastrale minuutplan van 1832 met als eigenaar Jan Hendrik Kabbers (later geschreven als Kappers), arbeider van beroep. Tot zijn bezit behoorden ook een perceel bouwland en een weiland. Op zijn kadastrale legger staat later als beroep molenaar ingevuld. Kappers kwam uit een molenaarsfamilie en ook zijn dochters Lamberdina Cornelia en Antoinetta Johanna trouwden met een papiermakersknecht en een papiermaker. Het is zeer waarschijnlijk dat Jan Hendrik werkzaam was op één van de drie papiermolens nabij zijn huis, die op dat moment in bezit waren van verschillende leden van de familie Brouwer. Voor meer bestaanszekerheid moest Jan Hendrik het werk in een dienstverband als molenaar of papiermaker waarschijnlijk combineren met werk als landbouwer op zijn eigen bedrijf. In 1815 werd bij de aangifte van zijn dochter als professie ‘eigen werk doende’ genoteerd. In 1850 verkochten de erfgenamen van Jan Hendrik de boerderij en het land aan de Stichting Bethesda van Jut van Breukelerwaard. Van Breukelerwaard werd ook eigenaar van de drie Loenense papiermolens.
In 1935 werd de stichting Bethesda opgeheven en de bezittingen geveild. Jut van Breukelenwaardweg 2 kwam daarna in handen van de Twentse ondernemer Willem Spiele, die ook het landgoed Laag Soeren verwierf. Van de bewoners van de boerderij is in deze periode niets bekend, waarschijnlijk werd deze verhuurd of verpacht, mogelijk huisvestte men er ook dienstpersoneel van Bethesda. Bij de veiling in 1935 was de boerderij vrij van huur. De boerderij werd na de Tweede Wereldoorlog, maar mogelijk ook al daarvoor, bewoond door de familie Thomassen. In 1953 trouwde hun zoon Martinus Thomassen met Bartha Berendina Anderson. Het echtpaar kwam op de boerderij van zijn ouders te wonen. Omstreeks deze tijd kocht Thomassen sr. de boerderij van de familie Spiele en in de jaren daarna werd ook land aangekocht en het bedrijf gemoderniseerd. Al in 1947 werd - nog in opdracht van H.H. en H.H.W. Spiele - de koestal verbouwd en een gierkelder met mestplaats gerealiseerd. Later werden o.a. nog een kippenhok, een berging en een wagenloods bijgebouwd. In 1977 stonden op het erf een autostalling, kippenschuren, een veestal, een varkensschuur en een wagenloods. Blijkens een kadastrale hulpkaart uit 1950 zou deze varkensschuur kort voor 1950 gebouwd zijn, in combinatie met een uitbreiding aan de achterzijde van de boerderij.
De schaal van het bijgebouw en de uitvoering van het metselwerk van de varkensschuur wijst eerder op een wat vroegere datering in de vorige eeuw. Hiervan bleven geen bouwaanvragen bewaard. De verlenging van het bedrijfsgedeelte zoals door het Kadaster geregistreerd betrof waarschijnlijk een
correctie van een eerder gemaakte meetfout; in de opzet van het huidige gebouw is er niets dat op een latere uitbreiding aan de achterzijde wijst. Waardering Algemene historische waarden en waarden vanuit de gebruikshistorie: De boerderij herinnert aan en verwijst naar de ontginningen, bewoning en agrarische aktiviteiten aan de aan de Jut van Breukelerwaardlaan in de late achttiende, negentiende en twintigste eeuw. De boerderij was aanvankelijk privébezit en behoorde later als pachtboerderij bij de Stichting Bethesda. Het gebouw heeft een directe relatie met de papiermolens die in de directe nabijheid lagen. In het begin van de negentiende eeuw combineerde de toenmalige eigenaar zijn agrarische activiteiten met werkzaamheden als molenaar of papiermaker. Het historisch gebruik van de boerderij wordt in conceptuele zin gekenmerkt door de scheiding tussen separate woonvertrekken in het voorhuis en een werkgedeelte in het achterhuis. De boerderij werd later geschikt gemaakt voor dubbele bewoning met twee woonvertrekken met ieder een eigen voordeur. Daarnaast herinnert de indeling en vormgeving van het bedrijfsgedeelte nog op tastbare wijze aan het oorspronkelijke historische gebruik: een driebeukig bedrijfsgedeelte met stalfunctie en middendeel met daarboven een oogstberging.
In de loop van de twintigste eeuw gerealiseerde men diverse bijgebouwen als uitbreidingen in het kader van het toenemende belang van de veehouderij en de productie van dierlijke eiwitten. Stedenbouwkundige- en ensemblewaarden: De boerderij is prominent gelegen aan de Jut van Breukelerwaardlaan op de kruising met de Prof. Winternitzlaan en vormt samen met de bijgebouwen een agrarisch ensemble op een ruim erf waarvan de historische indeling en inrichting niet meer aanwezig is. Architectuurhistorische en bouwhistorische waarden: De esthetische kwaliteiten van het gebouw zijn gelegen in het volume van een traditioneel vormgegeven hallehuis, gedeeltelijk uitgevoerd in schoon metselwerk en voorzien van een afgewolfd en met riet gedekt dak. Met betrekking tot het interieur ligt de architectuurhistorische waarde in de bewaard gebleven indeling met onderscheid in een woon- en een (driebeukig) bedrijfsgedeelte. Het woongedeelte is ingedeeld met dubbele woonvertrekken met rug-aan-rug een grote schouw met in het rechter vertrek een wand met bedsteden. Daarnaast herinnert de indeling en vormgeving van het bedrijfsgedeelte nog op tastbare wijze aan het oorspronkelijke historische gebruik: een driebeukig bedrijfsgedeelte met grupstallen in de zijbeuken en een middendeel met daarboven een oogstberging.
De constructieve opzet van de boerderij is grotendeels nog oorspronkelijk en bestaat uit twee naaldhouten ankerbalkgebinten die via gebintplaten de rondhouten daksporen ondersteunen. Zowel het interieur als het exterieur van de boerderij heeft een sterke historische gelaagdheid. De gevels zijn ingedeeld met vensters en deuren in verschillend materiaal en vormgeving die uit verschillende perioden dateren. De indeling van het woongedeelte van de boerderij is ontstaan bij de realisatie van dubbele woonvertrekken, waarvoor ook de indeling van de voorgevel aangepast werd. In het bedrijfsgedeelte werden later grupstallen gerealiseerd. Latere moderniseringen die direct te koppelen zijn aan de verbetering van het wooncomfort leveren verder geen bijdrage aan de historische betekenis van het gebouw. De boerderij voldoet derhalve aan de selectiecriteria 1, 2, 3b, 3d, 4a, 4b, 4d, 4f, 5a en 5c volgens artikel 4 van de Erfgoedverordening Rheden 2017. Bronnen H. Menke, H. Renes, G. Smid, P. Stork, Veluwse beken en sprengen, een uniek landschap, Utrecht 2007. Beeldbank RCE Gelders Archief, bouwvergunningen en beeldbank
Gelders Archief, 1637 - 6915, Openbare Verkooping van de Geneeskundige Badinrichting Bethesda. Gelders Archief, fotocollectie 1501-3203, 3204, 3205 en 3206 Kadaster, hulpkaarten en leggers https://landgoedlaagsoeren.nl https://mijngelderland.nl https://nikkelsweb.nl https://www.openarchieven.nl https://www.gld.nl Afbeeldingen
Uitsnede uit het kadastrale minuutplan van 1832 . Bij de pijl is onder nummer 71 Jut van Breukelerwaardlaan 2 weergegeven. (Beeldbank RCE)
Uitsnede uit een kadastrale hulpkaart gedateerd 12 september 1950 met onder nummer 294 in rood de veranderingen voor Jut van Breukelerwaardlaan 2 weergegeven. Het betreft zeer waarschijnlijk een correctie van een eerder gemaakte meetfout. (Kadaster)
Voorgevel en rechter zijgevel.
Rechter zijgevel.
Achtergevel.
Linker zijgevel.
Overzicht van het bedrijfsgedeelte in de richting van de achtergevel.
Overzicht van het bedrijfsgedeelte in de richting van de voorgevel.
Overzicht van de grupstal in de linker zijbeuk.
Naaldhouten gebintstijlen en gebintplaat met windschoren aan de linker zijde.
Houten zuigerpomp met zwengel op de deel.
Overzicht van het rechter woonvertrek.
Opgeklampte deur naar de achterkamer in de linker zijbeuk.
Overzicht van het linker woonvertrek.
Bouwtekening behorend bij de bouwaanvaag voor het moderniseren van de stalruimte en het maken van een gierkelder uit 1947. De indeling van het woongedeelte lijkt niet op de juiste maatvoering en verhoudingen gebaseerd. (Gelders Archief)