CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a. 20220912 Definitieve haalbaarheidsnotitie IJssel District (23.40).pdf

Raadsvergadering 27 juni 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: IJssel District, ontwikkelplan en grondexploitatie plangebied (23.40)9.714 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Overige broedvogels

In vegetatie, in water of op de bodem

bever otter sleedoornpage vleermuizen eekhoorn kleine marterachtigen steenmarter bever otter stijve wolfsmelk

H

Alle bouwplots

Algemene maatregelen (zorgplicht) Naast bepalingen voor specifiek aangewezen soorten geldt krachtens artikel 1.11 (lid 1&2) van de Wet natuurbescherming, de algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten alsmede voor hun directe leefomgeving. Via deze wet wordt eenieder medeverantwoordelijk gesteld voor de zorg en bescherming van flora en fauna en dient men geen handelingen uit te voeren die opzettelijk soorten kunnen verwonden of doden. Provinciaal natuurbeleid Het plangebied valt buiten alle provinciaal beschermde gebieden, zoals de aangewezen ganzenrustgebieden, GNN-gebied (onderdeel van NNN), GO-gebied en Nationale Landschappen. Een nadere inventarisatie van de effecten van het plan op de oppervlakte, kernkwaliteiten en samenhang is niet noodzakelijk. Biodiversiteit De gemeente heeft in 2022 de ‘Beleidsnota Biodiversiteitsplan 2022 – 2032’ vastgesteld, waarin de gemeente inzet op behoud en verder versterken van de biodiversiteit. Bij het ontwerp van de buitenruimte dient rekening te worden gehouden met dit plan, waarbij de soorten in het IJssel District zo veel mogelijk beschermd moeten worden. O.a. door bomen en struwelen zo veel mogelijk te behouden en natuurinclusief te ontwerpen.

2.11.3

Kansen, aandachtspunten en vervolgstappen

Ten aanzien van de planontwikkeling kunnen concluderend de volgende kansen en aandachtspunten worden vastgesteld met bijbehorende vervolgstappen: Kansen Biodiversiteitsplan bij verdere ontwerp buitenruimte

Aandachtspunten Er zijn binnen het plangebied soorten aanwezig of te verwachten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming

Vervolgstappen Aanvullend natuuronderzoek naar mogelijk aanwezige beschermde soorten Broedvogelcontrole voor aanvang van verstorende werkzaamheden Mogelijk is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig

Handelingen die opzettelijk soorten kunnen verwonden of doden zijn niet toegestaan 2.12

Water en klimaatadaptatie

2.12.1

Beleidskader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt onder het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel. In de Keur beschrijft het waterschap verbods- en gebodsbepalingen ter bescherming van de waterhuishouding en waterstaatswerken. Het beleid wordt nader toegelicht in de quickscan water en hittestress, welke is opgenomen in bijlage 6 van deze notitie. 2.12.2

Resultaten quickscan

Om de waterhuishoudkundige situatie voor het onderzoeksgebied in beeld te brengen, is door Sweco een quickscan water en hittestress uitgevoerd. Water, waterveiligheid en compensatie Het plangebied bevindt zich op een locatie waar de kans op overstromingen klein (1/300 – 1.3000 jaar) is. Maar indien er een dijkdoorbraak is kan het water tot 5,0 m hoog komen. Bij verdere uitwerking van het ontwerp is het belangrijk in het achterhoofd te houden dat de effecten van een dijkdoorbraak groot kunnen zijn ook al is de kans daarop relatief klein. Om het ontwerp klimaatadaptief in te richten dienen vitale functies beschermd te zijn en te blijven functioneren. Dit kan bijvoorbeeld door keerwanden te plaatsten, drempels voor de deur of het ophogen van het maaiveld. De ontwikkelingen zorgen voor een toename in verhard oppervlak en daarmee een kans om versneld afstromen van hemelwater. De toename in verharding dient gecompenseerd te worden in de vorm van waterberging. In de huidige situatie is 5,1 ha verhard oppervlak aanwezig. In de toekomstige situatie zal dit toenemen tot circa 6,1 ha (60.887 m²). Daarmee neemt het verhard oppervlak met 1,0 ha toe. De gemeente Rheden heeft de eis om 10%

minder verharding en daarmee 10% meer groen/beplanting in de openbare ruimte toe te passen in projecten ten opzichte van de oorspronkelijk situatie. Aan deze eis kan niet worden voldaan. De bergingseis bedraagt 60 mm. De totale waterbergingsopgave bedraagt hiermee 3.653 m³. In het plangebied is ruimte voor 1.298 m³ waterberging doordat meerdere plekken zijn aangewezen als wadi’s. Daarmee wordt niet voldaan aan de eisen vanuit het waterschap. Het plangebied biedt kansen om meer waterberging te realiseren. Een mogelijke extra bergingsvoorziening is de bestaande vijver. Met name voor de deelgebieden F, G en H, die liggen rondom de vijver. Hetzelfde geldt voor de gebieden A, B en C die in het noorden van het plangebied liggen. Hier ligt een watergang waar waarschijnlijk extra water geborgen worden kan. Voor de gebieden D en E is het belangrijk om te kijken of er mogelijkheden zijn om extra waterberging aan te leggen of om het water richting de vijver in het zuiden te sturen. In een volgende fase is het noodzakelijk om in gesprek te gaan met het waterschap om mogelijke kansen voor waterberging voor te leggen. Indien er geen gebruik gemaakt kan worden van de bestaande vijver en watergangen, moet er gezocht worden naar andere vormen van berging om te voldoen aan de bergingsnorm.

Hittestress In figuren 17 en 18 zijn ter vergelijking de gevoelstemperatuur in de huidige situatie en de gevoelstemperatuur op basis van het Masterplan IJssel District weergegeven.

Figuur 17: Gevoelstemperatuur huidige situatie

Figuur 18: Gevoelstemperatuur o.b.v. Masterplan IJssel District In het ontwerp, met daarin veel bomen, zijn er meerdere plekken met lichte tot matige hittestress op een hete zomerse dag. Hiermee neemt in de openbare ruimte de hittestress op hete zomerse dagen af ten opzichte van de huidige situatie. Echter, de gevoelstemperatuur neem wel toe, doordat de wind wordt tegengehouden door de nieuwbouw. Dit resulteert in lagere windsnelheden en daarmee hogere gevoelstemperaturen. In de binnentuinen is nog geen groen in de ontwerptekeningen opgenomen. Hierdoor is er in de analyse een overschatting gemaakt van de hittestress. Voor verdere invulling van de binnentuinen is het belangrijk is dat schaduw gecreëerd wordt. 2.12.3

Kansen, aandachtspunten en vervolgstappen

Ten aanzien van de planontwikkeling kunnen concluderend de volgende kansen en aandachtspunten worden vastgesteld met bijbehorende vervolgstappen. Kansen

Aandachtspunten De kans op een dijkdoorbraak is klein, maar het effect is groot Beschermen van vitale functies Waterberging ter compensatie van verharding

Vervolgstappen

Extra waterberging vanuit plots A, B en C in watergang Extra bergingsvoorziening vanuit plots F, G en H in bestaande vijver Extra waterberging binnen plots D en E realiseren Water vanuit plots D en E naar bestaande vijver leiden Groenvakken aanwijzen voor extra waterberging Alternatieve vormen van waterberging (o.a. groendaken en infiltratievoorzieningen) Schaduw creëren in binnentuinen Wind beter het gebied in laten stromen

2.13

Milieueffectrapportage

2.13.1

Beleidskader

Extra waterberging vanuit plots A, B en C noodzakelijk Extra waterberging vanuit plots F, G en H noodzakelijk Extra waterberging vanuit plots D en E noodzakelijk

Gesprek met waterschap Gesprek met waterschap Gesprek met waterschap

Gesprek met waterschap Gesprek met waterschap Hittestress in binnentuinen tegengaan Gevoelstemperatuur neemt toe ten opzichte van huidige situatie

Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Voor een aantal activiteiten geldt daarom een zogenoemde m.e.r.-plicht (C-lijst in het Besluit m.e.r.). Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor andere activiteiten geldt dat zij afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben (D-lijst in het Besluit m.e.r.). Voor deze laatste activiteiten geldt een zogenaamde m.e.r.-beoordelingsplicht. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.(beoordelings)plicht van toepassing is. De woningbouwontwikkeling IJssel District staat op de D-lijst van het Besluit Milieueffectrapportage: Activiteit D11.2 ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante (indicatieve) drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De bijbehorende drempelwaarden van deze activiteit zijn: • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. 2.13.2

Resultaten quickscan

De voorgenomen woningbouwontwikkeling van maximaal 1.089 woningen en 2.400 m² bvo valt onder de drempelwaarde, waardoor er een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Ten behoeve van deze m.e.r.-beoordelingsplicht moet tijdens de ruimtelijke procedure een (vormvrije) aanmeldingsnotitie opgesteld, waarna het college een besluit kan nemen of een Milieueffectrapport (MER) noodzakelijk wordt geacht.

3

Conclusie

Met voorliggende haalbaarheidsnotitie is voor het gehele onderzoeksgebied de haalbaarheid op milieukundig vlak van het IJssel District op hoofdlijnen onderzocht. Voor de verschillende milieu- en omgevingsaspecten zijn hiervoor verschillende quickscans uitgevoerd. Voor de ontwikkeling van het IJssel District moet rekening worden gehouden met de volgende aandachtspunten: • het realiseren van voldoende parkeerplaatsen; • de doorstroming van het verkeer, met name op het kruispunt Kennedylaan / Lepelaarsstraat; • de archeologische (hoge) waarden binnen het onderzoeksgebied; • de architectonische waarde van het ziekenhuis; • de kans op ontplofbare oorlogsresten; • mogelijke bodemverontreiniging, met name ter plaatse van de stookplak en het tankstation; • geluidshinder vanaf de A12 en omliggende wegen; • de bestaande kabels en leidingen in het plangebied; • de risicoafstanden van het LPG-station, de A12, de inrichting Immori B.V en de spoorlijn Arnhem – Zutphen; • mogelijk voorkomende beschermde soorten, zoals de vleermuizen, slechtvalk, sperwer, boomvalk, eekhoorn, kleine marterachtigen, steenmarter, stijve wolfsmelk, bever, otter en de sleedoornpage; • een mogelijke toename van stikstofdepositie in de aanlegfase; • de toename in het verharde oppervlak, welke tegenstrijdig is met het huidige beleid (10% minder verharding).

Bij de verdere programmering en stedenbouwkundige inrichting van het gebied dient rekening te worden gehouden met deze aandachtspunten. Kansen voor het IJssel District worden gezien in het hanteren van een passende parkeernorm en het toepassen van dubbelgebruik en het slim en klimaatadaptief inrichten van de buitenruimte ter bevordering van de biodiversiteit en vermindering van hittestress. Om het IJssel District mogelijk te maken dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. Gekoppeld hieraan moet een aanmeldingsnotitie worden opgesteld, waarna het college een m.e.r.-beoordelingsbesluit kan nemen. Voor de ruimtelijke procedure en de m.e.r-beoordeling dienen in ieder geval de volgende onderzoeken te worden uitgevoerd: • bureaustudie archeologie en verkennend booronderzoek archeologie, eventueel gevolgd door vervolgonderzoek; • verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek; • detectieonderzoek naar ontplofbare oorlogsresten; • akoestisch onderzoek gevelbelasting; • Risicoberekeningen LPG, A12 en verantwoording groepsrisico LPG, A12, inrichting Immori B.V en spoorlijn Arnhem – Zutphen; • onderzoek naar diverse beschermde soorten; • watertoets; Een aantal onderzoeken, zoals het stikstofonderzoek en het mobiliteitsonderzoek zullen daarnaast geactualiseerd moeten worden op basis van het definitieve programma.

Bijlage 1

Concept Mobiliteitsonderzoek

Bijlage 2

Cultuurhistorische quickscan

Bijlage 3

Historisch bodemonderzoek

Bijlage 4

Kabels en leidingen

Bijlage 5

Stikstofonderzoek

Bijlage 6

Verkennend natuuronderzoek

Bijlage 7

Quickscan water en hittestress

Verantwoording Titel

Woningbouwontwikkeling IJssel District

Projectnummer

51011263

Referentienummer Revisie

Definitief

Datum

09-12-2022

Auteur

Marlous de Wijs

E-mailadres

Marlous.de.Wijs@sweco.nl

Gecontroleerd door

Lisanne Teunissen

Goedgekeurd door

Martijn Drosten

Klik of tik om tekst i n te voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=ad2d296a-ac2c-427f-a447-b9388ca58690