Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing GEWIJZIGD
Tekst van het document
In het onderzoek is ook gekeken of bepaalde zoönoseverwekkers vaker voorkomen in de omgeving van veehouderijen ten opzichte van de rest van het land. Bij het hepatitis E-virus, de bacterie Clostridium difficile en ESBLproducerende bacteriën is dat niet het geval. Wel lijken mensen iets vaker drager te zijn van de veegerelateerde MRSA-bacterie. Of deze verhoging komt door uitstoot vanuit veehouderijen is nog onduidelijk. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het VGO-onderzoek.
Rapport Emissies van Endotoxinen uit de veehouderij (fase 3a) Tegelijk met het VGO-rapport is in juli 2016 het Rapport Emissies van endotoxinen uit de veehouderij (fase 3a) bekend gemaakt. Dit rapport beschrijft het resultaat van metingen aan de emissies van endotoxinen uit de veehouderij. In stof worden van micro-organismen afkomstige endotoxinen gevonden. Endotoxinen zijn dode celwand-deeltjes van bacteriën die geen pathogene eigenschappen meer hebben. Wel kunnen endotoxinen na inademing tot gezondheidsklachten leiden. Meer onderzoek is nodig om de invloed van deze eigenschappen bij endotoxinen te bepalen. De Gezondheidsraad beveelt ten aanzien van de endotoxinen-blootstelling een adviesgrenswaarde van 30 EU/m3 aan. Veehouderij en gezondheid Omwonenden (aanvullende studies) Op 16 juni 2017 is het rapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies)’ bekendgemaakt. In dit rapport worden de resultaten uit het rapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden’ van juli 2016 bevestigd. Daarnaast wordt in het rapport ingegaan op de effecten van geitenhouderijen. Uit aanvullende studies volgen sterke aanwijzingen dat fijn stof en componenten ervan mensen gevoeliger maken voor luchtweginfecties. Specifieke ziekteverwekkers afkomstig van dieren kunnen echter niet worden uitgesloten. Ook rondom geitenhouderijen hebben mensen een grotere kans op longontsteking.
Eerder zijn hiervoor al aanwijzingen gevonden, die nu nader onderbouwd zijn over een langere periode. Het onderzoek bevestigt ook de
Ruimtelijke onderbouwing Bockhorstweg 10 Spankeren
Het VGO-onderzoek is uitgevoerd in het oostelijk deel van Noord-Brabant en in Noord-Limburg. Daardoor zijn (sommige) resultaten mogelijk alleen van toepassing op het onderzochte gebied. Dat komt doordat lokale kenmerken, bijvoorbeeld luchtvervuiling uit omliggende industriegebieden en de mate van concentratie van veehouderijen, van invloed zijn op de bevindingen.
28
eerdere conclusie dat mensen met COPD, die in de buurt van veehouderijen wonen, vaker en ernstiger klachten hebben dan mensen die op grotere afstand van veehouderijen wonen. Uit luchtmetingen in de woonomgeving blijkt dat de concentratie endotoxinen in de lucht toeneemt naarmate de afstand tot een veehouderij kleiner wordt of het aantal veehouderijen in een gebied (de dichtheid) groter wordt. Ook sectoren van de veehouderij die niet bekendstaan om een hoge uitstoot van stoffen lijken toch substantieel bij te dragen aan de concentratie van endotoxinen in de leefomgeving. ILVO-onderzoek Uit onderzoek van het Belgisch Instituut Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) in het voorjaar van 2017 blijkt dat een groot deel van de in het Nederlandse VGO-onderzoek aangehaalde risico’s niet relevant zijn, gebrek aan wetenschappelijke basis hebben en niet specifiek zijn voor omwonenden van veehouderijen. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het veerijke West-Vlaanderen. Het Nederlandse VGO-onderzoek kan volgens de Belgische onderzoekers niet claimen of suggereren dat veehouderijen een negatief gezondheidseffect hebben op omwonenden. Bijkomend onderzoek is dan ook nodig.
In het Nederlandse volksgezondheidsonderzoek (VGO) wordt het verhoogde aantal longontstekingen in regio’s met intensieve veehouderij gelinkt aan verhoogde concentraties endotoxines. Maar volgens ILVO is het onwaarschijnlijk dat zuivere endotoxines de oorzaak zijn. De gebruikte grenswaarde is gebaseerd op endotoxines gehecht aan fijn stof, terwijl ze in stallen voornamelijk hechten aan grovere stoffracties. En dat grover stof dringt slechts binnen in de bovenste luchtwegen, niet in de lagere. Bovendien tonen recente studies, waaronder VGO, aan dat endotoxines bij omwonenden ook positieve effecten kunnen hebben in de bovenste luchtwegen, zoals een beschermend effect tegen astma en allergieën. Omdat duidelijkheid ontbreekt, is het volgens ILVO momenteel wetenschappelijk onmogelijk om een veiligheidsnorm voor omwonenden te definiëren en te hanteren. Ook hier is verder onderzoek nodig, ook met aandacht voor de mogelijke positieve effecten van endotoxines. ILVO bestudeerde ook het risico op verspreiding van bacteriën, virussen, schimmels en parasieten die aanwezig kunnen zijn bij vee, en de effecten van geneesmiddelengebruik in de stallen in de ontwikkeling van resistentie. Het is echter weinig waarschijnlijk dat deze pathogenen zich verspreiden via de lucht, maar blootstelling via de ruimere leefomgeving zoals mest en water. Via voeding is het wel mogelijk.
Denk aan besmettingen met Salmonella, Campylobacter, E. coli, Hepatitis E, antibioticaresistente bacteriën en azoleresistente schimmels. Het risico beperkt zich hier dus niet tot de omwonenden, maar breidt zich uit tot de algemene volksgezondheid. Vervolgonderzoeken en vervolgadvies Gezondheidsraad (2018)
Ruimtelijke onderbouwing Bockhorstweg 10 Spankeren
Zo moet worden nagegaan of er een effect is van de gecombineerde emissies uit veehouderij, de transportsector en andere industriële sectoren. Op het eerste gezicht lijkt de impact van wonen nabij een stal op de gezondheid beperkt, maar er zijn nog een aantal vraagtekens die beantwoord moeten worden. In haar rapport stelt ILVO dat uit de stallen zowel primair fijn stof als ammoniak ontsnapt. Ammoniak op zich vormt geen bewezen gezondheidsrisico, maar in de buitenlucht, ver weg van de stallen, kan het zich binden aan andere vervuilende stoffen zoals roet. Wat ontstaat, is secundair fijn stof dat voor iedereen, niet enkel voor de omwonenden van veestallen, schadelijk kan zijn. Om de gevolgen van deze combinatie van fijn stof en ammoniak, evenals het aandeel van de landbouwsector in de uitstoot van fijn stof beter in kaart te brengen, is naar de mening van de ILVO-onderzoekers verder onderzoek nodig. Niet omdat er een mogelijk risico bestaat, maar om uitsluitsel te geven en duidelijkheid te brengen in de discussie die er nu bestaat.
29
De Gezondheidsraad geeft aan dat het nog steeds niet duidelijk is of er sprake is van een oorzakelijk verband tussen longproblemen en veehouderijen. Daarvoor is het aantal kwalitatief goede onderzoeken zowel in Nederland als in het buitenland te beperkt. Hoewel niet kan worden vastgesteld wat de luchtwegeffecten rond veehouderijen veroorzaakt, is het volgens de raad wel zinvol maatregelen te treffen en adviseert dan ook verdere reductie van de uitstoot van fijnstof. In de lucht rond veehouderijen zit veel fijnstof en uit onderzoek in stedelijke omgevingen blijkt dat fijnstof waarschijnlijk effecten veroorzaakt op luchtwegen en longen. Reductie van fijn stof bevordert dus de volksgezondheid als geheel. Ook adviseert de raad om de uitstoot van ammoniak verder te verminderen, omdat ammoniak bijdraagt aan de vorming van fijn stof. Vervolgonderzoek Veehouderijen en Gezondheid Omwonenden; VGO3 Eind 2017 is het eerste onderzoek binnen het onderzoeksprogramma VGO3 van start gegaan. Dit onderzoek is nu afgerond. Tot 2021 zullen verschillende deelonderzoeken afgerond worden. Doel van dit vervolgonderzoek was nagaan of de eerder gevonden associatie tussen wonen in de omgeving van geiten- en pluimveehouderijen en longproblemen kan worden aangetoond. Het onderzoek richt zich op de periode 2014 tot en met 2016. Eerder onderzoek liep van 20092013.
Uit dit onderzoek volgt dat mensen rondom pluimveehouderijen geen grotere kans hebben op een longontsteking. De eerder gevonden associatie tussen het wonen in de nabijheid van een geitenhouderij en het voorkomen van longontstekingen binnen een reikwijdte van 2 kilometer wordt met dit onderzoek bevestigd voor de periode 2014-2016. De oorzaak van de toename van longontstekingen rond geitenbedrijven is echter nog onbekend. Daar is verder onderzoek voor noodzakelijk.
Zoönosen Zoönosen zijn infectieziekten veroorzaakt door micro-organismen die kunnen overgaan van dieren naar mensen. De verbetering van de diergezondheid op veehouderijen is volop in ontwikkeling. Een aantal besmettelijke dierziekten is al uitgeroeid of sterk teruggedrongen. Kwaliteitszorgsystemen hebben door controles op het vóórkomen van ziekten en naleving van hygiënevoorschriften hieraan bijgedragen. De belangrijkste zoönosen die voorkomen in de rundveesector worden hier toegelicht:
Ruimtelijke onderbouwing Bockhorstweg 10 Spankeren
Onbekend is of deze resultaten ook van toepassing zijn op andere regio’s dan het VGO onderzoeksgebied (het oosten van Noord-Brabant en Limburg). Mogelijk speelt naast de luchtverontreiniging vanuit veehouderijen, ook de algemene luchtkwaliteit door o.a. fijnstof vanuit het buitenland een rol. Hoe dat de resultaten beïnvloedt is niet bekend. Een van de (deel)onderzoeken binnen het VGO3 onderzoeksprogramma zal daarom plaatsvinden in de provincies Utrecht, Gelderland en Overijssel. Dit onderzoek zal in 2019 worden afgerond.
30
Campylobacterbacterie en de E.Coli bacterie (EHEC) Besmetting vindt plaats door direct contact met de dieren, door het eten van besmet en onvoldoende hygiënische bereiding van vlees of drinken van (ongepasteuriseerde) melk. BSE Boviene spongiforme encefalopathie (ook wel BSE of gekkekoeienziekte) kan voorkomen bij rundvee. BSE kan alleen overgedragen worden op de mens door eten van besmet vlees. Bij mensen uit een besmetting zich in de dodelijke ziekte Creuzfelt-Jacob. Ter voorkoming van besmetting van rundveevlees zijn de voorschriften bij de slacht aangescherpt, in veevoer wordt geen diermeel meer gebruikt en hersenen, het ruggenmerg en de grote zenuwen worden buiten de voedselketen gehouden. Antibiotica-resistentie Mensen kunnen antibiotica-resistente bacteriën overnemen van dieren, via voedsel of contact met dieren. Bacteriën kunnen resistentie ontwikkelen als neveneffect van het gebruik van antibiotica om dierziekten te bestrijden. De resistentie is het hoogst bij dieren die voor de vleesproductie worden gehouden. Het risico voor de volksgezondheid is dat resistente bacteriën kunnen veranderen in meer virulente of aan de mens aangepaste varianten of hun resistentie overdragen aan andere bacteriën. Omdat voor dieren grotendeels dezelfde antibiotica worden gebruikt als voor mensen vormt resistentie een risico voor de volksgezondheid.
Antibiotica wordt in de melkrundveehouderij het meest gebruikt bij uier- en klauwproblemen. Het is al vanaf 2006 verboden om antimicrobiële voerbespaarders toe te passen in mengvoer. Het landelijk beleid is momenteel gericht op een forse reductie van het antibioticagebruik in de veehouderij (70% in 2015) en een zorgvuldig gebruik.
4.11.2 Toetsing project
Voor zover de uitgevoerde onderzoeken al een wetenschappelijk verband kunnen leggen tussen veehouderijen en effecten op de volksgezondheid, zijn deze studies dusdanig algemeen van aard, dan wel uitgevoerd in specifieke onderzoeksgebieden, dat het (zeer) lastig is om de uitkomsten daarvan te projecteren op het hier voorliggende project. Niettemin treft initiatiefnemer wel maatregelen om de insleep en verspreiding van ziektekiemen te voorkomen en de uitstoot van stoffen te reduceren. Een goed ontwerp van de stal en goede bedrijfsvoering zijn hierbij erg belangrijk. Daarnaast minimaliseert een gezond dierbestand de kans op problemen met volksgezondheid. Het houden van melkvee vereist de nodige hygiënemaatregelen om insleep en eventuele verspreiding van besmettelijke dierziekten zo veel mogelijk te voorkomen. De volgende maatregelen worden getroffen: • De jonge kalveren tot 6 maanden worden gescheiden van het melkvee en oudere jongvee gehuisvest. • Het voornemen betreft een nieuwe stal voor het hoog drachtige melkvee en het jongvee, waarin diergezondheid geoptimaliseerd wordt.
Ruimtelijke onderbouwing Bockhorstweg 10 Spankeren
De omvang van de veestapel blijft door dit project ongewijzigd. Ten aanzien van geur-, fijn stof- en geluidsbelasting blijkt uit deze toelichting dat wordt voldaan aan de wettelijke waarden. Verder is de afstand van het bedrijf tot omliggende bebouwing dusdanig, dat wordt voldaan aan de afstandsnormen uit de geurregelgeving en richtafstanden van de VNG, zodat een aanvaardbaar woonen leefklimaat kan worden geborgd.
31
• • • • • •
Het jongvee wordt op stro gehouden. Het kalf kan warm, zacht en comfortabel liggen en nestgedrag vertonen. Dit komt ten goede van de algehele gezondheid van jonge kalveren. De stallen worden goed geventileerd, zonder tocht. Hierdoor worden luchtweginfecties zoveel mogelijk voorkomen. Door zo minimaal mogelijk dieren aan te kopen wordt het inslepen van ziekten van buitenaf tot het minimum beperkt. Streven is naar een zo hoog mogelijke gezondheidsstatus op het bedrijf. Waar nodig zullen dieren preventief ingeënt worden. Het gebruik van antibiotica wordt zoveel mogelijk beperkt en er wordt voldaan aan de PVE-verordening voor antibioticaregistratie en verantwoord antibioticaverbruik. Personeel en bezoekers die in contact komen met de dieren moeten bedrijfskleding dragen die regelmatig wordt gereinigd.
Conclusie: het aspect volksgezondheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.
4.12 Water 4.12.1 Algemeen Watertoets Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden de waterhuishoudkundige aspecten betrokken in ruimtelijke plannen en afwijkingsbesluiten van die ruimtelijke plannen. In de ruimtelijke onderbouwing wordt aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met waterhuishoudkundige aspecten.
Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kunstwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema’s als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen.
De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009).
Ruimtelijke onderbouwing Bockhorstweg 10 Spankeren
In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder tot stand.
32
Waterschap Rijn & IJssel Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta, en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Op de projectlocatie is het Waterschap Rijn & IJssel (hierna: het waterschap) is verantwoordelijk voor het waterbeheer. Het 'Waterbeheerplan 2016-2021' is in 2015 door het algemeen bestuur van het waterschap vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wilt uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: • voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; • beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem. het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.
4.12.2 Toetsing project
De bouw van de stal vinden plaats op een reeds grotendeels verhard erf. Het verhard oppervlak neemt in de aangevraagde situatie beperkt toe. Het schone hemelwater is afgekoppeld en op het terrein en omliggende landbouwgronden geïnfiltreerd en of vertraagd geloosd op het oppervlaktewater. Tussen de kuilen en de laan naar de Bockhorst bevindt zich een afgedamde sloot, deze voorziet in de vertraagde lozing.
Ruimtelijke onderbouwing Bockhorstweg 10 Spankeren
Conclusie: het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.
33
5 Maatschappelijke/economische uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1.1 Vooroverleg
In artikel 3.1.1, eerste lid, van het Bro is bepaald dat een bestemmingsplan dient te worden voorgelegd met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van de belangen welke in het project in het geding zijn. Rijk In paragraaf 3.2 is reeds geconcludeerd dat dit project geen nationale belangen schaadt. Daarom kan afgezien worden van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie De provincie Gelderland hanteert de lijn dat als in ruimtelijke plannen één of meerdere provinciale belangen aan de orde zijn, een initiatiefnemer verplicht is om dt bij de provincie te melden.
5.1.2 Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
5.1.3 Zienswijzen
Het ontwerp van de omgevingsvergunning ligt gedurende zes weken ter inzage.
5.2 Economische uitvoerbaarheid Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. Dit wordt enerzijds bepaald door de financiële haalbaarheid van het project en anderzijds door de wijze van kostenverhaal door de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De opdrachtgever fungeert als de financiële drager van het onderhavige project. De voorgenomen ontwikkeling betreft een particulier initatief, waarvoor reeds de benodigde financiële middelen zijn gereserveerd. De gemeente beperkt zich tot het verlenen van planologische medewerking aan de uitvoering van het project en draagt geen financiële risico’s voor de realisatie. Grondexploitatie Er wordt geen exploitatieplan vastgesteld. Het gaat niet om een bouwplan waarbij kostenverhaal nodig is (zie Bro 6.2). Daarnaast is er een planschadeverhaalsovereenkomst door initiatiefnemer getekend. Het betreft een particulier initiatief, waarbij geen kosten voor de gemeente aan de orde zijn.
Ruimtelijke onderbouwing Bockhorstweg 10 Spankeren
Hoofdstuk
34
Ruimtelijke onderbouwing Bockhorstweg 10 Spankeren
Bijlage
1 Milieutekening voornemen
35
+8305 +7055
+2200
±0
±0
-2160
+1000
±0 -800
-1550
strozolder
+2500
+1585
±0 -800
potstal
Doorsnede BB
Doorsnede AA
+100 2250
1
+4120
20°
4
2750
2
+4200
+6495
+5895
-2410
Doorsnede CC
werkelijke locatie (Bockhorstweg 14) zie kadaster 20000
17000
20000
6000
9
12500
stalling machines en materiaal
5600
10800
10
vaste mestopslag 50 m³
40000
kuilplaat 6 x 40 m
mestsilo (buiten gebruik)
8
8000
5600
6000
13000
20000
stalling machines en materiaal
268
27
0
399
14-1 6
13000
267
44000
118
27 1
25000
12
269
122
119
kuilplaat 7 x 25 m
Bo ckh orstw eg
7000
Inrichtingsgrens 6
11000
9
sleufsilo 11 x 44 m
99
4000
10
400 125
5500
7000
311
A
00
132
jo e tuig uiging tbv
rk we
xen
afz
w
elgev ilator t ven
ts
laa
p erk
W
11 7 12 13
M 3
2kg
P1
4
ks stu
14
machinekamer
ng
e gve
1 9
2
rga
voe
5500
B
g rgin veestal e b g n n
bo
ing
l een
a hw oer ot afv ar slo na
5
O 51 stuks jongvee
ziekenstal
7 8
P12kg
40 105
ken
hok
1
voergang
B
44
S
ituatie: ectie: chaal:
6 6 41
jon
stro
N
A
40
sleufsilo 8 x 44 m
K
42
130
120
8000
kuilplaat 7 x 25 m
Kadastrale gemeente Dieren X nr: 119 - 120 - 122 1:2000
Z
B C
O 14
5 18 melkkoeien
15 melkkoeien
Gebouw nr.
Functie
1:
Ligboxenstal
Bruto oppervlakte m² bestaand
18 melkkoeien
-
Dak
Wanden
Vloer
Ventilatie
Dieraantallen
Rav.code
Groen Label nr.
golfplaten
baksteen
beton
natuurlijk
68 melkkoeien
A 1.100
-
51 stuks jongvee
A 3.100
2:
Ligboxenstal
golfplaten
baksteen
beton
natuurlijk
103 melkkoeien
A 1.100
3:
Bedrijfswoning
dakpannen - riet
baksteen
beton
-
-
-
4:
Jongveestal
dakpannen - riet
baksteen
beton
mechanisch
14 stuks jongvee
A 3.100
5:
Werktuigenberging met werkplaats
golfplaten
hout
beton
natuurlijk
-
-
6:
Garage en kalveriglo's
golfplaten
hout
beton
natuurlijk
7 stuks jongvee
A 3.100
7:
Potstal
golfplaten
baksteen
beton
natuurlijk
15 melkkoeien
A 1.100
20 stuks jongvee
A 3.100
8:
Stalling
golfplaten
baksteen
beton
natuurlijk
-
-
9:
Stalling
golfplaten
baksteen
beton
natuurlijk
-
-
10:
Mestsilo (buiten gebruik)
-
staal
beton
natuurlijk
-
-
Kelder inh. m³ 1100 1200 90
600
0.000 m² 0.000 m²
2.990 m³
15 melkkoeien
Renvooi
10
2
Elektrisch vermogen
voergang
C
5000
A
6
nieuw
-
Totalen:
13600
garage voergang
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
Koeler Tankreiniger Roerwerk Vacuumpomp Melkrobot Boiler 120 ltr. Compressor Hogedrukreiniger Hydrofoorinstallatie Mestschuif Handgereedschap Lasapparaat Heater Dieseloliepomp
Aantal
KW p/st
KW totaal Gebouw nr. Verbrandingsvermogen
1 1 1 1 2 2 2 1 1 1 1 1 1 1
3,50 0,40 0,25 2,50 3,00 1,50 1,50 4,50 2,50 3,50 7,00 4,00 0,88 0,50
3,50 0,40 0,25 2,50 6,00 3,00 3,00 4,50 2,50 3,50 7,00 4,00 0,88 0,50
1 1 1 1 1-2 1 1-5 1 1 2 5 5 5 2
Traktor Traktor
-
Aantal
KW p/st
KW totaal Gebouw nr.
1 1
45 60
45 60
Totaal verbrandingsvermogen
-
Betreft:
Melding activiteitenbesluit Wet Natuurbescherming
Opdrachtgever:
Maatschap Elzebroek Bockhorstweg 10 6956 CA Spankeren 06 - 40088004 marc-elzebroek@hotmail.com
105 KW
Opslag diergeneesmiddelen Opslag reinigingsmiddelen Opslag vaste mest Kadaverophaalplaats
2022-017
Tekeningnr.:
MV 1
Schaal:
1:200
Formaat:
A0
Getekend:
MH
Datum:
11-09-2003
Datum gewijzigd:
10-04-2008 25-04-2008
Overig 41 42 43 44
Projectnr.:
1 5 loc. nr. 14 aan de weg
Locatie:
Bockhorstweg 10 6956 CA Spankeren
05-05-2008 29-09-2017 03-02-2022 14-10-2022 27-10-2022
. 2750+P
trap
trap
trap
opslag stro en berging
trap
potstal 269 m² (diepte 800-P)
v1
Ventilator Ø40
1
0,23
0,23
4 (via 5)
taludbaan
15 melkkoeien en 20 stuks jongvee
17500
strozolder o.k
7
opslag stro Totaal elektrisch vermogen
C
10000
22 melkkoeien
5
's lo ijf) ig dr in e e tb ve he ng er jo v s o uk nd st re 7 ule (ro
5770
15 melkkoeien
37 melkkoeien
loop- en drijfgang
on in g
Be d
rij f
sw
12230
3
3 melkkoeien
12 melkkoeien
4
Stal 2
Stal 1
lijk afvalwater
12 melkkoeien
40670
afvoer huishoude
separatie
4 melkkoeien in strohok
A
kapbox
Bockhorstweg
Gebouwgegevens
6000
12000
4240
44540
41,76 KW
Aantal
Totaal
A
Voedersilo (polyester) 4 ton
2
8
B
Voedersilo (polyester) 6 ton
1
6
C
Voedersilo (polyester) 8 ton
1
8
K
Kunstmestsilo (polyester) 8 ton
1
O
Dieselolietank 3000 liter
1
M
Melksilotank
1
Pit bouwadvies Voslaan 7 7156 MN Beltrum 0544 - 725925 info@pitbouwadvies.nl www.pitbouwadvies.nl
Legenda
ForFarmers FarmConsult ForFarmers Nederland B.V. Kwinkweerd 5 • 7241 CW Lochem Postbus 91 • 7240 AB Lochem 0573- 288989 farmconsult@forfarmers.eu
Specialist bedrijfsontwikkeling: Henk Radstaak 0573 - 288885 06 - 22373472 henk.radstaak@forfarmers.eu
Kelder Brandblussers
Totaal opslagcapaciteit voersilo's
22 ton
Tekeningen en adviezen van Pit bouwadvies zijn gemaakt op basis van de meest actuele kennis en ervaringen uit onderzoek en praktijk. Pit bouwadvies is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door toepassing en uitvoering van deze tekeningen en adviezen.
© Copyright Pit bouwadvies / ForFarmers
Ruimtelijke onderbouwing Bockhorstweg 10 Spankeren
Bijlage
2 Landschappelijke inpassing
36
Bockhorstweg 10 Spankeren
Landschappelijke inpassing nieuwe stal
Gemeente Rheden 9 december 2022
Bockhorstweg 10 Spankeren
Inleiding
Het melkveebedrijf aan de Bockhorstweg nr 10 wil voor een duurzame bedrijfsvoering een nieuwe potstal bouwen. De planlocatie ligt nabij het dorp Spankeren op de grens van de Veluwezoom en het stroomgebied van de IJssel. De Bockhorstweg ligt aan de rand van de Spankerense Enk. De boerderij aan de Bockhorstweg nr. 10, bekend onder de historische naam ‘Op ’t Schaar’, behoorde lange tijd tot landgoed de Bockhorst, waarvan het hoofdhuis direct ten noorden van de boerderij ligt. Het landgoed de Bockhorst, waarvan het hoofdhuis beschermd is als rijksmonument, kent een lange geschiedenis die onlosmakelijk verbonden is met de boerderij. De kolommen van het toegangshek, het koetshuis en de garage van het landgoed zijn beschermd als gemeentelijk monument. De bebouwing op het boerenerf bestaat uit een historische boerderij met aangebouwd woonhuis en schuur met aangebouwde kapschuur. Daarnaast staan er twee grote, aaneengesloten stallen achter de historische bebouwing. Het erf zelf is zeer compact. In het verlengde van de Beukenlaan liggen binnen een agrarische bestemming ook enkele schuren en mestopslagruimte. Deze liggen op het terrein van de Bockhorst, maar worden door het bedrijf gebruikt. Aan de noordzijde grenst het erf direct aan de oprijlaan van de Bockhorst. De hoog opgaande beplantingen van het landgoed vormen het decor voor het boerenerf vanaf het zuiden en zuidwesten bezien.
Vanaf de Bockhorstweg wordt het zicht op de stallen volledig ontnomen door de boerderij en beplanting in de tuin van de boerderij. Aan de oostzijde van het erf is het landschap open. Hier stroomt de Soerensche beek (onderdeel Gelders Natuurnetwerk (GNN)) en liggen de weidegronden van het bedrijf. Achter de bestaande stallen ligt een belangrijke en historische zichtlijn vanaf het hoofdhuis van de Bockhorst naar het zuiden. Uitbreiding van bebouwing naar het oosten is, hoewel vanuit het bestemmingsvlak mogelijk, hierdoor ongewenst. De beoogde locatie voor de uitbreiding ligt dan ook direct ten zuiden van de bestaande stallen. Deze locatie ligt voor een deel buiten het bouwvlak van de bestemming.
Topografische kaart 2021 (boven) en topografische kaart ca. 1880 (onder) met rood omkaderd het plangebied (Bron: topotijdreis.nl
Uitsnede bestemmingsplankaart landelijk gebied (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
-2-
Bockhorstweg 10 Spankeren
Geschiedenis
De Bockhorst wordt voor het eerst genoemd in een koopakte uit 1456. In 1583 wordt het huis verwoest door Spaanse troepen, maar in 1613 wordt er opnieuw een havezate gebouwd op deze plek. Omstreeks 1710 behoren zes boerderijen tot de Bockhorst, waaronder de planlocatie genaamd ‘Zuybuckhorst’ (nu: ‘Op ‘t Schaar’). De Bockhorst bestond uit een rechthoekige, omgrachte huisplaats, met een centraal gelegen groot huis en een bijgebouw, waarin het huidige huis en koetshuis te herkennen zijn. Een imposante laan (de huidige beukenlaan) verbond het landgoed met Hof te Loo, dat centraal op de Spankerense Enk lag. Ter hoogte van de Bockhorst fungeerde de laan als oprijlaan en liep door tot aan de Soerensche beek (of Assenbeek). De Bockhorst wordt in 1840 opgedeeld en in meerdere percelen geveild. De Bockhorst wordt met inbegrip van de zes boerenerven en daarbij behorende vruchtbaar bouw- en weiland verkocht. De nieuwe eigenaar laat tussen 1844 en 1850 de buitenruimte van de Bockhorst omvormen tot een parkaanleg in landschapsstijl. De oorspronkelijke gracht rond het huis wordt vergraven tot vijver.
links: zicht vanaf noordzijde erf op de Bockhorst. Op de voorgrond de recente aanplant van laanbomen
(rechts)teplan voor -herstel van het Landgoed de Bockhorst Spankeren Tuinhistorisch onderzoek en waardestelling
Tussen vanaf 1865 wisselt de Bockhorst meermaals van eigenaar en wordt het landhuis meerdere keren verbouwd en uitgebreid. In 1919 wordt in de oprijlaan een garage gebouwd met daarboven een hooizolder. De architect is Knuttel uit Deventer. In 1937 wordt het landhuis verbouwd tot boerderij, waarbij de achterkant van het huis wordt ingericht als stal met hooizolder. Ten behoeve van de boerderij wordt in de laan, ten oosten van de garage, een stal gebouwd.
19-11-2018
landgoed rondom het landhuis
In 1989 wordt op de Bockhorst opnieuw ingrijpend verbouwd. De stallen en hooizolders verdwijnen, waarna het huis bestaat uit een beheerderswoning en een groot vakantiehuis. De functie als boerderij blijft ondanks deze verbouwing gehandhaafd. De beheerderswoning wordt bewoond door de boer, die de landerijen in de directe omgeving van het huis blijft pachten. Op het oostelijke deel van de oprijlaan tot aan de Assenbeek worden diverse schuren en opslagvakken voor kuilvoer en mest gebouwd.
(onder) reconstructiekaart van vroegere lanen en bossen van de Bockhorst, nr 1 is de planlocatie (Bron: Landgoed de Bockhorst te Spankeren, Landgoed de Bockhorst te Tuinhistorisch Spankeren - Tuinhistorisch onderzoek en waardestelling onderzoek en waardestelling 19 november 2018, Stichting In Arcadië)
Cultuurhistorische waardering De cultuurhistorische waarde van het complex landgoed de Bockhorst als geheel is in de actuele situatie positief. De cultuurhistorische waarde van de inrichting van de Beukenlaan ter hoogte van het hoofdhuis tot de beek is in de actuele situatie indifferent. De laan is als zodanig niet meer herkenbaar omdat de laanbeplanting is verdwenen en er diverse opstallen in de laan zijn gebouwd. De Beukenlaan is een belangrijk structurerend element in de aanleg. Het verdient aanbeveling het verlengde van de Beukenlaan, dat momenteel in gebruik is als erf en geen laanbeplanting heeft, te herstellen als laan.
19-11-2018
Bron: Landgoed de Bockhorst te Spankeren, Tuinhistorisch onderzoek en waardestelling 19 november 2018, Stichting In Arcadië
2.
Vanaf 2016 wordt gewerkt aan herstel en versterking van de parkaanleg in landschapsstijl. Er zijn verschillende maatregelen uitgevoerd. Zo is de gracht gedeeltelijk verbreed tot vijverpartij. De ruimte rond het huis is royaler vormgegeven en gemarkeerd door beukenhagen. De zichtassen ten zuiden en ten noorden van het huis zijn geaccentueerd door middel van hagen en door het verwijderen van bomen. In de as van de oprijlaan is een rhododendrongroep geplant als blikvanger en als camouflage van de daarachter gelegen agrarische opstallen. Recent is begonnen met herplant van de oprijlaan. Het is de wens om in de toekomst de oorspronkelijke laan tot aan de beek te herstellen en alle schuren, met uitzondering van de garage van architect Knuttel, te slopen en de opslagterreinen te verwijderen. Er wordt momenteel een visie opgesteld voor rood voor rood en herstel van de laanbeplanting. De initiatiefnemer is hiervan op de hoogte. In het ontwerp voor de nieuwe potstal is tevens nieuwe opslagruimte voorzien, waardoor de opslag in de schuren van het landgoed in de toekomst niet meer nodig is.
Reconstructiekaart van de Bockhorst omstreeks 1850.
1.
Veranderingen in de landgoedkern zijn de vernieuwde aanleg in landschapsstijl in om het huis en het verdwijnen van de parkbosjes aan de westzijde van de Bockhorstweg
2.
1.
In deze periode is de exacte omvang van het eigendom niet bekend. Om deze reden zijn alleen de landschappelijke structuren Reconstructiekaart van de Bockhorst omstreeks weergegeven 1850. en niet het grondbezit. De enk is nog Veranderingen ruim voorzien van kavel- en zijn de in deerf-, landgoedkern randbeplantingen. Twee boerderijen behoren vernieuwde aanleg in landschapsstijl in om het met zekerheidhuis tot de en Bockhorst: het verdwijnen van de parkbosjes aan de 1 Op ‘t Schaar; westzijde van de Bockhorstweg 2 Tasselder. In deze periode is de exacte omvang van het De Kappersweg en Landgoed Denk enOm Werk eigendom niet bekend. deze reden zijn ontstaan op de voormalige markgronden,structuren maar alleen de landschappelijke deze gebiedenweergegeven behoren niet en totniet de Bockhorst. het grondbezit. In deze periode aanleg het van erf-, kavel- en Dewordt enk isde nog ruim van voorzien Apeldoorns Kanaal en de spoorlijn Arnhemrandbeplantingen. Twee boerderijen behoren Zutphen voorbereid. met zekerheid tot de Bockhorst: 1 Op ‘t Schaar; 2 Tasselder.
De Kappersweg en Landgoed Denk en Werk ontstaan op de voormalige markgronden, maar
-3-
Bockhorstweg 10 Spankeren
Situatie
13000
8000
12500
20000
13000
sleufsilo 8 x 44 m
+6495
+2500
5500
2750
130
+1000
+100
±0 -800
40 105
Bockhorstweg
2000
potstal
-2160
westzijde
13600
3000
5770
12230
Doorsnede CC
40670
±0 -800
locatie van nieuwe stal
00
132 40
+1000
hart van het erf, rechts komt de nieuwe stal
kuilplaat 7 x 25 m
7000
+4120 strozolder
+2500
5500
4000
sleufsilo 11 x 44 m
11000
7000
44000
kuilplaat 7 x 25 m
8000
25000
+6495
17500
10000
48780
locatie nieuwe stal (bij benadering)
nieuwbouw potstal
6000
12000
4290
44490
Situatie 1:500
268
27
0
14-1 6
267
27
118
1 12
269
122
119
Inrichtingsgrens
ontwerp nieuwe potstal (Pit bouwadvies)
Bockh orstw eg
schuren op terrein de Bockhorst (de Beukenlaan )
6
9
oostzijde
zicht op bedrijf vanaf de Bockhorstweg (zuidwesten)
10
311 120
stramienmaat conform naastgelegen ligboxenstal afwijkende maat tussen stramien 6 en 7 aanpassen?
1 Kelder onder voergang kan netto maximaal 3,3 meter breed worden ivm aslast van het betondek!
2
3
4
5
6
7
8
270
4400
4400
4400
4400
4295
10
11
4400
4400
4400
4455
270
500
4400
9
locatie nieuwe stal (bij benadering)
44490
4400
4400
500
4400
3500
4000
S
ituatie: ectie: chaal:
B C1
zicht vanaf de Beukenlaan op landgoed richting het erf
Kadastrale X nr: 119 1:2000
270
3000
200
14300
270
200 34995
3000
200
9595
200
3000
1300
200 200
270
8755
D
200
200 3000
3000
Maatschap Bockhorstw 6956 CA S 06 - 400880 marc-elzeb
Locatie:
Bockhorstw 6956 CA Sp
200
Opdrachtgever:
trap
C
270
8755
Nieuwbouw
trap
3350
opslag stro
2750+P
potstal 315 m² (diepte 800-P)
6850
6850
potstal 315 m² (diepte 800-P)
Betreft: strozolder o.k.
3000
schuifdeur 4000x3500 mm (bxh)
3750
100+P
250
4500
Zijgevelhoogte 2,5 meter
D
250
Begane grond 250
D
taludbaan uitmesten
4500
B1
200
trap
4500
zicht over erf van noord naar zuid
4400
4
9850
trap
Schuifdeur op deze positie kan maar 3,5 meter hoog worden! Is dat voldoende?
17500
trap
A
opslag stro en berging
3000
250
entree erf aan de Bockhorstweg
270
3
4500
trap
4000
trap
9850
C
2
6150 800-P
trap
mestrobot
4000 200
200 3000
3000
P=0
2750+P
3000
17500
200
4500
emissie-arme vloer strozolder o.k.
4500
B
A
100+P
200
A
3500
1 Kelder onder voergang kan netto maximaal 3,3 meter breed worden ivm aslast van het betondek!
voergang
270
3000
200
Pit bouwadvie Voslaan 7 7156 MN Belt 34 0544 - 725925 info@pitbouw www.pitbouwa
14300
270
Begane grond
Tekeningen en adviezen van Pit bouwadvies zijn gemaakt op basis Pit bouwadvies is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door
van links naar rechts: ontwikkeling erf van 1920, 1950, 1975, 2008 tot 2021 (bron topotijdreis.nl)
-4-
Bockhorstweg 10 Spankeren
Huidige situatie
1:1.000 (A3) looproute koeien (weidegang)
De Bockhorst
mestsilo (buiten gebruik) kuilplaten
vaste mestopslag
sleufsilo’s schuur verhard pad kapschuur historisch bijgebouw
ere
So k
ee
eB
ch
ns
nlaan Beuke grens bouwvlak (bestemmingsplan)
stallen
schuur en kapschuur
boerderij (woning)
zichtlijn vanaf landhuis De Bockhorst
Bockhorstweg
tuin (siertuin)
moestuin, boomgaard, kippenren
-5-
Bockhorstweg 10 Spankeren
Toekomstige situatie 1:1.000 (A3)
ontwikkeling rood voor rood en herstel laanbeplanting en zichtlijn (planvorming en uitvoering door landgoed de Bockhorst)
De Bockhorst
herstel struweelbeplanting (wegedoorn, liguster, kardinaalsmuts)
op termijn te verwijderen mestopslag en silo
op termijn mogelijk doortrekken (verhard) erfpad
ere
So k
ee
eB
ch
ns
nlaan Beuke
nieuwe potstal verruiming erf
Bockhorstweg
mogelijk toekomstig herstel laanbeplanting door gemeente
losse struweelhaag 3 m breed, hoogte 2-3 m (meidoorn, sleedoorn, Gelderse roos, liguster)
-6-
Bockhorstweg 10 Spankeren
Plantoelichting
De nieuwe stal wordt in het verlengde en zo dicht mogelijk op de bestaande stal geplaatst. Hierdoor wordt het principe van het compacte erf gerespecteerd en blijft de zichtlijn vanaf het hoofdhuis van de Bockhorst behouden. De dakvorm is die van een kapschuur waarbij de lage zijde naar het zuiden is gericht. Hierdoor ontstaat er een logisch vervolg op de dakvormen van de bestaande schuren. Voorgesteld wordt om het erf te verruimen naar het zuiden toe. Hierbij wordt de lijn van de huidige tuingrens aangehouden en recht doorgetrokken naar achteren (lijn vrijwel haaks op de Bockhorstweg). Hierdoor ontstaat er enige ruimte ten zuiden van de nieuwe stal voor opslag en eventuele benodigde aanpassing of beperkte uitbreiding in de toekomst. Op de nieuwe erfgrens is aan de zuidzijde een struweelhaag gewenst. Anders dan de hagen rond de tuin, die geschoren zijn, is dit een tot een hoogte van max. 3 m vrijuit groeiende, gemengde haag met inheemse soorten (meidoorn, sleedoorn, Gelderse roos en wilde liguster). Hierdoor ontstaat er een natuurlijke overgang van de tuin naar het landschap. De haag vormt een groene plint langs het erf waardoor het zicht op het erf rond de nieuwbouw vanaf de Bockhorstweg afgeschermd wordt. Langs de noordgrens van het erf is de struweelrand langs de greppel aangetast door recente werkzaamheden op het erf (aanleg nieuwe sleufsilo’s en kuilplaten).
Om de wanden van de sleufsilo’s vanaf de oprijlaan van de Bockhorst aan het zicht te onttrekken is herstel van deze struweelrand noodzakelijk. Voorgestelde soorten zijn inheems en schaduw verdragend (wegedoorn, liguster en kardinaalsmuts). De voorgestelde beplantingen dragen bij aan versterking van de biodiversiteit en bieden een biotoop voor vogels en kleine zoogdieren. Tot slot bestaat de landschappelijke inpassing ook uit het mogelijk maken van verder herstel van de aanleg van landgoed de Bockhorst (specifiek het doortrekken van de laanbeplanting van de Beukenlaan tot aan de beek), door het gebruik van de schuren en mestopslagplaats in de nabije toekomst te beëindigen en deze binnen het eigen erf onder te brengen. Hierover is reeds overleg geweest en dit zal ook in goed overleg met de Bockhorst plaatsvinden. Op het moment dat er geen gebruik meer wordt gemaakt van voorzieningen bij de Bockhorst dient het verharde kavelpad mogelijk doorgetrokken te worden tot aan het verbindingspad naar de noordelijk gelegen graslanden, zodat er ook geen gebruik meer hoeft te worden gemaakt van de laan van de Bockhorst.
-7-
Ruimtelijke onderbouwing Bockhorstweg 10 Spankeren
Bijlage
3 QuickScan soortenbescherming
37
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
AANVRAGER
Maatschap Elzebroek Bockhorstweg 10 6956 CA Spankeren
LOCATIE BEDRIJF Bockhorstweg 10 6956 CA Spankeren
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING Initiatieflocatie:
Bockhorstweg 10 6956 CA Spankeren
Initiatiefnemer:
Maatschap Elzebroek Bockhorstweg 10 6956 CA Spankeren Tel: 0313-414566 e-mail: marc-elzebroek@hotmail.com.nl FarmConsult Sluisstraat 24 7491 GA Delden farmconsult@forfarmers.eu KvK nummer: 08207868 Vestigingsnummer: 000016141881 Opsteller F. Heslenfeld tel. 0653-330180 frans.heslenfeld@forfarmers.eu
Datum:
5 oktober 2022
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Adviseur/contact:
1
Inhoudsopgave
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
INHOUDSOPGAVE ................................................................................................ 1 INLEIDING ........................................................................................................... 2 PLANGEBIED EN VOORNEMEN .............................................................................. 3 WIJZE VAN ONDERZOEK ...................................................................................... 7 RESULTATEN: A. BUREAU-ONDERZOEK................................................................ 9 RESULTATEN: B. LOCATIEONDERZOEK .............................................................. 10 VOGELS ............................................................................................................. 11 VLEERMUIZEN ................................................................................................... 16 OVERIGE ZOOGDIEREN ...................................................................................... 17 AMFIBIËN, VISSEN EN REPTIELEN ...................................................................... 18 ONGEWERVELDEN ............................................................................................. 19 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN ......................................................................
20 RESULTATEN FLORA .......................................................................................... 21 BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING ....................................................... 22 WETTELIJK KADER ............................................................................................. 23 CONCLUSIES...................................................................................................... 25 GERAADPLEEGDE BRONNEN ............................................................................... 26 BIJLAGE 1 ALGEMENE VERBODSBEPALINGEN WNB.............................................. 27 BIJLAGE 2 STROOMSCHEMA WNB, BESCHERMING SOORTEN ............................... 29 BIJLAGE 3 CATEGORIEËN VOGELS ...................................................................... 30 BIJLAGE 4 BUREAUONDERZOEK ......................................................................... 31
1
Inleiding FarmConsult heeft van Mts. Elzebroek, Bockhorstweg 10, 6956 CA te Spankeren opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming ten aanzien van bescherming soorten. Deze quickscan is uitgevoerd in het kader van de procedures ruimtelijke ordening en da daarna te volgen aanvraag omgevingsvergunning bouwen. Deze quickscan heeft als doel om te toetsen of vooraf uit te sluiten is dat door het project natuurwaarden ten aanzien van soorten conform de Wet natuurbescherming aangetast kunnen worden.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Op basis van deze quickscan kan uitsluitsel worden gegeven of de gemeente bij het behandelen van een aanvraag / melding Omgevingsvergunning een ontheffing dient aan te vragen bij de provincie.
2
Plangebied en voornemen Huidig gebruik Het plangebied is gelegen aan de Bockhorstweg 10, 6956 CA te Spankeren in de gemeente Rheden. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door een open agrarisch landschap met voornamelijk veehouderij en akkerbouw. Een aantal wegen, vooral ten noorden van het bedrijf, zijn omrand met bomenrijen; ten zuiden met losstaande bomen. Er zijn enkele kleine bosjes in de directe nabijheid aanwezig. De locatie is gelegen op een afstand van: -
Ca. 520 m ten N van de bebouwde kom van Spankeren, de dichtstbij gelegen bebouwde kom Ca. 470 m ten NW van provinciale-weg N 348 Ca. 300 m ten NW van de spoorlijn Arnhem - Rheden Ca. 50 m ten ZW van een bosgebiedje, onderdeel van natuurnetwerk Gelderland Ca. 160 mtr ten W van een categorie A waterloop Ca. 100 m ten Z van een categorie B waterloop Ca. 540 mtr ten NWW van Natura 2000 gebied Rijntakken (uiterwaarden Ijssel) Ca. 1960 mtr ten O van natura 2000 gebied Veluwe
Figuur 1. Luchtfoto met ligging in regio (in gele ovaal)
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Het bestaande en goedgekeurde grondgebruik van de locatie betreft agrarisch gebruik.
3
Ligging ten opzichte van beschermde gebieden Natura 2000
Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, in heel directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied. Het meest nabijgelegen Natura-2000 gebied is het gebied Rijntakken op een afstand van ca. 540 meter.
Ligging ten opzichte van gebieden met aanduidingen Natuurnetwerk Gelderland. In figuur 3 is deze ligging aangegeven.
Figuur 3. Ligging ten opzichte van aanduidingen Natuur Netwerk Gelderland
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Figuur 2. Ligging ten opzichte van dichtstbij gelegen Natura 2000 gebied
4
Voorgenomen werkzaamheden
Locatiefoto 1 Luchtfoto huidige situatie met in geel aanduiding betreffende te realiseren gebouw.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
De bedrijfslocatie is bebouwd met een bedrijfswoning en 7 deels aan elkaar gebouwde rundveestallen / bedrijfsgebouwen, sleufsilo’s en een ronde drijfmestsilo. Het voornemen betreft de bouw van een nieuwe potstal voor rundvee, ten zuiden van de huidige rundveestallen.
5
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Locatiefoto 2 foto ter plaatse; planlocatie ongeveer tussen de gele lijnen
6
Wijze van onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd door het uitvoeren van een en een bureauonderzoek en een locatiebezoek. Het bureauonderzoek richt zich op gegevens die van belang zijn voor het mogelijk vóórkomen van beschermde flora- en fauna op de locatie. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen, websites op internet en de Nationale Databank Flora en Fauna(NDFF). Daarin zijn alle waarnemingen in het onderzoeksgebied van de afgelopen 5 jaar opgenomen en beoordeeld. Tijdens het locatieonderzoek is het plangebied, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Er is zoveel mogelijk informatie verzameld om aan-of afwezigheid van beschermde soorten te kunnen vaststellen. Hiervoor is gekeken of er visuele waarnemingen konden worden gedaan of dat geluiden van soorten konden worden waargenomen. Tijdens het bezoek is gekeken naar nesten, pootafdrukken, krab- en andere sporen, uitwerpselen en dergelijke. Op basis van het bureau onderzoek en het locatieonderzoek samen kan een goede inschatting worden gemaakt welke beschermde flora en fauna in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn. De quickscan is echter geen volwaardig (soorten) onderzoek of ecologische inventarisatie maar slechts een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie. Er heeft 1 veldbezoek op de planlocatie en de naaste omgeving plaatsgevonden.
: 29-09-2022 : ochtend : mistig, overgaand naar blauwe lucht met een beetje bewolking : 9º - 11º C
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Datum Tijdstip Weersbeeld Temperatuur
7
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Figuur 1. Luchtfoto bedrijf (gele ovaal)
8
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Resultaten: a. Bureau-onderzoek Zie bijlage 4
9
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Resultaten: b. Locatieonderzoek
Fauna
10
Vogels
Tijdens het locatiebezoek zijn de volgende vogels in het plangebied of de direct omgeving daarvan aangetroffen. aantal 4, rustend
Ekster
1, overvliegend en nest Meerdere overvliegend gehoord en nesten Meerdere rondvliegend, gehoord, rustend en nesten 1 overvliegend uilenkast uilenkast
Boerenzwaluw
Huismussen
Meeuw Steenuil Kerkuil
plaats Nok rundveestal, ca 15 m N van planlocatie Nest in boom ca 30 mtr Z planlocatie
Onderstaande foto’s 1, 2
Nesten in bestaande rundveestal, ca. 30 mtr N van planlocatie
3
In de tuin en beplanting op ca. 20 mtr ZWW van de planlocatie
4
Ca 100 mtr Z van planlocatie In boom ca 40 mtr W van planlocatie In nok bestaande loods ca. 50 mtr. N van planlocatie
5 6 7
Foto 1 en 2 Turkse tortels in nok stal
2
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Soort Turkse tortel
11
Foto 3 Nest Boerenzwaluw in rundveestal
Foto 4 Huismussen op haag tuin
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Foto 2 Eksternest in boom
12
Foto 7. Nestkast Steenuil
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Foto 6. Meeuw overvliegend
13
Foto 8. Nestkast Kerkuil Bespreking:
Huismussen: Deze zijn aangetroffen in de hagen en rond de groenten / bloementuin ten zuiden van het huis en ten westen (Zww) van de planlocatie op een afstand van ca. 20 mtr. De huismussen fourageren in en rond de veestallen en bij de opslagplaatsen van voer. Nesten komen voor in de struiken en hagen van genoemde tuinen. Op de planlocatie zijn geen waarnemingen van verblijf, fouragerende dieren en / of nesten. Kerkuilen: In de werktuigenloods, zo’n 50 mtr ten noorden van de planlocatie, is een nestkast voor kerkuilen aanwezig. Tijdens het locatiebezoek waren er geen waarnemingen van aanwezigheid van deze soort en of sporen daarvan. Naar verluid maken exemplaren van deze soort niet elk jaar gebruik van de nestkast. Steenuilen: Aan de westkant van de tuinen, op zo’n 40 mtr ten westen van de planlocatie, is een nestkast voor deze soort aanwezig op voldoende hoogte. Ook deze soort maakt niet elk jaar gebruik van deze nestkast. Beide uilenkasten zijn onder controle van de uilenvereniging. Het erf op het bedrijf wordt goed opgeruimd gehouden wat zorgt dat het directe erf geen aantrekkelijk foerageergebied is. De overige waargenomen vogelsoorten betroffen waarnemingen buiten de planlocatie. Er zijn geen nesten aangetroffen. De planlocatie biedt ook geen direct foerageergebied.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Op en rond het bedrijf komen meerdere vogelsoorten voor. Voor wat betreft jaarrond beschermde soorten zijn dat huismussen, kerkuilen en steenuilen.
14
Gezien de begroeiing met enkel gras en (on)kruiden en geen opgaande begroeiing is er van nestmogelijkheden voor vogelsoorten geen sprake.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Niettemin wordt geadviseerd om het bouwrijp maken vóór het broedseizoen (globale richtlijn 15 maart - 15 juli) uit te voeren of te beginnen na 15 juli.
15
Vleermuizen
Foto 9. Boom naast planlocatie zonder mogelijke scheuren of holen
Bespreking: Er zijn geen waarnemingen van vleermuizen, sporen en/of (potentiele) verblijfplaatsen voor vleermuizen in en in de directe omgeving van de planlocatie. Effecten voor vleermuizen zijn uitgesloten.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Tijdens het locatiebezoek zijn geen tekenen van aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied of de direct omgeving daarvan aangetroffen. De enig mogelijke verblijfplaats zou de , staan blijvende, boom net ten westen van de planlocatie kunnen zijn. Deze bevat echter geen holen, scheuren, kieren om daarvoor geschikt te zijn. Zie foto 9.
16
Overige zoogdieren
Soort Mol
Teken van aanwezigheid molshoop
plaats
Onderstaande foto
W naast planlocatie op ca. 5 mtr.
10
Foto 10. Molshoop W naast planlocatie Bespreking: De planlocatie, en de directe zone hier omheen, biedt enkele algemene zoogdiersoorten wel een potentieel geschikt leefgebied. Hierbij moet met als eerste gedacht worden aan soorten als: Ware muizen, woelmuizen, spitsmuizen, bruine rat, mol en egel. Voor kleine marterachtigen kunnen er potentiële prooidieren aanwezig zijn. Tijdens het bezoek is er enkel een niet verse molshoop aangetroffen op ca. 5 mtr. ten westen van de planlocatie. Verder geen uitwerpselen of mogelijk andere sporen van algemene zoogdieren. De mol is niet opgenomen als beschermde soort. Na uitvoeren van het voornemen blijft de omgeving geschikt voor genoemde soorten.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Tijdens het locatiebezoek zijn de volgende overige zoogdieren of tekenen van aanwezigheid in het plangebied of de direct omgeving daarvan aangetroffen.
17
Amfibiën, vissen en reptielen
Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen soorten amfibieën, vissen of reptielen of tekenen daarvan aangetroffen.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Bespreking: De voorgenomen ingrepen vinden op het land plaats en er is deels reeds erfverharding aanwezig. Effecten op deze soortgroep kunnen op voorhand worden uitgesloten.
18
Ongewervelden Tijdens het locatiebezoek is gekeken naar potentiele verblijfsplaatsen en vliegroutes. Het plangebied is in potentie zeer matig geschikt voor dagvlinders en libellen.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Bespreking: Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde soorten uit deze groep aangetroffen. Het plangebied is ook niet geschikt voor deze soorten zodat het voorkomen van beschermde soorten zoals bijvoorbeeld libellen kunnen worden uitgesloten.
19
Overige beschermde soorten (Sprinkhanen, krekels, geleedpotigen, nachtvlinders, mossen, korstmossen, algen, wieren etc.) Tijdens het locatiebezoek is gekeken naar potentiële verblijfsplaatsen en vliegroutes. Er zijn enkele spinnenwebben aangetroffen in de boom ten westen naast de planlocatie. Zie foto 11.
Foto 11 Spinnenwebben in boom
Bespreking: Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde soorten uit deze groep aangetroffen. Het gebied is ook niet geschikt voor deze soorten zodat het voorkomen van beschermde soorten kan worden uitgesloten.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Het plangebied is in potentie zeer matig geschikt voor soorten uit deze groep. Er zijn geen bloeiende bloemen en geen waterpartijen in het plangebied.
20
Resultaten Flora Vaatplanten Tijdens het locatiebezoek is gekeken naar aanwezigheid van beschermde soorten uit deze groep.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Bespreking: Het plangebied bestaat uit weide (ponyweide) en erfverharding en wat opslag van materialen. Er zijn geen beschermde flora aangetroffen. Effecten van de voorgenomen ingreep kunnen dan ook op voorhand worden uitgesloten.
21
Beoordeling Wet natuurbescherming Vogels Gezien de plaatsen en afstand tot de planlocatie zijn geen effecten op jaarrond beschermde vogelsoorten te verwachten. Niettemin wordt er, door buiten het broedseizoen de bouw te beginnen, hiermee rekening gehouden. Zoals aangegeven zijn de huidige verblijven van de kerkuil en steenuil niet in of op de planlocatie. Initiatiefnemer voert reeds stimulering van soorten uit, in contact en afstemming met de betreffende deskundigen.
Overige soorten Voor de overige soorten flora en fauna in het plangebied geldt dat geen ontheffing noodzakelijk is.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Tijdens de uitvoering van het project dient rekening gehouden te worden met deze soorten zodat er zo min mogelijk verstoring is.
22
Wettelijk kader WET NATUURBESCHERMING Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn: de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht.
Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent verschillende beschermingsregimes. Er is een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bonn en het Verdrag van Bern. Daarnaast is er een apart beschermingsregime voor soorten die vanuit een nationaal belang beschermd worden. Elk beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten aan ontheffingen of vrijstellingen. De verschillende beschermingsregimes zijn in de Wet natuurbescherming vertaald naar de volgende categorieën: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels zijn beschermd onder het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1); 2. Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt (paragraaf 3.2); 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal belang bescherming behoeven (paragraaf 3.3).
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Zorgplicht Voor alle flora en fauna die in het wild voorkomen geldt een algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen met betrekking tot in het wild levende flora en fauna en het leefgebied van deze flora en fauna. Voor de uitvoer van handelingen (bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen) betekent dit dat voorafgaand aan de uitvoer er inzicht moet zijn in de aanwezige flora en fauna en wat het effect van de handelingen is op de aanwezige flora en fauna. Negatieve effecten op de aanwezige flora en fauna moeten in alle gevallen tot het minimale worden beperkt, ook als er een vrijstelling is voor bepaalde soorten, of als een ontheffing is verleend.
23
Tabel met een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime.
Art. 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen Art. 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben Art. 3.1. lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijk invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Categorie 2 (§3.2) Art. 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Art. 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Categorie 3 (§3.3) Art. 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen Art. 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art. 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Art. 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art. 3.10 lid 1c Het is vrboden plantensoorten in hun natuurlijke verspridingsgebied te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
3.1.3 Ontheffingen en vrijstellingen Het is mogelijk om in bepaalde gevallen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming middels een ontheffing of vrijstelling te ontwijken. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing of vrijstelling moet aan drie eisen/criteria worden voldaan: • Er is geen andere bevredigende oplossing voorhanden om overtreding van een verbodsartikel te voorkomen; • De handelingen worden uitgevoerd in het kader van een wettelijk belang. Voorbeelden van dergelijke belangen zijn ruimtelijke ontwikkeling, bestendig beheer en volksgezondheid; • De handelingen als geheel mogen geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhouding van een soort.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING
Categorie 1(§3.1) Art. 3.1. lid 1 Het is verboden in het wild levende vogls opzettelijk te doden of te vangen
24
Conclusies De beoogde werkzaamheden kunnen zonder effecten op broedvogels of overige beschermde soorten uitgevoerd worden. Er is geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Er is ook voor de overige natuurwaarden geen ontheffing noodzakelijk. In onderstaande tabel zijn de mogelijke effecten samengevat. Wij adviseren wel om deze conclusie (het rapport) door het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning (Gemeente Rheden) te laten bevestigen. Het rapport kan ter beoordeling worden voorgelegd aan de provincie Gelderland, maar dit is geen wettelijke verplichting. In dit geval is de noodzaak daartoe niet aanwezig omdat op voorhand effecten zijn uitgesloten. Ingreep verstoren d Mogelijk
Nader onderzoek noodzakelij k Nee
Wnbontheffing noodzakelij k Nee
Vogels
Broedvogel s
Jaarrond beschermd
Nee
Nee
Nee
Verblijfplaatsen Vliegroutes
Nee
Nee
Nee
-
Nee
Nee
Nee
-
Overige zoogdieren
Nee
Nee
Nee
-
Amfibieën
Nee
Nee
Nee
-
Reptielen
Nee
Nee
Nee
-
Vissen
Nee
Nee
Nee
-
Libellen en vlinders
Nee
Nee
Nee
-
Vaatplanten
Nee
Nee
Nee
-
Vleermuize n
Bijzonderheden/opmerkingen
Vanuit voorzorgsbeginsel worden de activiteiten van sloop buiten het broedseizoen uitgevoerd. -
Tijdens/ na uitvoeringsfase worden bevorderingsmaatregele n genomen.
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING SOORTENBESCHERMING