Bijlage 12 - Cultuurhistorische quickscan (23.96)
Tekst van het document
Cultuurhistorische quickscan IJsseldistrict (bovengronds)
Martijn Andela, oktober 2022 1
Inleiding Het Rijnstate ziekenhuis in Velp zal over enkele jaren vertrekken, waardoor ruimte ontstaat voor een nieuwe invulling van het gebouw en zijn omgeving. Op 22 februari 2022 heeft de gemeenteraad ingestemd met een Masterplan voor het gebied, waarin de stedenbouwkundige hoofdstructuur wordt geschetst die de basis gaat vormen voor een nieuwe te ontwikkelen, duurzame woonwijk met ca. 1100 woningen waaraan veel behoefte is. Het project IJsseldistrict past niet binnen de kaders van het huidige bestemmingsplan. Er is een nieuw bestemmings- dan wel omgevingsplan nodig. Hierin dient de gemeente rekening te houden met de in het gebied aanwezige of te verwachten cultuurhistorische waarden (art. 3.1.6 lid 2 sub a Besluit ruimtelijk ordening). Op het eerste gezicht zijn er in het gebied weinig bovengrondse cultuurhistorische waarden. Er staan geen monumenten of beeldbepalende panden en het gebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd gezicht. Het gebied is echter niet meegenomen in de cultuurhistorische quickscan die eerder gemaakt is voor Velp Zuid, waardoor het mogelijk is dat er cultuurhistorische waarden zijn gemist.
Architectuur en stedenbouw uit de wederopbouwperiode staan landelijk alweer enige tijd in de belangstelling – dat geldt inmiddels ook al voor zogenaamde Post ’65 architectuur – en er is inmiddels al het nodige erfgoed uit de tweede helft van de twintigste eeuw beschermd. Deze cultuurhistorische quickscan is opgesteld ten behoeve van de planprocedure en richt zich op de volgende aspecten: • • •
de stedenbouwkundige uitleg; de architectuur van de individuele objecten en de betrokken ontwerpers; het voorkomen van kunst.
Stedenbouwkundige situatie Het onderzoeksgebied wordt begrensd door de Broekstraat, Waterstraat, President Kennedylaan, de A12 en het Velperbroekcircuit. Bepaalde gebouwen en hun omgeving – zoals ‘de President’, de flatgebouwen aan de President Kennedylaan en het voormalige hotel aan de vijver maken thans geen onderdeel uit van het plangebied, maar zijn vanwege een heldere begrenzing van de locatie wel meegenomen in deze cultuurhistorische quickscan.
2
Het gebied is qua begrenzing, inrichting en toedeling van functies sterk beïnvloed door de aanleg van de A12 van Arnhem naar Duitsland en de A348 aan het begin van de jaren 1960. De karakteristieke, langgerekte verkaveling van de vroegere natte broekgronden aan de Waterstraat, die zijn naam ontleent aan het feit dat het rivierwater in de winter vaak tot hier steeg, is onherkenbaar veranderd. De huidige vijver aan de zuidzijde van het gebied is bij de aanleg van het knooppunt Velperbroek ontstaan. De Velpse Molenweg, van de Hoofdstraat tot aan de spoorlijn, en de Beekstraat in het verlengde daarvan aan de overzijde van het spoor, werden als belangrijkste uitvalsweg verl engd tot aan het knooppunt en zouden vanaf dat moment President Kennedylaan heten. De bouw van het benzinepompstation en bijbehorende hotel, alsmede de parkeerterreinen in het binnengebied zijn direct aan de aanleg van de nieuwe wegen en het daarbij behorende verkeer te relateren.
De ontwikkeling in het gebied in topografische kaarten, v.l.n.r.: 1965, 1966 en 1972. De kaarten liepen altijd wat achter op de werkelijkheid. In 1960 was begonnen met de aanleg van de A348 tussen Velp en Rheden en in juni ‘64 werd dit wegdeel geopend. In 1961 opende de eerste rijbaan tussen knooppunt Velperbroek en de grensover gang met Duitsland. De tweede rijbaan hiervan werd tussen 1961 en 1964 opengesteld. Op de kaart uit 1972 is te zien dat de President Kennedylaan inmiddels is doorgetrokken tot in de dorpskern van Velp.
Het onderzoeksgebied ontbeert een duidelijke stedenbouwkundige structuur. Het belangrijkste gebouw en hoogteaccent is het ziekenhuis, dat samen met de zusterflat, het hotel en het tankstation tot de eerste bebouwing behoort. De hoofdtoegangsweg tot het terrein is op de entree van het ziekenhuis gericht. Aan de rechterzijde van deze weg bevindt zich een oprit naar de hoofdentree, die een verdieping hoger is gesitueerd op een plint met utilitaire ruimtes. Tussen de toegangsweg en oprit bevindt zich een ‘moderne folly’: een betonnen huisje uit 1996 van de hand van ruimtelijk ontwerper Martine Herman, dat bedoeld is om de grote massa van het ziekenhuis te doorbreken en de achte r een
3
blinde muur verstopte trap naar de ingang te markeren. Rond het midden van de jaren ’70 zijn de overige gebouwen tot stand gekomen, waardoor de randen van het gebied zijn afgebakend. Omdat de bij de gebouwen behorende, ruim bemeten parkeerterreinen allemaal in het binnengebied zijn gesitueerd, ontbreekt er samenhang. De noord- en westzijde van het gebied hebben duidelijk een groener karakter. Een vergelijking van de huidige groenaanleg rond het ziekenhuis met een situatietekening in het bouwdossier wekt de indruk dat de aanleg hier sinds de stichting van het ziekenhuis nauwelijks gewijzigd is. Het formaat van de bomen wijst hier eveneens op. Langs de Waterstraat staan ook diverse volwassen bomen, waaronder enkele treurwilgen die markeren dat er nog een waterloop langs de Waterstraat ligt. Een houten voetgangersbrug over de vaart voert naar een laantje dat tussen de flats en het kantoorgebouw President Kennedylaan 320 door loopt.
rechts: bouwjarenkaart, bron: https://parallel.co.uk/netherlands/ inzet: schets kunstwerk door Martine Herman
4
Architectuur Het ziekenhuis bestaat uit een 10 bouwlagen hoge, noord-zuid gerichte beddentoren op een plint met poliklinieken en utilitaire ruimtes. Deze plint is in de jaren 1983-‘84 aan de achterzijde nog uitgebreid. De entree bevindt zich op de eerste verdieping, die bereikbaar was voor auto’s middels een op- en afrit. De gevels zijn voorzien van strookvensters en bekleed met platen geprefabriceerd gewassen grindbeton. De open afrit zijn van in het werk gestort beton, waarin de planken van de bekisting nog zichtbaar zijn. Het type ziekenhuis waartoe dat in Velp behoort, werd breedvoetziekenhuis of Breitfuß genoemd en was in de tweede helft van de jaren zestig uit de Verenigde Staten komen overwaaien. Het Diaconessenhuis in Eindhoven en het Leyenburg ziekenhuis in Den Haag zijn twee andere voorbeelden van dit type in Nederland. Het ontwerp kwam tot stand middels een samenwerking tussen de staf van het Velpse ziekenhuis, de directeur van het Nederlands Adviesbureau voor Ziekenhuisplanning J. Schooneman en ir. Herman van Wely (1923-1987) en prof. ir. Willem G.J. van Mourik (1914-2006), die gezamenlijk een succesvol bureau in Arnhem hadden. Van Wely lijkt de projectarchitect te zijn geweest en het (toen nog) in Arnhem gevestigde Adviesbureau voor Bouwtechniek (ABT) was verantwoordelijk voor de constructie.
Van de twee betrokken architecten had Van Mourik duidelijk meer statuur: als architect en stedenbouwkundige was hij tot 1969 voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) en hoogleraar planologie in Wageningen. Van Mourik publiceerde veel over onder meer kerken- en scholenbouw.
De ontwikkeling van ziekenhuizen sinds de 19e eeuw, bron: N.J. Devriese, D.J.M. van der Voordt, M.J. Belderok (2002). Van ziekenhuis naar beterhuis. ZM Magazine, 18 (7/8), 8-12.
Naast het trappenhuis dat van de parkeerplaats naar de hoofdentree leidt, is aan de gevel van de afrit een mozaïek van Venetiaans glas opgehangen. Gezien de wijze van bevestigen is het werk mogelijk al eens verplaatst; vaak was monumentaal werk dat gemaakt werd onder invloed van de percentageregeling letterlijk ‘gebouwgebonden’ – het was een integraal onderdeel van het gebouw. Het mozaiek draagt de
5
naam ‘neuronen en bindweefsel’, is in 1971 vervaardigd door de in Schiedam geboren Alex Gerard (Lex) van Daalen (1937-2005), die zich in 1967 – het jaar van zijn huwelijk – definitief in Emst (gemeente Epe) vestigde. Hij werd opgeleid aan de Academie voor Beeldende Kunst in Rotterdam waar hij voor de richting monumentale kunst koos. Van Daalen maakte mozaïekwerk voor o.a. de scheepswerf Wilton Fei jenoord te Rotterdam (1968), het ABN-gebouw te Amsterdam (1969), de Koninklijke Maatschappij De Schelde, het zwembad van Eerbeek, een kleuterschool te Vaassen en het politiebureau van Epe.
Links: het zusterhuis in 1979 door Gerth van Roden, bron: Gelders Archief. Rechts: ‘neuronen en bindweefsel’, foto auteur.
Vermoedelijk zijn de architecten van het ziekenhuis ook verantwoordelijk voor het ontwerp van het tegelijkertijd opgetrokken ‘zusterhuis’ bij het ziekenhuis, dat onderdak bood aan het verplegend personeel en tegenwoordig het adres Broekstraat 9 draagt. Het gebouw bestaat uit drie even grote, trapsgewijs verspringende volumes van drie bouwlagen onder een plat dak. De vensters zijn gekoppeld in verticale stroken, waarbij de borstweringen bekleed zijn met plaatmateriaal. De muurdammen tussen de vensterstroken zijn opgetrokken in betonnen blokken, die recentelijk wit zijn geschilderd; de borstweringen zijn thans antraciet gekleurd.
6
Op sommige tekeningen van het ziekenhuis en het zusterhuis is al te zien dat er op het terrein bij het ziekenhuis naast de vijver een hotel gepland was. Dit gebouw werd rond 1970 gebouwd naar ontwerp van het Rotterdamse architectenbureau Harry Nefkens (1918-2018) en begon zijn bestaan als Esso Motor Hotel. De projectarchitect bij het architectenbureau lijkt J.W. Hilz te zijn geweest. Nefke ns is een bekende architect uit de wederopbouwperiode, die in een heel moderne stijl bouwde en vanaf de jaren ’70 als projectontwikkelaar bovendien bijzonder vermogend werd. Zijn werk is vooral in het westen van het land te vinden, waar hij veel woningbouw realiseerde. Hij is echter vooral bekend als toonaangevende kerkenbouwer uit deze periode. In het ontwerp zijn de hotelkamers in een tweelaags vleugel aan weerszijden van een lange gang gesitueerd; gemeenschappelijke functies zoals de entree, lobby, keuken, conferentiezaal, lobby, toiletten e.d. waren in dieper en iets hoger bouwdeel ondergebracht. De gevels hadden een sterk horizontale oriëntatie en was opgetrokken in baksteen, afgewisseld met horizontale banden gewassen grindbeton. Ze zijn momenteel geheel grijs geschilderd.
Esso Motorhotel, 1970-1990, Staatsarchief Stavanger.
7
De galerijflats Kraaiemaat en Heuvelmaat, die in de jaren 1970 eigendom waren van de Bouwvereniging ‘Ons Belang’, staan in de noordoosthoek van het terrein. Ze bestaan uit een ten opzichte van elkaar verspringend breed en een smaller bouwdeel, die aan elkaar zijn geschakeld door een hoger opgetrokken trappenhuis met lift. Beide bouwdelen bevatten vijf bouwlagen met woningen; de bredere bouwdelen zijn echter een laag hoger omdat zich hier op straatniveau een plint met bergingen bevindt. Beide flats zijn hun entrees naar het binnengebied gericht. De balkons van de woningen in Heuvelmaat liggen op het zuiden; de balkons van Kraaiemaat liggen aan de President Kennedylaan. Pleitbezorger voor de bouw van de flats was de directeur gemeentewerken P.J. Baauw, en de eerste ontwerpen met toen nog 82 woningwetwoningen werden in 1971 daarom gemaakt door gemeentewerken. De bestektekeningen werden daarna echter vervaardigd door Nieuwenhuys Van den Dikkenberg architecten, toen was er inmiddels sprake van 100 woningen. Tussen de flats en het ziekenhuis ligt het voormalige kantoorgebouw President Kennedylaan 320-330, dat min of meer gelijktijdig met de flats tot stand kwam. De opdrachtgever voor de bouw was Projektburo de Kant B.V. in Arnhem; het ontwerp werd geleverd door het architectenbureau van J.J. Hornstra, W.H. Verschoor en A.M. Key, met vestigingen in Den Haag en Nijmegen.
Het gebouw heeft dr ie bouwlagen en de gevels zijn geheel opgetrokken uit prefabbetonnen gevelelementen, die tegenwoordig in grijstinten zijn geschilderd en de kozijnen wit. Oorspronkelijk waren de gevelelementen vermoedelijk ongeschilderd, de luifel en kozijnen van de hoofdentree bruin, het hekwerk van de trap op de kop oranje en het glas in de gevelelementen bronskleurig. Met de bouw van het drie bouwlagen hoge kantoorgebouw President Kennedylaan 104-108 werd de bebouwing aan de rand van het gebied voltooid. De opdrachtgever voor de bouw was vastgoedontwikkelingsmaatschappij VOM Nederland B.V. in Arnhem. Het gebouw werd ontworpen door de bekende Rotterdamse architect Wim Gerhard Quist (1930-2022). Quist was onder andere gemeentearchitect in de havenstad, en ten tijde van het ontwerp voor het kantoorgebouw in Velp was hij hoogleraar aan de TU Eindhoven. Van 1975 t/m 1979 was hij aangesteld als Rijksbouwmeester. Quist staat bekend als een architect die veel grote civiele en utilitaire projecten ontwierp. Zijn ontwerpen hebben een sterk rationeel karakter en daarmee een zekere strengheid. Met de ruimtelijke context van zijn gebouwen had hij minder op; die schiep hij het liefst zelf. Het kantoorgebouw heeft drie entrees aan het binnengebied die worden gemarkeerd door luifels; in het midden van de middenpartij en in de oksels aan weerszijden.
Het gebouw is vanaf het begin bedoeld te zijn als bedrijfsverzamelgebouw. De plattegrond was – op de trappenhuizen, verkeers- en toiletruimtes na, vrij indeelbaar. Quist koos ervoor de ronde betonkolommen aan de buitenzijde van de gevel te plaatsen, waardoor het kolomstramien sterk bepalend is voor het ritme van de gevel. Ter hoogte van de borstweringen, die zijn ingevuld met een paarsrode handvormsteen van de fabriek Bosscherwaard uit Wijk bij Duurstede, zijn de kolommen voorzien van een betonnen verdikking.
8
Cultuurhistorische context De geschiedenis van het ziekenhuis in Velp begon aan het einde van de negentiende eeuw toen een aantal Velpse artsen een pand aan het Kerkpad huurde om daarin patiënten te verplegen. Er was ruimte voor zeven personen en dat bleek al snel onvoldoende. Daarom werd er in 1894 een ziekenhuis gebouwd aan de Tramstraat, dat geleidelijk groeide tot een gebouw met honderd bedden en zeventig personeelsleden. Eind 1963 gaf het Bestuur van de Vereniging “Het Ziekenhuis” te Velp opdracht voor het ontwerp van een nieuw ziekenhuis met ca. 250 bedden. Aanvankelijk was de vereniging voornemens het ziekenhuis niet in Velp, maar in de westelijke uitbreiding van het dorp Rheden in de buurtschap Worth-Rheden te realiseren. De reden was een verbetering van de bereikbaarheid vanuit het dorp Dieren, waar sterke groei verwacht werd, terwijl ook Rheden en Velp hier goed bediend zouden kunnen worden. Het ziekenhuis zou goed bereikbaar zijn via de Zutphensestraatweg en de nieuwe IJsselweg (de A348), waartoe in 1958 door het Rijk was besloten. Ten tijde van de planvorming voor het ziekenhuis naderde het gedeelte tussen het Velperbroekcircuit en Rheden zijn voltooiing; in 1960 was begonnen met de aanleg en in juni ‘64 werd de weg geopend.
Uit een toelichting op het schetsontwerp voor het ziekenhuis blijkt dat al in de beginperiode sprake was van toepassing van het ‘Breitfuss’ type en de ziekenhuiscontour op het herziene uitbreidingsplan voor Rheden suggereert dat het ontwerp destijds al veel kenmerken had van het huidige ziekenhuis, waaronder een beddentoren met een noord-zuid gerichte lengteas (zie hiernaast). Uiteindelijk werd het ziekenhuis in 1971 in Velp in gebruik genomen. Herziening uitbreidingsplan Rheden met het ziekenhuis links (paars), 1964-’66, Gelders Archief.
9
Min of meer tegelijkertijd met het zieken- en zusterhuis kwam in het onderzoeksgebied een Esso tankstation en hotel tot stand. De onderneming Esso Motor Hotel was een in Zweden gevestigde dochter van het gelijknamige Amerikaanse olie-concern, dat hotels bij haar tankstations concern exploiteerde. Het ontstaan van de combinatie tussen tanken en slapen lag in Scandinavië, waar overheden zich in het begin van de jaren 1960 inzetten voor slaapplaatsen voor automobilisten. Tot aan een reorganisatie in 1972-73, waarbij de hotels buiten Scandinavië werden verkocht aan het Britse Crest Hotels, werden er in Europa 59 Esso Motor Hotels geopend, waaronder drie in Nederland: in Amsterdam, Born en Velp. De bouw van ieder hotel lijkt altijd te zijn opgevat als een zelfstandige opgave; er was geen sprake van een huisstijl qua architectuur.
Het voormalige Esso Motor Hotel in Velp als Crest Hotel in 1975. Foto Hans Zweers, bron: Gelders Archief.
10
Conclusie Het IJsseldistrict heeft door het uitwissen van de vroegere verkaveling, de gefaseerde invulling en het schijnbaar ontbreken van een planmatige opzet daarbij en de aaneenschakeling van forse parkeerterreinen in het binnengebied geen stedenbouwkundig samenhang. Er is ook geen duidelijke relatie tussen de oriëntatie, massaopbouw en architectonische uitwerking van de gebouwen, hun omgeving en elkaar. Het meest sprekende voorbeeld daarvan is het ziekenhuis, dat eerst in een min of meer vergelijkbare vorm gepland was in Rheden. De waarde van het IJsseldistrict als geheel is daarom gering. Aan het feit dat Velp als gevolg van het initiatief van een aantal lokale artsen aan het einde van de negentiende eeuw nu nog een eigen ziekenhuis heeft, kan wel cultuurhistorische waarde worden toegekend. Omdat gemeentelijke categoriale studies naar de Post ’65 periode nog ontbreken, is de architectuurhistorische waardebepaling het meest ingewikkeld. Omdat zulke studies op korte termijn niet te voorzien zijn, volgt hieronder toch een aanzet tot een waardebepaling. Het ziekenhuis is – zeker lokaal gezien – van belang als een interessant voorbeeld van het breedvoettype binnen de ontwikkeling van ziekenhuizen, gebouwd door een niet onbelangrijk architectenbureau.
Het advies is daarom de beddentoren en de plint in de ontwikkeling te integreren als herbestemmings- en/of transformatieobject en daarbij het glasmozaïek van Van Daalen een passende plaats te geven. Het zusterhuis en hotel zijn, als ze überhaupt architectuurhistorisch van belang zouden kunnen worden geacht, niet gaaf genoeg om behoudenswaardig te zijn. De galerijflats zijn als type niet interessant of zeldzaam genoeg om ze te behouden als die vraag ooit op tafel zou komen te liggen. Ze lijken nog wel relatief gaaf. De moeilijkste objecten om te waarderen zijn het kantoorgebouw ‘De President’ en het kantoorgebouw van voormalig rijksbouwmeester Quist. Nationaal zijn beide objecten evident niet interessant genoeg om in aanmerking te komen voor bescherming. Lokaal zouden beide objecten wel degelijk van belang kunnen zijn. Het eerstgenoemde kantoorgebouw vanwege de voor de gemeente Rheden vermoedelijk zeldzame toepassing van dragende prefabbetonnen gevelpanelen; het tweede vanwege zijn gaafheid en de betrokkenheid van een toparchitect uit deze periode. De voorzichtige inschatting is desalniettemin dat beide gebouwen niet voldoende waardevol zijn om te eisen dat ze worden opgenomen in de ontwikkeling van het IJsseldistrict tot woonwijk.
11