CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 16 - Vormvrije m.e.r.-beoordeling (23.96)

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: IJssel District vaststellen bestemmingsplan, beeldkwaliteitsplan en hogere waarden (23.96)8.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Velp, IJssel District

Gemeente Rheden

Datum: 28 juni 2023 Projectnummer: 230156

INHOUD

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3

Aanleiding De m.e.r.-beoordeling Leeswijzer

3 4 6

2

Kenmerken van het plan

7

2.1 2.2 2.3 2.4

Inleiding Beschrijving van het plan Omvang van het plan Overige kenmerken van het plan

7 7 8 8

3

Plaats van het plan

10

3.1 3.2 3.3

Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

10 10 11

4

Kenmerken van het potentiële effect

16

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Inleiding Natuur Archeologie Verkeer Geluid Luchtkwaliteit

16 17 21 22 24 24

5

Conclusie

27

Gebruikte onderzoeken/bronnen

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Rheden heeft behoefte aan meer woningen. Momenteel kent de gemeente veel woningzoekenden en beperkte bouwlocaties. Hierdoor raakt de woningvoorraad verouderd. Momenteel is in het plangebied onder andere het Rijnstate Ziekenhuis gelegen, wat heeft besloten te vertrekken uit Velp. Hierdoor komt de leefbaarheid in de omgeving onder druk te staan en is een herontwikkeling van het plangebied van belang. Momenteel ervaren omwonenden overlast in het plangebied en door het vertrek van het ziekenhuis dreigt leegstand. Daarom hebben de gemeente en betrokken marktpartijen de ambitie om in dit gebied te investeren. Hierdoor zal de leefbaarheid voor omwonenden en toekomstige bewoners verbeteren en de ruimtelijke en functionele kwaliteit van het gebied toenemen. Tegelijkertijd biedt het een uitgesproken kans om het tekort aan woningen in de gemeente en regio op te lossen. Momenteel bestaan voor het totale gebied IJssel District een Masterplan en een daaruit uitgewerkt een Ontwikkelplan. Er wordt gewerkt aan een bestemmingsplan voor de eerste fases van het Masterplan. De huidige functies zullen gedeeltelijk uit het plangebied verdwijnen, zo zal ten behoeve van de ontwikkeling de bestaande bebouwing grotendeels worden gesloopt.

In de toekomstige situatie zal het bestemmingsplan worden voorzien in circa 800 woningen in een stedelijke omgeving, met bijbehorend circa 5.900 m2 voorzieningen. Hierbij wordt een deel van de woningen gerealiseerd in reeds bestaande bebouwing van het ziekenhuis. Ook blijft een deel van de bestaande kantoorgebouwen behouden. De voorgenomen nieuwe bebouwing is niet mogelijk op grond van de ter plaatse geldende juridisch-planologische kaders. Daarom dient een planologische procedure doorlopen te worden, waarin aangetoond wordt dat de voorgenomen ontwikkeling haalbaar is en sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Globale begrenzing plangebied (in rood) (bron: pdokviewer.pdok.nl)

SAB

3

In de toelichting van het bestemmingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan van toepassing zijn de wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r.-beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie.

Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit project.

1.2

De m.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.

Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (bron: www.Infomil.nl)

Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.-beoordeling nodig is.

SAB

4

In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sedert een recente wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld. Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r.

moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavig project (de gedeeltelijke sloop van Rijnstate en woningbouw) wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.” De locatie van onderhavig project is in totaal circa 800 woningen. Daarnaast zal er circa 5.900 m2 aan voorzieningen worden gerealiseerd. Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit ruim onder de drempelwaarde en zou een vormvrije m.e.r.-beoordeling benodigd zijn. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten.

In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan.

SAB

5

Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: − kenmerken van de activiteit; − plaats waar de activiteit wordt verricht; − kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.

1.3

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.

SAB

6

2 2.1

Kenmerken van het plan Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het plan besproken. De aard en de omvang van het plan worden in beeld gebracht, Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.

2.2

Beschrijving van het plan Het plan voorziet in een herontwikkeling van het IJssel district, bestaande uit de sloop van grote delen van het huidige Rijnstate ziekenhuis en bouw van een woonwijk met bijbehorende voorzieningen. Een deel van de bestaande bebouwing blijft behouden en herontwikkeld naar woningen en ook een deel van de kantoorgebouwen blijft behouden. Dit wordt in 3 fasen uitgevoerd: fase 1 betreft de directe omgeving van het ziekenhuis waar ruimte is voor ca. 400 woningen en de ontwikkeling van het Broekbos in het zuiden van het plangebied; in fase 2 wordt gestart met de ontwikkeling van ca. 160 woningen in het zuidwestelijke deel van het plangebied en de park-as wordt afgemaakt; in fase 3 worden in het oosten van het plangebied een nieuwe toren en parkeerhub gerealiseerd met ruimte voor ca. 225 woningen, waarna het bestaande parkeerterrein tot een park wordt ontwikkeld. In het gebied wordt voor een goede functiemenging ongeveer de helft van het bestaande kantoorgebouw behouden en zijn onder andere daghoreca, een maatschappelijke functie, dienstverlenende activiteiten, zorgfuncties of een collectieve voorziening gepland. Op onderstaande afbeelding is de voorgenomen inrichting in de toekomstige situatie weergegeven.

Vogelvlucht toekomstige situatie (bron: SVP, Ontwikkelplan IJssel District, maart 2023)

SAB

7

Vanaf de snelweg is het gebied straks direct te herkennen door de contouren van het getransformeerde ziekenhuis en de nieuwe woontoren in het Park. Het plan IJssel District is opgebouwd uit een aantal woonblokken met een uniform karakter, opgebouwd uit een mix van gebouwen. Hierdoor ontstaat een gevarieerd maar samenhangend beeld. Bij het ontwerp van de bebouwing wordt rekening gehouden met klimaatbestendigheid, biodiversiteit, duurzaamheid en energie. Het centrale punt in het IJssel District wordt 'Park Nieuw Velp'. Alle stadslanen in de nieuwe woonwijk komen uit op dit park. Direct aan de westkant van het park ligt de Park As, welke halverwege wordt doorkruist door de IJssel As. Samen verbinden deze de wandelroutes, natuur en water in het plangebied. Als overgang naar de woonbuurt wordt aan de westkant van de waterplas een broekbos aangelegd. De Broekstraat zal de westelijke entree van de wijk vormen. In het oosten blijft de huidige toegangsweg welke uitkomt op de President Kennedylaan behouden als entree van de wijk.

2.3

Omvang van het plan De oppervlakte van het totale plangebied bedraagt circa 75.500 m2. In de huidige situatie zijn er verschillende gebouwen van het Rijnstate ziekenhuis en partners aanwezig, welke grotendeels worden gesloopt. Hierdoor ontstaat er ruimte voor de nieuwe woningen en voorzieningen. Het programma is voornamelijk gericht op wonen: er zijn circa 800 woningen voorzien. Daarvan valt 75% in het betaalbare segment en er zal mix zijn van sociale huur, middenhuur, betaalbare koop en dure koop. Er wordt met name voorzien in appartementen, maar ook eengezinswoningen worden gerealiseerd. De nieuw te realiseren gebouwen zullen volgens het huidige voorstel een oppervlakte van ca. 27.500 m2 beslaan, waarvan ongeveer 21.600 m2 bestemd is voor de woningen en ongeveer 5.900 m2 voor de voorzieningen. De overgebleven ruimte, ca. 48.000 m2, wordt gebruikt voor binnentuinen, ontsluiting van het gebied, parkeerhubs, en verschillende parken.

2.4

Overige kenmerken van het plan

2.4.1

Cumulatie met andere plannen Cumulatie met andere planen is niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het plangebied.

2.4.2

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het projectgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de

SAB

8

graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken, maar aangezien het gaat om één woonwijk en een deel van de huidige bebouwing behouden blijft kan worden aangenomen dat er geen sprake is van een ongewoon hoog gebruik. De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. 2.4.3

Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De nieuwe woningen en gerenoveerde kantoren hebben een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid).

2.4.4

Risico van ongevallen Onderhavig project vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het project brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.

SAB

9

3 3.1

Plaats van het plan Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.

3.2

Het bestaande grondgebruik Het plangebied ligt aan de zuidelijke rand van de kern Velp, gemeente Rheden. De eerste tekenen van menselijke ingrepen ter plaatse van het plangebied stammen uit 1364, wanneer langs de IJssel een polderstructuur wordt aangelegd. Het gebied heeft eeuwenlang die structuur en functie behouden. Aan het eind van de jaren '60 werd de nieuwe snelweg A12 aangelegd en de wijk Velp-Zuid uitgebreid. Het ziekenhuis werd in 1971 op de huidige plaats gerealiseerd, wat het terrein qua functie, structuur en indeling transformeerde. Naast het ziekenhuis was er een mix van functies, zoals het Esso Motor Motel, zorggerelateerde kantoren en twee woonflats. Door zijn ligging aan de entree van Velp naast het drukke knooppunt Velperbroek is het gebied bekend geworden als een bijzondere locatie binnen de gemeente Rheden. Het plangebied wordt begrensd door de autosnelweg A12, de Broekstraat, de Waterstraat en de President Kennedylaan. De bestaande bebouwing is gepositioneerd in een carré-opstelling, met centraal in het gebied grote parkeervoorzieningen. Grote delen van het plangebied zijn verhard. Er is een afwisseling tussen laag- en hoogbouw, met het ziekenhuis van 10 bouwlagen als het hoogste gebouw in het plangebied.

Alle overige bebouwing (het woongebouw ten noorden van het ziekenhuis, de kantoren ten oosten van het ziekenhuis en de bebouwing met de maatschappelijke bestemming ten zuiden van het ziekenhuis) bestaat uit drie bouwlagen. Door de grote afstanden tussen de gebouwen en de grote hoeveelheid parkeerplaatsen ontbreekt een duidelijke samenhang. Het zuidelijk deel van het plangebied is beperkt toegankelijk en heeft voornamelijk een groene invulling, als buffer met de zuidelijk gelegen A12. Door de aanwezige natuur en nabijheid van het Geërfdenpark en park Presikhaaf vormt het gebied een belangrijke schakel in de groenstructuur van Velp.

Aanzicht noordzijde van het plangebied, te behouden gebouwen (bron: Google Maps)

SAB

10

Zicht vanaf het zuiden op het plangebied (bron: Google Maps)

3.3

Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

3.3.1

Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.

3.3.2

Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Wetlands

Conventie van Ramsar

In of in de directe nabijheid van het plangebied is geen wetlandgebied aanwezig.

Kustgebieden

Het projectgebied is niet gelegen in een kustgebied.

SAB

11

Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Berggebieden en bosgebieden

Wet natuurbescherming

Het projectgebied is niet gelegen

Reservaten en natuurparken:

Nationale Landschappen zijn

Het projectgebied ligt niet in een

•

Nationale Landschappen

benoemd in de Nota Ruimte

Nationaal Landschap.

•

Nationale parken

Nationale Parken zijn onder-

Het plangebied ligt niet in een Na-

deel van de EHS.

tionaal Park.

Wet natuurbescherming

In de omgeving van het projectge-

in een berggebied of bosgebied.

3.3.2.1

Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen

bied liggen Natura 2000-gebieden

krachtens Richtlijn 79/409/EEG

(zie verder onder 1).

(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij commu-

Europese milieurichtlijnen

Het projectgebied ligt niet in gebie-

nautaire wetgeving vastgestelde

(o.a. kaderrichtlijn Luchtkwa-

den waar basis van communau-

normen inzake milieukwaliteit

liteit, kaderrichtlijn water)

taire wetgeving reeds normen wor-

reeds worden overschreden

den overschreden.

Gebieden met hoge bevolkings-

Het projectgebied is niet gelegen

dichtheid

in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.

Landschappen van

•

Verdrag van Valletta

Het projectgebied ligt binnen een

•

historisch belang

•

Monumentenwet

gebied dat is aangewezen met

•

cultureel belang

•

Gemeentelijk land-

een archeologische verwachting

beschermd stads- en

schapsontwikkelings-

(zie verder onder 2).

dorpsgezicht

plan

In het projectgebied bevinden zich

o •

archeologisch belang

geen historische bouwwerken, monumentale panden of structuren met een cultuurhistorische of beeldbepalende waarde. Het IJssel district heeft een geringe cultuurhistorische waarde volgens de quickscan.

1. Natura 2000-gebied Natura 2000-gebieden is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het plangebied ligt tussen de Natura 2000-gebieden Rijntakken in het zuiden op ca. 700 meter afstand en Veluwe in het noorden op circa 1,5 kilometer afstand. Andere Natura 2000-gebieden bevinden zich op meer dan 10 kilometer van het plangebied. Met het plan wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Mogelijk negatieve effecten op Natura 2000-gebied zijn op voorhand niet uit te sluiten. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.

SAB

12

Kaart met globale ligging van het plangebied ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS-Calculator, bewerking: SAB)

2. Archeologie Het plangebied heeft volgens het huidige bestemmingsplan grotendeels de waarde ‘archeologie 1’. Op basis van de archeologische beleidskaart heeft de gemeente Rheden in 2013 de kern van de planlocatie als aandachtsgebied aangewezen en de zuidelijke punt als gebied met een lage verwachting.

Uitsnede archeologische beleidskaart (bron: RAAP)

Op voorhand kan niet worden gesteld dat geen sprake is van negatieve milieueffecten wat betreft archeologie. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.

SAB

13

3.3.3

Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Natuurnetwerk Nederland (voor-

Provinciale verordening

Het projectgebied maakt geen

heen: Ecologische Hoofdstruc-

deel uit van het Natuurnetwerk

tuur)

Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), maar er ligt wel NNN in de buurt (zie onder 3).

Gebied geschikt voor be-

Wet natuurbescherming

schermde soorten

Het projectgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 4).

Weidevogelgebied en ganzen-

Provinciale verordening

foerageergebied

Het projectgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels maar wel in de nabijheid van een rustgebied voor winterganzen (zie onder 3).

Stiltegebied

Wet milieubeheer

Het projectgebied is niet gelegen

Provinciale verordening

in een stiltegebied, maar ligt wel nabij een (zie onder 3).

Bodembeschermingsgebied

Provinciale verordening

Het projectgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.

Grondwaterbeschermingsgebied

Provinciale verordening

Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

3. NNN (voormalige EHS) en provinciaal beschermde natuur Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gedeelte van het natuurnetwerk bevindt zich op ca. 700 meter van het plangebied. De meest nabijgelegen natuur rond het plangebied is ook aangewezen als ganzenfoerageergebied, en de natuur ca. 3 kilometer ten noorden als stiltegebied.

SAB

14

Globale ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland. (bron: provincie Gelderland, bewerking: SAB)

Globale ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Weidevogelgebied (blauw) en ganzenfoerageergebied (geel), en ten opzichte van stiltegebieden (oranje). (bron: atlas leefomgeving, bewerking: SAB)

Aangezien het plangebied niet in de provinciaal beschermde natuur ligt, leidt de voorgenomen ingreep niet tot vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur. De voorgenomen ingreep zal geen effect op de wezenlijke waarden en kenmerken van deze gebieden hebben. De bescherming van het Natuurnetwerk staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 niet nader onderzocht. 4. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.

SAB

15

4 4.1

Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de woningen. Hoofdstuk 2 laat zien dat het project de sloop van het ziekenhuis en nieuwbouw van ca. 800 woningen en 5.900 m2 voorzieningen binnen de bebouwde kom van Velp betreft. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het projectgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In de nabije omgeving van het projectgebied bevinden zich Natura 2000-gebieden. Daarnaast kunnen er ook beschermde dier- of plantensoorten in het projectgebied aanwezig zijn. Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: − natuur: het project kan voor wat betreft gebiedsbescherming leiden tot gevolgen voor de Natura 2000 gebieden Rijntakken en Veluwe.

Het project kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna; − archeologie: er is mogelijk sprake van negatieve effecten voor archeologische waarden door onderhavig project; − verkeer: De nieuwe woonontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-)effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. − geluidshinder: Het project heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. − luchtkwaliteit: De toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van verkeer. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete project en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen: − externe veiligheid: De functies in onderhavig project leiden niet tot externe veiligheidseffecten. − cultuurhistorie: Er is geen sprake van negatieve effecten voor cultuurhistorische waarden door onderhavig project, het gebied heeft geringe waarde.

Het ziekenhuisgebouw met hellingbaan zal vanwege de waarde behouden blijven.

SAB

16

− water: Er is met het project geen sprake van een significante toename van de bebouwing c.q. verharding ten opzichte van de huidige situatie. In het plan is daarnaast voldoende onverharde ruimte voor het hemelwater om te infiltreren in de bodem, indien de bestaande vijver en watergangen voor berging worden gebruikt. De gevolgen voor de waterhuishouding zijn op voorhand zeer beperkt tot niet bestaand. − bodem: Onderhavig project bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. Er zijn mogelijk bodemverontreinigingen binnen het plangebied aanwezig bij de gedempte voormalige sloten en nabij het Esso tankstation in het zuidoosten, maar deze worden door de ontwikkeling niet verstoord. − geurhinder: De functies in onderhavig project leiden niet tot geurhinder. De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken. De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan. 4.1.1

Referentiesituatie In een milieueffectbeoordeling worden de effecten van de alternatieven altijd vergeleken met de referentiesituatie. Dat is de situatie die in de toekomst zal ontstaan als het plan niet wordt gerealiseerd. Dit is de feitelijk bestaande situatie inclusief autonome ontwikkeling. De autonome ontwikkelingen is de ontwikkeling die ook zou plaatsvinden indien dit bestemmingsplan niet wordt opgesteld. In onderhavig geval wordt als referentiesituatie beschouwd dat de gebouwen in het gebied blijven bestaan en als ziekenhuis, andere zorg verlenende functie of kantoor dienstdoen en dat de open ruimtes verhard blijven met zeer beperkt groen.

4.2

Natuur

4.2.1

Huidige situatie Het plangebied bevindt zich in Velp (provincie Gelderland). De omgeving van Velp kenmerkt zich door de nabije rivier en uiterwaarden van de Rijntakken ten zuiden en de bossen van de Veluwe ten noorden van de woonkern. De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van woonhuizen, gezondheidsvoorzieningen en bedrijvigheid. Verder zijn rondom het plangebied woonzorgpanden, supermarkten en een school met kinderopvang gelegen. In augustus 2022 is een veldbezoek uitgevoerd. Het plangebied bestaat uit het ziekhuis Rijnstate Velp, een grote parkeerplaats, meerdere complexen (wonen en werken), een braakliggend grasland en een watergang. Het onderzoeksgebied is iets groter, en bevat tevens een waterplas ten zuiden van het plangebied, en bebouwing zoals De President, Flexrooms, de Esso en de woonflats aan de President Kennedylaan. Verder zijn er hier en daar bomen en bosschages aanwezig en kort gemaaid gazon rondom het ziekenhuis en de woonflats in het noordoosten van het

SAB

17

onderzoeksgebied. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van het plangebied ten tijde van het veldbezoek.

Impressie huidige inrichting binnen het plangebied

4.2.2

Effecten ontwikkeling Met een stikstofberekening1 en quick scan natuur2 is onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Naast beschermde natuurwaarden in het plangebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Navolgend worden kort de conclusies van de onderzoeken uiteengezet.

1

SAB (2023). Onderzoek stikstofdepositie. IJssel District, Velp. Projectnummer: 230156

2

Sweco Nederland (2022). Verkennend natuuronderzoek IJsseldistrict. Projectnummer: 51011263.

SAB

18

Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen. Echter, het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Rijntakken) ligt op slechts circa 700 meter afstand. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling is een toename in stikstofuitstoot in het plangebied mogelijk. Zo kan bij de sloop en nieuwbouw door de aanwezige machines stikstof worden uitgestoten. Daarnaast kan de verkeersaantrekkende werking door de plannen toenemen. Tevens zijn andere verstoringen als gevolg van de ontwikkeling niet op voorhand uit te sluiten. Bij de mogelijke sloopen bouwwerkzaamheden kunnen bijvoorbeeld grote hoeveelheden geluid en licht geproduceerd worden. Dit kan verstoringen veroorzaken in het naastgelegen Natura 2000-gebied. Van het plan is enige stikstofemissie te verwachten. Om te bepalen of deze stikstof kan leiden tot de verstoring van stikstofgevoelige vegetaties in Natura 2000-gebieden is een AERIUS-berekening uitgevoerd (Onderzoek stikstofdepositie Velp IJssel District, SAB; d.d. 5-5-2023). Uit de AERIUS-berekeningen volgt dat er met de ontwikkeling en saldering van het huidige gebruik een afname van stikstofdepositie te verwachten is op Natura 2000-gebieden voor de zowel de aanleg- als gebruiksfase, mits in de aanlegfase stikstofbeperkende maatregelen worden genomen.

Uit de beoordeling blijkt dat significant negatieve effecten van het plan op voorhand zijn uitgesloten. Omdat significant negatieve effecten zijn uitgesloten, is nadere toetsing van het plan in de vorm van een passende beoordeling niet noodzakelijk. Uit de toetsing blijkt ook dat er door stikstof geen significant verstorend effect op doelsoorten te verwachten is of negatieve effecten te verwachten zijn op de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten. Een vergunning Wet natuurbescherming zal daarom niet nodig zijn. Hiermee kan worden uitgesloten dat sprake zal zijn van een nadelig milieueffect op het gebied van gebiedsbescherming. Beschermde soorten In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Bij deze ruimtelijke ontwikkeling worden in totaal 56 bomen gekapt. Daartegenover staat dat 149 nieuwe bomen worden aangeplant. De houtopstanden in het gebied blijven daardoor in stand gehouden. De Wet natuurbescherming biedt mogelijk belemmeringen voor de voorgenomen (her)ontwikkeling van het IJssel District. Er zijn soorten aanwezig of te verwachten binnen de invloedssfeer van de voorgenomen (her)ontwikkeling die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming. Mogelijk worden deze soorten negatief beïnvloed.

Op onderstaande afbeelding is een overzicht van de verschillende clusters weergegeven en per cluster een overzicht van de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten.

SAB

19

Het onderzoeksgebied, onderverdeeld in bouwplots A tot en met H, en mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten per bouwplot (bron: Sweco)

Uit bestaande gegevens blijkt de aanwezigheid van de Al[penwatersalamander en ringslang in de omgeving van het plangebied. Voor beide soorten blijkt echter dat het onderzoeksgebied slechts beperkt geschikt is en dat het geen essentieel onderdeel zal zijn van deze soorten. Door de aanwezigheid van blad aan de bomen, konden de bomen niet in voldoende mate geïnspecteerd worden op aanwezigheid van vogelnesten en holtes en kieren in bomen waar eekhoorn en/of vleermuizen in zouden kunnen verblijven. In februari 2023 is er daarom aanvullend onderzoek uitgevoerd, waaruit is gebleken dat aanwezigheid van geschikte broedgelegenheid van boomvalk, sperwer en slechtvalk kan worden uitgesloten. De aanwezigheid van nesten van de eekhoorn is ook uitgesloten. Er zijn geen boomholtes aanwezig die kunnen dienen als vaste rust- of voortplantingsplaats voor vleermuizen. Ook de eitjes van de sleedoornpage zijn niet waargenomen, waardoor voortplanting binnen het plangebied uitgesloten kan worden. Er dient echter wel rekening te worden gehouden met de broedende vogels in het broedseizoen (globaal van half maart tot augustus). Van belang is dat broedende vogels niet zodanig opzettelijk verstoord worden dat de gunstige staat van instandhouding van de soort in het geding komt. Voorafgaand aan verstorende werkzaamheden binnen het broedseizoen, is het uitvoeren van een broedvogelcontrole noodzakelijk.

Er is geen aanvullend onderzoek nodig naar bovenstaande soorten en soortgroepen. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor deze soorten is niet noodzakelijk. In maart en juni 2023 zijn naar aanleiding van de quickscan voor de overige soorten veldbezoeken door SAB uitgevoerd. Steenmarters bleken op de verwachte verblijfplaatsen niet aanwezig te zijn. Er bleek uitermate geschikt leefgebied voor kleine marters te zijn door de combinatie van water in de omgeving, robuuste

SAB

20

houtwallen en hoog opgaande kruidige vegetatie in deelgebied F. Nader onderzoek is nodig om significant negatieve milieueffecten uit te sluiten voor deze soorten. Er zijn in het gebied aan de zijde van de snelweg sporen van bevers en een burcht aangetroffen, maar aan de kant van de bebouwing waren geen sporen aanwezig. Er zijn geen sporen van otters aangetroffen. Nader onderzoek dient aan te tonen dat de burcht op voldoende afstand ligt van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling om significante verstoring te voorkomen. Voor de meeste soorten kan worden gesteld dat er geen sprake is van nadelige milieueffecten. Enkel voor steenmarters, kleine marters en bevers is nader onderzoek nodig om significant negatieve milieueffecten uit te sluiten. Indien deze soorten aanwezig zijn is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk, en dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen. Uitgaande van de benodigde ontheffing en het toepassen van de benodigde mitigerende maatregelen kan worden gesteld dat het effect op het aspect soortenbescherming zeer beperkt blijft, en geen aanzinenlijkhe hinder optreedt op het gebied van soortenbescherming.

4.3

Archeologie

4.3.1

Huidige situatie Onderhavig plangebied betreft in de huidige situatie een reeds bebouwde kavel, waardoor er in de bovenste bodemlagen geen archeologische vondsten verwacht kunnen worden. Conform de archeologische beleidskaart van de gemeente Rheden3 is sprake van een archeologisch aandachtsgebeid, met waarde 1. Bij zones met deze waarde geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen dieper dan 30 cm en over een (totale) oppervlakte groter dan 100 m2. Het zuidelijk deel van het plangebied heeft waarde 3, hiervoor geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen dieper dan 30 cm en over een (totale) oppervlakte groter dan 2.500 m2. Voor voorliggende ontwikkeling worden de drempelwaarden overschreden.

4.3.2

Effecten ontwikkeling In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is voorzien in een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen4. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een uitspoelingswaaier ligt die (deels) door Holocene komafzettingen wordt afgedekt, waardoor archeologische resten uit het Laat Paleolithicum tot en met de Bronstijd aanwezig kunnen zijn. In de Late Middeleeuwen wordt het plangebied geschikt voor landbouw en dit blijft zo het tot de jaren 60 van de 20e eeuw. De voornaamste verwachting in het plangebied geldt voor resten uit de Tweede Wereldoorlog, omdat in het midden en noordoosten van het plangebied een (flank)stelling bestond.

3

RAAP Archeologisch Adviesbureau (2014). Archeologie in de gemeente Rheden. Actualisatie archeologische kaarten. Rapport 2534.

4

Bureau voor Archeologie (2023). Bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase. Rapport 1327.

SAB

21

Het booronderzoek bevestigt de bevindingen uit het bureauonderzoek. In de Pleistocene afzettingen worden geen behoudenswaardige archeologische resten verwacht. Tijdens het booronderzoek zijn diepe verstoringen ter hoogte van de verwachte stelling uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen. Het is daarom mogelijk dat sporen en resten van deze stelling nog aanwezig zijn en andere resten van oorlogshandelingen aanwezig zijn. Bureau voor archeologie adviseert daarom in het noordoosten van het plangebied een proefsleuvenonderzoek uit te voeren om eventuele resten te karteren en te waarderen. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Het PvE dient te worden opgesteld in samenwerking met historisch onderzoek van een deskundige op het gebied van de Tweede Wereldoorlog. Mogelijk moet het proefsleuvenonderzoek gecombineerd worden met een OOO-begeleiding (Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten). In dat opzicht is het ook mogelijk om het OOO-onderzoek archeologisch te laten begeleiden. In de rest van het plangebied wordt geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, hier zal in het bestemmingsplan een archeologische dubbelbestemming opgenomen worden. Middels deze dubbelbestemming is juridisch-planologisch gewaarborgd dat bij bodemingrepen archeologisch onderzoek moet worden verricht.

Gezien voorgaande zijn de (mogelijke) archeologische waarden in het plangebied in voldoende mate beschermd middels onderzoek voorafgaand aan bouwwerkzaamheden in het gebied van de stelling en een archeologische dubbelbestemming voor het hele gebied. Hierdoor kan in ieder geval worden uitgesloten dat sprake zal zijn van een belangrijk nadelig milieueffect.

4.4

Verkeer

4.4.1

Huidige situatie In de huidige situatie zijn er reeds een ziekenhuis en andere zorgverlenende functies in het plangebied aanwezig. Momenteel is er dus reeds sprake van een verkeersaantrekkende werking.

4.4.2

Effecten ontwikkeling verkeer De verkeersgeneratie van het beoogde project is onderzocht in het rapport Ontsluiting en verkeersafwikkeling van Goudappel5. In de huidige situatie bedraagt de etmaalintensiteit 2.275 ritten per etmaal (uit het regionaal verkeersmodel Arnhem Nijmegen 2021). In het rapport wordt de toekomstige verkeersgeneratie op basis van het beschreven programma bepaald op 4.553 motorvoertuigen per werkdag etmaal. Voor 2/3e ontsluit het verkeer van en naar het IJssel district via het kruispunt Broekstraat Waterstraat, voor een derde vindt de ontsluiting plaats via de Kennedylaan. Ten opzichte van de referentiesituatie met het ziekenhuis worden de Broekstraat en Waterstraat drukker, en blijft de Kennedylaan op hetzelfde niveau.

5 Ontsluiting en verkeersafwikkeling, Goudappel (d.d. 13 april 2023)

SAB

22

De verkeersafwikkeling van de nabijgelegen kruispunten is inzichtelijk gemaakt op basis van een COCON berekening. Kruispunt Waterstraat - Broekstraat Het kruispunt betreft een voorrangskruispunt met een relatief brede middenberm waar afslaand verkeer zich kan opstellen. Op basis van de toekomstige intensiteiten worden er geen afwikkelingsproblemen verwacht op dit kruispunt. Auto’s zullen weinig last hebben van fietsen of ander afslaand verkeer. Uit een robuustheidschecfk blijkt daarnaast dat de ochtendpits tot 250% meer verkeer vanuit het gebied kan verwerken, voor de avondspits is dit 260%. Geconcludeerd wordt dat het kruispunt Waterstraat – Broekstraat het verkeer goed kan afwikkelen in het planjaar 2031; er is zelfs ruimte om extra verkeer af te wikkelen. Kruispunt Kennedylaan – Waterstraat De bestaande regeling kan het verkeer niet verwerken. Met maatregelen kan binnen de huidige vormgeving extra capaciteit worden verkregen door de richtingen 5 en 11 (Waterstraat en Reigerstraat) gelijktijdig groen te geven; waarna de kwaliteit van de verkeersafwikkeling in de avondspits niet meer dan redelijk is. Op termijn, rond 2031, moet worden gekeken naar de lengte van de opstelvakken in relatie tot de koppeling van de regeling met de regelingen op het kruispunt Kennedylaan – Lepelaarstraat en het Velperbroekcircuit.

Kruispunt Kennedylaan – Lepelaarstraat Het toekomstige verkeer kan worden afgewikkeld zonder aanpassingen van het kruispunt. Maar er is weinig restcapaciteit om een eventuele verdere toename van het verkeer op te vangen. Het is wellicht wel wenselijk om de opstellengte van richting 03 te verlengen om mogelijke blokkades te voorkomen. Bij de geconstateerde conclusies geldt de kanttekening dat de verkeersafwikkeling van de optredende wachtrijen worden beïnvloed door de koppeling tussen de verkeersregeling op het kruispunt Kennedylaan – Waterstraat, Kennedylaan – Lepelaarstraat en het Velperbroekcircuit. Conclusie In het algemeen wordt geconcludeerd dat het verkeer verwerkt kan worden via de bestaande kruispunten; er is geen noodzaak is tot aanpassing van wegen of kruispunten. Wel dient op termijn gekeken te worden naar de lengte van de opstelvakken. Gezien voorgaande wordt wat betreft verkeer geen negatief milieueffect verwacht op het gebied van doorstroming en veiligheid.

SAB

23

4.5

Geluid

4.5.1

Huidige situatie De locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, waar verwacht kan worden dat in de bestaande situatie reeds sprake is van een merkbaar geluidsniveau als gevolg van de omliggende wegen.

4.5.2

Effecten ontwikkeling In de toekomstige situatie zullen er 800 woningen en 5.900 m2 voorzieningen in het plangebied bestaan. Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de worst-case verkeersaantrekking van het gehele plan geschat op circa maximaal 4.340 motorvoertuigen per etmaal. Voor het onderdeel geluid wordt aangenomen dat het verkeer uit het plangebied zich gelijk over de ontsluitingswegen verdeeld. Het verkeer zal worden ontsloten op de Broekstraat en President Kennedylaan. Hier bevinden zich reeds bestaande woningen. Bij deze bestaande woningen zou de geluidsbelasting dus kunnen toenemen door de realisatie van het plan. In het kader van het op te stellen bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai6 uitgevoerd. Uit de Wet Geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Op basis van het akoestisch onderzoek geldt voor het maatgevende jaar 2033 voor de Broekstraat ter hoogte van het plangebied een etmaalintensiteit van circa 5.700 motorvoertuigen per etmaal, voor de President Kennedylaan geldt een etmaalintensiteit van circa 21.000 motorvoertuigen per etmaal.

Bij dit plan is daarmee te verwachten dat de verkeerstoename op de President Kennedylaan veel lager zal zijn dan 40%. Deze toename bedraagt met voorgaande uitgangspunten op zijn hoogst ca. 10,3%. Ook de verkeerstoename op de Broekstraat zal lager zijn dan 40%. Deze toename bedraagt met voorgaande uitgangspunten op zijn hoogst ca. 38,1%. Dit is echter worst-case, waarschijnlijk zal meer dan de helft van het verkeer via de grotere en beter verbonden President Kennedylaan het gebied verlaten. Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename op de reeds bestaande woningen. Gezien voorgaande is er geen sprake van een negatief milieueffect.

4.6

Luchtkwaliteit

4.6.1

Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen vanuit de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer); dit bedragen de 6

SAB (2023). Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai IJssel District, Velp. Projectnummer: 230156.

SAB

24

jaargemiddelde immissieconcentraties. Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en fijnstof in de huidige situatie beneden de gestelde grenswaarden. Kenmerk Stikstofdioxide (NO2) fijnstof (PM10) zeer fijnstof (PM2,5)

Achtergrondconcentratie 16 - 18 µg/m3 16 - 18 µg/m3 9 - 10 µg/m3

Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3

Stikstofdioxide en (zeer) fijnstof huidige situatie (Bron: Atlas Leefomgeving).

4.6.2

Effecten ontwikkeling Er is mogelijk een effect op de luchtkwaliteit door de toegenomen verkeersgeneratie van het plangebied. Door de sloop van het ziekenhuis neemt echter de verkeersgeneratie van het gebied ook af. Volgens het verkeer en ontsluitingsonderzoek van Goudappel7 bedraagt het verkeer vanwege het ziekenhuis 2.275 motorvoertuigen per etmaal. De verkeersgeneratie van het project bedraagt in 2031 4.553 motorvoertuigen per werkdag. Op een werkdag zal het verkeer in de omgeving daarmee toenemen met circa 2.300 verkeersbewegingen. Onderliggend project voorziet in de ontwikkeling van een woonwijk ter plaatse van een ziekenhuis. Gezien de omvang is het project ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM). Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig project onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Er wordt gerekend met werkdaggegevens, de daadwerkelijke weekdag intensiteiten zullen lager liggen; daarmee is er sprake van een worstcase benadering. Onderstaande figuur toont de maximale bijdrage van het extra verkeer van uitstoot van NO2 en PM10 voor het maatgevende jaar 2029.

7 Ontsluiting en verkeersafwikkeling, Goudappel (d.d. 13 april 2023)

SAB

25

NIBM-berekening toekomstige situatie

Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds ver onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.

SAB

26

5

Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de sloop van het Rijnstate ziekenhuis te Velp en nieuwbouw van een woonwijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In de toekomstige situatie zal het plangebied voorzien in circa 800 woningen en circa 5.900 m2 voorzieningen. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)

Natuur (soortenbescherming)

Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat significant negatieve effecten op het nabij gelegen Natura 2000 gebied niet aan de orde zijn. Er is daarom geen sprake van een negatief milieueffect. Voor de werkzaamheden worden mitigerende maatregelen getroffen zodat de negatieve effecten zo minimaal mogelijk zullen zijn. Daarnaast dient te allen tijde rekening gehouden te worden met alle broedende vogels en de zorgplicht. Er is voor broedende vogels geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Voor de meeste soorten kan worden uitgesloten dat er significant negatieve milieueffecten plaatsvinden. Aan de rand van het plangebied zijn wel verblijfplaatsen van bevers aanwezig. Nader onderzoek dient aan te tonen dat de geplande ruimtelijke ontwikkeling ver genoeg van de burcht plaatsvindt om significante verstoring te voorkomen. Mogelijk moeten mitigerende maatregelen plaatsvinden. Daarnaast is het gebied goed geschikt voor steenmarters en kleine marters. Indien deze soorten aanwezig zijn is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen.

Archeologie

SAB

Uitgaande van de benodigde ontheffing en het toepassen van de benodigde mitigerende maatregelen kan worden gesteld dat het effect op het aspect soortenbescherming zeer beperkt blijft en er geen aanzienlijke hinder optreedt op het gebied van soortenbescherming. In het noordoosten van het plangebied moet een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd worden om eventuele resten te karteren en te waarderen, waarvan de werkwijze vastgelegd wordt in een Programma van Eisen (PvE). Mogelijk moet het

27

proefsleuvenonderzoek gecombineerd worden met een OOO-begeleiding (Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten).

Verkeer

Geluid

Lucht

In dit deel van het plangebied wordt middels een archeologische dubbelbestemming gewaarborgd dat bij bodemingrepen archeologisch bodemonderzoek moet worden verricht. Zo zijn de archeologische waarden in het plangebied in voldoende mate beschermd en kan worden uitgesloten dat sprake zal zijn van een belangrijk nadelig milieueffect. Gelet op de huidige verkeersgeneratie van het ziekenhuis kan de toekomstige verkeersgeneratie zonder afwikkelingsproblemen worden aangesloten op de bestaande infrastructuur. Er is geen noodzaak tot aanpassing van wegen of kruispunten. Wel dient op termijn gekeken te worden naar de lengte van de opstelvakken. Er wordt wat betreft verkeer geen negatief milieueffect verwacht op het gebied van doorstroming en veiligheid. Als gevolg van de ontwikkeling zal er sprake zijn van een grotere verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de huidige situatie. Met de berekende verkeersgeneratie is er echter geen sprake van een significante toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. Er is daarom geen sprake van een negatief milieueffect. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het project draagt Niet In Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering. Er is daarom geen sprake van een negatief milieueffect.

De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Uitsluitend voor wat betreft natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten. Nader onderzoek moet uitwijzen of een ontheffing van de Wet natuurbescherming benodigd is. In dat geval dienen mitigeren maatregelen te worden uitgevoerd, en kan met de uitvoering daarvan worden gesteld dat het effect op het aspect soortenbescherming zeer beperkt blijft. Er vindt dan geen aanzinenlijkhe hinder plaats op het gebied van soortenbescherming. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

SAB

28

Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken − Onderzoek Stikstofdepositie (SAB) − Verkennend onderzoek natuur (Sweco) − Soortenonderzoek natuur (SAB) − Onderzoek archeologie gemeente Rheden (RAAP) − Bureau- en veldonderzoek archeologie (RAAP) − Onderzoek ontsluiting en verkeersafwikkeling (Goudappel) − Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (SAB) − Onderzoek stikstofdepositie (SAB) Bronnen − Risicokaart www.risicokaart.nl − Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten − Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/ − Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/ − CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/ − Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken − AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/ − Natura 2000 Database https://www.natura2000.nl/gebieden − Natuurgebieden Gelderland https://gelderland.maps.arcgis.com/apps/dashboards/c7b302b57c1b4ba4861cf95ca71eefa4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=65a05d61-e7aa-430a-97a4-06ce249cbe05