Bijlage 3. Parkeernormen (21.59).pdf
Tekst van het document
Parkeernormen A
Auto’s
1
Parkeernormen per functie
1.1 Bepalen parkeerbehoefte Burgemeester en wethouders bepalen de behoefte volgens onderstaande tabellen. Hoofdfunctie Wonen
Eenheid
Norm
Aandeel bezoekers
Vrijstaande woning, 2 onder 1 kapwoning
woning
1,60
0,40
Eengezinswoning, rijwoning, appartement
woning
1,40
0,40
woning
0,90
Service appartement voor zorgbehoevende
woning
0,80
Studentenwoning
woning
0,25
Verzorgingshuis
woning
0,50
Verpleeginrichting
100 m² bvo
0,33
Gezinsvervangend tehuis
100 m² bvo
0,33
Hoofdfunctie Winkel
Eenheid
Norm
Streekverzorgende winkel(centra)
100 m² bvo
3,50
Dorp-, wijk-, buurtverzorgende winkel(centra)
100 m² bvo
2,50
Fullservice supermarkt
100 m² bvo
3,00
Discountsupermarkt
100 m² bvo
4,00
Eenheid
Norm
Studio (max. 1 slaapkamer), woning voor alleenstaande
Aandeel bezoekers
Hoofdfunctie Bedrijven
Aandeel bezoekers
Arbeidsintensief / bezoekers extensief
100 m² bvo
1,70
100 m² bvo
0,70
Garage servicestation
100 m² bvo
2,50
Showroom
100 m² bvo
1,20
100 m² bvo
2,80
100 m² bvo
1,90
Eenheid
Norm
(industrie, werkplaats etc.) Arbeidsextensief / bezoekers intensief (loods, opslagruimte etc.)
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie) Kantoor zonder baliefunctie
Hoofdfunctie Horeca en (verblijfs)recreatie
Aandeel bezoekers
Restaurant
100 m² bvo
10,00
Cafe, cafetaria
100 m² bvo
5,00
Hotel, motel
kamer
1,10
Discotheek
100 m² bvo
1,90
1
Hoofdfunctie Maatschappelijke instellingen
Eenheid
Norm
Aandeel bezoekers
100 m² bvo
2,70
bed
1,50
zitplaats
0,20
Religiegebouw (alternatieve berekeningswijze)
100 m² bvo
10,00
Vereniging, clubgebouw
100 m² bvo
2,00
zitplaats
0,30
Museum, bibliotheek
100 m² bvo
0,70
Begraafplaats, crematorium
begrafenis,
30,00
Medische en maatschappelijke diensten (arts, groene kruis, apotheek, fysiotherapie, schoonheidssalon, tandarts etc.) Ziekenhuis Religiegebouw
Bioscoop, schouwburg, concertzaal, theater
crematie
Hoofdfunctie Onderwijs
Eenheid
Norm
Aandeel bezoekers
Dagverblijf, creche, sociale werkplaats
Maximaal
0,70
gelijktijdig aanwezig personeel (excl. kiss and ride) basisonderwijs
leslokaal
0,80
Voortgezet onderwijs
leslokaal
0,80
MBO, hoger onderwijs
leslokaal
6,00 + 20 per collegezaal
Avondonderwijs
student
0,80
Hoofdfunctie Recreatie
Eenheid
Norm
Aandeel bezoekers
Sporthal
100 m² bvo
2,50
Sportveld, exclusief kantine en kleedruimtes
hectare netto
20,00 +0,2
terrein
per zitplaats bij wedstrijdfunctie
Zwembad
100 m² bassin
10,00
Sportschool, -studio, dansstudio
100 m² bvo
3,00
Squashbaan
baan
1,50
Tennisbaan
baan
3,00
Manege
box
0,50
Volkstuin
perceel
0,30
Jachthaven
ligplaats
0,50
2
1.2 Afronding Het volgens deze tabellen berekende aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond op hele aantallen. 1.3 Toegankelijkheid aandeel bezoekers Het bezoekersgedeelte dat onderdeel uitmaakt van de parkeernorm dient openbaar toegankelijk te zijn.
2
Parkeerplaatsverplichting
2.1 Beoordeling parkeerplaatsverplichting Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, nadat het benodigde aantal parkeerplaatsen volgens de norm is bepaald, om de aanleg van een ander aantal parkeerplaatsen te verplichten. Daarbij wordt gelet op de mogelijkheid om: • parkeerplaatsen dubbel te gebruiken; • de wijze waarop bij woningen het gebruik van de parkeerplaatsen op het bijbehorende terrein in de praktijk zal plaatsvinden. 2.2 Tabel aanwezigheidspercentages Bij de berekening van de parkeerplaatsverplichting wordt bij het realiseren van meerdere (verschillende) functies gebruik gemaakt van onderstaande aanwezigheidspercentages. Functies
Woonruimte
Werkdag Werkdag Werkdag Koop-
Werkdag Zaterdag Zaterdag Zondag
ochtend
middag
nacht
50%
60%
100%
avond
avond
middag
avond
middag
90%
100%
60%
70%
70%
Seniorenwoning
80%
80%
100%
90%
100%
80%
80%
90%
Kantoor,
100%
100%
5%
10%
0%
5%
0%
0%
100%
100%
5%
75%
0%
5%
0%
0%
Detailhandel
30%
70%
20%
100%
0%
100%
0%
0%
Sociaal-culturele
10%
40%
100%
100%
5%
60%
90%
25%
Sportfuncties
30%
50%
100%
90%
0%
100%
90%
85%
Bioscoop,
5%
25%
90%
90%
0%
50%
100%
50%
100%
100%
30%
15%
0%
15%
5%
5%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100%
100%
0%
0%
0%
0%
Bibliotheek
30%
70%
100%
70%
0%
75%
0%
0%
Horeca, vermaak
30%
40%
90%
95%
5%
75%
100%
45
bedrijven Commerciële dienstverlening
voorzieningen
theater, podium Sociaal-medische voorzieningen
2.3 Reductiefactor parkeerplaatsen op bijbehorend terrein 2.3.1 De mate waarop het aanbod aan parkeerplaatsen op eigen terrein bij de hoofdfunctie ‘Wonen’ wordt bepaald is afhankelijk van de vraag of een garage, oprit of carport als volwaardige of gedeeltelijke parkeerplaats meetelt.
3
2.3.2 Burgemeester en wethouders gebruiken voor het bepalen van het aanbod op eigen terrein het berekeningsaantal behorende bij de privé parkeervoorziening zoals genoemd in onderstaande tabel. Parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekeningsaantal
Enkele oprit zonder garage
1
0,8
Lange oprit zonder garage
2
1,0
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
Garage zonder oprit
1
0,4
Garagebox (niet bij woning)
1
0,5
Garage met enkele oprit
2
1,0
Garage met lange oprit
3
1,3
Garage met dubbele oprit
3
1,8
2.4 Maatvoering parkeervoorziening Een parkeervoorziening op bijbehorend terrein moet voldoen aan de volgende fysieke maatvoering: • een enkele oprit is minimaal 5 m lang en 3,5 m breed; • een lange oprit is minimaal 10 m lang en 3,5 m breed; • een dubbele oprit is minimaal 5,5 meter breed (en eveneens minimaal 5 m lang); • een garage is minimaal 5 m lang en 2,5 m breed (binnenwerks); • een dubbele garage is minimaal 5 m lang en 4,5 m breed (binnenwerks); • een zodanige situering dat het veilig in- en uitrijden is gewaarborgd; • voor maatvoeringen van parkeergarages en parkeerterreinen op het bijbehorende terrein toetst de gemeente aan de publicatie ontwerpwijzer gebouwde parkeervoorzieningen (CROW publicatie 293 ontwerpwijzer parkeergarages en ASVV2012); • bij haaks parkeren: een verhard vak van ten minste 5,00 m bij 2,50 m; • bij langs parkeren: een verhard vak van ten minste 5,50 m bij 2,00 m. 2.5 Afronding naar volledige parkeerplaatsen Bij de berekening van de parkeerverplichting wordt gebruikt gemaakt van de tabellen 2.1 en 2.2. Het volgens deze parkeernormen benodigde aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond op een hele parkeerplaats.
3
Aanvullende eisen
3.1 Bevoegdheid stellen aanvullende eisen Burgemeester en wethouders beoordelen, indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten aanvullende behoefte anders dan in de parkeernormen beschreven, de onderstaande bruikbaarheidvereisten. 3.2 Aanvullende eis voor laden en lossen 3.2.1 Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde gedeelte dat bij dat gebouw behoort. 3.2.2 Op basis van rijcurves wordt de bruikbaarheid van de laad en los mogelijkheid getoetst. Voor maatvoeringen wordt getoetst aan het gestelde in de ASVV2012.
4
3.3 Aanvullende eis voor scholen, kinderdagverblijven en BSO locaties 3.3.1 Naast de eis dat in de parkeerruimte voor het personeel op het bijbehorende terrein wordt voorzien, wordt ook bepaald in hoeverre het nodig is voorzieningen op te nemen voor het met de auto halen en brengen van kinderen. De hiervoor te gebruiken kiss and ride stroken zijn bedoeld voor het onmiddellijk in en uit laten stappen van passagiers. Het is niet toegestaan daarop te parkeren. 3.3.2 Het aantal kiss and ride plaatsen wordt volgens de berekeningen in onderstaande tabellen bepaald. Benodigde aantal kiss and ride
Formule
plaatsen Basisschool aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen
- onderbouw (groep 1 tot met 3)
x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen
- bovenbouw (groep 4 tot en met 8)
aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen
Kinderdagverblijf en Buitenschoolse
aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen
Opvang
x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen
Voor de input van de formule wordt gebruik gemaakt van de volgende tabel. Doelgroep
% halen en
Reductiefactor
Reductiefactor
brengen met de
parkeerduur
aantal kinderen per
auto
auto
Groep 1 t/m 3
30 – 60 %
0,50
0,75
Groep 4 t/m 8
5 – 40 %
0, 25
0,85
Kinderdagverblijf en BSO
50 – 80 %
0,25
0,75
3.4 Aanvullende eis gehandicapten parkeerplaatsen 3.4.1 De gehandicaptenparkeerplaatsen maken onderdeel uit van het aantal parkeerplaatsen behorend bij de parkeerplaatsverplichting en komen dus niet boven op de berekende verplichting. 3.4.2 Bij de realisatie van de gehandicaptenparkeerplaats dient deze parkeerplaats zo dicht mogelijk bij de ingang van het gebouw te liggen. De afstand bedraagt waar mogelijk minder dan 25 meter. 3.4.3 De voor gehandicapten gereserveerde plaats bij haaks parkeren heeft een verhard oppervlak van ten minste 3,50 bij 5,00 meter. 3.4.4 Bij openbare voorzieningen wordt er naar gestreefd om 2% van de openbare parkeerplaatsen in te richten als gehandicaptenparkeerplaats. 3.5 Aanvullende eis voor kleinschalig beroep/bedrijf aan huis 3.5.1 Voor het door de bewoner aan huis uitoefenen van een beroeps- of bedrijfsactiviteit als bedoeld in het bestemmingsplan, wordt geen parkeereis gesteld. 3.5.2 Voor een personeelslid dient het op het bijbehorende terrein 1 parkeerplaats gerealiseerd te worden. 3.5.3 Burgemeester en wethouders kunnen, wanneer op het bijbehorende terrein niet voorzien kan worden in de benodigde parkeervoorziening, bij omgevingsvergunning afwijken van het
5
bepaalde onder 3.5.2 voor het parkeren in het openbare gebied indien aangetoond wordt dat geen sprake is van een onevenredige toename van de parkeerdruk op de omgeving.
4
Uitvoering parkeerplaatsverplichting
4.1 Voldoen aan parkeernormen 4.4.1 In, op of onder een bouwwerk dan wel op of onder het bijbehorende terrein dient blijvend voorzien te zijn in voldoende parkeergelegenheid volgens de parkeernormen. 4.1.2 De aanvrager dient ten behoeve van de berekening aan te leveren uit welke functies en bijbehorende oppervlakten zijn plan is opgebouwd. 4.1.3 Bij nieuwbouwplannen en bij algehele functiewijziging wordt de parkeerplaatsverplichting berekend aan de hand van het gestelde onder de hoofdstukken 2 en 3. 4.1.4 Bij verbouwplannen, waaronder ook uitbreidingsplannen worden begrepen, en bij gedeeltelijke functiewijzigingen wordt bij de berekening van de parkeereis ervan uitgegaan dat de huidige parkeersituatie een feit is. Een reeds aanwezig tekort komt niet voor rekening van de initiatiefnemer. Indien op een locatie een uitbreiding plaatsvindt of een functie wordt toegevoegd, zal slechts voor die extra oppervlakte of die toegevoegde functie voorzien moeten worden in de parkeernorm. Uiteraard moeten opgeheven parkeerplaatsen wel gecompenseerd worden. 4.1.5 Wanneer het totale gebouw, inclusief de uitbreiding, als geheel voldoende parkeerplaatsen heeft, voldoet het (bouw)plan eveneens aan de parkeerplaatsverplichting conform deze bijlage.
4.2 Stappenplan bepalen parkeerplaatsverplichting 4.2.1 Burgemeester en wethouders bepalen de parkeerplaatsverplichting en de invulling van deze verplichting op basis van onderstaande vier stappen. Stap 1: bepalen parkeerbehoefte De parkeerbehoefte wordt bepaald volgens de tabellen in hoofdstuk 2. Stap 2: aantonen parkeren op bijbehorend terrein Een aanvraag omgevingsvergunning dient in beginsel op het bijbehorend terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. Met het begrip “bijbehorend terrein” in deze bijlage wordt bedoeld: de ruimte voor parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan en de vigerende bestemming. Stap 3: controle parkeren op bijbehorend terrein door gemeente Burgemeester en wethouders controleren de bij de aanvraag ingediende parkeerbehoefteberekening, zowel op de juiste toepassing van de parkeernormen en aanwezigheidspercentages als op de afwijkingsgronden van parkeren op eigen terrein.
(Luidt de conclusie dat voldaan kan worden aan de parkeerplaatsverplichting, dan vormt het aspect parkeren geen belemmering voor de ontwikkeling.) Burgemeester en wethouder kunnen meewerken aan de ontwikkeling en toepassing geven aan hun afwijkingsbevoegdheid, indien uit hun controle blijkt dat: niet kan worden voldaan aan de parkeerplaatsverplichting en de aanvraag niet zodanig aanpasbaar is dat de parkeereis in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, kan worden gerealiseerd zonder dat dit het functioneren buitensporig belemmerd.
6
Stap 4: onderzoek realiseren parkeerbehoefte in de openbare ruimte Burgemeester en wethouders onderzoeken, al dan niet op verzoek van de aanvrager, indien het realiseren van parkeren op eigen terrein (deels) onmogelijk is, of het mogelijk is om in de openbare ruimte te zoeken naar een oplossing. Hierbij worden drie mogelijkheden onderzocht. a. Parkeermogelijkheden in de directe omgeving Wanneer is aangetoond dat er geen parkeermogelijkheden zijn op bijbehorend terrein, is parkeren op bestaande plaatsen (in de openbare ruimte) mogelijk een optie. Indien parkeercapaciteit in de openbare ruimte beschikbaar is, heeft dit gevolgen voor de inspanningsverplichting om alternatieven te zoeken. Wanneer op een andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien, door het toewijzen van parkeerplaatsen uit de openbare ruimte, dient onderzocht te worden in hoeverre er restcapaciteit van parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is. Dit kan op twee manieren: 1. door middel van tellingen, of 2. door middel van een berekening van de theoretische parkeerbehoefte van andere functies in de directe omgeving. Tellingen worden op verschillende tijdstippen en verschillende dagen verricht, zodat onderscheid gemaakt kan worden in het parkeren door verschillende groepen. Het doel is de maximale bezettingsgraad te bepalen.
Als indicatie van de grens van de beschikbare parkeercapaciteit wordt in de verkeerskunde een bezettingspercentage van 85% gehanteerd. Ofwel: 85% van de beschikbare parkeercapaciteit mag bezet zijn. De overige 15% is nodig voor het opvangen van “zoekverkeer” en groei van het autobezit. De maximale parkeerbezetting is richtinggevend voor de maximaal aanwezige beschikbare parkeerplaatsen voor het kunnen toewijzen als afwijking van de parkeerplaatsverplichting op bijbehorend terrein. Ook hierbij spelen loopafstanden een rol (zie tabel hieronder). Wanneer een ingrijpende maatregel (bijvoorbeeld grootschalige nieuwbouw) plaatsvindt, kan niet altijd worden volstaan met tellingen. Dit omdat in de huidige situatie geparkeerd wordt door bewoners of gebruikers van de sloopbouw. Daarbij zijn (recente) tellingen niet altijd voorhanden. Voor nieuwbouwplannen worden in principe vanuit de gemeente geen tellingen verricht in verband met de bijkomende kosten. Voor de bestaande situatie bij deze grootschalige nieuwbouw worden daarom tellingen uitgevoerd en voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de parkeervraag bepaald door middel van de normen in deze bijlage. b.
Centrale parkeervoorziening Burgemeester en wethouders onderzoeken de mogelijkheden van het toerekenen van de parkeerplaatsverplichting van de nieuwe functie(s) aan een toekomstige openbare parkeergarage of parkeerterrein, die in de nabije omgeving wordt gerealiseerd. c. Aanleg nieuwe parkeerplaatsen Burgemeester en wethouders onderzoeken de mogelijkheden van het aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen op loopafstand van de ontwikkellocatie op kosten van de aanvrager. Wat een acceptabele loopafstand is, wordt beoordeeld bij de aanvraag omgevingsvergunning en is afhankelijk van de functie, het specifieke gebied waar het bouwplan gerealiseerd wordt en een aantal ruimtelijke aspecten aan een looproute zoals sociale veiligheid en aantrekkelijkheid. De richtlijnen van het CROW voor acceptabele loopafstanden worden de mogelijkheden onder a tot en met c als uitgangspunt gebruikt. Daarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde loopsnelheid van 5 kilometer per uur. Deze zijn weergegeven de volgende tabel.
7
Hoofdfunctie
Acceptabele loopafstanden
Wonen
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Winkelen supermarkt
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Winkelen funshoppen
200 – 600 meter
(2,5 tot 7,5 minuten)
Werken
200 – 800 meter
(2,5 tot 9,5 minuten)
Ontspanning
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Gezondheidszorg
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Onderwijs
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Wanneer de burgemeester en wethouders de mogelijkheid zien om parkeerplaatsen in de openbare ruimte op acceptabele loopafstand te realiseren gelden voor de aanleg van deze nieuwe parkeerplaatsen in de openbare ruimte de volgende ontwerpeisen: • bij haaks parkeren: een verhard vak van ten minste 5,00 m bij 2,50 m; • bij langs parkeren: een verhard vak van ten minste 5,50 m bij 2,00 m; • bij een voor gehandicapte gereserveerde plaats bij haaks parkeren: een verhard vak van ten minst 5,00 m bij 3,50 m; • voor maatvoeringen van grootschalige parkeergarages en parkeerterreinen toetsen burgemeester en wethouders aan de publicatie ontwerpwijzer gebouwde parkeervoorzieningen (CROW publicatie 293 ontwerpwijzer parkeergarages, ASVV2012).
4.3 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders maken gebruik van hun afwijkingsbevoegdheid indien volgens de onder stap 4 beschreven wijze de benodigde parkeerplaatsen in het openbare gebied kunnen worden aangelegd. 4.4
Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen, wanneer geen fysieke mogelijkheden aanwezig zijn om de parkeereis op bijbehorend terrein te realiseren of op acceptabele loopafstand in de openbare ruimte op te vangen of te realiseren conform de gestelde ontwerpeisen, de ontwikkeling toetsen aan de hardheidsclausule om mee te kunnen werken aan de voorgenomen ontwikkeling. Stap 5: eindafweging Het verlenen van medewerking zonder dat aan de parkeerbehoefte wordt voldaan en zonder vervangende parkeerruimte, is voorbehouden voor zeer bijzondere omstandigheden. Van deze bevoegdheid wordt slechts gebruik gemaakt indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
8
B
Fietsen
1
Parkeernormen per functie
1.1 Bepalen parkeerbehoefte Burgemeester en wethouders bepalen de behoefte volgens onderstaande tabel. Functie
Eenheid
Norm
Winkels en dienstverlenende bedrijven -
streekverzorgende winkel (centra)
100 m² bvo
2,7
-
dorp-, wijk-, buurtverzorgende
100 m² bvo
2,9
winkel(centra) Kantoren -
zonder baliefunctie
100 m² bvo
1,2
-
met baliefunctie
100 m² bvo
5,0
Onderwijsinstellingen -
basisschool
10 leerlingen
5,4
-
voortgezet onderwijs
100 m² bvo
14,4
-
hoger onderwijs
100 m² bvo
12,9
100 m² bvo
2,5
Sportcomplexen -
sporthal
-
sportveld met tribune
100 bezoekerscapaciteit
30 30
-
sportveld
wedstrijdveld
-
zwembad
100 m² bassin
20
theater
100 zitplaatsen
18
-
concertzaal
100 zitplaatsen
18
-
bioscoop
100 m² bvo
1,4
-
discotheek
100 (zit)plaatsen
18
Uitgaansgelegenheden -
Zorginstelling -
ziekenhuis
100 m² bvo
0,7
-
verpleeg-, verzorgingshuis
100 m² bvo
0,7
1.2
Afronding Het volgens deze fietsparkeernormen berekende benodigde aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond tot een hele parkeerplaats.
9
2
Aanvullende eisen
2.1 Maatvoering De maatvoering van een fietsparkeerplaats moet voldoende zijn om een fiets te parkeren/stallen. Ook voor het plaatsen van de fiets is voldoende (manoeuvreer)ruimte nodig. Omtrent voorzieningen voor het parkeren en stallen van fietsen is de publicatie 230 ‘Ontwerpwijzer Fietsverkeer’ van het CROW (2006) van toepassing. 2.2 Ligging fietsparkeervoorzieningen De fietsparkeervoorzieningen moeten aantrekkelijk zijn gelegen. Bij solitaire bestemmingen waar men kort hoeft te zijn zoals bijvoorbeeld een supermarkt of een bank moet de afstand tussen parkeerplaats en bestemming een beperkt aantal meters zijn. Als de verblijftijd langer is (bijvoorbeeld voor centrumbezoek – meerdere voorzieningen) dan worden langere loopafstanden eerder geaccepteerd. De fietsparkeervoorzieningen dienen in dat geval geconcentreerd op de (drukst bereden) aanrijroutes te worden gerealiseerd.
C
Slotbepaling
Daar waar deze bijlage niet in voorziet, is de ASVV 2012 of publicatie 317 van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) van toepassing, dan wel een latere uitgave. Hierbij dient als basis de stedelijkheidsgraad ‘matig stedelijk’ te worden aangehouden en dient uitgegaan te worden van de ‘gemiddelde parkeerkencijfers’ voor de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’ voor het totale grondgebied van de gemeente Rheden.
10