Bijlage 2 - Aanvullend onderzoek beschermde soorten (22.70)
Tekst van het document
Notitie Onderwerp: Aanvullend onderzoek beschermde soorten Hofstetterlaan te Ellecom Projectnummer: 359761 Referentienummer: SWNL0275633 Datum: 15-04-2021
1
Inleiding
1.1 Aanleiding ProRail is voornemens om de twee spoorwegovergangen bij de Hofstetterlaan (te Ellecom) aan te passen en een bestaand zandpad te verharden. Projecten of handelingen dienen te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. In dat kader is in eerste instantie een verkennend natuuronderzoek door Sweco uitgevoerd (Spijker, 2020). Uit het verkennend natuuronderzoek kwam naar voren dat de voorgenomen ingreep mogelijk een negatieve invloed heeft op de volgende beschermde soorten: das, boommarter, hazelworm, levendbarende hagedis. Dit heeft aanleiding gegeven tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek naar deze soorten. 1.2 Doel Het doel van dit onderzoek is om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden ten aanzien van de hierboven genoemde beschermde soorten. Indien sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming, dan is voor de ingreep mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming vereist. Het wettelijk kader is opgenomen in bijlage 1. 1.3 Ligging onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied is gelegen langs de Hofstetterlaan, Zuidlaan en Lange Juffer te Ellecom. Het onderzoeksgebied grenst ten noorden aan de Veluwe, zie figuur 1.1.
Ten zuiden ligt de plaats Ellecom en de rest van de omgeving wordt gekenmerkt door weilanden. Door het onderzoeksgebied heen loopt een spoorlijn, in het onderzoeksgebied is Vitens aanwezig en staan er enkele bouwwerken. Het pad van de Lange Juffer en Zuidlaan is verhard, het pad van het Hofstetterlaan is onverhard. De verharde paden worden gebruikt door medewerkers van Vitens om op de locatie te kunnen komen en alle paden worden gebruikt door recreanten. 1.4 Voorgenomen activiteit De voorgenomen activiteiten omvatten het verharden (betonpad) van het zandpad Hofstetterlaan/Zuidlaan, het aanleggen van een nieuwe ontsluitingsweg naar Vitens aan de Zuidlaan (betonpad). Uitgangspunt is dat er geen aanvullende verlichting wordt geplaatst. De bestrating en spoorwegovergang van de Lange Juffer worden verwijderd. Voor een overzicht van deze activiteiten zie bijlage 2. Daarnaast worden er kleinschalige snoeiwerkzaamheden uitgevoerd bij het omliggende groen.
Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt Nederland
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Gebiedsadvies Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Raisja Spijker Junior Adviseur Ecologie M +31 6 20 00 04 85 1 (9)
Figuur 1.1
2
Ligging van de onderzoekslocatie.
Methodiek
2.1 Inleiding Uit het uitgevoerde verkennend natuuronderzoek naar (potentieel) aanwezige beschermde soorten is geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling mogelijk van invloed is op de volgende beschermde soorten: · boommarter; · das; · hazelworm; · levendbarende hagedis. Voor het uitvoeren van soortgerichte inventarisaties zijn onderzoeksmethodes en protocollen vastgesteld. Het aanvullend natuuronderzoek is uitgevoerd volgens deze protocollen en standaarden. De veldbezoeken zijn uitgevoerd door een ecoloog van Sweco. 2.2 Das Het aanvullend onderzoek naar de das is uitgevoerd volgens het Kennisdocument Das1. Tijdens het veldbezoek op 21 mei 2020 is er binnen en net buiten het projectgebied gezocht naar dassenburchten. Er is buiten het projectgebied gezocht, omdat er hier waarnemingen bekend zijn van dassenburchten, deze liggen nabij het projectgebied.
1
https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-003-Kennisdocument-Das-1.0.pdf
2 (9)
2.3 Boommarter Het aanvullend onderzoek naar de boommarter is uitgevoerd volgens de Handleiding boommarters inventariseren2 van de Zoogdiervereniging. Voor het aanvullende onderzoek naar de boommarter is er een struikrover neergelegd. Dit is een buis met binnenin een cameraval en bij de ingang lokmiddel in de vorm van een blikje sardientjes. De struikrover is neergelegd van 21 mei 2020 – 6 juli 2020 en van 8 juli 2020 tot en met 4 augustus 2020. Naast de struikrover zijn er ook zes bezoeken aan het onderzoeksgebied gepleegd. Deze bezoeken vallen samen met de bezoeken voor het reptielenonderzoek. Bezoeken aan het plangebied hebben in de ochtend plaatsgevonden op: · 21 mei 2020; · 22 juni 2020; · 6 juli 2020; · 21 juli 2020; · 4 augustus 2020; · 17 augustus 2020. 2.4 Reptielen Er is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de hazelworm en levendbarende hagedis. Het onderzoek is uitgevoerd doormiddel van meerdere gerichte inventarisaties en is de trefkans verhoogd door het neerleggen van vijf reptielenmatjes. Deze matjes zijn neergelegd op het stuk waar de nieuwe ontsluitingsweg komt te liggen. Daarnaast is het plangebied geïnventariseerd door langs de wegen te zoeken naar aanwezige reptielen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de soorteninventarisatieprotocollen van Netwerk Groene Bureaus3. De bezoekmomenten zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1
Bezoekmomenten aanvullend soortenonderzoek
Datum
Tijd
Weersomstandigheden
Onderzoeker
Opmerkingen
21-05-2020 21-06-2020 06-07-2020
9.00-12.00 8.00-9.00 8.00-9.00
droog, half bewolkt, 20 ºC, 2 Bft ZZO droog, licht bewolkt, 18 ºC, 2 Bft WNW droog, half bewolkt, 15 ºC, 3 Bft W
R.R. Spijker R.R. Spijker R.R. Spijker
Matjes neerleggen
21-07-2020 04-08-2020 17-08-2020
8.00-9.00 9.00-10.00 9.00-10.00
droog, licht bewolkt, 16 ºC, 2 Bft NW droog, halfbewolkt, 13 ºC, 2 Bft W droog, half bewolkt, 12 ºC, 2 Bft W
R.R. Spijker R.R. Spijker R.R. Spijker
3
Matjes opgehaald
Resultaten
3.1 Grondgebonden zoogdieren Op de opnames van de struikrover zijn enkel de volgende (vrijgestelde) soorten te zien (figuur 3.1): · ree; · bosmuis; · konijn; · veldmuis; · wild zwijn.
2
https://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/imce/nieuwesite/Zoogdiersoorten/Boommarter/downloads/ Handleiding_Boommarters_Inventariseren_Zoogdiervereniging_2007.pdf 3 https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/soortinventarisatieprotocollen/protocollen-vis-amfibiereptiel-vogel
3 (9)
Figuur 3..1
Screenshots van de door de struikrover gemaakte opnames. Van links naar rechts: ree, bosmuis, konijn, veldmuis, wild zwijn.
3.1.1 Boommarter Tijdens het eerste veldbezoek op 21 mei is er een boom met sporen aangetroffen. Het betrof hier poepsporen en prooiresten rondom de boom en in de holte van een boom- en/of steenmarter aangetroffen, zie figuur 3.2. Bij de hierop volgende bezoeken aan het gebied zijn er geen (nieuwe) sporen meer aangetroffen.
4 (9)
Figuur 3.2
Martersporen bij oude beuk (Foto: J. Boer).
3.1.2 Das Op 21 mei is ook gezocht naar burchten van de das, deze zijn in het onderzoeksgebied niet aanwezig. De burchten die in het onderzoek van Willems 2019 zijn gevonden, zijn tijdens dit veldbezoek ook weer gevonden. Deze holen zijn niet meer in gebruik, een deel was vervallen en aan de aanwezigheid van spinrag te zien al geruime tijd niet meer bezocht, zie figuur 3.3.
5 (9)
Figuur 3.3
Dassensporen en ingangen van burchten buiten het plangebied (Foto: J. Boer), de locatie is weergegeven in figuur 3.5.
3.2 Middelste bonte specht Naast de marterboom is er op 21 mei ook een nestboom van de middelste bonte specht waargenomen, zie figuur 3.4. De middelste bonte specht heeft geen jaarrond bescherm nest.
Figuur 3.4
Middelste bonte specht bij nest (Foto: J. Boer).
6 (9)
Figuur 3.5
Overzicht van de locaties van de gedane waarnemingen.
3.3 Reptielen Tijdens de eerste twee bezoeken is het 5de matje niet gevonden, vanaf het 3de bezoek is deze weer teruggevonden en meegenomen tijdens het onderzoek. Tijdens het laatste bezoek zijn twee van de vijf matjes niet meer teruggevonden. Waar deze matjes lagen, is tussen het 4de en het laatste bezoek gesnoeid en zijn deze waarschijnlijk meegenomen. Gedurende alle bezoeken zijn geen reptielen waargenomen op en langs het te verwijderen pad en onder de matjes.
4
Analyse en conclusies
4.1 Grondgebonden zoogdieren De kraamperiode van de steenmarter is van maart tot en met juni en van de boommarter van april tot en met juli. Rond eind juni beginnen de jongen hun omgeving te verkennen en vanaf september zijn de jongen zelfstandig. De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. Dit kunnen bijvoorbeeld boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes zijn. Boommarters kiezen hun rustplaatsen vaak in boomholten, konijnen-, vossen- of dassenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen. Nesten zitten vaak in oude spechten- of eekhoornholen, regelmatig in inrottigsholten en soms in gebouwen die in of aan de rand van het bos staan (Zoogdiervereniging). De boom- of steenmarter is tussen 21 mei en 22 juni verhuist naar een andere vaste rustplaats.
7 (9)
De boom- of steenmarterverblijfsboom is onderdeel van een netwerk aan vaste rust- en verblijfplaatsen. Het weghalen van een deel van het fietspas aan de zuidkant van het spoor zal de recreatiedruk op het looppad langs deze boom vergroten. Fietsers moeten nu via de noordkant van het spoor fietsen, wandelaars kiezen momenteel al voornamelijk voor de noordkant. De recreanten zijn overdag aanwezig en de boom- en steenmarter zijn pas vanaf de schemer actief. Het huidige pad wordt verhard en in gebruik genomen door voertuigen van medewerkers van Vitens om van en naar de locatie van Vitens te komen. Het gebruik zal hierdoor extensief blijven, waardoor de functionaliteit van de verblijfplaats niet in het geding komt. Er is daarbij geen sprake van een overtreding van verbodsbepalingen vanuit de Wet natuurbescherming. Wel dient bij de aanleg van de weg rekening gehouden te worden met de kwetsbare perioden van de boom- en steenmarter. Er zijn geen dassenburchten aanwezig in het onderzoeksgebied, wel maakt het onderdeel uit van het leefgebied van de das. In de omgeving is voldoende gelijkwaardig leefgebied aanwezig. Vlak langs het onderzoeksgebied ligt een weide waarvan wordt verwacht dat de das hier foerageert. Het onderzoeksgebied is geen onderdeel van essentieel leefgebied. Er is in het onderzoeksgebied geen essentieel leefgebied van beschermde zoogdieren aanwezig.
4.2 Reptielen Gedurende alle bezoeken zijn geen reptielen waargenomen op en langs het te verwijderen pad en onder de matjes. In het onderzoeksgebied zijn de hazelworm en levendbarende hagedis niet aangetroffen. Het onderzoeksgebied is geen onderdeel van essentieel leefgebied van deze soorten. 4.3 Conclusies De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een overtreding van verbodsbepalingen vanuit de Wnb. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is niet nodig. Wel dient bij de uitvoering rekening gehouden te worden met aanwezigheid van beschermde soorten. Zo dient de aanleg van de weg uitgevoerd te worden buiten de kwetsbare kraamperiode van boom- en steenmarter, vleermuizen en het broedseizoen van vogels. Geschikte periode voor uitvoering is september tot en met februari.
Referenties Provincie Gelderland (2019) Verordening van Provinciale Staten van de provincie Gelderland houdende Omgevingsverordening Gelderland. Omgevingsverordening Gelderland, met nummer 2019-004409 (Prov. Blad 2019, 3225). Spijker, R.R. (2020). Verkennend natuuronderzoek overwegaanpassingen Rheden. Oriënterend onderzoek naar effecten aanpassingen aan overwegen en omliggende infrastructuur in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur. Sweco Nederland B.V., De Bilt. Willems, J. (2019). Quickscan Flora & Fauna Laan Twickel. Buiting Advies, Dieren. Websites Zoogdiervereniging: https://www.zoogdiervereniging.nl/. Bijlagen: 1. Wettelijk kader 2. Voorgenomen activiteit
8 (9)
Verantwoording Titel
Aanvullend onderzoek beschermde soorten Hofstetterlaan te Ellecom
Projectnummer
359761
Referentienummer
SWNL0275633
Revisie
D1
Datum
15-04-2021
Auteur
Raisja Spijker
E-mailadres
raisja.spijker@sweco.nl
Gecontroleerd door
Gijs Meijer
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Maarten Mouissie
Paraaf goedgekeurd Klik of tik om tekst i n te voeren.
9 (9)
Bijlage 1
Wettelijk kader
In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.) · lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; · lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; · lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; · lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; · lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.) · lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; · lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; · lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; · lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; · lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) · lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: ° onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; ° onderdeel b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of ° onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten geldt dat voortplantings- en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van beschermde soorten niet opzettelijk verstoord of vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet opzettelijk mogen worden gedood of verwond.
Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 Wet natuurbescherming. Met artikel 3.10 van de wet wordt het mogelijk gemaakt om die bescherming op te heffen om redenen die onder meer verband houden met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of verband houden met onder meer het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen. Met artikel 3.68 van de omgevingsverordening van provincie Gelderland wordt een dergelijke vrijstelling gegeven. De diersoorten waarop de vrijstelling ten behoeve van ruimtelijke ingrepen ziet, worden genoemd in tabel B1. De vrijstelling geldt alleen wanneer er voorafgaand en tijdens de werkzaamheden of het gebruik in redelijkheid alles wordt verricht of gelaten om te voorkomen dat de verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, worden overtreden. Tabel B1
Vrijgestelde soorten in Gelderland (Provincie Gelderland, 2019)
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat
Amfibieën Gewone pad Bruine kikker Bastaardkikker Meerkikker Kleine watersalamander
Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld en de voorgenomen activiteiten strijdig zijn met de bepalingen in de wet geldt een ontheffingsplicht. Deze kan alleen worden verleend, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de wet. Er is dan geen ontheffing nodig. Naast bovengenoemde verbodsartikelen bevat de Wnb een algemeen geldende zorgplicht. Deze zorgplicht is te allen tijde van toepassing en geldt ook voor niet beschermde flora en fauna.
Zorgplicht (artikel 1.11) · lid 1) Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. · lid 2) De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: ° onderdeel a. dergelijke handelingen achterwege laat dan wel, ° onderdeel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen of ° onderdeel c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. · lid 3) Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.
Bijlage 2
Voorgenomen activiteit
4.00 0.50
3.00
betonverharding
0.50
halfverharding menggranulaat
Dwarsprofiel A-A Schaal 1:50 Vitens pompstation
gesloten verharding beton (b=3,00 m) 3.00
halfverharding (b=0,50 m)
Zuidla
verloop huidige Zuidlaan aanpassen i.v.m. hoge druk gasleiding an Zuidla an
open verharding beton (b=3,00m) bedrijfsvloerplaten (met pasplaten waar nodig)
Kabels & Leidingen
53
Lange Juffer
53
halfverharding (b=0,50 m) creëeren toegangspoort terrein Vitens
A
A bestaand onverhard pad aanpassen door Vitens
verwijderen asfaltverharding wildrooster
k
te verwijderen wildroosters 1 afvoeren 1 overdragen aan Twickel
wildrooster
draaipoort
overweg saneren
51
wildrooster
Spoorlijn Arnhem - Zu
tphen
te verlengen duiker ruimtereservering besturingskasten
verwijderen pad betonplaten / betonklinkers door Twickel
huidige bevloering spoorwegovergang verschuiven
Hofstetterlaan ten zuiden van spoorwegovergang voorzien van elementenverharding i.v.m. aanwezige inspectieputten. Materiaal en legpatroon gelijk aan huidige bestrating.
Hofstetterlaan
verwijderen spoorwegovergang
Lange Juffer
k
k
k
r
r
k
k
k r
k
Zutphensestraatweg r
Opdrachtgever
r
bk
ProRail Project
Overwegmaatregelen Rheden
Situatie Schaal 1:500
Onderdeel
Overzichtstekening Overweg11. Hofstetterlaan Tekeningnummer
Formaat
Schaal
Geo
359761-W502-40-01-01
A0
1:500
034
Projectnummer
Projectnr. Opdrachtgever Datum
359761
R-389800
Km
Getekend
06-12-2019 W. Wesselink
www.sweco.nl © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
-
Blad
Rev
Hofstetterlaan
5.0 VO DEFINITIEF
Fase
Status
Gecontroleerd
Vrijgegeven
J. van der Sluis
M. van der Ploeg