CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 VTH beleid gemeente Rheden.pdf

Raadsvergadering 1 november 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: VTH-beleid 2022 - 202416.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uitgangspunten toezichtsstrategie 1. Integraal toezicht We willen voorkomen dat inwoners en bedrijven onnodig vaak gecontroleerd worden. Daarom stemmen we toezichtacties op elkaar af als meerdere toezichtacties nodig zijn. Dan gaat het om

17 Zie voor de vereisten i.v.m. het jaarverslag in Afdeling 13.2 van het Omgevingsbesluit

gezamenlijk toezicht, signaaltoezicht of integraal toezicht. De integrale coördinatie en planning geven we vorm in het uitvoeringsprogramma. 2. Toezicht op basis van besluiten Wij houden toezicht op basis van de verleende vergunningen, maatwerkbesluiten en maatwerkregels, maar ook n.a.v. meldingen en daarnaast de algemene regels. Bij overtredingen starten wij een handhavingstraject met als doel de overtreding ongedaan te maken. De wijze waarop zij handhavingsinstrumenten kan inzetten, is beschreven bij het onderdeel handhavingsstrategie. 3. Uitoefenen van toezicht Voor het uitoefenen van toezicht bepalen wij de voor de doelgroep meest effectieve en meest efficiënte methode van toezicht. Factoren die daarbij getoetst worden zijn: • Kennis van regelgeving • Kosten en baten • Mate van acceptatie • Gezagsgetrouwheid doelgroep Voor ons (of de uitvoeringsdiensten) betekent de toezichtstrategie: • het verkrijgen van inzicht in het naleefgedrag en de motieven voor naleving; • het bieden van inzicht door het samenbrengen van specifieke gegevens, bijvoorbeeld om de effectiviteit van het optreden te bepalen of om het zichtbaar maken van trends en ontwikkelingen die mogelijk vragen om een bijstelling van het toezicht. Naar de doelgroep toe houdt de toezichtstrategie in: • heldere communicatie over het naleefgedrag en waar dat onvoldoende is.

• wat daarvan de consequenties zijn (voor de omgeving, voor hemzelf); • het verkrijgen van inzicht in de mogelijkheden om het gedrag te verbeteren; • kennis hebben van algemene preventieve werking door de kans op inspectie en daardoor detectie van overtredingen (waarschijnlijke kans op detectie); • wat de consequentie is van voortdurend overtreden . Naar de omgeving toe: • bijdragen aan het vertrouwen dat de veiligheid, gezondheid en leefbaarheid voldoende gewaarborgd is. 7.4 Soorten toezicht Wij onderscheiden preventieve en repressieve controles. Preventieve controles zijn controles die op basis van de risicomethodiek in de diverse planningen worden opgenomen. Het kenmerk van een preventieve controle is het planmatige en terugkerende karakter. Reactief toezicht kenmerkt zich door een specifieke aanleiding zoals signalen, klachten, meldingen maar ook de bevindingen van eerdere controles en gegeven hersteltermijnen (hercontroles). Voor het behandelen van milieuklachten en meldingen is er bij de ODRA een 24/7 bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst, zodat ook buiten kantoortijden gereageerd kan worden. Bij zowel preventieve als repressieve controles kunnen diverse toezichtinstrumenten of combinaties van instrumenten worden ingezet.

7.5

• • • • • • •

Vormen van toezicht aangekondigd of onaangekondigd (dat laatste bijvoorbeeld bij controle van gedragsvoorschriften) steekproeven (bijvoorbeeld als sprake is van een goed naleefbeeld in een branche) fysiek toezicht, zichtbare aanwezigheid administratief toezicht aspectcontrole (controle op één aspect, bij voorbeeld op gevaarlijke stoffen) systeemtoezicht (bijvoorbeeld het veiligheidssysteem bij BRZO-bedrijven) concerntoezicht (bijvoorbeeld op het compliance-systeem (werken volgens verschillende soorten regelgeving bij een groot concern of een concern met meerdere vestigingen)

7.6 Toezicht en gedoogsituaties We houden frequent actief toezicht op gedoogsituaties. Regelmatig controleren we of de overwegingen van de beslissing om af te zien van handhaving, nog actueel zijn. We kijken of de vergunninghouder de opgelegde beperkingen en voorschriften naleeft. Zo niet, dan handhaven we onmiddellijk.

7.7 Bouwtoezicht onder de Wkb In basis houden we bij inwerkingtreding van de Wkb geen toezicht meer op de bouwtechnische kwaliteit van de te bouwen bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1. Indien wij menen dat de risico’s in of rondom een bouwwerk onvoldoende worden geborgd, dan kunnen wij tijdens de uitvoering van (een bepaald onderdeel van) de bouw over gaan tot risicogericht toezicht. Er moet in dat geval sprake zijn van of gerede vermoeden zijn van ontoelaatbare risico’s voor de omgevingsveiligheid en veiligheid van het bouwwerk en/of risico op schade aan de leefomgeving, de volksgezondheid en natuur.

8

Handhavingsstrategie

8.1 Wat is handhaving In de handhavingsstrategie is het vertrekpunt dat er een overtreding is geconstateerd. Wij geven actief invulling aan onze beginselplicht tot handhaving. Als een partij een wettelijk voorschrift overtreedt, volgt een handhavend optreden. Als handhaving uitblijft, dan gaat dat ten koste van de geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van de gemeente. Bovendien kan het rechtsongelijkheid scheppen binnen en buiten de gemeentegrenzen. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en het naleefgedrag van de overtreder, kunnen wij overgaan tot bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving. Hierbij maken wij optimaal gebruik van de wettelijke mogelijkheden, zoals vastgelegd in de handhavingsstrategie.

De uitvoering van de handhavingsstrategie kent de volgende uitgangspunten: • Op iedere bevinding wordt op een passende wijze gereageerd (interventie); • Er geldt een strikte toepassing: o Proces en besluitvorming zijn eenduidig en reproduceerbaar o Gelijke gevallen krijgen gelijke behandeling o Termijnbewaking zorgt voor het tijdig in gang zetten van vervolgstappen o Gebruik maken van standaardbrieven voor alle fases in het proces • Wettelijke eisen worden in acht genomen; • Op basis van gebleken naleefgedrag schrijft de handhavingsstrategie voor welk instrument het beste ingezet kan worden; • Voor handhavingszaken wordt per geval bepaald of publicatie vereist is. Daarbij houden we rekening met het feit dat de overtreder nog niet veroordeeld is door een rechter. 8.2 Uitgangspunten handhavingsstrategie Als toezicht niet zorgt voor het stoppen van een overtreding, treden we in beginsel op tegen de overtreding. Deze verantwoordelijkheid en beginselplicht tot handhaving staat in verschillende bijzondere wetten, de Algemene wet bestuursrecht en in jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State18.

Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. In gevallen waarin het bestuursorgaan in dat kader redelijk te achten beleid voert, bijvoorbeeld inhoudend dat het bestuursorgaan de overtreder in bepaalde gevallen eerst waarschuwt en gelegenheid biedt tot herstel voordat het een handhavingsbesluit voorbereidt, dient het zich echter in beginsel aan dit beleid te houden. Dit laat onverlet dat slechts onder bijzondere omstandigheden van het bestuursorgaan mag worden gevergd, van handhaving af te zien. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

18 In de uitspraak van ABRvS 7 juli 2004, LJN AP8242

Voor het Openbaar Ministerie ligt de basis van deze verantwoordelijkheid in artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie en in de Europese richtlijn inzake de bescherming van het milieu, door middel van het strafrecht. Het uitgangspunt is dat het bestuur en het Openbaar Ministerie, beide vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, hun handelen afzonderlijk en in combinatie richten op het naleven van regels19. Het kenmerk van professionele handhaving is een consequente uitvoering. Handhaving kan bestuursrechtelijk en strafrechtelijk. Strafrechtelijk optreden gaat, als het om andere werkvelden gaat dan de APV, milieu en de Wegenverkeerswet, vaak via externe partners zoals de politie. Onder handhaving verstaan we: het afdwingen van het naleven van regels door het inzetten van juridische/bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke maatregelen. Bijvoorbeeld het opleggen van een last onder dwangsom, bestuursdwang, het intrekken van de vergunning, de bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking. Handhaving is een bevoegdheid. Dit betekent dat we ook kunnen afzien van handhaving. Vanwege de beperkte personele capaciteit moeten we keuzes maken welke zaken we wel en niet oppakken gebaseerd op de prioritering. (Landelijke) Handhavingsstrategie Verschillende (landelijke) partijen20 stelden In 2014 de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) vast.

Met de LHS willen ze de organisatie en uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving verbeteren en zorgen voor een gelijk speelveld voor burgers, bedrijven en instellingen waar regels voor gelden. Een ander doel van de LHS is dat de omgeving ervan uit mag gaan dat we optreden als dat nodig is en de leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft. De handhavingsstrategie geeft daarom aan hoe we per situatie reageren bij welke soort overtreding. De gemeente Rheden heeft de LHS ook vastgesteld (2019), mede voor het opdrachtgeverschap aan de ODRA. De essentie van de LHS is in dit beleidsplan opgenomen. Voor het overige wordt verwezen naar de LHS. Als wij een overtreding constateren dan gaan we eerst in gesprek en daarna gaan we handhaven volgens de LHS. Deze start bij de constatering door of tijdens het toezicht. De sanctiestrategie bepaalt hoe en welke sanctie we inzetten. De strategie zorgt voor meer afstemming en een passende inzet van bestuursrechtelijke- en/ of strafrechtelijke instrumenten. Dit komt omdat: • We elke overtreding beantwoorden met een passende reactie.

De keuze voor het instrument hangt af van het gedrag van de overtreder (waarom leeft de overtreder niet na?) en de soort en ernst van de overtreding; • We rekening houden met verzachtende of verzwarende omstandigheden, zoals een rechtvaardigingsgrond (situatie waarin de overtreding was toegestaan) en voor hoeveel schade de overtreding (mogelijk) zorgt; • De reacties strenger worden als overtredingen voortduren of zich herhalen. We handhaven in maximaal drie stappen, afhankelijk van de ernst en omstandigheden van de overtreding • We kijken welke manier van handhaven of mix daarvan voor welke situatie het meest effectief is; • De methodiek een goede basis is voor het maken van (werk)afspraken over afbakening en werkwijze tussen het Openbaar Ministerie, de politie en de buitengewone opsporingsambtenaren. 19 (Bron: Landelijke Handhavingstrategie (LHS) – Een passende interventie bij iedere bevinding (versie 1.7 april 2014)) 20 Deze strategie is opgesteld door IPO en het OM, in samenwerking met de VNG, de UvW, het ministerie van I&M, de

Inspectie Leefomgeving en Transport, ISZW, politie en de vereniging van omgevingsdiensten.

8.3 Klachten en ongewone voorvallen Klachten of meldingen zijn signalen uit de samenleving over mogelijke omgevingsrisico’s. Klachten hebben voor ons hoge prioriteit. Wij doen altijd iets met een klacht, bijvoorbeeld een administratieve of fysieke controle om te beoordelen of de klacht gegrond is. Waar nodig wordt actie ondernomen en er volgt altijd een terugkoppeling naar de klager. 8.4 Stappen handhaving 8.4.1 “Stap 0”: Casemanagement handhaving Bij overtredingen gaan we na of er een belang is of raakvlakken zijn voor ketenpartners of andere overheidspartijen. Als dit het geval is infomeren we elkaar. We werken samen bij overtredingen waar meerdere instanties of afdelingen over gaan. We passen de LHS toe en wisselen informatie naar elkaar uit over de aanpak en afhandeling. Als dat efficiënt en/of effectief is, voeren we (her)controles samen uit. We passen vervolgens de LHS in 5 stappen toe: 8.4.2 Stap 1 – Plaats de overtreding in de handhavingsmatrix De handhaver gaat in gesprek met de overtreder en schaalt vervolgens de overtreding in op basis van constateringen en het gesprek, zie figuur 1. Prioriteiten en de LHS We kunnen, zoals eerder gesteld, niet alles controleren. Dit betekent dat we keuzes maken in wat we direct of uitgebreid moeten controleren. We werken risico- en prioriteitsgericht.

Overtredingen van de gecontroleerde prioriteiten uit de risicoanalyse scoren niveau 3 “van belang” in de sanctiematrix (zie volgende pagina). Legalisatietoets Als we een overtreding constateren dan kijken we eerst of deze alsnog gelegaliseerd kan worden. Vaak betekent dit dat we nagaan of we voor de activiteit alsnog een omgevingsvergunning (toestemming) kunnen verlenen. Zo ja, dan geven we de overtreder eerst de gelegenheid om de toestemming aan te vragen. Er is pas concreet zicht op legalisatie als er een ontvankelijke aanvraag om vergunning voor de overtreding binnen de door “handhaving” gestelde termijn is ontvangen. In dat geval is er een mogelijkheid tot legalisatie en kan van (verdere) handhaving worden afgezien. In de periode tussen de legalisatietoets en vergunningaanvraag kan de activiteit (tijdelijk) worden stilgelegd. Als de overtreder geen aanvraag wil doen, dan is er geen concreet zicht op legalisatie en volgen we de strategie om de overtreding te stoppen. Dit doen we ook als uit het legalisatieonderzoek komt dat de overtreding niet kan worden gelegaliseerd. We kunnen wel, als uitzondering, tegelijk met legalisatie handhaven. Premediation Nadat de uitkomst van de legalisatietoets bekend is, gaat de handhaver nogmaals het gesprek aan met de overtreder.

Dit met als doel om zonder juridische procedures de overtreding beëindigt te krijgen en om toe te lichten waarom de overtreding niet gelegaliseerd kan worden. De overtreder is hierin beslissend. Als deze het er niet mee eens is, dan wordt alsnog een juridisch traject gestart zodat bezwaar en beroep mogelijk is. Overtredingen die blijven doorgaan

Bij volharding van overtredingen schuift de score 1 stap naar rechts in de sanctiematrix, bijv. van B naar C, etc.

DE (MOGELIJKE) GEVOLGEN M.B.T. MILIEU, VEILIGHEID, GEZONDHEID EN/OF DE MAATSCHAPPELIJKE RELEVANTIE ZIJN:

Figuur 1: De sanctiematrix

Aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar

4

Van belang

3

Beperkt

2

Vrijwel nihil 1

A

B

C

D

Goedwillend:

Moet kunnen:

Calculerend:

Crimineel:

• •

•

• •

• • •

Onbedoeld Pro-actief

Onverschillig

Recidive Bewust belemmerend

GEDRAG VAN DE OVERTREDER

Fraude Oplichting Witwassen

8.4.3 Stap 2 – Bepaal of sprake is van verzwarende of verzachtende aspecten In deze stap bepaalt de handhaver of er sprake is van verzwarende- of verzachtende aspecten die we moeten betrekken bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrecht toe te passen. Verzwarende aspecten staan in de LHS. Bijvoorbeeld recidive, bedreiging van een toezichthouder of plegen van overtredingen in georganiseerd verband. Verzachtende aspecten zijn: (bron: algemeen strafrecht) - Vormen van algemene strafuitsluitingsgronden (zoals overmacht, minderjarigheid overtreder zie hiervoor het Wetboek van strafrecht) waarbij bestuursrecht voor herstel wel doorgezet moet worden maar straffen niet kan of geen zin heeft. -

Maatschappelijke omstandigheden zoals bij oudere, hulpbehoevende personen die lang in de eigen omgeving blijven. Deze brengen soms overlast mee voor de omgeving of onveilige situaties voor de personen zelf. Kenmerk hierbij is vaak dat de oudere persoon niet begrijpt wat het probleem is.

8.4.4 Stap 3 – Bepaal of overleg tussen bestuur, politie en OM nodig is In deze stap besluiten we over de inzet van bestuurs- en/of strafrecht. De handhaver bepaalt of overleg nodig is over de toepassing van bestuurs- en/of strafrecht. Gegevensuitwisseling Voor een betere- en rechtmatige informatie-uitwisseling tussen bestuurs- en strafrecht sloten omgevingsdiensten zich aan bij het landelijke Convenant Gegevensuitwisseling. Dit convenant regelt informatie-uitwisseling per regio via een casusoverleg (operationeel overleg) en een Periodiek Overleg Gegevensuitwisseling (operationeel-tactisch overleg). Het Openbaar Ministerie, de politie en de ODRA nemen deel. Ze maken centraal afstemmingsafspraken over het toepassen van bestuurs- en strafrecht. Deze afspraken zijn belangrijk voor overtredingen die uitkomen in het middensegment. In de gemeente is verder het Lokaal Handhaving Overleg (LHO). 8.4.5 Stap 4 – Optreden met de handhavingsmatrix Bij optreden met de interventiematrix zetten we het minst zware instrument in, gericht op herstel van de overtreding. Zwaardere instrumenten (interventies) zetten we in als de overtreding voortduurt. Maximaal aantal correctiestappen Afhankelijk van het soort overtreding kunnen we spoedeisende maatregelen opleggen. Maar het aantal stappen voor correctie is maximaal 3.

Dit betekent dat we na het aanschrijven van de overtreding maximaal 2 hercontroles uitvoeren, daarna gaat de sanctie in. Bij spoedeisende zaken handhaven we ineens via bijvoorbeeld spoedbestuursdwang. 8.4.6 Stap 5 – Vastlegging Stappen die we doorlopen en beslissingen die we nemen registreren we. Zodat de stappen duidelijk en controleerbaar zijn. 8.5 Bestuursrechtelijke sanctiemiddelen Landelijke Sanctiestrategie Voor het stoppen van veel voorkomende overtredingen gebruiken we standaard hersteltermijnen. Voor overtredingen die veel voorkomen bepalen we de zwaarte van de sancties vooraf, bijvoorbeeld in een project- of samenwerkingsplan. Wij gebruiken daarbij de landelijke “Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen”. Keuze bestuursrechtelijke sanctiemiddelen We kennen drie vormen van bestuursrechtelijke herstelsancties: een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang of het schorsen/ intrekken van een vergunning (zie vergunningen). We hebben de vrijheid om een keuze te maken. Hieronder staan de bestuursrechtelijke herstelmaatregelen uitgelegd en geven we aan wat we bij de keuze hiertussen meewegen. De keuze tussen last onder bestuursdwang en last onder dwangsom Als we besluiten om bestuursrechtelijk te handhaven, kiezen we tussen een last onder dwangsom en last onder bestuursdwang. Last onder dwangsom Een last onder dwangsom heeft de voorkeur.

Het opleggen van een last onder dwangsom heeft namelijk een aantal voordelen. De financiële risico's zijn beperkt. De lasten en de verantwoordelijkheid leggen we direct bij de overtreder neer, wat past in het principe ‘de overtreder betaalt’. Bovendien hoeven we zelf niet fysiek in te grijpen wat de kans op een schadeclaim verkleint.

Dit kan alleen als het belang van de betrokken regelgeving zich niet tegen een wat langere duur van aanpak verzet. Last onder bestuursdwang Bij een (dreigende) onomkeerbare schade of aantasting van de openbare orde, gevaar voor de volksgezondheid, de (verkeers)veiligheid en/of leefomgeving willen we de overtreding zo snel mogelijk stoppen. Omdat bestuursdwang vaak directer verloopt en sneller effect heeft dan een last onder dwangsom, kiezen we dan voor bestuursdwang, ook omdat we dan spoedeisende bestuursdwang kunnen inzetten. Ongedaan maken van de overtreding op kosten van de overtreder Bij bestuursdwang maken we de overtreding op kosten van de overtreder ongedaan. Soms kunnen we dit niet of zijn er te veel praktische bezwaren. Bijvoorbeeld bij boekhoudkundige overtredingen of het ingrijpen in technisch complexe processen. Bereidheid overtreder Als we duidelijk weten dat een forse dwangsom de overtreder niet beweegt de overtreding te stoppen, dan kiezen we last onder bestuursdwang. Samenloop sanctiemiddelen Een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom mogen we in beginsel niet tegelijkertijd toepassen. Tenzij ze een verschillend doel hebben en/of het om een verschillende overtreding gaat. We mogen een last onder dwangsom niet opleggen als het belang dat het betrokken voorschrift beschermt zich daartegen verzet.

Dit is als bij voortduring van de overtreding gevaar bestaat of de gevolgen van de overtreding erger/groter worden. De keuze van de sanctie moet evenredig zijn. Dit betekent dat we waar mogelijk kiezen voor een last onder dwangsom in plaats van een last onder bestuursdwang omdat de dwangsom vaak minder belastend is dan bestuursdwang. Als de overtreding is gestopt en geen risico op herhaling bestaat, mogen we niet meer bestuursrechtelijk handhaven. In die situatie stellen we strafrechtelijk optreden voor. Begunstigingstermijn Als we handhaven geven we vaak een begunstigingstermijn, tenzij er geen tijd nodig is om een einde te maken aan de overtreding of als we herhaling van een overtreding willen voorkomen. We hoeven geen begunstigingstermijn te gegeven wanneer spoed nodig is. De begunstigingstermijn moet op het moment dat deze wordt gegeven lang genoeg zijn om aan de overtreding een einde te kunnen maken. De begunstigingstermijn mag niet afhangen van de lengte van een eventueel voortraject. We houden rekening met de tijd die het kost om bijvoorbeeld onderdelen of materialen te bestellen om de overtreding ongedaan te kunnen maken. Een te lange begunstigingstermijn of een begunstigingstermijn voor onbepaalde tijd komt neer op gedogen.

Modaliteit dwangsom We stellen een dwangsom vast op een bedrag ineens, per tijdseenheid (dag, week, maand) waarin de last niet is uitgevoerd of een bedrag per overtreding van de last. Een dwangsom per tijdseenheid kiezen we als er sprake is van een continue overtreding van voorschriften. Deze vorm kiezen we het overtredingen zijn die we niet afzonderlijk kunnen constateren, omdat de overtreder constant in overtreding is. We kiezen voor een bedrag ineens als we een eenmalige activiteit willen tegengaan. Als voorschriften van een vergunning of ontheffing regelmatig worden overtreden ligt het meer voor de hand om de dwangsom te bepalen per overtreding. Worden meerdere voorschriften van een vergunning overtreden, dan kunnen we per overtreden voorschrift een dwangsom opleggen. In alle

gevallen bepalen we een maximum waarboven geen dwangsommen meer kunnen verbeuren. De dwangsombeschikking is bij het bereiken van dat maximum ‘volgelopen’ en is daarmee uitgewerkt. Keuze hoogte dwangsom De hoogte van de dwangsom en het maximaal te verbeuren bedrag moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde effectieve werking. Het moet een prikkel zijn om de overtreding te beëindigen of om herhaling te voorkomen. Het moet niet goedkoper zijn om stil te zitten en dwangsommen te verbeuren. Daarom wegen we het behalen voordeel bij niet naleven mee. Dat geldt niet zonder meer voor al behaald voordeel of de financiële omstandigheden van de overtreder. Als richtlijn wordt de landelijke “Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen” (op basis van de LHS in 2018 ontwikkeld) gehanteerd. Deze leidraad is als bijlage bijgevoegd. Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval kunnen we afwijken van de hoogte van de dwangsom. Bij overtredingen die niet in de tabellen zijn opgenomen kijken we aan de hand van de feiten en omstandigheden van het geval wat in een redelijke hoogte van de dwangsom moet zijn. Effectueren handhavingsbesluit In de toelichting op de wet staat dat een adequate handhaving vergt dat opgelegde sancties worden geëffectueerd en verbeurde dwangsommen derhalve in beginsel worden ingevorderd.

Alleen onder bijzondere omstandigheden zien we geheel of gedeeltelijk van invordering af. Dit beleid volgen wij ook. 8.6 Inzet Boa’s Boa’s kunnen gebruik maken van sanctiemiddelen uit het bestuursrecht (Awb) en het strafrecht (WED) om de norm af te dwingen. Hiervoor maken we werkafspraken met het Openbaar Ministerie (implementatiepunt). Het Openbaar Ministerie heeft de zelfstandige bevoegdheid om strafrechtelijk op te treden naast of in plaats van bestuursrechtelijke handhaven. Bij het uitoefenen van hun taak vallen buitengewone opsporingsambtenaren onder het gezag van de Officier van Justitie. Hiërarchisch vallen ze onder de verantwoordelijkheid van de gemeente of de directeur van de ODRA. 8.7 Overtredingen van eigen organisatie of andere overheid Wij melden de bevindingen van het toezicht op de eigen organisatie of het toezicht op activiteiten van een andere overheid altijd schriftelijk aan het beheer of de directie die gaat over de gecontroleerde activiteit. Als we een overtreding constateren passen we dezelfde sanctiestrategie toe als bij overtredingen van inwoners, bedrijven of instellingen. Het college van B&W van de gemeente of het dagelijks bestuur van een andere overheid stellen we in kennis van de bevindingen van het toezicht. Daarbij streven we naar een scheiding van rollen en functies (ambtelijk en bestuurlijk).

8.8 Handhaven bij gedoogsituaties Het niet naleven van gedoogvoorwaarden zelf kunnen we niet zien als een overtreding van een regel. Het is dus niet mogelijk om tegen de niet-naleving van gedoogvoorwaarden op te treden met een herstelsanctie. We zijn alleen bevoegd om een bestuurlijke sanctie op te leggen als reactie op de overtreding van wettelijke voorschriften. In dat geval moeten we de gedoogbeschikking intrekken en handhavend optreden tegen de overtreding. We sluiten geen civielrechtelijke overeenkomst met de overtreder waarin staat dat deze een contractuele boete verbeurt wanneer hij de gedoogvoorwaarden niet naleeft. Dat past niet bij onze publiekrechtelijke taak tot handhaving.

8.9 Handhaving onder de Wkb Ook als er sprake is van een bouwwerk waarvoor het toezicht op de bouw is belegd bij een private partij, zoals bedoeld in de Wkb, blijft de gemeente bevoegd gezag. De gemeente zal handhavend optreden indien: • • •

Een kwaliteitsborger tijdens de bouw afwijkingen constateert, welke niet of niet voldoende door de aannemer worden aangepast. Het dossier bevoegd gezag niet of niet compleet is ingediend bij de gereedmelding van de werkzaamheden. Een kwaliteitsborger geen positieve verklaring kan afgeven. Wat inhoud dat het bouwwerk niet geheel voldoet aan de eisen die gesteld zijn in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (bbl).

Bij strijdigheden mag het bouwwerk niet in gebruik genomen worden. Daartoe kunnen sanctiemiddelen worden ingezet om ingebruikname tegen te gaan te weten: 1. een last onder dwangsom of 2. een preventieve last onder dwangsom. In extreme gevallen, waarbij zeer groot risico is voor de veiligheid of gezondheid van de betreffende personen of voor de omgeving, kunnen wij bestuursdwang toepassen. Kleine afwijkingen met een klein risico voor veiligheid en gezondheid, kunnen administratief afgedaan worden. Bij twijfel of een aanzienlijk risico wordt een controle ter plaatse gedaan. Hoe om te gaan met bepaalde afwijkingen en de prioritering hierin, wordt vastgelegd in een werkprotocol.

9

Gedoogstrategie

9.1 Wat is gedogen Wij hebben een beginselplicht tot handhaven. Dit betekent dat we op iedere overtreding die we zien moeten reageren met een passende interventie volgens de sanctiestrategie. De gemeente Rheden is zeer terughoudend in het gedogen van geconstateerde overtredingen. In enkele situaties gedogen wij actief. Bijvoorbeeld in enkele sterfhuisconstructies in relatie tot het bestemmingsplan. Dat staat los van eventueel strafrechtelijk optreden. In de gedoogstrategie staat in welke situaties en onder welke condities we tijdelijk) niet handhaven. Gedogen: “Het bestuur dat bevoegd is tot handhaving ziet bewust (tijdelijk) af van optreden tegen een overtreding.” Integrale beoordeling om te gedogen Wij kijken bij het toepassen van de gedoogstrategie altijd als eerste stap of er samenloop is met andere regelgeving en of het gedogen niet in strijd is met andere wet- en regelgeving. We letten daarbij op eigen regels maar ook op die van andere overheden. Dit sluit aan bij integraal werken, zoals dit eerder in dit beleid beschreven is.

We volgen de vaste jurisprudentie over gedogen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: “Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in de concrete situatie behoort te worden afgezien”.21 Overigens gelden ook de beginselen zoals beschreven in de regeringsnota’s “Grenzen aan gedogen” nog steeds.22 9.2 Uitgangspunten gedogen Gedogen passen we alleen in uitzonderlijke en/of spoedeisende situaties toe. We gedogen alleen in uitzonderlijke en/of spoedeisende situaties, we doen dit actief en er wordt door het bestuursorgaan een besluit over genomen (actief gedogen). Onze uitgangspunten voor gedogen zijn: • • • •

Wij handhaven bij overtredingen, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden en/of overgangssituaties zijn; Gedogen blijft zoveel mogelijk beperkt in omvang en tijd; We gedogen expliciet en na een zorgvuldige en kenbare belangenafweging; Het gedogen tast belangen van derden niet aanmerkelijk aan;

21 ABRvS 7 juli 2004, zaaknr. 200306199/1

Bestaande uit de 'eerste gedoogbrief' van de ministers VROM en Verkeer en Waterstaat van 28 mei 1990, TK 1989-1990, 21 137, nr. 269, de 'tweede gedoogbrief' van de ministers van VROM en Verkeer en Waterstaat van 10 oktober 1991, onder de titel 'Gezamenlijk beleidskader inzake het terugdringen van het gedogen van milieuovertredingen', TK 1991-1992, 22 343, nr. 2 en de kabinetsnota 'Grenzen aan gedogen', TK 1996-1997, 25 085, nrs. 1-2. 22

•

De activiteit is na de periode van gedogen vergund of gestopt.

Wij kunnen gedogen bij overgangs- en overmacht situaties. Overgangssituaties zijn: • overtredingen met concreet zicht op legalisatie; • bedrijfsverplaatsingen; • experimenten en andere tijdelijke overtredingen; • situaties met overtredingen door omstandigheden die buiten de macht van de overtreder liggen of een nieuwe vergunning niet aansluitend op de oude vergunning geldt; • gevallen waarin de rechter de vergunning vernietigt, terwijl vergunnen wel mogelijk lijkt; • als de overtreder voorschriften om technische redenen niet kan naleven en die voorschriften binnenkort worden aangepast; • situaties waarbij de overtreding ophoudt te bestaan door versoepeling van regels. Overmacht situaties zijn: • situaties waarin de overtreding was toegestaan, dan is volgens artikel 5:5 Awb 23 handhaving niet toegestaan. Wij moeten dan gedogen; • situaties waarin het belang waar de regel voor is gemaakt beter af is als we gedogen; • gevallen waarin handhaven onevenredig zwaar is in verhouding tot het belang dat we met handhaving beschermen. We gedogen niet: • als het gedrag van de overtreder recidiverend of calculerend is; • als de te gedogen activiteit in strijd is met een andere regel en het bevoegde gezag voor de handhaving van die regel laat weten dat het bestuursrechtelijk handhaaft of gaat handhaven.

Een afschrift van de gedoogbeschikking sturen we naar: • het Openbaar Ministerie; • de Politie; • eventuele andere betrokken instanties. We houden actief toezicht op gedoogsituaties. We kijken of het gedogen nog actueel is en of de vergunninghouder de opgelegde beperkingen en voorschriften naleeft.

23 Artikel 5:5 Awb Het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een

rechtvaardigingsgrond bestond.

10

Bijlage 1: Ketenpartners

10.1 Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) De gemeente participeert voor het zogenaamde basistakenpakket in de ODRA. Alle taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving Milieu die tot dit basistakenpakket behoren zijn met ingang van 1 januari 2013 ingebracht bij deze dienst. Concreet gaat het daarbij om de wettelijke milieutaken (medebewind) en de milieutaken rondom verwijdering van asbest. 24 Vanuit de omgevingsdienst wordt tevens invulling gegeven aan een piketregeling (milieuwachtdienst) die voldoet aan de wettelijke eisen, zoals een 24-uur bereikbaarheid. Daarnaast is het ketentoezicht gericht op onder meer grondstromen, afval, asbest en vuurwerk. De keuze van het “takenpakket Milieu” voor de ODRA omvat alle VTH-taken milieu, de juridische expertise en de aanvullende specialistische (advies)taken bodem, geluid, externe veiligheid, lucht, geur en (afval)water. Dit betekent dat deze dienst zorg draagt voor de advisering aan de gemeente Rheden op genoemde specialistische expertisevelden inzake milieu, bouw, ruimte en infrastructuur. Ook de niet inrichting gebonden milieutaken inzake ketentoezicht, asbestsanering, bodembescherming, en dergelijke maken onderdeel uit van het takenpakket dat bij de ODRA is ondergebracht. De gemeente blijft voor al deze taken wel het bevoegd gezag en verantwoordelijk voor VTH beleid.

10.2 Politie en OM Wij werken op het terrein van de openbare ruimte, openbare orde en veiligheid nauw samen met de politie. De activiteiten van de bijzondere opsporingsambtenaren van de gemeente (boa’s) worden in nauwe samenwerking met de politie uitgevoerd en door de politie gecoördineerd. Bij zwaardere overtredingen of milieucriminaliteit vindt overleg en informatie-uitwisseling met het Openbaar Ministerie (OM) plaats. 10.3 Veiligheidsregio Gelderland Door de gemeente is, op basis van een structurele financiële inbreng, menskracht ingebracht bij de Veiligheidsregio voor toezicht en advisering bij onder meer vergunningen op het gebied van brandveiligheid en brandveilig gebruik. De veiligheidsregio adviseert de gemeente bij de taken vergunningverlening en toezicht waarop dit VTH-Beleidsplan betrekking heeft. Daarnaast vervult de Veiligheidsregio taken zoals het aanwijzen en toezicht op bedrijfsbrandweer, adviseert zij bij vuurwerk en externe veiligheid. Het toezicht wordt bij complexere zaken integraal uitgevoerd door toezichthouders van beide instanties. 10.4 Provincie Gelderland De provincie Gelderland is zowel een partner in de vergunningverlening als een handhavingspartner en daarnaast een partner in de ODRA.

De provincie heeft ook de gemeente nodig om tot een integrale omgevingsvergunning te kunnen komen voor de inrichtingen en activiteiten waarvoor de provincie het bevoegd gezag is (o.a. betreft dit aspecten rond bouw, reclame, inritten, sloop en kap). In het kader van de nieuwe natuurwetgeving (Omgevingswet en Omgevingsverordening provincie) is samenwerking en afstemming tussen gemeente en provincie nodig. Na de invoering van der Omgevingswet neemt de gemeente een aantal taken op het gebied van bodemsaneringen en ontgrondingen over. Deze taken vormen dan geen zelfstandige wetgeving meer maar zijn onderdeel van de brede Omgevingswet(fysieke leefomgeving). Overigens worden deze nieuwe taken uitgevoerd door de ODRA.

24 Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de basistaken opgenomen in Bijlage 6 van het Omgevingsbesluit

De provincie draagt ook zorg voor het interbestuurlijk toezicht, onder andere het toezicht op de correcte uitvoering van de VTH-taken op de gemeente. 10.5 Waterschappen Bij de uitvoering van het VTH-beleid werken wij waar nodig samen met de waterschappen die binnen de gemeente bevoegdheden hebben. Het waterschap is ook wettelijk adviseur bij watertaken van de gemeente.

11

Bijlage 2 Voorbeelden vergunningenstrategie

11.1 Inleiding In tegenstelling tot de Wabo kent de Omgevingswet niet langer het begrip onlosmakelijkheid. Dat betekent dat een aanvrager zelf kan kiezen om verschillende vergunningplichtige activiteiten los van elkaar aan te vragen. Tevens zal door de knip in de wetgeving, waarbij een omgevingsvergunning onder de OW bestaat uit een planologische omgevingsplan activiteit en/ of een bouwtechnische omgevingsplan activiteit, een verschuiving optreden van de (grondslag van de) vergunningplicht.25 Toelichting op de 4 categorieën vergunningen en meldingen Gekozen is om in deze vergunningenstrategie om een onderverdeling te maken in een 4 tal categorieën vergunningen (en meldingen). Onderstaand worden die aan de hand van een voorbeeld verder uitgewerkt. De technisch inhoudelijk complexiteit zal zeker bij inwerkingtreding van de OW veelal ook leiden tot een vergunningplicht op grond van een bouwtechnische omgevingsplan activiteit, later kan dit worden ingehaald door de verdere uitfasering van het Omgevingsplan en de Wkb. Waarbij wordt opgemerkt dat een technisch-inhoudelijk eenvoudige vergunning niet per definitie geen vergunningplicht kent voor de bouwtechnische omgevingsplan activiteit.

Omdat is gekozen voor een zo veel mogelijk beleidsneutrale overgang van Wabo naar OW zal er in de jaren na inwerkingtreding een eventuele verandering in de vergunningplichtige activiteiten kunnen optreden. Bij inwerkingtreding zal de vergunningplicht zijn grondslag vinden in de OW, het BBL en de decentrale regelingen het tijdelijk omgevingsplan (OP), de verordening van de Provincie en het waterschap. 11.1.1 Technisch-inhoudelijk & Sociaal-Maatschappelijk eenvoudig (Vergunning eenvoudig) Een vergunning voor een situatie met geringe technische en sociaal-maatschappelijke complexiteit bestaat vooral uit standaardvoorschriften. Onder een eenvoudige vergunning verstaan wij een vergunning voor een activiteit die op grond van beleid noodzakelijk is. Voor de aangevraagde activiteit wordt geen technische inhoudelijk of sociaal maatschappelijke complexiteit verwacht. Bij een eenvoudige aanvraag hoeft de aanvrager slechts een beperkte hoeveelheid aan informatie aan te leveren. Er worden in principe geen specifieke (maatwerk) voorschriften of voorwaarden in de vergunning opgenomen. Een dergelijke vergunning kan eenvoudig worden afgedaan door de behandelende casemanager. Casus Een jong stel meldt zich bij de gemeente. Ze hebben enig tijd geleden een pand aangekocht in de gemeente Rheden.

25 Gelijk met de inwerkingtreding van de Omgevingswet treedt ook de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) in werking. Deze

wetgeving beoogt het geleidelijk privatiseren van het bouwtoezicht. Waarbij de toezichtstaak van de gemeente naar een private partij (kwaliteitsborger)verschuift. Dat houdt in dat voor bepaalde gevallen er geen vergunning voor een bouwtechnische activiteit nodig is, maar dat een melding volstaat. Deze melding moet voldoen aan de daartoe opgestelde wettelijke criteria en wordt ter beoordeling aan de gemeente voorgelegd.

Het is de voormalige bakkerij en bakkerswinkel van Dieren gelegen in het Rijksbeschermd dorpsgezicht Dieren- zuid. Deze locatie is een begrip onder oudere buurtbewoners. De bakkerij ligt op een ruim perceel met veel groen en hoge bomen. Enthousiast vertelt het stel ze dat ze zelfs vleermuizen zien in hun tuin en hoeveel privacy ze hebben om dat het perceel achter de woning geheel omsloten door historische deels monumentale bebouwing. Hoewel het hele perceel van het stel is, gebruiken zij alleen het hoofdgebouw (de voormalige winkel) als woning. De woning zelf is geen monument, maar heeft wel een karakteristieke bouw. Wie goed kijkt ziet nog originele elementen. Het pand is zoals veel panden in deze omgeving beschadigd geraakt in de WOII doordat er veel is gevochten. Het is dan ook deels heropgebouwd na de oorlog. Destijds was asbest een veel gebruikt materiaal. Het pand bestaat uit 1 bouwlaag en een vliering. Op het perceel bevindt zicht ook de oude bakkerij, deze ligt meer achterop het perceel en is in vervallen staat. Het opknappen ervan heeft voor het stel geen prioriteit. Voor wat extra inkomsten wordt de oude bakkerij door het stel verhuurd als opslag/werkplaats aan een vriend, die recent een handeltje is gestart in het opknappen, onderhouden en verkopen van elektrische fietsen en – stepjes. Hoewel het perceel ruim is, is de voormalig bakkerswinkel klein.

Het stel verwacht gezinsuitbreiding en wil daarom van de vliering een echte zolder maken, met een kinderkamer. Ze hebben begrepen dat het plaatsen van een dakkapel niet zonder toestemming van de gemeente mag. Zij vragen een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een dakkapel. Binnen bovenstaande casus zijn de volgende toetsings-/ aandachtgebieden van belang: - Omgevingsplan - Constructieve wijziging < bepaal Wkb gevolgklasse - Flora en Fauna - Brandveiligheid - Asbest - Commissie cultuurhistorie & welstand De door het stel aan te leveren informatie is standaard en eenvoudig te beoordelen door behandelend ambtenaar en diens adviseurs. Het betreft hier een plan dat zijn vergunningplicht kent op grond van een planologische omgevingsplan activiteit. De casemanager heeft tot taak het (laten) beoordelen van het plan. Hij beoordeelt op vergunningplichtige activiteiten, gevolgklasse Wkb etc. 11.1.2

Technisch-inhoudelijk complex en Sociaal-maatschappelijk eenvoudig (Vergunning specifiek) Bij een technisch-inhoudelijk complexe situatie met een geringe sociaal-maatschappelijke complexiteit bestaat de vergunning vooral uit specifieke voorschriften.

Onder een specifieke vergunning verstaan wij een vergunning voor een activiteit die op grond van de technische complexiteit noodzakelijk is. Voor de aangevraagde activiteit wordt geen sociaal maatschappelijke complexiteit verwacht. Bij een specifieke aanvraag wordt de aanvraag op technisch inhoudelijke aspecten extra getoetst. Bij de aanvraag dient uitbreide documentatie te worden overlegd op grond waarvan de vergunningverlener het plan inhoudelijk kan beoordelen. Casus Het stel uit het eerdere voorbeeld zijn trotse ouders van een dochtertje en hebben na enkele jaren veel plannen en ruimtegebrek. Na de komst van hun dochtertje is een van hen gestopt met werken om voor de kleine te zorgen. Beiden werkten eerder in de horeca. Ze zijn enthousiaste amateur-sommeliers en vinden het leuk om hierover te vertellen en organiseren voor vrienden proefavonden. Ze worden steeds meer gevraagd om hun kennis te delen door workshops. Hun collectie bijzondere wijnen kunnen zij niet langer opslaan in de schuur achter in de tuin. De oude bakkerij willen zij hiervoor niet gebruiken. Hun vriend heeft de schuur nog in gebruik als opslag ten behoeve van zijn handel. Daarom hebben ze het plan opgevat om de woning helemaal te onderkelderen en in die kelder de wijnvoorraad op te slaan en de ruimte tevens te gebruiken voor het geven van cursussen en workshops.

Om zich volledig te richten op het geven van cursussen en het uitbreiden van hun (prive) collectie hebben zij beiden hun baan opgezegd. Om hun cursisten te ontvangen gaan ze ook de tuin herinrichten en willen ze een aanzienlijk deel van hun tuin bestraten zodat ze ook buitenrecreatie kunnen aanbieden. De oude schuur moet dan wijken. Daarnaast willen zij flink gaan verduurzamen. Zo komt er een warmtepomp, zonnepannen en een energiezuinige schil om de woning. Het gebied is tevens aangewezen als grondwaterbeschermingsgebied en het is bekend dat een deel van dit gebied onderkelderd is met een historisch gangenstelsel. Zij vragen een omgevingsvergunning aan voor de onderkeldering en de duurzaamheidsmaatregelen, de technische bouwactiviteit onderkelderen en voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Binnen bovenstaande casus zijn de volgende toetsings-/ aandachtgebieden van belang -

Omgevingsplanactiviteiten Constructieve wijziging(en) Ondergronds bouwen Flora en Fauna, bio diversiteit onderkelderen en herinrichten en bestraten perceel Kappen en groenbeheer Duurzaamheid Kabels en leidingen, aansluiten maatregelen en palen Waterberging Grondwaterbeschermingsgebied, boringvrije zone Ontplofbare oorlogsresten

-

Brandveiligheid Asbest verwijdering Wet Bibob en ondermijning WKB Slopen in beschermd dorpsgezicht Commissie cultuurhistorie & welstand

Daarnaast zou binnen de casus afstemming moeten worden gezocht met de verschillende ketenpartners zoals de ODRA, VGGM, Waterschap, Provincie. Deze aanvraag is met name bouwtechnisch van aard. Door het ondergronds bouwen en de aanpassingen ikv duurzaamheid is deze bouwactiviteit complexer. De aanvrager moet meer documentatie indienen welke inhoudelijk worden beoordeeld. De casemanager heeft tot taak het (laten) beoordelen van het plan . Voor dit plan zal hij opmerken dat dit zowel planologisch als bouwtechnisch vergunningplichtig is. 11.1.3

Technisch-Inhoudelijk eenvoudig en Sociaal-Maatschappelijk complex (Vergunning eenvoudig+)

Is de situatie technisch-inhoudelijk niet complex maar sociaal-maatschappelijk wel, dan bestaat een vergunning vooral uit standaardvoorschriften en geven we extra aandacht aan afstemming, overleg en samenwerking tussen betrokken partijen. Casus Met het inmiddels bij ons bekende stel gaat het goed. Ze zijn naar hun gevoel helemaal ingeburgerd en willen niet meer weg uit ‘hun’ Dieren Zuid. Ze melden zich weer bij de gemeente want ze hebben het plan opgevat om een bestaand monumentaal gebouw en de omliggende percelen te her-ontwikkelen. In het monumentale pand moeten (huur)woningen komen. Zelf gaan zij er niet wonen. De bestaande bestemming hier op dit perceel is Maatschappelijk en staat bewoning van het pand niet toe Het pand is gelegen nabij Natura 2000 en het vermoeden bestaat dat er door de jarenlange leegstand zich soorten hebben gevestigd in het pand en op de percelen. Het pand moet grondig worden gerenoveerd en is gelegen nabij een drukke verkeersweg die het perceel aan 1 zijde begrensd. Omdat het pand zo groot is en vroeger ook dienst deed als school hebben zij samen met de buurvrouw het plan opgevat om een deel van het gebouw in te richten als kinderdagverblijf. Heel kleinschalig, de buurvrouw is al wat op leeftijd, maar ze vindt het werken met de kinderen te leuk. Mevrouw heeft veel eigen middelen en wil die inzetten voor het realiseren van het kinderdagverblijf.

Mevrouw verdeelt de opvangtaken samen met enkele collega’s. Een kinderopvang past wel binnen de bestemming maatschappelijk. Naast de interne verbouwing van het pand zal ook het buitenterrein worden aangepast en heringericht onder meer ten behoeve van parkeren. Het buitenterrein bestaat uit 2 kadastrale percelen, het perceel waarop het pand ligt is langgerekt en aan een zijde dicht bij een drukke provinciale weg gelegen. Het andere deel grenst aan de IJssel.

Op dat perceel staat een oud pand dat vroeger dienst deed als restaurant en veel werd bezocht door dagjes mensen die op de fiets de prachtige omgeving bezoeken. Het stel wil dit pand renoveren en verhuren ten behoeve van horeca en als B&B. Zelf zullen zij die activiteiten niet beheren. Ze hebben via een website contact gekregen met een investeerder die meebetaalt aan de renovatie en ook een potentiële huurder heeft voorgesteld. Het perceel is van buiten af bereikbaar en heeft eigen parkeergelegenheid. Om ook een fijne buitenplek te hebben bij de B&B willen zij tevens een overkapping plaatsen met daarbij een grote hottub. Door de plaats op het terrein- in de uiterwaarden- biedt dit plekje een magnifiek uitzicht op de IJssel zodat gasten in de houtgestookte hottub kunnen genieten van de rust en optimale privacy. Zij vragen een omgevingsvergunning aan voor de technische bouwactiviteit en voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Aangevraagd wordt het verbouwen van het gemeentelijke monument tbv van, het realiseren van woningen en gebruik als woonruimte. Brandveilig gebruik van het kinderdagverblijf, het renoveren van het horecapand en het voeren van een horeca bedrijf, het bouwen van een overkapping.

Binnen bovenstaande casus zijn de volgende toetsings-/ aandachtgebieden van belang -

Omgevingsplan activiteiten Wijzigen Monument Brandveiligheid, Bouwen beschermd gezicht Bouwen in uiterwaarden, > Rijkswaterstaat Constructieve wijziging(en) Milieu Flora en Fauna, bio diversiteit Kappen en groenbeheer Duurzaamheid Waterberging Grondwaterbeschermingsgebied, boringvrije zone Ontplofbare oorlogsresten Asbest verwijdering Alcohol wet Veiligheid Wet op de kinderopvang Wet Bibob en ondermijning WKB Slopen in beschermd dorpsgezicht Commissie cultuurhistorie & welstand Reclame

Daarnaast moet voor deze casus door de casemanager meer afstemming worden gezocht met de samenwerkende partners, als Odra, het waterschap en de VGGM. Zo moet er instemming zijn van het waterschap.

Het betreft hier een omgevingsvergunning voor een omgevingsplan activiteit26 en voor een technische bouw activiteit. Door de realisatie van verschillende gevoelige functies (wonen, horeca, recreatie en kinderopvang) is deze aanvraag sociaal complexer dan de voorgaande casussen. Door het meewerken aan het plan worden meerdere nieuwe functies gerealiseerd die gevolgen hebben voor de directe omgeving van het pand en de percelen. Een goede afstemming met alle betrokkenen en een integrale toetsing en beoordeling op alle relevante aspecten is hierin een must. De casemanager moet in een dergelijke casus meer inspanning verrichten en ook meer kennis hebben dan bij de eerder beschreven vergunningsaanvragen om de een integrale beoordeling van het plan te kunnen waarborgen en een besluit maat te kunnen voorbereiden. 11.1.4

Technisch-Inhoudelijk complex en Sociaal-Maatschappelijk complex (Vergunning specifiek+) De situatie is technisch-inhoudelijk en sociaal-maatschappelijk gezien complex. Dit vraagt om specifieke voorschriften in een vergunning en een zorgvuldige afstemming, samenwerking en overleg tussen betrokken partijen. Een Specifiek + vergunning , is vergunning welke veel minder vaak voorkomt binnen onze gemeente. Het betreft vergunningen waarvoor veelal eerst een jarenlang voortraject heeft plaatsgevonden, met afstemming en instemming (participatie, omgevingstafel, grond verwerving etc). En welke zowel technisch inhoudelijk als sociaal maatschappelijk veel aspecten kennen. Als voorbeeld noemen we de bouw van het ‘Biljoenbad’ in Velp en voor de toekomst het herontwikkelen van een ziekenhuisterrein, waarbij woningbouw wordt voorzien. Voor een dergelijk plan is zowel technisch-inhoudelijk als sociaal maatschappelijk complex, de ligging ervan biedt de nodige uitdagingen, zo ook de bestemming en de grondgesteldheid. Daarnaast hebben dergelijke plannen een grote sociaal maatschappelijke context het raakt de (directe) omgeving. Casus Gieten we een dergelijke vergunning in de fictieve casus van het Dierense stel: De plannen voor het monumentale pand zijn deels gerealiseerd. De horeca-onderneming is een groot succes. De investeerder van toen is inmiddels een goede vriend geworden.

Hij is erg enthousiast over de mooie omgeving en het rendement dat hij kan behalen uit recreatie. Veel toeristen kunnen de Posbank en omgeving goed vinden. Zijn plannen zijn dan ook gericht op de wat minder toegankelijke gebieden rondom de ijssel. Hij wil die gaan herinrichten ook een specifiek bestaand monumentaal gebouw zal daarin een grote rol gaan spelen, Omdat zijn bedrijf groot geworden is in zandwinning is hij recent grootaandeelhouder geworden in het huidige bedrijf dat hier in dit gebied al zand wint. De bestaande concessies en dergelijke worden daarmee behouden en hij kan zich richten op het verduurzamen van de zandwinning en het ontwikkelen van het gebied. De zandwinning gebeurt voor een bepaalde periode (zoals opgenomen in de concessie) waarna het gebied wordt teruggeven aan de natuur. De huidige concessie loopt nog circa 20 jaar. 26 Indien het gemeentelijke kruimelbeleid van voor inwerkingtreding van de omgevingswet is over gegaan in het (tijdelijke)

OP is er sprake van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Indien het kruimelbeleid niet is opgenomen in een tijdelijk OP dan is bovenstaande geen binnenplanse omgevingsplan activiteit

Hoewel de zandwinning al langere tijd plaatsvindt en alle installaties daarvoor met vergunning en toestemmingen zijn geplaatst, kan dit duurzamer zo vindt hij. Zo verbruikt het hele proces van opzuigen schoonmaken en vervoeren veel grijze energie. Hij wil graag zonne-energie opwekken en in het proces gebruiken. Van de omliggende landbouwgrond wil hij eigenlijk geen gebruik maken. Daarom wil hij drijvende velden met zonnepanelen plaatsen op het wateroppervlak. Deze velden liggen op het water in de omgeving van de installaties en nemen dan ook geen landbouwgrond in. Op dit moment wordt het gewonnen zand nog per vrachtwagen vervoerd vanaf de locatie naar elders. Ook daarvoor wil hij een meer duurzame oplossing over water met elektrische binnenvaartschepen. Deze schepen moeten aanmeren op een nog aan te leggen dok in het gebied. Omdat dit niet nabij de installaties op het land kan, is hij nog zoekende naar de beste plek, Mogelijk moet daarvoor een nieuwe tijdelijke haven worden gecreëerd. Vanaf de installaties wil hij met een soort mono-rail een continue aanvoer van zand naar de schepen tot stand brengen. Uiteraard alles zoveel mogelijk aangedreven door duurzaam opgewerkte energie. Omdat de zandwinning na deze termijn ten einde is in dit gebied is dit alles in principe tijdelijk. Door het winnen van zand wordt steeds een ander deel van het gebied afgegraven.

Omdat is afgesproken dat niet al het zand dat wordt gewonnen wordt afgevoerd, wordt een deel van het zand gebruikt om land te maken. Hierdoor is het mogelijk om het gebied te herinrichten. Er liggen in het gebied verschillende oude boerderijen die deels ook nog als zodanig in functie zijn. Naast de agrarische bedrijvigheid zijn er ook wat nevenactiviteiten in het gebied, vooral gericht op toerisme. Alles kleinschalig, men is huiverig voor een toename aan activiteiten en drukte in dit rustige gebied. In het gebied is ook een oude remise, een statig vervallen gebouw dat nu omsloten door water moeilijk te bereiken is en aan het zicht is onttrokken door groen. Het is een gebouw met veel mogelijkheden, Het plan is om hier een hotel te realiseren met een restaurant. In de oude remise komt het restaurant, het hotel komt in een nieuw te bouwen gebouw. Vanwege de afgelegen ligging en het grote gebied zal er in beperkte mate bewoning worden toegestaan. Omdat het gebied rondom de zandwinning al heel lang wordt bewoond, wordt er in het kader van de zandwinning al veel onderzoek gedaan op gebied van archeologie, er zijn ook vondsten gedaan. Het plan is om deze vondsten ten toon te stellen. Er wordt een omgevingsvergunning aangevraagd voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit. Binnen bovenstaande casus zijn de volgende toetsings-/ aandachtgebieden van belang : – -

Omgevingsplan Wijzigen Monument > technische bouwactiviteit vergunning plicht Bouwen recreatief nachtverblijf (Hotel) Bouwen woningen (melding WKB) Brandveiligheid, Bereikbaarheid brandweer en blus-installaties Bouwen in uiterwaarden, Externe veiligheid,

-

luchtkwaliteit Flora en Fauna, bio diversiteit Water Archeologie Kappen en groenbeheer Duurzaamheid Energie opwekken/ circulair Tijdelijke inrichting, kabels en leidingen Openbare werken/ Civiel Waterberging Ontplofbare oorlogsresten DHW Veiligheid Wet Bibob en ondermijning WKB Slopen Commissie cultuurhistorie/ Rijksdienst Toerisme/ recreatie Scholing Reclame

Daarnaast moet voor deze casus door de casemanager meer afstemming worden gezocht met de samenwerkende partners zoals de ODRA, VGGM, Waterschap, Provincie, de Rijksdienst Monumentenzorg etc. Deels zal er gezamenlijk moeten worden opgetrokken en de diverse activiteiten (vergunningen) moeten worden gecoördineerd. Het betreft hier een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit en voor een technische bouw activiteit. De raad zal gebruik maken an haar adviesrecht in deze. Door de omvang van dit plan, uitbreiding en modernisatie zandwinning, herinrichting gebied, toevoegen verschillende functies etc etc is deze aanvraag zowel sociaal als technisch (veel) complexer dan de voorgaande casussen. De rol van de casemanager. Een dergelijk plan komt tot stand na jarenlange voorbereiding. Het plan is op moment van daadwerkelijk aanvragen van de vergunning geen onbekende. Casemanagement wordt hierop al reeds toegepast. Er geldt een participatieverplichting. Het plan past niet in het (tijdelijk) OP. Voor het plan zal de raad worden gevraagd om een bindend advies27 uit te brengen. Ook bouwtechnisch is dit plan een zeer complexe aanvraag, wat ook op dit vlak veel aandacht en expertise behoeft. Deze expertise heeft de gemeente Rhedennet in huis, er wordt daarbij gebruik gemaakt van externe adviseurs en de samenwerkende partners.

De casemanager heeft een meer regisserende en coördinerende rol dan een toetsende hierin.

27 De Raad van de gemeente Rheden heeft zich op moment van schrijven van dit stuk nog niet uitgesproken over het

adviesrecht van de raad onder de OW.

Los van een aantal zaken waarin de Raad op grond van de OW moet worden geconsulteerd, heeft de raad van de gemeente de mogelijkheid om gevallen aan te wijzen in welke zij ook gebruik wil maken van haar adviesrecht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=72511481-4ffc-448e-900e-9275102da586