CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2_Redengevende omschrijving Landgoed Middachten 7 De Steeg_Wolfskuil

Raadsvergadering 26 maart 2024, gemeente RhedenBij agendapunt: Aanwijzing drie gemeentelijke monumenten2.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beschrijving van Landgoed Middachten 7, 6994JC De Steeg Datum beschrijving: 28 april 2023 Auteurs: Martijn Andela Bezoekdatum: n.v.t. Naam van het monument: De Wolfskuil, tot 1797 Wolfsstege/-steeg/-stede Architect: onbekend, fase 1863-’64: Jan Brink Evers (1817-1890) Bouwjaar: waarschijnlijk vanaf XVB gefaseerd tot stand gekomen Oorspronkelijke functie: boerderij Opmerking Boerderij De Wolfskuil wijkt af van de andere objecten op landgoed Middachten in het feit dat zij ogenschijnlijk te weinig monumentale waarden vertegenwoordigde om ook te worden ingeschreven als rijksmonument. Deze beschrijving is opgesteld n.a.v. een verzoek van Middachten tot aanwijzing van de boerderij als gemeentelijk monument, nadat een onderzoek tot nieuwe inzichten over de waarden leidde. De boerderij is niet bezocht. De beschrijving van het interieur is gebaseerd op een bouwhistorisch rapport van De Fabryck. Stedenbouwkundige context Boerderij De Wolfskuil is gebouwd op de overgang van de Veluwse stuwwal naar het dal van de IJssel. Tussen de rivierkleigronden van het IJsseldal en het lemig fijn zand aan de voet van de Veluwe ligt een strook veen, waarop o.a. de aan de boerderijlocatie grenzende broekbossen Kooibosch en Faisantenbosch liggen.

Net als de nabij gelegen boerderij Gotinksgoed ligt de Wolfskuil binnen de beschermingscontour van landgoed Middachten, evenwijdig aan de oude Boerenweg die hier tot de aanleg van de Middachterallee in 1640 de belangrijkste infrastructuur was. De Boerenweg was onderdeel van de middeleeuwse ‘onderweg’ (ter onderscheiding van de hoger gelegen Arnhemse bovenweg) die van kerk naar kerk door de verschillende dorpen liep en de doorgaande route tussen Arnhem en Zutphen vormde. Buiten de dorpen liggen de oude boerderijen aan deze plaatselijk nog herkenbare weg. Op Middachten zijn dat – naast de beide genoemde boerderijen – Oud-Middachten en Borg Keppel. De Wolfskuil heeft net als Gotinksgoed zijn eigen onverharde steeg/ schapendrift naar de Middachterallee, met wat losse bomen erlangs. Ten noorden van de allee zette de steeg zich voort in een gezamenlijke schaapssteeg voor beide boerderijen naar de vroegere heidevelden van de Veluwe. Dat de schaapssteeg van De Wolfskuil zoals veel andere oude infrastructuur binnen de grenzen van het landgoed nooit is getransformeerd tot een rechte laan, is opvallend te noemen. Voorbij de schaapskooi van De Wolfskuil zet de steeg zich voort in een pad richting het Middachter broek. Ten oosten van De Wolfskuil ligt de Wijer, een vierkante, moerassige en met elzen begroeide kuil die bedoeld was om kwel- en regenwater op te vangen.

Aan de zijden van de Boerenweg en de boerderij is de Wijer in het talud ingegraven, aan de zuid- en oostzijde is de rand opgelegd als dijk. Mogelijk ontleent de Wolfskuil haar naam aan dit oude element binnen het waterstelsel van Middachten. Vroeger had de boerderij aan de zuidwestzijde een in tweeën gedeelde moestuin en ten zuidoosten een boomgaard. Tegenwoordig ligt voor het huis een siertuin. Ten zuiden van het huis ligt een smalle strook siertuin; de rest van het erf heeft een bedrijfsmatig karakter. De behoefte aan extra ruimte heeft geleid tot het ontstaan van een nieuw werkerf aan de noordzijde van de Boerenweg. Op het erf van de boerderij bevinden zich zes opstallen. Van deze hebben alleen de boerderij en de achtzijdige schaapskooi een historisch karakter. De kooi is samen met een veertigtal andere onderdelen van landgoed Middachten aangewezen als rijksmonument.

Architectonische verschijningsvorm Exterieur De bakstenen T-huisboerderij is opgetrokken op rechthoekige grondslag. Het voorhuis dateert uit 1863-’64 en heeft twee bouwlagen onder een met gesmoorde oude holle pannen gedekt schilddak, met uitzondering van het zuidoostelijke dakschild, dat met rode pannen is gedekt. Op beide nokeinden staat een gemetselde schoorsteen en in het voordakschild zijn hoog in het dak twee kleine ramen aangebracht. De voorgevel heeft een uit het midden geplaatste Vlaamse gevel uit vermoedelijk 1973, met een dubbelvenster. Ter weerszijden van de Vlaamse gevel bevinden zich twee symmetrisch geplaatste zolderramen uit de bouwtijd, hoewel het rechterraam in de jaren 1960 veranderd is in een uitzetraam. Oorspronkelijk waren de zolderramen naar binnen draaiende stolpramen met een roedenverdeling en een opvallende, dubbele verticale roede, zoals nog aanwezig aan de rechterzijde, met dien verstande dat aan het begin van de twintigste eeuw wel nog diefijzers zijn aangebracht. De vijf vensters en voordeur op de begane grond stammen uit de jaren 1960, en zijn geplaatst ter vervanging van een deur met een bovenlicht en drie hogere ramen met luiken en de eerdergenoemde opvallende roedenverdeling met een dubbele verticale roede.

De twee kelderkoekoeken onder de Vlaamse gevel dateren uit de bouwtijd, maar de roosters, ramen en kozijnen zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw aangebracht. De rechterzijgevel heeft nog een oorspronkelijk zolderraam zoals in de voorgevel, en had getuige de duimen in het kozijn bovendien als enige zolderraam luiken, vanwege de ligging op zuid. Op de begane grond is in de periode 1960-’73 het westelijke venster vernieuwd en tegelijkertijd in oostelijke richting opgeschoven en het oostelijke venster is destijds nieuw aangebracht. Ook de linkerzijgevel heeft een zolderraam dat is veranderd in een uitzetraam, maar met een kozijn uit de bouwtijd, en een in de jaren 1960 vernieuwd, verlaagd en naar het oosten opgeschoven venster op de begane grond. Het achterhuis was oorspronkelijk een hallehuisboerderij en heeft een met gesmoorde oude holle pannen gedekt wolfdak met windveren langs de dakrand. Tot ca. 1969 was het achterhuis geheel met riet gedekt. In beide zijgevels bevinden zich betonnen stalvensters die in de linkerzijgevel langs de Boerenweg uit de jaren 1950 dateren; de rechterzijgevel is tot aan de opkamer in 1973 nieuw opgetrokken. Deze gevel is niet voorzien van steunberen, maar de linkerzijgevel heeft er zes. Ter plaatse van de aansluiting op het voorhuis is het dakvoet van het achterhuis aan beide zijden opgetild.

In de linkerzijgevel bevindt zich hier thans een uit houten delen opgebouwde dubbele deur uit 1973, met een klein venstertje linksboven daarvan. Hier bevond zich vroeger een raam met de eerdergenoemde dubbele roedenverdeling. Bij de rechterzijgevel is het opgetilde dakvlak doorgezet in een terrasoverkapping van rond 1970 die doorloopt over het voormalige privaat, herkenbaar aan een klein venstertje. De gevel ter plaatse van de oorspronkelijke opkamer heeft een venster dat vermoedelijk nog van omstreeks 1725 dateert en in 1863-’64 is hergebruikt en samengevoegd tot een pui, met inbegrip van de huidige deur, waarvan het paneel in de periode 1960-’73 is afgetimmerd met kraalschroten. In het rechterdakschild bevinden zich drie kleine, onregelmatig geplaatste dakvensters. De bakstenen achtergevel met gecementeerde plint van het achterhuis is in 1909 geheel nieuw opgetrokken, waarschijnlijk iets ten oosten van zijn voorganger. Het wolfseind had een uilenbord dat met de vervanging van de dakbedekking is komen te vervallen, en zwenkt aan de onderzijde iets uit. De opgeklampte deel- en mestdeuren onder korfbogen zijn recentelijk vernieuwd, waarbij de nieuwe gehengen buiten de neggeblokken aan het metselwerk zijn bevestigd. De gietijzeren raampjes aan weerszijden van de deeldeuren zouden in 1863-’64 kunnen zijn hergebruikt. De noordelijke hoek van

het achterhuis wijkt af, omdat deze in 2005 opnieuw is opgetrokken met gebruikmaking van afgebikte steen en portlandcement. Interieur De plattegrond van het achterhuis van de boerderij is zoals gebruikelijk in drieën verdeeld, door twee rijen gebintstijlen van vijf (gekoppelde) ankerbalkgebinten met daarop de hele en overlangs gehalveerde slieten van de hooizolder. In het midden bevindt zich de deel en boven de zuidelijke zijbeuk een hilde waarvan de constructie relatief recent is vernieuwd. De ankerbalkgebinten zijn voorzien van gesneden telmerken die dateerbaar zijn in de veertiende of vijftiende eeuw. De jukspanten van het achterhuis zijn bij de verbouwing van de jaren 1860 vernieuwd, waarbij de oude jukspanten zijn hergebruikt in de kap van het woonhuis. De gehakte telmerken op deze spanten zijn van een type dat de spanten in de periode 1475-1600 dateert. Uit de telmerken en bouwsporen blijkt dat het eerste ankerbalkgebint is verdwenen. Dit stond ter plaatse van de achtergevel van het huidige woonhuis en is vervallen toen de (destijds nog hallenhuis)boerderij rond 1725 een stenen voorgevel kreeg. Bij de verbouwing in de jaren 1860 is een deel van de woonruimte van de hallenhuisboerderij toegevoegd aan de bedrijfsruimte, maar er zijn ook enkele aan het nieuw toegevoegde woonhuis grenzende ruimtes al dan niet aangepast blijven bestaan.

Dit zijn de huidige bijkeuken aan de zuidzijde en de voormalige koelruimte aan de noordzijde. De verkeersruimte met douche en toilet hier tussenin is het restant van een slaapkamer die in de jaren 1860 is aangebracht. Hierachter was op de deel door Brink Evers een roskarnmolen gepland. De indeling van het voorhuis, die grotendeels nog overeenkomt met de oorspronkelijke, bestaat uit een kamer aan de noordzijde, een gang, een woonkamer in het midden waaronder een door een gedrukt tongewelf overkluisde melkkelder ligt, en een keuken aan de zuidzijde. De ruimtes achter de woonkamer zijn samengevoegd en hier is in de tweede helft van de twintigste eeuw. Op de verdieping zijn vier zolderkamers, waarvan er twee terug gaan op de oorspronkelijke indeling. In het woonhuis bevinden zich nog interieurafwerkingen zoals tegelvloeren of paneeldeuren die monumentale waarden vertegenwoordigen. Cultuurhistorische context De eerste vermelding van het huis Middachten stamt uit 1315, maar een oorkonde uit 1190 maakt reeds melding van het geslacht Van Middachten. Deze familie heeft al in 1200 de hofstede Wolfssteeg in leen. Daarmee is het niet ondenkbaar dat de boerderij een oudere oorsprong heeft dan de kern waarom zich later landgoed Middachten vormde.

De naam van de Wolfssteeg is vermoedelijk een verwijzing naar de schaapssteeg vanaf het erf en de aantrekkingskracht die de schaapskudde op wolven moet hebben gehad. Uit latere eeuwen zijn nog enkele beleningen van de boerderij bekend: in 1348 beleende graaf Johan van Kleef ‘heer Henricken van Middachten met een halve goud [goed] gelegen tot Middachten, geheeten de Wolfssteege.’ En ruim honderd jaar later, in 1464, wordt Arent van Middachten door de hertog van Gelre beleend met de boerderij, met enkele hectaren grond ‘boven’ op de Veluwe en ‘beneden’ in de waarden. Arent van Middachten gaf de Wolfskuil in 1482 in vruchtgebruik aan zijn vrouw Belie van Wilp. Door de aankoop van Gotinksgoed, vijf jaar later, werden de gronden van De Wolfskuil en het kasteel aaneengesmeed. Gedurende een groot deel van de zeventiende eeuw, in ieder geval tussen 1619 en ca. 1660, was de Wolfssteeg geen pachtboerderij, maar ‘vant Huis te Middachten gebouwt ende gebruijckt’. De bewoners waren dus in dienst van heer (en vrouwe) van Middachten. Deze bijzondere situatie was in 1695, onder Godard van Reede van Ginkel, beëindigd toen ene Garrit Rijx pachter was. Sindsdien is

de Wolfskuil altijd een pachtboerderij van Middachten geweest. In de late zeventiende eeuw duikt in de administratie ook voor het eerst de verbastering ‘Wolfstede’ op en in de Franse tijd wordt de boerderij voor het eerst ‘Wolfskuyl’ genoemd. De verbouwing in de jaren 1860, waarbij een woonhuis aan de hallehuisboerderij is toegevoegd, werd getekend en uitgevoerd door de Ellecomse timmerman-architect Jan Brink Evers. Hij is tegenwoordig vooral bekend als de vader van de latere hoogleraar aan de Technische Hogeschool in Delft Henri Evers, maar was in de negentiende eeuw een gerespecteerde partij in de regio die veel werkte voor de adellijke families Van Heeckeren van Wassenaer – eigenaar van Twickel en het Hof te Dieren – en Bentinck – eigenaar van Middachten. Tot zijn oeuvre behoren onder meer: de voor een aanzienlijk deel opnieuw in historiserende stijl opgetrokken Gelderse Toren; het schip van de Ellecomse Nicolaaskerk; het badhuis Bethesda in Laag-Soeren; de Hervormde kerk in Dieren; en de nog bestaande warmtemuur rond de moestuin en boomgaard van het Hof te Dieren. Al deze objecten zijn tegenwoordig rijksmonument. Waardering De Wolfskuil is een boerderij in de directe nabijheid van het kasteel Middachten die samen met Gotinksgoed sterk beeldbepalend is vanaf de Middachterallee.

De boerderij vertegenwoordigt waarde als onderdeel van het historische ensemble dat het landgoed Middachten is, en als één van de vier boerderijen op het landgoed in de overgangszone tussen stuwwal en IJsseldal die vanwege hun ligging nog steeds verwijzen naar de oudste infrastructuur in het gebied, en vanwege de samenhang met de schaapskooi en -steeg, waarmee de boerderij een herkenbare verwijzing naar de agrarische historie van Middachten en de Veluwezoom vormt. Bouwhistorisch is de boerderij van belang vanwege haar hoge ouderdom en gelaagdheid. Historisch gezien is de boerderij van waarde als één van de eerste goederen die aan het huis en de geslacht Van Middachten verbonden was. Er lijkt in het verleden ook een bijzondere relatie te zijn geweest met de familie. De betrokkenheid van Jan Brink Evers, als vaste timmerman-architect van Middachten die veel gebouwd heeft op landgoederen, heeft een positieve waarde. De boerderij voldoet derhalve aan de eerste twee (basis)criteria voor plaatsing als gemeentelijk monument, en de criteria 3b, 3d, 4b, 4d en 5c. Bronnen J. Heijenbrok en G. Steenmeijer, Landgoed Middachten te De Steeg. Boerderij De Wolfskuil. Waardestellend Bouwhistorisch Onderzoek, Utrecht, 2023. K.D. Aschman, H.M.J. Tromp, P. Verhoeff e.a., Beheervisie voor de historische buitenplaats Middachten, De Steeg, Heerde, 2010. T. Hoekstra ed., Middachten.

Huis en heerlijkheid, Utrecht, 2002.

Afbeeldingen

De beschermingscontour van Landgoed Middachten in rood en de positie van de Wolfskuil daarbinnen. Bron: Beheervisie Stichting PHB uit 2010.

Detail ‘Caart van de Hofstee genaamt Wolfssteeg’ uit het kaartenboek van Bernard Elshof, 1729. Op de kaart is de stenen voorgevel uit 1725 te zien, alsmede een hooiberg, een boomgaard en een moestuin.

‘Kaart van den Onsaligen Bosch, Essop en den Rouwenberg’ door P. van Dieren, 1772-’74 (NA 4.VTH, inv. nr. 1877), bewerkt door De Fabryck. De schapen werden van de schaapskooien (geel) bij de hofstede via de ‘schaapstra’ (schapendrift) geleid naar de schaapskooi in het Ellecomse bos (rood, bij de pijl).

Een detail uit de kaart van Van Dieren uit 1772-’74.

Weergave van de gebouwen (rood) van De Wolfskuil en Gotinksgoed in 1832 (eerste Kadaster) op de ‘hillshade’ weergave van de huidige hoogtekaart. Het tracé van de middeleeuwse Boerenweg is in oranje aangegeven, de Wijer is blauw. De schaapskooi is herkenbaar aan de ronde koppen; de hooiberg aan de vijfhoekige vorm. Voor de boerderij stond een klein bakhuisje en verder stonden er op het erf nog twee schuren.

Niet geheel zo uitgevoerd verbouwingsplan door Jan Brink Evers uit 1863, met daarin in groen de vermoedelijke indeling van de boerderij voordien, zoals deze was ontstaan omstreeks 1725. Archief Huis Middachten, bewerking door De Fabryck.

De Wolfskuil omstreeks 1930, Nederlandse Heidemij. (NA 2.24.06.02, inv. nr. 164-0731). Kort na deze foto zou de hooiberg verdwijnen. De (wellicht gietijzeren) ramen van het woonhuis uit 1863-’64 (inzet) hebben nog hun oorspronkelijke hoogte en roedenverdeling en zijn voorzien van luiken.

Oorspronkelijk indeling voorgevel. Bouwtekening 1960, part. coll.

Voorgevel, begin 2023. Foto De Fabryck.

Achtergevel, begin 2023. Foto De Fabryck.

Rechterzijgevel, begin 2023. Foto De Fabryck.

Linkerzijgevel, begin 2023. Foto De Fabryck.

Het erf van de Wolfskuil, begin 2023. Bron: bouwhistorische waardestelling De Fabryck.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=ddd41ddc-5a07-4ee2-bd60-29a5ad2caa27