CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 - Archeologisch onderzoek (23.96)

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: IJssel District vaststellen bestemmingsplan, beeldkwaliteitsplan en hogere waarden (23.96)20.091 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bureau voor Archeologie Rapport 1327 Broekstraat-Waterstraat, Velp, gemeente Rheden: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

2

Colofon titel:

Bureau voor Archeologie Rapport 1327. Broekstraat-Waterstraat, Velp, gemeente Rheden: bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

auteur:

C. de Jong (junior prospector)

autorisatie:

A. de Boer (KNA senior prospector)

datum:

27 juni 2023 (definitief)

ISSN:

2214-6687

© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl

Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

3

Administratieve gegevens Projectnummer

2023020702

Provincie

Gelderland

Gemeente

Rheden

Plaats

Velp

Toponiem

Broekstraat-Waterstraat

Centrum locatie (m RD)

195.490; 444.320 (x; y)

Omvang plangebied

68.550 m2

Omvang onderzoeksgebied booronderzoek Gelijk aan plangebied Kadastrale gegevens

kadastrale gemeentenaam: Velp Gelderland, sectie: C, nummer(s): 1224, 1549, 1552, 1553, 1825, 1930, 1931, 1939

ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer

5385580100 (ABU); 5385589100 (ABO)

Soort onderzoek

bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

Opdrachtgever

SAB

Uitvoerder

Bureau voor Archeologie

Kaartblad

40B

(RO) kader onderzoek

Bestemmingsplanwijziging

Periode van uitvoering veldwerk

7 en 11 april 2023

Bevoegde overheid

Gemeente Rheden, Beleidsadviseur Erfgoed I. Velthuis 06 21374371 i.velthuis@rheden.nl

Deskundige namens bevoegde overheid

Regioarcheoloog Arnhem S. Diependaal 06 21694630 sander.diependaal@arnhem.nl

Versie van het rapport

1 (Definitief)

Beheerder en plaats van documentatie

Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten

Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

4

Figuur 1: Ligging van het plangebied (rood, www.ahn.nl).

Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

5

Inhoudsopgave 1 2

3

4 5 6

Samenvatting...............................................................................................8 Inleiding.....................................................................................................10 1.1 Doelstelling en vraagstelling...............................................................10 Bureauonderzoek.......................................................................................11 2.1 Methode..............................................................................................11 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik..........................................11 2.3 Huidige situatie...................................................................................12 2.4 Aardwetenschappelijke waarden.........................................................13 2.5 Historische situatie..............................................................................15 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................16 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden......................................16 2.8 Gespecificeerde verwachting..............................................................20 Booronderzoek..........................................................................................23 3.1

Inleiding..............................................................................................23 3.2 Methode..............................................................................................23 3.3 Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie...............24 3.4 Archeologische interpretatie................................................................25 Conclusie...................................................................................................26 4.1 Conclusie Bureauonderzoek...............................................................26 4.2 Conclusie Booronderzoek...................................................................28 Advies........................................................................................................30 5.1 Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid......................30 Literatuur...................................................................................................31 Figuren......................................................................................................33 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................64

Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

6

Lijst met Figuren 1: Ligging van het plangebied (rood, www.ahn.nl)........................................ 4 2: Luchtfoto actueel (Nationaal Georegister)................................................ 34 3: Plangebied en onderzoeksgebied............................................................ 35 4: Archeologische beleidskaart gemeente Rheden (Willemse en Wijnen 2012)........................................................................................................ 36 5: Nieuwe situatie......................................................................................... 37 6: Bouwjaren (Kadaster 2013)...................................................................... 38 7: Zicht vanuit het zuidoosten van het plangebied, kijkend naar het noordwesten (Google Street View)........................................................... 39 8: Zicht op het veld in het zuidwesten van het plangebied, kijkend vanuit het noorden van het veld richting het zuiden............................................ 39 9: Zicht op het ziekenhuis vanuit het noorden, kijkend naar het zuiden........ 40 10: Beddinggordels Holoceen (Cohen e.a. 2012)........................................... 41 11: Zanddieptekaart provincie Gelderland (Cohen e.a. 2009)........................ 42 12: Boorprofielen uit DINOloket (Dinoloket 2014)...........................................

43 13: Geomorfologische kaart (Maas e.a. 2019)............................................... 44 14: Bodemkaart (Alterra 2014)....................................................................... 45 15: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018).................. 46 16: Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP...................................... 47 17: Hottinger atlaskaart, 1773-1794 (Versfelt 2003)....................................... 48 18: Kadastrale Minuut provincie Gelderland................................................... 49 19: Bonneblad, 491-1576-ARNHEM-1894..................................................... 50 20: Topografische kaart, 40B-1958-Arnhem / Duiven / Huissen / Velp........... 50 21: RAF luchtfoto uit september 1944 (Royal Air Force 1944)........................ 51 22: RAF luchtfoto uit februari 1945 (RAF 1940-1945).................................... 52 23: RAF luchtfoto detail. Met blauw zijn mogelijke stelling elementen en/of bomkraters aangegeven........................................................................... 53 24: Gelderse verwachtingskaart oorlogsresten (Gelders Ondergrond Overleg en REASeuro 2022).................................................................... 54 25: Topografische kaart, 40B-1966-Arnhem / Duiven / Huissen / Velp...........

55 26: Topografische kaart, 40B-1972-Arnhem / Duiven / Huissen / Velp........... 55 27: Topografische kaart, 40B-1977-Arnhem / Duiven / Huissen / Velp........... 56 28: Topografische kaart, 40B-1985-Arnhem / Duiven / Huissen / Velp........... 56 29: Luchtfoto's uit de periode 2007-2013 (‘Topotijdreis’)................................. 57 30: Archeologische vondstlocaties en onderzoeken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021)............................................................. 58 31: Boorpuntenkaart....................................................................................... 59 32: Schematische noord-zuid doorsnedes van representatieve boorprofielen. De onderbroken lijn weergeeft de 10 m NAP lijn................ 60 33: Hoogteligging van de top van de intacte Pleistocene afzettingen. De waarden zijn in centimeters ten opzichte van NAP................................... 61 Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

7 34: Boorpuntenkaart met afzettingen, locatie stelling en ligging voormalige bebouwing................................................................................................ 62 35: Ligging van de stelling (rode punten en vlakken) en kabels en leidingen in het noordoosten van het plangebied..................................................... 63 36: Advieskaart.............................................................................................. 64

Lijst met Tabellen 1: Aardwetenschappelijke waarden.............................................................. 14 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 400 m van het plangebied........................................................................ 20

Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

8

Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor bouwwerkzaamheden aan de BroekstraatWaterstraat te Velp. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. In het plangebied wordt de huidige bebouwing gesloopt. Hiervoor komen woningen in de plaats. De exacte diepte en omvang van de bodemingrepen zijn nog niet bekend. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een uitspoelingswaaier ligt die (deels) door Holocene komafzettingen wordt afgedekt. Op de uitspoelingswaaier kunnen archeologische resten uit het Laat Paleolithicum tot en met de Bronstijd aanwezig zijn. Vanaf de IJzertijd komt het plangebied waarschijnlijk in een komgebied te liggen en wordt het ongeschikt voor bewoning. In de Late Middeleeuwen wordt het plangebied geschikt voor landbouw. In de 18e eeuw is het landgebruik weiland en dit blijft het tot de jaren 60 van de 20e eeuw. De voornaamste verwachting in het plangebied geldt voor resten uit de Tweede Wereldoorlog.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevindt zich in het midden en noordoosten van het plangebied een (flak)stelling. Verschillende elementen hiervan en mogelijk ook bomkraters zijn zichtbaar op luchtfoto’s uit 1945. Tijdens het booronderzoek zijn 47 boringen tot in het Pleistocene niveau gezet. De boringen bevestigen de bevindingen uit het bureauonderzoek. De hoge delen van de uitspoelingswaaier, in het noorden, zijn verstoord. De lage delen, in het midden en zuiden, worden afgedekt door komklei. Waarschijnlijk is dit lage deel te nat geweest voor bewoning. In de Pleistocene afzettingen worden daarom geen behoudenswaardige archeologische resten verwacht. Tijdens het booronderzoek zijn diepe verstoringen ter hoogte van de verwachte stelling uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen die hier mogelijk aan gerelateerd zijn. Het is daarom mogelijk dat sporen en resten van deze stelling nog aanwezig zijn. Mogelijk kunnen ook nog resten van oorlogshandelingen aanwezig zijn. Bureau voor archeologie adviseert daarom in het noordoosten van het plangebied een proefsleuvenonderzoek uit te voeren om eventuele resten te karteren en te waarderen. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).

Het PvE dient te worden opgesteld in samenwerking met historisch onderzoek van een deskundige op het gebied van de Tweede Wereldoorlog. Mogelijk moet het proefsleuvenonderzoek gecombineerd worden met een OOO-begeleiding (Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten). In dat opzicht is het ook mogelijk om het OOO-onderzoek archeologische te laten begeleiden.

Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

9 In de rest van het plangebied wordt geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Rheden.

Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

10

1

Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor de bouw van woningen aan de Broekstraat-Waterstraat te Velp. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1) en de richtlijnen uit het Handboek archeologie Regio Arnhem.2 Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.

1.1

Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Tijdens de verkennende fase wordt de aard en intactheid van het bodemprofiel bepaald. Op basis daarvan kunnen kansarme zones worden uitgesloten en eventuele kansrijke zones kunnen worden geselecteerd voor eventueel vervolg onderzoek. De onderzoeksvragen uit het Handboek Archeologie Regio Arnhem zijn gebruikt.3

1 2 3

https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf Habraken 2017 Habraken 2017

Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

11

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.4 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Er is contact opgenomen met de Oudheidkundige Kring Rheden – Rozendaal.5 De resultaten hiervan staan beschreven in hoofdstuk 2.7. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardwetenschappelijke, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.6 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.

2.2

Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. Het plangebied ligt in de gemeente Rheden in de plaats Velp. Het plangebied ligt tussen de President Kennedylaan in het oosten, de Waterstraat in het noorden, de Broekstraat in het westen en de A12 in het zuiden (figuren 2 en 3). Het plangebied heeft een omvang van 68.550 m2. Om voldoende informatie over aardwetenschappelijke, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 400 m om de ontwikkeling heen (figuur 3). Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2012 ligt het overgrote deel van het plangebied in een aandachtsgebied (figuur 4). Deze zone kan volgens de gemeentelijke verwachtingskaart resten uit de Tweede Wereldoorlog bevatten.7 Het beleid in deze zone is dat bij ingrepen van meer dan 100 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet 4 5 6 7

SIKB 2018 Contact E-mail W. Maresch, 12-4-2023. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services Gemeente Rheden 2007

Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

12 worden met archeologische resten. Het aandachtsgebied wordt omgeven door een zone met een lage archeologische verwachting. Het zuidwesten van het plangebied (ongeveer 1,5 ha) ligt in deze zone. Voor deze zone geldt geen onderzoeksverplichting. Ontwerp c.q. inrichtingsplan In het plangebied wordt de huidige bebouwing gesloopt. Hiervoor komen woningen in de plaats (figuur 5). De exacte aard en omvang van de ingrepen zijn nog niet bekend. Vooralsnog zijn geen kelders voorzien. De waterpartij ten zuiden van het plangebied wordt, waardoor in het zuiden van het plangebied gegraven zal worden. De sloot in het noorden van het plangebied blijft behouden. Aard en omvang van de toekomstige verstoring Voor de woningen zal naar verwachting tot minimaal 80 cm -mv gegraven worden. In verband met Warmte Koude Opslag (WKO) en bodemthermiek kunnen diepere verstoringen gaan plaatsvinden. Tevens moet rekening gehouden worden met verstoringen gerelateerd aan de aanleg van wegen, kabels en leidingen en het planten van bomen. Milieutechnische condities Het terrein van het tankstation zen zuidoosten van het plangebied (President Kennedylaan 108A) is in 1996 gesaneerd, maar er is nog wel een restverontreiniging aanwezig.

Het is niet bekend of deze doorloopt tot in het plangebied.8 Op de bodemkwaliteitskaart van de Regio Arnhem ligt het plangebied in de zone ‘B8 Overige bebouwing landelijke gemeente’.9 Voor deze zone is de kans klein dat van één of meerdere stoffen de interventiewaarde wordt overschreden. Grondwaterpeil De actuele grondwaterstand in het plangebied is niet bekend. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.

2.3

Huidige situatie Bebouwing en functie In het noordwesten van het plangebied staat het ziekenhuis dat in 1968 is gebouwd (figuur 6). In het zuidwesten van het plangebied staat een gebouw met een bouwjaar van 1969. Het meest oostelijke gebouw (President Kennedylaan 104-108) dateert uit 1975.10 Bodemgebruik Het oosten en midden van het plangebied bestaan voornamelijk uit wegen en parkeerplaats met enkele plantsoenen (figuur 7). De wegen zijn deels verhard met asfalt. Enkele wegen en de parkeerplaatsen zijn verhard met klinkers. De 8 Provincie Gelderland 2022 9 Koot 2018 10 Kadaster 2013 Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

13 stoep is verhard met tegels. Het zuidwesten van het plangebied bestaat uit grasland (figuur 8). Tem noorden van het ziekenhuis zijn de wegen verhard met klinkers (figuur 9). De plantsoenen bestaan uit gras en lage en hoge begroeiing. Bestemmingsplan Het plangebied ligt in bestemmingsplan Velp 2016, Woongebieden-Zuid (vastegesteld in 2019).11 In ongeveer 1,5 ha in het zuidwesten van het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 3. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 2.500 m2 waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In de rest van het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 1. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 100 m2 waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.

2.4

Aardwetenschappelijke waarden De aardwetenschappelijke gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Rijn-Maasdelta', in de landschapszone stroom- en crevasseruggen.12 Het plangebied ligt ten zuiden van de stuwwal van de Veluwe, op de overgang naar het dal van de Neder-Rijn en de IJssel. De stuwwal is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd (het Saalien), toen landijs de rivierafzettingen van de Rijn en Maas opstuwde. Hierdoor bestaat de stuwwal overwegend uit grindrijke, grofzandige rivierafzettingen. Aan het einde van de ijstijd eroderen deze gestuwde afzettingen en worden ze afgezet in de lagere delen van het landschap als uitspoelingswaaiers. Op een dergelijke waaier is Velp ontstaan. Het plangebied ligt vermoedelijk ter hoogte van de lagen delen van de waaier. Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien, kan door de klimaatomstandigheden een pakket dekzand zijn afgezet, al lijkt hier in het plangebied geen sprake van te zijn. Op de stuwwal en de hellingafzettingen langs de stuwwal komen van nature podzolgronden voor. In het Holoceen komt het plangebied onder invloed van de Neder-Rijn en de IJssel te liggen. Ter hoogte van het plangebied heeft geen geul gelegen, maar kunnen wel kom- en eventueel oeverafzettingen zijn afgezet (figuur 10).

De Neder-Rijn is actief vanaf de IJzertijd (ongeveer 2.500 BP).13 De Malburgen beddinggordel is hier onderdeel van en heeft vermoedelijk tot 500 m ten zuiden van het plangebied gelopen. In de Romeinse tijd wordt 750 m ten zuidoosten van het plangebied de Gelderse IJssel actief. Mogelijk heeft deze rivier in het plangebied komklei afgezet. Volgens de zanddieptekaart ligt het Pleistocene niveau in het plangebied tussen 0 en 1 m -mv (figuur 11). In het plangebied is daarom waarschijnlijk een pakket holocene rivierafzettingen aanwezig van ongeveer 100 cm dik. Opgemerkt moet worden dat hierbij geen rekening gehouden wordt met eventuele ophooglagen. De aanwezigheid van rivierafzettingen wordt bevestigd door boorprofielen die ten zuiden, zuidwesten en zuidoosten van het plangebied liggen (figuur 12).14 Uit 11 NL.IMRO.0275.BPVZ2016-VA02 12 Rensink e.a. 2015 13 De dateringen Cohen e.a. (2012) zijn in ongekalibreerde 14C jaren Before Present (BP). 14 Dinoloket 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

14 deze boorprofielen blijkt dat een ongeveer 100 tot 180 cm dik pakket klei aanwezig is. De textuur varieert tussen zwak siltig en sterk zandig. De afzettingen kunnen als kom en oever- of crevasse-afzettingen geïnterpreteerd worden. Het is niet duidelijk in hoeverre de afzettingen verstoord zijn. Bij het boorprofiel direct ten zuiden van het plangebied is tot 400 cm -mv een pakket zand aanwezig. Mogelijk betreft dit een verstoord en/of opgebracht pakket. De top van de Pleistocene afzettingen (Formatie van Kreftenheye) ligt in de overige boorprofielen tussen 100 en 200 cm -mv. Deze afzettingen bestaan uit grof zand en grind. Op de geomorfologische kaart en bodemkaart ligt het plangebied binnen de bebouwde kom (figuur 13 en 14). Op basis van deze kaarten kan daarom geen inschatting gemaakt worden over de aard van het bodemprofiel. Op de hoogte-reliëfkaart is zichtbaar dat het maaiveld toeneemt van zuid naar noord (figuur 15). Zoals eerder vermeld is dit door de aanwezigheid van een uitspoelingswaaier. Het maaiveld ten noorden van het plangebied ligt op ongeveer 11,5 m NAP en hoger. Het maaiveld in het komgebied ligt tussen ongeveer 10,1 en 10,5 m NAP. Er is vrij scherpe overgang zichtbaar tussen het komgebied en de niet bedekte afzettingen van de uitspoelingswaaier. Het terrein is echter wel sterk beïnvloed door de mens. Waarschijnlijk geldt dit ook voor het plangebied.

Het maaiveld in het plangebied ligt tussen ongeveer 10,9 en 11,4 m NAP. De topografische kaart uit 1958 geeft aan dat het maaiveld in die periode op ongeveer 10,4 m NAP ligt (figuur 20). Dit betekent dat het plangebied met 50 tot 100 cm is opgehoogd. Tevens is een kunstmatige verhoging naast het ziekenhuis aanwezig, waarvan de top op 14,8 m NAP ligt. Dit komt neer op een ophogingspakket van ongeveer 4,4 m. Bron

Situatie plangebied, omschrijving

Geologie (figuur 10 en 11) Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:15 • Ec4: Formatie van Echteld / Formatie van Nieuwkoop op Formatie van Boxtel; rivierklei en -zand met inschakelingen van veen op zand (Ec4) Beddinggordels:16 • 500 m ten zuiden: Malburgen (nummer 262): actief van 2.100 tot 1.397 BP. • 750 m ten zuidoosten: Gelderse IJssel – uiterwaarden (nummer 300): actief vanaf 1.700 BP. Zanddieptekaart:17 • Pleistoceen zand 0 - 1,0 m-mv Geomorfologie (figuur 13)

Geomorfologische kaart 1 : 50 000: • Bebouwing

Bodemkunde (figuur 14)

Bodemkaart 1 : 50 000: • Bebouwing

AHN (figuur 15 en 16)

Het maaiveld in het plangebied ligt tussen ongeveer 10,9 en 11,4 m NAP. Tevens is een kunstmatige verhoging naast het ziekenhuis aanwezig, waarvan de top op 14,8 m NAP ligt.

Tabel 1: Aardwetenschappelijke waarden.

15 De Mulder 2003 16 Cohen e.a. 2012 17 Cohen e.a. 2009 Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

15

2.5

Historische situatie Op (de flanken van) de stuwwal kan gewoond zijn vanaf het Laat Paleolithicum. Vanaf de IJzertijd wordt de Neder-Rijn actief. De oevers van deze rivier zijn vanaf deze periode geschikt voor bewoning. De verwachting is echter dat in het plangebied komafzettingen aanwezig zijn. Door de lage ligging en natte omstandigheden is het plangebied vermoedelijk ongeschikt voor bewoning zijn vanaf de IJzertijd tot en met de bedijking rond 1300.18 Het natte gebied kan wel gebruikt zijn voor bijvoorbeeld jacht en visvangst. Het plangebied in de plaats Velp. De eerste vermeldingen van de plaats dateren uit de 9e eeuw.19 Het historische dorp bestaat uit een kern aan de huidige hoofdstraat, ongeveer één kilometer ten noorden van het plangebied. Daaromheen bevind zich verspreide bebouwing. De dichtstbijzijnde historische bebouwing bevindt zich ter hoogte van de huidige Waterstraat, direct ten noorden van het plangebied. De landschappelijk inrichting is zichtbaar op de Hottinger atlaskaart uit het einde van de 18e eeuw (figuur 17). Het plangebied ligt tussen de Waterstraat in het noorden en een waterloop in het zuiden die gekarteerd staat als de ‘Weetering’. Deze worden verbonden door de Broekweg die door het westen van het plangebied loopt. Ten noorden van de Waterstraat bevindt zich de bebouwing en is het landgebruik voornamelijk bouwland.

Dit komt overeen met de hoge delen van het landschap op de uitspoelingswaaier. Ten zuiden van de Waterstraat is het landgebruik weiland. De weilanden behoren tot het gebied Velperbroek. Het ‘broek’ verwijst naar de natte moerasachtige omstandigheden. Een vergelijkbaar beeld is zichtbaar op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw (figuur 18). De situatie blijft nagenoeg onveranderd in de loop van de 19e eeuw tot halverwege de 20e eeuw (figuur 19 en 20). Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft Velp, vanwege de strategische ligging, relatief veel actie gezien. Op de Indicatieve kaart militair erfgoed ligt het plangebied ter hoogte van de Noordoever-Rijn linie. De Noordoever-Rijn is door de Duitsers aangelegd als verlenging van de Westwall om een eventuele vijand, komende vanuit het zuiden, op te kunnen vangen.20 Op luchtfoto’s uit 1944 en 1945 is in het noorden van het plangebied een stelling zichtbaar, bestaande uit vermoedelijk geschutsposities en schuttersputten (figuur 22 en 23). Mogelijk zijn ook bomkraters aanwezig. Over deze stelling is nagenoeg geen informatie te vinden. Volgens de verwachtingskaart van de gemeente is hier sprake van een flakstelling (luchtafweergeschut). Volgens de verwachtingskaart oorlogsresten hebben in de directe omgeving van het plangebied meerdere munitieruimingen plaatsgevonden (figuur 24).

Tevens is ten oosten van het plangebied een bombardement uitgevoerd. Ter hoogte van de plas ten zuiden van het plangebied is een V1 raket terechtgekomen. Het plangebied blijft onbebouwd tot en met de jaren 60 van de 20e eeuw. In 1966 zijn uitbreidingsgebieden ten zuiden van Velp al gekarteerd (figuur 25). Ten zuiden van het plangebied is knooppunt Velperbroek aangelegd. Het ziekenhuis wordt in 1968 gebouwd (figuur 26). Tot in de jaren 70 wordt het plangebied verder volgebouwd (figuren 27 en 28). In het zuidwesten van het plangebied wordt in 2007 een flat gebouwd (figuur 29). Deze flat is in 2013 alweer gesloopt.

18 Boshoven e.a. 2008 19 Van der Sijs 2010 20 Stichting RAAP 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

16

2.6

Mogelijke verstoringen Het plangebied is mogelijk met 50 tot 100 cm opgehoogd. Lokaal kan de ophoging meer zijn. Tegen de zuidkant van het ziekenhuis is de bodem vermoedelijk opgehoogd met ongeveer 440 cm. In het zuidwesten van het plangebied heeft tussen 2007 en 2012 een flatgebouw gestaan. Bij de aanleg en sloop van dit gebouw kan de bodem diep verstoord zijn. Bij de inrichting van het terrein, waaronder de aanleg van wegen, parkeerplaatsen en ondergrondse infrastructuur kan de bodem verstoord zijn geraakt.

2.7

Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische vondstlocaties en onderzoeken staan weergegeven in figuur 30 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen (delen van) archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. Ten noordoosten van het plangebied, aan de overzijde van de Waterstraat en de President Kennedylaan, zijn archeologische bureauonderzoeken uitgevoerd. Voor één onderzoek is het rapport niet beschikbaar (zaak 2.177.720.100). Bij het andere onderzoek heeft het onderzochte gebied een lage verwachting en is naar verwachting de bodem verstoord (zaak 4.013.455.100).21 Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. In de buurt hiervan, 60 m ten noordoosten van het plangebied, is in 1852 een gouden halsring uit de Laat Romeinse tijd aangetroffen (vondstlocatie 1.347.767). Ongeveer 200 m ten noordwesten van het plangebied zijn bij archeologische booronderzoeken intacte bodemprofielen aangetroffen (zaken 2.458.920.100 en 4.896.049.100).22 De onderzochte terreinen liggen ter hoogte van de onbedekte uitspoelingswaaier. De bodem bestaat uit enkeerdgronden. Archeologische indicatoren zijn niet aangetroffen.

300 m ten noorden van het plangebied zijn op twee locaties, bij niet archeologische werkzaamheden, archeologische resten uit de Romeinse tijd tot en met de Nieuwe tijd aangetroffen (vondstlocaties 1.026.513 en 1.026.525). Nabij deze vondstlocaties, aan de Sophiastraat 21, is archeologisch booronderzoek uitgevoerd (zaak 4.551.230.100).23 Bij dit onderzoek zijn echter geen archeologische indicatoren aangetroffen en is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Bij de overige onderzoeken in de omgeving is de bodem verstoord en/of zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Bij de onderzoeken is geen vervolgonderzoek geadviseerd.

21 Witte 2016 22 Exaltus 2012 23 Conradi 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

17 Volgens de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart heeft in het plangebied een flakstelling gestaan.24 Luchtfoto’s uit 1945 laten inderdaad zien dat in het midden en noordoosten verschillende elementen herkenbaar zijn (figuur 22 en 23). Voor dit onderzoek is contact opgenomen met de Oudheidkundige Kring Rheden – Rozendaal. Volgens de heer Maresch is Velp tussen 14 en 16 april 1945 zwaar beschoten met artillerie. Mogelijk is de stelling ook al eerder beschoten. De vierkante elementen zijn waarschijnlijk onderdeel van de stelling, maar de ronde, onregelmatig verspreide elementen kunnen bomkraters zijn. Tevens is verteld dat in de vijver ten zuiden van het plangebied ongeveer 20 jaar geleden fosformunitie boven water is gehaald. Munitieresten kunnen dus niet uitgesloten worden. Archeologische terreinen Geen. Onderzoeken (inclusief eventuele vondsten) 2.079.946.100: Rheden, Bedrijventerrein de Beemd, booronderzoek Booronderzoek en oppervlaktekartering uit 1998. Het rapport is niet beschikbaar. 2.170.170.100: Rheden, Velp, Waterstraat 86, booronderzoek Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek kan worden aangenomen dat in het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen uit alle archeologische perioden.

Uit de resultaten van de omliggende onderzoeken blijkt dat de gekarteerde enkeerdgronden een esdek hebben met een gemiddelde dikte van 50 cm en maximale dikte van 70 cm. Onder dit esdek was op vele plaatsen nog een intacte oude akkerlaag te zien met een dikte tot 30 cm. Beiden lagen bevatten archeologische indicatoren uit de periode Romeinse tijd tot en met Nieuwe tijd. Binnen het areaal van de gehele daluitspoelingswaaier zijn zelf waarnemingen die teruggaan tot het Paleolithicum (periode tot 8800 voor Christus). Op de IKAW is het plangebied gelegen in een zone met lage indicatieve waarde maar aan de hand van de bovengenoemde resultaten lijkt de kans op voorkomen van resten hoog. De hoge verwachting van het bronnenonderzoek is niet bevestigd door het inventariserend veldonderzoek. Tijdens het veldonderzoek is geconstateerd dat de bodem door recente bodemgrepen diep verstoord is. Dit blijkt uit de aanwezigheid van puin in met name het bovenste deel van het esdek. Door landbouwactiviteiten zoals ploegen zullen pre- en protohistorische resten niet meer intact zijn. Resten vanaf de Late Middeleeuwen kunnen nog wel gedeeltelijk intact zijn, maar concrete aanwijzingen voor de aanwezigheid hiervan ontbreken.

Geadviseerd wordt om in het plangebied geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren.25 2.177.720.100: Rheden, Velp, winkelcentrum Velperbroek, bureauonderzoek Het rapport is niet beschikbaar. 2.446.251.100: Rheden, Velp, Van Kolplein, bureauonderzoek Het plangebied ligt in het overgangsgebied van de daluitspoelingswaaierafzettingen naar de komafzettingen van de IJssel. De verwachting is dat het noorden en het oosten van het plangebied gekenmerkt worden door hoge bruine enkeerdgronden, bestaande uit lemig fijn zand. Het lager liggende zuiden en westen van het plangebied worden naar verwachting gekenmerkt door kalkhoudende ooivaaggronden, bestaande uit zware zavel en lichte klei. De archeologische verwachting voor resten uit het neolithicum tot en met de middeleeuwen is middelhoog. Daarbij zal het voor de vroegere perioden vermoedelijk gaan om losse vondsten, vanaf de ijzertijd kan uitgegaan worden van sporen en structuren van de volgende complextypen: nederzetting, infrastructuur en in mindere mate graven of grafvelden. De verwachting voor resten uit de Tweede Wereldoorlog is voor dit deel van Velp eveneens middelhoog, voornamelijk voor resten die te maken hebben met operatie Market-Garden en de bevrijding van Velp in het voorjaar van 1945. Binnen de plangebieden bevinden zich kabels en leidingen.

Er dient rekening mee te worden gehouden dat bebouwing en infrastructurele ingrepen de bodem ter plaatse in meer of mindere mate heeft aangetast. Op basis van bovenstaande gegevens geldt een hoge archeologische verwachting voor het plangebied. De bodemopbouw kan echter door de bebouwing, bekabeling en wegen ter plaatse zijn aangetast. Er wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd. 26 2.458.920.100: Rheden, Velp, Van Kolplein, Velp, booronderzoek 24 Gemeente Rheden 2007 25 Klinck, Nijdam, en Van der Zee 2008 26 Hordijk en Mietes 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

18 Tijdens dit booronderzoek zijn nergens binnen het plangebied kleigronden aangetroffen. Overal bestaat de bodem uit zand dat naar beneden toe rijker wordt aan grind. Voorafgaande aan de bouw van de huidige woonwijk is in de top van dit zand een bouwvoor gevormd die op diverse plaatsen nog steeds dik genoeg is om als enkeerdgrond te kwalificeren. Deze bouwvoor bevat tot onderin kachelslak en moet derhalve nog in de 19e – vroeg 20e eeuw, volledig geroerd zijn. Op veruit de meeste plaatsen wordt deze bouwvoor afgedekt door een pakket opgebracht/vergraven zand. Op basis van de resultaten van het verkennende booronderzoek kon niet worden uitgesloten dat onder de 19e – vroeg 20e eeuwse bouwvoor, nog behoudenswaardige archeologische sporen aanwezig zijn. Dit geldt voor het gehele plangebied. Dit betekent dat op locaties waarop toekomstige graafwerkzaamheden tot onder het pakket opgebracht/vergraven zanden de al dan niet afgedekte bouwvoor zullen reiken, deze vooraf gegaan zullen moeten worden door karterend (boor)onderzoek. Dergelijk kareterend booronderzoek is uitgevoerd. Ondanks de hierbij toegepaste hoge boordichtheid van dertig boringen per hectare en het gebruik van een megaboor waarbij het opgeboorde zand is gezeefd, zijn hierbij geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen.

In verband hiermee geven de resultaten van het verkennende en het karterende booronderzoek geen aanleiding om vervolgonderzoek te adviseren. 27 2.481.592.100: Deventer, Kampen, Gelderse IJssel, bureauonderzoek Het rapport is niet beschikbaar. 4.013.455.100: Rheden, Velp, Rijnstraat-Lortentzhuis, bureauonderzoek Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied in een zone met een lage verwachting ligt. Het plangebied is in de jaren 60/70 heringericht waarbij de toenmalige bebouwing is gesloopt en het stratenplan is gewijzigd. Hierna zijn op het terrein aanleunwoningen gebouwd. Ook deze woningen zijn inmiddels inclusief fundering gesloopt. De geplande ontwikkeling vindt grotendeels plaats op de locaties van de gesloopte woningen en daarmee in een verstoorde bodem. Door het gebruikt van een plaatfundering zal bovendien de diepere ondergrond niet verstoord worden. Gezien het bovenstaande geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting en een grotendeels verstoorde bodem. Daarom kan voor wat de conditie archeologie betreft het plangebied worden vrijgegeven.

Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.28 4.551.230.100: Rheden, Velp, Sophiastraat 21, booronderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten en de voorgenomen bodemingrepen kan worden geconcludeerd dat bij de realisering van de plannen hoogstwaarschijnlijk geen archeologische waarden zullen worden verstoord. Op basis van het bureauonderzoek werden in het plangebied daluitspoelingswaaierafzettingen verwacht. Uit de boorresultaten blijkt dat de ondergrond bestaat uit grindrijk zand, geïnterpreteerd als hellingsafspoelingsmateriaal. Een intact plaggendek is niet aangetroffen in het plangebied. Vanaf het maaiveld is een verstoord esdek aanwezig met daarin sterk gefragmenteerd materiaal uit de Nieuwe Tijd. De top van de natuurlijke, “onverstoorde” ondergrond is aanwezig tussen 0,65 - 1,40 m –mv. In twee boringen is in de top van deze afzettingen een BC-horizont aangetroffen. Echter door middel van zeven zijn -behoudens een spikkel houtskool- geen harde archeologische indicatoren aangetroffen. Een archeologische vindplaats wordt derhalve in het plangebied niet verwacht. Gezien de beperkte afstand tussen de geplaatste boringen en het ontbreken van archeologische indicatoren wordt zowel onder de te slopen bebouwing als in het gebied eromheen geen archeologische vindplaats verwacht. De archeologische verwachting kan worden bijgesteld naar laag.

Er wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen.29 4.658.232.100: Rheden, Velp, Reigerstraat, booronderzoek Op basis van het bureauonderzoek geldt er een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de Steentijd. Het plangebied kenmerkt zich door een landschappelijk vrij lage ligging. Al vanaf het Neolithicum vindt er veengroei plaats binnen het gebied.Hierdoor worden geen archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers (late prehistorie) verwacht. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat er in de nieuwe tijd ook geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. De middelhoge archeologische verwachting voor kampementen uit de steentijd kan op basis van de resultaten van het veldonderzoek worden bijgesteld naar laag. De natuurlijke pleistocene ondergrond (met plantenresten en veen) toont aan dat het gebied laaggelegen en te nat was om een aantrekkelijke vestigingslocatie te zijn in deze periode. De lage verwachting voor de latere perioden kan op basis hiervan worden gehandhaafd. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Vervolgonderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht.30 4.826.153.100: Rheden, IJsselweg A348, bureauonderzoek 27 Exaltus 2012 28 Witte 2016 29 Conradi 2017 30 Vosselman 2019 Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

19 Het onderzochte gebied strekt zich uit over een lengte van ongeveer tien kilometer, waarvan ongeveer 250 m binnen het huidige onderzoeksgebied ligt. Het plangebied bevindt zich in het IJsseldal. In het plangebied worden pleistocene rivierafzettingen (terrasresten), daluitspoelingswaaierafzettingen en mogelijk ook rivierduinen verwacht. Ook de IJssel zelf heeft binnen het plangebied gelegen. De pleistocene afzettingen hebben de basis gevormd van het archeologisch landschap. Als gevolg van een sterke toevloeiing van kwelwater naar het gebied (en later door overstromingen vanuit de IJssel) is het altijd een waterrijk landschap geweest. Binnen dit landschap waren de oorspronkelijke hoogteverschillen van primair belang voor het bestaan van bewoningsmogelijkheden. Opduikingen in de afzettingen (oeverafzettingen, rivierduinen, hoger gelegen daluitspoelingswaaiers of terrasresten) en de randen van de stuwwal vormden binnen dit landschap de meest aantrekkelijke plekken voor bewoning, met name voor prehistorische samenlevingen in de periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum. Deze worden op basis van het bureauonderzoek in het oosten van het plangebied binnen 0 en 2 m –Mv verwacht. Hier is de archeologische verwachting hoog. In het westen van het plangebied worden de pleistocene afzettingen dieper dan 2 m –Mv verwacht.

Tussen Rheden en De Steeg zijn pleistocene zanden door de IJssel reeds geërodeerd, waardoor hier een lage archeologische verwachting geldt. Op historisch kaartmateriaal is geen bebouwing binnen het plangebied aanwezig. De archeologische verwachting voor op bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd is hierdoor laag. Ten slotte maakt het plangebied deel uit van de IJssellinie uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens de gemeentelijke verwachtingskaart en historische luchtfoto’s zijn geen structuren uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied zichtbaar. Aanbevolen wordt een verkennend booronderzoek uit te voeren.31 4.896.049.100: Rheden, Velp, Velp-Zuid (deelgebied 5), booronderzoek Het onderzoek is uitgevoerd in 2022. Het rapport is nog niet beschikbaar. In de eerste bevindingen staat dat de aanwezige bodemopbouw, zover deze nog intact is, die van oude bouwlanden (dikke Ahorizont en in enkele gevallen de aanwezigheid van een oude cultuurlaag) representeert. Deze oude bouwlanden zijn deels opgehoogd en deels vergraven bij de aanleg van de huidige woonwijk. In de meeste gevallen zijn duidelijk onverstoorde enkeerdgronden aanwezig. 5.020.633.100: Rheden, Velp, Sophiastraat 51 en IJsselstraat 63, booronderzoek Op basis van het bureauonderzoek gold een middelhoge archeologische verwachting.

Het terrein is in 2003 illegaal gesaneerd en vervolgens opgevuld met een dik pakket grof grind (dikte ≥ 50 cm). De bodem in het plangebied is tot in de C-horizont verstoord. De C-horizont is aangeboord in twee boringen op een diepte van 160 cm -mv (12,66 m NAP) en 120 cm –mv (12,82 m NAP). Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van bodemvorming aangetroffen. Tevens is geen plaggendek aanwezig. Aangetroffen archeologische indicatoren komen allen uit verstoorde/opgebracht grond en vormen geen aanleiding een archeologische vindplaats binnen het plangebied te vermoeden. De archeologische verwachting van het plangebied kan worden bijgesteld naar een lage archeologische verwachting. De kans dat binnen het plangebied nog resten van e en archeologische vindplaats aanwezig is, is vrijwel nihil. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarnaast is het zo dat de maximale verstoringsdiepte 90 cm –mv bedraagt, waarmee enkel de verstoorde/opgebrachte grond wordt geroerd. De C-horizont ligt buiten dit bereik.

Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap noodzakelijk geacht.32 Vondsten overig 1.026.513: Rheden, Velp, Niet-archeologisch Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: • Onbekend aantal, keramiek, kom/schaal, Late Middeleeuwen B: VOETSTUK SCHAAL • Onbekend aantal, keramiek, aardewerk, ondetermineerbaar, Neolithicum - Nieuwe Tijd Laat: PLASTISCHE VERSIERING • Onbekend aantal, keramiek, aardewerk, handgevormd, Late IJzertijd - Romeinse Tijd: INHEEMS BLAUWGRIJS • Onbekend aantal, keramiek, aardewerk, handgevormd, Late IJzertijd - Romeinse Tijd: VERBRAND • Onbekend aantal, hout/houtskool, spie, Neolithicum - Nieuwe Tijd Laat: SPIE UIT WAGENWIEL • Onbekend aantal, keramiek, aardewerk, gedraaid, Nieuwe Tijd Midden: SLIBVERSIERING EN SGRAFITTO • Onbekend aantal, metaal, drievoet, Nieuwe Tijd Midden: VAN EEN SOORT KOOKPOT 31 Verboom-Jansen 2021 32 Porreij-Lyklema 2021 Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

20 • • • • • • •

Onbekend aantal, steen, onbekend, Paleolithicum - Nieuwe Tijd Laat: NATUURSTEEN Onbekend aantal, bot, bot, Paleolithicum - Nieuwe Tijd Laat Onbekend aantal, keramiek, aardewerk, gedraaid, Midden Romeinse Tijd Onbekend aantal, keramiek, aardewerk, gedraaid, Nieuwe Tijd Midden Onbekend aantal, keramiek, bord, Nieuwe Tijd Midden: PAARSE VERSIERING Onbekend aantal, keramiek, aardewerk, gedraaid, Romeinse Tijd - Nieuwe Tijd Laat Onbekend aantal, ijzer, slak, Midden Bronstijd - Nieuwe Tijd Laat: IJZER GEREEDSCHAP KWAK UIT IJZERSMELTERIJ • Onbekend aantal, keramiek, kogelpot, Late Middeleeuwen A • Onbekend aantal, ijzer, ciseleerhamer, Romeinse Tijd - Nieuwe Tijd 1.026.525: Rheden, Velp, Voorm Dulkeshof, Niet-archeologisch Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: • Onbekend aantal, keramiek, aardewerk, ondetermineerbaar, Vroege Middeleeuwen D Late Middeleeuwen B • Onbekend aantal, keramiek, kan, Late Middeleeuwen A: ZWART • Onbekend aantal, keramiek, heilige, Late Middeleeuwen B: PIJPAARDEN HEILIGENBEELD 1.347.767: Rheden, Velp, Niet-archeologisch Deze vondstmelding uit 1852 betreft een gouden halsring uit de Laat Romeinse tijd. Het object is gevonden 250 m ten zuiden van de hervormde kerk waar de in 1840 gebouwde nieuwe kerk bedoeld moet zijn.

Tabel 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 400 m van het plangebied. In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.33

2.8

Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt vermoedelijk ter hoogte van een uitspoelingswaaier. De Pleistocene afzettingen worden afgedekt door Holocene rivierafzettingen van de Neder-Rijn en/of Gelderse IJssel. De top van de Pleistocene afzettingen ligt binnen 200 cm -mv en voor het grootste deel waarschijnlijk binnen 100 cm -mv. De Holocene rivierafzettingen zijn vanaf de IJzertijd afgezet en zullen, gezien de afstand tot de beddinggordels, voornamelijk bestaan uit komklei. Mogelijk is het plangebied opgehoogd met 50 tot 100 cm. Het Pleistocene landschap kan bewoond zijn geweest vanaf het Laat Paleolithicum. Vanaf de IJzertijd komt het plangebied waarschijnlijk in een komgebied te liggen en wordt het ongeschikt voor bewoning. In de Late Middeleeuwen, met de bedijking van de rivieren, wordt het plangebied geschikt voor landbouw. In de 18e eeuw is het landgebruik weiland en dit blijft het tot de jaren 60 van de 20e eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is mogelijk in het plangebied gevochten. In de omgeving zijn munitieruimingen gedaan en op luchtfoto’s blijkt dat in het midden en noorden van het plangebied een flakstelling aanwezig is, bestaande uit vermoedelijk geschutsposities en schuttersputten. De huidige landschappelijke inrichting stamt uit de jaren 60 en 70 van de 20e eeuw. De oudste bekende bebouwing in het plangebied dateert uit 1968.

De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 33 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

21 1.

Datering

In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit het Laat Paleolithicum tot en met de Bronstijd en de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Tevens kunnen archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig zijn. 2.

Complextype

Er moet rekening gehouden worden met archeologische resten uit de periode van jager-verzamelaars, landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd zullen voornamelijk gerelateerd zijn aan landbouw. Resten uit de Tweede Wereldoorlog zijn gerelateerd aan verdedigingswerken en militaire infrastructuur. 3.

Omvang

Archeologische resten van jager-verzamelaars hebben over het algemeen een kleine omvang. Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de periode van de landbouwsamenlevingen kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). Archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog zullen niet groter zijn dan 250 m2 en kunnen tevens bestaan uit lijnelementen (loopgraven) en puntelementen (schuttersputten). 4.

Diepteligging

Archeologische resten in de top van de Pleistocene afzettingen (daluitspoelingswaaier of rivierafzettingen) kunnen aanwezig zijn onder een pakket komklei van ongeveer 100 cm dik, met daarboven een ophogingspakket. Het archeologische niveau met resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd in de top van de komafzettingen ligt vermoedelijk onder een ophogingspakket van gemiddeld 50 tot 100 cm dik. 5.

Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)

De grondwaterstand in het plangebied is niet bekend, maar ligt vermoedelijk ondiep. Hierdoor is het mogelijk dat organisch archeologische resten goed bewaard kunnen zijn gebleven. Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn niet meer gegevens bekend. 6.

Locatie

In het hele plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn. Archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog zullen zich voornamelijk beperken tot het midden en noordoosten van het plangebied. 7.

Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):

Uiterlijke kenmerken: Archeologische resten van jager-verzamelaars bestaan hoofdzakelijk uit ondiepe sporen (haardkuilen) en strooiingen van vuursteen. Daarnaast kunnen resten zonder bodemkundige context zoals vuurstenen werktuigen (pijlpunten, bijlen) en wildvallen aanwezig zijn. Archeologische resten uit landbouwsamenlevingen kunnen bestaan uit sporen in de natuurlijke ondergrond zoals resten van beer- en/of waterputten of afvalkuilen, paalsporen en greppels. Daarnaast kunnen fragmenten aardewerk (urnen), Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

22 crematieresten en inhumaties aanwezig zijn. Fragmenten hiervan kunnen door ploegwerkzaamheden ook in de bouwvoor of (als deze aanwezig is) bouwlanddek aanwezig zijn. Archeologische resten van staatssamenlevingen hebben vergelijkbare uiterlijke kenmerken. Prospectiekenmerken: Archeologische resten in de top van de Pleistocene afzettingen kenmerken zich door een sporenniveau en/of een spreiding van vuursteen of aardewerkfragmenten. Archeologische resten in de top van de komafzettingen (landbouw en oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog) zullen zich manifesteren als een sporenniveau. 8.

Mogelijke verstoringen

Het plangebied is mogelijk met 50 tot 100 cm opgehoogd. Lokaal kan de ophoging meer zijn. Tegen de zuidkant van het ziekenhuis is de bodem vermoedelijk opgehoogd met ongeveer 440 cm. In het zuidwesten van het plangebied heeft tussen 2007 en 2012 een flatgebouw gestaan. Bij de aanleg en sloop van dit gebouw kan de bodem diep verstoord zijn. Bij de inrichting van het terrein, waaronder de aanleg van wegen, parkeerplaatsen en ondergrondse infrastructuur kan de bodem verstoord zijn geraakt.

Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

23

3

Booronderzoek

3.1

Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,34 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek is hetzelfde als het plangebied. De boringen zijn gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de gegevens van de verkenning wordt de aard en intactheid van de bodemopbouw gecontroleerd en kan de verwachting worden verfijnd. Tevens wordt zo inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd.

Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden.

3.2

Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:

7 cm Edelmanboor en 3 cm guts.

Aantal boringen:

47.

Boordiepte:

De boringen zijn gezet tot in de Pleistocene afzettingen of tot maximaal 300 cm -mv. De einddieptes liggen tussen 120 en 300 cm -mv.

Verspreiding van de boorpunten: De boringen zijn verspreid in het plangebied geplaatst. Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat 34 SIKB 2018 Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

24 NEN 5104.35 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald door middel van een GPS met een nauwkeurigheid van 2 m. Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.36 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 7 en 11 april 2023 door A. de Boer (KNA Senior Prospector) en F. Roodenburg (KNA Prospector) en C. de Jong (junior Prospector). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld.37 Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.

3.3

Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie De locaties van de boringen zijn in figuur 31 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens zijn schematische doorsnedes gemaakt. Deze zijn weergegeven in figuur 32. Afgezien van baksteenfragmenten in de opgebrachte en omgewerkte pakketten, zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Er zijn geen vondsten verzameld. Het grondwater stond tijdens het onderzoek tussen 80 en 200 cm -mv. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende pakketten worden onderscheiden, van onder naar boven: Pakket 1: Pleistocene afzettingen De textuur van de Pleistocene afzettingen varieert op korte afstand in het plangebied. De afzettingen bestaan uit zwak tot sterk zandige klei, zwak tot uiterst siltig zand, kleiig zand, zwak tot sterk zandige leem en matig tot sterk zandig grind. Grind is in de meeste lagen aangetroffen. Het zand is matig fijn tot uiterst grof. Op basis van de heterogene textuur en samenstelling behoren de afzettingen waarschijnlijk tot de uitspoelingswaaier. Het pakket is aanwezig in alle boorprofielen, behalve 5 en 32. Boring 5 is gestuit voordat de Pleistocene afzettingen zijn bereikt en boorprofiel 32 is dieper verstoord dan de maximale boordiepte. De top van het pakket ligt tussen 30 en 220 cm -mv (1119 en 916 cm NAP).

De hoogteligging neemt toe richting het noorden, richting de stuwwal (figuur 33). Daar waar de Pleistocene afzettingen afgedekt worden door Holocene (kom)afzettingen (pakket 3) is veelal de top humeus. Deze humeuze laag is vermoedelijk gevormd in een nat milieu. Organisch materiaal heeft zich hier kunnen opbouwen, maar tot veenvorming, zoals in het zuidoosten van het plangebied (pakket 2), heeft het net niet geleid. Pakket 2: veen In het zuidoosten van het plangebied (boorprofielen 44 en 47) is boven de Pleistocene afzettingen een 10 tot 15 cm dikke veraarde veenlaag aanwezig. Het 35 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 36 Kadaster en PDOK 2014 37 De Jong 2023 Bureau voor Archeologie Rapport 1327

Velp Broekstraat-Waterstraat

25 veen is zwak zandig. De top van het pakket ligt tussen 175 en 180 cm -mv (960 en 932 cm NAP). Pakket 3: Holocene komafzettingen Dit pakket bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltige klei. In enkele gevallen is de klei sterk siltig of zwak tot matig zandig. Het pakket is aanwezig in de boorprofielen ten zuiden van boorprofielen 14, 26 en 38 (figuur 34). Het pakket is 10 tot 90 cm dik. In boorprofielen 1, 3, 4, 8, 9, 16, 29 en 42 is de top van dit pakket humeus. Mogelijk betreft dit de 20e eeuwse en oudere bouwvoor. In de humeuze laag zijn baksteenspikkels aangetroffen. De top van het pakket ligt tussen 55 en 160 cm -mv (1051 en 970 cm NAP). Pakket 4: omgewerkte en/of opgebrachte grond De afzettingen van dit pakket zijn zeer heterogeen. Het betreft zandige ophooglagen en kleiige, zandige en grindige omgewerkte pakketten. De omgewerkte afzettingen zijn gevlekt en bevatten in sommige gevallen zand en/of kleibrokken. In het pakket zijn fragmenten baksteen aangetroffen. In het opgebrachte pakket in boorprofiel 45 is een fragment groen glas aangetroffen. De laagondergrens is scherp. In boorprofielen 11, 19 en 38 is het pakket 28 tot 40 cm dik. In boorprofiel 32 is het pakket minimaal 300 cm dik. In de rest van de boorprofielen is het pakket 55 tot 210 cm dik. Het pakket is in alle boorprofielen aanwezig.

De top van het pakket ligt aan het maaiveld of onder klinkers en tegels (1158 en 1010 cm NAP).

3.4

Archeologische interpretatie Volgens het bureauonderzoek kunnen in de top van de Pleistocene afzettingen mogelijk archeologische resten uit het Paleolithicum tot en met de Bronstijd aanwezig zijn. Door de ligging op een uitspoelingswaaier is er sprake van een hoogteverschil in dit archeologische niveau. In het noorden van het plangebied liggen de Pleistocene afzettingen oorspronkelijk aan het oppervlak. Echter, door de 20e eeuwse bebouwing en landschapsinrichting is dit niveau verstoord geraakt. In het zuiden van het plangebied zijn daarentegen de afzettingen grotendeels intact. Echter, de humeuze afzettingen en veen wijzen erop dat sprake is van een nat landschap waarin bewoning ongeschikt is. De kans dat archeologische resten aanwezig zullen zijn, wordt daarom klein ingeschat. Volgens de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart kunnen in het plangebied resten uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig zijn. Deze resten zijn gerelateerd aan een stelling die in het midden en noordoosten van het plangebied heeft gelegen. Op enkele plekken in het plangebied is de bodem diep verstoord. Drie boorprofielen vallen hierbij op, namelijk boorprofielen 28, 32 en 35. Deze boorprofielen liggen ongeveer ter hoogte van enkele elementen van de stelling en/of bomkraters zoals vastgesteld is op basis van luchtfoto’s (figuur 34). De verstoringen zijn hier dus mogelijk aan gerelateerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=9d0f9b3b-ac80-4be1-bbda-0102865c247c