CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij voorstel bodemregels in omgevingsplan - Bestaand bodem beleid

Raadsvergadering 31 oktober 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: Bouwstenen voor bodemregels in het omgevingsplan3.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2

Bestaande landelijke en provinciale bodemwet en -regelgeving en lokaal bodembeleid Bodem is de bovenste laag van de aarde, waarin planten groeien en wormen leven. De ondergrond ligt daaronder en bestaat bijvoorbeeld uit zand en klei. De bodem en ondergrond worden gevormd door eeuwenoude natuurverschijnselen, zoals oude rivieren en de ijstijd

Landelijke wet- en regelgeving (geldend tot 01-01-2024)

• •

• •

De belangrijkste landelijke regels met betrekking tot bescherming van de bodemkwaliteit volgen uit de: Wet bodembescherming; De Wet bodembescherming stelt regels om de bodem te beschermen. Verder staan er regels over wanneer en hoe er gesaneerd moet worden. Besluit bodemkwaliteit; In het Besluit bodemkwaliteit staat aan welke kwaliteitseisen grond en baggerspecie die je ergens gaat toepassen moet voldoen. Het doel is om de kwaliteit van de ontvangende bodem (inclusief het grondwater en het oppervlakte water) te beschermen. Hier staan ook de regels voor het opstellen van een Nota Bodembeheer. Kwaliteitsregels zijn geregeld in de Regeling bodemkwaliteit. Woningwet art. 8 en Woningbesluit art.4; Uit de genoemde artikelen uit de Woningwet en het Woningbesluit volgt dat bodemonderzoek verplicht is bij (bepaalde) bouwvergunningaanvragen. Besluit ruimtelijke ordening art 3.1.6. Hieruit volgt in welke gevallen bij een bestemmingsplanwijziging bodemonderzoek moet worden uitgevoerd.

Provinciale regelgeving

•

• • • • •

Op provinciaal niveau staan er regels m.b.t. de bodemkwaliteit in de Provinciale Omgevingsverordening. Deze regels beschermen de kwaliteit van het toekomstige drinkwater. De regels zijn van kracht binnen de waterwingebieden, de WKO-vrije zones, de boringvrije zones en binnen de reserveringsgebieden drinkwater.

Op gemeentelijk niveau is van belang:

Nota Bodembeheer met de bijbehorende Bodemkwaliteitkaart (2011 en 2020); Nota Standaardmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden (2015); Gemeentelijke bouwverordening (2018); Collegebesluit over hoe om te gaan met de relatief hoge loodgehalten in de van oudsher bebouwde gebieden (2020). Collegebesluit ter voorkoming en aanpak bodemverontreiniging t.g.v. rubber in kunstgrasvelden (2020).

Bijlage 2

Toelichting Gemeentelijk bodembeleid Nota bodembeheer (van kracht: sinds 22 december 2020) De Nota bodembeheer is een coproductie van alle 11 gemeente die onder de Milieusamenwerkingsregio Arnhem (MRA) vallen en heeft dus ook betrekking op dit gehele beheersgebied. Het doel van de Nota bodembeheer is in hoofdzaak het beleidsmatig vaststellen van voorwaarden waaronder grond en baggerspecie op of in de landbodem mag worden toegepast. Veel gemeenten hebben in de Nota bodembeheer ook nog een aantal zaken met betrekking tot bodemsaneringen geregeld. Elke gemeente heeft zijn eigen Nota vastgesteld. In de Nota bodembeheer zitten, verschillende soorten kaarten: • Functieklassen kaart • Bodemkwaliteit kaart • Toepassingskaart De Functieklassen kaart De Functieklasse kaart geeft aan welk hoofdgebruik welk gebied heeft. • Groen - Landbouw/ natuur • Oranje - Wonen • Purper - Industrie (Bermen en taluds van rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen vallen ook onder Industrie.) Figuur 1 – Functieklassenkaart; Nota Bodembeheer.

De bodemkwaliteit kaart Deze kaart geeft aan wat de huidige kwaliteit is van de bodem. De gemeente is op basis van de historie ingedeeld in verschillende deelgebieden. Vervolgens is per deelgebied de gemiddelde chemische bodemkwaliteit bepaald. Hiervoor is gebruik gemaakt van meer dan 2000 bodemonderzoeken die inmiddels in de gemeente zijn uitgevoerd. Aangezien we de gemiddelde mate van de chemische bodemkwaliteit wilden bepalen zijn de onderzoeksgegevens van bronlocaties (zoals een tankstation, een smederij of een fabriek) niet meegenomen bij de berekening. Deelgebieden met een zelfde chemische bodemkwaliteit zijn samen gevoegd tot een zone. Het eindresultaat is een indeling van de gehele gemeente in vier zones. Deze vier zones hebben elk een eigen mate van ‘achtergrondwaarde’ of ‘diffuse verontreiniging’. De zones zijn elk weer onderverdeeld naar diepte: • 0,0 – 0,5 meter beneden maaiveld • 0,5 – 1,0 meter beneden maaiveld • 1,0 – 2,0 meter beneden maaiveld Hoewel er wel een kwaliteitsverschil zit tussen de bovenste twee lagen, is dat zo klein dat deze twee lagen op de zelfde wijze kunnen worden behandeld. In de rest van de tekst spreken we over de bovengrond en bedoelen dan de laag 0,0 – 1,0 meter beneden maaiveld.

Bijlage 2

Figuur 2 Bodemkwaliteitkaart bovengrond; Nota Bodembeheer

Figuur 3 Bodemkwaliteitskaart ondergrond; Nota Bodembeheer

Bovengrond. De volgende zones zijn te onderscheiden (gerangschikt naar toenemende mate van achtergrondverontreiniging): • groen - voldoet aan de achtergrondwaarde; • geel - voldoet aan de maximale waarde wonen; • paars - voldoet aan de maximale waarde industrie/Stedelijk Wonen; • rood - voldoet aan de maximale waarde industrie • blauw – niet gezoneerd (dit is gebied dat hoort bij het stroomgebied van de IJssel; hiervoor is de kwaliteit niet bepaald). • grijs – kleine stukjes hoogwatervrij gebied binnen het blauwe gebied; hiervoor is de kwaliteit niet bepaald. (N.B. er is geen kwaliteitsverschil tussen de rode en paarse zone. Dat ze een andere kleur hebben wordt alleen veroorzaakt doordat de gebieden anders gebruikt worden: als woongebied en als verkeer/vervoer). Ondergrond. • groen - voldoet aan de achtergrondwaarde; • blauw - niet gezoneerd (dit gebied hoort bij het stroomgebied van de IJssel; hiervoor is de kwaliteit niet bepaald). • grijs - kleine stukjes hoogwatervrij gebied binnen het blauwe gebied; hiervoor is de kwaliteit niet bepaald. Conclusie huidige chemische bodemkwaliteit (uitgezonderd de bronlocaties). • De bodem in het buitengebied in onze gemeente en eigenlijk ook alle woonwijken na 1970 zijn niet verontreinigd. • De van oudsher bewoonde gebieden zijn licht verontreinigd. Dit komt omdat vroeger wonen en werken veel meer gemengd was dan nu.

In het verleden werd ook meer lood gebruikt, werd er gestookt op kolen of olie en leegde men de asla in de tuin. Daarnaast kwam vanuit het Ruhrgebied, maar ook van dichterbij (met name van de

Bijlage 2 Billitonfabriek in Arnhem) verontreiniging met de wind mee gewaaid. Ook werden akkertjes wel eens voorzien van een laag grond van elders of van stadsafval (tonnenmest) om de arme grond van wat extra mest te voorzien. Dit bleek achteraf gezien niet altijd om schone grond/mest te gaan. o Het oudste gedeelte van het dorp Rheden is licht verontreinigd, maar het gehalte ligt onder de maximale waarde voor Wonen. o De oude gedeelten van Velp, De Steeg, Ellecom en Dieren-zuid zijn ook licht verontreinigd, maar voldoen niet aan de maximale waarde Wonen. Dit wordt vooral veroorzaakt door een hoger gehalte aan lood en zink dan wenselijk is. o Omdat de mate van verontreiniging in de oude gedeelten niet de Interventiewaarden overschrijdt is bodemsanering op grond van de Wet Bodembescherming niet aan de orde. o Echter bekend is dat met name lood, ook in kleine hoeveelheden, een nadelige invloed heeft op met name de ontwikkeling van hersenen van jonge kinderen. Een zo laag mogelijk loodgehalte is dus wenselijk. Bronlocaties. Op plekken waar in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden (bronlocaties) kan sprake zijn van een sterkere verontreiniging dan aangegeven in de zone indeling. Veelal beperken die verontreinigingen zich tot de (voormalige) bedrijfslocatie zelf.

Op dit moment zijn er geen bronlocaties bekend waar in de bestaande situatie sprake is van een zodanige bodemverontreiniging dat er actuele risico’s zijn voor de omgeving. Ambitie chemische bodemkwaliteit In de Nota bodembeheer is de ambitie m.b.t. de chemische bodemkwaliteit vastgesteld. Dit beleid is gebaseerd op een combinatie van de huidige kwaliteit (figuur 2 en 3) en de, afhankelijk van de functie (figuur 1), gewenste kwaliteit. Het standstil-beginsel is overal van toepassing: de chemische bodem kwaliteit mag dus niet verslechteren ten opzichte van de kwaliteit (figuur 2 en 3) • Binnen de groene gebieden is het uitgangspunt het handhaven van de goede bodemkwaliteit. Deze is nu schoon en moet dus zo blijven. • Binnen het gele en rode gebied is de grond niet schoon. De grond hoeft niet schoner, maar mag zeker niet viezer worden. • Binnen de paarse gebieden is de grond niet schoon. Alleen met betrekking tot lood wordt gestreefd naar een verbetering van de kwaliteit. Dit gebeurt niet actief, maar op een natuurlijk moment. Dus als er nieuwbouw plaats vindt of er gegraven wordt. De ambities zijn verwerkt in de toepassingskaart. Toepassingskaart Deze kaarten worden gebruikt bij het verplaatsen van grond. Grond die ergens wordt toegepast moet van eenzelfde, of betere, kwaliteit zijn dan de bodem waarop hij wordt toegepast.

Daarbij moet de maximale waarde die hoort bij de functieklasse (zie Functieklassenkaart) vergeleken worden met de daadwerkelijke kwaliteit (zie Bodemkwaliteitkaart). De schoonste van de twee is leidend. Het resultaat is af te lezen in de Toepassingskaart.

Bijlage 2

Figuur 4 Toepassingskaart bovengrond; Nota Bodembeheer.

Figuur 5 Toepassingskaart ondergrond; Nota Bodembeheer.

Binnen de gehele milieusamenwerkingsregio Arnhem kan vrijkomende grond, op onderstaande wijze, zonder bodemonderzoek worden hergebruikt op basis van de Nota Bodembeheer. Bovengrond. • Rode zone – hier mag grond met kwaliteitsklassen Industrie, Wonen en de Achtergrondwaarde worden toegepast. • Gele zone – hier mag alleen grond van een kwaliteit Wonen of de Achtergrondwaarde worden toegepast. • Groene zone – hier mag alleen grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde worden toegepast. Ondergrond. • Groene zone – hier mag alleen grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde worden toegepast. Zonder Nota bodembeheer zou in de gehele gemeente alleen maar grond met de Achtergrondwaarde mogen worden toegepast. En om dat aan te tonen zou van elke partij grond eerst een bodemonderzoek moeten worden gedaan. Grond van buiten de milieusamenwerkingsregio Arnhem moet altijd van te voren worden onderzocht. Nota Standaardmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden (2015). In deze nota staat dat een bodemonderzoek wordt verlangt: • bij het leggen van bouwvlak dan wel het vergroten van een bouwvlak met 70 m² ; • bij een evidente functiewijziging én de verdenking dat op de betreffende locatie -op basis van een uitgevoerde inventarisatie- een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is; • indien de bodemkwaliteit zo slecht is dat de functie, zelfs als die niet verandert niet verantwoord is.

Dit is alleen aan de orde bij zogenaamde humane spoedlocaties; • bij een niet gerealiseerde bouwmogelijkheid indien op de betreffende locatie naar ons oordeel sprake is van een potentieel ernstig geval van bodemverontreiniging. • Van een evidente functiewijziging is sprake indien bijvoorbeeld een bedrijfsfunctie wijzigt naar een woonfunctie; een functiewijziging van Detailhandel naar Dienstverlening is geen evidente functiewijziging. Uitzonderingen: - het bestemmen van een dienstwoning als woning is geen evidente functiewijziging als de woning met bijbehorende tuin nooit voor bedrijfsactiviteiten is

Bijlage 2

• •

gebruikt; - het bestemmen van een agrarische bedrijfswoning tot Wonen is geen evidente functiewijziging. Een bodem mag in principe maximaal 5 jaar oud zijn, mits in de tussenliggende periode geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Indien een bodemsanering nodig is, moet het saneringsplan zijn goedgekeurd of de BUS-melding zijn ingediend vóór burgemeester en wethouders beslissen over het aanbieden van een voorstel inzake de vaststelling van het bestemmingsplan.

Gemeentelijke bouwverordening (2018). Hier staat het volgende: Artikel 2.1.5. Bodemonderzoek. 1. Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat in ieder geval uit de resultaten van een recent milieu hygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740:2009+A1:2016 nl, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1. Als op basis van het onderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707:2015. 2. De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, geldt niet als het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in de artikelen 2 of 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in de artikelen 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. 3. Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, toe als voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. 4.

Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingtermijn als bedoeld in artikel 2.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht als uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en de bodemgesteldheid blijkt dat de locatie onverdacht is of dat de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740:2009+A1:2016 nl niet rechtvaardigen. 5. Als het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen. Artikel 2.4.1. Het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond. Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voor zover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: a. waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; b. voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; en c. dat de grond raakt, of waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd. Artikel 2.4.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen.

In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.

Bijlage 2

Lood in de bodem (en het drinkwater) Uit zorg voor de gezondheidseffecten van lood zijn de volgende acties ondernomen. • Op alle volkstuinen in de bodemkwaliteitszone Industrie – Stedelijk Wonen heeft in 2012 bodemonderzoek plaatsgevonden. Op 1 locatie heeft een sanering plaatsgevonden. • Samen met de milieusamenwerkingsregio MRA is in 2017 een folder gemaakt, een persbericht uitgegeven en is informatie geplaatst op gemeentelijke site. • De visverenigingen zijn geïnformeerd over het gebruik van vislood in 2017. • Op 18 onverharde kinderspeelplaatsen (speelterreinen, schoolspeelterreinen en bij kinderdagverblijven) in bodemkwaliteitszone Industrie – Stedelijk Wonen heeft bodemonderzoek plaatsgevonden in 2017/2018. Ter plaatse van 1 speelterrein is een aanpassing aan de inrichting gedaan en aan de eigenaar van twee kinderdagverblijven is advies gegeven om (een deel) van hun tuin ontoegankelijk te maken voor jonge kinderen of de bodem te saneren. Het is al heel lang bekend dat lood niet gezond is, maar toen het RIVM in 2015 haar rapportage uitbracht over diffuse loodverontreiniging in de bodem, bleken de risico’s groter. Uit wetenschappelijk onderzoek was duidelijk geworden dat zelfs bij een relatief lage blootstelling aan lood, schade aan de gezondheid van jonge kinderen kan optreden.

Blootstelling aan lood kan bij jonge kinderen tot een jaar of 6 effect hebben op de ontwikkeling van de hersenen en leiden tot een lager Intelligentie Quotiënt (IQ). Geconcludeerd wordt dat de bestaande gezondheidskundige grenswaarden voor lood niet langer voldoen. Naar aanleiding van dit rapport heeft de GGD/GHOR in 2016 een advies opgesteld over lood in de bodem in relatie tot de gezondheid. Hierin wordt geadviseerd om het bodembeheer zodanig in te richten dat de blootstelling aan lood omlaag wordt gebracht. In vergelijking met andere Gelderse gemeenten worden er in Rheden (en Arnhem) hoge gehalten met lood aangetroffen. Binnen de gemeente Rheden is dat het geval in Velp, De Steeg, Ellecom en Dieren-zuid (zone bodemkwaliteitsklasse Industrie – Stedelijk Wonen). In de overige gebieden wordt geen of slechts een lichte loodverontreiniging aangetroffen. Normaliter zou het Rijksoverheid op basis van bovenstaande rapporten de normen voor lood in de bodem hebben aangepast. De Rijksoverheid heeft dit echter niet gedaan, omdat zij vond dat dit niet past bij de nieuwe aanpak van minder regelgeving e.d.. Zij vond dat, in de geest van de Omgevingswet, gemeenten hier zelf verantwoordelijk voor zijn. De Omgevingswet zou oorspronkelijk in 2018 in werking treden. Het college heeft in 2020 een besluit genomen over de afronding terugdringen risico’s lood in bodem (en drinkwater).

Daarin is het volgende vastgesteld: • Er in bij de actualisatie van de Nota Bodembeheer (eind 2020) bekeken of er een nieuwe (lagere) standaard saneringsnorm moest worden opgenomen. Op dat moment was het juridisch niet mogelijk om per functie (zoals moestuinen) verschillende waarden op te nemen. Besloten is dat het niet nodig was om voor de standaard saneringsnorm een nieuwe (lagere) waarde op te nemen. • Bij het verstrekken van bodeminformatie bij aan- en verkopen wordt in gebieden met hoge loodgehalten een informatiefolder verstrekt over lood in de bodem èn lood in het drinkwater. • Bij de reguliere controle van gemeentelijke panden van voor 1960, die gebruikt worden door jonge kinderen, is expliciet gecontroleerd op de aanwezigheid van loden waterleidingen. Bij aantreffen zijn ze vervangen. • Tot slot is besloten dat de gemeente, na de onderzoeken bij de onverharde speelplaatsen en de moestuincomplexen, niet verder grootschalig onderzoek naar lood uitvoert. • Een verdere verbetering van de kwaliteit in de paarse gebieden wordt passief uitgevoerd. Dat wil zeggen dat sanering alleen wordt voorgeschreven op een natuurlijk moment; dus bijvoorbeeld als er gebouwd of gegraven gaat worden.

Bijlage 2

Collegebesluit ter voorkoming en aanpak bodemverontreiniging t.g.v. rubber in kunstgrasvelden (2020). In 2018 publiceerde het RIVM haar onderzoek naar mogelijke milieueffecten van rubber korrels die als infill in kunstsportvelden wordt gebruikt. De aanleiding daartoe was het feit dat er veel rubbergranulaat van de velden in het milieu verdwijnt. Geconstateerd werd dat er rondom de velden verontreiniging met verschillende stoffen, maar met name zink, kobalt, PAK en minerale olie, werd aangetroffen die afkomstig was uit de rubber korrels. Naar aanleiding van het bodemonderzoek van het RIVM is geïnventariseerd of bij de velden in de gemeente Rheden ook rubberkorrels in de bermen liggen. Dat bleek vrijwel overal het geval. Daarnaast is geconstateerd dat bij Velp veld 3 en veld 3 in Rheden afstromend hemelwater met infill-korrels terecht komt in het schoonwater rioolsysteem en vandaar in een wadi. Infiltratiewater van uit het veld in Ellecom wordt geloosd op het achterliggende lagere gebiedje (op de grens met de beschermingszone natte natuur volgens het geldende bestemmingsplan). Aansluitend is in 2019 een klein bodemonderzoek uitgevoerd langs de Velpse sportvelden. Daarbij werd ook een veld zonder kunstgras en rubber infill betrokken.

Uit dit onderzoek bleek dat bij alle kunstgrasvelden op De Pinkenberg helaas sprake is van een duidelijke bodemverontreiniging in de strook rondom de velden. Gelukkig zit de verontreiniging (nog) niet zo diep (bovenste 30 cm). Er lijkt een verband te zijn tussen de hoeveelheid zichtbare korrels en de mate van verontreiniging. De monsters genomen bij het referentie veld bevatten geen verontreiniging. Het college heeft besloten dat: • in de zomerstop van 2020 kantplanken aan te brengen om de hekwerken rondom de 9 kunstgrasvelden (is inmiddels gebeurd); • de lozing van het infiltratiewater op het achterterrein in Ellecom te stoppen (is gebeurd); • de infiltratie van veld 3 Rheden af te doppen (is gebeurd); • De sanering van de verontreinigde bermen niet onverwijld uit te voeren, maar tegelijk met de vervanging van de mat. Sanering bermen alle velden in Velp tegelijk met de aanpak eerste veld uitvoeren (start 2024); • De sporttechnische laag van veld 4 in Rheden te monitoren zodra de mat wordt vervangen (2027?). Verder is, samen met de verenigingen aandacht gevraagd voor het veeggedrag van de beheerders en het gedragsaspect van de sporters.

Bijlage 2

Normen. Zowel de Wet bodembescherming als het Besluit bodemkwaliteit hebben een eigen klassenindeling met eigen normen. Als gevolg van de verschillende doelen van deze wet en het besluit verschillen de normen van elkaar. Het Besluit bodemkwaliteit richt zich op de kwaliteit van grond die ergens wordt toegepast. Deze grond moet geschikt zijn voor de functie die die krijgt. De Wet bodembescherming heeft meer de rol van vangnet. Zij werkt met de Interventiewaarde. De waarde waarboven zo ie zo gesaneerd moet worden. Deze waarde ligt over het algemeen boven de waarde uit het Besluit bodemkwaliteit. Voor waterbodem zijn de normen weer anders. Achtergrond waarde

Besluit Bodemkwaliteit Wet Bodembescherming

Altijd toepasbaar Niet verontreinigd Streefwaarde

Maximale waarden Maximale waarden Klasse Wonen Klasse Industrie

Klasse Wonen

Klasse Industrie Licht verontreinigd

SaneringsCriterium

Niet toepasbaar

Nooit toepasbaar Sterk verontreinigd

Sanering Criterium

N.B. Voor elke stof apart zijn de verschillende normen bepaald. Bij elke stof staan de verticale streepjes dus net iets anders. In de meeste gevallen bijvoorbeeld valt de Maximale waarde Klasse Industrie net onder (en soms zelfs gelijk) met het Saneringscriterium. De Interventiewaarde is voor de meeste stoffen het Sanerings Criterium.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=10af94dc-ffe6-48c7-b4fe-376abb5243a3